Oezbekistan

Oezbekistan bezochten we na Turkmenistan. Nadat we de grens tussen Turkmenistan en Oezbekistan waren overgestoken bevonden we ons in de Republiek van Karakalpakië (Karakalpakstan), waar we het bestaan niet van kenden. Karakalpakië is de enige autonome republiek van Oezbekistan.

We trokken van Nukus in het noordwesten van Oezbekistan naar de Ferganavallei in het oosten via de oude handelssteden die vroeger op de zijderoute lagen,, namelijk Khiva, Urgench, Buchara en Samarkand. We zagen schepen in de woestijn, een droog Aralmeer, schitterende steden en ontmoetten vriendelijke en gastvrije Oezbeken.

Maandag 24 juni 2019

Nukus

De taxi stond al klaar voor de deur van het hotel toen we na het ontbijt en het tandenpoetsen naar de receptie liepen. In de auto stelden we ons aan elkaar voor. “Remco”, zei Remco tegen de chauffeur, die antwoordde met “Russian“, althans, dat was wat we verstonden. Dus nog maar en keer vragen en toen verstonden we ‘Roesja’ als z’n naam (of zoiets).

We hadden tegen de receptionist gezegd dat we als eerste naar een bank moesten. Roesja bracht ons naar de eerste bank, maar die ging pas om 09.00 uur open en had geen geldautomaat die een visakaart accepteerde. De tweede bank – de Kapitalbank–  had zelfs twee geldautomaten die geschikt waren voor de Visakaart. Het beginscherm gaf bedragen aan tot 600.000 som en de mogelijkheid tot een ander bedrag. Na die knop te hebben ingedrukt, bleek het maximaal op te nemen bedrag 2.000.000 som (ongeveer € 173,-). Dat deden we en we kregen mooie, nieuwe biljetten van 50.000 Som (ongeveer € 4,40), het grootste biljet mogelijk, uit de machine. 

Nog ietwat onwennig of we nu een biljetten in handen hadden die wellicht moeilijk in te wisselen zijn, vroegen we aan één van de balies, die officieel nog niet geopend waren, want het was nog vóór 09.00 uur, maar waar al wel bediendes achter zaten of we 500.000 Som aan grote biljetten konden wisselen voor biljetten van 10.000 Som (ongeveer € 1,10). Dat was geen probleem en even later stonden we allebeide als miljonair weer buiten. Het aantal miljoenen waarover we bezitten is overigens enorm geslonken sinds Iran en in Turkmenistan waren we even helemaal geen miljonairs meer, maar in Oezbekistan toch gelukkig wel weer. Want wie wil er nu geen miljonair zijn ook al kun je er maar weinig van kopen.

Moynaq en het Aralmeer

We reden in twee-en-een-half uur (200 kilometer) naar Moynaq, de voormalige vissersplaats aan het voormalige Aralmeer. Voor het verhaal achter het Aralmeer gaat de geschiedenis terug tot halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen falend beleid van de Russische overheid ertoe leidde dat het Aralmeer niet meer in voldoende mate werd voorzien van water en letterlijk opdroogde. Dit was het gevolg van het aftappen van veel te veel water van de rivier Amu Darja voor de verbouw van katoen en watermeloenen. Naast het feit dat dit economische gevolgen heeft gehad, is tegenwoordig een groter probleem het milieu, want landbouwgif dat overvloedig wordt gebruikt in de katoenteelt komt terecht in het Aralmeer, dat vervolgens opdroogt. Vervolgens wordt het gif uit het opgedroogde Aralmeer door sterke winden verspreid over een groot gebied.

Monyaq was vroeger een plaats met een belangrijke visverwerkende industrie, maar tegenwoordig gebeurt er in Moynaq niet erg veel meer en liggen de voormalige vissersschepen weg te roesten op de bodem van wat ooit het Aralmeer is geweest, thans temidden van een onmetelijke woestijn. Het is een vreemd gezicht.

Schepen in de woestijn Oezbekistan
Schepen in de woestijn is een vreemd gezicht
Schepen in de woestijn Oezbekistan
Schepen in de woestijn Oezbekistan

In Moynaq bezochten we ook het één ruimte grote museum, met tekeningen en schilderijen van Moynaq als vissersdorp en met kleding en sieraden die ooit werden gedragen.

We vroegen, nou ja meer gebaarden, in de auto naar de chauffeur of hij wat door het oude dorp Moynaq kon rijden. De chauffeur gaf wel aan als we langs oude vissershuizen reden en we vroegen hem te stoppen toen er bij één van de huisjes een toegangsdeur in het hek om het erf in de wind open en dicht ging. De chauffeur vroeg aan de bewoners op het erf of we het huisje van de buitenkant mochten fotograferen en dat mocht, maar de familie vluchtte zelf in eerste instantie naar binnen, om vervolgens toch naar buiten te komen en om zich vervolgens zonder problemen te laten fotograferen.

Terug naar Nukus

Op de terugweg naar Nukus moest worden getankt.  Oezbekistan beschikt zelf over enorme gasvoorraden en de overheid wil graag dat de auto’s rijden op eigen gas in plaats van geïmporteerde benzine of diesel.  En gasstations zijn er in twee vormen; propaan en methaan. Onze chauffeur wilde methaan tanken. Bij de tankstations moeten passagiers uitstappen, vanwege de veiligheid.  En zodoende wachtten wij op een houten bankje in een special aangelegd wachthokje voor passagiers totdat de chauffeur weer kwam voorrijden met een volle tank methaan. Veiligheid boven alles.

De terugweg naar Nukus was dezelfde als de heenweg. Als je een groot fan bent van eindeloze steppes (woestijn) met lage groene struiken, dan is dit een waanzinnige omgeving. In ons geval was de kleine stoftornado een aangename afwisseling in een verder overwegend saaie landschap.

Naarmate we Nukus meer naderden werd het iets groener als gevolg van de –voor de omgeving en het klimaat zo- desastreuze katoenteelt. Keurige rijen katoenplanten domineerden het landschap, evenals rijstsawa’s. Er wordt nog steeds erg veel water verbruikt.

We checkten in bij Massaget Hotel voor $40 per nacht en aten in een best aardig restaurant, namelijk Restaurant Neo, waar we in keurig Engels te woord werden gestaan. Nadeel was dat er binnen gerookt wordt. Dat was niet zo zeer te wijten aan het restaurant, maar aan het feit dat op straat niet mag worden gerookt, maar in restaurants wél.  En dan verplaatst het roken zich naar binnen, zoals in dit restaurant bijvoorbeeld.

Dinsdag 25 juni 2019

Tijdens het ontbijt sprak een Oezbeek ons aan. Hij stelde de vragen die iedereen stelt en vroeg daarnaast of we naar het Aralmeer en het museum in Nukus waren geweest. ‘We gaan vandaag naar het museum’, antwoorden we hem en hij bood aam ons te begeleiden, omdat hij vandaag met de andere persoon aan tafel ook naar het museum zou gaan.

Nu was begeleiding eigenlijk niet nodig, omdat het museum zich aan de overkant van de straat bevond op 500 meter lopen, maar nadat we op de kamer de tanden hadden gepoetst en naar de uitgang van het hotel liepen, stonden de twee mannen bij de receptie. “We have been waiting for you to accompany you to the museum”, zei de Oezbeek.

Op de korte weg naar het museum praatten we wat en in het museum kregen we de toegangskaartjes, die overigens niet goedkoop waren, als kadootje van de Oezbeek. Wij stonden erop om zelf te betalen, maar het zou onvermijdelijk leiden tot een vechtpartij als niet één van twee partijen iets van een ander zou accepteren en dus verloren wij de strijd.

Drie uur lang liepen we door de twee van elkaar gescheiden gebouwen. Dat de gebouwen van elkaar gescheiden waren gaf ons de mogelijkheid om tussen de twee tentoonstellingen een kopje koffie met een taartje te nuttigen in de koffieshop op de hoek. Drie nieuwsgierige tienermeisjes met verkleefde duimen aan hun telefoontoestel vroegen nieuwsgierig waar we vandaan kwamen en wij grepen onze kans schoon. Tieners weten ongetwijfeld waar we SIM-kaarten konden kopen en hoewel het in eerste instantie niet overkwam wat we wilden, werden we na nog wat meer uitleg gewezen waar we een SIM-kaart konden kopen.

We liepen naar het gebouw van Beeline, een Oezbeekse service provider, waar we keurig in het Engels werden geholpen. We konden een toeristen SIM-kaart kopen met 100 belminuten, 3 GB internet en 1 GB voor social media. Prijs: 31.000 som oftewel € 3,30.

Urgench

We pakten onze spullen en namen afscheid van het hotelpersoneel dat erg behulpzaam en informatief was geweest. We namen een taxi naar de shared taxi standplaats en na enig onderhandelen (van $10 ((€ 9,90) naar 40.000 SOM (€ 4,40 per persoon) stapten we in een shared taxi naar Urgench. Veertigduizend som was een acceptabel bedrag voor de rit, hadden ze ons in het hotel gezegd. Maar voordat we konden vertrekken moesten we nog even wachten op twee andere passagiers, want het was een gedelde taxi en die vertrekt pas bij vier betalende passagiers. Het was een hobbelige rit van 170 kilometer (ruim 2 uur) naar Urgench opeengepakt tussen de baggage.

Khiva

In Urgench wilden we overstappen op een andere shared taxi naar onze eindbestemming, Khiva. De taxichauffeurs die bij het uitstappen al op ons kwamen afrennen, wilden ons wel brengen, maar voor een extreme hoog bedrag. En toen bleek dat de shared taxistandplaats naar Khiva zich op een andere plek bevond. Een passerend meisje, dat wat Engels sprak, zei dat we voor dat kleine stukje naar de shared taxi standplaats een taxi konden nemen. Wij gaven aan dat we dat kleine stukje ook wel konden lopen, maar dat vond ze geen goed idee en vóór we het wisten had ze een taxi voor ons geregeld én betaald. Op ons protest dat ze dat niet hoefde te betalen sloeg ze geen acht.

De taxi bracht ons naar de shared taxistandplaats en even later zaten we in een gedeelde taxi naar Khiva voor 10.000 p.p. We reden door een vlakke omgeving met veel katoenvelden en wat erg opviel was dat er tussen Urgench en Khiva een trolleybus rijdt. Net even wat minder comfortabel dan een gedeelde taxi, maar ook een leuke manier van reizen.

We checkten in in Hotel Orzu dat tegenover de lemen muur van de oude binnenstad lag voor $25 per nacht. Het hotel had een goede vermelding op Booking, maar zonder een reservering konden we de twintig procent commissie van Booking (die natuurlijk de toerist betaalt en niet de hotelier!) ontlopen.

We rustten wat uit op de kamer, want het was met 41 graden bloedheet en tegen de avond liepen we het oude centrum in en aten we bij Terrassa Café dat een mooi uitzicht bood over de oude verlichte stad. Op het dakterras zaten alleen maar toeristen. De prijzen lagen hoog en het eten was niet erg bijzonder. Een tourist trap?

Woensdag 26 juni 2019

We deden het uiterst rustig aan vandaag. We ontbeten pas om 08.15 uur en daarna liepen we naar het treinstation. Gister hadden we in het hotel aan de eigenaar gevraagd of er op donderdag een trein naar Buchara zou zijn. Hij had gebeld en had bevestigd dat er op donderdag inderdaad een trein zou rijden. Op het internet stond echter dat de trein niet op donderdag zou rijden, maar op vrijdag. Dus liepen we naar het station om het daar na te vragen.

Het was een kwartiertje lopen naar het station, dat pas deze maand open was gegaan. Daar konden we zonder problemen in het Engels vragen naar de mogelijkheden. Er bleek inderdaad wel een trein op donderdag te gaan, maar volgens de dame bij het loket was het ‘not a good train’. Op vrijdag zou om 8.57 uur een snelle trein, zonder overstap, via Urgench naar Buchara gaan. De trein zou er 6 uur over doen en zou een mooie, nieuwe trein zijn. We besloten nog even te wachten met het kopen van een kaartje van 80.000 som (€ 8,80 per persoon voor de 450 kilometer) om vandaag nog te beslissen of we op donderdag (met een shared taxi) of vrijdag (met de trein) zouden vertrekken.

We namen een stadsbusje dat gereed stond voor het station terug naar het centrum en liepen terug naar het hotel vanwege een sanitaire stop. De afgelopen dagen maken we regelmatig een sanitaire stop als gevolg van een iets dat we hebben gegeten, wat niet goed was. Waarschijnlijk iets van een salade of zo dat met kraanwater was afgespoeld. In Iran konden we zonder problemen salades eten en kraanwater drinken, maar hier is dat een ander verhaal en dat weten we nu ook.

In het hotel Islambek, dat naast ons hotel ligt, werden ook dagtoertjes in de omgeving aangeboden volgens een door de zon verbleekt reclamebord dat langs de smalle, onverharde straat staat. We liepen het hotel binnen en vroegen aan de receptionist naar de mogelijkheden. De receptionist wist er niet veel van maar z’n broer wist er alles van en dus belde hij zijn broer. In goed Engels kregen we een uitleg en de nodige informatie over de mogelijkheden. We besloten om ‘s middags terug te gaan om een tour in de omgeving te boeken in de hoop op meerdere geïnteresseerden om een auto mee te delen.

Zonder het zelf te vragen werd direct al een korting op de prijs gegeven van 5 dollar, wat al snel daarna werd verdubbeld naar 10 dollar vanwege laagseizoen. Zo ging er al snel 25% van de prijs af en zouden we een dagtocht krijgen naar tien kastelen en een zoetwatermeer in de omgeving voor 30 dollar. Dat is te overzien.

We liepen door de smalle, autovrije traatjes van Khiva. Het was nu laagseizoen en meer dan een buslading Spaanse toeristen en een handvol rugzakreizigers zagen we niet in het door een hoge lemen stadsmuur omringde oude stadje. In de smalle straatjes stonden allemaal marktkraampjes en iedere verkoper probeerde onze aandacht te trekken in het Engels, Russisch, Spaans etc. Wellicht lullig naar iedere individuele verkoper, maar we reageerden er niet op, om te voorkomen dat je een droge strot krijgt van de hele tijd ‘no, thank you‘ te zeggen.

Museum in de oude stad
Museum in de oude stad
De schitterend betegelde Kalta Minor minaret
De schitterend betegelde Kalta Minor minaret

We hadden besloten om geen toegangsticket tot de musea oude stad te kopen voor 100.000 (€ 11,00) euro per persoon, omdat op wikitravel al stond dat de bezienswaardigheden in de gebouwen niet altijd even interessant zouden zijn.

We liepen naar de ‘Coca Cola markt’. Het is absoluut niet zo dat we graag dat merk vermelden in ons verslag, maar dat is simpelweg de naam van deze supermarkt, waarvan de gevel – vreemd genoeg- wordt gedomineerd door Pepsi reclames. We kochten een liter Pepsi en een liter melk, alsmede bruin brood en kaas en lunchten in een parkje, waar een hele groep jonge jongens aan net ravotten waren in een irrigatiekanaaltje met bruin, stromend water.

Ravotten in de rivier
Ravotten in de rivier

Daarna liepen we naar de oude stadsmuur; een andere stadsmuur dan die om de binnenstad staat. Die voegde weinig toe aan het beeld dat we al hadden van een lemen muur.

We liepen weer terug naar het hotel. Marjolijn moest een noodzakelijk telefoontje plegen naar Nederland en via Skype regelde ze dit.

Aan het einde van de middag deden we nog een rondje door de oude stad. Het (zon)licht stond nu anders en dat maakte een nieuw rondje een goede beslissing. We aten in een groot restaurant met slechts drie tafels bezet en liepen na het eten nogmaals naar de Coca cola markt voor water en twee halve liters bier en daarna keerden we terug naar het hotel, onderweg foto’s makend van de stad in het (vrijwel) donker en mooi verlicht.

Westpoort Khiva Oezbekistan
De westpoort tot de oude stad

Donderdag 27 juni 2019

Om 08.45 uur stapten we in de auto voor de trip langs de 10 kasteelruïnes, maar voordat we daarmee begonnen, reden we eerst langs het gloednieuwe treinstation.  Het station en de spoorlijn was pas in juni 2019 in gebruik genomen; we zijn dus entrepreneurs op deze lijn. Wederom in perfect Engels en in slechts zeven minuten tijd waren onze tickets geprint en betaald en konden we onze weg vervolgen.

Het zou een behoorlijk stuk rijden worden (in totaal ruim 320 kilometer) over b-weggetjes. De chauffeur was een vriendelijke kerel, waar je een goed gesprek mee kon aanknopen, zolang je het maar bij niet te lastige Engelse zelfstandige naamwoorden hield. Hij reed heel netjes en bedeesd.

Van de lemen kasteelruïnes was na vele eeuwen van weersïnvloeden en de invloed van de mens niet veel meer over dan soms wat buitenmuren en  heel soms viel nog wat meer te ontdekken. Met name de omvang maakte de ruïnes indrukwekkend. Dat kun je veel minder over omgeving zeggen; die is vlak met groene struiken en dat kilometers lang.  Na een paar ruïnes had Remco het wel gezien.

Tegen de avond keerden we weer terug naar het hotel en we aten bij restaurant Kheivak, wat verrassend goed was. We genoten van de zelfgemaakte tomaten- en wortelcremesoep. Niet een bouillon met een aantal stukken tomaat erin, maar een heerlijk gebonden soepje.

Vrijdag 28 juni 2019

Vannacht was het behoorlijk warm, doordat de airconditioning er steeds even mee ophield. We stonden vanochtend ‘vroeg’ op, want we hadden een reisdag voor de boeg. Toen we uit het raam keken zagen we dat het bewolkt was en toen we nog eens wat beter keken, zagen we dat de onverharde straten er donkerder uitzagen dan gister; het had geregend!

Om 07.30 uur ontbeten we en om 08.15 uur zaten we in een klein taxibusje naar het station, waar we enkele minute later aankwamen, een heel klein beetje regen tikkend tegen het voorruit van het busje.

De rugzakken moesten in een hypermodern gebouwtje door de röntgenscanner. Onze paspoorten en tickets werden gecontroleerd en pas toen konden we door –wederom-  een hypermodern stationsgebouw doorlopen naar het perron. Daar stond de diesellocomotief met een zevental rijtuigen erachter al klaar om welgeteld acht toeristen –natuurlijk allemaal in één coupé gestopt- richting Buchara te brengen.

De machinist floot en exact om 8.57 uur zette de trein zich in beweging. Op Maps.me probeerden we tussen Khiva en Buchara te volgen waar we reden, maar de spoorlijn was nog niet toegevoegd aan de kaart, zo nieuw, en dus reden we ‘nergens’ op de kaart.

Hoewel deze trein enorm snel is in vergelijking tot de oudere treinen, die er tot 12 uur over deden, zaten we zeker niet in een TGV. We hobbelden rustig naar Urgench, waar we stopten. Daarna volgden nog een klein aantal haltes, waar niet veel langer dan twee minute halt werd gehouden. Bij de haltes stapten slechts weinig mensen in en niemand van de acht toeristen stapte uit.

Buchara

Rond 15.00 uur kwamen we aan op het treinstation van Buchara. Nou ja, station van Buchara… het station ligt namelijk tien kilometer van Buchara.

Taxichauffeurs stortten zich als vliegen op een verse drol op ons en de andere toeristen, maar we negeerden ze. Slechts 100 meter verder lopen kwamen we op de doorgaande straat, waar de collectieve taxi’s stopten. Dit zijn kleine busjs van het merk Daewoo met aan weerzijden schuifdeuren, waar zo’n 10 passagiers opeengepakt in kunnen.  Met onze grote rugzakken konden we mee voor 1.000 som (€ 0,10). 

Toen tijdens de tien kilomter lange rit naar Buchara iedereen inmiddels was uitgestapt zei een medetoerist die Russisch sprak dat de chauffeur aanbood om ons in het centrum van Buchara af te zetten voor 5.000 som.  Dat leek een goede deal. Welliswaar veel te duur voor lokale begrippen (we hebben het over € 0,45!) , maar enorm prettig voor ons.

We werden afgezet in het centrum en daar vandaan was het nog geen vijf minuten lopen naar enkele guesthouses.  In eerste instantie keken we bij guesthouse Rumi, dat een saaie, maar zeer nette kamer aanbood voor $20 per nacht inclusief ontbijt.  We keken nog even verder, maar vonden niet een andere optie zo voordelig en met zo’n nette kamer en dus checkten we in bij guesthouse Rumi.

minaret Buchara Oezbekistan
De minaret, prachtig verlicht, in Buchara

‘s Avonds aten we op het dakterras van het restaurant Savoy, dat volgens de Bradt reisgids een efficiënte bediening had en inderdaad kunnen kinderen heel hard de trap op en af rennen.

Zaterdag 29 juni 2019

We bezochten vandaag het centrum van Buchara. Het centrum is niet al te groot en alles kon eenvoudig te voet worden bereikt. Sowieso is een deel van de straten in het centrum te smal voor auto’s. We liepen langs enkele karavanserais, waar moest worden betaald om erin te mogen, omdat er zogenaamd een museum zou zijn. Bij een van de karavanserais mochten we met z’n tweeën naar binnen voor de prijs van een. Nu waren we 10.000 som kwijt om een museumpje dat uit een klein kamertje van 10m2 bestond en waar enkele scherven in een aantal vitrines lagen te bekijken. De binnenplaats van de karavanserai was niet bijzonder en was vol met souvenirstalletjes. Kortom: de toegangsprijs niet echt de moeite waard.

We liepen naar ‘De ark’. Ook de weg naar de Ark toe was autovrij en langs de zijkanten van de straat waren souvenirstalletjes die erg weinig klandizie hadden. Op het plein met de madrassa, de minaret en de moskee was het wel druk met toeristen. De Djosergroep was er ook en we zagen de vrouwen, die we in Khiva al hadden gesproken toen we in een restaurantje zaten.

Ook ‘kromme Harrie’ liep er rond met z’n gezin. Kromme Harrie is vader van vijf (!) zonen en samen met z’n vrouw en z’n vijf kinderen reisde hij rond in een jeep met aanhanger en met een Nederlands kenteken!. We hadden hem omgedoopt tot ‘kromme Harrie’, omdat iedere keer dat we hem zagen, hij krom gebogen over de dubbele kinderwagen hing waarin z’n twee jongste (tweeling)zoontjes zaten. Keer op keer zagen we hem achter de kinderwagen tjokken door Buchara.

We kochten kaartjes voor ‘De ark’, dat een ommuurde citadel is op een heuvel. We kregen een audioguide mee en gingen naar binnen. In de eerste hal lag een aantal korans in glazen vitrines. Voor hele volksstammen waarschijnlijk reden om naar de Ark af te reizen, maar voor ons weinig boeiend aangezien we de tekst toch niet kunnen lezen.

Verder was er een open air troonzaal en nog een paar ruimtes waarin enkele interessantere dingen waren uitgestald, zoals traditionele kleding, versiering voor paarden en oude foto’s. De Bradt reisgids had al geschreven dat ‘De Ark’ een ‘over priced en over rated’ attractie is en we sluiten ons bij die stelling aan.

Vanaf De Ark was het een klein eindje verder naar de markt, waar we twee paraplu’s kochten (dat hadden we al veel eerder moeten doen), alsmede groente en fruit. De paprika, ui, tomaat en komkommer zouden we omtoveren tot een salade op de kamer en fruit is altijd gezond als tussendoortje.

We liepen terug naar het hostel om de salade te maken en s avonds gingen we iets eten in een restaurantje. We zaten er als enigen. Niet erg gezellig, maar gelukkig was het eten goed.

Zondag 30 juni 2019

Vanuit het Rumi hostel was het tien minuten lopen naar de bus die ons naar het shared taxi station zou brengen. Bus nummer negen zou volgens maps.me daarheen gaan, maar eenmaal in de bus begon iedere passagier zich met onze bestemming te bemoeien en gaven ze aan dat we er bij een bepaalde halte uit moesten. Daar stonden we dan en we besloten maar om en kleine gele taxi naar het shared taxi station te nemen. Daar aangekomen stortten de taxichauffeurs, zoals gewoonlijk, zich als vliegen op een verse drol op ons en zoals gewoonlijk begonnen ze in eerste instantie weer met onredelijk hoge prijzen.

Uiteindelijk kwamen we 60.000 som per persoon overeen en zouden we binnen een kwartiertje vertrekken, maar er deden zich geen andere passagiers aan. Na drie kwartier stonden we nog  steeds stil. Gespeeld boos worden leidde ertoe dat de chauffeur twee passagiers meenam tot de volgende plaats, Navoy. Daar zouden wij dan van auto moeten wisselen voor het vervolg naar Samarkand.

De rit naar Navoy in de oude gele taxi zonder airconditioning ging door een stuk groener landschap dan dat we tot op heden hadden gezien. Er was sprake van veel akkerbouw en niet langer van alleen maar schapen langs de weg.

De taxichauffeur was erg overtuigd van zichzelf en zei tijdens de rit als enige: “taxi good, taxi very good!”  maar na drie kwartier in de brandende zon wachten en een nog op handen zijnde overstap in Navoy, waren wij toch een andere mening toegedaan.

Maar eenmaal in Navoy stond zowaar de taxi (nou ja, een gewone personenauto) waarin we moesten overstappen klaar voor ons. De jonge taxichauffeur was niet al te blij toen hij onze bagage zag. De oude taxichauffeur gaf aan dat de jonge chauffeur zijn broer was en dat we hem het volle bedrag moesten betalen en dat wij zijn jongere broer niet hoefde te betalen, maar daar trapten we niet in. We zagen het al weer gebeuren dat we dan straks in Samarkand staan met een jonge taxichauffeur die óók nog eens betaald wil worden en dan hebben we twee keer betaald.

En dus zeiden we dat als het toch z’n broer is, dat we de jonge chauffeur volledig zouden betalen in Samarkand, maar dat was ook weer niet helemaal volgens het idee van de oude chauffeur en we kwamen uiteindelijk tot het compromis om de oude chauffeur 50.000 som te betalen en de jonge chauffeur 70.000 som, want dat was ook de verhouding tot de afgelegde afstand.

De jonge chauffeur had een zwaar rechtervoetje en was nogal gelovig, want hij sloeg het ene schietgebedje na het andere. Dat stelt je als passagier niet erg gerust. Maar afijn, we kwamen veilig en wel aan in Samarkand, waar Remco blij was uit z’n benarde positie voorin te zijn bevrijd. De voorstoel kon niet naar achter en hij zat daar nog krapper dan in een vliegtuig. En dat drie uur lang.

Toen we uit de shared taxi stapten kwamen de taxiratten al weer aanrijden. Voor 50.000 (!) som wilden ze ons wel naar ons aangegeven hotel in het centrum brengen. De taxi’s komen letterlijk aanrijden en parkeren achter elkaar in de hoop dat een voorganger de rit weigert en dan kunnen zij het proberen. Er stonden dus op een gegeven moment vijf taxi’s voor ons te wachten, terwijl we er maar een nodig hadden. En het absurde is dat ze niet een redelijke prijs willen accepteren en dan vervolgens wel wegrijden in de richting waar we heen moeten. Iets zegt ons dat een rit in diezelfde richting mét passagiers meer oplevert dan een rit zonder passagiers. 

Uiteindelijk werden we door een kleine gele taxi meegenomen voor 10.000 som. Wat hebben wij een hekel aan taxichauffeurs. Wereldwijd overigens, want taxichauffeurs zijn overal hetzelfde. En dan verwachten ze (en krijgen vaak ook nog) fooi. Maar niet van ons.

Samarkand

We waren in Samarkand, maar in niets leek dit op een grote stad. Straten waren in eerste instantie breed en de huizen allemaal laag en er was geen hoogbouw. En het was erg rustig op straat. We reden een smalle straat in en waren blijkbaar ineens op de plaats van bestemming. Dit keer was het de beurt van Marjolijn om hotelletjes te gaan bekijken, maar bij de tweede hotelletje, family guesthouse Giza, was het direct raak en namen we een kamer voor 22,50 dollar per nacht; We kregen een niet al te grote kamer, maar wel met een badkamer én op loopafstand van de Registan.

We liepen naar een Koreaans restaurant. Dat was een behoorlijk stukje lopen. Eerst liepen we langs de Registan, waar we even kort keken en daarna liepen we door een achterafstraatje, toen we een eentonig geluid hoorden. Er bleek en bruiloft te zijn en die wordt aangekondigd door twee drummers en twee hoornblazers, waarvan de hoorn nog het meeste weg had van een koperen fufuzela. Maar dan één van twee meter lengte.

We liepen verder naar het Koreaanse restaurant, dat de toepasselijke naam draagt: “Korean restaurant”. Eigenlijk wilden we naar een Indiaas restaurant in de buurt, maar eenmaal ter plekke bleek dat restaurant niet meer te bestaan en dus liepen we een klein stukje terug naar het Koreaanse restaurant, waar we op zich goed aten. We werden verwelkomd door een ober die graag Frans wilde praten, maar schijnbaar niet veel verstond van wat wij in het Frans zeiden. Nu is Frans niet echt onze tweede taal, maar dat we het zo beroerd spraken, was confronterend.

We zaten in een airconditioned ruimte en daar was het behoorlijk koud. De overgang met de 41 graden buiten kon niet groter.

Na het eten liepen we via een parkje terug en net voordat we bij de Registan waren, hoorden we weer luide live muziek en besloten we om toch maar weer even te gaan kijken. Er bleek weer een bruiloft aan de gang te zijn en we werden al snel uitgenodigd aan een tafeltje. Direct kwam de wodka op tafel, nou ja… die stond natuurlijk al op tafel, maar werd direct voor ons ingeschonken. Nippen was uit den boze, maar we deden het vooral rustig aan. Echte wodkadrinkers zijn we niet en. Ook moesten we van onze gasten wat te eten pakken, maar we hádden net gegeten.

Marjolijn werd met één van de mannen meegenomen naar voren, waar het bruidspaar naast elkaar zat te kijken naar de dansende menigte. Het zag er voor het bruidspaar nogal saai uit. Iedereen stond te feesten of te dansen en het bruidspaar zat een en ander vanuit hun stoelen maar te bewonderen. Marjolijn daarentegen stond voordat ze het wist te dansen met een aantal vrouwen vóór het bruidspaar op de dansvloer. Ach… het was slechts 30 graden (of meer).

We dankten de gasten aan tafel en we liepen verder naar de Registan, waar heel veel mensen zaten op de lage trappetjes voor het plein. Aan twee jongens met een walki talki vroegen we waarom de vele mensen zaten te wachten. “Op de lichtshow, die over tien minuten begint” zei de jongen.

We namen ook plaats op de traptreden en wachtten. Maar de tien minuten werden natuurlijk 25 minuten. Tijdens het wachten werden we nog gesommeerd iets aan de kant te gaan, want hoogwaardigheidsbekleders mochten op stoelen in het midden gaan zitten en de stoelen werden net aangevoerd. Nadat Windows was opgestart, zoals duidelijk op het gebouw van de Registan werd geprojecteerd, startte zomaar ineens en zonder enige aankondiging de lichtshow om na twintig minuten ook zomaar ineens weer te eindigen. De lichtshow vertelde het verhaal van de Silk road, zoals viel af te leiden van de landkaart die werd geprojecteerd. Van de toelichting die bij de film werd gegeven, begrepen we niets, maar de lichtshow was artistiek en onderhoudend. Tip voor wie naar Samarkand gaat!

Maandag 1 juli 2019

Het ontbijt bestond uit vier pannenkoekjes met een zoete, witte vulling en een worstje en er werd een potje thee bij geserveerd. We aten het ontbijt aan een traditionele zittafel in de binnentuin van het hostal en zonodig kon er ook op geslapen worden.

Na het ontbijt liepen we in de richting van de Registan en we passeerden dit schitterende plein om op zoek te gaan naar een bank, omdat we zo goed als platzak waren. Gister was er geen mogelijkheid geweest om geld te wisselen, omdat het zondag was en dus moesten we nu wel geld wisselen. Natuurlijk hadden we gisteren met de Visakaart kunnen pinnen maar we wilden eerste van ons (te vele) contante geld af. Iran was achteraf veel goedkoper uitgevallen dan vooraf was voorzien en we willen zo snel mogelijk een potentieel risico, namelijk teveel contant geld op zak, afbouwen.

De eerste bank -gunstig gelegen tegenover de Registan- wisselde geen geld en stuurde ons door naar een andere bank. En dus keken we op maps.me waar we een andere bank konden vinden, maar die was zo’n anderhalf kilometer lopen en we gingen op pad. We besloten om dan maar meteen te gaan bekijken wat er nu op ons pad kwam en dus liepen we door het Amir Temur park oftewel het park van de twee tijgers, want in een hoek van het park staat een standbeeld met twee tijgers. We liepen we langs het Rukhobod mausoleum en door een prettig parkje en langs het Amit Temur Haykali standbeeld naar de bank.

In de airconditioned ruimte moesten we afdalen naar de kelder, waar onze euro’s nauwlettend werden gescand en geteld en weer geteld, en door een tweede persoon geteld en daarna werden de som (het Uzbeekse geld) geteld die we zouden krijgen. Eerst met een biljet-telmachine en toen nog twee keer met de hand, alsof een machine minder fouten zou maken dan een mens.

We moesten voor ontvangst van het geld tekenen, maar we wilden eerst het geld zelf nog tellen. Niet dat dat strikt nodig was, want Remco had al diverse keren meegeteld, maar voor de fun.

Weer rijk liepen we door het aangename Rudaki park, waar een tuinman het gras stond te sproeien met een tuinslang die aan alle kanten lek was en die uit meerdere slangen bestond die met elkaar verbonden waren. Even verderop kwamen we uit in een autovrij winkelstraatje, waar we een kopje koffie dronken in het Burger House. We bestelden ook iets te eten voor de lunch en we kregen ons eten geserveerd op mooie ronde houten plankjes waarin de naam van het restaurant in was gebrand: “Burger Hause”.

Na de lunch liepen we door weer een ander, zeer smaakvol en goed onderhouden park, namelijk het Central park, verder. De bloemen stonden weer mooi bij en de Chineze rozen – in paarse variant- groeiden aan struiken van wel twee meter hoog. In het park stond een aantal kermisattracties voor kinderen doelloos stil. Ook het standbeeld van Alisher Navoy bewoog niet.

Gure Amir Mausoleum Oezbekistan
Het Gure Amir Mausoleum
Gure Amir Mausoleum Oezbekistan
Mooi doorkijkje naar binnen vanonder de toegangspoort

Via de University boulevard met het standbeeld van Amir Temur, liepen we terug naar het Gure Amir Mausoleum. Wat inmiddels in Oezbekistan begint tegen te staan is dat je overal voor moet betalen. Op zich is dat niet erg, maar het wordt erg hinderlijk als je weet dat je 15x meer betaalt dan de lokale bevolking en dat er eigenlijk weinig te zien is. Dus nu stonden we voor het mausoleum, dat aan de buitenzijde prachtig versierd is met blauw geglazuurd tegelwerk en we besloten de 25.000 som per persoon niet te betalen. We liepen om het mausoleum heen en zagen een bord met een foto van de binnenkant. Zo langzamerhand komt de gedachten in ons op van… daar heb je weer een mausoleum.

We vroegen bij een reisbureautje naar de mogelijkheid om met de trein naar Termiz te gaan, maar ze verwezen ons door naar een kantoortje in de stad, waar we treintickets zouden kunnen kopen. En dus konden we weer zo goed als teruglopen.

Bij het kantoortje bleken er nog wel treintickets te zijn, maar alleen voor het bovenste bed in de nachttrein zonder airconditioning. Dat zou wel eens warm kunnen zijn en na enig beraad zagen we van de trip naar Termiz af. Ook besloten we niet om een treinticket naar Tashkent te kopen, omdat de trein er vier uur over zou doen en er maar een trein was de volgende dag met ‘gunstige’ tijden. Een shared taxi zou er ook 4 uur over doen, maar die zijn er op ieder moment en dus veel flexibeler.

We namen een taxi naar de Shah-i-Zinda begraafplaats en werden afgezet bij het Shodiyona Shopping Center en de eindhalte van een trammetje. We liepen langs de Hazrat Khizr Mosque moskee, die er mooi, maar ook gloednieuw uitzag. Ook nu was de toegang weer 15.000 som per persoon en na Iran hebben we wel weer even genoeg moskeeën gezien. En net zoals we voor kerken eigenlijk niet willen betalen, geldt dat ook voor een gebedshuis van die andere religie.

We liepen nog iets verder heuvelopwaarts en kwamen uit aan de bovenkant van de begraafplaats. De begraafplaats is tegen een berghelling op gebouwd. De graven waren vrijwel allemaal voorzien van manshoge grafstenen met daarin de afbeelding van de overledenen gegraveerd. Er waren veel familiegraven.

Een stukje verder op de begraafplaats liepen we tegen een heuphoog hekwerk op. Daarachter was een stenen trap naar beneden, waar de enorme mausolea stonden waar we specifiek voor kwamen. Terwijl we nog een beetje rondkeken op de begraafplaats, zagen we diverse mensen over het hek klimmen en als anderen dat kunnen, dan kunnen wij dat ook en dus..  huppa… wij ook over het hek en naar de mausolea.

In een lange straat lagen aan weerszijde hoge mausolea in dezelfde bouwstijl als de madrassa’s, maar alleen veel kleiner natuurlijk. We bekeken ze één voor één terwijl we langzaam de heuvel afdaalden naar de ingang en ‘sneakten’ langs de kassa de straat op. Niet dat iemand on staande zou houden als we het complex verlaten.

We liepen terug naar het hotel en onderweg kwamen we nog langs de Bibi khanim madrassa. Wederom 25.000 som entree en we lieten het er maar bij. Het liep ook al tegen 19.00 uur en het gebouw zou zo gaan sluiten.

Snel aten we een hapje in een restaurantje aan de autovrije Toshkent yo’li straat. Het eten was niet al te bijzonder, maar we hoefden ook niet veel te eten. We hadden niet veel honger, vanwege de lunch van vanmiddag.

Na het diner liepen we terug naar het hotel, waar we een klein wasje deden en wat voorbereidingen troffen voor Tashkent.

Dinsdag 2 juli 2019

Naast de vier pannenkoekjes met witte vulling kregen we ook een papje bij het ontbijt. Dat was zo afgrijselijk zuur, dat we zelfs te weinig thee hadden om de wrange smaak uit de mond te verwijderen.

Na het ontbijt liepen we naar de Registan, het grote plein met daaraan de drie madrassa’s. Na het betalen van 40.000 som per persoon liepen we het plein op en betraden we de eerste madrassa, de Ulughbek madrassa. Het viel ons zwaar tegen dat de authentieke madrassa was voorzien van souvenirshops met goedkope Chinese rotzooi tegen, natuurlijk, toeristenprijzen en dat de verkopers de bankjes in de schaduw bezet hielden. En daar waar souvenirwinkeltjes zijn, zijn ook de onvermijdelijke, vervelende verkopers met hun continue ‘hello, mister. Just looking. Very cheap’.

Het gebouw zelf was mooi, maar onderscheidde zich niet van andere madrassa’s. We bekeken ook de tweede en derde madrassa. Mooi, maar ook deze waren helaas verziekt door slechte commercie.

We namen een taxi naar het Ulugh Beg observatorium. Het is toch bijzonder hoe weinig taxichauffeurs van hun eigen stad weten, want hij moest de kaart onder het rijden aandachtig bestuderen. En dat terwijl het observatorium toch wel één van de belangrijkste plekken van Samarkand is, omdat het -toen het in het jaar 1420 door Ulugh Beg werd gebouwd- een van de toonaangevendste observatorium was ter wereld. In die tijd was het het beste observatorium in de islamitische wereld.

Het kleine museum bij het observatorium was interessant. Er hingen mooie miniatuurtekeningen en er stonden instrumenten die je in een observatorium nodig kan hebben, alsmede maquettes van madrassa’s.

We lunchten in het naastgelegen restaurant en daarna liepen we terug naar het hotel. Onderweg kwamen we nog langs een mausoleum (Xoja Doniyor maqbarasi), dat in een aardige tuin langs een riviertje lag, maar waar we niet naar binnen gingen en langs een standbeeld van een karavaan met kamelen.

In het hotel de deden we het rustig aan. We deden nog een klein wasje en werkten het reisverslag bij. Dat gebeurt helaas niet iedere dag consequent en dus moeten we soms een rustmomentje inbouwen en wat achterstallig onderhoud plegen.

Woensdag 3 juli 2019

Tashkent

Samen met onze Franse hotelgast uit Strasbourg namen we een taxi vanaf het hotel naar de shared taxi halte en al snel waren we op weg naar Tashkent, want we besloten met z’n drieën vier plaatsen te betalen. Ook deze taxichauffeur was van het humeurige soort en reed agressief.

Na drie uur waren we in Tashkent, waar we afscheid namen van Mattieu en een taxi namen naar het appartement dat we via een boekingsmachine hadden gereserveerd. Dan ging soepel op een bijna-ongeluk na, wat niet geheel aan de andere chauffeur te wijten viel, overigens.

We werden afgezet voor de deur van een afgrijselijk, negen etages hoog complex. De toegangsdeur tot het trappenhuis zat niet -zoals je zou verwachten- aan de straatzijde, maar aan de achterkant van het gebouw en dus liepen we naar de achterzijde.

Daar waren twee blauwe, metalen toegangsdeuren met cijfercombinaties. Via een bevestigingsmail van de verhuurder wisten we dat de code 270 was en er stond ook zoiets als ‘gelijk’ Dat was ons niet helemaal duidelijk, maar toen we zagen dat een jongetje de deur probeerde te openen door met twee handen tegelijk de code in te toetsen, waarna het slot overigens niet vrij gaf, probeerden wij het. En inderdaad moest de twee, de zeven en de nul tegelijk worden ingedrukt en het slot gaf vrij. De bevestigingsmail had aangegeven dat het appartement op de eerste etage zou zitten, maar eenmaal op de eerste etage werden we weer naar beneden gestuurd. Ook in Oezbekistan is de eerste etage dus de begane grond etage, net zoals in Turkmenistan.

De verhuurder zat binnen in de woonkamer op ons te wachten toen we de voordeur open deden. We wisten niet wat er achter welke deur zat en dus probeerden we lukraak deuren en voor we het wisten, stonden we in het appartement. Yarbol, de verhuurder, stond op, liet ons het appartement zien en met behulp van google translate werd alles duidelijk. Zelfs hoe we de wasmachine moesten bedienen. Hoe ongelofelijk handig dit is als we beiden elkaars taal niet spreken en ook geen gezamenlijke taal hebben om in te converseren.

Na het inchecken liepen we naar de metrohalte en namen we de metro naar Amir Timor square. Het was slechts drie haltes, maar de afstand tussen de haltes is groot. Bij de kassa op het metrostation kochten we twee blauwe, plastic muntjes, die we bij de toegang tot het perron in een machine moesten werpen, maar zonder dat iets van een poortje wordt vrijgegeven of zo. Meer in het kader van “we doen dit al sinds de tijd van Stalin” dan dat enige vorm van nuttigheid of efficiency had.

Van de metrohaltes van Tashkent wordt gezegd dat ze schitterend zijn. Schitterend is wellicht wat overdreven. Ze waren best aardig. We mochten foto’s maken, want de overal aanwezige mannen in groene pakken met Louis de Funet petten op zeiden niets. Diezelfde soort mannen stonden overigens ook bij de toegang tot de metro buiten, weliswaar onder een speciaal voor het gemaakt afdakje tegen de zon en ook voordat we het perron op mochten stond z’n mannetje bij een klein vierkant tafeltje op heuphoogte om je rugzak te doorzoeken. Dat deed ‘ie overigens niet grondig. De metro in Tashkent wordt dus wel beveiligd, maar de vraag is hoe effectief dit is.

Donderdag 4 juli 2019

Vandaag was een dag zonder specifiek programma, anders dan even te kijken op de Chorsu markt. Na het ontbijt namen we de bus naar het centrum. De bushalte ligt aangenaam dichtbij het appartement en er was een bus (23) die redelijk in de goede richting van de markt uitging. Er was een overstap nodig op een minibusje. Hoewel de grote busroutes bij de haltes staan aangegeven, is dat niet het geval bij de veel talrijkere minibusjes.

Een vriendelijke Uzbeek die ons vroeg of hij ons kon helpen, maakte ons op een aankomende minibus attent en al snel zaten we in de minibus op weg naar de Chorsu markt. Die minibus scheurde door de stad naar zijn eindhalte en dat bleek ook precies te zijn waar we heen wilden.

We stapten uit bij de grote rotonde voor de markt en staken de weg over. Daar stond een madrassa en we bekeken het binnenplein van de madrassa vanaf de kassa. Daarna banjerden we wat over de markt? We kochten een galiameloen, die we direct soldaat maakten op een bankje in de schaduw. De meloen was heerlijk en gelukkig konden we onze kleverige handen van het sap wassen bij een kraantje, waar de mensen water uit dronken. Dat laatste deden wij overigens niet.

Via de overdekte vleesmarkt op de begane grond en op de eerste etage de markt voor noten en gedroogde vruchten liepen we naar de bakkersafdeling. Rijen met vrouwen verkochten vers gemaakte ronde broden. De ovens van de bakker stonden in een ruimte ernaast en daar stonden vrouwen het deeg in de juiste vormen te kneden. We zagen dat ze in de bakkerij zelf ook Comc’s verkochten, het beste te vergelijken met een pasteitje, maar dan in een soort van bladerdeeg gewikkeld. Binnenin zit een ragout van vlees, maar niet te vergelijken met een kroket. De Comca’s waren nog warm. We kochten er twee en aten ze direct op, om al snel een derde te kopen. Ze waren heerlijk. Alle bekende voetballers passeerden weer de revue toen we zeiden dat we uit Nederland kwamen.

Chomsu markt Tashkent Oezbekistan
De vlees- en notenhal van de Chorus markt

Via een ietwat vervallen park met attracties doe (ook nu weer) stil stonden, liepen we naar de Hazzet Imam moskee. Op dit terrein staan drie moskeeën die nog niet zo lang geleden in slechts vier maanden zijn neergezet. Op het terrein ernaast wordt op dit moment een nog grotere moskee gebouwd, maar uit beton en staal als skelet. Wat een grootheidswaanzin en een geldverspilling. Vanuit de deurpost keken we in de moskee, die verder op een paar gelovigen na leeg was en weinig bijzonder.

We namen de bus naar het Alisher Navoi park, waar een grote ronde vijver was met een hoge fontein en vele borden met daarop een verbod om er te zwemmen. Hoewel het water nu niet echt zuiver uitzag, ontnam het een hoop jongens en een enkele vrouw het niet om toch een goede duik in te nemen.

De tweede en veel grotere vijver lag droog. Er werd in gewerkt met enorme graafmachines en daarmee was een belangrijke reden om naar dit park af te reizen ontnomen.

Dinopark
Dinopark

We namen de metro terug naar de eindhalte Buyuk Ipak Yuli en namen vervolgens nog twee haltes de bus, om bij de supermarkt bij de bushalte en naast het appartement gelegen nog wat frisdrank en spullen voor het ontbijt van morgenochtend te kopen.

Thuis douchten we snel en om 18.00 uur stonden we voor de KFC in de Buyuk Ipak Yuli, omdat Sardor ons daar zou op wachten. Sardor had het waarschijnlijk druk, want we moesten 20 minuten wachten op zijn komst. De tijd werd gedood door een jonge student die best redelijk Engels sprak, al ruim een uur op een shared taxi stond te wachten en het leuk vond om een praatje te maken.

Met de taxi reden we naar de woning van Sardor. We wisten niet wat we konden verwachten, maar we belandden in een troosteloze Sovjet appartementencomplex, zoals ook het appartementencomplex waar wij zelf overnachten. Sardor bleek getrouwd en we werden opgewacht door zijn vrouw en z’n ouders, want Sardor en z’n vrouw woonden nog in bij zijn ouders.

We maakten kennis en kregen een korte rondleiding door het huis, dat verrassend klein was voor vier volwassenen. De eettafel -met 10 (!) stoelen- was al gedekt en we konden direct aan tafel. We kregen paprika gevuld met rijst en vlees, er was brood, zelfgemaakte huzarensalade, andere salades, fruit en nog veel meer. Er was gedekt voor een toergroep en dat terwijl we maar met z’n tweeën op bezoek waren. Pa sprak geen Engels, maar op de een of andere manier begrepen we elkaar best. Soms natuurlijk ook met de vertaalhulp van Sardor. Sardor zelf was wat rustig en bedeesd. Hij was net voor zichzelf begonnen en de eerste klus leek hem iets tegen te vallen in de hoeveelheid werk en de druk vanuit de opdrachtgever.

Van de familie kregen we een theemuts cadeau, evenals een pot zelfgemaakte yoghurt en een fles Russische (of Oezbeekse) wijn.

Rond 22.00 uur namen we afscheid en werden we met de taxi teruggebracht naar ons appartement.

Vrijdag 5 juli 2019

Chimgan

We ontbeten met de eigengemaakte yoghurt die we gister van de moeder van Sardor mee hadden gekregen wat havermout, enkele appeltjes en wat chocoladeballetjes en een kop Nescafé.

Na het ontbijt liepen we naar het metrostation, waar vandaan  de minibusjes naar Gazalkent vertrekken. Toen we aan kwamen lopen, werd net een minibusje gevuld met passagiers en het was zo druk dat de chauffeur ons in eerste instantie verwees naar de lege minibus achter hem, maar al snel gebaarde hij dat er nog twee plaatsen vrij waren. Zelfs een op de voorbank.

We vertrokken direct en omdat de minibus geheel vol was, waren er ook geen tussenstops, anders dan voor verkeerslichten. We reden de hele weg over een vierbaansweg, gescheiden door een middenberm, zelfs in de dorpjes waar we doorheen reden. De rit kostte ons 5.000 som per persoon voor de 1 uur durende rit, oftewel 55 eurocent.

In Gazalkent stapten we over in een al gereedstaande gedeelde taxi. Er zaten al twee passagiers in en dus konden we direct vertrekken. De jonge gast achter het stuur had een petje op met allemaal wietblaasjes erop, wat ons enigszins verbaasde. Wellicht had hij al een joint op  want hij had een nogal – onverantwoord- zware rechtervoet. De banden piepten als hij door de bochten ging bij zo’n 110 kilometer per uur over de tweebaansweg door de heuvels. We verzochten hem wat minder hard te rijden. Tegen de heuvel op zagen we enkele wielrenners, waaronder zelfs een meisje. Zij liever dan wij.

We werden vlakbij de skiliften afgezet in Chimgan. Er waren er precies twee en er waren ook twee afdelinkjes. Geen alternatief voor Oostenrijk, zelfs niet voor de beginners. Nadat we waren uitgestapt viel ons direct drie dingen dingen op; mannen op galopperende paarden door de straat, loslopende koeien en mannen op quads. We hadden ons niet helemaal goed voorbereid, want de wandeling die we zouden gaan maken begon 1,3 kilometer verderop en we hadden ons dus beter iets verder kunnen laten afzetten.

Voordat we aan de wandeling begonnen, kochten we brood en water en dronken we nog een colaatje voor de nodige suikers. Daarna begonnen we aan de stijging. In eerste instantie ging dat nog geleidelijk en liepen we over een onverhard pad door een een brede alpenweide, maar al snel werd het pad smaller en steiler. Het pad werd nog maar één persoon breed en liep langs de berghelling tussen de vegetatie. Het was na de eerste klimmetje verder niet al te lastig wandelen. De zon scheen op onze hoofden, die we beschermden met een paraplu, maar gelukkig stond er een behoorlijk briesje en was het minder heet dan in Tashkent op 1585 meter.

Op de top van de berg waren we op 2085 meter. We hadden dus 500 hoogtemeters overwonnen. We lunchten met brood en rookkaas en water en genoten van het uitzicht. Hoewel het niet erg helder was, hadden we mooi zicht op het meer met de vele dorpjes eraan 500 meter lager aan de andere kant van de berg dan Chimgan. In de verte zagen we paragliders in de lucht en het begon te kriebelen. Het uitzicht was de klimpartij meer dan waard.

Vanaf de top zou er een pad verder gaan, terug naar Chimgan, maar dat hield wel in dat we enkele honderden meters over een riggel met een steile afgrond moesten overbruggen en die uitdaging gingen we niet aan. Er zat dus niets anders op dan dezelfde weg terug. Onderweg kwamen we nog twee Oezbeken tegen, waarvan er één op teenslippers de wandeling aflegde.

Bij hetzelfde winkeltje vulden we ons vochttekort aan. Er werd ons nog paardenmelk aangeboden en we hadden een goed gesprek met enkele mannen. We begrepen elkaar over het algemeen goed, maar soms ook volledig niet. Zo vertaalde google iets dat de Oezbeek, zei met “ben je gearresteerd”. Nu kan het een gemeengoed zijn dat toeristen worden gearresteerd en dat wij dat (nog) niet zijn geweest, maar we gaan ervan uit dat de Oezbeek iets anders had ingesproken in google translate.

We namen een taxi terug. De taxichauffeur reeds langs het meer naar Kujakent. Onderweg stopten we nog bij een uitkijkpunt vanwaar de paragliders hun sprong in het diepe waagden. In Kujakent stapten we over in een andere taxi naar Gazalkent waar we overstapten in een minibus naar Tashkent. Die bracht ons in een uurtje terug en zette ons vrijwel voor het appartement in de straat af.

‘s Avonds aten we bij restaurant Franklin. Lekkere burrito’s en fajita’s. We waren alleen minder gecharmeerd van de 20% service toeslag op de rekening, waar niets over vermeld stond op de kaart en dat we nog niet vaker hadden meegemaakt.

Zaterdag 6 juli 2019

We bezochten de markt in Tashkent.

Zondag 7 juli 2019

Andijan

Andijan staat nu niet echt bekend om z’n rijke toeristische attracties. Sterker nog… er is eigenlijk niet veel te beleven. Maar op een uur rijden, in het plaatsje Magilan, is op zondag één van de grootste markten van Centraal Azië.  En –erg prettig-  het minibus station waar de bussen naar Magilan vertrekken ligt naast het hotel. Al snel hadden we de juiste minibus gevonden. Dat was gewoon een kwestie van de bestemming noemen en je wordt door de behulpzame Oezbeken naar de juiste bus verwezen.

We zaten achter de chauffeur op een bankje.  Dat was mazzel, want dat had de meeste beenruimte.  Tegenover ons zaten mensen die met de rug in de rijrichting zaten. Bij het raam zat een jonge vrouw met een klein meisje waar net de ondertandjes van waren doorgekomen. Het meisje had rood haar (?) en lachte er vrolijk op los. Daarnaast zat een forse vrouw.  Haar man deed qua postuur niet onder aan haar, maar hij zat op de voorstoel, naast de chauffeur.

Als derde op de rij zat een mooie vrouw, die sterk het uiterlijk had van het meisje van de National Geographic foto van de jonge Afgaanse. Deze foto is wereldberoemd en 20 jaar later is dezelfde vrouw (toen) opnieuw gefotografeerd met een zwaar geleefd gezicht.  De vrouw in de bus had dezelfde ogen en hetzelfde gelaat. Ze had ook een gouden glimlach en die liet ze regelmatig zien. In de bus waren wij de attractie, terwijl wij dat zelf toch iets anders zagen.  Er werd kostelijk (om ons) gelachen waarschijnlijk.  Onderling hadden we het over de ‘Afgaanse’ vrouw. We hadden dezelfde gedachten en betreurden het dat we niet zo vrij waren geweest om haar op de foto te zetten.

In Magilan moesten we overstappen op een ander microbusje.  Gelukkig waren enkele passagiers ook op weg naar de Kumtepa markt en zij zorgden er wel voor dat wij op sleeptouw werden genomen.  De minibus werd voor ons betaald en eenmaal aangekomen op de markt namen we afscheid.

We liepen over de enorme markt.  Magilan staat bekend om de zijdeproductie en er werd ook behoorlijk wat zijdeproducten verkocht.  Helaas kunnen de designs ons niet bekoren.

Leuk was ook de auto-onderdelenmarkt. Alsof iemand nog zou zijn geïnteresseerd in een dashboard uit het jaar ‘kruik’. Of een nokkenas als je niet weet van wel merk het is.  Of versleten autobanden.  Er is vast wel een gek die versleten autobanden spaart en hier aan z’n trekken komt.

Maar wat we niet vonden was ons taxichauffeurarmpje.  Sommige taxichauffeurs rijden hier rond met een enorm getatoueerde linkerarm.  Pas als je serieus naar die arm kijkt, dan zie je dat het een kous is. Op die manier kunnen ze lekker met open raam rijden en de arm in het raamkozijn, zonder levend te verbranden.

We lunchten in een restaurantje op de markt. Normaal gesproken zou dit niet de eerste plek zijn om te gaan lunchen, maar we gokten het er maar op.   De kebab werd vers klaargemaakt en werd goed heet gemaakt, dus daar kan weinig mis mee zijn.  Verder namen we een soepje en een half brood en een plov.  De aangeboden salade sloegen we maar even over.

Na de lunch namen we een microbusje terug naar het centrum, om daar over te stappen op een minibus terug naar Andijan. De bus was was al redelijk vol en het was nog tien minuten wachten voor vertrek. Alsof het zo moest zijn, was de laatste passagiere die kwam aanlopen de ‘Afgaanse’ vrouw, die naast Marjolijn plaatsnam op de achterste bank. Zij leek even blij te zijn om ons te zien als wij om haar terug te zien. Remco zat enkele stoelen verder naar voren in de bus.

Het voordeel van terugkeren ván een markt is dat we het een en ander toegestopt kregen; van de ene passagier kregen we een brood, van een andere passagier appeltjes en druiven en van een derde passagier kebab en snoep.  En dat terwijl we het eigenlijk niet willen, omdat we het domweg niet zullen eten.  We zullen er iemand die het minder breed heeft er blij mee maken.

Terug in Andijan deden we inkopen bij de schuin tegenover het hotel gelegen supermarkt (ontbijt voor morgenochtend) en nadat we de spullen op de kamer hadden gelegd gingen we op zoek naar een minibusje naar het Babur Park. Babur is een enorme bekendheid in Andijan vanuit de oudheid.  Je zal dus denken dat mensen je de goede richting op kunnen sturen.  Nou, de eerste man die we aanspraken in de straat keek of ‘ie water zag branden.  Dan maar vragen aan een Louis de Funet, inderdaad… een politieagent die, zoals ze dat continue doen in Oezbekistan, een automobilist staande had gehouden.

Met behulp van een vertaalapp vertelde dat we een ‘car’ moesten hebben ‘100 meter verderop’ en hij wees een richting op.  Honderd meter verderop stond Louis twee. Hij wees ons naar de overkant van de straat. Uit ervaring wijzer geworden vroegen we aan de derde Louis “Babur Park?”, waarop de agent ineens en volledig onverwacht in vloeiend Engels aangaf “I speak English”.  Hij wilde een taxi voor ons regelen, maar de taxichauffeur leek nog nooit te hebben gehoord van het park dat naar de beroemde stadgenoot en slechts zeven kilometer verderop buiten de stad ligt, is genoemd.

Maar wij wilden geen taxi en dus zeiden we “we want to go by bus” en laten we nu net recht voor de bus staan die we moesten hebben.  We namen afscheid van Louis drie en stapten in de bus.

Het Baburpark was weer een soort van lunapark. Er zou een stoeltjeslift zijn naar de top van een berg, maar die werkte niet.  Toen we het prehistorische apparaat zagen waren we enigszins teleurgesteld dat  ‘ie het niet deed, maar aan de andere kant was het wel zo veilig.

We bestegen de trappen en daar waar we dachten dat we bovenaan waren, zagen we dat de stoeltjeslift nog honderden meters verder ging.  We hielden het voor gezien, maakten enkele foto’s van Andijan en keerden terug naar beneden, naar het lunapark. Er was een ‘reuzenrad’ en we betaalden voor een rondje. Nu kunnen we schrijven dat het apparaat piepte en kraakte als nooit tevoren, maar da’s niet waar.  Langzaam werden we omhoog getakeld en daalden we weer.  Kort een leuk uitzicht.

We namen een microbusje terug naar Andijan en aten op het terras van hotel Vella Elegant. Remco had een steak en Marjolijn een kipgerecht. Beiden waren echt uitstekend.  Het litertje koud bier was een aangename tractatie.

Maandag 8 juli 2019

Kokand

We ontbeten op de kamer met de druifjes die we gister in het minibusje hadden gekregen en yoghurt. Daarna wisselde Remco 100 euro voor Oezbeekse som, rekenden we de kamer af en liepen we naar de shared taxi standplaats, die (aangenaam) naast het hotel lag.

Redelijk snel was de taxi gevuld met vier passagiers en konden we op weg voor de anderhalf uur durende rit naar Kokand. Onderweg viel niet veel te beleven.  De Fergana vallei mag dan wel idylisch klinken, maar landschappelijk gezien is het niet erg idyllisch. Het is vlak en er is sprake van veel akkerbouw en dat kilometers lang. Gelukkig werd voorkomen dat we in slaap vielen door het gekakel van de chauffeur met de medepassagiers.

De chauffeur begon ook tegen ons hele verhalen, maar wij hadden daar ietwat moeite mee om daarop te reageren.  Juist toen de verkeersdrukte weer toenam in Kokand, besloot de chauffeur de foto’s van zijn bezoek aan Sint Petersburg te laten zien op z’n smart phone.

Netjes werden we afgezet voor de deur van een hotel dat we snel hadden opgezocht op maps.me.  Het hotel lag redelijk centraal en in de omgeving waren ook nog andere hotels.  Het aanbod in Kokand is niet erg groot en op internet waren de hotels nogal prijzig; vanaf 40 dollar.

We keken eerst bij het Khan hotel, dat inderdaad ook 45 dollar vroeg, maar dat we wisten terug te brengen tot 30 dollar. We keken bij nog twee hotels, waarvan één z’n prijs terugbracht tot 26 dollar, om vervolgens de receptionist van hotel Kahn onder druk te zetten door 25 dollar te accepteren als prijs per nacht, wat ook lukte.  Het hotel staat verder helemaal leeg; er zijn geen toeristen.

We liepen wat door de straatjes rondom het hotel en wilden iets gaan lunchen.  Op maps.me stond een bakkerij in de buurt en we liepen er heen.  Het bleek geen bakkerij te zijn, maar een patiserie.  We liepen naar binnen en raakten verrukt van de schitterende taarten die stonden uitgestald in de vele vitrines. Zó mooi.  Bijna een zonde om ze op te eten.

We liepen wat door de grote zaak en keken naar wat we zouden nemen.  Al snel kwam een verkoopster aanlopen, terwijl ze al lopend een tulband in een plastic tasje deed. “Present”, zei ze tegen Marjolijn en gaf haar de tas.  Ons protest werd (natuurlijk) niet geaccepteerd.

We zochten ieder een taartpuntje uit en de verkoopsters vroegen of we er koffie bij wilden en wezen op een paar krukjes bij een soort van balie.  We kregen onze taartpuntjes, alsmede twee kopjes koffie.  Terwijl we van de taartjes genoten, werden er nog twee taartjes voor ons neergezet. Wat een weelde.

Toen we wilden afrekenen werd betaling resoluut geweigerd. “You are our guests”, werd gezegd.  Maar we mochten niet vertrekken voordat we met het winkelpersoneel op de foto waren gegaan.

We liepen naar het park, waar we op een terrasje plaatsnamen en onder het genot van anderhalve liter spa rood onze reisverslagen bijwerkten, alsmede de reis naar Tajikistan een beetje voorbereidden (want dat hadden we nog niet echt gedaan).

I love Khiva
I love….
I love Samarkand
I love Tashkent

I love Uzbekistan

Ons verhaal gaat verder in Tajikistan. Lees je mee?