Dinsdag 30 juli 2019

Samen met Eddie, Grace en Ilyas werden we in een busje naar de yurt camps van de Lenin Peak gebracht. Het weer was helder en er was geen enkele bewolking boven de schitterende witbesneeuwde bergen. Heel rustig reden we naar de yut camps. Onderweg maakten we de nodige fotostops.

Vanaf de yurt camps begon de wandeltocht. Met z’n vijven begonnen we aan de wandeltocht, maar toen we een riviertje over moesten steken, haakte Eddie af.  Hij droeg niet waterdichte gympen en hier eindigde zijn wandeltocht. Samen met Grace en Ilyas liepen we verder en we kwamen uit bij het basiskamp. Overal groeide edelweiss in de alpenweiden. 

Het basiskamp was uitgestrekt en her en der stonden tenten van verschillende ‘expedities’ of meer van reisorganisaties die trekkings aanbieden.  Grote posters met hun namen en ‘Wifi area’ hingen aan de tenten.

We liepen verder en verdwenen in een vallei die steeds smaller werd.  Het was licht bergopwaarts en de uitzichten waren schitterend.  Pas aan het einde van de vallei kwam een klimmetje en daarna ging het pad verder een tweede vallei in richting base camp 1.  Zo ver kwamen wij niet, maar we liepen wel een stukje de tweede vallei in. Onderweg kwamen we bergbeklimmers tegen die bezig waren met de afdaling. We maakten vele foto’s en op een gegeven moment besloten we om te keren en liepen we dezelfde weg terug naar de yurt camps.  Overal werden we letterlijk weggefloten.  De vele marmotten floten naar elkaar om aan te geven dat er gevaar dreigde.  Zelfs toen we geen marmotten zagen, hoorden we ze fel fluiten en toen zagen we een grote roofvogel boven onze hoofden vliegen.

Met het busje reden we zeer langzaam terug naar het guesthouse, waar we voor ons eigen diner zorgden door een salade te maken.  Een eigengemaakte salade smaakt toch echt beter dan het eten dat wordt geserveerd in de guesthouses of homestays. Het eten is altijd zo eenvoudig en eenzijdig. Zonder enige inspiratie klaargemaakt.

Woensdag 31 juli 2019

We maakten ons eigen ontbijt en daarna namen we afscheid van Eddie, onze oude Italiaanse vriend. Om 08.00 uur vertrokken we in een busje met z’n vijven (de zoon van de eigenaar van het hostel reed ook mee) naar Osh.  De chauffeur (een andere zoon van de eigenaar) reed beheerst, maar gelukkig wel wat sneller dan de dag ervoor.  Onderweg werd kort gestopt om even de benen te strekken en de rit verliep verder voorspoedig en ging ook vrij snel.  In drie uur waren we in Osh.  We reden door werkelijk een schitterende omgeving. De bergen waren in eerste instantie nog hoog, maar naarmate we Osh verder nadereden werden de bergen heuvels en verdwenen nabij Osh zo goed als.  Maar in eerste instantie dus nog hoge bergen.  Geen sneeuw meer op de toppen, maar wel de nodige haarspeldbochten, met zo af en toe een yurt langs de kant van de weg.

Hoe lager de bergen werden (meer heuvels),  hoe groener en hoe meer yurts en vee in de groene weiden.  Er liepen heel veel paarden op de weidegronden en koeien langs de kant van de weg, waarvan een aantal wilde oversteken.  Niet dat het verkeer wacht op de overstekende koe.  Het verkeer raast langs de koe, die onverminderd doorloopt.

Rond 11.30 uur waren we in Osh.  De Aussies hadden een guesthouse geboekt via het internet en we lieten ons daar ook afzetten.  Daar hadden ze echter alleen kamers voor 4 personen met stapelbedden.  De kamers waren meer bezemkasten.  We besloten verder te kijken en we eindigden bij Hotel De Luxe.  Eddie, onze Italiaanse vriend, had dit hotel ook al aanbevolen, omdat de kamers ruim zouden zijn en de gedeelde badkamer op zich netjes.  Er waren ook kamers met eigen voorzieningen, maar die waren twee keer zo duur.

’s Middags liepen we wat door Osh en gingen we op zoek naar mogelijkheden voor autohuur.  We kwamen uit bij Oibek (zie Caravanistan), die wel een oude Volvo stationcar zou hebben (all wheel drive) die hij voor $35 per dag zou willen verhuren.  Op zich niet een onaardig tarief voor Kyrgizie en we zouden de auto achter kunnen laten in Bishkek voor een extra one way fee van $100. We besloten er eens een nachtje over te slapen.

’s Avonds zouden we uitvinden dat een auto huren in Bishkek $28 zou kosten, maar dan moesten we wel eerst naar Bishkek.

We aten in een restaurantje in het park langs de rivier. Op zich goed eten (na de Pamirs is alles wat ons voorgeschoteld wordt en anders is dan aardappelen heerlijk), maar lousy bediening.

Donderdag 1 augustus 2019

Vandaag was een ‘rustdag’.  Hoewel uitslapen in het heerlijke zachte bedje op en hele rustige locatie midden in het centrum van Osh op het programma stond, werden we toch om 08.00 uur wakker.  We ontbeten op de kamer met havermout, muesli, melk en wat amandeltjes en gedroogde kiwischijfjes en daarna werkten we de website bij en stuurden we onze ‘weekmail’ rond.

We mailden naar Oibek dat we afzagen van zijn aanbod, omdat autohuur in Bishkek goedkoper zou zijn en we dan geen one way fee hoefden te betalen en Oibek reageerde al snel dat hij de one way fee wilde laten vervallen.  Dat maakte zijn aanbod weer iets aantrekkelijker en we mailden dat we er later op de dag op terug zouden komen.

We liepen rustig naar de bazaar, die zich op zo’n 500 meter afstand van ons Hotel De Luxe bevindt. Remco had al het idee (na meerdere hints van Marjolijn) om naar een kapper te gaan.  Normaal gesproken is dat niet prettig in een zweterige omgeving, maar zo ’s ochtends was het nog niet zo zweterig en dus maar meteen spijkers met koppen slaan.

Bij de eerste kapper waar we naar binnen gingen werden we letterlijk en figuurlijk weg genegeerd en dus maar naar de volgende.  Daar werden we vriendelijk ontvangen en een jonge jongen ontfermde zich over Remco’s haar. En daar nam hij behoorlijk de tijd voor.  Na de knipbeurt werd het haar nog twee keer gewassen een vaker geföhnt dan dat Remco ooit zelf had gedaan. 200 Som (2,65 euro) armer liepen we de markt op.  De markt in Osh is één van de grootste in Centraal Azië en het was inderdaad een hele grote markt.  Maar niet zo achterlijk druk.  Remco kocht een tradtioneel Kyrgische muts voor mannen.  Normaal gesproken zijn dit soort souvenirs redelijk aan de prijs, maar voor 120 Som, oftewel 1,50 euro was dit een leuk souvenirtje.  En ook nog eens heel licht, want het bestaat uit vilt.

We benaderden enkele mensen met de vraag of ze wisten waar we wandelstokken en een tent zouden kunnen kopen.  Die wandelstokken waren we écht naar op zoek; die tent was als lokkertje om ons naar een outdoorzaak te sturen.  We werden vele kanten op gewezen, maar we slaagden niet. Op de markt voor ons hotel vonden we wel slaapmatjes. Die kochten we nog niet, maar we liepen verder naar een tweetal supermarkten waar ze volgens omstanders tenten zouden verkopen.  Nou, njet!  Ze hadden wel één tentje, maar een strandtentje, dat maar halfgesloten was (of halfopen).  Daar hebben we niets aan.

Uiteindelijk liepen we naar een cafétje, waar we een biertje dronken in de grote tuin en daarna aten we daar ook het avondeten.  Voor de tweede achtereenvolgende dag werd het eten dat op hetzelfde moment werd besteld op verschillende momenten uitgeserveerd, zodat de een al klaar was met eten toen de ander nog moest beginnen.  Maar wel proberen 15% service fee in rekening brengen. 

’s Avonds om 21.30 kwam Oibek met de Volvo stationcar aanrijden voor het hotel.  We bespraken de mogelijkheden en er bleek een heleboel flexibiliteit mogelijk.  Zo konden we de auto huren voor een flexibele periode huren en konden we ook de auto meenemen naar Kazakhstan. Daarvoor zou het wel nodig zijn om naar de notaris te gaan, maar dat kon Oibek begeleiden.  Nadat we de auto hadden gezien namen we afscheid en spaken we af dat de volgende dag de auto zou worden geleverd, nadat deze naar de garage is geweest voor een onderhoudsbeurt.

Vrijdag 2 augustus 2019

We kochten op de markt tegenover het hotel twee slaapmatjes voor in de auto en daarna liepen we naar de supermarkt om nog wat inkopen te doen, met name voor het ontbijt.

Om 11.30 uur meldde Oibek zich met de auto bij het hotel.  Al snel waren de formaliteiten afgehandeld en konden we met z’n drieen naar de notaris om de ons officieel bestuurders te maken van de auto, zodat we de auto ook mee konden nemen naar Kazakhstan.  Die handeling was bij de notaris in een kwartiertje geregeld en kostte ons 700 Som.  Daarna namen we afscheid van Oibek en konden we direct naar de benzinepomp rijden on de tank vol te gooien.  We hadden de auto empty – empty gehuurd.

Met een volle tank gingen we op weg.  Rustig reden we in de grote automaat door het landschap.  De eerstvolgende plaats waar we stopten was Uzgen.  Daar zou een mausoleum en een minaret staan.  We reden naar beiden en alhoewel het mausoleum staat afgebeeld op een biljet,, waren we nu niet heel erg onder de indruk en we stapten niet eens uit de auto.

We reden verder naar Jalal-abad. Ook dit was niet echt een plaats om heel erg warm van te worden.  We stopten even in het park in het centrum, waar weer enkele attracties stonden op gesteld en de mensen het rustig aan deden op bankjes en door te flaneren door het park. Daarna reden we verder richting Arslanbob.

Op de uitvalsweg maakten we een overtreding die aanleiding was voor de politie om ons staande te houden.  Van een verkeersbord of een doorgetroken streep op de weg was absoluut geen sprake, maar we hadden ingehaald waar dat niet mocht.  Boete 3.000 som.  Althans, daar werd me gedreigd.

In ons internationale rijbewijs deden we 250 som en we overhandigden het rijbewijs, waar ze niets mee konden, omdat ze dat nog nooit hadden gezien. Toen de agent het geld zag, keek hij in eerste instantie raar op.  Remco liet hem de pagina zien met z’n pasfoto en naam en de agent noemde de naam en de geboorteplaats op en daarna liep hij naar de achterbank van de auto om het geld uit het internationale rijbewijs op de achterbank te laten vallen.  Vervolgens kregen we de papieren weer terug en mochten verder rijden.

Het was nog een behoorlijk stukje rijden naar Arslanbob door een niet al te bijzondere vallei.  We zaten weer in de Ferganavallei, die landschappelijk gezien niet erg mooi is.

Tegen het einde van de middag kwamen we aan in Arslanbob, waar we in eerste instantie naar het kantoor van het CBT reden.  Daar kregen we een homestay toegewezen, die 1,5 kilometer uit het centrum lag.  We reden er heen en checkten in.  Daarna reden we terug naar het centrumpje, waar een kleine markt was. Daar kochten we iets te drinken. We reden weer terug naar de homestay om in de tuin van de homestay een plov geserveerd te krijgen. Onder het eten raakten we aan de praat met een Spaanse, de enige andere gast in de homestay.

Zaterdag 3 augustus 2019

We ontbeten op de kamer en daarna namen we de auto naar het ‘centrum’ van Arslanbob.   Arslanbob mag dan wel een klein plaastje zijn;  het is enorm uitgestrekt en de weg vanaf onze homestay naar het centrum (1,5 kilometer) was nu niet echt één van de meest spectaculaire ter wereld.  Vandaar dat we de auto namen. 

We parkeerden de auto in de schaduw en kochten op de ‘markt’ een vers brood voor de lunch en daarna begonnen we aan de wandeltocht.  Eerst naar de kleine waterval. Op de hoek van een straat zaten twee oude mannetjes op een bankje onder een boom. We vroegen of we een foto mochten nemen en dat vonden ze geen probleem.  Al snel daarna liepen we over een marktje dat de toegang tot de kleine waterval markeerde.  De verkoopsters waren nog bezig de goedkope, plastic rotzooi uit China (waar niemand op zit te wachten) uit te stallen.  Er was weer weinig variatie tussen de stalletjes.  Ook was het mogelijk om ballonnen lek te gooien met pijltjes.  Ook een subliem verdienmodel schijnbaar, want er waren vele kraampjes waar dat mogelijk was.

De eerste, kleine waterval was 25 meter hoog.  Hoe een klein stroompje zo’n brede waterval kan creëren. De Kyrgischische toeristen kwamen niet verder dan dit, maar wij begonnen pas echt aan de wandeltocht door het grootste walnotenbos ter wereld.  We liepen over paden die aan weerzijden werden gekenmerkt door houten wallen die het pad scheidden van de walnotenbossen.  Dit om te voorkomen dat het loslopende vee zich tissen de bomen op zou houden.

Het pad ging langs een uitzichtpunt vanwaar het zicht op Arslanbob en de bergen fantastisch was.  We liepen verder, steeds maar stijgend totdat na 12 kilometer het pad eindigde en overging in koeien- en paardenpaadjes.  En daar waren er tientallen van.  Nu was het nog 14 kilometer terug naar Arslanbob en het werden 14 minder prettige kilometers,  omdat het pad er of niet was of slecht was.

Tegen 18.00 uur kwamen we –na 9 uur wandelen (incl. pauzes) terug in Arslanbob. 

We aten in de homestay.  Heel verassend kregen we plov (rijst met een paar stukjes wortel en olie) en in dezelfde versie als de avond ervoor.  Echt een keukenprinsesje dat in de keuken staat.

Zondag 4 augustus 2019

We vertrokken na ons zelfgemaakte ontbijt vanuit Arslanbob.  Het was dezelfde weg terug naar de hoofdweg Osh-Bishkek, waar we afsloegen naar Bazar Kogon. Daar moesten we én op zoek naar een bank én op zoek naar eten, bij voorkeur in een supermarkt of zo.  Maps.me gaf wel een supermarkt aan in deze plaats.

We reden de plaats binnen en op de plek van de supermarkt (volgens maps.me) was de bazaar. Niet geheel gepland reden we met de auto door de straat die de bazaar vormt. We parkeerden de auto en gingen in eerste instantie op zoek naar wisselkantoortjes.  Die waren niet lastig te vinden, aangezien de koersborden voor de deur op straat staan.  Veel  vervelender was dat sommigen niet de geadverteerde koers hanteerden en anderen domweg geen euro’s wilden wisselen. Afijn, tegen een matige koers moesten we genoegen nemen bij een wisselkantoortje om toch maar aan Kyrgisische Som te komen.

7.500 som rijker en 100 euro armer konden we gaan shoppen. We kochten groente en fruit (de groente was vreselijk goedkoop en het fruit in verhouding vreselijk duur), waarbij we bij de groentevrouw in plaats van 5 Som wisselgeld 5 rode pepers kregen.  Later, in de salade, zou blijken dat ze niet van Nederlandse ‘kwaliteit’ waren; deze waren echt  scherp!

In de supermarkt, die we uiteindelijk toch vonden, kochten we 5 liter water, cola en yoghurt voor het ontbijt.  Deze yoghurt hoeft niet gekoeld te worden en is dus een uitkomst.

We reden richting Sary Chelek. Onderweg reden we letterlijk langs het prikkeldraadhek, dat de grens vormt met Uzbekistan.  Typerend was de weg naar Uzbekistan die er nog steeds was, maar niet meer gebruikt kon worden omdat er een grenshek overheen was gespannen.

Bij de afslag naar Sary Chelek sloegen we af en toen was het nog 100 kilometer meanderen door het landschap.  De weergoden waren ons vandaag minder gezind.  Het was (vanuit de auto bezien) zwaar bewolkt en toen we wilden lunchen aan de rivier, begon het zelfs licht te regenen en hoorden we het onweren in de verte.

We reden verder over een weg waarin keurige vierkanten gaten waren uitgesneden op plekken waar de weg slecht was.  Men was er echter nog niet aan toegekomen om de gaten ook weer met asfalt op te vullen, wat leidden tot een gelaveer over de weg op sommige punten.

We kwamen aan bij een hek, waar we ons moesten registreren.  ‘Pasport’ werd gevraagd en keurig werd ‘Remco’ als naam in het boek genoteerd.  Daarna mochten we verder rijden.  We reden langs de één na de andere yurt waar je kon overnachten. Bij het tweede hek, een aantal kilometers verder,  moesten we maar liefst 900 Som toegang betalen tot het nationale park. Voor Kyrgizie absurd duur.

We reden de laatste17 kilometer over een onverharde weg verder tot aan met Sary Chelekmeer.  We hadden iets idyllisch verwacht en niet een parkeerplaats vol met auto’s.  We parkeerden de auto en begonnen om 15.00 uur aan een 12 kilometer lange wandeltocht door de omgeving langs een aantal meertjes. Daar deden we iets meer dan 3 uur over. De wandeling volgde in eerste instantie de weg, om vervolgens af te buigen naar een minder begaanbare weg en vervolgens over te gaan in een paardenpad, dat volledig overwoekerd was door gras.  Minder prettig!

De meertjes waren aardig en de omgeving, gedomineerd door fruit- en walnotenbomen met een grote hoeveelheid aan bijenkasten, was schitterend.

Na de wandeling controleerden we ons direct op teken, omdat we hiervoor in Nederland waren gewaarschuwd én omdat we grote stukken hadden gewandeld door hoog gras.  Maar gelukkig geen teek te bekennen.

We maakten salade klaar en dronken een (helaas) lauw biertje om vervolgens er door de parkwacht op te worden geattendeerd dat we niet mochten overnachten in de auto bij het meer. We moesten terug. En dus reden we een stukje terug naar een uitzichtpunt waar we eerder langs waren gelopen.  Uit het zicht van de parkwachter en dan konden we toch in de auto overnachten.  Want dat was ons plan.

  1. We hebben nog nooit in een auto overnacht;
  2. We hebben nu een auto waar het in zou moeten kunnen
  3. We slepen al ruim twee maanden met slaapzakken, die we nu toch écht eens moeten gebruiken.

We parkeerden de auto bij het uitzichtpunt. ‘s middags had Marjolijn hier nog geplast en nu kwamen we erachter dat het ook de thuisbasis was van een stel Kyrgizen, die hier overnacht om overdag het gras te wieden en zo de hellingen te onderhouden en te voorzien in gras voor het vee voor in de winter.  We werden vriendelijk door de Kyrgizen begroet.

Op een gegeven moment stopte er een oude pick up truck. De mannen die er uitkwamen gaven aan dat we hier niet mochten overnachten . Dat mocht alleen in het guesthouse aan het meer. We deden net of we het niet begrepen. Uiteindelijk reden ze weg.

We maakten ons gereed voor de nacht en verdwenen in onze slaapzakken in de auto. We hoorden een auto aankomen en het bleek dezelfde pick up truck te zijn, maar deze reed door.

Maandag 5 augustus 2019

We werden rond 07.00 uur wakker. Onze ‘buren’ waren al lang wakker.  We maakten ontbijt op het bankje dat op het uitkijkpunt stond en daarna ruimden we de slaapzakken op en maakten de auto gereed voor vertrek.  We reden terug naar het Sari Chelekmeer, waar we –naast de permanente bewoners die de boel daar aan kant houden-  de enigen.  In de heuvels waren al wel weer de ‘grasmaaiers’ aan de slag.  Met z’n drieën op een rij, ontbloot bovenlichaam. Wat een berenklus, zeg!

We liepen over de paden die langs de waterkant liepen naar diverse uitkijkplekken. De hemel was weer vriendelijk, namelijk onbewolkt en het ochtendlicht was precies goed.  We namen enkele foto’s en namen daarna afscheid van het meer.  We reden de 17 lange kilometers over de onverharde weg terug naar het toegangshek, dat keurig voor ons werd geopend toen we kwamen aanrijden.  Geen gezeur meer, dus, van de parkwachters.

We reden dezelfde weg terug tot aan de splitsing met de weg Bishkek – Osh en daar sloegen we linksaf richting Bishkek.  De bergen waren ruig, kaal en veelkleurig. Geen sneeuw meer op de bergen, want we zitten veel te laag.  Wel waren er meerdere geschakelde stuwmeren met schitterend turquoise water. We stopten op diverse plaatsten om foto’s te maken.  We passeerden enkele korte tunnels, wat tamelijk onprettig was, omdat ze niet verlicht waren.

We gooiden de benzinetank vol nadat we een tolhuisje waren gepasseerd.  We moesten maar liefst 350 som aftikken voor het gebruik van de weg. Bij een somsawinkeltje langs de kant van de weg kochten we twee somsa’s, die nog warm waren.

We reden verder en het landschap veranderde.  De kale, ruige bergen werden groener en de weg begon te stijgen.  We reden een pas over en daar zagen we in de verte het Totokulmeer liggen.  Dit enorme, kunstmatige (stuw)meer was ook weer schitterend turquoise, groen van kleur. Op sommige plekken was er stroming, maar op andere plekken was het water superglad, waardoor de witte bergen op de achtergrond weerspiegelden in het meer. Het was een schitterend gezicht, dat vast niet terugkomt in een foto.

We moesten een heel eind omrijden naar het plaatsje Totokul. De weg volgt de oevers van het meer, dat enorm lang is (40 kilometer tot het einde van het meer en dat ook weer aan de andere kant van de oever terug).

In Totokul kochten we wat te drinken en een bounty en biertjes voor ’s avonds en daarna vervolgden we onze weg.  In Toktokul was het 36 graden en er is niets te doen en we waren er rond 15.00 uur.  Om die reden besloten we verder te rijden.

Na Toktokul werd het nóg mooier.  De weg steeg weer en we reden een hele tijd over een bijna kaarsrechte weg over een hoogvlakte met aan beide zijden bergen (rechts van de weg, aan de noordflank, lag er nog sneeuw op de toppen) en verder groene heuvels met honderden yurts en vele malen meer koeien, schapen en paarden.  Op een gegeven moment was het zo erg dat de omgeving doordrongen was van de urineluchten van de beesten. Maar de omgeving was schitterend.

Bij een van de weinige afslagen sloegen we rechtsaf en gingen we op weg naar Kyzyl-Oi, in de richting van Song kul. De weg begon als een onverharde weg, maar ging later over in een geasfalteerd stuk, dat helaas maar van korte duur was.  Het grootste deel van de 60 kilometer van de afslag naar Kysyl-Oi was onverhard. Dit belette ons niet om er met zo’n 60 a 70 kilometer per uur over heen te denderen, een enorme stofwolk achter ons latend. De vallei waar we nu doorheen reden, gevolgd door een kloof was ook weer erg mooi. Veelkleurige bergen en de mooie rivier, die we steeds volgden, door de kloof.

We kwamen in het plaatsje Kysyl-Oi, waar ……  een verkeerslicht stond! Speciaal voor voetgangers was er een verkeerslicht geplaatst en dat in een plaatstje met zo goed als geen verkeer. Waarschijnlijk gefinancierd door de Europeese Unie.

We checkten in bij homestay Elvira, dat een gids in Tajikistan ons had aangeraden. Er was een wasmachine aanwezig, die we maar direct in werking zetten. Anderhalf uur later waren we weer voorzien van schone kleding.

Er werd geen diner geserveerd, maar we hadden zelf al groente gekocht en op aanraden van Elvira zelf kochten we bij de buren (buurtwinkeltje) en chinees noedelsoepje; een driesterren diner.

Dinsdag 6 augustus 2019

We ontbeten in het zonnetje dat net boven de bergen uitkwam en op ons ‘balkonnetje’ scheen. De wasgoed had de hele nacht buiten gehangen, maar was nog niet droog.  We pakten de spullen in en vertrokken.  We reden eerst de 500 meter terug naar het CBT kantoor (Community Based Tourism).  Daar voegen we naar de weg naar Son Kul en naar de mogelijkheden om voor die tijd nog inkopen te doen.

Voor het CBT Kantoor was een voetgangersoversteekplaats met een verkeerslicht.  Daar moesten we natuurlijk even gebruik van maken, maar het knopje om het verkeerslicht te activeren was aan de overkant van de straat.  Dus eerst even door rood de straat oversteken, om met groen licht terug te keren.

We reden door een schitterende kloof richting het plaatsje Aral.  Opvallend waren de vele begraafplaatsen in ‘the middle of nowhere’, waar enorme bouwwerken uit baksteen de graven markeerden. We zagen een enorme roofvogel op een steen zitten, maar toen we achteruit reden vloog íe helaas weg.

In het plaatsje Aral werd de weg beter.  Hier hebben de Chinezen een weg aangelegd en hier ligt dan ook supelglad asfalt.  Na enkele kilometers ging de weg weer over in Kyrgischisch asfalt, dus weer hobbelen en schudden.

In het plaatsje Chaek wisselden we 100 euro voor 7750 Som en kochten we yoghutjes, fruit en groente voor een in Son Kul, waar niets te verkrijgen zou zijn, buiten wat de yurtkampen zelf verkopen. Ook gooiden we de benzinetank vol.

In het plaatsje na Chaek sloegen we rechtsaf en de lange route over de onverharde weg volgde. In eerste instantie konden we nog met zo’n 70 kilometer over het gravel rijden, maar na verloop van de kilometers (na zo’n 30 kilometer) werd de vallei smaller en vormde zich weer een kloof waar we doorheen moesten, naast de rivier.  De snelheid ging eruit en al snel volgde de klim. We moesten een pasje over en op dat stuk ging er iets volledig verkeerd.  We raakten een steen, die schijnbaar een gat had geslagen in de carterpan van de auto.  De oliedruk viel weg en ook de druk op de remmen. Op de handrem reden we langzaam naar beneden en we hielden halt ter hoogte van een yurt.  De auto was er volledig mee gestopt op één van de meest onmogelijke plekken in Kyrgizie; ver van de bewoonde wereld en geen mobiel netwerk beschikbaar.

We liepen naar de Yurt, waar alleen de zoon (9 jaar) en de dochter (15 jaar) aanwezig waren.  Beiden leken veel jonger dan dat ze eruit zagen.  Ze waren ieler en kleiner dan de meeste kinderen van die leeftijd in het Westen.  Het meisje, Aziza,  sprak nog wel twee woordjes Engels.  Al snel werd ons duidelijk dat vader in de mijn aan het werk was en de moeder bij de uren was – de volgende yurt enkele honderden meters verderop.  Aziza bood ons Chai aan en we probeerden iets te converseren.  Veel verder dan naam en leeftijd kwamen we niet. Oh ja,  en dat we op de terugkeer van vader moesten wachten voor een oplossing.

Ondertussen doodden we de tijd met het gooien van kiezelsteentjes op een grotere steen.  In één keer raak was één punt en Aziza en Remco speelden fanatiek.  Toen haar broertje op een paard terug kwam van het halen van de geiten uit de bergen, werd het werpen op een steen vervangen door het stukgooien van lege flessen Wodka, die he en der in het landschap verspreid lagen. Op zich geen goed idee om in de natuur glazen flessen kapot te gooien, maar met z’n drieen hadden we eventjes lol.  En na de lol ruimden we met z’n drieen de glasscherven netjes op.

 Twee auto’s passeerden ons, maar geen van beide kon ons slepen naar de yurtcamps aan het Son kolmeer. Een van de twee auto’s as een bus met Italiaanse toeristen, die naar Son Kul werden gebracht.  Die vonden het wel erg sneu voor ons. De auto’s vertrokken en wij bleven radeloos achter.

Na een half uur zagen we de bus weer terugkeren.  De super sympatieke chauffeur had de moeite genomen om de 27 kilometer van Son kul terug te rijden met een sleepkabel om ons te ‘redden’. Hij had een bijrijder mee en die vaker had gereden in een gesleepte auto  en we accepteerden zijn aanbod om onze huurauto te besturen, terwijl de sympatieke rus de bus bestuurde.

We werden afgezet bij een yurt camp, waar de eigenaar werd opgetrommeld met z’n telefoon.  Hij reed ons een meter of 500 vanaf het yurtcamp de heuvel op, waar hij met z’n 15 jaar oude Nokia wél mobiel netwerk kon hebben, terwijl de nieuwste mobieltjes géén bereik hebben.  We belden met Oibek om het probeem te bespreken en ietwat vaag spraken we af dat de yurtcamp eigenaar een monteur zou bellen om het probleem te verhelpen.  Maar wij waren er helemaal niet gerust op dat het probleem kon worden verholpen, aangezien het gat in de carter best fors was.  Hiervoor zou je of lasapparatuur moeten hebben of een vervangend onderdeel.

Marjolijn maakte de salade, terwijl Remco de auto gereed maakte voor de nacht en terwijl de zon onder ging, met mooie kleurschakeringen, werd een camp verder de autoradio hard aangezet en hoorden we ‘The final countdown’ en diverse nummers van Queen door de omgeving schallen.

We namen plaats in de slaapzakken en staarden nog een tijdje naar de sterren.  We waren te onzeker over wat zou volgen met de auto in een omgeving waar we de mensen nauwelijks (zeg maar niet) konden verstaan en er geen mobiel netwerk was.  Gelukkig waren er wel toergidsen die het Engels wel machtig waren en die konden tolken.

Woensdag 7 augustus 2019

Na een ietwat onrustige nacht als gevolg van de onzekerheid waarmee we nu geconfronteerd werden met de auto, waardoor we wat vaker wakker zijn geworden dan normaal tijdens een nacht, werden we rond 8.00 uur wakker. Het voordeel van ’s nachts wakker worden in een auto is dat je wel heel goed zicht hebt op de sterrenhemel, dus ieder voordeel heb z’n nadeel, zou Johan Cruijff zeggen.

We begonnen de dag met het overwegen wat we moesten gaan doen.  We waren er beiden van overtuigd dat ons laten wegslepen naar Kochkor geen optie was; te ver en met remmen die niet op oliedruk werkten een hachelijke zaak als we lang zouden moeten afdalen.

Remco ging meteen op zoek naar een mogelijkheid om weg te komen en zag toeristen met een jeep.  Toch maar proberen of slepen een optie zou zijn, maar dat had geen kans. Wel werden we naar de weg gesleept, omdat het dan eenvoudiger zou zijn om passerende auto’s aan te houden en te vragen of ze ons mogelijk zouden kunnen slepen. En dus sleepte iemand ons de 100 meter naar de weg toe.  We mochten de sleepkabel houden.  Een eerste overwinning, want in onze huurauto was geen sleepkabel aanwezig en vrijwel niemand van de passerende auto’s had een sleepkabel bij zich.

En zo stonden we enkele uren op de onverharde weg.  Auto’s passeerde wel, maar niet in de richting die wij op wilden.  We vroegen de yurt-eigenaar om ons te brengen naar de plaats waar enig mobiel bereik was. Eerst moest wel onze Beeline SIM-kaart in zijn oude Nokia worden geplaatst, wat lang duurde, omdat onze micro SIM-kaart eerst in de adapter moest alvorens in de oude Nokia van 15 jaar terug te kunnen worden geplaatst.  De Yurt-eigenaar nam ons mee in z’n jeep een meter of 500 de heuvel op.  Zijn zoontje reed mee en zong vrolijk mee met de muziek op de radio, die vooral niet zachter mocht worden gezet.

Op de specifieke plaats waar mobiel bereik was, stond oma op een ezel druk te telefoneren.  De Yurt-chauffeur ging ongeduldig achter haar staan wachten en jaagde haar een beetje op om één meter verder bereik te zullen hebben.  Oma ging – op d’r ezel- een meter aan de kant.

We belden met Oybek en hij was akkoord dat we ons zouden laten slepen naar Kachkar.  Vervolgens was het wachten en wachten op een auto.  Plots kwam er een auto aan.  Twee Engelse toeristen, waarvan de mannelijke helft ervaring had met autopech, wijzigden hun plannen voor die dag en besloten om ons een kilometer of 20 (van de 100) te slepen. Op zich ging dat redelijk, maar zeer langzaam en op een gegeven moment gaven zij ook aan dat de weg over de pas niet echt een aanrader was om te slepen en ze boden ons aan om ons naar Kachkar te brengen.  Zij zouden dan zelf verder rijden naar Issy Kol.  Na enkele overwegingen besloten we niet langer vast te houden aan het bij de auto blijven en hun aanbod te accepteren.

Door een schitterende omgeving, maar totaal niet geschikt om te worden gesleept in een auto zonder rembekrachtiging, reden we naar Kochkor, waar we rond 17.30 uur aankwamen.  Michael en Rebecca brachten ons naar het hotel dat Oybek –na telefonisch contact-  had opgegeven, omdat de eigenaresse Engels zou spreken en voor hulp zou kunnen zorgen.

De man van de eigenaresse deed absoluut zijn uiterste best om ons te helpen.  In anderhalf uur tijd belde hij het ene na het andere bedrijf die ons zou kunnen helpen.  Van een sleepdienst in Kochkor naar een sleepdienst in Bishkek tot aan een lokale monteur.  Die laatste bleek met 7.000 som de meest voordelige optie te zijn.  Slepen vanuit en naar Bischkek zou zelfs 19.000 som kosten en daarna nog de reparatie. 7.000 som was dan een hoop geld, maar dan zou de auto ook gerepareerd zijn ook. We gingen eten bij het Retro restaurant, dat zo’n beetje schuin tegenover het hotel lag.  Er zaten alleen maar toeristen.  Zoveel toeristen zijn we nog niet in de hele Kyrgiziereis tegengekomen.  Het eten was best redelijk (of zijn we inmiddels al snel tevreden?)