Nieuw-Zeeland 2019

Nieuw-Zeeland bezochten we in 2019 voor de tweede keer en evenals in 2004 maakte ons bezoek onderdeel uit van een wereldreis. Op onze tweede wereldreis reisden we via een groot deel van de zijderoute naar Zuid Korea en Taiwan en Australië.

Onderstaand reisverhaal van Nieuw-Zeeland vangt aan op onze laatste dag op Tasmanië in Australië. Vanuit Hobart vlogen we naar Christchurch en deden we eerst per huurauto het zuidereiland aan om vervolgens naar Auckland te vliegen en per huurauto het noordereiland te bezoeken.

Op weg naar Christchurch, Nieuw Zeeland

Donderdag 5 december 2019

Nou, er zaten geen kadootjes in onze stinkschoenen toen we om 04.45 uur wakker werden. Buiten was het nog donker en waaide het nog steeds. Vannacht bleef het waaien en soms waren er behoorlijke windvlagen die we goed konden horen vanuit ons bed.

We kleedden ons aan en reden daarna naar de luchthaven. Om 05.05 uur lieten we de auto achter op de parkeerplaats van Bargain rental cars op de luchthaven en checkten we in bij de balie. De self check-in machines negeerden we.

Bij de balie deed de grondstewardess moeilijk. Ze wilde onze e-visa bevestigingen zien en het uitreisticket vanuit Nieuw-Zeeland. Het was even diep graven in de emailbox naar de bevestigingen, maar toen we die toonde, keek ze er niet erg naar. Puur een formaliteit, dus.

We liepen de 20 meter verder naar de bagagecontrole, waar we eruit werden gepikt voor een steekproefcontrole op explosieven. We waren de enigen op dat moment, dus echt ‘eruit gepikt worden’ was het niet, zoals de medewerker zelf al zei.

Na de controle op explosieven liepen we naar het röntgenapparaat. Daar moest de rugzak van Remco drie keer door de machine voordat de dame achter het apparaat eindelijk begreep wat ze zag. De rubberen hamer waarmee we de haringen vastzetten, mocht niet mee het vliegtuig in. Gek genoeg wel onze wandelstokken, het statief de selfi stick en onze 28 cm koekepan. Met die laatste zou je och ook iemand behoorlijk kunnen raken, of niet?

De vlucht naar Sydney in een oud toestel, een Boeing 717-200 van Quantas Link, verliep soepel.  We kregen een klein snackje en een kopje koffie aan boord en na anderhalf uur landden we in een zeer mistig Sydney. Tijdens de landing zagen we de bosbranden ten zuidoosten van Sydney en de wind stond ongunstig, namelijk in de richting van Sydney.

Om 08.20 uur stonden we aan de grond en op de boarding pass stond dat we om 08.40 uur al moesten boarden voor de vlucht naar Christchurch. Maar eerst werden we met de bus van terminal 2 (domestic) naar terminal 1 (international) gebracht, waar we door de immigratie moesten.  De paspoorten werden (weer) niet geaccepteerd door de machine en dus moesten we gewoon naar een bemande balie. Al snel waren we de immigratie gepasseerd en zat het Australië-avontuur erop. Door de douane, waar de bodyscan bij Remco natuurlijk weer geen groen licht gaf. Dat is namelijk nog nooit gebeurd, waar ook ter wereld.

We kochten in de taxfree deel van de luchthaven een nieuw micro sd-kaartje van de laatste dollars die Marjolijn op het allerlaatste moment nog uit d’r portemonee haalde en daarna liepen we naar de gate. De luchthaven van Sydney is behoorlijk slecht bewegwijzerd en het zoeken naar de juiste gate is niet makkelijk, omdat de gates niet opeenvolgend genummerd zijn. Zo moesten we naar gate 56, die zich bevond in het deel van de gates 61 t/m 65.

Bij de gate weer gezeur. Of ze ons ticket vanuit Nieuw Zeeland konden zien. Toen we meldden dat dat ook al in Hobart was gevraagd, werd gezegd dat er niets in het systeem stond. In Hobart was dit niet geregistreerd.

Het toestel van Air New Zealand was een A321. Een modern toestel, want er was zelfs gratis Wifi aan boord. Hoewel we na zoveel vluchten inmiddels de veiligheidsinstructies kunnen dromen, was het dit keer verrassend leuk! In plaats van altijd maar die goedkope veiligheidsfilmpjes -of nog erger annimatiefilmpjes- hadden ze er bij Air New Zealand écht iets van gemaakt. Google maar eens. Leuk om te zien.

Eenmaal in de lucht gedroeg Air New Zealand zich niet als een trotse nationale maatschappij, maar gewoon als één van de vele lowbudgetmaatschappijtjes; een chronisch gebrek aan service.

Nieuw-Zeeland vanuit de lucht
Nieuw-Zeeland vanuit de lucht net voor de landing
Nieuw Zeland vanuit de lucht
Nieuw-Zeeland vanuit de lucht

Christchurch

Toen het vliegtuig aan de gate stond op de luchthaven van Christchurch, zagen we dat onze rugzakken als eerste vanaf de lopende band vanuit het toestel op de bagagekar werden geladen. Slechts een paar tassen en koffers verlieten het toestel via de transportband; de rest van de bagage zat in containers (veel efficiënter). Dat onze spullen niet in de container zaten, had waarschijnlijk te maken met de korte overstaptijd die we hadden op Sydney.

Voordat we door de douane gingen, kochten we een SIM kaartje bij Vodafone, dat netjes naast een standje van Spark telecom staat. Voor de douane scheelt dat 15% BTW. We kochten 10GB voor $49 en het tegoed is twee maanden geldig. Dat was veruit de beste deal.

Bij de immigratie ging het dit keer….. verrassend soepel! We moesten ons paspoort in een machine stoppen, waarna het eerste poortje openging. Tussen het eerste en het tweede poortje werd een foto van ons gemaakt en ook dat ging in één keer goed, waarna het tweede poortje openging en we in Nieuw Zeeland stonden.  Onze bagage was intussen van de band gehaald en lag naast het carrousel.

De bagagekarretjes waren (anders dan in Australië) gratis en we reden met de bagage naar de douane, waar we al van tevoren wisten dat we daar gezeik zouden krijgen, omdat we een tent bij ons hadden. Dat hadden we netjes op het douaneformulier vermeld en ja hoor… we moesten door de ‘Red lane’. De tent moest naar het laboratorium en na zo’n 10 a 15 minuten kregen we die als een hoopje oude doeken terug. De tent hadden ze even gestofzuigd.  “Hebben jullie nog andere dingen die aangegeven hadden moeten worden?”, vroeg de doanière. “Onze hardloop/wandelschoenen”, zeiden we. 

Een Duitse man had op twee meter van ons gestaan.  Hij was met ‘vieze’ schoenen het land binnengekomen en had die niet aangegeven en was zich daar niet van bewust geweest. Hij kreeg direct 400 NZD boete. Dat risico wilden we niet lopen en dus zeiden we dat we nog andere wandelschoenen hadden, maar daar waren ze niet in geïnteresseerd.  De bagage moest daarna alsnog door de röntgenscanner, maar die gaf gelukkig groen licht en toen konden we echt Nieuw-Zeeland betreden.

We belden met het autoverhuurbedrijf, die een shuttlebus stuurde en na een half uurtje hadden we een oude Nissan Tiida met 204.000 km op de teller. Niks cruise control, niks bluetooth. Gewoon een radio met cd-speler erin. Maar welke toerist neemt nu nog cd’s mee?

We reden naar de Top 10 camping in Christchurch.  7,5 kilometer rijden vanaf de luchthaven, maar we stonden direct in de file. Op de camping konden we een plekje uitzoeken op een enorme grasweide, waar maar een paar plaatsjes bezet waren. En zodoende stonden we vrij alleen op een groot stuk gras.  De keuken was recentelijk vernieuwd en zag er verzorgd uit, maar de badhokjes waren niet erg groot. En als het druk is op de camping, dan zijn de plaatsen ook niet erg groot.

We reden naar de supermarkt en kochten weer van alles wat we nodig hadden voor het kamperen en daarna maakten we ons maaltje op de camping en aten we het lekker op aan een picknicktafeltje in het zonnetje.

Vrijdag 6 december 2019

Akaroa

Na het ontbijt reden we naar Akaroa, het schiereiland bij Christchurch. Het weer was niet onaangenaam maar er hing wel wat bewolking. Even voor Akaroa ligt het plaatsje Little River, waar we bij het ‘informatiebureautje’ vroegen wat we het beste konden doen. De dame gaf aan dat een paar baaitjes mooi waren om te bekijken en natuurlijk het dorpje Akaroa en enkele uitzichtpunten.

Akaroa Nieuw-Zeeland
Akaroa
Akaroa Nieuw-Zeeland
Akaroa Nieuw-Zeeland

We reden in eerste instantie naar het dorpje Akaroa. Eén winkelstraatje groot met opvallend genoeg veel winkels die een linkt leggen met Frankrijk (??). Zo zie je de Franse vlag ook wapperen aan sommige vlaggenstokken. Bij een French backery kochten we een meergranen stokbrood en bij de supermarkt melk en beleg en we lunchten vlakbij de pier aan de waterkant. Langzaam kwam er meer bewolking opzetten en dat was jammer.

Akaroa Nieuw-Zeeland
Huisje in het dorpje
Akaroa Nieuw-Zeeland
Akaroa Nieuw-Zeeland
De pier in het dorpje

Na de lunch liepen we wat door het dorpje. Op het cricketveld was wit tegen zwart aan het spelen en we keken eventjes naar het spel. Bij een leuk houten kerkje lagen – heel opvallend – allemaal rugzakken van backpackers voor de deur. Wij gingen er niet naar binnen, maar liepen nog naar een tweede pier, waar de boten vandaan vertrekken die je voor veel geld naar de dolfijntjes brengen.

Met de auto reden we verder over het schiereiland en kozen voor de “tourist drive” die overduidelijk staat aangegeven, maar verlieten die en reden naar Okains Bay. Die tip hadden we in Little River gekregen van de dame van het informatiebureau. De baai was mooi, maar het zicht op de baai werd nog beter toen we vanaf Okains Bay naar Little Akaroa reden.

Akaroa Nieuw-Zeeland
Schiereiland Akaroa
Akaroa Nieuw-Zeeland
Akaroa Nieuw-Zeeland

We reden terug naar Christchurch en het weer werd steeds beter. De bewolking trok weg en een waterig zonnetje kwam er voor terug.  We reden naar een camping in South New Brighton, dat zich op een smal schiereiland bevindt. We hoorden de hele nacht de zee ruizen.

Zaterdag 7 december 2019

Hanmer Springs

Om 8.15 uur waren we de eersten op ons veldje die wakker waren. De personen in de andere twee tentjes en twee campers lieten zich nog niet zien. We douchten, braken de tent op, ontbeten in een waterig zonnetje en daarna begaven we ons op weg naar Hanmer Springs.

Voor wat betreft ons avontuur op het zuidereiland hadden we ingepland om de route kloksgewijs te volgen, maar gisteravond hoorden we Nederlandse meiden, die met een camper onderweg waren, dat het weer aan de westkust zó dramatisch was (geweest), dat we gisteravond het internet hadden geraadpleegd voor wat betreft de weersverwachtingen. Diverse websites gaven min of meer hetzelfde aan: redelijk weer in het noorden en regen in het zuiden van het zuidereiland. En dus besloten we vanochtend om niet naar het zuiden af te reizen, maar het avontuur anti-klokwijs te gaan ervaren.

De lucht richting het zuiden was egaalgrijs en naar het noordoosten nog licht, maar met hoge bewolking, waar de zon nog wel doorheen kwam.  We reden om Christchurch heen en namen de weg naar Kaikoura. We reden door enkele plaatsjes, waar het vooral opviel dat de eerste kerstbomen te koop werden aangeboden, en langs veel weilanden.

Nadat we wegnummer 7 richting de Lewis Pas / Hanmer Springs hadden genomen gingen we meer westwaarts en (dus) richting het slechte weer en het duurde niet lang voordat de eerste spetters op de voorruit belandden. Het bleef gelukkig bij enkele spetters en de ruitenwissers hoefden niet eens aan. Onderweg las Marjolijn ons reisverhaal van 15 jaar geleden op, namelijk dat we in Hanmer Springs op de top 10 camping hadden gestaan die erg kleine plaatsjes had en beperkte faciliteiten. Toen we in Hanmer Springs waren, keken we natuurlijk even op de Top 10 camping, maar daar was in 15 jaar tijd niet veel veranderd. Nog steeds waren de plekjes piepklein.

We kochten bij de supermarkt drie pies en we besloten om eerst de Lewis Pas te rijden, omdat het weer nog ‘redelijk’ was. Dus reden we de 9 kilometer terug naar de hoofdweg en vervolgden we de route naar de Lewis Pas. Maar al snel begon het écht te regenen en kwamen we tot de conclusie dat doorrijden zonde van de tijd en van de benzine was en we keerden terug naar Hanmer Springs. We parkeerden de auto, stopten de zwemspullen en handdoek in een tas en liepen naar de hot springs…. Inmiddels in lichte regen. Het regende in Hanmer Springs wel minder hard dan op weg naar de Lewis pas.

Lewis-pas Nieuw-Zeeland
Rivierbedding langs de Lewis-pas
Omgeving Hanmer Springs Nieuw-Zeeland
Omgeving Hanmer Springs
Nieuwsgierige koeien Nieuw-Zeeland
Nieuwsgierige koeien kijken hoe wij nieuwsgierig naar hen kijken

We kochten tegen absurde prijzen twee kaartjes voor de hot springs (35 dollar per persoon). We kleedden ons om en liepen in de regen naar de dichtstbijzijnde poel, die een aangename temperatuur had tussen de 38 en de 40 graden. Er hing boven een deel van de pool een enorme parasol, waardoor we niet in de regen hoefden te zitten.  We zaten nog maar net in de pool en het begon te bliksemen en te donderen en harder te regenen. Afijn, wij zaten lekker warm.

Na een uurtje regen en onweer gebeurde waar we niet op hadden gerekend; er ontstonden blauwe plekken in de bewolking en die werden alleen maar groter. De regen hield op en het zonnetje verscheen.

Hanmer Springs Nieuw-Zeeland
Badderen in hot spring in Hanmer Springs
Hanmer Springs Nieuw-Zeeland
Hanmer Springs Nieuw-Zeeland
Zwemkledingcentrifuge
Zwemkledingcentrifuge. Briljant!

Na drie uur te hebben gebadderd in diverse poelen van diverse temperaturen (van 36 tot en met 42 graden, waarbij die laatste best wel warm is) besloten we om de tent maar op te zetten op een camping net buiten Hanmer Springs en alsnog de Lewis Pas te rijden.

We reden naar het Hanmer Springs forest camp, dat zich met name richt op schoolgroepen. Er waren grote accommodaties, die vrijwel allemaal leeg stonden en de camping – een enorm grasveld met enorm grote plaatsen – was zo goed als leeg.  Er was een grote keuken en eetgedeelte en we waren meteen tevreden.  We zetten de tent op en daarna reden we terug naar Hanmer Springs om inkopen te doen voor het avondeten en daarna reden we richting de Lewis pas.

De route langs een brede, snelstromende, bruine rivier was spectaculair. Het weer was heel redelijk. Er was hele hoge bewolking, waar een waterig zonnetje doorheen scheen, maar gelukkig geen regen. We reden 60 kilometer, keerden en reden dezelfde weg terug.

Op de camping maakten we voor het eerst in 7 maanden bloemkool. Best lekker!

Zondag 8 december 2019

Kaikoura

We ontbeten in de ruime woonkamer bij de campingkeuken en daarna reden we naar Kaikoura, dat 150 kilometer verderop lag. De route ging voornamelijk door veeteeltgebied en dat werd overheerst door koeien in plaats van de te verwachten schapen.

In tegenstelling tot wat de weersvoorspellingen hadden gezegd, had het vannacht niet geregend en was het vanochtend ook droog gebleven, maar eenmaal in Kaikoura veranderde de hemel van kleur. Bij de New World supermarkt kochten we lunch, want we zouden in Kaikoura een 3 uur durende wandeling langs de kust maken. Voor de zekerheid reden we even langs het toeristenbureau, want in de supermarkt hoorden we mensen spreken over ‘road closures on the west coast’ en ‘bridges that had been washed away’. Ook de agent in de politiewagen die op het parkeerterrein van de supermarkt stond had gemeld dat er hevige regenval was aan de westkust, nadat we hiernaar hadden gevraagd.

Bij het toeristenbureau in Kaikura kregen we in ieder geval twee tips voor wat betreft een weer-website en een website voor de situatie op de wegen. Én we kregen natuurlijk uitleg over de wandelroute langs de kust. We gingen wandelen. De eerste 50 minuten waren niet zo bijzonder. Die waren tot aan de laatste parkeerplaats bij de start van het kustpad. Vanaf de parkeerplaats volgden we de kustlijn en liepen langs diverse zeehondenkolonies. De beesten lagen vrijwel allemaal te slapen op de rotsen. Een paar mannetjes liet van zich horen als mensen te dichtbij kwamen.

De kustlijn was bijzonder in die zin dat deels pas drie jaar oud is zoals die nu is. Tijdens de hevige aardbeving van 13 november 2016 is de zeebodem bij Kaikoura twee meter omhoog gekomen en dat bleek wel aan de kust.  De rotsen / zeebodem direct onder het wateroppervlak was nog vrij wit. De kleur van de rotsen is nog niet aangetast door weersinvloeden etc.

Na een paar kilometer konden we een paadje naar boven lopen en kwamen we op het ‘officiele’ wandelpad / kustpad, dat we terugliepen naar Kaikoura.

We kochten een ijsje en daarna reden we naar een camping nabij Blenheim. Onderweg waren zeer veel wegwerkzaamheden. Allemaal (nog steeds) herstelwerkzaamheden van de enorme aardbeving van –inmiddels- al weer drie jaar geleden. Het weer was inmiddels aan het opknappen en na een laatste enorm grote boze wolk waar verder geen neerslag uit kwam reden we een gebied in met blauwe luchten en hier en daar een wolkje.

Maandag 9 december 2019

Picton

We ontbeten in het zonnetje na een heerlijk rustig nachtje. Na het ontbijt reden we naar de ferryhaven van Picton, waar ook de kantoren van de autoverhuurders zitten.  De auto was na vier dagen gebruik vies en we wilden een ander, een schone.  Nee, de echte reden was dat we het zeer sterke vermoeden hadden dat de uitlaat lek was. Dit uitte zich in een zeer sportief geluidje (voor de vrij burgerlijke Nissan Tiida) bij het optrekken, maar ook de stank van uitlaatgassen aan de zijkant van de auto. Het omruilen van de auto wasngeen probleem; het overpakken van de spullen was nog het meeste werk.

Picton - Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland
Picton – Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland
Queen Charlotte Sound
Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland
Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland
Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland
Queen Charlotte Sound Nieuw-Zeeland

In Picton is een Nederlandse bakker en daar haalden we belegde broodjes en een pie voor de lunch en daarna begaven we ons via de Queen Charlotte drive – een toeristische route langs de kust – naar Nelson. Al direct buiten Picton was een eerste uitzichtpunt en vanaf dat punt keken we uit over de houthaven. Ontzettend veel stammen lagen op dezelfde lengte afgezaagd te wachten op transport. We zagen de trucks met de stammen binnen komen rijden en uitgeladen worden. Dit gebeurde door een grote machine met één grijpmond, die in één hap de volledige lading van een truck haalde. Dit ging niet altijd in één keer goed. Soms werd de truck of de aanhanger in z’n geheel opgetild. Aan de kade lag een Chinees schip.

Queen Charlotte Sound

We reden verder. De weg langs de kust was één grote slingerpartij. Er waren meerdere uitzichtpunten over de Queen Charlotte Sound en die is echt schitterend. Het weer was top en dat speelde ook mee. Bij de I-site in Picton hadden we navraag gedaan over de mogelijkheden in de omgeving van Picton en daar had de dame achter de balie gezegd dat veel mensen ook de Queen Charlotte drive het schiereiland op reden en we besloten om dat ook te doen. Dat bleek echter niet zo’n goede keuze en dat kwam doordat er geen plekken waren waar we van het uitzicht konden genieten. Zestien kilometer lang kronkelde de weg zich met aan weerszijde hoge begroeiing en we besloten maar om weer om te keren.

De weg naar Nelson werd helaas gekenmerkt door kale berghellingen. Vele bomen waren al gekapt en een groot aantal zal waarschijnlijk nog tegen de vlakte gaan met een enorme kaalslag tot gevolg. Erg jammer van de omgeving om je land kaal te kappen voor de Chinezen.

In Nelson gingen we weer naar de I-site (toeristenbureau) en boekten we een boottocht van Marahau naar Bark Bay in het Abel Tasmanpark en kochten bij de Woolworths spullen voor het avondeten en ontbijt. Daarna reden we naar Takaka. Onderweg begon het licht te regenen. Na Morueka moesten we over de Takaka Hill. Die weg wordt tegenwoordig op een klein deel geregeld door verkeerslichten. In drie (van de oneindig veel) bochten is de dalzijde van de weg weggeslagen door de overvloedige regen die er ooit is gevallen en is de weg verworden tot een éénbaansweg.  De wachttijd voor het verkeerslicht wordt aangegeven op een bord en kan oplopen tot 12 minuten. Gelukkig hoefden wij maar een minuutje te wachten. De weg kronkelde over de Takaka Hill en aan de kant van Takaka keken we schitterend uit over het dal.

In Takaka reden we in eerste instantie naar een camping even buiten het stadje, omdat die een hogere beoordeling kreeg dan de camping in het stadje zelf, maar wij vonden de camping helemaal niets. En dus zat er niets anders over dan naar de camping in Takaka zelf, omdat we niet naar de overpriced Top 10 camping wilden.  De beoordeling van de camping in Takaka was maar 2 sterren en in de reviews werd gesproken van een crumpy old woman als eigenaar en een very unfriendly land lady.  Inderdaad was ze niet geboren om als gastvrouw te functioneren, maar op de camping zelf was verder weinig aan te merken. De grasplaatsen waren strak gemaaid en de campingkeuken was basic, maar functioneel. De douches waren – heel apart – in losstaande cabines met toilet en wasbakje; vier stuks in een vierkant.

’s Avonds raakten we aan de praat met een stelletje Fransen. Die komen we tegenwoordig steeds vaker buiten Frankrijk tegen en spreken steeds beter Engels.

Dinsdag 10 december 2019

Abel Tasmanpark

Nadat we de tent hadden ingepakt reden we naar Totaranui. Vanuit Takaka een afstand van 35 kilometer, maar waar we wel een drie kwartier over deden, omdat de weg mega bochtig was. De laatste 10 kilometer ging over een onverharde weg die één auto breed was op veel plekken.

Abel Tasmanpark (dag 1)
Zicht over de kust vanaf een uitkijkpunt
Abel Tasmanpark (dag 1)
Schitterende kust van het Abel Tasmanpark

Op de DOC camping in Totaranui parkeerden we de auto en vroegen we bij de rangers office of we nog met bijzonderheden rekening moesten houden, maar dat was niet het geval. We begonnen kloksgewijs aan de wandeling en we hadden dus de klim naar Gibbs hill (405 meter) als eerste. Daar waar de autoweg enorm langs de berghellingen kronkelt, zo vrijwel rechttoe rechtaan was het wandelpad naar boven. Het pad was onverhard (natuurlijk) en had duidelijke sporen van stomend water, die diepe geulen had gesleten in het pad. Eenmaal bij Gibbs Hill kregen we de eerste mooie vergezichten op de Wainui Bay. Wat een beetje jammer was, was dat er weinig punten waren waar je een beetje uitzicht had. De vegetatie was te hoog en te dik op de meeste plekken voor vergezichten.

We daalden af door een bos en kwamen uit bij de Whariwharangi camp site. Er stonden geen tentjes, maar er was we een hut. Bji de I-site in Picton hadden we te horen gekregen dat een overnachting in een slaapzaal  in zo’n hut 75 dollar per persoon kost; een werkelijk absurd hoog bedrag.

We liepen verder naar Seperation Point, een mooi uitzichtspunt vanwaar we zowel naar het noorden als naar het zuiden konden kijken vanaf een punt hoog boven de zee. Op de rotspunt meer op zeeniveau hadden ze replica zeevogels neergezet. Hiermee hoopt de natuurorganisatie dat een kolonie vogels hun huidige broedplaats te verruilen voor dit punt. Naast de plastic vogels was er geen levend exemplaar in velden of wegen te bekennen.

Abel Tasmanpark (dag 1)
Mooie doorkijkjes op zee
Abel Tasmanpark (dag 1)
Hut op één van de campings
Abel Tasmanpark (dag 1)
Only the lonely op het strand
Abel Tasmanpark (dag 1)
Zeehondje op een verder verlaten strand

Via een aantal mooie stranden, die we alleen met luierende zeehonden moesten delen, die alleen even uit ligstand kwamen toen we ze tot op een meter of vijf naderden (de mannetjes laten echt wel weten wanneer je te dichtbij komt, want dan gaan ze grommen) vervolgden we route. Na 6 1/2 uur waren we terug bij de auto. We hadden besloten om naar Marahau te rijden en de tent daar op te zetten. Vanuit Totaranui was dat nog zo’n anderhalf uur rijden. Dezelfde kronkelweg over de Takaka Hill terug.  In Marahau zijn drie (te dure) campings. We keken eerst bij de verst gelegen camping (Mac Donnald, maar daar vonden we het maar matigjes.

Camping The Barn ligt ernaast en daar was het iets levendiger en we besloten om daar de tent op te zetten. De prijs was 44 dollar (absurd duur voor een camping van dit caliber, maar ja…. Monopoliepositie, hè) per nacht en we boekten voor twee nachten. We hadden een plaatsje aan de rand van de camping en keken over het weiland met Lakenvelders uit richting zee. Als buren hadden we alleenreizende meiden in spaceships. Dat zijn auto’s die tussen een busje en een auto in, die zijn omgebouwd zodat je er kunt overnachten. Ze zijn ook voorzien van een kookgedeelte aan de achterzijde. Het is opvallend hoeveel van dit soort auto’s hier rondrijden.

Het weer was schitterend. Er stond zo goed als geen wind, het was volle maan en droog. Wat wil je nog meer.

Woensdag 11 december 2019

Om 08.00 uur meldden we ons bij de receptie, zoals de receptionist ons gisteravond had gezegd. Hij zou de watertaxionderneming bellen en dan zouden we worden opgehaald op de camping. Om half negen zouden we worden opgehaald en om half negen bleek dat we niet de enigen waren. Een 9 persoons busje werd volgeladen met campinggasten om drie minuten later te worden afgezet bij het kantoor van deze onderneming. Voor het kantoor stonden al vier tractoren met daarachter watertaxi’s op een aanhanger.  We meldden ons bij de balie van de watertaxionderneming en wisselden onze voucher in voor een ‘echt’ ticket. Dit leek een beetje een overbodige stap, want naar het ticket werd verder niet meer gevraagd.

Tegen negen uur mochten we plaatsnemen in de boot, die nog altijd op de trailer stond. We kregen ene ‘veiligheidsinstructie’ hoe we de reddingsvesten aan moesten trekken en daarna werden we naar het water gereden. De watertaxi werd achteruit het water ingereden via een hellingbaan en daarna konden we vertrekken.

In eerste instantie voer de kapitein met hoge snelheid naar de ‘split apple rock’; een groot granieten rots, die zodanig is gesplitst dat het inderdaad net op een doorgesneden appel lijkt met een beetje fantasie. De tweede stop was bij een eilandje waar een aantal zeehonden en ook een moeder met een vier dagen oud puppie op de rotsen lag te genieten van het zonnetje.

De derde stop was bij Frenchmens bay. Dit is een lagune die alleen per boot bereikbaar is en ook alleen maar bij hoogwater. En zelfs dan is het water nog altijd niet erg diep. Het water was schitterend turquoise van kleur en de stranden mooi wit. Er stond één villa van een steenrijk persoon, die volgens de kapitein maar een paar weekjes per jaar gebruik maakte van de woning die alleen per boot bereikbaar is.

Nadat een paar mensen op het strand van Anchorage van boord was gegaan, voeren we door naar  Bark Bay, waar wij van boord gingen. Er was een camping waar een aantal tentjes stond. Super ilyllisch!

We begonnen aan de wandeltocht. Het zou een behoorlijk pittige wandeling worden van ruim 24 kilometer, heuvel op, heuvel af. Maar de route was net als gisteren weer schitterend (zelfde gebied) met regelmatig mooie vergezichten over baaien, de zee en stranden.

Bij Anchorage bay lunchten we bij een prachtige lagune met ondiep water. Bij laag water kun je de korte route nemen, maar het water stond nu nog te hoog en dan ben je overgeleverd aan de langere route, die een extra 5 kilometer aan de teller toevoegt, maar wel naar de mooie Torrent rivier gaat, die vreemd groen van kleur is, maar super helder water heeft.

Tegen 16.30 uur waren we terug bij de tent en eerlijk gezegd waren we best wel een beetje moe. Maar in de stoeltjes voor het tentje en in het zonnetje was het lekker.  Even uitgebreid gedoucht en weer schone kleren aan doet ook een heleboel.

Donderdag 12 december 2019

Greymouth

Vandaag stond er een lange reisdag op het programma. Vanuit het Abel Tasman park naar Greymouth aan de West-Kust. We hadden onze zinnen gezet om op zaterdag bij de Frans Jozef Glazier te zijn. Want op zaterdag beloofde het een mooie dag te worden. We wisten echter niet of de weg aan de west-kust nog geblokkeerd zou zijn of niet. Door de hevige regenval in de eerste week van december waren namelijk een aantal wegen namelijk afgesloten, waaronder die naar het zuiden aan de westkant van het zuidereiland.

De weg tot aan Westport was niet erg bijzonder. Het weer was wel goed waardoor het een prettige rit was. In Westport informeerden we bij de I-site (plaatselijke vvv) naar bezienswaardigheden en de situatie op de wegen. Het bleek dat de weg naar het zuiden waarschijnlijk tot de kerst gesloten blijven. We haalden bij de Subway een belegd broodje voor de lunch. Er zat dus niets anders op dan weer naar de oostkant van het eiland te rijden.

Na de lunch reden we verder richting Greymouth. We maakten een kleine d-tour naar een robbencolonie ten zuiden van Westport en zagen een paar zeehonden op de rotsen en in het water zwemmen. We stopten meerdere malen langs de kant van de weg om de kustlijn te fotograferen. Op aanraden van de dame bij de vvv maakten we een korte wandeling; de Truman track. De wandeling ging eerst door een bos met varens en hele hoge bomen. Bij verschillende bomen stond beschreven hoe de Maori ze noemden en waar de Maori de bomen voor gebruikten.

De wandeling eindigde bij een uitzichtpunt aan het strand. Je kon nog via de rots afdalen naar een strand waarop je pinguïns zo kunnen zien. Helaas waren de pinguïns niet thuis. Dan moet je het strand eigenlijk bij zonsopgang of zonsondergang bezoeken, want dan gaan of komen ze van zee terug. Wij waren er midden op de dag en dan zijn de pinguïns in zee op zoek naar voedsel. De golven waren heel hoog waardoor we ons een beetje opgesloten voelde. Er werd ook gewaarschuwd voor hoge golven. Aan weerszijde en achterzijde van het strand waren hoge rotswanden en een kleine waterval. Het gevoel van onveiligheid werd wellicht ook nog versterkt omdat er overal aan de kust tsunami vluchtroutes staan aangegeven.

Pancake Mountains

Na de wandeling kwamen we aan bij de pancake mountains. Deze rotsformaties zijn qua vorm heel bijzonder waardoor het opgestapelde pannenkoeken lijken. Er waren ook enkele blow hols waar het water uit de zee omhoog spoot bij hoge golven. We eindigden de dag op een camping ten zuiden van Greymouth. Deze was gelegen aan de doorgaande weg, maar we hadden niet veel keuze. De faciliteiten waren verder prima. De plek waar we de tent hadden opgezet rook alleen nogal naar vis, waardoor we de tent toch maar hebben verplaatst. We draaiden een wasje en maakten een Indiaase maaltijd. Die was snel klaar want je kunt hier voorgekookte rijst kopen die binnen 1 ½ minuut klaar is in de magnetron. Lekker makkelijk als je aan het kamperen bent en in iedere camp kitchen is wel een magnetron aanwezig.

Pancake Mountains Nieuw-Zeeland
Pancake Mountains
Pancake Mountains Nieuw-Zeeland
Pancake Mountains Nieuw-Zeeland

’s Nachts hoorden we de vrachtwagens nog wel over de grote weg rijden. Toch wel bijzonder dat die grote trucks met hoge snelheid over de smalle wegen mogen/kunnen rijden. Veel zijn beladen met boomstammen, die via de haven in Picton worden vervoerd. Toen wij in Picton stonden te kijken lag er een Chinese boot waar hout in werd geladen. Hopelijk wordt niet heel Nieuw-Zeeland kaalgekapt voor de commercie.

Vrijdag 13 december 2019

Een vreemde dag in Europa, waar Boris Johnson in Engeland de verkiezingen wint. Hiermee geven de Engelsen aan snel uit de Europese Unie te willen stappen.

In Nieuw Zeeland horen we er weinig over en ook vandaag niet.  We stonden vroeg op, pakten de tent in, ontbeten in de camp kitchen en reden rond 08.30 uur weg. Eerst nog een klein stukje in zuidelijke richting, om vervolgens linksaf te slaan, wegnummer 73 op naar de Arthur’s pas. Het zou een lange reisdag worden. De route was schitterend. Lage wolken vormden een deken halverwege de berghellingen in de vallei en dus zagen we zowel de grond als de bergtoppen, maar niets ertussen. Erg bijzonder.

We reden langs een erg brede rivierbedding die steeds smaller werd naarmate we de pas naderden. We stopten op verschillende plekken om de besneeuwde bergen op foto vast te leggen. Zo ook op een smalle – éénbaans- brug, waar Remco even moest wegrennen toen er een vrachtwagen overheen reed. Die vrachtwagen was één van de weinige op de weg; het was erg rustig met verkeer.

Voor we het wisten waren we de pas over. Niets van haarspeldbochten of andere moeilijkheden. De pas bestond slechts uit een kort stukje steile weg en daarna daalden we alweer langzaam af.

We reden langs het Castle Hill Conservation Area, waar de parkeerplaats vol stond met auto’s en wij wurmden onze auto ertussen. Een korte wandeling leidde naar een klein gebied met vreemde rotsformaties van kalkzandsteen. Erg fotogenieke omgeving.

De Fine Weather Road

De route vervolgden en we kwamen bij een afslag waar we de keuze hadden om de route af te korten. De weg was onverhard en een bord bij de kruising maakte veel duidelijk. Dit was de ‘Fine weather road’. Nu was het vandaag mooi weer, maar een ander bord gaf aan dat de weg op sommige stukken smal was en erg steil en dat de weg niet aanbevolen werd voor lichte voertuigen en voertuigen met aanhangers.  Er kwam op dat moment juist een auto aanrijden uit de richting die wij op wilden en Remco gebaarde de chauffeur even te stoppen.  Die gaf aan dat er geen vuiltje aan de lucht was en dat de weg goed te berijden was. “Just take your time”.

Wegbewijzering Nieuw-Zeeland
Het bord zegt genoeg…. of valt het allemaal wel mee?

En dus namen we de onverharde weg.  De eerste tegenligger die we tegenkwamen was een wegenonderhoudsmachine met een aanhanger. De tweede en derde tegenliggers waren trucks met aanhanger. Wat werd nu ook alweer afgeraden op deze weg?  Afijn, de weg was niet steil, breed zat voor twee auto’s om elkaar te passeren en de weg ging door een schitterende omgeving. Na 14 kilometer zaten we weer op de verharde weg.

Even later namen we weer een onverharde weg als ‘short cut’. Remco schrok toen een bord aangaf dat de weg zou kronkelen voor 25 kilometer, maar het bleek 2,5 kilometer te zijn en al snel zaten we ook toen weer op de asfaltweg.

Lake Tekapo

We reden via Geraldine naar Lake Tekapo. We hadden besloten hier niet te overnachten, maar een meer verder, namelijk in de buurt van het Pukaki-meer. Even voor Lake Tekapo stonden erg veel auto’s langs de kant van de weg. Er bleek een enorm groot veld met bloeiende Lupines te zijn langs de weg en met de mooie besneeuwde bergen van de Southern Alps was dit een perfecte fotostop.

Lake Tekapo Nieuw-Zeeland
Velden vol Lupines in de buurt van Lake Tekapo
Lake Tekapo Nieuw-Zeeland
Lake Tekapo Nieuw-Zeeland
Lake Tekapo met op de achtergrond de Mount Cook bergrug

Een paar kilometer verder zagen we het Tekapomeer. Het eerste dat Marjolijn zei was “het is helemaal niet zo lichtblauw als dat ik me kan herinneren”, maar dat kwam doordat de zon net even achter een wolk schuil ging. Maar toen de zon weer op het meer scheen, was het water schitterend turquiose. We maakten foto’s van het meer met de bergen ver op de achtergrond en reden daarna verder richting het plaatsje Twizel. 

We reden heel netjes, want in het plaatsje Tekapo kwam een politieauto de weg op en die bleef achter ons rijden tot het moment dat – even buiten het plaatsje – een auto langs de weg stond. De chauffeur zat achter het stuur, maar een passagier stapte uit en de politie zette de zwaailichten aan en parkeerde de auto achter de auto in de berm.  Wij waren de politieauto kwijt en konden ons weer aanpassen aan de Nieuw-Zeelandse rijstijl en dat betekent 10 tot 20 kilometer harder rijden dan de maximum toegestane 100 kilometer per uur.

Bij het Pukakimeer stopten we ook weer voor de nodige foto’s.  De golven op het meer beukten hard tegen de kust, waardoor het water de eerste meters buiten de kust wat bruinig was, maar verder was het tot bijna aan de horizon één groot turquoisen deken. Op de achtergrond weer de besneeuwde bergen van de Southern Alps. Prachtig.

Lake Pukaki Nieuw-Zeeland
Lake Pukaki
Lake Pukaki Nieuw-Zeeland

Op de camping in Twizel vroegen we of we even naar de plaatsen mochten kijken om de beste eruit te pikken en toen we terugkwamen bij de receptie was de beste van de drie overgebleven onbezette plaatsjes net verkocht. Er resteerde niets anders dan een keuze te maken tussen de twee laatste plaatsjes, die beide aan de weg lagen. Nu rijdt er niet veel verkeer over de weg, maar toch.

We kozen voor het plekje met de avondzon en zetten de tent op en gingen vervolgens heerlijk in het avondzonnetje zitten. We kookten bij de tent, want we hadden en klein gastankje gekocht. Dat maakt ons net even flexibeler. Daarbij kwam dat we redelijk ver van de campingkeuken af stonden.

We lager redelijk bijtijds op bed, want in de bergen wordt het wat sneller wat kouder.

Zaterdag 14 december 2019

We raken er een klein beetje aan gewend om om 06.30 uur op te staan en het heeft (slechts) één voordeel en dat is dat maar weinig andere kampeerders dat doen. Tijdens deze reis zijn we ze nog niet veel tegen gekomen, maar in de campingkeuken waren Israeliers het ontbijt en de lunch aan het bereiden toen wij ons ontbijt daar ook maakten en dat was te merken. Israeliers zijn altijd luiduchtig en nu (dus) ook weer.

Mount Cook Nieuw-Zeeland
‘s Ochtends op weg naar Mount Cook
Mount Cook Nieuw-Zeeland
Mount Cook Nieuw-Zeeland
Mount Cook is zichtbaar op de achtergrond

Om 08.00 uur zaten we in de auto voor de ongeveer 60 kilometer naar Mount Cook. Op de weg was het uitgestorven en we konden zonder problemen 120 kilometer per uur rijden over de tweebaansweg. Maar die snelheid werd op veel plekken langs de route verlaagd tot 0 km per uur, want er waren diverse uitzichtpunten waar we even halt hielden en het uitzicht was iedere keer weer schitterend!

Mount Cook en de bergketen aan de zijkanten ervan lag in de blauwe lucht. Ervoor hing wel bewolking, maar de bergtoppen waren vrij van wolken en soms scheen de zon op de sneeuw en dat gaf een schitterend gezicht. Daarnaast was het 15 kilometer lange Pukaki-meer schitterend turquoise gekleurd. Niet altijd, maar wel als de zon erop scheen.

Tegen 09.00 uur waren we op de parkeerplaats bij de camping bij Mount Cook. We hadden overwogen om hier ook te gaan staan, maar nu waren we blij dat we die keuze niet hadden gemaakt. De camping was erg basic, maar belangrijker – er stond erg veel (koude) wind – en inmiddels zijn we wind-avers geworden, zelfs nu de tent met de nieuwe tenstokken weer staat als een huis. We willen dat zo graag houden.

Op de parkeerplaats was het al redelijk druk, althans dat dáchten we toen we de auto parkeerden. Bij terugkeer bleek iedereen de auto schots en scheef te hebben geparkeerd en achteraf gezien was de parkeerplaats toen wij aankwamen dus eigenlijk nog redelijk ‘leeg’.

Hooker Valley Track

We begonnen aan de Hooker Valley track, een drie uur durende wandeling vanaf de parkeerplaats bij de camping naar het Hooker lake en weer terug. Het weer was schitterend. Okay, er hingen wat wolkjes in de lucht, maar de bergen waren goed te zien. Boven de bergrug hingen ‘watten’ van wolken. Niets om ons zorgen over te maken.  We hadden besloten om de regenjassen (lees: windstoppers) mee te nemen en al snel trokken we de jassen aan, want het waaide behoorlijk en de wind was koel.  Er liepen al behoorlijk wat toeristen voor ons, maar het was nog niets in vergelijking met toen we terugkeerden.

Mount Cook Nieuw-Zeeland
Magische Mount Cook vrijwel onbewolkt
Mount Cook Nieuw-Zeeland
Eén van de drie hangbruggen op de wandelroute
Mount Cook Nieuw-Zeeland
Mount Cook vanaf een ander uitzichtpunt
Tasmangletsjer Nieuw-Zeeland
Tasmangletsjer op de achtergrond
Lake Pukaki Nieuw-Zeeland
Lake Pukaki
Lake Pukaki Nieuw-Zeeland
Mooie luchten onderweg Nieuw-Zeeland
Mooie luchten onderweg
Mooie luchten onderweg Nieuw-Zeeland

We liepen over een goed onderhouden pad, staken drie keer een kolkende rivier over via een hangbrug met een maximum capaciteit van 20 personen en uiteindelijk kwamen we na tientallen fotostops aan bij Hooker lake. Vanaf een keurig aangelegd uitzichtpunt keken we op de uiteinde van de gletsjer in de verte en het bruine gletsjermeer. In tegenstelling tot de stevige koude bries aan het begin van de tocht stond hier een koude storm en we hadden medelijden met de wandelaars (naief of doorgewinterd?) die in korte broek en t-shirt de wandeling maakten.

Mount Cook liet zich nog altijd volledig bewonderen, maar ging soms schuil in witte bewolking die even later weer wegtrok. Wat het weer betreft hebben we dus mazzel.

Op de terugweg was het één groot lint van toeristen. Helaas ook steeds meer Aziatische toeristen die de onhebbelijke gewoonte hebben om werkelijk overal vóór te gaan poseren. Wat moeten de foto’s van Aziaten toch ontzettend saai zijn.  Altijd maar mensen op de foto en altijd hetzelfde standje en handgebaren namelijk altijd in de ‘V’). Aan de andere kant vinden Aziaten onze foto’s waarschijnlijk weer saai, omdat er nooit iemand op staat. Een cultureel verschilletje. Wij waren in ieder geval blij dat we vroeg aan de wandeling waren begonnen en het dus nog redelijk rustig hebben gehad op het wandelpad.

We reden naar het DOC informatiebureau om te vragen wat we voor de rest nog in de omgeving konden doen. Zelf hadden we al bedacht dat we de Kea point wandeling konden doen, maar we hadden geconcludeerd dat dat ons zicht op de omgeving niet zou doen veranderen. Bij het DOC informatiebureau gaven ze aan dat de korte wandeling naar het uitzichtpunt over de Tasmangletsjer nog een optie was.

We reden naar het uitzichtpunt op de Tasmangletsjer. Heel in de verte zagen we de grijze gletsjer. Al het puin op de gletsjer maakt dat deze grijs is. Een klein stukje van de kop van de gletsjer is nog iets van wit. Het grote meer dat voor de gletsjer ligt is bruin van kleur en er dreef één ijsbergje in het water. Na tientallen jaren, zo niet honderden jaren gletsjer te zijn geweest eindigt dit ijs als water.

De rust werd verstoord door helikopters die af en aanvlogen. Waar wij worden gewezen op de klimaatverandering vliegen er nog steeds helikopters heen en weer voor een volledig onnodige uitstap naar iets wat in razend tempo verdwijnt, namelijk de gletsjers. Speedbootjes op het grijze water van het gletsjermeer brachten toeristen naar de gletsjer en weer terug naar de pier. Natuurlijk, dit is commercie, maar in het licht van klimaatverandering wellicht een mooi signaal om dit te staken.

We reden terug naar de camping. Eigenlijk hetzelfde verhaal als vanochtend. Soms reden we 120 kilometer per uur, maar vaak stonden we stil en maakten we (bijna) vanaf dezelfde uitzichtpunten dezelfde foto’s als vanochtend. Ieder moment is net weer even anders vanwege het weer. Je kunt er bijna geen genoeg van krijgen.

In het plaatsje Twizel keken we kort even rond. Heel vreemd waren er twee four square supermarkten in het dorp en ze lagen vrijwel naast elkaar. Er was ook een ‘hardware’ winkel. Echt superleuk om hier even te neuzen, want ze verkochten écht van alles; van keukengerei tot verf tot camping- en vis spullen en fietsbanden. Een redelijk klein winkeltje, maar bomvol met verschillende dingetjes. Superhandig in zo’n plaatsje.

We maakten chili con carne met salami in plaats van gehakt. Een salamiworstje is langer houdbaar en gehakt gaat alleen per halve kilo (minimaal) en dat is net eventjes teveel.

Zondag 15 december 2019

Clay Cliffs

Het was droog toen we opstonden. We pakten de tent in en ontbeten en gooiden daarna bij de plaatselijke tankstation de benzinetank vol.  Op weg naar Wanaka. Onderweg stopten we bij de Clay Cliffs. Dit is een bijzonder geërodeerde rotswand, die op privégrond ligt. De toegangsweg was ongeasfalteerd en enorm stoffig toen we er overheen reden. Als er een tegenligger aankwam, reed je korte tijd na het passeren door zeer dichte mist. Vandaar dat we altijd afremden als er een tegenligger aankwam, zodat wij niet een enorm stofwolk veroorzaakten.

Bij de Clay Cliffs waren verschillende assembly points voor het geval van nood. In eerste instantie begrepen we het niet, maar dat werd duidelijker toen we door droge rivierbeddinkjes het spectaculaire deel van de cliffs inliepen. Bij regen kan het hier waarschijnlijk snel erg gevaarlijk worden.

We reden verder naar Wanaka. Onderweg begon het te regenen en ook in Wanaka was het niet droog.  We kochten pasteitjes bij een bakker die op de ramen allemaal stickers had van pasteitjes die in een bepaald jaar waren beoordeeld met brons, zilver of goud.

Bij de I-site informeerden we naar wandelingen in de omgeving. We wilden de Rob Roy gletsjerwandeling gaan maken, maar die bleek al sinds mei 2019 niet meer toegankelijk te zijn. Het meisje achter de balie raadde ons vervolgens aan om de wandeling naar Rocky Peak te maken. Dan konden we – afhankelijk van het weer – een keuze maken tussen een wandeling van 45 minuten, twee uur of drie uur.

Het was inmiddels droog geworden en de eerste blauwe stukjes kwamen tevoorschijn in de grijze massa die aan de hemel hing. We reden naar de parkeerplaats bij de Rocky Mountain en parkeerden de auto. Naast onze auto stonden er nog twee auto’s; de parkeerplaats was dus zo goed als leeg. We kozen voor de wandeling van twee uur. Die zou gaan naar het Rocky Mountain viewpoint, vanwaar we een mooi uitzicht zouden hebben over Lake Wanaka. Eenmaal op weg naar dat viewpoint bleek dat de route naar Rocky Peak grotendeels over hetzelfde pad ging en die was nog maar een half uurtje verder omhoog verder.

Bij het Rocky mountain viewpoint ontmoetten we een stelletje dat uit de omgeving kwam. Zij maakten duidelijk dat de sneeuw die op de bergtoppen van de omliggende bergen lag de afgelopen nacht was gevallen. Ook wezen ze op het Wanakameer, dat volledig buiten de oevers was getreden, maar het water stond al ruim twee meter lager dan een paar dagen ervoor. Kun je het voorstellen… twee meter verschil en dat op een meer dat écht onmetelijk groot is! Da’s ene hele hoop water, dat maar door één rivier afgevoerd kan worden.

We klommen verder omhoog.  Het aangename brede wandelpad werd smaller en de stijgingen werden sterker. Het werd een behoorlijke klim en een klein stukje van het pad ging langs een behoorlijk steile afgrond.  Rustig voor je blijven kijken op het pad en vooral niet naar beneden en dan gaat het goed.

Boven aangekomen hadden we een schitterend 360 graden zicht.  Vóór ons de besneeuwde bergen en achter ons Lake Wanaka. Boven ons helaas opnieuw bewolking en in de verte zagen we het alweer regenen en het duurde niet lang voor de regen ook ons bereikte. Gelukkig regende het niet erg hard.

Via een steil pad, dat soms door een rivierbedding ging, waar ook gewoon water door stroomde kwamen we weer terug bij de parkeerplaats, die nu bomvol stond.

We reden terug naar Wanaka. Tussen de parkeerplaats bij Rocky Point en Wanaka ligt een camping. Waarschijnlijk stonden we hier 15 jaar geleden. Op de camping was ook een goedkoop tankstation en we gooiden de tank vol.  Daarna reden we naar het Wanaka Lake view holiday park (nee, er is géén lake view), waar we de tent opzetten. De receptioniste had een plaatsje voor ons uitgezocht, maar we wilden zelf even kijken en we kozen een volledig ander plaatsje, dat veel ruimer en rustige was. Inmiddels hebben we wel geleerd om niet een receptioniste jouw plaatsje uit te laten kiezen, want je krijgt veelal de slechtste plaatsen toegekend.

Maandag 16 december 2019

Haast Pas

Na het ontbijt reden we naar de Haast pas. Via een schitterende, slingerende weg reden we langs de twee grote meren, Lake Wanaka en Lake Hawea. Op de vele stopplaatsen langs de kant van de weg – officiële of officieuze – hielden we even halt voor een fotostop. Het water van de meren was zeer rustig en er liepen vreemde banen door het water.

Lake Wanaka Nieuw-Zeeland
Lake Wanaka
Lake Wanaka Nieuw-Zeeland

De route was tot een week geleden nog afgesloten en nu kwamen we er ook achter waarom. Op een vijftal plekken waren wegwerkzaamheden, waarbij maar één rijstrook beschikbaar was. Sommige werkzaamheden werden geregeld met verkeerslicht (inefficiënt), en een aantal werden handmatig geregeld. Dat laatste is vele malen efficiënter, want er vindt aan beide kanten van de staart communicatie plaats tussen de bordbedieners. Verkeerslichten hebben toch meer de intentie in Nieuw Zeeland om géén verkeer in goede banen te leiden, want erg veel verkeer is er namelijk niet op de weg.

We reden over de Haast pas. Dit is een volledig andere ervaring dan wanneer je in Europa over een pas rijdt. Daar waar in Europa een pas bestaat uit korte steile stukjes weg gevolgd door haarspeldbochten, volgt de weg hier de rivier en gaat de pas vrijwel geheel door het laagst mogelijke deel van het dal. Hier geen haarspeldbochten of smalle steile stukjes weg. Maar wel de one lane bridges. Maar er was zo weinig verkeer dat we vrijwel nooit voor tegemoetkomend verkeer hoefden te stoppen.

We stopten wel bij de blue pools en bij twee watervallen en daarna zat er niets anders op dan dezelfde weg terug te rijden naar Wanaka. Helemaal niet vervelend met het mooie uitzicht steeds.

Blue Pools Nieuw-Zeeland
Wandeling naar de Blue Pools
Blue Pools Nieuw-Zeeland
Hangbrug over de rivier
Blue Pools Nieuw-Zeeland
Blue Pools
One lane bridge Nieuw-Zeeland
One lane bridge
One lane bridges Nieuw-Zeeland

In Wanaka kochten we twee pies (pasteitjes) bij dezelfde bakker als waar we gisteren de pasteitjes hadden gegeten en daarna gingen we op weg naar Queenstown.  We reden via Cardrona, waar het typerende Cardrona hotel staat. Voor het hotel is nu ‘Bradrona’, een meterslang hek me allemaal BH’s eraan. Vijftien jaar geleden was dat op een andere plek en bescheiden van omvang, maar nu was het een uit de kluiten gegroeide grap, maar werd er wel aandacht besteed aan borstkanker.

Cardrona Hotel Nieuw-Zeeland
Cardrona Hotel
Cardrona Hotel Nieuw-Zeeland
Bradrona
Cardrona Hotel Nieuw-Zeeland

We reden verder naar Queenstown. Het landschap werd wat meer heuvelachtig en de heuvels waren begroeid met gras én met in bloei staande gele brem. Dat gaf het geheel een vrolijk tintje. Even voor Queenstown, net voor de weg behoorlijk gaat dalen, waren nog twee uitzichtpunten. Vreemd genoeg was het uitzicht vanaf het officiële uitkijkpunt, dat met bewegwijzering staat aangegeven, minder mooi dan een niet bewegwijzerd uitkijkpunt een beetje lager en meer naar Queenstown toe. Op die laatste  waren we ook alleen in tegenstelling tot op de bewegwijzerde parkeerplaats.

We daalden verder af en reden naar de Kawarau brug waar vanaf wordt gebunjee-jumped. Dit was ooit de eerste plek in de wereld om te kunnen bunjee jumpen en dat gebeurt nog steeds. Vanaf een platform konden we zien hoe waaghalzen zich voor ongelofelijk veel geld  aan een koordje naar beneden lieten vallen. En ze vielen niet eens zo erg ver, want de snelstromende rivier was nog meters lager dan waar de jumpers uitkwamen. Tevens keken we hoe kinderen vanaf een zip-line met een vaartje van zo’n 60 kilometer per uur naar beneden zoefden. Uiterst opvallend was dat het vrijwel alleen maar Aziaten waren die dit deden.

We reden verder naar Queenstown, kochten bij de Countdown spullen voor het avondeten en vroegen bij de Mitre 10 (een bouwmarkt) of ze één van de tentstokjes konden doorzagen, zodat we van de resterende, nog niet gebroken stokken een nieuwe konden maken. We boekten een plek een op het Queenstown lake view holiday park (nee, weer geen lake view), dat aan de voet van de kabelbaan ligt. Voor een schamele 57 dollar kregen we een postzegeltje op een enorm terrein dat vol stond met campervans. Wat een verschrikking. 

Een parkeerplaats bij een supermarkt is leuker, want daarop staan tenminste nog verschillende kleuren auto’s en van verschillende modellen. Hier is het een lelijke eenheidsworst van grote campers. Er was een grote campingkeuken, maar de kookplaten functioneerden nauwelijks en de capaciteit was te gering voor zo’n grote camping. Daarnaast zaten veel van de kranen op het aanrechtblad los. Nee,  erg veel geld voor erg weinig kwaliteit.

Eerder dan verwacht begon het al tegen 21.00 uur te regenen en die regen zou niet ophouden tot de volgende dag 14.00 uur.

Dinsdag 17 december 2019

Queenstown

Toen we opstonden regende het nog steeds. Er lagen plassen water op het gras op de camping. We ontbeten in de campingkeuken, maar het was wel even wachten voordat er een plekje aan één van de drie lange tafels beschikbaar was. Helaas waren er ook mensen met kleine kinderen aanwezig; Nederlanders die te asociaal zijn om hun kinderen in bedwang te houden in een keuken, waar velen zich aan het geschreeuw van de kleine ettertjes ergerden.

We reden rond 10.30 uur in een colonne van campers het terrein af en parkeerden de auto bij de skilift op een steenworp afstand van de camping Daar mag je vier uur staan zonder te betalen en dat was ruimgenoeg voor een bezoek aan Queenstown in de regen. We liepen in vijf minuten tijd naar het centrum en slenterden een beetje door de straatjes, keken in een aantal outdoorzaken en lunchten met een pasteitje.

Naast een paar outdoorzaken, een groot aantal souvenirwinkels zijn er vooral veel boekingskantoortjes voor alle spannende en overpricede activiteiten die je in de omgeving van Queenstown kunt doen, zoals bunjee jumpen, zip-linen, parachute springen, sky diven of met een jet boat door een smalle kloof heen varen met 60 kilometer per uur.

Je kunt flink besparen op de kosten van de activiteiten als je er meerdere tegelijkertijd boekt. Toch ben je al snel honderden euro’s armer voor een paar minuten belevenis. Zo kost bunjee jumpen (toch zeker wel 30 seconden belevenis, afgezien van het uur angstzweet ervóór) 205 dollar (120 euro), kost twee keer een minuutje skydiven minimaal 149 dollar (90 euro) en ben je voor een parachutesprong 295 dollar (180 euro) kwijt.

Na een paar uurtjes door Queenstown te hebben gewandeld reden we naar Arrowtown, een voormalig goudmijnplaatsje op zo’n 20 kilometer van Queenstown. Hoewel het er tot voor enkele tientallen jaren geleden uitgestorven was en het dorpje op sterven na dood was, is het nu een toeristische bedoeling, maar niet op een vervelende manier. Er is een kleine hoofdstraat met nog ‘authentieke’ gebouwtjes en er is een mooi laantje met schitterende bomen.  Zelfs bij regen bekoorde het. 

Er was een pop-up winkeltje van een man die zijn eigen foto’s verkocht. Hij bleek in Schiedam te zijn geboren, maar op tweejarige leeftijd al naar Australië te zijn geëmigreerd en nu al weer zo’n 15 jaar in Nieuw-Zeeland te wonen. Zijn foto’s waren schitterend, maar wij hangen toch liever onze eigen foto’s aan de muur.

Via Queenstown, waar we nog even bij de Mountain Warehouse keken en vertrokken met een nieuwe broek en een nieuw T-shirt voor Remco (de oude broek was versleten en de gaten begonnen er letterlijk in te vallen) gingen we op weg naar Te Anau. We reden langs (weer) een schitterend meer en door een mooie omgeving. Zelfs in de regen.

In het plaatsje Mossburn tankten we. We hadden op de app ‘Petrolspy’ al gezien dat de benzine daar behoorlijk goedkoper was dan in Queenstown (waar álles te duur is). De benzine kostte er 2,15 dollar per liter tegen 2,49 in Queenstown. De laatste 60 kilometer naar Te Anau werd het weer droog, maar het bleef bewolkt.

In Te Anau kochten we avondeten bij de plaatselijke ‘New World’ supermarkt en daarna reden we naar de camping, waar een cabin op ons wachtte. Eén nachtje niet in de tent, maar dat had meer een praktische reden.

Woensdag 18 december 2019

Milford Sound

Het voordeel van in een cabin overnachten, is dat je ’s ochtends geen tent hoeft op te breken. En voor vandaag kwam dat goed uit, want de wekker ging al om 05.15 uur. Even het gezichtje wassen en toch maar snel een kopje koffie drinken in de camp kitchen, die overigens nogal sterk naar vis rook. Waarschijnlijk had iemand gisteravond visjes gebakken in de keuken. In de keuken hangen heetwaterboilers, dus een kopje koffie was in no-time gezet. We waren niet de enige dauwtrappers. We zagen enkele anderen met slaperige koppies ronddwalen tussen de kampers en het douchehok.

Om 06.40 uur gingen we op weg naar Milford Sound. De route er naar toe was schitterend, maar het weer was nog niet waar we op hadden gehoopt. De lucht was grijs en slierten mist hingen in het dal en tussen de bomen. Wel mooi om te zien.

Bij de I-site in Wanaka had het meisje achter de balie geadviseerd om 2,5 uur voor de rit vanuit Te Anau naar de Milford Sound uit te trekken. De afstand bedraagt 120 kilometer en 2,5 uur leek dan ook wat aan de ruime kant. Onderweg zijn vele korte of langere wandelmogelijkheden. We stopten even bij een spiegelmeertje en diverse keren langs de weg om foto’s van het uitzicht te maken, zelfs bij bewolkt weer. Het was duidelijk te zien dat het een zeer vochtig gebied is, want overal groeiden mossen. Zelfs tegen de boomstammen op tot wel een meter of drie hoogte. Het was een geweldig groene oase.

Toen we een hele kudde schapen in een weiland zagen staan, stopten we even. We wilden een foto maken met de schapen op de voorgrond en de bergen op de achtergrond, toen een auto stopte. Wij hadden de auto geparkeerd bij een hek en de man in de andere auto zei dat het hek zou worden geopend, waarna de schapen via de weg naar een andere wei zouden lopen. En zo zagen we een autoweg breed vol schapenkonten wegwaggelen.

Milford Sound Nieuw-Zeeland
Kudde schapen op de weg naar Milford Sound
Spiegelmeertje Nieuw-Zeeland
Spiegelmeertje
Milford Sound Nieuw-Zeeland
Onderweg naar Milford Sound

Langzaam werd het iets drukker op de weg naar de Milford Sound toe. In de andere richting kwamen we op de 120 kilometer afstand maar drie auto’s tegen.

Mount Cook Nieuw-Zeeland
Mount Cook

Voordat we het plaatsje Milford Sound bereikten, moesten we nog door een tunnel van een kilometer lengte. De tunnel was maar één rijstrook breed was en het verkeer werd aan beide zijde van de tunnel door middel van verkeerslichten geregeld. Vóór beide zijden van de tunnel geldt een stopverbod vanwege de kans op vallende stenen, maar doorrijden voor een rood verkeerslicht kan ook niet. Overigens had het beekje dat vlak voor de tunnel naar beneden stroomt ook niet een al te rustgevende naam: avalanche creek. De tunnel zelf was niet echt waterdicht en ook niet goed verlicht.

Toen we de tunnel uitkwamen was het onbewolkt! We reden door een brede vallei met aan weerszijde tientallen kleine watervalletjes en witte bergtoppen. Fantastisch!. Via een aantal haarspeldbochten daalden we snel af tot op zeeniveau. We parkeerden de auto op de gratis parkeerplaats even buiten het dorpje, want in het dorpje zelf kost het parkeren 10 dollar per uur! Om 08.00 uur bracht de eerste en overvolle shuttlebus van die dag ons naar de ferryterminal.  Voor de terminal was plaats voor wel 26 touringcars. Gelukkig stond er nu maar één.

Milford Sound
Milford Sound
Milford Sound
Milford Sound

In de terminal wisselden we ons reserveringsbewijs in voor een boarding pas bij de balie van ‘Real Journeys’. Boarding time was 08.30 uur en de boot zou vertrekken om 08.45, maar om 08.40 zagen we dat de kade bewoog en waren we op weg. Het was dan een beetje vroeg, maar de eerste boot op de dag heeft wel een voordeel en dat is dat er géén boten voor je uit varen. Op de boot kregen we een ontbijtje. In de kiel van het schip was een buffetje en onder het commentaar van de kapitein ontbeten we aan een tafeltje op de eerste verdieping van het schip. Het schip was een van de grootste die in de haven lag, maar de boot was helemaal niet vol.

Milford Sound
Zeehondencolonie in de Milford Sound
Milford Sound
Milford Sound

Alle ophef bij boekingskantoren en I-sites van ‘vroeg boeken’ en ‘pas op… het is hoogseizoen, dus laat mij je boeking verzorgen’ etc. blijken allemaal niet gegrond te zijn. In de Milford Sound is over duidelijk sprake van overcapaciteit aan cruiseschepen. Er was op iedere boot voldoende plaats.

Milford Sound
Milford Sound
Milford Sound
Milford Sound

De cruise duurde zo’n twee uur en was prachtig. De boot voer langs de rotswanden die tot een hoogte reikten van 1692 meter. De kapitein vertelde een heleboel over de Milford Sound en dat was erg leuk.  Hij vertelde dat de Sound vreselijk diep is bij de ferryterminal (meer dan 350 meter), maar dat de Sound steeds ondieper werd naarmate de zee werd benaderd. Bij zee was de Sound nog maar 70 meter diep.  Hij vertelde ook dat de bovenste 5 meter van het water zoet is. Dit kwam door het smeltwater van de gletsjers, maar ook dat er jaarlijks tot 8 meter regen valt in dit gebied. De kapitein wees ons op een waterval die was ontstaan na aardbevingen.

We hadden echt supermazzel met het weer. De halfbewolkte dag die ons door de weermannen was beloofd was veranderd in een volledig onbewolkte start van de dag. Mooier konden we het niet hebben.

De kapitein voer een klein stukje de zee op om vervolgens om te keren en terug te varen.  Onderweg zagen we vele watervallen en watervalletjes en we zagen een aantal zeehonden op een rots liggen. Hoewel de beesten tot op enkele meters werden genaderd, verroerden ze geen vin.

Tegen 10.45 uur waren we weer terug aan wal en reden we terug naar Te Anau. We moesten dezelfde weg terug, maar dat was niet zo vervelend, aangezien de route schitterend is. We stopten nog een aantal keer om van het uitzicht te genieten, en we liepen naar een riviertje dat zich woest door een smalle kloof heen perste. Er waren tientallen meters diepe potholes uitgesleten op de plek vanaf de brug waar we in de diepte konden kijken.

In Te Anau lunchten we op een bankje aan het meer. We zagen de watertaxi aanmeren en passagiers afzetten en even later landde een watervliegtuigje voor ons op het water. Na de lunch reden we door. In Mossburn tankten we en daarna reden we verder naar het nietige plaatsje Kaka Point aan de oostkust. Daar in de buurt zou een kolonie Yellow-eyed pinguïns zijn en de beestjes zouden tegen zonsondergang terugkomen van zee.

In Kaka Point zetten we de tent op op de plaatselijke camping. We maakten pasta klaar en na het eten reden we naar Nugget Point, waar we de pinguïns wellicht zouden kunnen zien. Twee vrijwilligers stonden bij de uitkijkhut over de hoefijzervormige baai. Die zorgden niet alleen voor de nodige toelichting, maar vooral ook dat de bezoekers de pinguins niet zouden storen. In de uitkijkhut werd ons verteld dat er maar liefst twee pinguins waren gesignaleerd, maar in de 20 minuten dat wij er stonden dienden zich geen nieuwe exemplaren meer aan.

We reden terug naar de camping en gingen in de camp kitchen zitten. Best vreemd was dat bijna alle campinggasten die in de keuken aanwezig waren Nederlanders waren. We hoorden dat het begon te regenen en dat was niet voorspeld. Gelukkig bleef het bij een aantal korte buitjes. ‘s Nachts bleef het droog.

Donderdag 19 december 2019

Nugget Point

Na een goed nachtje slapen werden we met een kleine verrassing wakker. De weersvoorspellingen voor vandaag hadden aangegeven dat het bewolkt zou zijn, maar de warmte van een schraal zonnetje in de tent maakte ons blij. En inderdaad was de hemel niet zwaarbewolkt toen we opstonden. Na het ontbijt dat we tussen alle andere Nederlanders genoten in de keuken, reden we weer naar Nugget Point.  Eerst keken we nog even bij de pinguïnkolonie, maar er was geen pinguïn te zien en daarna reden we verder naar de parkeerplaats van Nugget Point. Het was 900 meter lopen naar de vuurtoren en dat deden we niet in ons eentje. De parkeerplaats stond helemaal vol en het pad was één lint van toeristen. Weer opvallend veel Aziaten.

Aangekomen bij de vuurtoren, die zich op een rotspunt hoog boven de zee bevindt, zagen we in de diepte de zeehonden op de kiezelstranden liggen en in zee zwemmen. In zee lagen ook verschillende kleine rotseilandjes die bestonden uit verticaal aan elkaar geplakte strepen rots. Net zoals de Pancake Mountains, maar nu niet horizontaal, maar verticaal. De zee was enorm rustig en – in tegenstelling tot gisteravond – stond er nu geen zuchtje wind.

Na van het uitzicht te hebben genoten, reden we via de scenic route verder naar Balchuta en via wegnummer 1 noordwaarts richting Dunedin.  Toen we weer een afslag naar een scenic route zagen, namen we die weg. De scenic weg slingerde heuveltje op heuveltje af door weilanden met spierwitte schapen. Die waren net geschoren en dan is de vacht nog niet zo smerig en grijs. Ook zagen we nog van die grijzere schaapjes.

Dunedin

Uiteindelijk kwamen we aan in Dunedin. We parkeerden de auto op een gratis parkeerplaats en liepen in 10 minuten naar het centrum. We bezochten de Dunedin public art gallery, waar de schilderijen op de begane grond interessant waren, met name de twee schilderijen van Maori chiefs waren interessant. Met hun getatoeëerde gezichten. De schilderijen op de eerste etage – nota bene een hele etage geweid aan de Nieuw Zeelandse schilderes Frances Hodgkin – konden ons minder bekoren.

We bekeken het station, dat schitterend is. Jammer dat veel moderniteiten deel uitmaken van zo’n mooi oud gebouw, zoals nooduitgangborden en bewegwijzering.  Op het perron werd een modern bord van de plaatsnaam weer vervangen door het ‘originele’ oude’, zwart/witte bord Dunedin’.

We hadden nog maar een half uurtje voor het Toitu Otage Settlers Museum.  Bij binnenkomst zei de man achter de balie dat een halfuurtje op zich voldoende zou zijn en ‘we moesten vooral meer tijd besteden aan het begin van de toer, want naarmate we verder het museum in zouden gaan zou de tentoonstelling steeds minder interessant worden’.  In het begin gaat de tentoonstelling over de walvisvaart en de goudkoorts en dat konden we nog net in ruim een half uurtje bekijken.

Buiten was het gaan regenen en we liepen terug naar de auto om naar onze geboekte kamer te gaan. Die bleek zich te bevinden in een huis in een buitenwijk. Het straatje voor het huis was behoorlijk steil en smal en daar moesten we ook nog de auto langszij parkeren.  De voordeur van het huis was open en we hadden via de email doorgekregen dat er sprake was van self check-in. De kamer zag er op zich netjes uit, evenals de keuken en de woonkamer. Buiten de woning –in de tuin- was het echter een enorme puinhoop.

We kochten bij de New World avondeten en in de keuken van ons onderkomen maakten we een lekkere salade en bakten we twee stukken biefstuk met veel ui en champignons. Altijd lekker.

Vrijdag 20 december 2019

In Dunedin bezochten we de art gallery. We vonden we de schilderijen met Maori chiefs met hun getatoeëerde gezichten het interessants.  Op de eerste etage was een hele vleugel geweid aan de bekende Nieuw Zeelandse schilderes Francis Hodgkin, maar haar werk kon ons niet zo bekoren.  Ook bekeken we het treinstation dat in renaissancestijl is gebouwd en dat van binnen is betegeld met keramiektegels. Erg leuk om te zien.

Het Settlers museum en Otago museum vonden we ook erg interessant. Het Settlers museum was  gewijd aan de eerste immigranten uit Europa. Het waren de Schotten die de stad stichten. In 1847 kwamen de eerste immigranten aan.  Dunedin betekent ook ‘Nieuw Edinburgh’ in het Gaelic. De echte liefhebber kan hier ook Haggis vinden in restaurants. Een Schots stel dat we op de camping tegen kwamen smulde ervan. Aan ons niet besteed.

Door het Otago museum hadden we nog zo’n 50 minuten tot sluitingstijd. De man achter de balie was duidelijk; “In een half uur kun je al heel wat zien. Besteed meer tijd aan het begin van de tentoonstelling. Hoe verder naar achter, hoe minder interessant het wordt”, zei hij. Maar hij had geen gelijk. We hadden veel meer dan een half uur nodig. We vonden met name de tentoongestelde voorwerpen van de Maori het meest interessant. 

De meeste musea in Nieuw-Zeeland zijn zeer smaakvol ingericht en bovendien gratis, waardoor je dus heel makkelijk binnenstapten veel te weten komt over de geschiedenis, cultuur en natuur van Nieuw-Zeeland.

Zaterdag 21 december 2019

Nadar we de tent hadden ingepakt en hadden ontbeten, reden we weer naar het centrum van Dunedin. We parkeerden de auto zo goed als op dezelfde plek als gisteren, namelijk in de Volgel Street, waar we de auto gratis kwijt konden en liepen terug naar het Otagomuseum voor deel twee van het bezoek. Dit keer bekeken we het ‘minder interessante’ deel van het museum, volgens de vrijwilliger die dit gister tegen ons zei.

Hem zagen we niet vanochtend. In het ‘minder interessante deel van het museum waren gebruiksvoorwerpen vanaf de jaren 50 tot op heden tentoongesteld en wij vonden dat juist wel leuk. Zoals bijvoorbeeld de eerste generaties magnetrons de eerste videorecorders, Atari spelcomputers etc. We hebben overigens nooit geweten dat de eerste magnetrons zo groot waren als een oud 63 cemtimeter televisietoestel.

Na het bezoek aan het museum reden we naar het Otago Peninsular. Hier zijn twee attracties, namelijk het Lanarchkasteel en de albatroskolonie op het puntje van het schiereiland. We toerden leuk over het eiland maar sloegen een bezoek aan het Lanarchkasteel af. Het is niet eens een echt kasteel, maar meer een landhuis en de entreeprijs is domweg te zot voor woorden, zo rond de 25 euro per persoon.

De rondrit over het eiland was leuk. We stopten nog op een aantal plekken voor een korte wandeling naar een uitzichtpunt. Tijdens de wandeling waaiden we weg, want er stond een behoorlijk harde wind.

Bij de albatrossenkolonie aangekomen parkeerden we de auto. Reviews op het internet raadden al af de absurde toegangsprijs tot het albartossenpark te mijden en gewoon vanaf het uitzichtpunt bij de parkeerplaats te kijken of je albatrossen zou zien. De kans was het grootste aan het einde van de middag en we waren iets te vroeg daarvoor.

Toen we de auto uitstapten werd de adem afgesneden vanwege de enorme stank van meeuwenschijt die er hing. Overal vlogen de meeuwen om ons heen, maar er was geen albatros te zien. Het uitzicht over zee vanaf het uitzichtpunt was mooi, maar dat was alles wat we te zien kregen.

We reden langzaam terug naar Dunedin en verder noordwaarts. We sloegen af bij het plaatsje Mouraki en reden naar het dorpje. In het dorpje zelf is niet veel te doen, maar er schijnt een bejubeld restaurantje te zitten. Wij lunchten in het zonnetje aan een picknicktafeltje, gezellig met de vechtende meeuwen om ons heen. Hoewel wij het niet zien, schijnt er een behoorlijke hiërarchie te zijn onderling en er was duidelijk een leider die de andere meeuwen wegjaagde. Maar jammer voor hen allemaal… van ons kregen ze niets.

We bezochten “The boulders”, die een paar kilometer verder noordwaarts liggen. De boulders is een verzameling ronde rotsblokken die in de vloedlijn op het strand liggen en uiterst fotogeniek zijn, zolang er geen Aziaten in je beeld staan. Bij de boulders was het erg druk en een mooie foto maken betekende lang wachten totdat er geen mensen meer in beeld waren. Een groot aantal van de boulders was al uit elkaar gevallen en bij de resterende boulders is het wachten totdat ook zij ten prooi vallen aan de zee.

Omaru

We installeerden ons op een soort van boerencamping in Kakanui, op zo’n 15 kilometer van Oamaru. De camping stond te koop, maar voor een erg hoog bedrag van 600.000 euro.

We raakten in gesprek met een Nieuw-Zeelands gezin uit Christchurch en drie Fransen die onderweg waren naar het meest zuidelijke puntje van het Zuidereiland om daar te starten met de ‘Overland track’. Vanuit het plaatsje Bluff starten ze met een wandeling naar het meest noordelijkste puntje van het Noordereiland. Zo’n 3.000 kilometer waar ze vier maanden voor hebben uitgetrokken.  Van het stel uit Christchurch kregen we nog een aantal tips, maar de meeste hadden we al op onze wensenlijstje staan.

Om 19.00 uur ’s avonds klonk opeens een luchtalarm, zoals in Nederland altijd op de 1e maandag van de maand. Een aardbeving- of een tsunami-waarschuwing? Voor tsunami’s hebben we voldoende evacuatieborden langs de kant van de weg zien staan. Maar niemand op de camping behalve wij – de toeristen – leek van het alarm onder de indruk te zijn. We gingen toch maar even uit voorzorg informeren bij de eigenaar van de camping. Die gaf aan dat we ons geen zorgen hoefden te maken. Het was géén tsunamiwaarschuwing. 

Later zouden we vernemen dat er in de baai vlak bij de camping een meisje nekletsel had opgelopen tijdens het surfen. Zij was met een helikopter afgevoerd. Wij hadden er niets van gemerkt, maar niet veel later kwam de Nieuw-Zeelandse moeder het hele verhaal vertellen. Zij heeft een medische achtergrond en was toevallig op het strand aanwezig tijdens het ongeval.

Zondag 22 december 2019

Afgezien van een straatrace vannacht waar we kort even van wakker werden, was het heerlijk rustig op de camping. We ontbeten als eersten in de keuken; pas nadat wij al klaar waren kwamen anderen ontbijten in de keuken. We reden naar Omaru, waar we door de straatjes liepen. Oamaru is een erg leuk, maar slaperig plaatsje met nog een groot aantal gebouwen in Victoriaanse stijl in de winkelstraat. We liepen naar het strand toe en kwamen uit in een klein straatje waarin je je een eeuw terug in de tijd waant en het besef van tijd verliest. In de leuke huisjes zijn nu kleine winkeltjes gevestigd. Zo was er een bakkerijtje waar voor de deur een omafiets met bakkersmand stond.

Maandag 23 december 2019

Heel relaxed stonden we op, ontbeten we in het zonnetje aan een terrastafeltje voor de camping keuken, belden we even met de ouders in Nederland en daarna gingen we naar het centrum van Timaru.

We liepen wat doe de hoofdstraat een bekeken enkele winkeltjes en deden het lekker relaxed. We dronken op een terrasje in het zonnetje en kopje koffie, toen er een ringetje ging van de agenda. “Morgen vlucht naar Auckland”. We keken elkaar aan, beiden er heilig van overtuigd dat we nog een nacht op de camping zouden gaan staan in Christchurch en de laatste nacht in de reeds eerder geboekte kamer in een guesthouse in Christchurch. We hadden beiden in gedachten dat we nog een volle dag in Christchurch zouden hebben, maar die gedachte werd nu ruw verstoord door de agenda. Als we mogen vliegen, dan moeten we nu als de wiede weerga naar Christchurch.

En dus zaten we niet veel later in de auto voor de resterende 170 kilometer naar Christchurch. Ondertussen stelden we de planning maar even bij. Okay, beetje sight seeing in Christchurch. Geen musea bezoeken. Wat doen we met de lunch en het avondeten? Want bij het inkopen doen waren we er nog van uitgegaan van enkele dagen tot vertrek naar Auckland hadden. En waar parkeren we de auto in Christchurch?

Onderweg reden we bij het plaatsje Ashburton tegen een dikke file aan. Aan het begin van de file was er een afslag naar links naar een camping. Die namen we omdat we nog enkele spullen wilden achterlaten voor andere kampeerders, maar we reden tegen een slagboom op de camping aan en dus ging dat feest niet door. Via een parallelweg konden we langs een deel van de file rijden en toen we weer op de hoofdweg uitkwamen, was dat precies op de plek waar een aanrijding had plaatsgevonden. Direct daarna reed het weer door. Gelukkig zijn automobilisten hier zo vriendelijk om invoegende auto’s voor te laten gaan. En zo vermeden we de file, bij toeval.

In Christchurch konden we de auto makkelijk en gratis kwijt langs de botanische tuin. We liepen door de botanische tuin maar het centrum (1,4 km lopen) een werden in het centrum onaangenaam verrast. Negen jaar na de verwoestende aardbeving (in 2011) lijkt het erop dat die vorige maand of zo  heeft plaatsgehad. Ontzettend veel open gaten in het straatbeeld, die ondertussen zijn geworden tot betaalde parkeerplaatsen, veel gebouwen die gestut zijn, maar waar niet aan lijkt te worden gewerkt. De kathedraal waar al negen jaar niets aan is gedaan na de aardbeving en waarvan de gevel nog steeds open ligt. Nee, het was een diepe teleurstelling.

En heel bijzonder was dat een drietal hypermoderne hotels, van de bekende ketens, redelijk gedrochtelijke torens had neergezet. Je zou bijna denken dat er sprake is van omkoping door deze ketens in de zin van.. oooh Breek je dat af? Nou dan wil ik daar wel een hotel neerzetten. Hier heb je geld. Het is namelijk wel heel erg opvallend dat er voor de rest geen nieuwbouw staat in dat getroffen deel van het centrum.

We gooiden de plannen maar weer om. We liepen via Regent street waar een oud trammetje door het smalle straatje met gekleurde huizen rijdt. Dat was leuk om te zien. Verder was er een modern shopping center waar we niet echt in geïnteresseerd waren. Sight seeing werd een deceptie, dus dan toch nog maar naar het Canterbury museum. We hadden nog een klein uurtje en bekeken een deel Maori kunst (met name Jade gebruiksvoorwerpen) een en tentoonstelling van het dagelijkse leven in de afgelopen 50 jaar. In een hal waren woonkamers annex slaapkamers nagebouwde uit de jaren 60, 70, 80 en 90. Een brok van herkenning (en daarmee erg leuk). In vitrines stonden de kenmerkende nieuwtjes uit die decennia.

De lunch was geen probleem. De overgebleven crackers en chorizo worst kwamen op deze manier wel op, evenals de jus d’orange. Het avondeten was ook geen probleem.

Via de mooie rozentuin in de botanische tuin liepen we terug naar de auto en reden we naar onze geboekte kamer. Die was in een huis aan een rustige straat op zo’n 5 km van het centrum. Er was een mooie keuken, een zitkamer en twee badkamers. We hadden een ‘de luxe’ twee persoons kamer geboekt, maar wat nu zo luxe aan was zagen wij niet.

We ruimde de auto uit en hingen de tent te drogen in het zonnetje en begonnen met het inpakken van de rugzakken. Een vlucht met een budget airlines levert altijd weer extra werk op vanwege de beperkingen die je worden opgelegd wat bagage betreft. We hadden al een upgrade gedaan van 15 naar 20 kg, maar dat is met alle kampeerspullen nog aan de krappe kant. Wil je nog meer kilo’s bagage meenemen, dan kun je net zo goed bij een echte airline boeken.

Nadat alles was ingepakt maakten we avondeten en gingen daarna lekker onder zeil, want we moesten de volgende morgen vroeg op!

Dinsdag 24 december 2019

Auckland

De wekker ging om. 06.30 uur. Snel ontbijt klaarmaken in de koele keuken (er is in de houten hutjes die ze hier huizen noemen, enkel glas, geen centrale verwarming of verwarming op enige andere wijze) en daarna op weg naar de luchthaven. Onderweg stoppen we nog even op de top 10 camping en lieten in de campingkeuken onze stoeltjes, de Lonely Planet van het Zuidereiland eiland, een wandelstok en de wijnglazen achter. Hopelijk hebben andere toeristen er nog plezier van.

Rond 08.00 uur waren we bij de autoverhuurder. We hadden een half uur ingepland voor het inleveren van de auto, maar toen we aankwamen zei de oudere dame, die de shuttle bus bestuurde en die we ook al op de dag dat we de auto ophalen hadden gezien, dat we de autosleutel in het contract konden laten zitten en dat de auto later zou worden ingenomen. Via de email zouden we een innamebericht ontvangen.

We laadden de spullen achter in de shuttle bus en binnen 10 minuten na aankomst bij de verhuurder stonden we al op de luchthaven. Jetstar, de ‘no service’ budget maatschappij had ons gisteren al bang gemaakt met een SMS-je dat we vooral op tijd moeten zijn op de luchthaven, want ‘het was erg druk op de luchthaven’. Dit is òf een slechte maatschappij òf is gewoon niet de dynamiek van een echte luchthaven gewend, want het was in Schiphol-termen uiterst rustig op de luchthaven. Jetstar had echter maar twee incheckbalies open en daar ontstond inderdaad de drukte.

Afijn, we hadden al online ingecheckt en hoefden alleen onze bagage nog maar af te geven. Vreemd genoeg hadden we nu niet – zoals we wel hadden in Sydney – teveel gewicht en dat terwijl we niets extra’s hadden gekocht of iets hadden weggegooid. Het bewijs dat er van de weegschaal op de luchthavens niets klopt.

Verstandig genoeg hadden we een labeltje voor de cabinebagage bewaard en aan de medicijnentas laten zitten. Dat leverde nu in ieder geval geen vragen op.

Bij de gate werd nog vaak omgeroepen dat overgewicht in bagage in rekening wordt gebracht. We moesten al in de rij gaan staan voordat de passagiers uit Auckland het toestel hadden verlaten.

De vlucht van een uur naar Auckland verliep soepel. Vreemd genoeg kregen we weer een broodje en koffie aan boord. Schijnbaar zat dat bij de extra kilo’s bagage die we hadden gekocht.

Om 11.10 stonden we op de luchthaven van Auckland. De bagage kwam redelijk snel en daarna belden we naar de verhuurmaatschappij met het verzoek om ons op te halen. 15 minuten later kwam het busje van “2 cheap rental cars” card voorrijden. Het was nogal een rit naar het verhuurkantoor. Niet zo zeer de afstand, maar met de vele keren dat het busje afsloeg maakte dat het ver leek.

Na wat papierwerk kregen we weer zo’n oersaaie, grijze Nissan Tiida. Dit keer met 34.000 kilometer op de teller. We reden naar ons guesthouse in Auckland en schrokken lichtelijk toen we langs het gebouw reden. We parkeerden de auto in een zijstraatje en checken in. Het was echt zo’n backpackers hostel. Gelukkig hadden we een tweepersoonskamer geboekt, maar dat was ook niet meer dan twee enkele bedden in een kleine ruimte. De keuken rook intensief gebruikt en het aanrecht stond vol met vuile vaat. Alle hoeken en gaten werden als  bergplaatsen voor de etenswaren gebruikt. De badkamer was supervochtig van het intensieve gebruik. We voelden ons voor het eerst een generatie te oud voor deze shit.

We reden naar de Countdown, want we moesten inkopen doen. Voor de zekerheid gingen we er vanuit dat we de kerstdag zelf zouden moeten koken als alles dicht zou zijn. Na inkopen te hebben gedaan, parkeerden we de auto op z’n 500 meter van het guesthouse met buiten de betaald parkeren zone, liepen we met de overige bagage en onze boodschappentassen naar het guesthouse. Nadat we de spullen op de kamer hadden achtergelaten, liepen we verder naar het centrum.

Daar was het nog behoorlijk druk. Geen Kiwi’s die de laatste cadeaus scoorden voor kerst, maar alleen maar Aziaten op straat. Naast Indiërs, met hun mooie kleurrijke kleding vooral Chinezen. Ook opvallend veel daklozen. Voor twee dure winkels waar bewakingspersoneel geïnteresseerde klanten mondjesmaat binnen liet stonden letterlijk rijen Chinezen te wachten. In die winkels kun je dan een handtasje kopen voor bedragen met vier cijfers, waren de eerste begint met een 2 of hoger. En dan te bedenken dat ze waarschijnlijk in China in elkaar zijn genaaid.

De Kathmandu winkel was al helemaal omgebouwd voor de ‘Boxing day sale, die op 26 december begint. Remco scoorde er een leuk T-shirt, maar wel pas nadat de paspop in de etalage was uitgekleed, want die droeg het nog enige exemplaar in large.

We liepen langs een ijszaak, waar een enorme rij stond. Weer met name Aziaten. De ijsjes die verkocht werden waren super groot en zeer bijzonder van vorm. Ze kosten dan ook maar 25 dollar en meer.

We liepen terug naar het hostel, want het liep tegen 18.00 uur en vele winkels hielden het voor gezien. Op straat waren nu bijna alleen nog daklozen. We liepen naar een Indiër, maar er zat nog niemand binnen een eigenlijk hadden we ook nog niet zoveel trek. Dus eerst maar een biertje bij de buurman. We namen plaats op een barkruk aan een tafeltje op het terrasje voor het café. We hadden zicht op twee openbare toiletten en zwervers op straat. Plots gaan een onverzorgd uitziende man en een vrouw het toilet in een en minuut of tien later komt eerst de man uit het toilet en een paar minuten erna de vrouw en ieder gaat hun eigen weg. What had happend over there? We don’t wanna know.

We aten bij de Indiër. Als enige zaten we in het restaurant. Alle Kiwi’s zitten natuurrijk thuis aan een kiwi burger of groter. Het eten smaakte er echter niet minder door.

Terug in het guesthouse werden we door de Chinese uitbater uitgenodigd voor Pizza en een drankje, maar we besloten om eerst te gaan douchen en daarna op de niet al te gezellige kamer wat te lezen en te internetten.

Woensdag 25 december 2019

En paar mafkezen vond het schijnbaar leuk om vannacht met auto met harde kerst muziek en gegil door de straat te rijden, maar buiten dat hebben we goed geslapen. Zelfs in het guesthouse was het redelijk rustig op deze feestavond voor kerst.

We ontbeten in de ontbijt ruimte annex keuken op de bovenste etage. We waren de eersten die op waren om 09.00 uur. De jongeren lagen waarschijnlijk nog op een oor. In de keuken en op het dakterras waren de gesneuvelden achtergelaten op het alcoholslagveld. Volle asbakken en lege bier- en wijnflessen stonden nog op de tafels. We worden te oud voor dit soort onderkomens, ben ik bang.

One Tree Hill

We hadden besloten om eerst maar naar One Tree Hill te rijden, dat even buiten de ring ligt. One tree Hill is een uitgedoofde vulkaan kegel en een belangrijke plaats voor Maori. De plaats werd genoemd naar een eenzame dennenboom die hier stond tot dat Maori die in het jaar 2000 (na vele eerdere pogingen) wisten te vellen. De dennenboom was namelijk een vervanging van de voor Maori heilige Tatoraboom die door de eerste Europeanen was omgehakt voor brandhout. De Ierse band U2 heeft deze heuvel bezongen in het gelijknamige nummer.

We waren niet de enige in het Cornwall park waar One Tree Hill ligt. Met name Indiërs en Chinezen waren aan het picknicken in het park. Kleine tentjes waren her een der in het grote park met mooie grasvelden en imposant grote bomen neergezet. De imposante bomen stonden erg ver uit elkaar, waardoor ze een enorme omvang hadden. Echt heel gaaf.

Op de parkeerplaats was nog een plekje en daarna liepen we naar de heuvel top via een smal wandelpaadje. We liepen langs een boomstam met een indrukwekkende diameter. De boom was door de bliksem getroffen en van binnenuit uitgebrand, maar een de ‘buitenmuren’ stonden nog overeind en we konden zonder problemen de boom inlopen en in de omvang ervan verdwijnen.

Vanaf de top van One Tree Hill hadden we mooi 360 graden zicht over Auckland, dat vrijwel van alle kanten is omringd door water. Via een geasfalteerde weg, die gelukkig afgesloten was voor auto’s, liepen we terug naar de parkeerplaats. Daar stond ook een van de oudste huisjes van Auckland. Ooit stond het in de haven, maar het is verplaatst naar een plek waar beter beschermd is tegen het water. Het huisje was nog authentiek ingericht. Leuk om even te bezichtigen.

We reden naar Mount Eden. Ook een uitgedoofde vulkaan, waarvan de krater nog overduidelijk zichtbaar is. Alleen is deze inmiddels wel helemaal begroeid met gras.

Via de Auckland harbour bridge reden we naar de luxe wijk Devonport aan de andere kant van het water en dat bezochten we Mount Victoria, de derde uitgedoofde vulkaan. Vanaf de top weer 360 graden uitzicht over Downton Auckland, maar ook over andere vulkaaneilanden in zee. We kochten een (niet goedkoop) ijsje, die extra duur werd door een 15% feestdagentoeslag een daarna reden we naar een strandje, waar het heel druk was. En heel opvallend waren het nu voornamelijk Polynesiërs. Die herken je direct aan de donkerdere huid..   en het feit dat sommige mannen in een rok lopen. Wat ook sterk opviel was dat de meeste Polynesiërs ietwat tot behoorlijk veel overgewicht hadden.

Tegen het einde van de middag reden we huiswaarts. We stoppen nog even bij het Ferrygebouw en bij de rozentuin en parkeerden de auto toen op ons gratis parkeerplekje waar we vanochtend de auto hadden opgehaald.

We aten bij een Japans restaurant. Erg veel keuze was er niet. Vrijwel alle restaurants zijn gesloten op eerste kerstdag. Zelfs de Amerikaanse hamburgerketens zijn gesloten!

Donderdag 26 december 2019

Toen we wakker werden en we wilden ontbijten in de keuken, waar ook een aantal eettafels staan, was het duidelijk dat het de vorige avond kerstavond was geweest. We ontbeten en sleepten vervolgens ons hebben en houwen naar de auto en daarna liepen we naar de lange straat de heuvel af naar het centrum. We wilden nog een paar bezienswaardigheden snel bekijken.

Het was boxing day en dat betekent twee dingen voor de Kiwi:

  1. de uitverkoop begint en
  2. het is het startsein om massaal op vakantie te gaan

Eenmaal in het centrum viel het direct op dat de winkeletalages nu vol hingen met reclameborden waarop stond dat het uitverkoop was (Boxing day sales) en iedereen werd verblijd met enorme kortingen. Zoals altijd in Australië en Nieuw-Zeeland wordt er altijd bij vermeld: ‘terms and conditions apply of kortweg T and C’s apply) en dus vielen de kortingen veelal erg mee.

Maar bij de Macpac, een behoorlijk dure Nieuw Zeelandse outdoorzaak wist Remco een uitverkoopbroek te scoren waar op de Boxing day nog eens 20% korting vanaf ging en dus kostte de broek niet 160 dollar, maar 64 dollar en dan wordt het ineens best betaalbaar.

Marjolijn wilde nog even kijken bij de Mountain Warehouse. Op internet hadden we gezien dat er op het Noordereiland twee filialen zijn, waaronder één in een buitenwijk van Auckland. We reden erheen, maar waar we niet op hadden gerekend was dat we in een file van auto’s terechtkwamen die allemaal op zoek waren naar een parkeerplaatsje. Verkeersregelaars leidden de auto’s in goede banen.

Toen we langs een parkeerplaats reden waar een bord aangaf dat deze vol was, besloten we toch maar een kans te wagen en we hadden geluk, want er was nog minstens één plaatsje. Een tweede geluk was dat de parkeerplaats tegenover de ingang van een winkel lag die zich in het enorme overdekte outletcenter bevond en eenmaal door deze winkel te zijn gelopen kwamen we terecht in een megadruk winkelcentrum waar de temperatuur een aantal graden hoger lag dan buiten en de luchtvochtigheid idem dito.

Bij de Mountain Warehouse was geen extra Boxing day sale. De kleiding was al afgeprijsd en er kwam geen extra korting bovenop. Marjolijn paste nog een paar broeken, maar zonder succes.

Voor een winkel waar ze The North Face verkochten stond een rij van ongeveer 15 mensen en mondjesmaat werden mensen binnengelaten. We sloten aan in de rij en mochten al snel naar binnen. Daar wisten we wel mooie broeken te scoren en met 50% korting kwamen die in de richting van ‘betaalbare’ broeken.

Verderop in het outletcenter waren winkels van de bekende sportschoenenmerken. De rijen voor die winkels waren écht absurd lang; wel 50 meter of meer. Mensen laten zich graag gek maken.

Bij de Kathmandu was het binnen niet zo heel druk. Klaarblijkelijk was dit niet de winkel waar je moest zijn als Kiwi. Maar in de winkel was het wel een chaos. Kleding lag her en der. De klanten waren niet zo netjes geweest om hetgeen dat ze in de handen hadden gehad ook weer fatsoenlijk terug te hangen. Marjolijn vond echter nog wel een leuke broek. Deze was al afgeprijsd en er ging nogmaals korting overheen, waardoor ze voor 44 dollar een mooie broek had. De twee broeken de we de afgelopen 7 maanden hebben gedragen moesten nl. wel vervangen worden.

En toen was het 15.30 uur en moesten we nog op weg naar het noorden. We stapten in de auto en reden via de snelweg 16 en 18 noordwaarts. We reden via de hibiscus coast. Hoewel het nu het seizoen was voor de mooie hibiscusbloemen, zagen we er geen één. Geen idee wie de naam van deze kust heeft verzonnen.

Onderweg kochten we avondeten in een supermarkt en uiteindelijk kwamen we uit bij een camping in het plaatsje Sandpit. We hadden van tevoren al gebeld naar de camping op het moment dat we van de hoofdweg moesten afslaan naar de weg naar Sandpit, want we hadden niet veel zin om voor niets te rijden. Er waren nog wel een paar plekjes vrij.

Eenmaal op de camping werd het meteen duidelijk dat de Kiwi’s het serieus nemen met Boxing day; er waren nog maar een paar plaatsjes vrij en dat waren niet meer de mooiste op de camping.  De camping zelf had wel iets bijzonders. Naast het feit dat de camping aan zee ligt en een groot deel van de camping wordt gebruikt als stalplaats voor boten en auto’s had de camping ook iets leuks. Het ‘straatje’ waaraan de receptie, de keuken en de douchefaciliteiten liggen was ingericht als een winkelstraatje. De gebouwtjes leken op winkeltjes met vitrines en reclame aan de gevels.  In de vitrines was het een verzameling van oude camera’s (in de ‘Kodak’ winkel) en in een andere vitrine stonden allemaal oude typemachines en in een derde vitrine stonden oude huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Heel leuk gedaan.

Vrijdag 27 december 2019

We werden niet wakker van de enorme grote familie met kleine kinderen naast ons, maar van de kleine kinderen uit een klein tentje achter ons. En toen bleek het al 08.00 uur te zijn.

We ontbeten heerlijk in het zonnetje, braken de tent op en reden noordwaarts. In het plaatsje  Mangawhai heads informeerden we bij de I-site naar de mogelijkheden voor het bewandelen van de ‘Te Araroa trail’. Deze wandeling gaat namelijk deels over het strand dat alleen toegankelijk is rond laagtij. Het zou laagtij zijn om 15.20 uur en we waren er om 12.00 uur.  Iets te vroeg waarschijnlijk en we besloten om maar eerst even te lunchen op een heuveltopje achter de I-site.  Aan de voet van de heuvel waren Kiwi’s aan het bowlen en aan het jeu de boulen in de buitenlucht.  Bowling is hier iets heel anders dan wat wij er onder verstaan. Aan de spelers te zien, zo werd ons in ieder geval werd het ons wel duidelijk, dat je in ieder geval een witte broek en witte sportsokken moet dragen om erbij te horen.

Na de lunch reden we toch maar naar het strand. Daar stond de parkeerplaats al redelijk vol. Alleen speciaal voor de surfclub gereserveerde plaatsen waren vrij en die lieten we ook maar vrij. Toch lukte het om de auto al snel te parkeren en we liepen naar het strand, dat vrij breed was. Wat nu dat de wandeling alleen rondom laagtij kan worden gemaakt? Veel mensen lagen op het strand en zelfs een groot aantal was in zee, maar alleen op het kleine deel dat bewaakt werd. Schijnbaar is de zee niet zo vriendelijk.

We besloten de gok te wagen en begonnen aan de wandeltocht over het strand en dat was geen enkel probleem. Het strand was enorm breed en de zee was kalm. Het was dan ook een schitterende dag met blauwe luchten en weinig wind.  Na een kwartiertje gingen we van het strand af en volgden we het pad de kliffen op. We liepen over een keurig aangelegd pad, maar over privéterrein en mochten niet van het pad afwijken. Aan de zeekant wilde je dat ook niet, want daar liep het vrij steil naar beneden. We keken mooi uit over het strand, de schitterend blauw/groene zee en de bergen die in zee liggen op een paar honderd meter afstand.

Na een uurtje lopen kregen we de keuze om hetzelfde pad terug te lopen of nog 20 minuten verder te lopen en dan via het strand terug. Dezelfde weg terug zou 1 uur duren en verder lopen zou nog twee uur duren. Maar we weten inmiddels dat de tijdsindicatie over het algemeen voor hoogbejaarden geldt. We vervolgden de weg en daalden af tot op het kiezelstrand. Hier was het strand niet breed en dit is ongetwijfeld het deel dat ze bedoelen dat alleen rondom laagtij te bewandelen is. Het wandelen over de dikke laag keien en kleine stenen was wat minder prettig, maar het ging goed. Soms wat geklauter over enorme rotsen op  het strand, maar we kregen er mooie vergezichten voor terug. Het laatste deel ging weer over hetzelfde brede zandstrand als dat we op de heenweg hadden bewandeld.

We reden verder naar Whangarei, waar we de tent opzetten op het Whangarei Central holiday park. Het park was net door een fris nieuw koppel overgenomen en er golden nog maar weinig regels. ‘We konden de tent neerzetten waar we maar wilden’, zei de nieuwe eigenaresse. De nieuwe eigenaars hadden wel de ‘oude’ boel overgenomen. Geen flitsende camping dus, maar alles werkte én het was er lekker rustig. Zowel wat de andere campinggasten betrof als ook omgevingsgeluid. Nou ja…. Op die helikopter na dan die ’s avonds boven de camping rondcirkelde. Behoorlijk irritant.

Zaterdag 28 december 2019

Whangarei

Via de kustweg reden we van Whangarei naar het plaatsje Russell, dat in de Bay of Islands ligt. De weg ging door Maorigebied. Wat ons ontzettend opviel was het grote aantal tenten dat her en der in het landschap stond. Vaak was dat ook in de (enorme) tuinen bij huizen. Schijnbaar moet je als Kiwi vanaf Boxing day in een tent overnachten.

De weg naar Russell ging door landbouwgebied. De weg was rustig, maar ongelofelijk bochtig. Soms moesten we over een eenbaansbruggetje rijden, maar we kwamen nauwelijks tegenliggers tegen en dat was dus geen probleem.

‘Het plaatsje Russell is leuk. Eigenlijk stelt het qua omvang niet veel voor; een paar straatjes met leuke witte huisjes. Langs de oever van de baai zijn veel restaurantjes en kun je leuk wandelen. We parkeerden de auto in een zijstraatje en liepen wat door het dorpj en fotografeerden het oudste houten kerkje van Nieuw Zeeland, waar Charles Darwin nog de fondsen voor heeft geworven.

We reden na het bezoek verder naar het plaatsje Ahipara, maar hadden de afstand iets onderschat. Op de internetpagina van de camping hadden we gezien dat er nog beschikbaarheid was, maar eenmaal bij de receptie werd gezegd dat ze eigenlijk vol zaten. Maar wegsturen deden ze ons ook niet en dus konden we de tent opzetten. We kozen voor ‘’een van de drie plaatsjes bij de ingang van de camping bij een aantal grote bamboebomen in plaats van een plaatsje op het tentveldje dat al vrij vol stond, zowel met tentjes als met enorme pickup trucks, bijna zo groot als vrachtwagens. Ja, de Kiwi’s hebben het milieu heel hoog zitten maar niet heus.

‘s Avonds kookten we ons eigen maaltje, maar dat was even passen en meten in de relatief kleine keuken, waar wij – net als alle anderen- op hetzelfde moment willen koken en eten.  Buiten de campingkeuken waren de barbecues waar (met name) mannen met bijna niet te tillen koelboxen met vlees de boel blauw zetten van de rook.

We aten lekker salade met een zalmpje en green lip mosselen als voorgerecht.

Zondag 29 december 2019

Cape Reina

Voor vandaag stond een ritje naar Cape Reina op het programma. We stonden vroeg op, namelijk om 06.30 uur. Dit had als groot voordeel op de camping dat we de badhokjes nog voor ons zelfs hadden. We ontbeten aan de lange houten tafel die op het terras bij de camp kitchen stond. Die hadden we ook nog voor ons alleen.

Nadat de tent was ingepakt reden we naar het strand. De camping ligt zo’n beetje aan de 90 Miles beach, die in de praktijk overigens geen 90 Miles is, maar eerder 90 kilometer lang.

De zon scheen, de lucht was blauwe en de zee kalm. Een vroege held waagde zich al in zee. Hij was de enige. We gingen op weg naar het noordelijkste puntje van Nieuwe Zeeland. In Kaitaia gooiden we de benzinetank vol en kochten we bij de Pack ’n Save onze lunch.

Het eerste stuk van de 95 kilometer naar Cape Reina was goed te doen. Rechte wegen door vrij vlak landschap. Hoewel het zondagochtend rond 08.30 uur was, zagen we toch al veel mensen op straat. Op de weg was het echter, zoals altijd, rustig.

Na zijn 20 minuten begon het geslingerd. De weg bestond alleen maar uit bochtjes. We reden langs enorme plantages, waarvan we niet weten wat er werd verbouwd. Lage groene boompjes of struiken werden van elkaar gescheiden door plastic zeil van 1,5 meter hoogte vanaf de grond. Dat zeil deed overduidelijk dienst als windstopper. Maar vandaag had het zeil geen functie, want er stond maar weinig wind.

We vervolgden de weg, die weer minder bochtig werd, maar nooit helemaal recht. Het landschap bestond met name uit met gras begroeide heuvels. Voordat de ‘ontwikkelde’ blanke man hier voet aan wal zette hier, waren de heuvels begroeid met eeuwenoude bossen. Die zijn vakkundig gekapt en kale, met gras begroeide heuvels bleven over. De wind wordt nu geremd door plastic.

Na een lange rit, die niet veroorzaakt werd door de afstand, maar wel door de bochtjes en eenbaans-bruggetjes, kwamen we aan bij Cape Reina. Bij de parkeerplaats stond al een verkeersregelaar. Die hadden wij nog net niet nodig, want wij konden nog een laatste parkeerplaatsen bemachtigen. Behoorlijk irritant is dat een groot deel van de parkeerplaats is gereserveerd voor commerciële touringcars van aanbieders van dagtochten. Die mogen op de mooiste plaats parkeren. Commercie gaat voor alles, ook voor natuurbehoud, want dezelfde touringcars scheuren ook over het strand van de 90 Miles beach.

We liepen naar het bekende vuurtorentje op Cape Reina; het eerste lichtpuntje dat kapiteins op zee zien van Nieuw-Zeeland. Het witte vuurtorentje strak mooi af tegen de blauwe lucht, blauw/groene zee en de groene heuvels. Het was nog niet zo druk met bezoekers, maar daar kwam snel verandering in, want de eerste toerbussen waren inmiddels aangekomen (11.00 uur) en de parkeerplaats was vol toen wij er vanaf reden.

Een paar kilometer ten zuiden van het meest noordelijke punt zijn schitterende, hoge zandduinen.  Het kostte ons 20 minuten om naar de top van de duin te komen. Iedere stap gingen we maar 20 centimeter omhoog, ondanks dat we grote stappen namen. Het grootste deel gleden we weer naar beneden. Er stond vrij veel wind en we zagen de zandkorrels over de toppen waaien.  Toen we bijna boven waren, werden we dan ook even gezandstraald. Zelfs na het douchen vonden we nog zandkorrels in onze oren.

Op de zandduinen kon je ook zandboarden en een aantal helden deden dit ook.  Erg leuk om te zien en waarschijnlijk ook erg leuk om te doen. Maar het naar boven lopen is doodvermoeiend en velen lieten het bij een paar keertjes.

 We reden dezelfde weg terug, maar stopten onderweg nog even op de 90 Miles beach. Vanaf de SH1 bereikten we het strand via een 10 kilometer lange gravel Road. Het strand was echter niet zo bijzonder; vrij smal en hard zand. We konden met de auto het strand oprijden en voor de fun deden we dat een heel klein stukje.

Daarna reden we verder. Bij de Pack ’n Save vulden we voor de tweede keer de benzinetank vandaag een kochten we spullen voor het avondeten. We hadden besloten het eens lekker eenvoudig te houden door brood te eten met gerookte zalm en een soepje uit blik op te warmen.

Het was nog zo’n 70 kilometer naar Rawena, waar we op de camping zouden gaan staan. Er was een korte route die afweek van de SH1 , maar volgens maps.me zou die afkorting 1 uur en 20 minuten rijden zijn, terwijl het volgens ons maar een kort stukje qua afstand was. We volgen de rivier en we kwamen uit bij een kleine nederzetting, dat sterk op een Maori nederzetting leek. Even verder was het Clendon House, dat stamt uit 1860. In dit witte, houten huisje met een mooie veranda en mooi uitkijkend over de rivier woonde Captain James Teddy Clendon, een vooraanstaand figuur in de recente Nieuw-Zeelandse geschiedenis.

Na Clendons House werd de weg onverhard, maar het duurde gelukkig heb 1 uur en twintig minuten, maar eerder 20 minuten voordat we weer op een verharde weg zaten en al snel daarna waren we in Rawene. In dit nietige plaatsje was een kleine camping, die mooi op een heuvelrug lag. Aan beide kanten van de heuvel rug waren plaatjes, maar alleen plaatjes in de schaduw waren nog beschikbaar. En we wilden zo graag in het avondzonnetje zitten.

En dus reden we nog 25 kilometer verder en kwamen uit bij het Okopako lodge farm hostel. Een lange naam voor een kleine camping aan het einde van een gravel weggetje. Vanaf de hoofdweg (nr 12) was het een kilometertje of zo omhoog en nadat we het erfhek waren gepasseerd kwam de eigenaresse al aanlopen. We hadden keuze uit drie plaatjes en kozen en mooi plekje met schitterend uitzicht over het dal en de omgeving; blauwe luchten, groene heuvels en witte schapen.

De faciliteiten waren niet erg modern, maar alles functioneerde en we hoefden ze slechts te delen met drie andere stelletjes.

We maken kennis met een Nederlands stel, dat sinds een paar weken met de fiets door Nieuw-Zeeland trok. Stevige fietsen met brede banden. Ze hadden een mooie tent en – voor fietsers – veel bagage bij hen, maar allemaal lichtgewicht. We aten met ze aan de picknicktafel in het avondzonnetje en praatten de hele avond met ze over hun fietsplannen en wij vertelden over onze reis tot nu toe.

Tegen 23.00 uur namen we plaats in onze slaapzakken ook de tent die onder een grote dennenboom stond waarin meneer de uil zat te oehoe-en. Het was helder en Marjolijn zag nog een vallende ster.

Maandag 30 december 2019

De wekker ging om 06.30, maar het duurde tot 07.00 uur voordat we eruit kwamen. De blauwe luchten van de afgelopen tijd hadden plaats gemaakt voor grijze luchten. Het zonnetje liet zich nog even zien om vervolgens vrijwel de hele dag achter de wolken te blijven. We hadden nog wel de mazzel dat we in het zonnetje aan de picknick tafel konden ontbijten.

Rond 08.30 uur reden we van de camping. We reden naar Omapere, waar we aan de overkant van het water hoge zandduinen zagen. Bij Omapere was een korte wandeling naar een uitzichtpunt vanwaar we zowel zicht hadden op de zandduinen als ook op het strand en de zee.

Terug in de auto reden we naar Tane Mahuta. Dit is de grootste, nog levende Kauriboom van Nieuw Zeeland. We parkeerden de auto op de parkeerplaats, waar ook een caravan stond waar een koffiebarretje in was gevestigd. Luide muziek schalde uit de luidspreker. Waar we 15 jaar geleden gewoon over een houten board Walk op konden lopen, was nu een ontsmetting station gebouwd. We moesten de schoenen desinfecteer door op een grote voetstap te gaan staan, die je vervolgens indrukte en zodoende een spray activeerde die de onderkant van je schoenen desinfecteert. Hiermee zou worden voorkomen dat een bacterie die de laatste Kauribomen die de mens is vergeten is om te hakken zou doden. Maar de auto’s rijden gewoon – zonder te worden gedesinfecteerd – door het park. De vraag is hoe effectief dit (dus) is.

De wandeling naar de boom duurde maar twee minuten. De boom leek er minder goed aan toe te zijn. De stam was mega indrukwekkend (diameter 5,5 meter en een omtrek van ruim 16 meter), maar de kruin was gehavend. Waarschijnlijk was de bliksem ooit in de boom geslagen. We hoorden een geluid van iets wat op een kettingzaag leek in de verte. Toen we terugwandelden bleek het een medewerker van het park te zijn die met een bladblazer blaadjes van de boardwalk aan het blazen was. Niet echt idyllisch.

En klein stukje verder zou een wandeling zijn naar vier grote Kauribomen, maar nadat we de auto hadden geparkeerd en ons weer hadden ontsmet stond er een bord dat de wandeling naar die bomen was gesloten. En dat bleek – toen we bij de afslag naar de bomen kwamen – al een tijdje zo te zijn. We konden nog wel naar een andere grote Kauriboom lopen over een houten vlonderpad. Na 15 minuten lopen stonden we aan de voet van die tweede gigant. Wat een indrukwekkende stam! Maar ook deze boom was door de bliksem getroffen en had niet zo’n mooie kruin. Op de weg naar deze gigant zagen we vele andere (jongere) Kauri bomen, die wel mooi waren. Mooie, gezonde bomen.

We reden verder over de weg door het mooie bos met langs de kant metershoge varens. Die groeiden aan een bruine stam van wel 5 of 6 meter hoog en pas dan kwam een enorme waaier van varensbladeren die ook nog wel eens twee of drie meter lang konden zijn. Indrukwekkend en mooi.

En plots was het bos voorbij en zagen we het resultaat van menselijke inspanning; kaalgekapte heuvels met gras en koeien erop. Echt trots mogen we niet op onze voorouders zijn. Het blijkt dat voordat wij ons hier vestigden 80% van Nieuw-Zeeland bebost was. Nu nog slechts 20%.

In het plaatsje Matakohe bezochten we het Kaurimuseum. Dit particuliere museum kent een behoorlijk prijskaartje (25 dollar per persoon!), maar vertelt op een interessante wijze het verhaal van de Kauriboom en dan met name hoe de bomen werden gekapt, verwerkt en hoe de hars van de boom werd gewonnen. Het was een interessant museum.

We zetten de tent op in het plaatsje Paparoa, omdat daar een klein supermarktje was en dat was er in Matakohe niet. Uiteindelijk hadden we die niet eens nodig, omdat we in het plaatselijke hotel/restaurant gingen eten. De pub die erbij hoorde heette “The Thirsty Tui”. 

De camping stond te koop. Het was een kleine camping met maar een paar tentplekken, maar dat bracht wel met zich mee dat het lekker rustig was….. op de auto’s die langs doorgaande weg langs de camping reden na dan wel te verstaan.

Dinsdag 31 december 2019

Coromandel Peninsula

Vandaag reden we vanuit Paparoa naar het plaatsje Thames op de Coromandel Peninsula. Gewoon een lange reisdag zonder bijzonderheden. We reden via de SH1 naar Auckland. Onderweg stopten we  in het plaatsje Orewa waar we een kopje koffie dronken op een bankje aan het strand, nadat we eerst ons best hadden gedaan om een dementerende man te helpen de weg terug naar huis te vinden. De man was aan het wandelen met zijn hond op het voetpad langs het strand, maar wist niet meer hoe hij thuis moest komen en vroeg omstanders of zij wisten waar een bepaalde straat lag. We hielpen de man niet alleen, want inmiddels hadden zich drie andere mensen zich samen met ons om de vergeetachtige man verzameld. Uiteindelijk brachten enkele kiwi’s hem met de auto naar huis.

Ook was een oude mevrouw met rolator op zoek naar haar vriendin. Die was dementerend en was van het strand gelopen, terwijl ze de afspraak hadden dat ze op het strand zou blijven.

De Auckland harbour bridge oversteken was geen probleem, ondanks dat er werd gewaarschuwd voor vertragingen in verband met onderhoudswerkzaamheden. Twee rijbanen waren afgesloten, maar er werd niet gewerkt en we passeerden Auckland zonder enige problemen. En ook naar Thames rijden was geen probleem. Bij afslag 433 sloegen we af. Afslag 433? Ja inderdaad. In Nieuw-Zeeland zijn nauwelijks snelwegen en daarmee ook nauwelijks afritten.  Waarschijnlijk zijn ze begonnen bij nummer 421 of zo in plaats van bij nummer 1, want 433 afslagen vindt je niet in Nieuw-Zeeland, zelfs niet als je een aantal kwadrateert.

Onderweg wilden we iets kopen voor de lunch, maar we zagen op maps.me dat er alleen maar een klein buurtwinkels langs de weg was op de route. Het bleek een oud benzinestation te zijn dat was omgebouwd tot klein winkeltje. Dit zie je frequent in Nieuw-Zeeland, overigens. We besloten er te kijken. Er stond enigszins tot onze verbazing een Sikh met tulband achter de balie. We vroegen hem of de pasteitjes die hij verkocht vers waren en hij bewees dat met de bezorgbon van die ochtend, hoewel we hem al op zijn woord geloofden. We aten de pasteitjes op  een rustig plekje langs de route. Stoeltjes uit de auto en genieten van het weidse uitzicht.

Eenmaal in Thames liepen we naar de I-site, want we wilden wel eens weten hoe opwindend en bruisend Thames of iets groter het Coromandel peninsular, zou zijn op oudjaarsavond. Nou, dat bleek allemaal wel mee te vallen. Er was een concert aan de oostkant van het schiereiland, waar vooral veel tieners zich verzamelden. Dat werd ons afgeraden. Aan de westkust zou je aan het strand goed zitten op oudjaarsavond. We besloten om iets verder naar het noorden een camping te zoeken. 15 jaar geleden hadden we in Thames op de camping gestaan en we hadden in ons eigen verslag gelezen dat het mannetje dat de camping runde nogal vreemd was.

Dus maar 20 kilometer verder noordwaarts, waar drie campings zouden zitten. Eén was heel duur, de tweede lag zo pal aan de weg en stond vol met long time stayers en vol met aanhangers van boten, dat je daar niet vrolijk van werd en de derde camping was volgeboekt. Er zat dus niets anders op dan terug te gaan naar Thames. We hadden op de website gezien dat er nog beschikbaarheid was en dus was dat onze laatste optie. 

Op de camping in Thames bleek de vreemde man er nog altijd te zitten. Hij was inmiddels 15 jaar ouder en wellicht wat bekoeld. We konden het laatste beschikbare plekje krijgen. Het was een langgerekt ruim stukje gras tussen een toilethok en een stacaravan waar een long stay resident in woonde. We zetten de tent op en gingen daarna heerlijk in het zonnetje voor de tent in het gras zitten lezen.

Van Australië konden we herinneren dat oudjaarsavond niet bijster gezellig was. Alcoholverboden in het centrum van Byron Bay aan de Australische oostkust, waar je – volgens zeggen – toch zéker moest zijn voor oudjaarsavond. Daar werden die avond maar liefst drie vuurpijlen afgestoken. Erg veel verwachtten we dan ook niet van oudjaarsavond in Nieuw-Zeeland, maar dat het zó saai is, hadden we ook niet verwacht. Zelfs Australië is er dynamisch bij vergeleken.

Op de camping bleven de mensen wel op tot 0.00 uur. Het weer was goed en met een truitje aan kon je best buiten blijven zitten en dat deden de meesten dan ook. Lekker voor de tent of voor de caravan buiten zitten. Sommigen vonden dat anderen ook van hun muziek mochten genieten, maar over het algemeen was er geen sprake van een feeststemming.

Wij namen plaats in de televisiekamer en wilden wat internetten en lezen. De tv stond aan. We waren alleen in de ruime en zapten langs de kanalen. We vielen midden in de film “The full Monty”. Voor wie ‘m nog niet heeft gezien. Vooral doen, want hij is erg leuk. En in plaats van wat te internetten keken we de film af, die tot ergernis iedere 10 minuten werd onderbroken voor tv-vervuiling, oftewel reclame. Het is hier nog ergerlijker dan in Nederland, waar we de commerciële zenders zo veel mogelijk mijden.

We bleven als enigen in de tv kamer en tegen 12 uur liepen we terug naar de tent. De lichten in de stacaravan naar ons, die van de long term stayer was, waren nog aan. Tien seconden voor twaalf uur werd de camping wakker en begon het aftellen en toen was het twaalf uur en sloten we een decennium af en gingen we een nieuw decennium binnen. En op de camping gebeurde….. helemaal niets! Mensen die bij elkaar bij de tent of caravan zaten, wensten elkaar een goed nieuwjaar, maar vrijwel niemand wenste de buurman een goed nieuwjaar of zo. Twee minuten over twaalf gingen de lampen in de stacaravan van onze buurman uit. Wij lagen ook niet veel later op bed.

Woensdag 1 januari 2020

Om 08.30 uur werden we wakker. Hoewel het stiller was dan normaal rond dit tijdstip op campings, waren toch al veel mensen op. We ontbeten in het zonnetje, braken de tent op een reden langzaam naar de plaats Coromandel. De weg volgde de hele tijd de kust en was erg bochtig. We reden door kleine dorpjes met weinig faciliteiten. Veel Kiwi’s waren onderweg met een boot op de trailer achter de grote auto’s.

In het dorpje Coromandel liepen we even rond. Anders dan in Nederland waren de meeste winkels gewoon open. Zelfs de vuilnis werd gewoon opgehaald op 1 januari. We kochten twee grote coffee to go, die helemaal tot de rand bleken te zijn gevuld toen we de deksel verwijderden en namen plaats aan een picknicktafeltje in een parkje. Om exact 12.00 uur ’s middags belden we naar familie en vrienden in Nederland om hen een goed nieuw jaar te wensen.

Daarna reden we verder naar de oostkant van het schiereiland. Via een erg bochtige weg, heuvel op heuvel af, kwamen we aan bij de oostkust. We lunchen op een bankje langs het strand. In zee vermaakten mensen zich al zwemmend of op een surfboard. Na de lunch reden we verder naar een camping nabij hot water beach. In het plaatsje Whitianga waren we erachter gekomen dat we niet veel keuze meer hadden wat campings betrof. Ze waren of vol of achterlijk duur. Ook de camping bij hot water beach was met 50 dollar niet erg goedkoop een zeker niet bijzonder. Het lijkt eerder regel dan uitzondering te zijn dat hoe duurder de camping is hoe slechter.

Vanaf 15.30 uur lagen we op het strand van hot water beach, dat zo’n 9 kilometer van de camping lag. Bij Hot water beach zijn drie betaalde parkeerplaatsen, de meeste mensen parkeren de auto’s gratis naast die parkeerplaatsen en wij (dus) ook. Hot water beach heet zo omdat de grond onder een zeer klein stukje van het strand heet is. Op het strand kun je voor 10 dollar een schepje huren (je kunt beter en schep kopen voordat je hier komt!) en een gat graven in het zand van het strand dat dan vol loopt met warm water. Het klonk zo leuk en het plaatje in onze reisgids enthousiasmeerde ons erg, maar toen we de enorme mensenmassa op het strand van een metertje of 50 breed zagen graven, verging het idyllische beeld snel.

Wij gingen lekker op het strand liggen. Beetje mensen kijken en lezen. Lekker in de schaduw van een heuvel waar de zon achter stond, want in het zonnetje was het bloedheet. Mensen kijken is overigens niet zo aantrekkelijk in Nieuw Zeeland, waar obesitas meer de norm is dan uitzondering en waar iedereen volgetatooeerd lijkt te zijn. De een mooier dan de ander, vonden wij overigens. Maar dat heeft meer met smaak te maken.

Tegen 18.30 uur reden we terug naar de camping en maken we burrito’s. Lekker en makkelijk.

Donderdag 2 januari 2020

Het is bijna niet te geloven, maar de vuilniswagen kwam op het kampeerterein om 06.45 uur de containers legen. Soms vraag js je af of mensen wel nadenken. Maar ook de campingeigenaresse valt te verwijten dat ze dit toestaat als borden aangeven dat de caminggasten zich tot 07.00 uur gedeisd moeten houden. Het werd nog belachelijker toen tijdens het ontbijt de streekbus de camping op zagen komen rijden. Schijnbaar is er op de camping een halte. Niemand stapte overigens in of uit, maar de overlast van de bus heb je wel.

Na het ontbijt reden we naar Cathedral Cove. In het dorpje bij Cathedral Cove parkeerden we de auto in de berm langs de kant. Net zoals iedereen deed. Via het dorpje liepen we naar Cathedral Cove. Onderweg zagen we al veel mensen terugkomen en we bereidden ons al op het ergste voor. Op het strand waren we dan ook niet alleen toen we na een half uurtje wandelen daar aankwamen. Op weg naar de Cove liepen we overigens door een bos dat was aangelegd voor de gevallenen in de eerste wereldoorlog.  Triest genoeg (of wellicht gelukkig genoeg) stond er nauwelijks een boom in het bos.

De Cathedral Cove bleek een natuurlijke brug te zijn. Je kon onder de brug van het ene strand naar het andere strand lopen. Op beide stranden lagen kayaks die je kon huren. In zee zagen we hoge rotsen als eenzame eilandjes in het water op slechts 10 meter of zo uit de kust. We zagen mensen in zee en plots zagen we donkere vlekken in het water. Die bewogen en het bleken roggen te zijn. Die zwommen rustig tussen de badgasten vlak onder de kustlijn. Heel bijzonder.

We moesten grotendeels hetzelfde pad weer terug, maar kozen er bij een splitsing voor om langs het strand terug te lopen. Eenmaal terug bij de auto reden we zuidwaarts om vervolgens in een ontzettend lange file voor het plaatsje Tairua terecht te komen. Eenmaal in het plaatsje kwamen we erachter wat de boosdoener is. Het bleek een one lane bridge te zijn. Verkeersregelaars regelden het verkeer aan beide kanten van de brug. Te belachelijk voor woorden dat zo’n brug aan beide kanten een file van minimaal 5 kilometer veroorzaakt. Weer een  mooi bewijs dat het Nieuw Zeeland niet om het milieu gaat, want welk dorpje wil nu in de zomer de hele dag stilstaande auto’s met draaiende motor in de winkelstraat?

Na de ergernis die een uur oponthoud met zich meebracht, konden we doorrijden naar het stadje Waihi, waar we de tent opzetten op het Waihi motor camp. De camping lag heerlijk rustig aan de rand van het dorp en was net in handen van een nieuwe eigenaar. We konden ons eigen plekje kiezen en kozen een plekje waar we geen buren meer konden krijgen, omdat de grond naast ons een beetje afliep.

We wilden een wasje draaien, maar de wasmachine werkte – zoals zo vaak op campings in Nieuw Zeeland- alleen met koud water. En dus deden we een voorwasje op de hand met heel heet water en lekker veel sop en kon de koudwater wasmachine daarna nog eens dunnetjes ons werk overdoen. Omdat het schitterend weer was (31 graden) was de was ook weer zo droog nadat we die in het zonnetje aan de wasmolen hadden gehangen.

Vrijdag 3 januari 2020

Wat een heerlijke rustige camping. We hebben goed geslapen en zelfs ‘s ochtends was het lekker rustig op de camping. We ontbeten aan een van de terrastafels onder de mooie boom. De eigenaars hebben heel smaakvol enkele tafels onder een boom neergezet vlakbij het zwembad. Hoewel het aangenaam was op het terras, zagen we het slechte weer aankomen.

We reden naar de open mijn in Waihi. 15 jaar geleden schreven we dat we in het 200 meter diepe gat keken en de trucks de lading steen naar boven zagen rijden. Nu konden we alleen nog de diepte inkijken. Er reden geen trucks meer en de mijn leek wel permanent gesloten. Dat gevoel werd versterkt omdat aan een kant van de open pit een forse landslide had plaatsgehad, die de route van beneden naar boven had weggevaagd. Inmiddels was het begonnen te motregenen.

We maakten in de buurt van Waihi een wandeling van 7 km langs overblijfselen van uit de tijd dat hier goud gewonnen werd. We hadden geen zin om dezelfde weg terug te lopen en probeerden terug een lift te krijgen. Dat was nog best lastig. Op een gegeven moment stopte er een jonge vrouw in een grote Jeep.

We verlieten Waihi en reden naar Tauranga. Bij deze plaats ligt Mount Manganui, waarvan we van de automobiliste die ons we terugliftten meenam zeker even heen moesten. Mount Manganui oftewel gewoonweg ‘The mount’ in de Nieuw-Zeelandse volksmond schijnt iets unieks te zijn en beroemdheden in Nieuw-Zeeland zouden hier heen gaan om te trouwen.

Maar eerst moesten we nog langs Tauranga. Die plaats kenmerkt zich door havenbedrijvigheid. Containeroverslag en petrochemische industrie. Als je van de Botlek houdt is dit ‘the place to be’. Wij vonden het niet zo aantrekkelijk. Maar eenmaal door het Nieuw-Zeelandse Botlekgebied kwamen we in een toeristisch dorpje waar we voor het eerst appartementen zagen! Verder waren straten afgezet als ‘recidents only straten’. We reden even door het dorpje en kwamen aan de voet van ‘the mount’, maar we begrepen niet helemaal waar de Nieuw-Zeelanders nu zo trots op zijn. De mount was een grote puist in een verder vrij vlak landschap. Vanaf de top heb je ongetwijfeld een mooi uitzicht over zee en een lagune, maar ook op de industrie op de achtergrond. Er zijn ongetwijfeld mooiere plekken in Nieuw-Zeeland waar ze trots op kunnen zijn.

We reden verder naar Rotorua en kwamen  daar rond 16.30 uur aan. Maar waar we niet op hadden gerekend was dat echt alle campings vol zouden zijn. Vrijwel altijd is er nog wel een plekje vrij, maar nu dus niet en we moesten 30 kilometer verder rijden om onze tent op te kunnen zetten op het Rotoma holiday park. Deze camping kreeg maar drie sterren op Wikicamps, maar de plaatsen waren erg grot (omdat er niet veel plaatsen verhuurd waren). De faciliteiten waren beperkt, niet erg modern, maar voldeden perfect. Alleen zo jammer dat er anno 2020 nog steeds geen wifi is. Met 30 dollar was de camping echter wel behoorlijk veel goedkoper dan de campings in en rond Rotorua, waar het waarschijnlijk niet zo lekker rustig was als waar wij stonden.

Zaterdag 4 januari 2020

Rotorua

We stonden bijtijds op. De zon was nog achter de bomen verscholen en het was fris toen we opstonden. Onder de overkapping van de open keuken ontbeten we en daarna reden we de 35 kilometer naar Rotorua, waar we de auto in het centrum parkeerden . We informeerden naar de mogelijkheden in de buurt bij de I-site, waar we door en niet al te sympathieke, sterk geprogrammeerde vrouw werden geholpen. Ze ratelde haar zorgvuldig ingestudeerde tekst snel op en we verbaasden ons erover dat ze geen antwoord gaf op de vraag wat we IN Rotorua zoal konden bekijken. Het enige dat ze aangaf was twee commerciële thermische parken, waar het (zelfstandig!) wandelen of 37,50 dollar of 42 dollar kostte. Dit zijn gewoon uitzuigprijzen die absoluut niet rechtvaardigen wat je te bieden krijgt en we trapten daar dus niet in.

In een van de parken spuwt een geiser iedere dag exact om 10.15 uur water tot wel 15 meter de lucht in. We vonden het wel bijzonder dat het iedere dag exact om 10.15 uur plaatsvonden en konden niets anders verzinnen dan dat dat zo door de mens geprogrammeerd was en ja hoor…. later lazen we in de reisgids de reden: iedere dag wordt om 10.15 uur waspoeder in de geiser gegooid. Dat is de katalysator om de geiser te doen spuiten. Niets natuurlijks aan.

We liepen door Rotorua. In het centrum is ook een thermisch park. Dat is gratis toegankelijk en puur natuur. Er waren kleine fumarolen, maar er waren ook modderpoelen en er was een groot meer dat behoorlijk dampte van het hete water dat uit de grond kwam. Het rook er heerlijk naar rotte eieren.

In Rotorua is een Maoridorp wat tegen betaling bezocht kan worden, maar een ander dorp, aan de waterkant van het meer is gratis toegankelijk. Het is eigenlijk gewoon een woonwijk. We liepen door de straatjes, waar sommige huizen waren versierd met Maori-houtsnijwerk en waar het van alle kanten borrelde en dampte, want ook hier kwam de stoom op vele plaatsen uit de grond. Vele huizen hadden een warmwaterpoel in de tuin. We bezochten het kerkje dat met de rug aan het meer grenst en bekeken het Maori gemeenschapshuis. Die laatste konden we alleen van de buitenkant bekijken; je kon er niet (meer) naar binnen.

We liepen naar het oude badhuis via de waterkant. Ooit was hier het museum in gevestigd, maar het enorme gebouw dat aan een  schitterende tuin is gelegen was niet langer toegankelijk. Het gebouw was niet langer aardbeving proof en dus gesloten voor renovatie en versteviging. In de mooi aangelegde tuin voor het gebouw waren ook bowlingvelden aangelegd en een aantal gepensioneerden stonden lekker te spelen.

We liepen terug richting de auto en liepen langs een winkel waar ze jade verkopen. De winkel maakte onderdeel van een landelijke keten. We keken er rond en kochten drie hangertjes. Niet van Nieuw-Zeelandse jade, maar van Canadese jade, dat in China wordt geslepen en gepolijst. Canadees jade is vele malen goedkoper dan het Nieuw-Zeelandse jade volgens de verkoopster en dat zou verband houden met vraag naar en aanbod van jade. Vreemd genoeg gaf ze ook aan dat er kwalitatief geen verschil zit tussen Canadees jade en Nieuw-Zeelands jade. Waarom dan wel een prijsverschil? Dat klinkt niet erg logisch.

Ons internettegoed was op en dus kochten we bij de Vodafone winkel nieuw tegoed. Niet echt goedkoop, overigens. Nadat we dat hadden gedaan reden we richting Taupo via de Thermal highway. Met name het gebied tussen Rotorua en Taupo is vulkanisch nog actief in die zin dat er overal stoom uit de grond komt. De aanwezige vulkanen slapen intussen al eeuwen.

Gratis te zien was een modderpoel, waarin overal bellen gas uit de grond het modder de lucht in wierpen, soms wel een meter hoog. Even verderop langs dezelfde weg was een riviertje waarin vele mensen lekker lagen te badderen. Het water had een aangename temperatuur. Je mocht niet met het hoofd onderwater, want dat zou schadelijk voor de gezondheid zijn.

We reden verder naar Taupo. Onderweg keken we nog bij een kleine, echte boerencamping. De camping lag boven op een heuvel en had mooie vergezichten. De koeien en de schapen liepen vrij over het terrein. Het enige probleem was de wind. Die was behoorlijk hard en boven op de heuvel vang je natuurlijk de meeste wind. Een ander nadeel was dat de faciliteiten wel heeeel erg basic waren, maar voor 25 dollar per nacht was je geen spekkoper.

We reden toch maar verder. Even voor Taupo zat ook een camping, het ‘termal valley motor camp’. De camping lag aangenaam van de hoofdweg af in een kleine vallei. Super rustig. Ook hier weer zeer beperkte faciliteiten, maar wel ruime plaatsen en ook hier was het weer een beestenboel. Enorm veel kippen scharrelde over de camping, ma schaap en dochter liepen tussen de tent door, meneer Pauw (nee, niet die van tv) pronkte met z’n mooie veren en als hoogtepunt voor Marjolijn waren er ook nog een stuk of vier alpaca’s. Geschoren en wel, waardoor ze er erg mager uitzagen.

We zetten de tent op en reden daarna naar de Huka falls. We parkeerden de auto en liepen het kleine stukje van ongeveer 165 minuten naar de waterval. Op zich was deze niet zo indrukwekkend wat hoogte betreft, maar het gebulder van de 200.000 liter water die per seconden de negen meter naar beneden dondert is indrukwekkend.

Zeer teleurstellend is dat ook hier de helikopters en de jetboten het plezier gunnen aan weinig personen, maar voor veel personen een ergernis zijn. Wie wil er nu kijken naar een waterval met het gebulder van bootmotoren of een helikoptermotor en foto’s maken van een waterval met een boot ervoor?  Alles draait in Nieuw Zeeland om het geld. Het schijnt dat de regering zelfs de mooie plekken in pacht uitgeeft aan bedrijven om ze commercieel uit te buiten. Wat nu sustainability en milieu?

In Taupo haalden we avondeten bij de Pack ‘n Save. Als lunch hadden we ons al gezondigd aan de Indiase curry, dus vanavond hielden we het simpel met een spoepje uit blik en een salade. De soep was een pumpkin soup, maar dan de spicy variant. We gooiden er een blikje tomaten in blokjes erdoor om meer volume te krijgen, maar ook om de soep minder spicy te maken. We houden wel van pittig, maar deze soep was echt pittig.

Het eten maakten we aan de picknicktafel die naast de tent stond. Aan de andere kant van de tafel hadden twee Noren zich gesetteld en ze kwamen ook aan het tafeltje zitten.

‘s avonds koelde het behoorlijk af. We praatten gezellig met de Noren, die net terug waren van een meerdaagse wandeling in Tongariro National Park die was afgebroken vanwege het slechte weer.

Zondag 5 januari 2020

Na een zeer stille nacht werden we vanochtend wakker tussen de loslopende kippen. De zonnestralen bereikten nog niet onze tent, want die bleven haken achter de heuvel. We ontbeten aan de picknicktafel die naast onze tent stond en nadat de tent was opgebroken reden we naar het ‘Craters of the moon’ thermal park. De entree bedroeg 8 dollar per persoon en we betraden het park. Via een boardwalk liepen we in een uurtje door het park waar aan alle kanten stoom uit de grond ontsnapte. Er stonden enkele borden waar wat tekst en uitleg werd gegeven over de fumarolen, geisers en modderpoelen. Slechts op twee plaatsen kwam het stoom met een enorme druk uit de grond en hoorde je het ook echt suizen. Verder was het behoorlijk kalm, alhoewel je overal voor het gevaar werd gewaarschuwd.

We reden door naar Taupo. Even voor Taupo is een ‘scenic outlook’, maar die vonden we niet zo heel erg scenic, omdat je het meeste uitkeek over de stad Taupo.

In het centrum parkeerden we de auto en liepen we wat door de winkelstraatjes. Het is bijzonder dat de winkels op zaterdagmiddag veelal sluiten, maar de hele zondag gewoon open zijn. Bij de Kathmanduwinkel kochten we drie t-shirts en een thermosfles, allen met 50% korting. We lunchten in het zonnetje op een terrasje bij een broodjeszaak. Marjolijn had een goed gevulde wrap en Remco had een pie met rundvlees en champignons. We keken nog bij enkele andere winkels en bij de Marmotwinkel kocht Marjolijn nog een broek.

Daarna gingen we op weg naar Napier, een stuk van ruim 150 kilometer.

Maandag 6 januari 2020

Napier

Vanochtend werden we onaangenaam wakker door de harde wind die aan de tent trok en duwde. Onze nieuwe tentstokken van de Kathmandu waren het probleem niet, maar de enige oude tentstok van het luifeltje voor boog weer door. En dus stonden we om 06.15 uur de tent op te breken.

We ontbeten in het zonnetje aan de picknicktafel (dat dan weer wel) en daarna reden we naar Napier, waar we nogmaals door het centrum liepen. Dit keer konden we foto’s maken met een strakblauwe hemel, maar het stormde dus wel.

Na het bezoek aan Napier reden we verder naar Hastings. We parkeerden de auto en liepen even door de hoofdstraat, waar de overkapping bij de winkels waren versierd met hanging baskets vol met roze en witte begonia’s.

Na het bezoek aan Hastings wachtte een lange tocht naar Wellington. Door een niet al te bijzonder landschap reden we in een uur of vier naar het plaatsje Upper Hut. Het landschap onderweg was met name heuvelachtig en alleen maar bedekt met gras. In de weilanden was sprake van een overbevolking van koeien. Hoe lang zal het duren voordat de Nieuw Zeelanders erachter komen dat zó veel koeien op zo’n kleine ruimte ook schadelijk is voor het milieu?

Omdat het zó hard waaide en de weersvoorspellingen aangaven dat het nog tot middernacht zo zou blijven, besloten we om een cabine te boeken op een camping in Upper Hut. Het zou een standaard cabin zijn zonder linnen, maar dat maakte voor ons niet uit; we hadden toch onze slaapzakken.

Eenmaal op de camping deden we een snel handwasje (er was alleen weer een koudwater wasmachine beschikbaar) we hingen de was te drogen aan de waslijn in het zonnetje. Maar dat was niet zo’n succes zonder knijpers, want het wasgoed waaide ervan af en dus legden we die te drogen in het gras. 

Dat de weersvoorspelling het hier in Nieuw-Zeeland ook soms laat afweten kwamen we al snel genoeg achter, want rond 19.00 uur doofde de harde wind uit en werd het windstil op de camping. Achteraf bezien hadden we dus ook wel kunnen kamperen. Maar een keer in een cabin is ook wel aangenaam en die was met 50 dollar maar 14 dollar duurder dan een tentplek.

Dinsdag 7 januari 2020

Het was behoorlijk fris in onze cabine toen we wakker werden. We hadden behoorlijk liggen hijgen vannacht – schijnbaar-, want het condens zat op het raam in de deur.

Na het ontbijt reden we naar Wellington, waar de zoektocht naar een gratis parkeerplaatsje begon. Na een klein kwartiertje zoeken kwamen we uit in een straatje waar geen bord stond “residents parking only” of een bordje “coupon parking, first two hours free”. Er stonden ook geen onderbroken gele lijnen op de grond en we hadden dus goede reden om aan te nemen dat we daar konden gratis parkeren. Vlakbij de auto bleek een trappetje naar beneden te zijn en binnen 5 minuten stonden we aan de bovenkant van de Botanische tuin. De tuin ligt tegen de heuvel op.

Het centrum van Wellington ligt op zeeniveau en we stonden dus aan de bergzijde van de botanische tuin geparkeerd. Maar wandelen door een botanische tuin vinden wij nooit een probleem en de tuin stond al op het lijstje, dus nu hadden we twee vliegen in één klap. In de botanische tuin stonden lachspiegels. Dat was even confronterend; soms waren we hartstikke dun en lang en in een andere spiegel waren we weer heel kort en breed… een soort Umpalumpa.

De rozentuin rook weer heerlijk en was schitterend kleurend en ook de Begoniakas, waar overigens veel meer in stond dan begonia’s, was schitterend. Met name de vijver met de diverse soorten waterlelies sprak enorm aan.

Via een oeroude begraafplaats met graven vanaf 1840 liepen we naar het centrum. De begraafplaats werd – heel oneerbiedig – doorsneden door de snelweg die door Wellington loopt. Eenmaal over de snelweg zaten we in het centrum en stonden we al snel voor “The Beehive”. Dit ronde gebouw van een verdieping of negen ziet er uit als een taart en vormt het hart van Nieuw-Zeeland, want hierin zetelt de regering en de overheidskantoren.

Het gebouw is te bezoeken en we liepen dan ook naar de ingang, waar op een tv-scherm buiten het gebouw de tijden hingen van de rondleidingen. Er was een rondleiding van een half uur en van een uur.  Die van een uur waren voor de rest van de dag al volgeboekt, volgens het scherm. We besloten te vragen naar de opties voor morgen. Dat kon aan de balie in het gebouw, maar voordat we daar überhaupt konden geraken, moesten eerst onze rugzakken etc. door het röntgenapparaat en wij door de metaaldetector. De eerste toer de volgende dag zou om 09.30 uur zijn en we reserveerden twee plekjes voor die toer.

We keken nog even naar het regeringsgebouw, dat er behoorlijk vreemd uitzag.  Het ‘oude’ regeringsgebouw is een statig gebouw in victoriaanse tijd en is nooit afgebouwd, waardoor het gebouw niet symmetrisch is.  De trappen die vanaf de straat toegang geven tot het gebouw staan aan de linkerzijde van het gebouw. Reden was dat de bouw van het gebouw nog niet geheel gereed was toen de eerste wereldoorlog uitbrak. Als gevolg van die oorlog ontbrak het Nieuw-Zeeland aan geld en aan mankracht om het gebouw af te bouwen. Na de eerste wereldoorlog wist een andere architect de regering van zijn ideeën te overtuigen en werd de Beehive neergezet op de plaats waar anders het gebouw in victoriaanse stijl zou worden afgebouwd. Smaken verschillen, maar Victoriaans vinden wij toch echt wel mooier dan de Beehive.

We liepen het centrum in. De voornaamste winkelstraat begint bij de Beehive. In die winkelstraat zit ook de French Barber, waar de Franse jongen werkt die we in het Abel Tasmanpark waren tegengekomen. Hij had gezegd dat we maar even langs moesten komen als we in Wellington zouden zijn en dat deden we dan ook. Maar eenmaal bij de kapper, bleek dat hij enkele dagen vrij was.

Het liep tegen 12.00 uur en we lunchten met een broodje van de Subway, om vervolgens naar het Te Papamuseum te lopen. Dat was helemaal aan de andere kant van het winkelgedeelte, dus we liepen langs de winkels. De Boxing day sales loopt tegen het einde en de meeste vitrines vroegen al geen aandacht meer voor de uitverkoop.  Marjolijn kocht nog wel een sportbroekje bij de Kathmandu. Dat broekje had ze al eerder gezien, maar toen toch maar niet gekocht. Nu toch maar wel.

In het Te Papa-museum was het behoorlijk druk.  We liepen direct naar de vierde verdieping waar de tentoonstelling over Maori te zien was. We herkenden de boot direct van 15 jaar terug die we zagen toen we de trappen opliepen. Een hele lange, smalle kano die schitterend bewerkt is met houtsnijwerk. In tegenstelling tot voorheen mag je nu geen foto’s meer maken. Ook stond er nog een nagebouwd gemeenschapshuis en een huisje waarin voorraden etenswaren werden bewaard. Maar er was veel meer mooi houtsnijwerk te zien als ook andere Maorivoorwerpen en natuurlijk de geschiedenis.

Verder waren op de vierde verdieping een tentoonstelling en een kunstwerk; het kunstwerk was een labyrint van kleine gekleurde langwerpige plastic kaartjes aan visgaren van vloer tot aan het plafond en dat dan mega veel keer. Het gaf de enorme ruimte een kleurig geheel. De tentoonstelling betrof foto’s van getatoeëerde Maori en gaf ook een inkijkje in het tatoeageproces. Indrukwekkende tatoeages, soms van de middel tot aan de kuiten bij mannen. En deze tatoeages zijn zeker niet lelijk, omdat er vele figuren in te zien zijn.

Op de derde en tweede etage werd aandacht besteed aan de eerste immigranten en de migranten van recentere data als gevolg van oorlogsgeweld op de wereld.

Op de eerste verdieping werd aandacht besteed aan de Nieuw-Zeelandse natuur, zowel flora als fauna, maar ook geologie. De opgezette en vaak plastic beesten maakten, na die al zoveel keer te hebben gezien, geen indruk meer, maar het deel waarin de vulkanen, aardbevingen en tsunami’s werden besproken was wel interessant.  Het aardbevingshuis stond er nog steeds en schudde ook nog iedere 4 minuten. Interessant om (weer) even ervaren en gezien te hebben. Dramatisch om te lezen was dat voor de komst van de blanken uit Europa 80% van Nieuw Zeeland bestond uit bossen en dat dat nu nog maar 20% is. En nergens in het land is zichtbaar sprake van herstel. Je ziet nog steeds de logging trucks de omgezaagde bomen afvoeren.

Via de winkelstraat liepen we terug richting The Beehive, want daar is ook de St. Pauls Kathedraal. Er zijn er twee van; één foeilelijk en in de jaren negentig van de vorige eeuw gereedgekomen betonnen kolos. Die maakte geen indruk en we liepen een straatje verder naar het schattige oude houten kathedraaltje. Maar die stond in de steigers en was niet toegankelijk.

Via het gespleten kerkhof en de botanische tuin liepen we terug naar de auto, die nog netjes op z’n plaatsje stond. We reden terug naar de camping, waar we avondeten maakten.

Woensdag 8 januari 2020

We stonden om 07.00 uur op. Alleen de motorrijder die in een tentje tegenover ons stond was al vertrokken. Dat hadden we wel gehoord, toen hij de motor startte. Gelukkig liet hij de motor niet (zoals wel vaker gebeurt) een langere tijd stationair lopen. Verder lag iedereen blijkbaar nog op één oor op de camping, want het was muisstil.

Na het ontbijt reden we naar Wellington. Over de vierbaan autoweg ging dat soepel, afgezien van een aantal verkeerslichten. In Wellington parkeerden we de auto in  hetzelfde steile straatje en bijna op dezelfde plek als gisteren. Ook nu was er nog een plaatsje voor ons vrijgehouden. Ideaal plekje en het dichtste bij het centrum dat we konden vinden. We liepen dezelfde weg weer naar het centrum, alleen hadden we nu geen tijd om overal te stoppen. Nee, we moesten nog even flink doorlopen. Even na kwart over negen waren we bij het parlementsgebouw. De rugzakken gingen weer door het röntgenapparaat en wij weer door de metaaldetector. Hoewel er een zakmes in de rugzak zat, gaf geen van de vijf beambten achter de machines een kik.

Bij de balie kregen we een klein stickertje met een “T” erop en die mochten we mooi zichtbaar op de borst plakken. We waren de laatsten van de groep die was binnengekomen. We gaven de rugzakken, camera’s, zonnebrillen, mobiele telefoons etc. af bij een andere balie waar ze voor ons werden bewaard.

Daarna liepen we verder naar de filmzaal die ook in de hal was. De film al was begonnen. In de film werd het parlementair stelsel in Nieuw-Zeeland uitgelegd. Het meest opvallende was dat er maar één kamer is, te vergelijken met de Nederlandse tweede kamer en dat er dus geen eerste kamer bestaat. De uitleg over de diverse partijen ging een beetje langs ons heen.

Nadat de film was afgelopen, stelde een potige jonge dame zich aan ons voor – een goede vertegenwoordigster van de Nieuw-Zeelandse bevolking laten we maar zeggen – en daarna begon de rondleiding. De dame liet ons de mooie wandelgangen zien van het gebouw, diverse zalen, onder andere waar vroeger de Nieuw-Zeelandse Eerste kamer was gevestigd en natuurlijk de ruimte waar de 120 leden van het kabinet leuk over en weer roepen naar elkaar tijdens de debatten in de Tweede kamer. In de wandelgangen en de diverse ruimtes overheerste het houtwerk dat was verwerkt in de ruimtes.  Het zag er allemaal erg mooi en luxe uit. Aan de muur in de gangen hingen (natuurlijk) de statieportretten van de regeringen van de afgelopen 100 jaar en van de voorbije minister presidenten.

De rondleiding eindigde in de kelder van het gebouw waar een voorbeeld was van de dragers waarop het gebouw rust. De fundering van het hele gebouw is een aantal jaren geleden horizontaal doorgesneden en ertussen zijn rubberen schijven geplaatst die de schokken van een aardbeving moeten dempen. Een videopresentatie gaf aan hoe de schijven werden aangebracht en liet ook de gevolgen zien van de aardbeving uit 2016.  Je zag een gang met fotolijsten aan de muur, die wel bewogen tijdens de aardbeving, maar niet van de muur vielen. Bij de aardbeving van 2016 was dan ook geen schade (meer) opgelopen. De rondleiding duurde ruim een uur en was zeker interessant.

Na het bezoek aan het parlement liepen we door het centrum naar het Wellington Museum. Ook dat was een interessante stop.  Het museum is gevestigd in een oud pakhuis en staat vlakbij de kade aan het water.  In de loop van de jaren is er steeds meer land gewonnen, waardoor het pakhuis niet langer meer aan de kade zelf staat. Vroeger werd het pakhuis gebruikt om goederen in op te slaan waar nog geen belasting over was betaald.

Op de begane grond werd de geschiedenis van Wellington van de laatste 120 jaar verteld, waarbij bij enkele jaren een specifiek iets uit dat jaar werd gehighlight. Dat was best leuk, maar er was wel heel erg veel tekst bij en dat allemaal lezen zou veel te veel tijd gaan kosten.

Op de eerste verdieping werd aandacht besteed aan het maritieme deel van Wellington. Zo werd aandacht geschonken aan een verschrikkelijke scheepsramp van een ferry even voor de kust van Wellington in 1968, maar natuurlijk ook aan de invloed die de haven heeft op het wel en wee van Wellington. Ook werd aandacht besteed aan de ferry tussen het Noordereiland en het zuidereiland.

Op de derde etage was aandacht voor de Maoricultuur in en om Wellington en op de vierde etage was een allegaartje waarvan de relatie met Wellington ons ontging. Maar het was wel leuk om te zien wat er allemaal werd tentoongesteld.

We liepen naar de New World om daar een pie te halen voor de lunch en daarna liepen we naar de I-site, waar we nogmaals informeerden naar de mogelijkheden van transport bij de Tongariro. Nu kregen we weer net even iets anders te horen dan eerder en we besloten om ter plaatsen nog maar eens te informeren.

Via steile straatjes liepen we naar het bergstation van het kabelbaantje. Dat komt uit bij de Botanische tuin en door de botanische tuin liepen we terug naar de auto. We reden naar Whangarei. De route was niet erg bijzonder. Zeer veel glooiende weilanden die overbevolkt zijn met koeien. Na een paar kilometer heb je dat wel gezien en dan moet je nog 150 kilometer. Op deze weg (nummer 2) kun je geen 100 kilometer per uur rijden, want je passeert regelmatig dorpjes en stadjes.