Nieuw-Zeeland 2019

Donderdag 5 december 2019

Nou, er zaten geen kanootjes in onze stinkschoenen toen we om 04.45 uur wakker werden. Buiten was het nog donker en waaide het nog steeds. Vannacht bleef het waaien en soms waren er behoorlijke windvlagen die we goed konden horen vanuit ons bed.

We kleedden ons aan en reden daarna naar de luchthaven. Om 05.05 uur lieten we de auto achter op de parkeerplaats van Bargain rental cars op de luchthaven en checkten we in bij de balie.  De self check-in machines negeerden we.

Bij de balie deed de grondstewardess moeilijk. Ze wilde onze e-visa bevestigingen zien en het uitreisticket vanuit Nieuw-Zeeland. Het was even diep graven in de emailbox naar de bevestigingen, maar toen we die toonde, keek ze er niet erg naar. Puur een formaliteit, dus.

We liepen de 20 meter verder naar de bagagecontrole, waar we eruit werden gepikt voor een steekproefcontrole op explosieven.  We waren de enigen op dat moment, dus echt ‘eruit gepikt worden’ was het niet, zoals de medewerker zelf al zei.

Na de controle op explosieven liepen we naar het röntgenapparaat. Daar moest de rugzak van Remco drie keer door de machine voordat de dame achter het apparaat eindelijk begreep wat ze zag. De rubberen hamer waarmee we de haringen vastzetten, mocht niet mee het vliegtuig in. Gek genoeg wel onze wandelstokken, het statief de selfi stick en onze 28 cm koekepan. Met die laatste zou je och ook iemand behoorlijk kunnen raken, of niet?

De vlucht naar Sydney in een oud toestel, een Boeing 717-200 van Quantas Link, verliep soepel.  Een klein snackje en een kopje koffie aan boord en na anderhalf uur landden we in een zeer mistig Sydney. Tijdens de landing zagen we de bosbranden ten zuidoosten van Sydney en de wind stond ongunstig, namelijk in de richting van Sydney.

Om 08.20 uur stonden we aan de grond en op de boarding pass stond dat we om 08.40 uur al moesten boarden voor de vlucht naar Christchurch. Maar eerst werden we met de bus van terminal 2 (domestic) naar terminal 1 (international) gebracht, waar we door de immigratie moesten.  De paspoorten werden (weer) niet geaccepteerd door de machine en dus moesten we gewoon naar een bemande balie. Al snel waren we de immigratie gepasseerd en zat het Australië-avontuur erop. Door de douane, waar de bodyscan bij Remco natuurlijk weer geen groen licht gaf. Dat is namelijk nog nooit gebeurd, waar ook ter wereld, waarmee deze apparaten zichzelf overbodig maken.

We kochten in de taxfree deel van de luchthaven een nieuw micro sd-kaartje van de laatste dollars die Marjolijn op het allerlaatste moment nog uit d’r portemonee haalde en daarna liepen we naar de gate. De luchthaven van Sydney is behoorlijk slecht bewegwijzerd en het zoeken naar de juiste gate is niet makkelijk, omdat de gates niet opeenvolgend genummerd zijn. Zo moesten we naar gate 56, die zich bevond in het deel van de gates 61 t/m 65.

Bij de gate weer gezeur. Of ze ons ticket vanuit Nieuw Zeeland konden zien. Toen we meldden dat dat ook al in Hobart was gevraagd, werd gezegd dat er niets in het systeem stond. In Hobart was dit niet geregistreerd.

Het toestel van Air New Zealand was een A321. Een modern toestel, want er was zelfs gratis Wifi aan boord. Hoewel we na zoveel vluchten inmiddels de veiligheidsinstructies kunnen dromen, was het dit keer verrassend leuk! In plaats van altijd maar die goedkope veiligheidsfilmpjes -of nog erger annimatiefilmpjes- hadden ze er bij Air New Zealand écht iets van gemaakt. Google maar eens. Leuk om te zien.

Eenmaal in de lucht gedroeg Air New Zealand zich niet als een trotse nationale maatschappij, maar gewoon als één van de vele lowbudgetmaatschappijtjes; een chronisch gebrek aan service.

Nieuw Zeeland vanuit de lucht net voor de landing
Nieuw Zeeland vanuit de lucht net voor de landing
Nieuw Zeeland vanuit de lucht net voor de landing

Toen het vliegtuig aan de gate stond op de luchthaven van Christchurch, zagen we dat onze rugzakken als eerste vanaf de lopende band vanuit het toestel op de bagagekar werden geladen. Slechts een paar tassen en koffers verlieten het toestel via de transportband; de rest van de bagage zat in containers (veel efficiënter). Dat onze spullen niet in de container zaten, had waarschijnlijk te maken met de korte overstaptijd die we hadden op Sydney.

Voordat we door de douane gingen kochten we een SIM kaartje bij Vodafone, dat netjes naast een standje van Spark telecom staat. Voor de douane scheelt dat 15% BTW. We kochten 10GB voor $49 en het tegoed is twee maanden geldig. Dat was veruit de beste deal.

Bij de immigratie ging het dit keer….. verrassend soepel! We moesten ons paspoort in een machine stoppen, waarna het eerste poortje openging. Tussen het eerste en het tweede poortje werd een foto van ons gemaakt en ook dat ging in één keer goed, waarna het tweede poortje openging en we in Nieuw Zeeland stonden.  Onze bagage was intussen van de band gehaald en lag naast het carrousel. De bagagekarretjes waren (anders dan in Australië) gratis en we reden met de bagage naar de douane, waar we al van tevoren wisten dat we daar gezeik zouden krijgen, omdat we een tent bij ons hadden. Dat hadden we netjes op het douaneformulier vermeld en ja hoor… we moesten door de ‘Red lane’. De tent moest naar het laboratorium en na zo’n 10 a 15 minuten kregen we die als een hoopje oude doeken terug. De tent hadden ze even gestofzuigd.  “Hebben jullie nog andere dingen die aangegeven hadden moeten worden?”, vroeg de doanière. “Onze hardloop/wandelschoenen”, zeiden we.  Een Duitse man had op twee meter van ons gestaan.  Hij was met ‘vieze’ schoenen het land binnengekomen en had die niet aangegeven. Hij was zich daar niet van bewust geweest. Hij kreeg direct 400 NZD boete. Dat risico wilden we niet lopen en dus zeiden we dat we nog andere wandelschoenen hadden, maar daar waren ze niet in geïnteresseerd.  De bagage moest daarna alsnog door de röntgenscanner, maar die gaf gelukkig groen licht en toen konden we echt Nieuw Zeeland betreden.

We belden met het autoverhuurbedrijf, die een shuttlebus stuurde en na een half uurtje hadden we een oude Nissan Tiida met 204.000 km op de teller.  Niks cruise control, niks bluetooth. Gewoon een radio met cd-speler erin. Maar welke toerist neemt nu nog cd’s mee?

We reden naar de Top 10 camping in Christchurch.  7,5 kilometer rijden vanaf de luchthaven, maar we stonden direct in de file. Op de camping konden we een plekje uitzoeken op een enorme grasweide, waar maar een paar plaatsjes bezet waren. En zodoende stonden we vrij alleen op een groot stuk gras.  De keuken was recentelijk vernieuwd en zag er verzorgd uit, maar de badhokjes waren niet erg groot. En als het druk is op de camping, dan zijn de plaatsen ook niet erg groot.

We reden naar de supermarkt en kochten weer van alles wat we nodig hadden voor het kamperen en daarna maakten we ons maaltje op de camping en aten we het lekker op aan een picknicktafeltje in het zonnetje.

Vrijdag 6 december 2019

Na het ontbijt reden we naar Akaroa, het schiereiland bij Christchurch. Het weer was niet onaangenaam maar er hing wel wat bewolking. Even voor Akaroa ligt het plaatsje Little River, waar we bij het ‘informatiebureautje’ vroegen wat we het beste konden doen. De dame gaf aan dat een paar baaitjes mooi waren om te bekijken en natuurlijk het dorpje Akaroa en enkele uitzichtpunten.

Akaroa Peninsular
Akaroa Peninsular
Akaroa Peninsular

We reden in eerste instantie naar het dorpje Akaroa. Eén winkelstraatje groot met opvallend genoeg veel winkels die een linkt leggen met Frankrijk (??). Zo zie je de Franse vlag ook wapperen aan sommige vlaggenstokken. Bij een French backery kochten we een meergranen stokbrood en bij de supermarkt melk en beleg en we lunchten vlakbij de pier aan de waterkant. Langzaam kwam er meer bewolking opzetten en dat was jammer.

Huisje in het dorpje Akaroa
Huisje in het dorpje Akaroa
De pier in het dorpje Akaroa

Na de lunch liepen we wat door het dorpje. Op het cricketveld was wit tegen zwart aan het spelen en we keken eventjes naar het spel. Bij een leuk houten kerkje lagen –heel opvallend- allemaal rugzakken van backpackers voor de deur. Wij gingen er niet naar binnen. We liepen nog naar een tweede pier, waar de boten vandaan vertrekken die je voor veel geld naar de dolfijntjes brengen.

We reden verder over het schiereiland.  We namen de “tourist drive” die overduidelijk staat aangegeven, maar verlieten die en reden naar Okains Bay. Die tip hadden we in Little River gekregen van de dame van het informatiebureau. De baai was mooi, maar het zicht op de baai werd nog beter toen we vanaf Okains Bay naar Little Akaroa reden.

Akaroa Peninsular
Akaroa Peninsular
Akaroa Peninsular

We reden terug naar Christchurch en het weer werd steeds beter. De bewolking trok weg en een waterig zonnetje kwam er voor terug.  We reden naar een camping in South New Brighton, dat zich op een smal schiereiland bevindt. We hoorden de hele nacht de zee ruizen.

Zaterdag 7 december 2019

Om 8.15 uur waren we de eersten op ons veldje die wakker waren. De personen in de andere twee tentjes en twee campers lieten zich nog niet zien. We douchten, braken de tent op, ontbeten in een waterig zonnetje en daarna begaven we ons op weg naar Hanmer Springs.

Voor wat betreft ons avontuur op het zuidereiland hadden we ingepland om de route kloksgewijs te volgen, maar gisteravond hoorden we Nederlandse meiden, die met een camper onderweg waren, dat het weer aan de westkust zó dramatisch was (geweest), dat we gisteravond het internet hadden geraadpleegd voor wat betreft de weersverwachtingen. Diverse websites gaven min of meer hetzelfde aan: redelijk weer in het noorden en regen in het zuiden van het zuidereiland. En dus besloten we vanochtend om niet naar het zuiden af te reizen, maar het avontuur anti-klokwijs te gaan ervaren.

De lucht richting het zuiden was egaalgrijs en naar het noordoosten nog licht, maar met hoge bewolking, waar de zon nog wel doorheen kwam.  We reden om Christchurch heen en namen de weg naar Kaikoura. We reden door enkele plaatsjes, waar het vooral opviel dat de eerste kerstbomen te koop werden aanegboden, en door veel weilanden.

Nadat we wegnummer 7 richting de Lewis Pas / Hanmer Springs hadden genomen gingen we meer westwaarts en (dus) richting het slechte weer en het duurde niet lang voordat de eerste spetters op et voorruit belandden. Het bleef gelukkig bij enkele spetters en de ruitenwissers hoefden niet eens aan. Onderweg las Marjolijn ons reisverhaal van 15 jaar geleden op, namelijk dat we in Hanmer Springs op de top 10 camping hadden gestaan die erg kleine plaatsjes had en beperkte faciliteiten. Toen we in Hanmer Springs waren, keken we natuurlijk even op de Top 10 camping, maar daar was in 15 jaar tijd niet veel veranderd. Nog steeds waren de plekjes inieminie.

We kochten bij de supermarkt drie pies en we besloten om eerst de Lewis Pas te rijden, omdat het weer nog ‘redelijk’ was. Dus reden we de 9 kilometer terug naar de hoofdweg en vervolgden we de route naar de Lewis Pas. Maar al snel begon het écht te regenen en kwamen we tot de conclusie dat doorrijden zonde van de tijd en van de benzine was en we keerden terug naar Hanmer Springs. We parkeerden de auto, stopten de zwemspullen en handdoek in een tas en liepen naar de hot springs…. Inmiddels in lichte regen. Het regende in Hanmer Springs minder hard dan op weg naar de Lewis pas.

Rivierbedding langs de Lewis pas
Omgeving Hanmer Springs
Nieuwsgierige koeien kijken hoe wij nieuwsgierig naar hen kijken

We kochten tegen absurde prijzen twee kaartjes voor de hot springs (35 dollar per persoon). We kleedden ons om en liepen in de regen naar de dichtstbijzijnde poel, die een aangename temperatuur had tussen de 38 en de 40 graden. Er hing boven een deel van de pool een enorme parasol, waardoor we niet in de regen hoefden te zitten.  We zaten nog maar net in de pool en het begon te bliksemen en te donderen en harder te regenen. Afijn, wij zaten lekker warm.

Na een uurtje regen en onweer gebeurde waar we niet op hadden gerekend; er ontstonden blauwe plekken in de bewolking en die werden alleen maar groter. De regen hield op en het zonnetje verscheen.

Badderen in hot spring in Hanmer Springs
Badderen in hot spring in Hanmer Springs
Badderen in hot spring in Hanmer Springs
Zwemkledingcentrifuge. Briljant!

Na drie uur te hebben gebadderd in diverse poelen van diverse temperaturen (van 36 tot en met 42 graden, waarbij die laatste best wel warm is) besloten we om de tent maar op te zetten op een camping net buitenHanmer Springs en alsnog de Lewis Pas te rijden.

We reden naar het Hanmer Springs forest camp, dat zich met name richt op schoolgroepen. Er waren grote accommodaties, die vrijwel allemaal leeg stonden en de camping –een enorm grasveld met enorm grote plaatsen- was zo goed als leeg.  Er was een grote keuken en eetgedeelte en we waren meteen tevreden.  We zetten de tent op en daarna reden we terug naar Hanmer Springs om inkopen te doen voor het avondeten en daarna reden we richting de Lewis pas.

De route langs een brede, snelstromende, bruine rivier was spectaculair. Het weer was heel redelijk. Er was hele hoge bewolking, waar een waterig zonnetje doorheen scheen, maar gelukkig geen regen. We reden 60 kilometer, keerden en reden dezelfde weg terug.

Op de camping maakten we voor het eerst in 7 maanden bloemkool. Best lekker!

Zondag 8 december 2019

We ontbeten in de ruime woonkamer bij de campingkeuken en daarna reden we naar Kaikoura, dat 150 kilometer verderop lag. De route ging voornamelijk door veeteeltgebied en dat werd overheerst door koeien in plaats van de te verwachten schapen.

In tegenstelling tot wat de weersvoorspellingen hadden gezegd, had het vannacht niet geregend en was het vanochtend ook droog gebleven, maar eenmaal in Kaikoura veranderde de hemel van kleur. Bij de New World supermarkt kochten we lunch, want we zouden in Kaikoura een 3 uur durende wandeling langs de kust maken.  Voor de zekerheid reden we even langs het toeristenbureau, want in de supermarkt hoorden we mensen spreken over ‘road closures on the west coast’ en ‘bridges that had been washed away’. Ook de agent in de politiewagen die op het parkeerterrein van de supermarkt stond had gemeld dat er hevige regenvalk is aan de westkust, nadat we hem hierover hadden gevraagd.

Bij het toeristenbureau in Kaikura kregen we in ieder geval twee tips voor wat betreft een weer-website en een website voor de situatie op de wegen. Én we kregen natuurlijk uitleg over de wandelroute langs de kust. We gingen wandelen. De eerste 50 minuten waren niet zo bijzonder. Die waren tot aan de laatste parkeerplaats bij de start van het kustpad. Vanaf de parkeerplaats volgden we de kustlijn en liepen langs diverse zeehondenkolonies. De beesten lagen vrijwel allemaal te slapen op de rotsen.  Een paar mannetjes liet van zich horen als mensen te dichtbij kwamen.

De kustlijn was bijzonder in die zin dat deels pas drie jaar oud is zoals die nu is.  Tijdens de hevige aardbeving van 13 november 2016 is de zeebodem bij Kaikoura twee meter omhoog gekomen en dat bleek wel aan de kust.  De rotsen / zeebodem direct onder het wateroppervlak was nog vrij wit. De kleur van de rotsen is nog niet aangetast door weersinvloeden etc.

Na een paar kilometer konden we een paadje naar boven lopen en kwamen we op het ‘officiele’ wandelpad / kustpad, dat we terugliepen naar Kaikoura.

We kochten een ijsje en daarna reden we naar een camping nabij Blenheim. Onderweg waren zeer veel wegwerkzaamheden. Allemaal (nog steeds) herstelwerkzaamheden van de enorme aardbeving van –inmiddels- al weer drie jaar geleden. Het weer was inmiddels aan het opknappen en na een laatste enorm grote boze wolk waar verder geen neerslag uit kwam reden we een gebied in met blauwe luchten en hier en daar een wolkje.

Maandag 9 december 2019

We ontbeten in het zonnetje na een heerlijk rustig nachtje. Na het ontbijt reden we naar de ferryhaven van Picton, waar ook de kantoren van de autoverhuurders zitten.  De auto was na vier dagen gebuik vies en we wilden een ander, een schone.  Nee, de echte reden was dat we het zeer sterke vermoeden hadden dat de uitlaat lek was. Dit uitte zich in een zeer sportief geluidje (voor de vrij burgerlijke Nissan Tiida) bij het optrekken, maar ook de stank van uitlaatgassen aan de zijkant van de auto. Het omruilen van de auto was echter geen probleem; het overpakken van de spullen was nog het meeste werk.

De houthaven in Picton
Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound

In Picton is een Nederlandse bakker en daar haalden we belegde broodjes en een pie voor de lunch en daarna begaven we ons via de Queen Charlotte drive –een toeristische route langs de kust- naar Nelson. Al direct buiten Picton was een eerste uitzichtpunt en vanaf dat punt keken we uit over de houthaven. Ontzettend veel stammen lagen op dezelfde lengte afgezaagd te wachten op transport. We zagen de trucks met de stammen binnen komen rijden en uitgeladen worden.  We wisten niet dat dit gebeurde door een grote machine met één grijpmond, die in één hap de volledige lading van een truck haalde. Dit ging niet altijd in één keer goed. Soms werd de truck of de aanhanger in z’n geheel opgetild. Aan de kade lag een Chinees schip.

We reden verder. De weg langs de kust was één grote slingerpartij. Er waren meerdere uitzichtpunten over de Queen Charlotte Sound en die is echt schitterend. Het weer was top en dat speelde ook mee. Bij de I-site in Picton hadden we navraag gedaan over de mogelijkheden in de omgeving van Picton en daar had de dame achter de balie gezegd dat veel mensen ook de Queen Charlotte drive het schiereiland op namen en we besloten om dat ook te doen.  Dat bleek echter niet zo’n goede keuze en dat kwam doordat er geen plekken waren waar we van het uitzicht konden genieten. Zestien kilometer lang kronkelde de weg zich met aan weerzijde hoge begroeing en w ebesloten maar om weer om te keren.

De weg naar Nelson werd helaas gekenmerkt door kale berghellingen. Vele bomen waren al gekapt en een groot aantal zal waarschijnlijk nog tegen de vlakte gaan met een enorme kaalslag tot gevolg. Erg jammer van de omgeving en waarschijnlijk niet een goede keuze om je land kaal te kappen voor de Chinezen.

In Nelson gingen we weer naar de I-site (toeristenbureau) en boekten we een boottocht van Marahau naar Bark Bay in het Abel Tasmanpark en kochten bij de Woolworths spullen voor het avondeten en ontbijt. Daarna reden we naar Takaka. Onderweg begon het licht te regenen. Na Morueka moesten we over de Takaka Hill. Die weg wordt tegenwoordig op een klein deel geregeld door verkeerslichten. In drie (van de oneindig veel) bochten is de dalzijde van de weg weggeslagen door de overvloedige regen die er ooit is gevallen en is de weg verworden tot een éénbaansweg.  De wachttijd voor het verkeerslicht wordt aangegeven op een bord en kan oplopen tot 12 minuten.  Gelukkig hoefden wij maar een minuutje te wachten. De weg kronkelde over de Takaka Hill en aan de kant van Takaka keken we schitterend uit over het dal.

In Takaka reden we in eerste instantie naar een camping even buiten het stadje, omdat die een hogere beoordeling kreeg dan de camping in het stadje zelf, maar wij vonden de camping helemaal niets. En dus zat er niets anders over dan naar de camping in Takaka zelf, omdat we niet naar de overpriced Top 10 camping wilden.  De beoordeling van de camping in Takaka was maar 2 sterren en in de reviews werd gesproken van een crumpy old woman als eigenaar en een very unfriendly land lady.  Inderdaad was ze niet geboren om als gastvrouw te functioneren, maar op de camping zelf was verder weinig aan te merken. De grasplaatsen waren strak gemaaid en de campingkeuken was basic, maar functioneel. De douches waren –heel apart- in losstaande cabines met toilet en wasbakje; vier stuks in een vierkant.

’s Avonds raakten we aan de praat met een stelletje Fransen. Die worden tegenwoordig steeds vaker geëxporteerd en kunnen steeds beter Engels spreken.

Dinsdag 10 december 2019

Nadat we de tent hadden ingepakt reden we naar Totaranui. Vanuit Takaka een afstand van 35 kilometer, maar waar we wel een drie kwartier over deden, omdat de weg mega bochtig was. De laatste 10 kilometer ging over een onverharde weg die één auto breed was op veel plekken.

Zicht over de kust vanaf een uitkijkpunt
Schitterende kust van het Abel Tasmanpark
Zeehondje op een verder verlaten strand

Op de DOC camping in Totaranui parkeerden we de auto en vroegen we bij de rangers office of we nog met bijzonderheden rekening moesten houden, maar dat was niet het geval. We begonnen kloksgewijs aan de wandeling en we hadden dus de klim naar Gibbs hill (405 meter) als eerste. Daar waar de autoweg enorm langs de berghellingen kronkelt, zo vrijwel rechttoe rechtaan was het wandelpad naar boven. Het pad was onverhard (natuurlijk) en had duidelijke sporen van stomend water, die diepel geulen had gesleten in het pad. Eenmaal bij Gibbs Hill kregen we de eerste mooie vergezichten op de Wainui Bay. Wat een beetje jammer was, was dat er weinig punten waar je een beetje uitzicht had. De vegetatie was te hoog en te dik op de meeste plekken voor vergezichten.

We daalden af door een bos en kwamen uit bij de Whariwharangi camp site. Er stonden geen tentjes, maar er was we een hut. Bji de I-site in Picton hadden we te horen gekregen dat een overnachting in een slaapzaak  in zo’n hut 75 dollar per persoon kost; een werkelijk absurd hoog bedrag.

We liepen verder naar Seperation Point, een mooi uitzichtspunt vanwaar we zowel naar het noorden als naar het zuiden konden kijken vanaf een punt hoog boven de zee. Op de rotspunt meer op zeeniveau hadden ze replica zeevogels neergezet. Hiermee hoopt de natuurorganisatie een kolonie vogels hun huidige broedplaats te verruilen voor dit punt. Naast de plastic vogels was er geen levend exemplaar in velden of wegen te bekennen.

Only the lonely op het strand
Vaak kijke je op deze manier door de vegetatie op zee
Hut op één van de campings

Via een aantal mooie stranden, die we alleen met luierende zeehonden moesten delen, die alleen even uit ligstand kwamen toen we ze tot op een meter of vijf naderden (de mannetjes laten echt wel weten wanneer je te dichtbij komt, want dan gaan ze grommen) vervolgden we route. Na 6 1/2 uur waren we terug bij de auto. We hadden besloten om naar Marahau te rijden en de tent daar op te zetten. Vanuit Totaranui was dat nog zo’n anderhalf uur rijden. Dezelfde kronkelweg over de Takaka Hill terug.  In Marahau zijn drie (te dure) campings. We keken eerst bij de verst gelegen camping (Mac Donnald, maar daar vonden we het maar matigjes.  Camping The Barn ligt ernaast en daar was het iets levendiger en we besloten om daar de tent op te zetten. De prijs was 44 dollar (absurd duur voor een camping van dit caliber, maar ja…. Monopoliepositie, hè) per nacht en we boekten voor twee nachten. We hadden een plaatsje aan de rand van de camping en keken over het weiland met Lakenvelders uit richting zee. Als buren hadden we alleenreizende meiden in spaceships. Dat zijn auto’s die tussen een busje en een auto in, die zijn omgebouwd zodat je er kunt overnachten. Ze zijn ook voorzien van een kookgedeelte aan de achterzijde. Het is opvallend hoeveel van dit soort auto’s hier rondrijden.

Het weer was schitterend. Er stond zo goed als geen wind, het was volle maan en droog. Wat wil je nog meer.

Woensdag 11 december 2019

Om 08.00 uur meldden we ons bij de receptie, zoals de receptionist ons gisteravond had gezegd. Hij zou de watertaxionderneming bellen en dan zouden we worden opgehaald op de camping. Om half negen zouden we worden opgehaald en om half negen bleek dat we niet de enigen waren. Een 9 persoons busje werd volgeladen met campinggasten om drie minuten later te worden afgezet bij het kantoor van deze onderneming. Voor het kantoor stonden al vier tractoren met daarachter watertaxi’s op een aanhanger.  We meldden ons bij de balie van de watertaxionderneming en wisselden onze voucher in voor een ‘echt’ ticket. Dit leek een beetje een overbodige stap, want naar het ticket werd verder niet meer gevraagd.

Tegen negen uur mochten we plaatsnemen in de boot, die nog altijd op de trailer stond. We kregen ene ‘veiligheidsinstructie’ hoe we de reddingsvesten aan moesten trekken en daarna werden we naar het water gereden. De watertaxi werd achteruit het water ingereden via een hellingbaan en daarna konden we vertrekken.

In eerste instantie vaarde de kapitein met hoge snelheid naar de ‘split apple rock’; een groot granieten rots, die zodanig is gesplitst dat het inderdaad net op een doorgesneden appel lijkt met een beetje fantasie. De tweede stop was bij een eilandje waar een aantal zeehonden en ook een moeder met een vier dagen oud puppie op de rotsen lag te genieten van het zonnetje.

De derde stop was bij Frenchmens bay. Dit is een lagune die alleen per boot bereikbaar is en ook alleen maar bij hoogwater. En zelfs dan is het water nog altijd niet erg diep. Het water was schitterend turquoise van kleur en de stranden mooi wit. Er stond één villa van een steenrijk persoon, die volgens de kapitein maar een paar weekjes per jaar gebruik maakte van de woning die alleen per boot bereikbaar is (dus).

Nadat een paar mensen op het strand van Anchorage van boord was gegaan, vaarden we door naar  Bark Bay, waar wij van boord gingen. Er was een camping waar een aantal tentjes stond. Super ilyllisch!

We begonnen aan de wandeltocht. Het zou een behoorlijk pittige wandeling worden van ruim 24 kilometer, heuvel op, heuvel af. Maar de route was net als gisteren weer schitterend (zelfde gebied) met regelmatig mooie vergezichten over baaien, de zee en stranden.

Bij Anchorage bay lunchten we bij een prachtige lagune met ondiep water. Bij laag water kun je de korte route nemen, maar het water stond nu nog te hoog en dan ben je overgeleverd aan de langere route, die een extra 5 kilometer aan de teller toevoegt, maar wel naar de mooie Torrent rivier gaat, die vreemd groen van kleur is, maar super helder water heeft.

Tegen 16.30 uur waren we terug bij de tent en eerlijk gezegd waren we best wel een beetje moe. Maar in de stoeltjes voor het tentje en in het zonnetje was het lekker.  Even uitgebreid gedoucht en weer schone kleren aan doet ook een hele boel.

Donderdag 12 december 2019

Vandaag stond er een lange reisdag op het programma. Vanuit het Abel Tasman park naar Greymouth aan de West-Kust. We hadden onze zinnen gezet om op zaterdag bij de Frans Jozef Glazier te zijn. Want op zaterdag beloofde het een mooie dag te worden. We wisten echter niet of de weg aan de west-kust nog geblokkeerd zou zijn of niet. Door de hevige regenval in de eerste week van december waren namelijk een aantal wegen namelijk afgesloten, waaronder die naar het zuiden aan de westkant van het zuidereiland. De weg tot aan Westport was niet erg bijzonder. Het weer was wel goed waardoor het een prettige rit was. In Westport informeerden we bij de I-site (plaatselijke vvv) naar beziendswaardigheden en de situatie op de wegen. Het bleek dat de weg naar het zuiden waarschijnlijk tot de kerst gesloten blijven. We haalden bij de Subway een belegd broodje voor de lunch. Er zat dus niets anders op dan weer naar de oostkant van het eiland te rijden.

Na de lunch reden we verder richting Greymouth. We maakten een kleine d-tour naar een robbencolonie ten zuiden van Westport. We zagen een paar zeehonden op de rotsen en in het water zwemmen. We stopten meerdere malen langs de kant van de weg om de kustlijn te fotograferen. Op aanraden van de dame bij de vvv maakten we een korte wandeling; de Truman track. De wandeling ging eerst door een bos met varen en hele hoge bomen. Bij verschillende bomen stond beschreven hoe de Maori ze noemden en waar de Maori de bomen voor gebruikten. De wandeling eindigde bij een uitzichtpunt aan het strand. Je kon nog via de rots afdalen naar een strand waarop je pinguïns zo kunnen zien. Helaas waren de pinguïns niet thuis. Dan moet je eigenlijk bij zonsopgang of zonsondergang bezoeken, want dan gaan of komen ze van zee terug. Wij waren er midden op de dag en dan zijn de pinguïns in zee op zoek naar voedsel. De golven waren heel hoog waardoor je je een beetje opgesloten voelde. Er werd ook gewaarschuwd voor hoge golven. Aan weerszijde en achterzijde van het strand waren hoge rotswanden en een kleine waterval. Het gevoel werd wellicht ook nog versterkt omdat er overal aan de kust tsunami vluchtroutes staan aangegeven.

Na de wandeling kwamen we aan bij de pancake mountains. Deze rotsformaties zijn qua vorm heel bijzonder waardoor het opgestapelde pannenkoeken lijken. Er waren ook enkele blow hols waar het water uit de zee omhoog spoot bij hoge golven. We eindigden de dag op een camping ten zuiden van Greymouth. Deze was gelegen aan de doorgaande weg, maar we hadden niet veel keuze. De faciliteiten waren verder prima. De plek waar we de tent hadden opgezet rook alleen nogal naar vis, waardoor we de tent toch maar hebben verplaatst. We draaiden een wasje en maakten een Indiaase maaltijd. Die was snel klaar want je kunt hier voorgekookte rijst kopen die binnen 1 ½ minuut klaar is in de magnetron. Lekker makkelijk als je aan het kamperen bent en in iedere camp kitchen is wel een magnetron aanwezig.

Pancake Mountains
Pancake Mountains
Pancake Mountains

’s Nachts hoorden we de vrachtwagens nog wel over de grote weg rijden. Toch wel bijzonder dat die grote trucks met hoge snelheid over de smalle wegen mogen/kunnen rijden. Veel zijn beladen met boomstammen, die via de haven in Picton worden vervoerd. Toen wij in Picton stonden te kijken lag er een Chinese boot waar hout in werd geladen. Hopelijk wordt niet heel Nieuw-Zeeland kaalgekapt voor de commercie.

Vrijdag 13 december 2019

Een vreemde dag in Europa, waar Boris Johnson in Engeland de verkiezingen wint. Hiermee geven de Engelsen aan snel uit de Europese Unie te willen stappen.

In Nieuw Zeeland horen we er weinig over en ook vandaag niet.  We stonden vroeg op, pakten de tent in en ontbeten in de camp kitchen en reden rond 08.30 uur weg. Eerst nog een klein stukje in zuidelijke richting, om vervolgens linksaf te slaan, wegnummer 73 op naar de Arthur’s pas. Het zou een lange reisdag worden. De route was schitterend. Lage wolken vormden een deken halverwege de berghellingen in de vallei en dus zagen we zowel de grond als de bergtoppen, maar niets ertussen. Erg bijzonder. We reden langs een erg brede rivierbedding die steeds smaller werd naarmate we de pas naderden. We stopten op verschillende plekken om de besneeuwde bergen op foto vast te leggen. Zo ook op een smalle – éénbaans- brug, waar Remco even moest wegrennen toen er een vrachtwagen overheen reed. Die vrachtwagen was één van de weinige op de weg; het was erg rustig met verkeer.

Voor we het wisten waren we de pas over. Niets van haarspeldbochten of andere moeilijkheden. De pas bestond slechts uit een kort stukje steile weg en daarna daalden we alweer langzaam af.

We reden langs het Castle Hill Conservation Area, waar de parkeerplaats vol stond met auto’s en wij wurmden onze auto ertussen. Een korte wandeling leidde naar een klein gebied met vreemde rotsformaties van kalkzandsteen. Erg fotogenieke omgeving.

De route vervolgden en we kwamen bij een afslag waar we de keuze hadden om de route af te korten. De weg was onverhard en een bord bij de kruising maakte veel duidelijk. Dit was de ‘Fine weather road’. Nu was het vandaag mooi weer, maar een ander bord gaf aan dat de weg op sommige stukken smal was en erg steil en dat de weg niet aanbevolen werd voor lichte voertuigen en voertuigen met aanhangers.  Er kwam op dat moment juist een auto aanrijden uit de richting die wij op wilden en Remco gebaarde de chauffeur even te stoppen.  Die gaf aan dat er geen vuiltje aan de lucht was en dat de weg goed te berijden was. “Just take your time”.

Het bord zegt genoeg…. of valt het allemaal wel mee?

En dus namen we de onverharde weg.  De eerste tegenligger die we tegenkwamen was een wegenonderhoudsmachine met een aanhanger.  De tweede en derde tegenliggers waren trucks met aanhanger.  Wat werd nu ook alweer afgeraden op deze weg?  Afijn, de weg was niet steil, breed zat voor twee auto’s om elkaar te passeren en de weg ging door een schitterende omgeving. Na 14 kilometer zaten we weer op de verharde weg.

Even later namen we weer een onverharde weg als ‘short cut’. Remco schrok toen een bord aangaf dat de weg zou kronkelen voor 25 kilometer, maar het bleek 2,5 kilometer te zijn en al snel zaten we ook toen weer op de asfaltweg.

We reden via Geraldine naar Lake Tekapo. We hadden besloten hier niet te overnachten, maar een meer verder, namelijk in de buurt van het Pukakimeer. Even voor Lake Tekapo stonden erg veel auto’s langs de kant van de weg. Er bleek een enorm groot veld met bloeiende Lupines te zijn langs de weg en met de mooie besneeuwde bergen van de Southern Alps was dit een perfecte fotostop.

Velden vol Lupines in de buurt van Lake Tekapo
Velden vol Lupines in de buurt van Lake Tekapo
Lake Tekapo met op de achtergrond de Mount Cook bergrug

Een paar kilometer verder zagen we het Tekapomeer. Het eerste dat Marjolijn zei was “het is helemaal niet zo lichtblauw als dat ik me kn herinneren”, maar dat kwam doordat de zon net even achter een wolk schuil ging. Maar toen de zon weer op het meer scheen, was het water schitterend turquiose. We maakten foto’s van het meer met de bergen ver op de achtergrond en reden daarna verder richting het plaatsje Twizel.  We reden heel netjes, want in het plaatsje Tekapo kwam een politieauto de weg op en die bleef achter ons rijden tot het moment dat – even buiten het plaatsje- een auto langs de weg stond. De chauffeur zat achter het stuur, maar een passagier stapte uit en de politie zette de zwaailichten aan en parkeerde de auto achter de auto in de berm.  Wij waren de politieauto kwijt en konden ons weer aanpassen aan de Nieuw Zeelandse rijstijl en dat betekent 10 tot 20 kilometer harder rijden dan de maximum toegestane 100 kilometer per uur.

Bij het Pukakimeer stopten we ook weer voor de nodige foto’s.  De golven op het meer beukten hard tegen de kust, waardoor het water de eerste meters buiten de kust wat bruinig was, maar verder was het toit bijna aan de horizon één groot turquoisen deken. Op de achtergrond weer de besneeuwde bergen van de Southern Alps. Prachtig.

Lake Pukaki
Lake Pukaki

Op de camping in Twizel vroegen we of we even naar de plaatsen mochten kijken om de beste eruit te pikken en toen we terugkwamen bij de receptie was de beste van de drie overgebleven onbezette plaatsjes net verkocht. Er resteerde niets anders dan een keuze te maken tussen de twee laatste plaatsjes, die beide aan de weg lag. Nu rijdt er niet veel verkeer over de weg, maar toch.

We kozen voor het plekje met de avondzon. We zetten de tent op en gingen in het avondzonnetje zitten. We kookten bij de tent, want we hadden en klein gastankje gekocht. Dat maakt ons net even flexibeler. Daarbij kwam dat we redelijk ver van de campingkeuken af stonden.

We lager redelijk bijtijds op bed, want in de bergen wordt het wat sneller wat kouder.

Zaterdag 14 december 2019

We raken er een klein beetje aan gewend om om 06.30 uur op te staan en het heeft (slechts) één voordeel en dat is dat maar weinig andere kampeerders dat doen. Tijdens deze reis zijn we ze nog niet veel tegen gekomen, maar in de campingkeuken waren Israeliers het ontbijt en de lunch aan het bereiden toen wij ons ontbijt daar ook maakten en dat was te merken. Israeliers zijn altijd luiduchtig en nu (dus) ook weer.

’s Ochtends op weg naar Mount Cook
’s Ochtends op weg naar Mount Cook
’s Ochtends op weg naar Mount Cook. Op de achtergrond staat ie!

Om 08.00 uur zaten we in de auto voor de ongeveer 60 kilometer naar Mount Cook. Op de weg was het uitgestorven en we konden zonder problemen 120 kilometer per uur rijden over de tweebaansweg. Maar die snelheid werd op veel plekken langs de route verlaagd tot 0 km per uur, want er waren diverse uitzichtpunten waar we even halt hielden en het uitzicht was iedere keer weer schitterend!  Mount Cook en de bergketen aan de zijkanten ervan lag in de blauwe lucht.  Ervoor hing wel bewolking, maar de bergtoppen waren vrij van wolken en soms scheen de zon op de sneeuw en dat gaf een schitterend gezicht. Daarnaast was het 15 kilometer lange Pukakimeer schitterend turquoise gekleurd. Niet altijd, maar wel als de zon erop scheen.

Tegen 09.00 uur waren we op de parkeerplaats bij de camping bij Mount Cook. We hadden overwogen om hier ook te gaan staan, maar nu waren we blij dat we die keuze niet hadden gemaakt. De camping was erg basic, maar belangrijker – er stond erg veel (koude) wind en inmiddels zijn we wind-avers geworden, zelfs nu de tent met de nieuwe tenstokken weer staat als een huis. We willen dat zo graag houden.

Op de parkeerplaats was het al redelijk druk, althans dat dáchten we toen we de auto parkeerden. Bij terugkeer bleek iedereen de auto schots en scheef te hebben geparkeerd en achteraf gezien was de parkeerplaats toen wij aankwamen dus eigenlijk nog redelijk ‘leeg’.

We begonnen aan de Hooker Valley track, een drie uur durende wandeling vanaf de parkeerplaats bij de camping naar het Hooker lake en weer terug. Het weer was schitterend. Okay, er hingen wat wolkjes in de lucht, maar de bergen waren goed te zien. Boven de bergrug hingen ‘watten’ van wolken. Niets om ons zorgen over te maken.  We hadden besloten om de regenjassen (lees: windstoppers) mee te nemen en al snel trokken we de jassen aan, want het waaide behoorlijk en de wind was koel.  Er liepen al behoorlijk wat toeristen voor ons, maar het was nog niets in vergelijking toen we terugkeerden.

Magische Mount Cook vrijwel onbewolkt
Eén van de drie hangbruggen op de wandelroute
Mount Cook vanaf een ander zichtpunt
Tasmangletsjer op de achtergrond
Lake Pukaki
Lake Pukaki
Mooie luchten
Mooie luchten

We liepen over een goed onderhouden pad, staken drie keer een kolkende rivier over via een hangbrug met een maximum capaciteit van 20 personen en uiteindelijk kwamen we na tientallen fotostops aan bij Hooker lake. Vanaf een keurig aangelegd uitzichtpunt keken we op de uiteinde van de gletsjer in de verte en het bruine gletsjermeer. In tegenstelling tot de stevige koude bries aan het begin van de tocht stond hier een koude storm en we hadden medelijden met de wandelaars (naief of doorgewinterd?) die in korte broek en t-shirt de wandeling maakten.

Mount Cook liet zich nog altijd volledig bewonderen, maar ging soms schuil in witte bewolking die even later weer wegtrok. Wat het weer betreft hebben we dus mazzel.

Op de terugweg was het één groot lint van toeristen. Helaas ook steeds meer Aziatische toeristen die de onhebbelijke gewoonte hebben om werkelijk overal vóór te gaan poseren. Wat moeten de foto’s van Aziaten toch ontzettend saai zijn.  Altijd maar mensen op de foto en altijd hetzelfde standje en handgebaren namelijk altijd in de ‘V’). Aan de andere kant vinden Aziaten onze foto’s waarschijnlijk weer saai, omdat er nooit iemand op staat. Een cultureel verschilletje. Wij waren in ieder geval blij dat we vroeg aan de wandeling waren begonnen en het dus nog redelijk rustig hebben gehad op het wandelpad.

We reden naar het DOC informatiebureau om te vragen wat we voor de rest nog in de omgeving konden doen. Zelf hadden we al bedacht dat we de Kea point wandeling konden doen, maar we hadden geconcludeerd dat dat ons zicht op de omgeving niet zou doen veranderen. Bij het DOC informatiebureau gaven ze aan dat de korte wandeling naar het uitzichtpunt over de Tasmangletsjer nog een optie was.

We reden naar het uitzichtpunt op de Tasmangletsjer. Heel in de verte zagen we de grijze gletsjer. Al het puin op de gletsjer maakt dat deze grijs is. Een klein stukje van de kop van de gletsjer is nog iets van wit. Het grote meer dat voor de gletsjer ligt is bruin van kleur en er dreef één ijsbergje in het water. Na tientallen jaren, zo niet honderden jaren gletsjer te zijn geweest eindigt dit ijs als water.

De rust werd verstoord door helikopters die af en aanvliegen. Waar wij worden gewezen op de klimaatverandering vliegen er nog steeds helikopters heen en weer voor een volledig onnodige uitstap naar iets wat in razend tempo verdwijnt, namelijk de gletsjers. Speedbootjes op het grijze water van het gletsjermeer brachten toeristen naar de gletsjer en weer terug naar de pier. Natuurlijk, dit is commercie, maar in het licht van klimaatverandering wellicht iets dat dit een mooi signaal is om dit te staken.

We reden terug naar de camping. Eigenlijk hetzelfde verhaal als vanochtend. Soms reden we 120 kilometer per uur, maar vaal stonden we stil en maakten we (bijna) vanaf dezelfde uitzichtpunten dezelfde foto’s als vanochtend. Ieder moment is net weer even anders vanwege het weer. Je kunt er bijna geen genoeg van krijgen.

In het plaatsje Twizel keken we kort even rond. Heel vreemd waren er twee four square supermrkten in het dorp en ze lagen vrijwel naast elkaar. Er was ook een ‘hardware’ winkel. Echt superleuk om hier even te neuzen, want ze verkochten écht van alles; van keukengerei tot verf tot camping- en vis spullen tot fietsbanden. Een redelijk klein winkeltje, maar bomvol met verschillende dingetjes. Superhandig in zo’n plaatsje.

We maakten chili con carne met salami in plaats van gehakt. Een salamiwortje is langer houdbaar en gehakt gaat alleen per halve kilo (minmaal) en dat is net eventje teveel.

Zondag 15 december 2019

Het was droog toen we opstonden. We pakten de tent in en ontbeten en gooiden daarna bij de plaatselijke tankstation de benzinetank vol.  Op weg naar Wanaka.  Onderweg stopten we bij de Clay Cliffs. Dit is een bijzonder geërodeerde rotswand, dat op privégrond ligt. De toegangsweg was ongeasfalteerd en enorm stoffig toen we er overheen reden. Als er een tegenligger aankwam, reed je korte tijd na het passeren door zeer dichte mist. Vandaar dat we altijd afremden als er een tegenligger aankwam, zodat wij niet een enorm stofwolk veroorzaakten.

Bij de Clay Cliffs waren verschillende assembly points voor het geval van nood.  In eerste instantie begrepen we het niet, maar dat werd duidelijker toen we door droge rivierbeddinkjes het spectaculaire deel van de cliffs in moesten lopen.  Bij regen kan het hoer waarschijnlijk snel erg gevaarlijk worden.

We reden verder naar Wanaka. Onderweg begon het te regenen en ook in Wanaka was het niet droog.  We kochten pasteitjes bij een bakker die op de ramen allemaal stickers had van pasteitjes die in een bepaald jaar waren beoordeeld met brons, zilver of goud.

Bij de I-site informeerden we naar wandelingen in de omgeving. We wilden de Rob Roy gletsjerwandeling gaan maken, maar die bleek al sinds mei 2019 niet meer toegankelijk te zijn. Het meisje achter de balie raadde ons vervolgens aan om de wandeling naar Rocky Peak te maken. Dan konden we –afhankelijk van het weer-  een keuze maken van een wandeling van 45 minuten, twee uur of drie uur.

Het was inmiddels droog geworden en de eerste blauwe stukjes kwamen tevoorschijn in de grijze massa die aan de hemel hing. We reden naar de parkeerplaats bij de Rocky Mountain en parkeerden de auto. Naast onze auto stonden er nog twee auto’s; de parkeerplaats was dus zo goed als leeg. We kozen voor de wandeling van twee uur. Die zou gaan naar het Rocky Mountain viewpoint, vanwaar we een mooi uitzicht zouden hebben over Lake Wanaka. Eenmaal op weg naar dat viewpoint bleek dat de route naar Rocky Peak grotendeels over hetzelfde pad ging en die was nog maar een half uurtje verder omhoog verder.

Bij het Rocky mountain viewpoint ontmoetten we een stelletje dat uit de omgeving kwam. Zij maakten duidelijk dat de sneeuw die op de bergtoppen van de omliggende bergen lag de afgelopen nacht was gevallen. Ook wezen ze op het Wanakameer, dat volledig buiten de oevers was getreden, maar het water stond al ruim twee meter lager dan een paar dagen ervoor. Kun je het voorstellen… twee meter verschil en dat op een meer dat écht onmetelijk groot is! Da’s ene hele hoop water, dat maar  door één rivier afgevoerd kan worden.

We klommen verder omhoog.  Het aangename brede wandelpad werd smaller en de stijgingen werden sterker. Het werd een behoorlijke klim en een klein stukje van het pad ging langs een behoorlijk steile afgrond.  Rustig voor je blijven kijken op het pad en vooral niet naar beneden en dan gaat het goed.

Boven aangekomen hadden we een schitterend 360 graden zicht.  Vóór ons de besneeuwde bergen en achter ons Lake Wanaka. Boven ons helaas opnieuw bewolking en in de verte zagen we het alweer regenen en het duurde niet lang voor de regen ook ons bereikte. Gelukkig regende het niet erg hard.

Via een steil pad, dat soms door een rivierbedding ging, waar ook gewoon water door stroomde kwamen we weer terug bij de parkeerplaats, die nu bomvol stond.

We reden terug naar Wanaka. Tussen de parkeerplaats bij Rocky Point en Wanaka ligt een camping. Waarschijnlijk stonden we hier 15 jaar geleden. Op de camping was ook een goedkoop tankstation en we gooiden de tank vol.  Daarna reden we naar het Wanaka Lake view holiday park (nee, er is géén lake view), waar we de tent opzetten.  De receptioniste had een plaatse voor ons uitgezocht, maar we wilden zelf even kijken en we kozen een volledig ander plaatsje, dat veel ruimer en rustige was. Inmiddels hebben we wel geleerd om niet een receptioniste jouw plaatsje uit te kiezen, want je krijgt veelal de slechtste plaatsen toegekend.

Maandag 16 december 2019

Na het ontbijt reden we naar de Haast-pas. Via een schitterende, slingerende weg reden we langs de twee grote meren, Lake Wanaka en Lake Hawea. Op de vele stopplaatsen langs de kant van de weg – officiële of officieuze- hielden we even halt voor een fotostop. Het water van de meren was zeer rustig en er liepen vreemde banen door het water.

De route was tot een week geleden nog afgesloten en nu kwamen we er ook achter waarom. Op een vijftal plekken waren wegwerkzaamheden, waarbij maar één rijstrook beschikbaar was. Sommige werkzaamheden werden geregeld met verkeerslicht (inefficiënt), en een aantal werden handmatig geregeld. Dat laatste is vele malen efficiënter, want er vindt aan beide kanten van de staart communicatie plaats tussen de bordbedieners. Verkeerslichten hebben toch meer de intentie in Nieuw Zeeland om géén verkeer in goede banen te leiden, want erg veel verkeer is er namelijk niet op de weg.

We reden over de Haast-pas. Dit is een volledig andere ervaring dan wanneer je in Europa over een pas rijdt. Daar waar in Europa een pas bestaat uit korte steile stukjes weg gevolgd door haarspeldbochten, volgt de weg hier de rivier en gaat de pas vrijwel geheel door het laagst mogelijke deel van het dal. Hier geen haarspeldbochten of smalle steile stukjes weg. Maar wel de one lane bridges. Maar er was zo weinig verkeer dat we vrijwel nooit voor tegemoetkomend verkeer hoefden te stoppen.

We stopten wel bij de blue pools en bij twee watervallen en daarna zat er niets anders op dan dezelfde weg terug te rijden naar Wanaka. Helemaal niet vervelend met het mooie uitzicht steeds.

In Wanaka kochten we twee pies (pasteitjes) bij dezelfde bakker als waar we gisteren de pasteitjes hadden gegeten en daarna gingen we op weg naar Queenstown.  We reden via Cardrona, waar het typerende Cardrona hotel staat. Voor het hotel is nu ‘Bradrona’, een meterslang hek me allemaal BH’s eraan.  Vijftien jaar geleden was dat op een andere plek en bescheiden van omvang, maar nu was het een uit de kluiten gegroeide grap, maar werd er wel aandacht besteed aan borstkanker.

We reden verder naar Queenstown. Het landschap werd wat meer heuvelachtig en de heuvels waren begroeid met gras én met in bloei staande gele brem. Dat gaf het gheel een vrolijk tintje. Even voor Queenstown, als de weg behoorlijk gaat dalen, waren nog twee uitzichtpunten. Vreemd genoeg was het uitzicht vanaf het officiële uitkijkpunt, dat met bewegwijzering staat aangegeven, minder mooi dan een niet bewegwijzerd uitkijkpunt een beetje lager en meer naar Queenstown toe. Op die laatste  waren we ook alleen in tegenstelling tot op de bewegwijzerde parkeerplaats.

We daalden verder af en reden naar de Kawarau brug waar vanaf wordt gebunji-jumped. Dit was ooit de eerste plek in de wereld om te kunnen bunje jumpen en dat gebeurt nog steeds. Vanaf een platform konden we zien hoe waaghalzen zich voor ongelofelijk veel geld  aan een koordje naar beneden lieten vallen. En ze vielen niet eens zo erg ver, want de snelstromende rivier was nog meters lager dan waar de jumpers uitkwamen. Tevens keken we hoe kinderen vanaf een zip-line met een vaartje van zo’n 60 kilometer per uur naar beneden zoefden. Uiterst opvallend was dat het vrijwel alleen maar Aziaten waren die dit deden.

We reden verder naar Queenstown, kochten bij de Countdown spullen voor het avondeten en vroegen bji de Mitre 10 (een soort Gamma) of ze één van de tentstokjes konden doorzaagen, zodat we van de resterende, nog niet gebroken stokken een nieuwe konden maken. We kochten een op het Queenstown lake view holiday park (nee, weer geen lake view), dat aan de voet van de kabelbaan ligt. Voor een schamele 57 dollar kregen we een postzegeltje op een enorm terrein dat vol stond met campervans. Wat een verschrikking.  Een parkeerplaats bij een supermarkt is leuker, want daarop staan tenminste nog verschillende kleuren auto’s en van verschillende modellen. Hier is het een lelijke eenheidsworst van grote campers.  Er was een grote campingkeuken, maar de kookplaten functioneerden nauwelijks en de capaciteit was te gering voor zo’n grote camping. Daarnaast zaten veel van de kranen op het aanrechtblad los. Nee,  erg veel geld voor erg weinig kwaliteit.

Eerder dan verwacht begon het al tegen 21.00 uur te regenen en die regen zou niet ophouden tot de volgende dag 14.00 uur.

Dinsdag 17 december 2019

Toen we opstonden regende het nog steeds. Er lagen plassen water op het gras op de camping. We ontbeten in de campingkeuken, maar het was wel even wachten voordat er een plekje aan één van de drie lange tafels beschikbaar was. Helaas waren er ook mensen met kleine kinderen aanwezig; Nederlanders die te asociaal zijn om hun kinderen in bedwang te houden in een keuken, waar velen zich aan het geschreeuw van de kleine ettertjes ergerden.

We reden rond 10.30 uur in een colonne van campers het terrein af en parkeerden de auto bij de skilift op een steenworp afstand van de camping Daar mag je vier uur staan zonder te betalen en dat was ruimgenoeg voor Queenstown in de regen. We liepen in vijf minuten tijd naar het centrum en slenyterden een beetje door de straatjes, keken in een aantal outdoorzaken en lunchten met een pasteitje. Naast een paar outdoorzaken, een groot aantal souvenirwinkels zijn er vooral veel boekingskantoortjes voor alle spannende en overpricede activiteiten die je in de omgeving van Queenstown kunt doen, zoals bunjee jumpen, zip-linen, parachute springen, sky diven of met een jet boat door een smalle kloof heen varen met 60 kilometer per uur. Je kunt flink besparen op de kosten van de activiteiten als je er meerdere tegelijkertijd boekt. Dan ben je al snel honderden euro’s armer voor een paar minuten belevenis. Zo kost bunjee jumpen (toch zeker wel 30 seconden belevenis, afgezien van het uur angstzweet ervóór) 205 dollar (120 euro), kost twee keer een minuutje skydiven minimaal 149 dollar (90 euro) en ben je voor een parachutesprong 295 dollar (180 euro) kwijt.

Na een paar uurtjes door Queenstown te hebben gewandeld reden we naar Arrowtown, een voormalig goudmijnplaatsje op zo’n 20 kilometer van Queenstown. Hoewel het er tot voor enkele tientallen jaren geleden uitgestorven was en het dorpje op sterven na dood was, is het nu een toeristische bedoeling, maar niet op een vervelende manier.  Er is een kleine hoofdstraat met nog ‘authentieke’ gebouwtjes en er is een mooi laantje met schitterende bomen.  Zelfs bij regen bekoort het.  Er was een pop-up winkeltje van een man die zijn eigen foto’s verkocht.  Hij bleek in Schiedam te zijn geboren, maar op tweejarige leeftijd al naar Australië te zijn geëmigreerd en nu al weer zo’n 15 jaar in Nieuw Zeeland te wonen.  Zijn foto’s waren schitterend, maar wij hangen toch liever onze eigen foto’s aan de muur.

Via Queenstown, waar we nog even bij de Mountain Warehouse keken en vertrokken met een nieuwe broek en een nieuw T-shirt voor Remco (de oude broek was versleten en de gaten begonnen er letterlijk in te vallen) gingen we op weg naar Te Anau. We reden langs (weer) een schitterend meer en door een mooie omgeving. Zelfs in de regen.

In het plaatsje Mossburn tankten we.  We hadden op de app ‘Petrolspy’ al gezien dat de benzine daar behoorlijk goedkoper was dan in Queenstown (waar álles te duur is). De benzine kostte er 2,15 dollar per liter tegen 2,49 in Queenstown. De laatste 60 kilometer naar Te Anau werd het weer droog, maar het bleef bewolkt.

In Te Anau kochten we avondeten bij de plaatselijke ‘New World’ supermarkt en daarna reden we naar de camping, waar een cabin op ons wachtte.  Eén nachtje niet in de tent, maar dat heeft meer een praktische reden.

Woensdag 18 december 2019

Het voordeel van in een cabin overnachten, is dat je ’s ochtends geen tent hoeft op te breken. En voor vandaag kwam dat goed uit, want de wekker ging al om 05.15 uur. Even het gezichtje wassen en toch maar snel een kopje koffie drinken in de camp kitchen, die overigens nogal sterk naar vis rook. Waarschijnlijk had iemand gisteravond visjes gebakken in de keuken. In de keuken hangen heetwaterboilers, dus een kopje koffie was in no-time gezet. We waren niet de enige dauwtrappers. We zagen enkele anderen met slaperige koppies ronddwalen tussen de caravan en het douchehok.

Om 06.40 uur gingen we op weg naar Milford Sound. De route er naar toe was schitterend, maar het weer was nog niet waar we op hadden gehoopt. De lucht was grijs en slierten mist hingen in het dal en tussen de bomen. Wel mooi om te zien.

Bij de I-site in Wanaka had het meisje achter de balie geadviseerd om 2,5 uur voor de rit vanuit Te Anau naar de Milford Sound uit te trekken. De afstand bedraagt 120 kilometer en 2,5 uur leek dan ook wat aan de ruime kant. Onderweg zijn vele korte of langere wandelmogelijkheden. We stopten even bij een spiegelmeertje en diverse keren langs de weg om foto’s van het uitzicht te maken, zelfs bij bewolkt weer. Het was duidelijk te zien dat het een zeer vochtig gebied is, want overal waren mossen. Zelfs tegen de boomstammen op tot wel een meter of drie hoogte. Het was een geweldig groene oase.

Toen we een hele kudde schapen in een weiland zagen staan, stopten we even.  We wilden een foto maken met de schapen op de voorgrond en de bergen op de achtergrond, toen een auto stopte. Wij hadden de auto geparkeerd bij een hek en de man in de andere auto zei dat het hek zou worden geopend, waarna de schapen via de weg naar een andere wei zouden lopen. En zo zagen we een autoweg breed vol schapenkonten wegwaggelen.

Langzaam werd het iets drukker op de weg naar de Milford Sound toe, welteverstaan. In de andere richting kwamen we op de 120 kilometer afstand maar drie auto’s tegen.

Voordat we het plaatsje Milford Sound bereikten, moesten we nog door een tunnel van een kilometer lengte. De tunnel was maar één rijstrook breed was en het verkeer werd aan beide zijde van de tunnel door middel van verkeerslichten geregeld. Dat leidde wel tot een gewetenskwestie, want vóór beide zijden van de tunnel geldt een stopverbod vanwege de kans op vallende stenen, maar doorrijden voor een rood verkeerslicht kan ook niet. Overigens had het beekje dat vlak voor de tunnel naar beneden stroomt ook niet een al te rustgevende naam: avalanche creek. De tunnel zelf was niet echt waterdicht en ook niet goed verlicht.

Toen we de tunnel uitkwamen was het onbewolkt! We reden door een brede vallei met aan weerzijde tientallen kleine watervalletjes en witte bergtoppen. Fantastisch!. Via een aantal haarspeldbochten daalden we snel af tot op zeeniveau. We parkeerden de auto op de gratis parkeerplaats even buiten het dorpje (in het dorpje zelf kost het parkeren 10 dollar per uur!) en om 08.00 uur bracht de eerste en overvolle shuttlebus van die dag ons naar de ferryterminal.  Voor de terminal was plaats voor wel 26 touringcars. Gelukkig stond er nu m aar één.

In de terminal wisselden we ons reserveringsbewijs in voor een boarding pas bij de balie van ‘Real Journeys’. Boarding time was 08.30 uur en de boot zou vertrekken om 08.45, maar om 08.40 zagen we dat de kade bewoog en waren we op weg. Het was dan een beetje vroeg, maar de eerste boot op de dag heeft wel een voordeel en dat is dat er géén boten voor je uit varen. Op de boot kregen we een ontbijtje. In de kiel van het schip was een buffetje en onder het commentaar van de kapitein ontbeten we aan een tafeltje op de eerste verdieping van het schip. Het schip was een van de grootste die in de haven lag, maar de boot was helemaal niet vol.

Alle ophef bij boekingskantoren en I-sites van ‘vroeg boeken’ en ‘pas op… het is hoogseizoen, dus laat mij je boeking verzorgen’ etc. blijken allemaal niet gegrond te zijn. In de Milford Sound is over duidelijk sprake van overcapaciteit aan cruiseschepen. Er is altijd en op iedere boot voldoende plaats.

De cruise duurde zo’n twee uur en was prachtig. De boot voer langs de rotswanden die tot een hoogte reikten van 1692 meter. De kapitein vertelde een heleboel over de Milford Sound en dat was erg leuk.  Hij vertelde dat de Sound vreselijk diep is bij de ferryterminal (meer dan 350 meter), maar dat de Sound steeds ondieper werd naarmate de zee werd benaderd. Bij zee was de Sound nog maar 70 meter diep.  Hij vertelde ook dat de bovenste 5 meter van het water zoet is. Dit kwam door het smeltwater van de gletsjers, maar ook dat er jaarlijks tot 8 meter regen valt in dit gebied. De kapitein wees ons op een waterval die was ontstaan na aardbevingen.

We hadden echt supermazzel met het weer.  De halfbewolkte dag die ons door de weermannen was beloofd was veranderd in een volledig onbewolkte start van de dag. Mooier konden we het niet hebben.

De kapitein vaarde een klein stukje de zee op om vervolgens om te keren en terug te varen.  Onderweg zagen we vele watervallen en watervalletjes en we zagen een aantal zeehonden op een rots liggen. Hoewel de beesten tot op enkele meters werden genaderd, verroerden ze geen vin.

Tegen 10.45 uur waren we weer terug aan wal en reden we terug naar Te Anau. We moesten dezelfde weg terug, maar dat was niet zo vervelend, aangezien de route schitterend is. We stopten nog een aantal keer om van het uitzicht te genieten, en we liepen naar een riviertje die zich woest door een smalle kloof heen perste. Er waren tientallen meters diepe potholes uitgesleten op de plek vanaf de brug waar we in de diepte konden kijken.

In Te Anau lunchten we op een bankje aan het meer. We zagen de watertaxi aanmeren en passagiers afzetten en even later landde een watervliegtuigje voor ons op het water. Na de lunch reden we door. In Mossburn tankten we en daarna reden we verder naar het nietige plaatsje Kaka Point aan de oostkust. Daar in de buurt zou een kolonie Yellow-eyed pinguïns zijn en de beestjes zouden tegen zonsondergang terugkomen van zee.

In Kaka Point zetten we de tent op op de plaatselijke camping. We maakten pasta klaar en na het eten reden we naar Nugget Point, waar we de pinguïns wellicht zouden kunnen zien. Twee vrijwilligers stonden bij de uitkijkhut over de hoefijzervormige baai. Die zorgden niet alleen voor de nodige toelichting, maar vooral ook dat de bezoekers de pinguins niet zouden storen. In de uitkijkhut werd ons verteld dat maar liefst twee pinguins al waren gesignaleerd, maar in de 20 minuten dat wij er stonden dienden zich geen nieuwe exemplaren meer aan.

We reden terug naar de camping en gingen in de camp kitchen zitten. Best vreemd was dat bijna alle campinggasten die in de keuken aanwezig waren Nederlanders waren. We hoorden dat het begon te regenen en dat was niet voorspeld. Gelukkig bleef het bij een aantal korte buitjes. ‘s Nachts bleef het droog.

Donderdag 19 december 2019

Na een goed nachtje slapen werden we met een kleine verrassing wakker. De weersvoorspellingen voor vandaag hadden aangegeven dat het bewolkt zou zijn, maar de warmte van een schraal zonnetje in de tent maakte ons blij. En inderdaad was de hemel niet zwaarbewolkt toen we opstonden. Na het ontbijt dat we tussen alle andere Nederlanders genoten in de keuken, reden we weer naar Nugget Point.  Eerst keken we nog even bij de pinguïnkolonie, maar er was geen pinguïn te zien en daarna reden we verder naar de parkeerplaats van Nugget Point. Het was 900 meter lopen naar de vuurtoren en dat deden we niet in ons eentje. De parkeerplaats stond helemaal vol en het pad was één lint van toeristen. Weer opvallend veel Aziaten.

Aangekomen bij de vuurtoren, die zich op een rotspunt hoog boven de zee bevindt, zagen we in de diepte de zeehonden op de kiezelstranden liggen en in zee zwemmen. In zee lagen ook verschillende kleine rotseilandjes die bestonden uit verticaal aan elkaar geplakte strepen rots. Net zoals de Pancake Mountains, maar nu niet horizontaal, maar verticaal. De zee was enorm rustig en –in tegenstelling tot gisteravond- stond er nu geen zuchtje wind.

Na van het uitzicht te hebben genoten, reden we via de scenic route verder naar Balchuta en via wegnummer 1 noordwaarts richting Dunedin.  Toen we weer een afslag naar een scenic route zagen, namen we die weg. De scenic weg slingerde heuveltje op heuveltje af door weilanden met spierwitte schapen. Die waren net geschoren en dan is de vacht nog niet zo smerig en grijs. Ook zagen we nog van die grijzere schaapjes.

Uiteindelijk kwamen we aan in Dunedin. We parkeerden de auto op een gratis parkeerplaats en liepen in 10 minuten naar het centrum. We bezochten de Dunedin public art gallery, waar de schilderijen op de begane grond interessant waren, met name de twee schilderijen van Maori chiefs waren interessant. Met hun getatoeëerde hoofden. De schilderijen op de eerste etage –nota bene een hele etage geweid aan de Nieuw Zeelandse schilderes Frances Hodgkin- konden ons minder bekoren.

We bekeken het station, dat schitterend is. Jammer dat veel moderniteiten deel uitmaken van zo’n mooi oud gebouw, zoals nooduitgangborden en bewegwijzering.  Op het perron werd een modern bord van de plaatsnaam weer vervangen door het ‘originele’ oude’, zwart/witte bord Dunedin’.

We hadden nog maar een half uurtje voor het Toitu Otage Settlers Museum.  Bij binnenkomst zei de man achter de balie dat een halfuurtje op zich voldoende zou zijn en ‘we moesten vooral meer tijd besteden aan het begin van de toer, want naarmate we verder het museum in zouden gaan zou de tentoonstelling steeds minder interessant worden’.  In het begin gaat de tentoonstelling over de walvisvaart en de goudkoorts en dat konden we nog net in ruim een half uurtje bekijken.

Buiten was het gaan regenen en we liepen terug naar de auto om naar onze geboekte kamer te gaan. Die bleek zich te bevinden in een huis in een buitenwijk. Het straatje voor het huis was behoorlijk steil en smal en daar moesten we ook nog de auto langszij parkeren.  De voordeur van het huis was open en we hadden via de email doorgekregen dat er sprake was van self check-in. De kamer zag er op zich netjes uit, evenals de keuken en de woonkamer. Buiten de woning –in de tuin- was het echter een enorme puinhoop.

We kochten bij de New World avondeten en in de keuken van ons onderkomen maakten we een lekkere salade en bakten we twee stukken biefstuk met veel ui en champignons. Altijd lekker.