Cambodja

Zaterdag 26 Maart 2005  

Tussenstop in Bangkok

We hadden mazzel bij de douane op de luchthaven van Bangkok, waar we zo’n beetje als eerste in de rij stonden. Ook de bagage kwam als snel.

Buiten het luchthavengebouw namen we een taxi naar Soi Kasem 1. Daar is het A-one guesthouse, maar dat bleek geen kamers meer beschikbaar te hebben. Daarom besloten we enkele kamers in andere guesthouses in dat straatje te controleren. Het bleek niet makkelijk om iets te vinden, want alles zat zo goed als vol. We vonden een keurig kamertje bij Wendy’s guesthouse en die namen we direct, voordat die ook weer verhuurd zou zijn. Pas daarna haalden we de bagage op die nog bij het A-one guest house stond.

We gingen internetten bij het Fuji Image fotolab naast het Asia hotel, omdat daar de vorige keer de internetverbinding erg goed was. Terwijl wij zaten te internetten, loop Berend langs de winkel en ziet ons zitten. Het was een verrassend weerzien. Berend ging ook even internetten (chatten) en het bleek dat Joris ook in de buurt was. We besloten om 18.00 uur in het MBK shopping centre met Joris af te spreken en dan met z’n vieren iets te gaan eten.

Om 18.00 uur kwamen we Joris tegen bij de bioscoop op de bovenste etage van het shopping centre, op de plek waar we hadden afgesproken. Het was niet al te moeilijk hem te herkennen, want z’n blonde kop stak ver boven de veel kleinere Thai uit..

We aten bij het Fuji-restaurant en het eten was weer zeer goed. Het was ook erg leuk om naar de ervaringen van Joris en Berend te luisteren. Zij waren samen naar Bamo in Myanmar gereisd, maar met name de lange boot- en treinreis was hen beiden niet zo heel goed bevallen, uit hun verhalen af te leiden. Na het eten dronken we nog een biertje in een cafeetje.

Zondag 27 maart 2005

Na het ontbijt liepen we naar het Asia hotel. Daar zouden we Fred en Madelon ontmoeten. Rond 09.15 uur liepen we de lobby van het hotel in en daar bleken ze al te staan. We hadden een berekening gemaakt dat ze ongeveer 09.30 uur zouden moeten aankomen, maar we hadden er geen rekening mee gehouden dat hun vliegtuig ook wel eens een half uur eerder zou kunnen landen. En dat was het geval. We waren erg blij om ze te zien. Het ging goed met ze en ze hadden een zeer voorspoedige vlucht gehad en zelfs een beetje kunnen slapen. Inmiddels hadden zij al ingecheckt en de spullen naar de kamer gebracht.

Wij checkten ook in en brachten daarna onze spullen naar de zeer verzorgde kamer. We liepen met z’n vieren naar het Starbuck café op Siam square, waar we een kop koffie dronken en daarna namen we een bootje naar het centrum van Bangkok. De boot vertrok vanaf de pier naast het Asia hotel. Vanaf het eindpunt van de boot liepen we in de richting van de Chao Praya rivier.

Onderweg liepen we langs Kaw San Road en Fred stelde voor er even langs te lopen. We lunchten bij een restaurantje waar Fred en Madelon vorig jaar eens hadden gegeten en na de lunch liepen we naar de ferry die ons naar de andere kant van de Chao Praya rivier zou brengen. We zouden namelijk een bezoekje brengen aan het museum met de Koninklijke boten. Het was nog een hele onderneming om het museum te vinden. We moesten meerdere keren om de weg vragen en het was ook niet zo vreemd dat we het museum in eerste instantie niet wisten te vinden, want we moesten door een smal steegje van de hoofdweg af en door een soort van woonwijkje naar het museum lopen. Het museum was wel leuk. Er lagen een stuk of acht boten en een daarvan is de langste, uit één boomstam gehakte boot ter wereld.

Na het bezoek aan het museum namen we een taxi naar de Wat Arun. Negen jaar geleden waren we hier ook geweest en de pagode is nog even mooi als toen. We konden ons echter herinneren dat we destijds nog naar de bovenste etage mochten lopen en nu was alleen nog maar de eerste etage toegankelijk. Met het veerpontje gingen we weer naar de overkant en daar namen we een taxi terug naar het hotel.

’s Avonds aten we met z’n vieren in een Thais restaurantje nabij het Siam Square.

Maandag 28 maart 2005

Vandaag deden we het rustig aan. We slenterden wat rond door shopping malls en ’s middags gingen Fred, Madelon en Marjolijn aan het zwembad op de 14e etage van het hotel liggen. Schitterend uitzicht over de stad en een stuk koeler dan op straat; er stond namelijk een briesje die je op straat niet voelt. Remco ging in plaats van zwemmen even een uurtje internetten om de achterstand in het dagboek bij te werken. De achterstand bedraagt nu al zo’n drie weken en die lijkt alleen maar op te lopen. Tja, ook stress tijdens deze reis!

Aan het einde van de middag namen we de sky train naar Patpong, want Fred en Madelon wilden bij STA travel een overnachting boeken in het Asia hotel voor als ze terug zouden keren in Bangkok. Nadat dat gelukt was wilden we nog wat Bath omwisselen voor dollars en dat bleek niet eenvoudig, want de meeste wisselkantoren doen dat niet en de banken waren allemaal al gesloten (slechte planning!). Uiteindelijk vonden we een wisselkantoortje dat wel dollars wilde wisselen en konden we toch nog met en gerust hart naar Cambodja.

We liepen over de nachtmarkt op Patpong. Negen jaar geleden waren we daar ook en wat we van toen konden herinneren was dat het een hele lange markt was. Dat bleek alleen zo in de herinnering te zijn, want de markt was nogal kort. Het aanbod was ook niet zo interessant; veel spullen voor mobiele telefoons, play station 2 spullen etc. Veel kitsch en veel ‘rotzooi’ en tegen behoorlijk geïnflateerde prijzen. We namen de sky train terug naar het Siam Square, waar we (alweer!) bij het Fuji restaurant aten.

Dinsdag 29 maart 2005

Cambodja

We checkten uit en wilden een taxi voor de deur nemen naar het busstation. De taxichauffeurs die voor het hotel stonden te wachten wilden niet op de meter rijden en vroegen 300% teveel voor de rit. Daarop besloten we maar om een langsrijdende taxi aan te houden en die reed ons zonder discussie over de prijs en op de meter naar het busstation. Sommige taxichauffeurs (en Tuk Tuk chauffeurs) in Bangkok zijn echte ratten! We kwamen er rond 08.10 uur aan en de bus naar de Cambodjaanse grens zou, heel plezierig, binnen 20 minuten vertrekken. De bus was een verademing na de buservaringen in Myanmar; nu hadden we een airconditioned bus en plenty beenruimte. Na zo’n 4 1/2 uur rijden kwamen we aan in Arana Phaket aan de grens met Cambodja. Daar werden we afgezet. Van daaruit moesten we met een Tuk Tukje nog 6 kilometer verder rijden naar de grens. Bij de grens kwamen direct Cambodjaanse jongens op ons af rennen om ons over te halen om met hun bus of met hun taxi mee te gaan. Aan de grens zelf was het nogal hectisch. Niet zo zeer aan de Thaise grens, waar alles rustig en efficiënt gaat. Bij de Thaise grens moesten we in de rij voor ‘Aliens’ gaan staan. Er waren twee rijen; een voor Thaise residents en een voor ‘Aliens’, waar wij (toeristen) mee bedoeld werden.

Bij de Cambodjaanse grens ging alles wat moeizamer. Het eerste vriendelijke welkom in Cambodja ging gepaard met het betalen van een zeer fors bedrag (voor Cambodjaanse begrippen) aan smeergeld. Het visum kostte US$ 20 (en dat staat ook in het paspoort), maar we konden alleen maar met 1.000 Thai Bath (US$ 25) betalen. Wilden we in Dollars betalen, dan moesten we zeker een uur of 3 wachten voordat ze ons konden helpen. Vriendelijk welkom in Cambodja! Niet zo’n goede start, dus.

Nadat uiteindelijk het visumstempel in het paspoort was gezet, konden we Cambodja in. Maar als weer na 200 meter konden we achter in de rij aansluiten, want daar zaten nog een stel ambtenaren die het paspoort moesten zien.

Toen we eindelijk in Cambodja waren, namen we een taxi naar Siem Reap. Vanaf de Thaise kant van de grens was steeds een jongen meegelopen die een taxi voor ons wilde regelen en toen we eenmaal in de taxi stapten, vroeg ‘ie om een tip. We betaalden sowieso al teveel voor de taxi, dus die tip lieten we maar achterwege. Hij kreeg van de taxichauffeur al een leuk bedragje voor het regelen van z’n klanten.

De taxi was een ruime Toyota Camry met kapotte vering. Dat was ook niet zo verwonderlijk, want de weg vanaf Poipet (grensplaats) naar Siem Reap was in een allerbelabberdste staat. De gaten in de weg waren zo af en toe zo breed als de weg zelf en dan zocht de chauffeur z’n pad via de berm. Het eerste deel van de route was ooit eens geasfalteerd, maar was daarna nooit meer onderhouden en was er stukken slechter aan toe dan het tweede deel van de route, dat gewoon een zandweg was.

Op de zandweg bereikte de chauffeur snelheden van 70 à 80 kilometer per uur, terwijl over de ‘asfaltweg’ niet harder gereden kon worden dan 30 à 40 kilometer per uur. De chauffeur was wel vriendelijk en niet al te opdringerig en hij zette ons in Siem Reap af waar we hem gevraagd hadden om ons af te zetten. Terwijl Fred en Remco bij de bagage achterbleven, gingen Madelon en Marjolijn op zoek naar een guesthouse. Zij kwamen uit bij het ‘Home sweet home’ guest house, waar een ruime kamer met fan US$ 7 kostte.

’s Avonds aten we bij een Thais restaurant om de hoek.

Woensdag 30 Maart 2005

Siem Reap – Ankor Wat Tempels

Het ontbijt was niet bij de prijs inbegrepen en we liepen naar de markt in de veronderstelling dat we onderweg wel iets van een bakkertje tegen zouden komen. Die zagen we echter niet. In het centrum ontbeten we op het terrasje van het Red Piano Restaurant. De broodjes kostten een stevige U$ 3,- per stuk en evenals de menukaart in het Thaise restaurant gisteren waren de prijzen op de menukaart hier ook in US$.

Het wordt ons inmiddels wel duidelijk dat het in Cambodja met name gaat om de dollars. De prijzen die je moet betalen staan niet in verhouding tot wat je krijgt ten opzichte van omringende landen is Cambodja (te) duur.

Tuk Tuk chauffeurs vragen al snel US$ 2 tot US$ 4 voor korte afstanden en de chauffeurs zijn behoorlijk opdringerig en irritant. Na het ontbijt namen we twee tuk tuk’s naar Angkor wat. Het kostte even voordat we een redelijke prijs waren overeengekomen en de route hadden bepaald.

Bij de toegangspoort tot Angkor Wat betaalden we de entreeprijs van US$ 40 per persoon en we kregen een geplastificeerde toegangspas voor drie dagen met onze foto er op! Nadat we de toegangspas hadden gekocht ontstond er toch een discussie met de tuk tuk chauffeur die ons nu ineens niet meer wilden brengen waar we hem gevraagd hadden, behalve als we twee keer zoveel betaalden.

We hadden niet erg veel zin in een discussie en we lieten hem de keuze de afspraak na te komen of helemaal geen geld te krijgen. Hij wilde de discussie voortzetten, waarop wij uit de tuk tuk stapten en wegliepen.

Langs de weg hielden we vervolgens een andere tuk tuk aan die ons voor nog minder geld zelfs met z’n vieren in z’n tuk tuk wilde vervoeren. Nu betaalden we ‘slechts’ US$ 10 voor een tuk tuk. Dat was stukken leuker dan met z’n vieren in twee tuk tuks. We werden als eerste naar de Bayon gebracht. Dit is een schitterende tempel die zich nauwelijks laat omschrijven. Dat geldt overigens voor heel Angkor Wat. Je moet het zien en het beschrijven is nauwelijks mogelijk. Na de Bayon bezochten we nog enkele tempels. Allen uit de Angkor periode en allen weer net even anders, maar schitterend.

Donderdag 31 maart 2005

Fred en Madelon moesten vliegtickets kopen voor de vlucht Phnom Pehn naar Vientiane en we gingen langs een aantal reisbureautjes, waar ze tickets verkochten tussen de US$ 120 en US$ 130 per persoon. Alle verkochten tickets voor Lao Airlines en er was ook een mogelijkheid om met Vietnam Airlines te vliegen en we besloten om langs het kantoor van Vietnam Airlines te gaan. Daar bleek dat de tickets via Vietnam Airlines duurder waren (US$ 160). We kwamen er echter ook achter dat Vietnam Airlines per dag 10 stoelen aan Laos Airlines verkoopt (in hetzelfde toestel van Vietnam Airlines) en dat die stoelen goedkoper zijn. Het kantoor van Laos Airlines zit schuin tegenover dat van Vietnam Airlines en we besloten om daar ook maar even te gaan kijken.

Laos Airlines bleek alleen op 7 april nog plaats te hebben en het ticket kostte maar US$ 88 (ten opzichte van de US$ 120 bij de reisbureaus een behoorlijk verschil). Meteen kochten Fred en Madelon de tickets, want er waren nog maar twee plaatsen beschikbaar. Daarna gingen we naar het kantoor van Bangkok Airways om te kijken naar de mogelijkheden vanuit Laos naar Bangkok. Daar bleek dat er een rechtstreekse vlucht was vanaf Luang Prabang naar Bangkok en dat kwam Fred en Madelon wel gunstig uit. Via het internet boeken was weer US$ 30 per ticket goedkoper en dus moesten we naar een internetcafé.

Toen ook het ticket naar Bangkok was geregeld, konden we op weg naar de Tempels. De eerste tempel die we bezochten was Ta Prohm, een heel bijzondere tempel omdat er op vele plekken bomen zich in de stenen hadden geworteld. Heel apart en fotogeniek. Dit tempelcomplex was behoorlijk groot en we vermaakten ons hier geruime tijd. Daarna gingen we richting Angkor Wat. Dit is de bekendste tempel van het gebied en is ook erg indrukwekkend. Voordat we de tempel betraden liepen we naar een dichtbij gelegen klooster, waar de monniken ons uitgebreid, maar in gebrekkig Engels, vertelden over het Buddhisme en ons vol trots hun tempel lieten zien. Daarna liepen we enige tijd rond in Ankor Wat. We bekeken onder andere uitgebreid de wandtekeningen.

Toen het vijf uur was lieten we ons door onze tuk tuk chauffeur afzetten bij een uitkijkpunt. Vanaf de tempel Phnom Bakheng (Bakheng Hill) zouden we goed uitzicht hebben op Ankor Wat bij zonsondergang. Degenen die geen zin hadden in de klim naar boven konden zich per olifant laten brengen. Dit kostte een stevige US$ 15. Wij gingen te voet en begonnen aan de klim die ongeveer 20 minuten duurde. Alle toeristen die zich in Ankor bevonden, hadden zich inmiddels op de top verzameld. Het was er een drukte van belang. Ons viel het uitzicht wat tegen. Daarnaast was het niet helder. We besloten om voordat de zon onderging naar beneden te gaan. ’s Avonds speelden we een potje Machiavelli in het restaurantje bij het hotel. Dat spelletje hadden Fred en Madelon meegenomen.

Vrijdag 1 april 2005

We gingen deze ochtend uitgebreid lunchen bij de Red Piano. Bij dit restaurantje zat ook een Nederlandse man met een Aziatische vrouw. We spraken niet met elkaar, maar onze wegen kruisten elkaar een aantal dagen later in Phnom Pehn weer. Na het ontbijt gingen we weer richting de tempels. Het merendeel van de tempels hadden we al gezien, dus deden we het rustig aan. We wilden allemaal nog wel een keer terug naar Angkor Wat. We kwamen er tegen de middag aan bij Angkor Wat, wat op zich wel gunstig was. Het merendeel van de toeristen was nu aan het lunchen, dus hadden we de tempel bijna voor ons alleen. We konden alles uitgebreid bekijken en genieten van alle het moois dat er te zien is.

Toen we net naar buiten liepen begon heel hard te waaien en niet lang daarna ook ontzettend hard te regenen. De regen hield ongeveer een uur aan. We gingen net voor de bui losbarstte een restaurantje binnen om te lunchen. Na de lunch was het weer even droog. Na de regenrui was het wel een stuk aangenamer van temperatuur. We keken nog een maal bij de tempel Bayon. Een zeer uitgebreid complex waar we de eerste dag ook zijn geweest. Met name de buddha-hoofden die verwerkt zijn in de stupa’s zijn erg bijzonder. Toen het vervolgens weer begon te regenen.

Besloten we terug te keren naar het hotel.

Zaterdag 2 april 2005

Gistermiddag hadden we bij een reisbureautje om de hoek bij het guesthouse bustickets geregeld naar Phnom Pehn. We zouden om 07.00 uur bij het guesthouse worden opgepikt en naar het busstation worden gebracht. De pick up was er echter al om 06.45 uur en na tien minuutjes konden we overstappen in het centrum van Siem Reap op een niet zo luxe bus. We vreesden dat we hier de hele reis in zouden zitten, er stonden dit keer zelfs mensen, maar na een minuut of tien rijden kwamen we uit op een busstation, waar we weer moesten overstappen. De eerste bus naar Phnom Pehn was vol en we moesten in een andere bus stappen, die nog niet zo vol was en we dit betekent meestal dat we een tijd stil zouden staan voordat de bus vol zou zijn en zou vertrekken. Ongeveer een half uur later vertrok de bus.

De weg was, in tegenstelling tot wat we hadden verwacht (gelezen in de Lonely Planet) in een uitstekende conditie en was een 100% verbetering ten opzichte van het traject Poipet – Siem Reap. De vier uur durende rit ging door een dor en vlak landschap. Het landschap was nu niet zo bijzonder, maar moet in de regentijd – of net daarna – als alle rijstvelden frisgroen zijn, schitterend zijn. De aankomst in Phnom Pehn was een drama. De bus stond nog niet stil of tientallen hotel touts en tuk tukchauffeurs blokkeerden de deur van de bus. Het was nog behoorlijk lastig om niet uit te stappen zonder op iemands z’n voet te gaan staan. Of moet je dan misschien juist wel doen, zodat ze leren de passagiers wat meer ruimte te geven. Het was in ieder geval behoorlijk irritant.

De tuk tukchauffeurs hadden hun voertuigen zo geparkeerd dat de bagage met veel pijn en moeite uit de bagageruimte van de bus kon worden getild. We liepen snel weg van de ellendige en opdringerige lui en we hielden zelf een tuk tuk aan langs de weg, die we naar het Narim 2 guesthouse lieten rijden. De kamers daar waren niet al te bijzonder en Fred en Remco gingen nog bij drie andere guesthouses in de buurt kijken. Een van de hostals, die in de Trotter-gids stond die Fred en Madelon bij zich hadden, was naast een varkensslachterij of zoiets gevestigd en ze waren net bezig de varkens uit te laden. Dat ging gepaard met een hoop gegil van de beesten. De kamers in de andere guesthouses waren ook niet bijzonder en ze roken ook nog eens muf. Zodoende besloten we de kamer in Narin 2 te nemen.

We liepen naar de rivier. We hielden de dagrugzakken stevig op de buik, nadat we door de receptionist van het guesthouse erop waren gewezen dat het niet zo veilig was bij de rivier. “Jongens op brommers stelen alles wat los en vast zit aan je, dus pas goed op”, had hij gezegd. Dit was ook twee toeristen overkomen, die in hetzelfde guesthouse zaten en het advies van de receptionist hoorden. Zij vertelden ons hoe hun digitale camera van de riem was afgetrokken. Een gewaarschuwd mens telt voor twee en we hielden alles dus nog beter in de gaten.

Langs de rivier namen we plaats op een terrasje, waar we een biertje dronken. We werden geen minuut met rust gelaten, want alle zwervers en verkopers probeerden onze aandacht te trekken. ’s Avonds aten we in een groot open air restaurant. We hadden nog niet plaatsgenomen aan een tafeltje of we waren al omringd door een stuk of zes biermeisjes en drie obers.        

Ieder biermeisje vertegenwoordigde een ander biermerk en was gekleed in een jurkje met de kleuren en de naam van hun biermerk. Het biermeisje van Heineken (mooi pakje, overigens) was bij voorbaat al kansloos. In Azië bestellen we geen Heineken (thuis overigens ook niet) en besloten een Angkor bier te bestellen bij het meisje in een rood jurkje. Het eten was goed en na het eten was het nog maar een klein stukje teruglopen naar het guesthouse.

Zondag 3 april 2005          

Phnom Pehn

We ontbeten in het guesthouse; baguette met hollandse pindakaas en chocoladepasta, want dat hadden Fred en Madelon voor ons meegenomen. Een tuk tuk chauffeur probeerde ons in zijn tuk tuk mee te krijgen naar de Killing fields. Eerst natuurlijk tegen geinflateerde prijzen, maar toen hij een prijs vroeg die ook op het tarievenbord dat in het restaurant hing vroeg, vonden we het prima. Hij zou ons eerst naar de Killing Fields brengen en daarna naar de Tuol Sleng gevangenis. De rit naar de Killing Fields (15 kilometer buiten Phnom Pehn) duurde ongeveer 45 minuten.

We waren nog niet goed op weg of de binnenband van het voorwiel moest worden vervangen. Dat gebeurde bij een bandenplakker op een hoek van de straat, zoals je die bijna op iedere hoek van de straat vindt. Daarna reden we naar de Killing Fields. In een ver verleden hebben we de gelijknamige film gezien met het beeld dat iemand over een dijkje door de Killing Fields loopt. In de herinnering (in die film) leek de Killing Fields erg wijds, maar toen we er aankwamen bleek dat alles zich op een zeer klein terrein had afgespeeld.

Van Mirella en Maurice, die we in Australië hadden ontmoet, hadden we de tip gekregen om een gids te huren, zodat we wat meer achtergrondinformatie zou krijgen, en dus deden we dat. De gids vroeg US$ 6 voor de rondleiding, wat wij wel erg veel geld vonden. Niet iedereen realiseert zich dat de ‘gewone’ Cambodjaan (die niet in de toeristenbranche werkt) ongeveer 1 US$ per dag verdient. Dan is deze prijs voor een rondleiding absurd hoog, zeker toen achteraf bleek dat de rondleiding maar 15 minuten duurde. We besloten desondanks toch met deze gids mee te lopen, omdat er zich geen andere gidsen aanboden. De gids begon te praten en het duurde even voordat we door hadden dat de rondleiding al was begonnen. Hij vertelde iets over de plaatsen waar we langsliepen. Zijn verhaal was redelijk beperkt en hij herhaalde alles meerdere keren. Vaak zei hij “You don’t know, I’ve seen” en dat kwam een beetje verwijtend over. Inderdaad weten wij dat er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd waarvan wij geen weet hebben. Dat was ook de reden waarom we een gids wilde nemen, zodat die ons iets meer kon vertellen. Na wat doorvragen bleek dat hij de massagraven had gezien direct nadat het Pol Pot-regiem was verdreven, maar hij wekte de indruk een en ander te hebben gezien tijdens het regiem. Dat de gids het een en ander had meegemaakt was wel duidelijk. Hij was duidelijk door het verleden gevormd.

We liepen langs een aantal kuilen die als massagraven hadden gediend. Op sommige plaatsen staken nog kledingstukken en botten uit de grond. De gids lichtte toe hoe de mensen aan de lopende band werden omgebracht in de Killing Fields en op welke onmenselijke manieren. Weerzinwekkend! Zo werden kleine kinderen (tot ongeveer 9 jaar) doodgeslagen door ze met hun hoofd tegen een boom te slaan. Niemand in de omgeving van het kamp heeft ooit iets van de gruweldaden gemerkt. Ten tijde van het regiem waren de Kiling Fields hermetisch afgesloten. Het kwam zelfs voor dat er in de killing fields mensen werden vermoord, terwijl de familie op een paar honderd meter afstand woonden. Te zot voor woorden.

Er stond een toren als herdenkingsmonument voor de slachtoffers. In de toren lagen de schedels van de 8.000 mensen die in de reeds geopende massagraven hebben gelegen.       

De schedels waren gerangschikt naar sexe en naar leeftijdscategorie en het was nogal bizar om schedels van kinderen tot 15 jaar te zien. Onschuldige mensen in alle leeftijdscategorieën zijn gewoonweg afgeslacht. Baby’s, oude-van-dagen, alles. Ook de hoger opgeleiden en brildragenden hadden geen schijn van kans. Zij werden gezien als directe bedreiging voor het heersende regiem. Nog altijd (25 jaar na dato) is een groot aantal massagraven nog altijd niet geopend. Het bezoek aan de Killing Fields behoorlijk wat indruk achter.

Na de Killing Field reden we naar het Tual Sleng museum. Dit is een voormalige school van die gebouwen (ieder drie etages), dat tijdens het Pol Pot-regiem als gevangenis en martelcentrum is gebruikt. De klaslokalen werden omgebouwd tot gevangeniscellen van 1 bij 3 meter. Vrouwen, mannen en kinderen van elkaar gescheiden. Een aantal klaslokalen op de begane grond werd als martelkamers gebruikt en die zijn nog zoals ze gevonden zijn. In andere klaslokalen hangen honderden foto’s van gevangenen. Van alle 10.499 gevangenen hebben het er maar 7 overleefd. Op vrijwel alle foto’s zijn de mensen (kinderen, ouderen, mannen, vrouwen) gefotografeerd met gebonden handen op de rug en met een nummer en de datum op een bordje op de borst.

Duidelijk is te zien hoe het regiem – naarmate de tijd vorderde – een helderdere administratie van de gevangenen er op nahield. Er werd een foto gemaakt bij het in gevangenschap nemen en een foto net voordat de gevangene zou worden vermoord. In een kamer stonden alle martelwerktuigen en ook hier wordt je niet goed van wat je ziet. Hoe kunnen mensen zo inhumaan zijn tegen elkaar? Twee miljoen mensen zijn er verdwenen tijdens het Pol Pot-regiem.

Een vierde van de bevolking van Cambodja is vermoord in een periode van die à vier jaar. Ongelofelijk. Ieder gezin in Cambodja heeft een of meerdere familieleden verloren. Een van de overlevenden ontmoetten we in Nuol Sleng.

Hij stond bij de foto waar hij samen met de zes andere ‘gelukkigen’ opstaat. We mochten hem fotograferen voor de foto. Het is ongelofelijk dat die man nog wil komen op deze duivelse plek. Aangedaan verlieten we de plek. Na het museum was het tijd voor iets prettigers ter compensatie. We gingen naar de Russische markt. Daar zouden ze merkkleding verkopen die ‘weggelekt’ was uit de merkkledingfabrieken in en om Phnom Pehn. Zo was er kleding van Columbia te koop, maar ook het huismerk van de C&A. Zouden de verkopers dat nu echt als een zeer exclusief merk verkopen aan toeristen? Zo mevrouwtje, ik heb hier een broek van de C&A; een zeer exclusief en duur merk in Nederland… U weet wel … dat is dat plaatsje… eh landje .. in Europa. Topkwaliteitje hoor! De kleding was echter niet al te bijzonder en het was er nogal warm. We kochten wel een roltas van Kipling, met het kaartje van Kipling Belgium N.V. er nog aan.

Daar kunnen de souvenirs in die Fred en Madelon mee terug wilden nemen naar Nederland. Verder kochten we op de markt nog een aantal tafellakens. Schitterende stof! ’s Avonds aten we bij een Vietnamees restaurant. Tijdens het eten kwam een Nederlandse man een praatje met ons maken. Hij had ons de twee dagen eerder bij de Red Piano in Siem Reap gezien. Hij woonde in Phnom Pehn met zijn Vietnamese vrouw. Haar zus was eigenaresse van het restaurantje waar we nu waren. Het eten was erg goed en na het eten “legden we een pooltje” op de pooltafel in het restaurant. We kregen ook nog een biertje van het huis.

Maandag 4 april 2005

We hadden met Fred en Madelon afgesproken dat we elkaar om 13.00 uur in het Nationaal museum zouden ontmoeten. Wij moesten vanochtend eerst naar de Ambassade van Laos om een visum aan te vragen en daarom gingen we ieder ons eigen weegs. We liepen naar de ambassade en eenmaal daar bleek de aanvraag zo gepiept. Het was een kwestie van 2 formuliertjes invullen en die tezamen met 3 pasfoto’s, het paspoort en US$ 40 per persoon afgeven. Alles verliep vlot en binnen een half uurtje stonden we weer buiten. Over twee dagen konden we ons paspoort weer ophalen. We liepen in de richting van het museum en bij een tweedehands boekwinkeltje ruilden we twee boeken tegen een nieuwe, onder bijbetaling van US$ 1,-. We waren veel vroeger dan gepland bij het museum, waar we entreekaartjes kochten en naar binnen gingen.

In het museum troffen we Fred en Madelon, die ook veel eerder dan gepland naar het museum waren gegaan. In de diverse zalen in het museum stonden honderden buddhabeelden. Sommige stamden zelfs uit de zevende eeuw. Opvallend was dat buddha in de loop der eeuwen er hetzelfde is blijven uitzien. In een aantal andere zalen stonden potjes en pannetjes, maar die kunnen ons zo langzamerhand niet meer zo bekoren. Teveel van gezien. Na het museumbezoek liepen we naar het Friends-restaurant. Ook dit was een tip van Mirella en Maurice, alhoewel het ook een vermelding heeft in de Lonely Planet. Dit is een restaurant waar men straatkinderen helpt door ze een opleiding te geven. Een nobel initiatief en de moeite waard om te steunen. We lunchten er en na de lunch liepen we naar de centrale markt. De markt was gevestigd in een schitterend, maar vervallen Art Deco-gebouw. Aan het einde van de middag lieten Fred en Madelon hun vliegtickets naar Vientiane herbevestigen bij een reisbureautje en daarna gingen we even internetten.

’s Avonds aten we in het guesthouse.

Dinsdag 5 april 2005         

Sihanoukville

Het heeft vannacht vreselijk hard geregend en er waren vanochtend nog veel plassen in de straten. De elektriciteit was rond 03.30 uur uitgevallen en toen werd het meteen onaangenaam warm in de kamer omdat de fan het niet meer deed. Na het ontbijt werden we met z’n vieren, plus de bagage, in een tuk tuk gepropt en naar het busstation gebracht. Daar stonden de opdringerige tuk tukchauffeurs al weer klaar.

De bus naar Sihanoukville vertrok om 08.30 uur. Fred en Madelon hadden de meest ongelukkige plaatsen in de bus, namelijk op de achterbank. Gelukkig zou de rit maar vier uurtjes duren. Het eerste stuk de stad uit ging tergen langzaam, maar eenmaal buiten de stad ging het vlot. De weg was in uitstekende conditie en de rit verliep voorspoedig. In Sihanoukville stonden de mannetjes al weer te dringen bij de bus. Ze vroegen stevige prijzen voor een kort ritje door de stad naar het guesthouse.

Nadat de meeste taxichauffeurs waren vertrokken en we een stukje van de bus weggelopen waren, was er een taxichauffeur die ons voor de helft van de vraagprijs van de anderen wilden brengen. Nog altijd was dat US$ 2 voor een stukje van twee à drie kilometer. De chauffeur had wel behoorlijke haast en reed met een snelheid van maar liefst 80 à 90 kilometer door het dorp, tot groot ongenoegen van Remco die Sihanoukville niet als eindbestemming wilde hebben.

Eenmaal bij het strand gingen Madelon en Marjolijn op zoek naar een guesthouse en ze kwamen uit bij het Diamond guesthouse op tien meter van het strand. De kamer zag er keurig uit. Het eerste dat we deden na het inchecken was een wasje draaien en daarna gingen we naar het strand. Fred en Remco gingen direct de zee in, terwijl Madelon en Marjolijn achterbleven bij de spullen op het strand. Zowel in zee als op het strand werden we niet met rust gelaten.

In zee dachten jongetjes Fred en Remco als springplank te kunnen gebruiken, door op de schouders te klimmen. Een stukje verder in zee zwemmen deed wonderen, want de Cambodjaanse jochies waren het zwemmen nauwelijks machtig (ongelofelijk als je aan zee woont!) Madelon en Marjolijn werden ondertussen op het strand lastiggevallen door horden bedelaars en verkopertjes. De zee liep erg snel af. Niet zoals in Ngapali Beach in Myanmar, waar je tientallen meters de zee in kon. Verder is de zee ook niet al te schoon en ligt er veel vuil op de waterlijn op het strand. Het enige leuke aan het strand zijn de strandtentjes. Dat maakt het wel gezellig.

Al met al niet de beste strandplek in Azië

Woensdag 6 april 2005

Vandaag brachten we ook door op het strand. We gingen lekker naar een van de strandtentjes en ploften neer op een strandstoel, waar we de hele dag niet meer uitkwamen, behalve voor een beetje te gaan zwemmen in zee. Weer werden we om de minuut lastig gevallen door bedelaars en verkopers en we bouwden een heel fort om ons heen van lege strandstoelen om ze maar van ons weg te houden. Natuurlijk zonder enig resultaat.

We zijn het “Ate akun” inmiddels wel machtig geworden. dat betekent ‘Nee, dank je’ in het Cambodjaans en een zeer bruikbaar woord in Cambodja.

Donderdag 7 april 2005

Weer met de bus terug naar Phnom Pehn. Dezelfde route terug en natuurlijk een stop bij hetzelfde restaurantje. Fred en Madelon werden afgezet bij het vliegveld om hun vliegtuig naar Vientiane te nemen. Daar hadden ze om gevraagd en dat was ook wel zo efficiënt, want de bus reed toch langs de luchthaven. Zo bespaarden ze een hoop tijd, geld voor de (te dure) taxi en irritaties bij de bushalte in Phnom Pehn. Wij waren weer alleen (snik).

We reden verder naar Phnom Pehn en op het busstation kochten we direct kaartjes voor de bus van 14.45 uur naar Champok Chan. Daarna namen we een tuk tuk naar de Ambassade van Laos. Die was (natuurlijk) net gesloten voor de lunchpauze toen we er aankwamen en we besloten ook maar even iets te gaan eten. Dat deden we bij een benzinestation, die in Phnom Pehn ook als mini-supemarkt en als coffee corner fungeert.

Daarna gingen we nog een uurtje internetten en om 14.00 uur stonden we weer bij de ambassade. We haalden de paspoorten op en daarna namen we een tuk tuk terug. De chauffeur die ons naar de ambassade had gebracht had ons gevraagd of hij ons ook weer terug moest brengen en we hadden afgesproken dat hij om 14.00 uur weer bij de ambassade zou zijn. Hij stond al klaar en binnen de kortste keren waren we weer op het busstation. De bus vertrok om 15.00 uur voor de twee uur durende rit naar Champong Chan. Dat werden er echter drie, want het duurde een eeuwigheid voordat we uit Phnom Pehn waren en onderweg werd natuurlijk weer gestopt bij een restaurantje.

We passeerden onderweg een plaatsje waar men de specialiteit van dit plaatsje verkoopt: gefrituurde spinnen. Marjolijn ging de bus uit om een aantal foto’s te schieten. Er eentje opeten ging haar toch even iets te ver. In Champong Chan was het een stuk relaxter bij het busstation. Er stonden wel enkele mannetjes, maar die waren lang niet zo irritant als in Phnom Pehn bijvoorbeeld. Nu is Champong Chan erg klein en konden we makkelijk lopen naar een guesthouse, dat we ook deden.

Rond 18.30 uur checkten we in een hotelletje. De kamer was schoon en ruim en dat voor US$ 5. De receptionist had in de avonduren Duits geleerd en vond het leuk om deze taal even met ons in deze taal te spreken. Nadat we waren ingecheckt liepen we terug naar de bushalte om tickets te kopen naar Kratie. We hadden inmiddels te horen gekregen dat de boot naar Kratie niet meer voer.

De weg naar Kratie zou in uitstekende conditie zijn en de (veel te dure) boot kon de concurrentie met de goedkope bus niet meer aan en was uit de vaart gehaald. Bij het busstation werd de kaartjesverkoper letterlijk van onder de douche vandaan gehaald en hielp ons met alleen een badhanddoek om z’n middel. We waren nog net op tijd met het kopen van buskaartjes, want we hadden de laatste twee stoelen. Een jongen die net na ons kwam, kon nog wel twee kaartjes kopen, maar we zouden de volgende dag zien dat hij (en z’n vriendin) toch niet mee kon.

Vrijdag 8 april 2005          

Kratie

Om 10.30 uur zou de bus vertrekken en we hadden vanochtend dus de kans om lekker ‘uit te slapen’ en rustig te ontbijten in het Hao An restaurant. de aanwezige bediening bleek het Engels niet echt machtig, dus het werd een hoop aanwijzen op de kaart. Die was in het Engels en Cambodjaans, dus op die manier begrepen ze het wel. De busrit naar Kratie verliep soepel. De weg was inderdaad in uitstekende conditie. Na vier uurtjes kwamen we aan in Kratie, waar echt niets te doen is. We vermaakten ons die middag door wat te lezen en te schrijven en een biertje te drinken in het ‘Simon’ café/ restaurant.

In de Mekong nabij Kratie leven een aantal zoetwaterdolfijnen. Wij gingen niet naar de Irrawaddy dolfijnen kijken, want dat zouden we in Laos gaan doen. Daar was het overigens ook een stuk goedkoper. We liepen wat door het dorpje en kochten een nieuw schriftje als dagboek. De zonsondergang boven de Mekong was niet zo speciaal. De zon verdween te vroeg al achter de wolken. Zo is het vaak in Azië.

Bijzonder waren de duizenden vogels die bij zonsondergang over de Mekong vlogen. ’s Avonds gingen we even internetten en de verbinding was razend snel. In zo’n afgelegen plaatsje zo’n snelle verbinding en met US$ 1 per uur ook nog eens drie keer zo goedkoop als de internetcafe’s in het centrum van Kratie. Het internetcaféwaar wij zaten lag op vijf minuten lopen van het centrum aan de Mekong. We aten ’s avonds in het Simoncafe. In eerste instantie waren we naar het restaurant gelopen waar we vanmiddag hadden geluncht, maar daar kregen we te horen dat ‘er geen eten meer was!’.

In het hotel kochten we kaartjes voor de shared taxi naar Stung Treng. We kregen ook nu te horen dat er geen bootverbinding (meer) was tussen Kratie en Stung Treng en dat de bus of een shared taxi de enige oplossing was. We hadden al bij het buskantoor gevraagd voor kaartjes, maar de bus voor de volgende dag zat vol en er restte ons niets anders dan een shared taxi te nemen. Er werd ons al wel gezegd dat er 6 mensen in de taxi zouden zitten.

Het zou allemaal dus lekker krap worden.

Zaterdag 9 april 2005

Om 07.30 uur kwam de shared taxi voorrijden en het bleek niet waar te zijn dat er zes passagiers mee zouden gaan. Het waren er namelijk zeven. Vier personen op de twee voorstoelen van de auto en vier personen op de achterbank. En dat voor US$ 8 per persoon. Niet alleen zijn de Cambodjaanse taxichauffeurs erg uit op je dollars; ze hebben ook nog eens geen respect voor hun klanten.

De weg naar Stung Treng was voor een klein deel nog in een allerbelabberste staat, maar het grootste deel ging over een dirt road. Die dirt road was klaar om geasfalteerd te worden, zodra alle bruggen waren aangelegd. Daar waren ze nu nog mee bezig en op alle plaatsen waar ze aan het werken waren was een kleine omleiding. De rit was een drama. Als vee zaten we opeengestapeld in de taxi en de chauffeur zelf deelde z’n stoel met een passagier! Dat was allerminst reden om rustig en voorzichtig te rijden. Gelukkig waren we binnen 3 1/2 uur in Stung Treng.

Bij Mister T kochten we kaartjes voor de snelle boot naar de grens en die boot vertrok zodra we dat wilden. Alle toeristen in de shared taxi wilden zo snel mogelijk naar Laos (of wilden ze zo snel mogelijk weg uit Cambodja?) en dus konden we met z’n vijven een boot charteren. De boot was een instabiel voertuig met een zeer grote motor en niet overdekt. De aankomende anderhalf uur zouden we in de volle zon zitten, dus we bedekten ons met van alles en nog wat om maar niet te verbranden. De Mekong was op sommige stukken een hele kalme rivier, maar er zaten ook enkele verraderlijke stukken in met stroomversnellinkjes en draaikolken. Daar vlogen we over met een geweldige vaart overheen. We dachten maar niet aan de dingen die fout zouden kunnen gaan met deze snelheden en in zo’n klein en instabiel bootje.

Vreemd genoeg waarschuwt de Lonely Planet van Laos voor deze bootjes, terwijl de gids van Cambodja helemaal geen kanttekeningen plaatst bij deze boten. De douane van Camodja wilde weer smeergeld voor het exitstempel en we kwamen weg met US$ 1 per paspoort. De Laotiaanse douane was nog veel erger en wilden ons niet eens helpen zonder dat er US$ 3 er paspoort werd betaald terwijl we al US$ 40 voor een visum hadden betaald. Hij dreigde zelfs een exitstempel in ons paspoort te zetten als we niet betaalden. Dan konden we niet eens het land in. We betaalden dus met tegenzin de US$ 3 p.p. Hartelijk welkom in Laos!

Onze medepassagier, een 75 jarig man uit Nieuw Zeeland, kreeg problemen aan de grens met Laos. De douane weigerde hem toe te laten, omdat het Cambodjaanse visum in z’n Engelse paspoort stond en het Laos visum in z’n Nieuw Zeelandse paspoort. We wilden hem en z’n 70 jarige vrouw niet alleen achterlaten en we wachtten twee uur tevergeefs aan de grens. Uiteindelijk zeiden de Kiwi’s dat we maar verder moesten gaan, omdat zij terug moesten naar Cambodja. We hebben ze daarna ook niet meer gezien. We namen een pick up naar de ferry naar Don Det en eenmaal op Don Det gingen we op zoek naar een guest house. We namen een ‘bungalow’ aan de sunrise boulevard voor US$ 3 per nacht.

’s Avonds calculeerden we even wat de trip van Kratie naar Don Det in Laos had gekost en we kwamen op niet minder dan US$ 22 per persoon uit.