Australië

Dinsdag 29 oktober 2019

Rond 21.00 uur gisteravond leverden we de huurauto in op de luchthaven van Taipei, zonder krassen en/of deuken en ruim binnen de toegestane maximum 5.400 vrije kilometers.  We vroegen bij de informatiebalie naar de ‘Lost and found balie’ en die bleek op een minuut lopen afstand te zitten. We liepen er heen en vroegen de mensen achter de balie of ze twee blauw/- groene stoeltjes hadden gevonden. ‘Waar hebben jullie ze achtergelaten?’ vroeg het meisje achter de balie? Nou, hier voor de deur van terminal 2. ‘Oh, maar de stoeltjes staan geregistreerd als gevonden bij terminal 1’, zei ze weer. Gelukkig konden we de email die we aan  Budget rental cars hadden gestuurd op de tweede huurdag laten zien en daar stond ook het fotootje van de stoelen in en toen was het snel geregeld. Even een formuliertje invullen en we hadden onze stoeltjes gelukkig weer terug. 

We hadden online al ingecheckt en we hoefden alleen de bagage af te geven en ook daar  waren we snel vanaf, want de wachtrij voor het afgeven van de bagage was maar kort. Toen nog door de douane en de röntgenscanner en niet lang daarna stonden we in het tax free gedeelte van de luchthaven. Even leuk rondkijken zit er niet in, want zodra je aanstalten maakt om een winkeltje te betreden, storten de verkopers zich op je om je niet meer los te laten. Even snuffelen wordt zo ontmoedigd.

We liepen naar de gate. Iedere gate is smaalvol in gericht en is gewijd aan een toeristisch thema in Taiwan. Zo maak je er geen eenheidsworst van. Leuk gedaan.

Het vliegtuig was een Airbus 350-900. Drie keer drie stoelen in het eenvoudige deel waar wij de stoelen hadden gekocht. Er was erg veel beenruimte en dat was erg prettig. Het toestel vertrok op tijd. Al snel na de start zaten we in de wolken en was het Taiwan- avontuur ten einde .

Al snel kregen we een best redelijke maaltijd uitgedeeld. Het was weer even wennen om met mes en vork te eten. Dat hebben we de afgelopen maanden niet meer gedaan.  In centraal Azië krijg je alleen een lepel en soms een vork en in Zuid-Korea en Taiwan eet men met stokjes.  Na de maaltijd probeerden we zo goed en kwaad als het kon iets te slapen. Schijnbaar lukte dat, want al met al leek de vlucht van bijna 9 uur minder lang.

We waren eerder in Melbourne dan gepland en dat zagen ze in Melbourne niet zitten en dus maakten we twee enorme ronden boven Melbourne alvorens we konden landen. Tijdens de landing zagen we dat Australië er net even wat anders uitzag dan Taiwan; vlak, met allemaal laagbouwhuizen, brede wegen en niet zo druk. Alleen in het centrum van Melbourne zagen we enorme hoogbouw. Maar dat is slechts den relatief klein deel.

We konden niet elektronisch toegang tot Australië krijgen. Onze paspoorten werden niet geaccepteerd door de machine en dus moesten we gewoon naar de balie. We wisten nog wel van onze aankomst in Sydney 16 jaar geleden dat er een enorme rij stond voor de immigratiebalies, maar nu waren we er zo goed als de enigen en al snel stonden we in Australië. Het wachten op de bagage duurde een eeuwigheid, maar daarentegen waren er (anders dan 16 jaar geleden in Sydney) nu geen honden op zoek naar groente, fruit en vlees en hadden we ook bij de douane geen problemen en konden we zo doorlopen.

In de aankomsthal kochten we direct een SIM kaart, zodat we weer online konden en naast de SIM- kaartbalie zit de balie van de Skybus. Daar kochten we twee kaartjes naar het Southern Cross station. De mensen waren super vriendelijk. Ook bij de bus waren ze erg vriendelijk en amicaal ‘G’day’ hier en ‘Hi mate’ daar.

De dubbeldeksbus bracht ons in een half uurtje al schommelend naar het Southern Cross station, waar iedereen uitstapte. Op het perron van de bushalte haalden we de rugzakken uit de omhoezen en van daaraf was het nog 10 minuten lopen naar het guesthouse dat we hadden geboekt. We hadden het last minute geboekt, dus het aanbod was opgedroogd en dit zou niet de keuze zijn geweest als er meer beschikbaar zouden zijn. We konden wel een uur eerder inchecken dan was toegestaan, en dus hoefden we niet tot 15.00 uur te wachten. We kregen een kamertje dat niet veel groter was dan 3 x 4 meter, met gedeelde faciliteiten. Er was een groot keukenblok, maar slechts een badkamertje met een douche en een toilet voor 8 kamers (max. 16 personen). Da’s erg mager. Verder bleek het behoorlijk uitgemolken te zijn. De laatste keer dat hier iets hersteld is, is al lang geleden.

We liepen Melbourne in en kwamen langs een Macpac outdoorwinkel  waar ze Teva sandalen in de aanbieding hadden. Maar die waren alleen verkrijgbaar in  een aantal filialen en niet degene waar wij stonden, helaas.  De zolen van onze bergschoenen zijn inmiddels zo versleten dat er nauwelijks nog profiel op zit. We keken ook naar korte broeken. Ons Australische reismaatje Ilias, waar we de Pamir Highway mee hebben bereisd, had gezegd dat hij acht maanden per jaar in een korte broek loopt. Wij vonden dat we ook in korte broeken moesten gaan rondlopen. Maar bij de outdoorwinkel vonden we de broekjes wel iets aan de prijs. We liepen verder naar een schitterend Victoriaans gebouw. Daar bleek de H&M in te zitten. We keken er rond en we gingen  met twee korte broekjes weer naar buiten. Inburgeren, heet dat.

We keken in een paar supermarktjes. Even oriënteren wat er te koop is en wat dingen kosten. We kwamen tot de conclusie dat de prijzen hier op hetzelfde niveau liggen als in Nederland. In het QV (een shopping mall) zit een grote Woolworth supermarkt en daarnaast zat ook een foodcourt. We kochten bij de ‘Tailander’ twee maaltijden. Al snel nadat we het eten om 19.30 uur hadden besteld, gingen de restaurantjes dicht. Is Australië ook zo’n early to bed land?

We maakten het in ieder geval niet heel erg laat. Rond 21.00 uur lagen we op bed. Even wat uurtjes inhalen!

Woensdag 30 oktober 2019

Op zich hebben we goed geslapen in het veel te zachte spiraalmatras. Iedere keer dat iemand zich omdraaide, deinde de ander nog een minuut door. Een Leenbakker kwaliteit matras. In het keukentje konden we een ontbijtje maken. Eindelijk weer  (Griekse) yoghurt met havermout en appel. Aan de havermout was ook al zomerfruit toegevoegd. We hadden nieuwe oploskoffie in Taiwan gekocht (Nescafé), want we waren door de Jacobskoffie uit Kazakhstan heen.

We begaven ons in onze nieuwe shorts op straat en liepen naar Collins street. Het was even wennen ook wel wat frisjes. We liepen wat ‘underdressed’ door Collins street, wat de ‘luxe’ straat is en die werd alleen maar exclusiever naarmate we meer heuvelopwaarts gingen (hele lichte stijging van de straat). In de Rough Guide stond dat we bij het oude bankgebouw even binnen  moesten kijken en hoewel het al lang geen bankgebouw meer is, is het interieur er nog deels wel. En het is van binnen een mooi gebouw, met een hoge dome, luxe liften en mooie marmeren vloeren. Er stonden bankjes in de ronde centrale hal en er speelde rustige muziek. Vele mensen die er werkten liepen af en aan, vaak naar het café, annex koffiehuis, dat ook in het gebouw is gevestigd.

We liepen verder heuvelopwaarts door Collins street. De Australiër is totaal anders dan de Aziaat, die we in Korea en Taiwan hebben gezien. Niet dat er hier geen Aziaten zijn. Integendeel. Het stikt hier van de Aziaten en Koreaanse en Taiwanese restaurants domineren het straatbeeld, evenals Chinese restaurants, maar die zijn dan meer in China Town.

Nee, de Australiër onderscheid zich van de rest. Allereerst natuurlijk blank, maar dan:

De vrouwen laten meer van zichzelf zien dan de Aziatische vrouw. Korte rokjes en blote armen. Maar ook veel tatoeages op armen en benen.

Voor mannen geldt zo’n beetje hetzelfde. Nette mannen in pak, die naar heg werk gaan, maar ook veel werkende mannen in korte broek en t-shirts; de bouwvakkers. Vaak nog voorzien van een geel of oranje reflecterend jasje en de onvermijdelijke valschermhelm. Benen en armen zijn vaak gekleurd. Naast vuil en de tatoeages, dus. 

Opvallend bij de mannen is dat erg veel jonge mannen een  baard dragen en dan  niet het ‘een paar daagjes oude’ type. Wat verder opvalt na maanden van (Centraal) Azië is dat je hier veel mensen met erg veel overgewicht ziet. Iets teveel fast food gegeten of bier gedronken?

We liepen verder door Collins street. Bij het rode voetgangersverkeerslicht wacht iedereen keurig totdat het licht groen wordt.

Om 11.00 uur meldden we ons bij een museum voor een gratis rondleiding. We waren de enigen. Net voordat de rondleiding startte kwam er een grote groep Amerikanen aan. Die wilden ook mee met de gratis rondleiding. De gids ging er als een speer vandoor en vroeg ons om te volgen. Een etage hoger legde ze uit dat de rondleiding niet voor grote groepen was en dat hiervoor vooraf een reservering voor moest worden gemaakt.

Het was leuk om het een en ander te horen over de Aboriginal art, die eigenlijk pas heel kort geleden is ontstaan. De Aboriginals zijn rond 1970 aangemoedigd om kunst te produceren en te gaan schilderen. Voor die tijd was er nauwelijks iets tastbaars van de cultuur te vinden. Ze gebruikten wel witte stippen om het lichaam te versieren en dit de basis voor wat in te schilderijen is terug te vinden. Ook voor gebruik van natuurlijke kleuren is heel bewust gekozen. In het museum waren ook veel schilderijen van de vorige eeuw. De gids vertelde ook dat de schilderijen in eerste instantie niet geheel realistisch waren om het thuisfront (Engeland) te pleasen. De schilderijen werden lang voordat de fotografie was uitgevonden naar Engeland getransporteerd en gaven een rooskleuriger beeld  van Australië dan het in werkelijkheid was. Pas later werd een meer realistisch beeld geschetst.

Anders dan in Europa zijn de bossen hier niet dicht en is er altijd doorheen te zien, maar het landschap is niet heel gevarieerd zodat je er snel in verdwaald, wat ook geregeld gebeurde.

Na de rondleiding was het tijd voor koffie en we kochten twee ‘coffee to go’ bij ‘the Naked Bean’ en liepen verder naar de Treasury gardens. Daar was enorm gezelligheid. Vele werkenden (leuk om die mensen zo te noemen, nu wij werkeloos zijn) namen het ervan in hun lunchpauze en zij zaten her en der op het gazon in het zonnetje met hun eigen lunchpakketje of een lunch die snel ergens was gekocht. Het is een mooie aangelegd park met mooie hoge bomen aan  de rand van het centrum en dus ook aan de rand van de hoogbouw. Vanuit het park keek je loodrecht omhoog om de bovenste verdieping te kunnen zien van de appartemententorens.

Onze koffie was  behoorlijk straf. Wel weer even wennen na zo’n lange tijd. De koffie was super sterk en bitter. Niet vies, maar dus wel weer even wennen.

We liepen na de koffie verder naar de Fitzroy gardens. Super groen, ruim van opzet en mooi onderhouden. Met name meisjes lagen her en der in het park met letterlijk weinig om het lichaam te zonnen en Marjolijn betrapte Remco op het maken van mooie plaatjes. Overigens zonder die dames.

Donderdag 31 oktober 2019

Vanochtend loepen we eerst naar de Victoria market. We konden ons volledig niet meer herinneren dat we er 15 jaar geleden ook waren geweest. Toen hadden we in ons dagboek opgeschreven dat er met name prullaria werd verkocht en dat bleek nu nog steeds zo te zijn. Het was -na Korea en Taiwan- wel weer eens leuk om over een markt te lopen met iets anders dan vis en kippenpoten, maar het was inderdaad wel veel prullaria dat werd verkocht. Toeristische souvenirs van bedenkelijke kwaliteit als je bedenkt dat je t-shirts met opsmuk kon kopen voor 3 euro of digeridoo’s voor 12 euro.

We liepen door Elizabeth street naar Chinatown, maar dat bestond uit niet veel meer dan een straat met lampions, een Chinese poort en erg veel Chinese restaurants. We liepen naar de Yarra rivier, waar we onder de bomen lunchten  met brood en beleg dat we ervoor hadden gekocht bij een supermarkt. Het was schitterend weer en 34 graden, dus een plaatsje op een bankje in de schaduw was wel lekker. 

We liepen verder naar de botanische tuin, waar delen zijn geweid aan Australië, Nieuw Zeeland, Californië en er was ook een schitterende heuvel met cactussen. Verder was het park mooi aangelegd. Veel borden gaven uitleg over de flora en hoe de mens die gebruikt(e).

Langs de Yarra rivier liepen we terug naar de Southbank. Op de rivier waren vele meiden en jongens aan het roeien en we moesten frequent uitwijken voor de begeleider op de fiets langs de kant. We liepen langs een  open air barbecue park. Langs de rivier stond een batterij van 10 elektrische barbecues, allemaal brandschoon, waar je gratis gebruik van kunt maken. Op de Southbank kochten Remco een ijsje en liepen we langs de boulevard van cafés en restaurants. De cafés puilden uit zo aan het einde van de werkdag.

We kochten bij de slijterij een flesje wijn en we gingen lekker in het park zitten en tegen 21.30 uur liepen we terug naar het hostal. Tegen de schemering kwamen de possums tevoorschijn. 

 Vrijdag 1 november 2019

De wekker ging om 07.00 uur. We maakten ontbijt, pakten de spullen in en liepen rond 08.30 uur naar het Southern Cross station. Hemelsbreed een stukje van zo’n 200 meter of zo. Het was al druk op straat en de vele hijskranen  waren al weer aan het draaien.

We waren iets voor 09.00 uur bij het kantoor van Apex autoverhuur. Het meisje kon de autohuur niet eerder in laten gaan, maar wel alvast het papierwerk regelen. En dat was precies wat we wilden. Maar het papierwerk leidde tot problemen. Een origineel rijbewijs en een internationaal rijbewijs was niet voldoende. Er moest een Engelse vertaling zijn van het originele rijbewijs. Wat een onzin, vonden wij. Maar na een telefoontje met het hoofdkantoor was er toch geen vuiltje aan de lucht.

We kregen een redelijk nieuwe Hyundai I30. Er was echter een grote barst in de bumper en er moest nog even worden gekeken of die reeds bekend was, maar die was bekend. We reden de parkeergarage uit en Remco deed de ruitenwisser aan, terwijl het zonnetje heerlijk scheen. Dat zou nog wel een paar keer gebeuren die dag; de richtingaanwijzer zit natuurlijk aan de rechterkant van het stuur in Australië. Maar verder ging het rijden in het verkeer in Melbourne vlekkeloos.

We reden langzaam Melbourne uit in noordwestelijke richting. We zagen een Aldi en besloten daar inkopen te doen. We parkeerden de auto in de gratis parkeergarage en liepen naar de Aldi. De bediende die de winkelwagens naar binnen duwde, opende een wagentje voor ons, zodat we geen muntje erin hoefde te doen. We kochten de nodige dingen voor tijdens het kamperen; olijfolie, pasta, rijst, bruine bonen, groente, havermout, muesli yoghurt, fruit etc. Bij de Kmarkt, een grote non-food winkel dat van alles verkoopt kochten we een 28 cm koekenpan en theedoekjes, twee luchtbedden en een elektrische pomp. Daarna konden we echt op weg gaan.

Al snel verlieten we Melbourne en namen we de 79 noordwestwaarts. De eerste plek waar we langs deze vierbaansweg stopten, waren de orgelpijpbergen. De vierbaansweg was door een brede groenstrook gescheiden en de afslag was gelijkvloers. We moesten dus twee rijstroken oversteken waar het verkeer met 100 kilometer per uur over reed.  Het bleek dat de automatische I30 zeer snel kon optrekken. Op de parkeerplaats waren we zo goed als de enigen. Buiten de auto was het met 34 graden goed heet en er stond echt een hele stevige wind. De eucalyptusbomen zwaaiden met hun takken. Vanaf de parkeerplaats was het slechts een kwartiertje heuvelafwaarts naar de organ pipe mountains. Tegen de berghelling op waren op een grillige wijze verticale inkepingen  ontstaan. Hierdoor leek de bergwand op enorme orgelpijpen naast elkaar. Aan de voet ervan stroomde een zoetwaterriviertje en we maakten al grappen over enorme krokodillen die uit het niets tevoorschijn zouden komen. Een bord had ons al wel gewaarschuwd voor slangen. Niet dat we die hebben gezien, overigens.

We liepen een ander pad terug en moesten het laatste stukje behoorlijk steil klimmen. Ach, het was slechts 34 graden. We reden verder en de volgende stops waren Gisborne,  Macedon en Kyneton. Stuk voor stuk oude goudmijnwerkersstadjes. Niet erg grote dorpjes, maar wel erg leuk. Oude huisjes met veranda’s, mooi onderhouden tuinen met veel bloemen in bloei en prachtige brede lanen  et aan weerzijde bomen die als een boog boven de weg groeiden. Bij de organ pipe mountains kwam Marjolijn erachter dat net schroefje van d’r zonnebril was verdwenen en dat het pootje dus niet meer aan de bril vastzat. Maar in een van de stadjes liepen we langs een opticien, die het helemaal geen probleem vond om een nieuw schroefje te plaatsen en  dus kon de zonnebril weer worden gebruikt.

We reden naar het ‘Hanging stone’ national park. Na Taiwan, waar ze ook fantastisch he namen hebben voor “ opmerkelijke” natuurfenomenen, waren we nu wel nieuwsgierig hoe de Aussies dit benaderden. We liepen het nationale park binnen en volgden de pijltjes via de hellingbaan naar de top van een heuvel. Waar is  u die ‘hangende berg’?

Vanaf de top, die gedomineerd werd door grillige van elkaar losstaande rotsjes hadden we tussen de eucalyptusbomen door mooi zicht op de groene omgeving laag beneden ons. Het landschap werd gedomineerd door lichtgroene weiden afgewisseld met donkergroene bosjes, waardoor er een mooie kleurschakering ontstond. Voeg daaraan toe de witte (gele) zandpaden naar de boerderijen toe een blauwe meertjes en riviertjes en het wordt een kleurrijk geheel. Bovenop de rots stond nog steeds erg veel wind. We namen het pad met de traptreden terug naar beneden en ineens stond er een bord met ‘hanging rock’. Afijn, het bleek een grote rots te zijn die geklemd lag tussen andere rotsen en ‘zweefde’ boven het pad waarover wij liepen. Okay, je zou het hangend kunnen noemen.

We reden via de snelweg verder naar Castlemaine. Ook weer een oud mijnwerkersstadje. We parkeerden de auto en vroegen een plaatselijke bewoner naar de betekenis  van de borden die bij de parkeerplaatsen stonden. Hij gaf aan dat je er of een uur of twee uur mocht staan zonder te betalen. ‘Maar hoe controleren ze dat dan?’, vroeg Remco.  “Oh , er is iemand die dat soms controleert. Maak je er  daar niet druk om’ gaf de man aan. En twee uur parkeren in dit stadje is echt wel voldoende.

We liepen wat door de paar straatjes die het centrum  van Castlemaine vormen. Wat vooral opviel was de veelzijdigheid aan winkeltjes, iets wat je in Nederland al lang niet meer aantreft in de kleinere steden. Kleine schoenwinkeltjes, een kampeerwinkeltje, natuurlijk kledingwinkeltjes, een slagerijtje, en veel slijterijen. Veel van de  winkeltjes waren nog in echte oude  gebouwtjes gevestigd. Gebouwtjes uit de tijd van de goudmijners, rond 1854. Veel van  de winkeltjes hadden houten veranda’s of overkappingen boven de stoep, voorzien van mooi houtsnijwerk.

We reden het stadje uit, weer door een  mooie laan van bomen in een boog boven de weg. Ook zagen we  een  grote groep geelkuifkaketoes. Er zaten wel tien stuks in het gras langs de weg en die lieten zich niet wegjagen toen we de auto langs de kant parkeerden. Een was er zo brutaal om z’n gele kuif op te zetten  tegen ons!

We reden verder naar het plaatsje Bendigo (camping ‘Avondale’ in Maiden Gully), waar we de tent opzetten op de camping “ Avondel caravan park”. De unpowered plek was niet erg bijzonder en het sanitair was okay, maar gedateerd.

’s Avonds in de campingkeuken kwam ook  een Australiër z’n avondmaaltijd klaarmaken. Hij begon te praten en uren later stopte hij. Geen spelt tussen te krijgen, maar wel erg onderhoudend.

Zaterdag 2 november 2019

We wisten dat we vanochtend regen konden verwachten, dus het was geen verrassing dat het ook daadwerkelijk regende. Wat wel een verrassing was, was dat een van de twee luchtbedden niet luchtdicht was en dus werd ‘s nachts toch nog het slaapmatje uit de auto gehaald.

We pakten de tent in. Eerst werd de binnentent opgevouwen en naar de campingkeuken gebracht, waar we de spullen onder een afdak rustig konden inpakken en daarna de buitentent. Toen de tent was afgebroken konden we die in de campingkeuken dus inpakken en konden we daar ook ontbijten. Twee picknicktafels stonden onder een enorme afdak en er was ook een keukenblad, een magnetron, twee waterkokers en drie elektrische barbecues. Buiten bleef het regenen.

We reden naar Bendigo. Ooit de belangrijkste stad tijdens de gold rush rond 1850. Voordat we het stadje binnenreden lag een voormalige open goudmijn. Via een wandelpad met her en der informatieborden die vertelden wat er op de  bewuste plek ooit was geweest, liepen we door het park. De heuvel was voor een groot deel weggehakt in de zoektocht naar goud. Er stond een  mijnwerkerslift op de plek waar men tot 1.500 meter afdaalde op zoek naar goud. Borden gaven weer hoe het leven toen was, zo diep onder de grond, met constant gedruppel van water, zeer hoge luchtvochtigheid en temperaturen, zweetgeuren van de mannen en  gebrek aan sanitaire voorzieningen, die de lucht ook niet ten goede hebben beïnvloed. Er stond ook  nog de  steenvergruizer, waarmee de stukken steen werden vergruist, waarna het goud er tussenuit kon worden gespoeld.

We reden verder naar het centrum van Bendigo, maar onderweg reden we langs een winkel van Anaconda. Remco had op het internet gezien dat daar Teva sandalen met ledenkorting tegen de laagste prijzen in Australië werden aangeboden en we keken rond in de winkel. In plaats van Teva’s, verlieten we de winkel met lage wandelschoenen (Salomons voor Marjolijn en Columbia voor Remco). Na ampele overwegingen vonden we het beter om die schoenen te kopen, omdat we die ook gewoon in Nederland zouden kunnen dragen. De Teva’s zijn in Nederland wel heel erg seizoensgebonden en liggen thuis eigenlijk alleen  maar in de kast.

Eindelijk reden we het centrum van Bendigo binnen. Inmiddels was het al 13.30 uur en het regende nog steeds, maar lichtjes. Bendigo is echt een leuk stadje. Mooie oude gebouwen, zoals het stadhuis , het oude postkantoor, het voormalige gerechtsgebouw en hotelletjes. Een oud trammetje reed door de straat op het enkelspoor. We liepen naar een Chinese tempel en museum. Dat is alles van wat  er nog over is van wat ooit het oudste China town van  Australië was. We gingen er echter niet binnen. We hebben wel voldoende tempels gezien en we wilden er zeker niet voor betalen.

Bij een bakkertje kochten we twee heerlijke hartige pies. Van binnen waren ze helemaal zacht, wat het eten ervan niet vereenvoudigde. We liepen langs de kathedraal, die tegen de heuvel op lag en we kwamen langs enorm schattige huisjes met veranda’s met een hoop vlechtwerk van staalkabels.

We reden richting Ballerat. Onderweg kwamen we langs een Kmart, waar we de defecte luchtbed omruilden voor een ander luchtbed. Hopelijk is deze wel goed. Daarna reden we in eerste instantie over de snelweg naar Castlemaine en daarna via een secundaire weg, waar je overigens voor het grootste deel 100 kilometer per uur mag rijden door een schitterend landschap. De koolzaadvelden stonden in bloei en het geel van de velden stak mooi af tegen de bruine grond van de recent omgeploegde akkers. Op de achtergrond groene graslanden  met witte schaapjes en donkergroen beboste heuvels. Erboven hingen donkergrijze luchten.

In Ballerat reden we naar de Big4 camping. Er was nog een plekje vrij en het plekje was niet erg groot en ingebouwd tussen de vouwwagens en andere tenten. Het bleek dat het een lang weekend was voor de meeste inwoners van Victoria en dat het daarom zo druk was. Anders was er namelijk voldoende beschikbaarheid, volgens de receptioniste. Er waren erg veel kinderen op de camping en het zag er allemaal erg ‘op een kluitje’ uit.

We besloten een andere camping te bellen, die 20 kilometer verderop lag aan een meer. De eigenaar gaf aan voldoende plaatsen te hebben. De camping was met 28 dollar ook nog eens fors goedkoper dan de 49 dollar bij de Big4- camping. We reden naar de camping en waren erg gecharmeerd van het schitterende uitzicht over het grote meer, met de boze grijze wolken erboven. Maar…. de lucht werd lichter en de eerste stukken blauwe hemel verschenen.  De plaatsen waren niet genummerd. We konden   gaan staan waar we wilden, alleen was de  grond niet helemaal vlak. En dus slapen we met de voetjes naar het meer toe vannacht.

We kookten en aten in de keurige campingkeuken. Een schone barbecue, een vierpits elektrisch kooktoestel met oven en een koelkast stonden in dezelfde ruimte als een poolbiljarttafel en enkele elektrische speeltoestellen. Voor het eerst in maanden aten we weer aardappels en spinazie en een groot stuk zalm. Heerlijk. In de ruimte zat een grote groep ouderen. Ze waren van een caravanclub en zaten gezamenlijk te dineren en luidruchtig te praten. Nadat de meesten om 20.45 uur teruggingen naar hun caravan, bleef er een man over en hij gaf ons de nodige tips voor op Tasmanië. Net als gisteren was ook deze man een spraakwaterval, waar we de uitknop ook niet van konden vinden. Uiteindelijk lagen we tegen 23.00 uur op bed.

Zondag 3 november 2019

We werden vanochtend wakker van de vreemde geluiden die de vogels maakten in de bomen om ons heen. Vannacht was het helemaal helder tijdens de sanitaire stop, maar vanochtend was de lucht bewolkt en was de tent nat. De rest van de camping was nog in een diepe slaap, waarschijnlijk, want we zagen nog niemand op straat.

We pakten de spullen in en maakten ontbijt in de campingkeuken en na het ontbijt reden we de 10 kilometer terug naar Ballarat, waar we de auto parkeerden in de brede hoofdstraat. Tot 11.00 uur was het gratis parkeren, maar we kwamen er al snel achter dat in de zijstraten het parkeren op zondag gratis was. We liepen wat door de straten van het centrum. Er waren schitterende oude huizen en enkele hadden nog de oude veranda’s. De meeste veranda’s moesten op last van de gemeente worden afgebroken in de zeventiger jaren wegens onveiligheid, maar enkele zijn dus nog bewaard gebleven. Oude gebouwen waren nu omgebouwd tot de universiteit, een bioscoop en hotels. We bezochten de art gallery, met veel schilderijen van plaatselijke schilders en sommige schilderijen waren echt schitterend. Mooie landschappen of portretten met goede lichtinval, waardoor ze iets heel levendigs kregen. In een zaal stond een piano en een jonge jongen bespeelde deze, wat door het hele museum (art gallery) te horen was. Erg leuk.

Toen we het museum uit liepen, regende het. We reden met de auto Ballerat uit terug richting de camping. Over een afstand van 22 kilometer zijn langs de weg bomen geplant voor iedere gevallene tijdens de eerste wereldoorlog. In die oorlog zijn Australiërs gestorven die Engeland hielpen in de oorlog tegen Duitsland. We reden de goede richting op, want de licht werd helderder en  blauwer.

Al snel zaten we weer op de A8. Dit is een overwegend 4 baans snelweg, waar de cruise control op 110 kilometer per uur kon. Soms passeerden we stadjes en dan mochten we 60 kilometer per uur. Het landschap was enigszins heuvelachtig en enorm groen. Groen van de graslanden of van de graan die op de akkers groeiden. Schapen en zwarte koeien stonden in de wei. Soms werd het landschap gedomineerd door een hogere heuvel of berg, die met bomen begroeid waren.

Van de man in het toeristenbureau in Melbourne hadden we de tip gekregen om een  omweg te maken in de buurt van Horsham, om daar in ieder geval enkele beschilderde graansilo’s te gaan bekijken. Vanaf de A8 was het 35 kilometer naar de eerste graansilo en 35 kilometer verder naar de tweede. We reden nu over een kaarsrechte tweebaansweg waar aan weerzijde van de weg allemaal eucalyptusbomen groeiden. Oude bomen waarvan de barst was losgelaten en waaruit een lichte stam tevoorschijn was gekomen. Soms zie je ook eucalyptusbomen met zwarte stammen, een duidelijk gevolg van de bosbranden die hier veelvuldig voorkomen. 

De beschilderde graansilo’s maken deel uit van een 200 kilometer lang openlucht kunstgalerij met een tiental beschilderde graansilo’s. De eerste graansilo bestond uit twee 28 meter hoge silo’s naast elkaar, waar in zwart/wit een meisje en een jongetje op waren afgebeeld. De tweede silo bestond uit vier geschakelde silo’s en daar stonden vier personen op afgebeeld met de nachtelijke hemel erboven. Zo werd de familieband en de spirituele verbinding met de sterren afgebeeld, die voor de Aboriginals belangrijk zijn. Deze schilderingen waren in kleur.

Nadat we de tweede silo hadden bekeken, reden we terug naar de A8, wat maar 40 kilometer was, en we vervolgden onze weg richting Adelaide. Onderweg kwamen we nog een beschilderde graansilo tegen, die door dezelfde artiest was beschilderd als de tweede die we hadden gezien. Maar deze lag wel honderden kilometers verderop en maakte geen deel uit van de openlucht art gallery. De schilder had nu 5 schoolkinderen van rond de 6 jaar afgebeeld op de metershoge silo’s.

We kwamen erachter dat we het niet tot Adelaide zouden halen. Doordat we Ballerat nog wilden zien en  de omweg maakten langs beschilderde Silo’s. Remco had echter een camping met goede recensies gezien bij het plaatsje Murray Brigde, waar we de natte tent opzetten. We maakten een lekkere macaronischotel in de camping keuken en konden in de eetzaal het eten opeten en daarna konden we daar nog lekker warm blijven zitten om de website bij te werken en het dagboek te schrijven. Buiten was het 15 graden.

In de campingkeuken zat wederom een stel ouderen, die luid met elkaar praatte, onder het genot van bier en wijn. Toen wij in de keuken onze maaltijd maakten, kwamen de mannen geregeld een biertje uit de koelkast halen, waarop Remco op een gegeven moment ontviel:  “another one?”. “Yes of course” zie de Aussie “they are not here for decoration!”.

Onder het avondeten spraken we een Zwitser die nu 2 jaar met zijn vrouw in zijn Zwitserse pick up truck met tent rondreisde door Australië. Na deze trip was hij van plan om in 4 jaar van Alaska naar de Zuidpool te reizen.

Maandag 4 november 2019

We vertrokken voor de laatste 65 kilometer naar Adelaide. We gooiden de benzine tank vol en hadden mazzel dat we dat deden in Murray Bridge, want de prijs laag was. Tussen tankstations zit een prijsverschil van wel 30 dollarcent. Op gemiddeld 150 dollar cent per liter is dat best behoorlijk. We stopten even bij een lange ijzeren brug over de Murray rivier. Dit was een brug uit halverwege de 19e eeuw en was de eerste brug die deze rivier ooit overspannen.

De laatste kilometers voor Adelaide gaat de snelweg voor een kilometer of 3 behoorlijk steil naar beneden. Iemand op een eerdere camping had ons hier al voor gewaarschuwd en geadviseerd om vooral in het midden of rechts te blijven rijden, omdat de vrachtwagens links rijden en heel langzaam. Aan het einde van de afdaling is een kruispunt met verkeerslichten, waar menig ongeluk heeft plaatsgehad

We reden naar de camping in Belair. De camping ligt tegen het nationale park aan een zag er netjes uit. We zetten de tent op een reden daarna naar Adelaide. Het was even zoeken naar een plaats zonder tijdbeperking. De dichtstbijzijnde plaats was vlak bij de dierentuin en langs de sportvelden van de Universiteit. Vanaf hier was het 1,5 kilometer lopen naar het centrum. We liepen langs het Kanaal en Universiteit complex naar de South Australia museum. De entree was gratis en we bekeken de Aboriginal afdeling met vele voorwerpen van de vele verschillende stammen in Australië. Dat was best wel interessant. Op de tweede verdieping waren en eeuw oude vitrine s geweid aan Papua New Guinea, de Salomon eilanden, Vanuatu etc. Vitrines met masker, rituelen, speren, sieraden etc.

We liepen door de winkelstraat van Adelaide, met hier en daar nog schitterende Victoriaanse gebouwen. Daarna namen we de auto terug naar de camping. Bij de Woolworths kochten we een grote biefstuk en salade, die we in de camping keuken klaarmaakten. Inmiddels had een grote groep jongeren met begeleider hun tentjes op een veldje bij ons in de buurt gezet. Ze hadden die dag 20 km gelopen en we waren zo moe dat we geen last van ze hebben gehad. De volgende ochtend toen wij uit de tent kwamen, waren alle tentjes alweer ingepakt en wandelden ze de camping af.

Dinsdag 5 november 2019

We parkeerden de auto bijna op dezelfde plek als gisteren en liepen over de sportvelden van de Universiteit naar de St. Peter’s kathedraal. Daar werden we begroet door een vriendelijke vrijwilliger, die ons een folder had met uitleg over de ‘mooie’ dingen die we allemaal konden bekijken. We liepen door de kathedraal en een andere vrijwilligster wees ons erop hoe mooi de kathedraal toch wel niet was, toch?

Via enkele parkjes kwamen we uit in het centrum. We lunchen in de kelder van het Meyer shopping center, waar een grote food court zit. We namen een goede kop koffie en bij de Subway kochten we een wrap en een panini.

Na de lunch liepen we naar het South Australië museum. Marjolijn had het idee dat we nog niet alles hadden gezien en dat bleek correct. Er waren nog twee etages die we nog niet hadden gehad. De derde etage was geweid aan de fauna van Australië. Heel veel opgezette beestjes. Wat ongelofelijk veel beesten leven er op dit continent. En leefden, want er was ook een deel geweid aan uitgestorven diersoorten, waaronder de Tasmaanse Tijger. Twee exemplaren stonden in het museum. In een vitrine stonden ook enkele erg giftige beestjes. Het was super bijzonder om te zien hoe klein die beestjes waren, zoals een Red back spider van niet meer dan twee centimeter groot en een kwalletje ook niet veel groter, een mier en een zeeslak.

de bovenste etage was geweid aan fossielen (minder interessant), mineralen (schitterend), Egypte (beetje vreemd onderwerpt in dit museum) en Antarctica (ook vreemd).

Naast het South Australia Museum ligt de art gallery. In de kelder was een tentoonstelling geweid aan Aboriginal kunst, wat minder onze aandacht trok omdat het van zeer recente datum was. Soms hadden we het idee dat de kunst door hoog bejaarden was gemaakt in het kader van bezigheid therapie.

In andere zalen hingen schilderijen en stond er antiek meubilair. De art gallery was behoorlijk groot.

We liepen terug naar de auto en reden een mooie route door de kloof van de Torrent rivier. Deze rivier splijt Adelaide in tweeën, maar gaat buiten Adelaide door een smalle, diepe kloof, die erg groen is van de bomen die langs de rivier bedding groeien. Het riviertje zelf is vrij smal.

Voor het eerst zagen we kangaroo’s, die niet langs de weg lagen, maar rond huppelden in de weiden. We reden terug naar de camping, waar we ons eigen eten maken in de camping keuken.  We raakten aan de praat met twee jonge Nederlandse meiden die ook door Australië reisden. Het was leuk om twee landgenoten te spreken.

Woensdag 6 november 2019

Vannacht heeft het twee keer een heel klein beetje geregend. Voor de rest was het muisstil op de camping totdat de dag weer aanbrak en de diverse vogels hun aanwezigheid weer luidkeels duidelijk maken. We pakten de tent in een ontbeten in de campingkeuken. We waren de enigen; de rest van de campinggasten liet zich nog niet zien.

We reden naar de plaats McLaren Vale, waar het wijngebied ten zuiden van Adelaide begint. Bij het informatie Bureau vroegen we naar de mogelijkheden en we kregen keurig informatie over een te volgen route door het gebied en een hoop andere informatie, waar we eigenlijk geen behoefte aan hadden.

We reden langs enkele wijnboeren, maar gingen er niet naar binnen. We moesten nog rijden, dus wijn proeven konden we toch niet en daarnaast vinden we de omgeving interessanter dan de verkooppraatjes.

De omgeving was in iedere geval schitterend. Mooi heuvelachtig, met naast wijngaarden ook weides met indrukwekkend gespierder Angus koeien. Prachtig zwart met rechte ruggen een behoorlijke spiermassa. De weg was erg kronkelig en aan weerszijde stonden de grote eucalyptussen.

Via wegnummer B45 reden we oostwaarts. De heuvels werden minder hoog en langzaam verdwenen de wijngaarden en keerden de goudgele graanvelden er voor terug. Bij Wellington werden we met een pontje naar de andere kant van de Murray rivier gebracht. De rivier is hier bijna bij zee en behoorlijk breed. Een pelikaan zwom nabij de dichtbegroeide kant van de rivier.

Via de A8 reden we aan de andere kant van de rivier verder. Het landschap werd saai. Het enige opwindende waren enkele zoutmeren, waaronder ook roze zoutmeren. Naarmate we het plaatsje Kingston South East meer naderden, werd het weer slechter. De beetje dag stond er al mega veel wind, maar nu begon het ook nog licht te regenen. De buitje waren kort en daarna klaarde het weer op.

We reden naar een camping en zetten de tent op. Die werd echter door de wind tegen de grond geduwd en snel was de tent weer afgebroken en namelijk we een klein kamertje in het Royal Mail hotel in het redelijk doodse stadje. In het hotel was een restaurant, waar best veel mensen hun diner genoten. Wij aten er ook en het eten was best lekker.

Donderdag 7 november 2019

Toen we gisteravond onder de wol kropen in ons kleine kamertje, hoorden we de wind om het hotel gieren. Het gebouw trilde zelfs van de wind. We konden dat in het bed goed voelen. Oordopjes hielpen ons gelukkig bij het inslapen, maar vanochtend was de wind nog niet gaan liggen.

In de bar gaven ze aan dat we konden ontbijten in ‘de blauwe zaal’  in het hotel. De ruimtes in het hotel zijn echt mooi. Een mooie bar, mooie eetzalen etc., maar alles is zwaar verwaarloosd. De laatste moderniseringsslag die had plaatsgevonden, was het installeren van beveiligingscamera’s.

De blauwe zaal was ongezellig. De tafeltjes van het terras buiten stonden her en der in de blauwe zaal. Achter in de ruimte was een tafel waar een mandje op stond waar zakjes muesli en chocopops in lagen. Daarnaast stond er een Nespresso apparaat met capsules. Er was melk en we hadden onze eigen yoghurt en dus hadden we een lekker ontbijt.

We reden langs de kust door Kingston South East. Langs de kust loopt een weg met mooie huizen en prachtige bomen. De huizen kijken zo uit op zee. Er zijn geen duinen die het land beschermen.

We reden oostwaarts. Het werd een lange dag rijden en het weer zat niet mee. Veel wind, maar ook  veel regen. En het landschap was ook al niet al te opwindend. Veel weiden met geschoren, nu roze, schaapjes die stonden te kou kleumen in de weide bij zo’n 12 graden met een koude wind. Maar ook mooie zwarte koeien. Later onderweg reden we door kilometers lang naaldbomenbos, dat duidelijk voor de houtproductie was aangelegd.

Tegen het einde van de dag kwamen we aan in Port Fairy. We bekeken enkele campings, maar de meeste waren behoorlijk nat als gevolg van de vele regen die was gevallen. De Big4 camping in het plaatsje nam zelfs geen kampeerders aan, vanwege de modder die was ontstaan door alle regen. Het was met 12 graden ook koud en we besloten door te rijden naar Warnambool. Daar hadden we een motel gezien voor 50 euro per nacht. Erg duur, maar het was het goedkoopste alternatief in de wijde omgeving. We reden we heen en ter plekke bleek dat we telefonisch moeste inchecken, omdat de receptie gesloten was. We belden de eigenaresse en nadat we de credit card gegevens hadden doorgegeven kregen we te horen dat we kamer acht kregen toegewezen en dat de sleutel onder de deur mat lag! De kamer was zeer aangenaam. Erg ruim, met een eettafels en een klein keukenblokje, maar zonder kookmogelijkheid. Maar dat was geen probleem, want we konden met onze gasbrander zelf wel iets maken en dat deden we dan ook. Op de galerij maakten we in één koekenpan een lekkere rijst schotel. De rijst kwam uit de magnetron. Je kunt hier zakjes gemengde, voorgekookte rijst kopen, die nog maar 90 seconden in de magnetron hoeft.

Vrijdag 8 november 2019

Perfect geslapen in het vreselijk zachte bed. Iedere keer dat een ander zich omdraaide, wiebelde de ander mee. Gewoon een kwestie van lekker stil blijven liggen.

We begonnen vandaag aan de Great oceaan Road. We vertrokken vanuit Warrnambool, waar de doorgaande weg door het stadje werd gedomineerd door nutteloze verkeerslichten. Het was even alsof we terug waren in Korea. Verkeerslichten die gebrek aan verkeer probeerden te regelen en dus automobilisten frustreerden.

De eerste stop op de Great Ocean Road was bij een kaasfabriek. In de reisgids werd een bezoek aan de winkel aangemoedigd en als echte ‘ cheese eating people’ waren we daar natuurlijk wel voor te

porren. We parkeerden de auto op een redelijk gevulde parkeerplaats en liepen de winkel binnen. Daar was –naast een hoop non-food artikelen die werden verkocht,  een kleine koelvitrine ingericht met kaas die ter plaatse werd geproduceerd. Het assortiment was niet echt erg indrukwekkend. We reden verder zonder iets te kopen. Een gemiddelde supermarkt heeft een indrukwekkender aanbod.

Het landschap was erg groen van de weilanden met koeien er in. Helaas ging er boven die weilanden en grijs wolkendek, waar zo nu en dan wat regen uit kwam. Op sommigen plekken werd aan de weg gewerkt en daar mochten er maar 40 km per uur rijden. Er was echter geen wegwerker te zien. Wel werd de auto behoorlijk vuil van de rode ondergrond waar we over reden.

Toen we eenmaal op de Great oceaan Road reden, waren er diverse stopplekken. We bekeken alle officiële uitzicht punten, maar er was ook een aantal die niet met borden werd aangegeven en daar waren we dan vaak de enigen. Onverharde paden die behoorlijk glibberig waren vanwege de regen leidden naar mooie uitzichtplekken. Maar vanaf alle plaatsen was het uitzicht over de heilige kust met de goudgele rotsen erg mooi en indrukwekkend. Soms was het even wachten totdat een korte, maar soms hevige bui was overgetrokken en de zon weer tevoorschijn was gekomen voor het mooiste licht op de kust. Van 15 jaar geleden konden we ons de witte zee nog herinneren. Er is over een heel breed deel in zee sprake van branding en dus ‘witte’ golven. Daar was niets in veranderd en die brede branding was er nog. Vanwege de enorme harde wind die er vandaag stond, was de zee ook vreselijk woest. Soms werd het schuim dat op zee dreef door de wind ver het land op gewaaid en was het of het eventjes sneeuwde.

Bij de 12 Apostelen aangekomen parkeerden we de auto. Volgens ons was er een nieuwe parkeerplaats aangelegd met een voetgangerstunnel onder de weg door. Die konden we ons niet herinneren. We liepen naar een nieuw uitzicht platform, vandaar we in westelijke richting de rotsen in zee konden bewonderen. In ieder geval één minder dan 15 jaar geleden als gevolg van de werking van de zee.

We reden verder naar Apollo Bay. De weg er naar toe ging door een schitterende omgeving. De weg meander de zich door weiden en bossen van eucalyptussen en hoge varens. Erg groen en mooi. Het was erg heuvelachtig en de vergezichten aangenaam. Alleen de grijze wolken bevielen ons niet.

In Apollo Bay keken we bij een camping, maar de eigenaar wilde ons geen plek verhuren, omdat die erg nat was en er werd nog meer regen verwacht vannacht. Met een onaangename temperatuur van slechts 11 graden was dat voor ons reden genoeg om op zoek te gaan naar een guesthouse. Nu bleek er in dezelfde straat als de camping en guesthouse te zijn met de laagste prijs in de wijde omgeving en we reden er heen. We namen de driepersoonskamer voor 45 euro. Eén stapelbed en een los bed.  Het huis lag op de heuvel en keek schitterend uit over Apollo Bay en de zee. We konden zelf koken in de keuken van het guesthouse, dus we deden inkopen bij de IGA supermarkt in de hoofdstraat een maakten in het guesthouse ons eigen avondeten. We zagen de diverse buien overtrekken, waarvan enkele zelfs met hagel en we waren blij dat we niet in ons tentje hoefden te liggen vannacht.

Zaterdag 9 november 2019

We hebben heerlijk geslapen en we ontbeten in de ruime woonkamer met het schitterende uitzicht over het plaatsje Apollo Bay en de zee. We reden nog even door het plaatsje dat nu redelijk stil was, maar in de zomer verachtvoudigt in inwonersaantal. Het is een traditioneel strandplaatsje met de typische strandwinkeltjes en snelle-hap restaurants; Fish & chips. We reden oostwaarts. Het grootste deel van de route ging niet meer langs de kust, maar de kronkelweg langs de kust die er wel was, was schitterend. Zelfs met de grijze lucht boven de zee.

We reden door de plaats Geelong, waar we even door het centrum liepen. De winkelstraten waren redelijk leeg, maar de overdekte shopping mall puilde uit van de mensen.  In de food court, waar we de lunch aten, was nauwelijks nog een tafeltje beschikbaar.

We reden verder naar Melbourne en reden Melbourne via de noordzijde voorbij. We reden naar de Yarravallei, op zoek naar een camping.  De Big4-camping die we op het oog hadden, vroeg 65 dollar voor een plekje omdat ze vol geboekt waren vanwege een concert, op enkele plaatsen na en dat was toch echt te gortig.  De twee andere campings waren niet veel soeps en op het laatste moment boekten we een kamer in een buitenwijk van Melbourne. Dat was weer 40 kilometer terug. Inmiddels was het gaan regenen en het was koud.  Heel erg vonden we het niet om niet in het tentje te hoeven slapen, alhoewel de kamers niet echt goedkoop zijn.

We reden naar Melbourne en toen we aankwamen bij het huis waar onze kamer zou zijn schrokken we. Okay…. zal dit het zijn?  We belden aan en een meisje deed open. Zij bleek een tijdelijke huurster te zijn.  De Chinese eigenaar was in China en het was onduidelijk wie er nu de leiding had.  De huurster bracht ons naar de kamer, die niet schoon gemaakt was.  We beklaagden ons erover en de huurster verontschuldigde zich. Ze zei dat ze de kamer wel zou opruimen. Ze ging op zoek naar beddengoed, maar kon die niet vinden. Ze zei dat ze naar de winkel zou gaan om nieuw beddegoed te gaan kopen.

Wij gingen ondertussen op zoek naar een restaurantje en dat werd net zo’n ramp als het zoeken naar een camping.  We reden naar een Italiaans restaurant. Op Google kreeg het een 4,5 uit 5 en dus een hoge waardering. Dat bleek ook wel toen we het restaurant inliepen en de ober ons vertelde dat het tot 21.00 uur volgeboekt was.

Op zoek naar een andere Italiaan. Die kreeg zelfs een 4,6 uit 5. Toen we bij het restaurant aankwamen, leek het erop dat het gesloten was. De deur gaf echter mee en we kwamen in –weer- een vol restaurant waar iedereen in de beste kleding zat aan tafeltjes met tafellinnen. Alle tafels waren vol, maar met onze wandelschoenen en fleece truien vielen we wel een beetje uit de boot. Dus weer verder rijden en uiteindelijk kwamen we in weer een ander winkelcentrumpje uit bij een Thais restaurant.  Ook daar was het druk, maar er was nog wel een tafeltje beschikbaar. Het eten was lekker en na het eten reden we terug naar de kamer. Die was inmiddels ‘uitgemest’. Er hingen schone handdoeken, de twee bedden waren voorzien van ander beddengoed en op de kast stonden zeepjes.  De huurster kwam ook nog met een geurkaarsje. Het was wel duidelijk waarom, want de kamer stonk behoorlijk naar rook. We besloten maar om in onze slaapzakken de nacht door te brengen.

Om alle ellende van vandaag, de zoektocht naar een camping en deze kamer, te vergeten keken we op de kamer maar naar twee afleveringen van ’t Vrije Schaep en die humor beurde ons nog wel wat op.

Zondag 10 november 2019

Nadat we wakker waren geworden, maken we foto’s van de zwijnenstal en vertrokken we snel. Vlakbij is een winkelcentrum en kochten we bij de Coles supermarkt ontbijt. Er was ook een koffie bar en daar kochten we twee grote bekers koffie. Er stonden tafeltjes en stoelen, zodat we er ook konden ontbijten.

We gooiden de benzine tank vol, want we reden langs een voordelige pomp en daarna gingen we op weg naar Philip eiland. De lucht was grijs, maar niet zodanig dat er (veel) tegen uit te verwachten was. Het landschap was groen van de weilanden en vlak. Niet heel erg opwindend. Op de weg was. Het best druk voor een zondag ochtend. We werden ingehaald door een hele hoop, vrij aardige sportauto’s, zoals Ferrari’s, Audi r80, Porsches, DeLorean etc. Even verder op de weg kwamen we een andere rally groep tegen, alleen de auto’s waren van een heel andere leeftijd en andere doelgroep, de old timers. Oud of nieuw, allemaal reden ze dezelfde snelheid als wij in onze verre van bijzondere Kia.

We reden naar Philip Island. Terwijl we de brug naar het eiland optreden, zagen we een enorme grote groep pelikanen dobberen op zee vlak langs de kust. We reden over de brug en keerden en parkeerden de auto op de parkeerplaats langs het strand. De pelikanen waren niet erg angstig en al snel bleek waarom. We stonden namelijk bij de voederplaats een dagelijks worden ze om 12.00 uur gevoederd. Dat was over 20 minuten en we wachten op dat moment.

Even voor 12 uur werd een stukje van het strand met een touw afgezet om de toegestroomde toeristen in bedwang te houden en extract om 12 uur kwam een vrouw met een bak vis de arena binnenlopen. In de arena stonden naar de vis dame (het viswijf) een stuk of 40 enorme pelikanen, die niet allemaal even vriendelijk waren tegen elkaar. Sommige namen de ander letterlijk bij de nek met hun enorme snavel.

De dame voerde de pelikanen met restafval van de fish & chips winkel. De vis bestond alleen nog uit kop en staart, maar dat vonden de pelikanen schijnbaar niet erg, want er werd in het hardst om gevochten.

We reden Philips eiland op en reden helemaal naar de punt, waar ’s avonds rond 20.00 uur de pinguïns terug aan land komen na een dagje vissen. Dan kun je op een tribune kijken naar de pinguïns. Nu waren ze niet thuis, maar de kustlijn was schitterend en het weer werd gelukkig beter. Boven zee was blauwe lucht. Meer landinwaarts was het grijs. Maar er werd geen regen meer verwacht voor vandaag gelukkig. We liepen en klein stukje over een board Walk bij het informatiecentrum en daarna reden we naar het plaatsje Cowes. De weg het stadje in was schitterend. Prachtige bomen groeiden over de weg geen, waardoor de weg zelf wat donker was. We zetten de auto even neer langs de kant van de weg. En politie auto stopte met de vraag of alles goed ging. ‘ ja hoor, even een plaatje schieten van dit mooie laantje!’ zeiden we. Dat was geen probleem. We kochten broodjes en melk bij de Woolworths en lunchen op een bankje land het strand bij de pier.

We reden verder naar het plaatsje Toora, Waar we eindelijk weer eens ons tentje konden opzetten op een TOP camping. De plek waar nog wel een beetje vochtig, maar dat nemen we maar even voor lief. Er is een goede camp kitchenette en we kunnen droog en warm zitten in de tv-kamer. In de plaatselijke supermarkt kochten we vlees en we maakten rode kool. Lekker en eenvoudig. Hak had het meeste voorwerk al voor ons gedaan. In de camp Kitchen was ook een stel Aussies aan het eten. We raakte al snel aan de praat en kregen van allerlei lekkers toegeschoven; bonbons en custard pudding. Ze bleken van Phillip Island te komen, waar wij net waren geweest. De grey nomads bevolkte de recreatieruimte naast de camping Kitchen.

Ondertussen waren wij druk om een soort langharige grijze langharige hazewindhond uit de camping kitchen te weren. Het was niet duidelijk bij wie hij hoorde. Hij was niet onvriendelijk en kwispelde continue. Later kwam de eigenaresse foto’s maken, want het bleek om een weggelopen hond te gaan.