Laos

Zaterdag 10 april t/m dinsdag 12 april 2005  

Don Det

Op Don Det valt weinig te doen en dus deden we ook weinig. Ons kleine bungalowtje, dat overigens uit niets meer bestond dan vier houten wanden en een bed erin, had een klein balkonnetje met twee hangmatten en we lagen een groot deel van de tijd in de hangmat te lezen. De accommodatie op Don Det is zeeeer eenvoudig en er is alleen stroom van 18.00 uur tot 22.30 uur. Dit verandert overigens in 2006 als er een electriciteitsnet wordt aangelegd. De mensen op het eiland zijn zeer relaxed (een verademing na Cambodja) en zijn zeer goed van vertrouwen. In het restaurantje dat bij het guest house hoort, was het min of meer zelfbediening. Drinken kon je zelf pakken en wat je pakte moest je zelf in een schriftje noteren. Toen we de laatste dag uitcheckten moesten we zelfs onze eigen rekening opstellen. Het vrouwtje dat het guest house runde was zeer vriendelijk en uitermate rustig.

Don Det is tamelijk klein en het voornaamste gedeelte waar de restaurantjes en guest houses staan, is niet veel meer dan een strook van 200 bij 100 meter. Het is leuk en relaxed. Het enige nadeel misschien is dat je rond 05.30 uur al wordt gewekt door de lawaaierige motoren van de bootjes die langsvaren. Eén dag huurden we een fietsje en reden we naar het andere eilandje, dat via een oude spoorbrug met elkaar is verbonden. Het was een paar uurtjes fietsen in totaal. We fietsten naar de ‘kleine’ waterval. Die was op zich nog altijd behoorlijk breed, maar niet zo hoog. Het is beter om te spreken van een aantal behoorlijk forse stroomversnellingen. Wel erg mooi.

Een halve dag maakten we een excursie naar de dolfijntjes en naar de grote waterval. Voor de dolfijntjes moesten we terug naar de Cambodjaanse / Laotiaanse grens en Remco brak het zweet uit toen ‘ie Cambodja weer zag. Bij de grens moesten we echter een bootje nemen dat ons stroomopwaarts nam naar de plaats waar de dolfijntjes zouden moeten zitten. In eerste instantie zagen we natuurlijk niets, maar net toen we de terugtocht inzetten, verschenen ze. Zodoende zagen we toch nog vijf a zes dolfijnjes. Erg leuk! De grote waterval was indrukwekkend. Het is de grootste waterval in Zuid Oost Azië en het was erg leuk om de waterval te zien. Niet zo indrukwekkend als de Iguazu watervallen in Argentinië, maar toch erg mooi.

Woensdag 13 april 2005

Gistermiddag hebben we onze namen op een groot bord gezet dat buiten een van de restaurants hing. Op dat bord kun je je naam plaatsen als je van een van de transportdiensten van het restaurant gebruik wilt maken. Wij plaatsten onze naam in de kolom “transport naar Champasak om 08.00 uur”.

Vanochtend ontbeten we in het restaurantje van het guesthouse en stelden daarna onze eigen rekening op en betaalden die. Daarna liepen we naar het ‘strand’, vanwaar de ferry ons naar de overkant zou brengen en we verder zouden rijden met de bus naar Champasak. De bus bleek een pick up te zijn en dat was nog prettiger ook. Het was onderweg wel wat aan de koele kant. Het was maar 28 graden en dat is koel! Na twee-en-een-half uur rijden werden we bij de ferry naar Champasak afgezet. De ferry bestond uit twee kleine bootjes die met elkaar verbonden waren door enkele planken. Een soort van catamaran, maar dan in de simpelste vorm. Onze kapitein was een jongentje van niet meer dan 10 jaar oud en hij was heel vrolijk aan het fluiten.

Aan de andere kant van de Mekong stond een tuk tuk klaar om ons naar zijn guesthouse te brengen, maar zijn guesthouse stond niet al te positief beschreven in de reisgids en we lieten ons afzetten bij een ander guesthouse en betaalden hem voor de rit. Het eerste dat we deden nadat we hadden ingecheckt, was een wasje draaien. We hadden nauwelijks nog schone kleding en op Don Det hadden we ook geen mogelijkheid gehad om iets te wassen.

’s Middags huurden we een fiets en fietsten we naar de Wat Pho, een van de twee world heritage sites in Laos. De tweede bevindt zich in de stad Luang Prabang, waar we later nog heen gaan. Het tempelcomplex dat uit de Angkorperiode stamt, ligt 8 kilometer buiten het plaatsje. We fietsten deels door het plaatsje en deels door akkers, die nu voornamelijk bruin waren. Onderweg werden we twee keer nat gegooid door kleine jongetjes en meisjes. Ze stonden met waterpistolen, potten en pannen vol water langs de weg te wachten op slachtoffers. Je kon al zien wanneer er onheil heerste, want op die plekken was de weg nat. Op sommige plekken schalde muziek uit de huizen en als we langsreden, zagen we mensen dansen. Mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Het gezicht van de mensen was rood / wit geschilderd; iets waarvan we de betekenis niet kennen. Bij het tempelcomplex was een klein museum met allemaal mooie zandstenen beelden die zijn gevonden in het complex, met daarbij een zeer duidelijke omschrijving van de achtergrond achter het beeld. De meeste beelden zagen er nog gaaf uit.

De tempelruïne zelf was minder interessant, maar dat had meer te maken met het feit dat we al naar Angkor Wat waren geweest en dan is dit ‘weer een tempel uit de Angkor-periode’. Wel was de hoogstgelegen tempel de moeite waard en het uitzicht over de Mekong vanaf daar heel bijzonder. Op de terugweg kreeg Marjolijn (natuurlijk) een lekke band, maar we fietsten gewoon door. We werden niet zo heel vaak meer natgegooid; we wisten het aantal keren te beperken tot twee, doordat we van tevoren aangaven niet meer natgegooid te willen worden en dat werd door de kinderen gerespecteerd. We leverden de fietsen weer in en daarna gingen we zitten lezen in het restaurant van het guesthouse. Het restaurant kijkt heel mooi uit over de Mekong, waar aan het einde van de middag allemaal vissersbootjes op dreven.

Donderdag 14 april 2005

Pakse

We hadden besloten om de bus van 08.00 uur naar Pakse te nemen en we stonden ruim van tevoren klaar bij de receptie van het guesthouse. Iemand van het guesthouse ging langs de weg staan om de bus aan te houden en toe die eenmaal aankwam lette de jongen even niet op en scheurde de bus voorbij. Al snel kwam er echter een pick up die ons ook wel naar Pakse wilde brengen. De pick up reed naar de ferry en werd ook met de ferry naar de overkant gebracht. Dit keer was het een autoferry, die uit drie metalen bootjes bestond die met elkaar waren verbonden via planken. Deze ferry had een echt motorhuis en de kapitein zat voor op de boot het gevaarte te besturen.

Eenmaal aan de overkant van de Mekong gaf de bestuurder flink gas. Bij de splitsing met wegnummer 13 (de noord-zuid route) verkochten ze plaatselijke lekkernijen, waar wij even niets van moesten hebben; het waren namelijk spies (satay prikkers) met kakkerlakken. Na een uurtje rijden kwamen we in Pakse en daar namen we een tuk tuk naar een internetcafé. We waren zo’n lange tijd van de buitenwereld afgesloten geweest, dat het de hoogste tijd was om weer eens contact te zoeken met het thuisfront. Na anderhalf uur internetten met een snelle verbinding, lunchten we in het naastgelegen restaurant en daarna namen we een pick up naar het busstation. Om 13.00 uur vertrok de bus naar Tat Lo. Dit is een klein plaatsje op het Bolavenplateau, waar een waterval is. De waterval zelf was niet bijzonder spectaculair, maar de omgeving waarin die lag was schitterend.

In de bus hadden we Henriëtte ontmoet. Zij reisde nu in d’r eentje, maar werkte als reisleidster bij Baobab-reizen. Met z’n driëen bezochten we de waterval. Aan de voet van de waterval was een feest aan de gang. Er was een podium met live muziek en er stonden allemaal stoeltjes en tafeltjes en op die tafels stonden heel veel lege flessen bier. Er was ook een ‘dansvloertje’ en voordat ze het wisten waren Henriëtte en Marjolijn al uitgenodigd voor een dansje door een stelletje zatte, maar vriendelijke oude mannetjes.

Na het dansje wilden we verder lopen, maar we mochten niet verder voordat we eerst een glas bier hadden gedronken; daar was geen ontkomen aan. Na het biertje liepen we onder begeleiding van een vrolijke hond naar de waterval. Erg mooi en pittoresk.

’s Avonds aten we met z’n drieën in een luxe restaurant. Ja, er lag een keurig wit laken op tafel, dus luxe. Het was erg gezellig.

Vrijdag 15 april 2005

Vanochtend wisten we even niet wat we nu moesten doen. In de omgeving kon je een 1 1/2 uur durende olifantentrekking doen, maar die was vanwege het nieuwjaar niet beschikbaar. Een andere optie was een vier uur durende trekking naar vier minderhedendorpjes, maar we hadden gisteren al een van die dorpjes bezocht en dat dorpje vonden we niet echt speciaal. Misschien ook vanwege het nieuwjaar, want iedereen uit de omgeving was naar Tat Lo gekomen om het te vieren. Daardoor leken de dorpjes uitgestorven. Wat ons ook opviel was dat de minderheden ook geen traditionele kledij meer dragen.

We besloten om terug te rijden naar Pakse. Door Tim, de eigenaar van het gelijknamige guesthouse werden we naar de hoofdweg gebracht, waar we 5 kwartier moesten wachten op een bus. Toen die eenmaal aan kwam rijden, bleek het een gare oude bus te zijn, maar hij zat bij lange na niet vol. De chauffeur reed vol gas naar Pakse, waar we 1 1/2 uur later aankwamen. Onderweg werd de bus diverse keren bekogeld met water, dat via de open cq. kapotte ramen naar binnen kwam.

Vanaf het busstation in Pakse namen we een tuk tuk naar het centrum en werden we voor het guest house van keuze afgezet. Alles was dicht in Pakse en ook op straat was het erg rustig. We gingen lunchen op een terrasje in een van de hoofdwegen. Naast het restaurantje hadden 5 tienermeisjes de grootste lol met het natgooien van passerende bromfietsers, waarbij ze wel heel selectief waren wie hun doelwitten waren. De aanvallen waren met name gericht op leeftijdsgenootjes en vrouwen, alhoewel hele gezinnetjes op een brommer (een kind, dan pa aan het stuur, tussen ma en pa ook weer een kind en ma helemaal achterop) er ook behoorlijk van langs kregen. Natuurlijk wisten wij dat we geen schijn van kans hadden om ongemerkt weg te komen zodra we het terras zouden verlaten. Toen Remco even terugliep naar het guesthouse werd ook hij volledig natgegooid.

Bij het shopping centre in Pakse (het meeste was gesloten) informeerden we naar bustickets voor Vientiane. Het bleek dat je alleen op de dag van vertrek zelf een ticket kon kopen. De bus zou de volgende dag om 07.00 uur vertrekken en er werd ons geadviseerd om de volgende ochtend om 06.00 uur op het busstation aanwezig te zijn om een kaartje te bemachtigen.

We aten die avond bij het Indiase restaurant Jasmin. We smulden van een heerlijk Chicken Tika Masala en een vegetarische Korma.

Zaterdag 16 april 2005

Rond 06.15 uur stonden we bij het V.I.P. busstation in het centrum van Pakse. Het is niet echt een busstation. Het is meer een verzameling boekingskantoortjes van busondernemingen, waar vandaan ook hun bussen vertrekken. Op het parkeerterrein stonden twee bussen, die in de verste verte niet leken op V.I.P bussen. Alle boekingskantoortjes waren gesloten, maar we konden buskaartjes kopen bij iemand die achter een bureautje onder een parasol voor de boekingskantoortjes zat.

De bus vertrok precies om 07.00 uur zoals gepland en de rit naar Vientiane zou 13 uur gaan duren. Onderweg moesten we overstappen op een andere bus. Gelukkig dat er een Laotiaan was die een beetje Engels sprak en ons daarop attendeerde, want anders hadden we nu nog in de bus gezeten. Drie keer werd bij een tankstation gestopt om te tanken. Verbruiken die bussen zo veel benzine of vullen ze de tank iedere keer maar voor een klein beetje?

De airconditioning in de bus werkte wel, maar had nauwelijks capaciteit en dus al snel deden de mensen de raampjes open voor wat verkoeling. In de dorpjes die we passeerden was dat soms niet zo’n goed idee en er kwam zo af en toe een plas water door de raampjes naar binnen. Het waterfestival was nog altijd aan de gang. Om 20.00 uur kwamen we aan in Vientiane. Toen we uit de bus stapten stonden de tuk tuk chauffeurs al klaar om ons voor een te hoge prijs naar het guesthouse te brengen. We liepen weg van de bushalte en hielden een andere tuk tuk aan die ons voor de helft van de vraagprijs van de anderen meenam.

We checkten in en daarna liepen we snel naar een restaurantje om iets te gaan eten. Het bleek een restaurantje gespecialiseerd in fondue en spring rolls (loempia’s) en dat aten we dan ook. Erg lekker.

Zondag 17 april 2005

Vientiane

’s Ochtends ontbeten we bij de Scandinavian Backery. De broodjes waren erg lekker, evenals de koffie. De rest van de dag deden we niet veel speciaals. Doordat het nog altijd een nationale feestdag was, waren vrijwel alle winkeltjes gesloten en was het er stil op straat.

We spendeerden uren in een internetcafé, om het on-line fotoalbum van Myanmar en Cambodja te maken en om het dagboek bij te werken. Verder stuurden we aan een groot aantal mensen e-mailtjes.

Maandag 18 april 2005

We liepen naar de Joma Backery, waar we heerlijke broodjes en een grote kop goede koffie kregen en na het ontbijt namen we een tuk tuk naar de Chinese Ambassade. Daar kwamen we erachter dat het vandaag nog steeds een nationale feestdag was (??!!).

De tuk tuk bracht ons terug naar het centrum en van daaruit liepen we via de morning market naar het Onafhankelijkheidsmonument. Op de markt was het aanbod van goederen beperkt tot sjaaltjes, sjaaltjes en sjaaltjes. Althans, zo leek het. En iedereen vroeg veel te veel voor die sjaaltjes en dus verkochten ze niets aan ons. Notabene zagen de sjaaltjes er zeer onafgewerkt uit.

Het onafhankelijkheidsmonument is uit beton opgetrokken. Dat beton was door de Amerikaanse regering ter beschikking gesteld voor een nieuwe landingsbaan, maar de Laotianen hebben het gebruikt om er het onafhankelijkheidsmonument van op te trekken. Vanuit de verte ziet het bouwwerk er dan ook mooier uit dan van dichtbij. We kochten entreekaartjes en beklommen het gevaarte. Vanaf de top van het monument hadden we een mooi uitzicht over Vientiane. Er mochten alleen geen foto’s vanaf het monument worden gemaakt. Waarschijnlijk omdat vrijwel alle gebouwen rondom het monument ministeries zijn.

In het monument zelf waren over twee verdiepingen verspreid allemaal souvenirwinkeltjes en er was er geen één die zich van zijn of haar buurman onderscheidde. We aten een pizzaatje voor de lunch en gingen daarna een spelletje poolen in een cafeetje.

Dinsdag 19 april 2005

We ontbeten weer bij het Joma Café en huurden daarna twee fietsen. We fietsten naar de Chinese Ambassade. Daar bleek de aanvraag voor een visum zo geregeld. Kwestie van een formuliertje invullen en met één pasfoto en het paspoort afgeven. We kwamen erachter dat het paspoort van Remco scheurtjes vertoonde. Berend had ons al gevraagd of onze nieuwe paspoorten ook waren gebroken, maar daarvan hadden we nog nooit gehoord en nu was Remco z’n paspoort aan het breken.

We deden een verzoek voor een spoedaanvraag. In dat geval zou het visum morgen al klaar zijn, in plaats van na vier werkdagen. We waren al iets te lang in Vientiane en we hadden niet veel zin om nog eens vier dagen te blijven. Behalve de visumkosten van US$ 32 per persoon, moesten we een toeslag betalen van US$ 20 per persoon. Een voordeel was dat we nu wel een 60-daags visum zouden krijgen in plaats van een standaard 30-daags visum en dat scheelt weer een hoop geregel (en kosten) in China, omdat we nu het visum niet hoeven te verlengen. Als we de visumaanvraag door een reisbureautje in Vientiane hadden laten verzorgen, dan hadden we de standaard 30-daagse visum gekregen voor nog eens US$ 13 tot US$ 23 per paspoort (!!!) bijkomende kosten.

Na de visumaanvraag fietsten we naar de Wat Pha That Luang. Deze tempel staat op de huidige editie van de Lonely Planet van Laos en is net zo mooi als op de voorkant van het boek.

Na het bezoek aan de tempel gingen we op een terrasje enkele ansichtkaarten schrijven, die we vervolgens op het postkantoor voorzagen van (te grote) postzegels en ze daar achter lieten. Tien werkdag zou het verzenden naar Nederland gaan duren.

Woensdag 20 april 2005

Vang Vieng

Na te hebben ontbeten bij het Scandinavische bakkertje, liepen we terug naar het guest house om de rugzakken op te halen en om een tuk tuk naar de Chinese Ambassade te nemen. Precies op het moment dat we daar aankwamen, ging de poort van de ambassade open. Binnen 10 minuten stonden we weer buiten met een mooi 60- daags visum in het paspoort. De tuk tuk chauffeur bracht ons vervolgens naar het busstation waarvandaan de bussen naar Vang Vieng zouden vertrekken. Ook op het busstation hadden we weer geluk, want de bus stond op het punt te vertrekken en er waren nog precies twee stoelen in de bus vrij.

Na ongeveer drie uur stapten we uit Vang Vieng en liepen we naar het Vang Vieng Orchid Guesthouse. Een schitterende kamer voor US$ 8. Wel na afdingen, want sinds het hostal in de Lonely Planet staat, zijn de kamerprijzen met 100% gestegen. Dat is toch al iets dat we hebben gemerkt in Laos, namelijk dat een vermelding in de Lonely Planet reden is om de prijzen fors te verhogen.

Die middag deden we het vervolgens rustig aan. Wat ons opviel in het plaatsje was dat er ontzettend veel restaurantjes waren. Allemaal hadden ze de tv aan waar ze afleveringen van ‘Friends’ afspeelden vanaf DVD. Dat schijnen de reizigers erg leuk te vinden en de lokale bevolking speelt hier op in. Wij hebben ook voor het eerst van ons leven een aflevering van ‘Friends’ gezien en weten dat we daaraan niet echt iets hebben gemist.

Verder een leuk plaatsje waar je lekker kunt relaxen, eten, hangen, tuben (met een rubberband op de rivier dobberen), slapen etc. Ook kun je hier allerlei ‘happy’ gerechten bestellen. We begrepen dit eerst niet zo goed, maar dit betekent dat er wat cannabis/marihuana in bijv. pizza’s/shakes wordt verwerkt. Wij hebben ons er niet aan gewaagd.

Donderdag 21 april 2005

Vanochtend meldden we ons om 08.30 uur bij een reisbureautje waar we gisteren een halve dag kajakken hadden geboekt. We werden met een minibusje acht kilometer stroomopwaarts gebracht en daar stapten we in de kayak. De rivier was nu, in het droge seizoen, een kalm beekje en de drie stroomversnellinkjes die erin zaten waren leuk, maar niet al te spectaculair.

Halverwege stopten we bij een grot. Remco ging samen met de gids mee de grot in. Een grote mijnwerkerslamp op het hoofd voorzag hen van licht. De grot was nogal groot en donker. We zagen enkele vleermuizen en een hoop stalactieten en -mieten. De uitgang was nogal nauw. Marjolijn heeft het niet zo op grotten en bleef achter bij de kajak. Zij werd tot haar ongenoegen door allerlei insecten gestoken. Minder prettig.

We kajakten verder en na 2 1/2 uur waren we weer terug in Vang Vieng. We lunchten bij een bakkertje en daarna staken we de rivier over om wat aan de andere kant van de rivier te wandelen. Erg ver gingen we niet, want het was nogal warm (heet).

Vrijdag 22 april 2005        

Luang Prabang

Met een minibusje werden we bij het guesthouse opgepikt voor de zes uur durende rit naar Luang Prabang. Dit deel van de route kan gerust “de weg met de 10.000 bochten” worden genoemd. De omgeving was soms best mooi en soms ook zeer teleurstellend. De Laotianen houden er schijnbaar nogal van om de berghellingen leeg te kappen en vervolgens plat te branden, zodat er niet veel moois meer overblijft.

De weg ging door een aantal dorpjes. Nou ja, dorpjes!. Er waren meer wat bamboehuizen langs de weg gebouwd. De huizen stonden op palen. De voordeur was op wegniveau, maar doordat de huizen tegen de helling op waren gebouwd, stond het achterste deel van het hutje op palen. Rond 15.30 uur kwamen we aan in Luang Prabang. Daar begon de zoektocht naar een leuk guest house. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want de aanbevelingen in de Lonely Planet waren niet bijzonder; eigenlijk verre van bijzonder.

Zeker voor de prijzen die voor de kamers werden gevraagd, maakten ze een zeer slechte prijs/kwaliteitsverhouding. Uiteindelijk kwamen we uit bij het NamSok Guest House aan de Sisavangvathana Road, nabij de Mekong rivier, waar een keurige kamer met badkamer slechts US$ 5 kostte. We liepen wat door de hoofdstraat van Luang Prabang. Niet te snel lopen, want anders loop je het stadje al weer uit. Het werd ons al snel duidelijk dat het erg relaxed is in Luang Prabang. Nauwelijks verkeer op straat en het meeste verkeer dat er rijdt, zijn brommertjes. We liepen nog wat over de nachtmarkt, waar met name sjaals in de aanbieding lagen. Nou ja, aanbieding. De prijzen waren nogal aan de hoge kant. Dat wordt flink afdingen als we nog iets mee willen nemen.

’s Avonds aten we bij een Indiaas restaurant en het eten was om de vingertjes bij op te eten!

Zaterdag 23 april 2005

We werden pas om 10.30 uur wakker. De reden hiervan lag dat we luiken voor de ramen hadden en die lieten helemaal geen licht door. Zonder het te weten, sliepen we een gat in de dag. We ontbeten bij het Joma Café, dat evenals in Vientiane hier ook lekkere broodjes heeft. Daarna liepen we een deel van de wandelroute die in de Lonely Planet staat. Toen we halverwege waren, werd het een beetje te heet om verder te lopen en op datzelfde moment zag Remco twee mensen die hij de vorige dag had ontmoet tijdens zijn zoektocht naar een hotelkamer. Het bleek een Australisch echtpaar, Trina en Brian, te zijn en we raakte aan de praat. Dat praten duurde tot 22.00 uur. We dronken een biertje en ’s avonds aten we met z’n vieren op een terrasje langs de Mekong. Het was erg gezellig en zeer interessant om van gedachten te wisselen over onder andere de verschillen tussen Australië en Nederland en de problematiek o.a. met betrekking tot Aboriginals in Australië. Erg interessant, want tijdens het reizen hebben we hiervan weinig gemerkt.

Zondag 24 en maandag 25 april 2005

We bezochten enkele wats (tempels), die werkelijk schitterend waren. Daarnaast bezochten we het Koninklijk Paleis, dat thans een museum is (Laos is geen koninkrijk meer). Het paleis is in Franse stijl gebouwd in 1904 en is op zich niet zo’n groot gebouw. Nadat we entreekaartjes hadden gekocht en onze schoenen hadden uitgedaan, gingen we blootsvoets het museum in.

Er waren enkele vertrekken, zoals de ontvangsthal van de koning en die van de koningin (gescheiden van elkaar). De ontvangsthal van de koning werd gedomineerd door wandschilderingen van het dagelijkse leven en in de ontvangsthal van de koningin stonden allemaal vitrines met cadeautjes van andere landen. Het was zeer opvallend dat die cadeautjes allemaal iets met het gastland te maken hadden en ze waren over het algemeen niet echt mooi. Een uitzondering was een mooi schilderij van Angkor Wat en Chinees porselein. Daarnaast liepen we langs de slaapvertrekken van de koning en die van de koningin. Ook die waren van elkaar gescheiden en waren niet zo luxe ingericht als je zou verwachten in een koningshuis. De eetkamer zag er ook al heel normaal uit. Schijnbaar waren de koning en de koningin heel gewone mensen. Alleen een platenspeler was de enige luxe dat in de vertrekken stond. In vitrines stonden tientallen, oude buddhabeeldjes en sommige daarvan waren heel uniek, zoals een liggende buddha met rouwende mensen er omheen en een buddha met een bedelnap.

Verder hingen we een beetje rond in Luang Prabang. We deden het vooral niet te gehaast, want in Luang Prabang gaat niets gehaast. Het is echt een relaxed plaatsje. Het is best een aardig stadje. Er staan nog best wat huizen uit de Franskoloniale tijd en huizen in de Frans-Lao-stijl.

Het kleine stadscentrum bestaat uit drie parallelle straten die ook parallel lopen aan de Mekong en die door een tiental kleinere straatjes met elkaar zijn verbonden. De middelste straat is de ‘hoofdstraat’, waaraan vele restaurantjes en enkele -niet zo bijzondere- winkeltjes zijn gevestigd. In die middelste straat is ’s avonds een nachtmarkt, waar iedereen hetzelfde aanbied tegen behoorlijk geïnfiltreerde prijzen. Het was dus een aantal keren flink onderhandelen over de prijs. De vraagprijs wisten we met zo’n 40 % wisten te reduceren.

Dinsdag 26 april 2005

Muang Ngoi

Met een pick up werden we naar het busstation gebracht en vanaf het busstation namen we een pick up naar Nong kiaw. De rit duurde 3 uur en tegen 12.00 uur kwamen we aan bij de bootlanding in Nong Kiaw. Daar moesten we anderhalf uur wachten voordat de boot naar Muang Ngoi Neua vertrok. Om 13.30 uur bleken er echter te veel mensen voor een bootje en moesten er twee worden ingezet. Het wachten was sowieso voor niets, want om 12.00 uur waren er al toeristen genoeg om een boot te vullen. Aziaten zijn echter nogal star en berustend en dus werd niet eerder vertrokken dan op het moment waarop al jaren werd vertrokken.

De bootrit naar Muang Ngoi Neua duurde anderhalf uur en was stroomopwaarts.

Er zat behoorlijke stroming in het water en op sommige plaatsen waren echte stroomversnellingen. Doordat de boot overladen was, moesten we bij een serieuze stroomversnelling uitstappen en 10 minuutjes stroomopwaarts lopen om vervolgens weer met de boot verder te kunnen. Marjolijn dacht bij het uitstappen ook wel langzij van de boot te kunnen uitstappen, zoals ze ook in de boot was gestapt. Dat dat niet zo’n slim idee was, kwam Marjolijn snel genoeg achter, want ze zakte tot aan d’r middel weg in het rivierwater. Plaatselijk was het toch iets dieper dan ze had verwacht.

Eenmaal bij Muang Ngoi Neua moesten we vanuit de boot door de rivier naar de wal lopen. Aan een loopplankje of een aanlegsteigertje heeft nog niemand gedacht. We deden onze bergschoenen dus maar weer uit, voordat we uitstapten.

Op het eiland geen gebrek aan onderkomens. Bijna iedereen lijkt wel een guest house te runnen en bijna iedereen lijkt te klagen dat ze zo weinig klandizie hebben.

De concurrentie is te groot en het aanbod eenzijdig (iedereen biedt hetzelfde aan). We namen een bungalow bij het River View Guest house, dat door een vriendelijke en gezette vrouw wordt gerund, die nogal vaak aan d’r borst zat. We kwamen al snel achter waarom dat zo was. D’r portemonnee (losse biljetten) zat in d’r BH. Het bungalowtje keek uit over de rivier en stond op metershoge palen. Het kamertje bestond uit niet meer dan vier bamboemuren, een metalen dak en een tweepersoonsbed erin, maar meer hadden we ook niet nodig. De badkamer werd gedeeld. En dat voor Us$ 1 per nacht!

We gingen wat drinken op het terrasje van het guest house en werden door de eigenaresse geïntroduceerd bij Monya. Dit was een Zwitserse vrouw, die twee-en-een-halve week had doorgebracht in het plaatsje en de volgende dag zou vertrekken. De eigenaresse zou een afscheidsmaaltijd organiseren en nodigde ons daar ook voor uit. En zo kwam het dat we ’s avonds met de hele familie en Monya aan tafel zaten. Op tafel stond sticky rice, vissoep, gebarbecuede visjes en salade. Natuurlijk ontbrak de Lao Lao (rijstwhiskey) niet. Dat is behoorlijks sterk spul, zeg.

Daarnaast bestelden we biertjes, die volgens plaatselijk gebruik werden gedeeld onder elkaar. Dit hield in dat de koper van het biertje het glas vulde en dat steeds rond deelde. Het eten met de Laotiaanse familie was een erg leuke ervaring.

Woensdag 27 april 2005

In de omgeving is het mogelijk om zelfstandig (dus zonder gids) te wandelen en dat deden we vandaag dan ook. We ontbeten met een bananenpannenkoek (we hebben ze wel beter gehad) en daarna gingen we op stap. In principe was de route niet al te eenvoudig en zou uit een pad bestaan. Na ongeveer een half uurtje lopen kwamen we bij de eerste grotten. Niet al te bijzonder, maar het stroompje dat uit de grot kwam, maakte het wel fotogeniek. We liepen verder en moesten een klein en ondiep riviertje over. Marjolijn deed dat met te weinig concentratie en viel in het stroompje met natte schoenen tot gevolg. De laatste paar dagen lijkt ze het prettig te vinden om af en toe een frisse duik te nemen…. Het vervolg van het pad ging over (nu) droge rijstvelden, waar tientallen koeien en waterbuffels op graasden. In het regenseizoen of net daarna moet het hier werkelijk schitterend zijn, maar nu was het niet zo bijzonder.

Dinsdag 26 april 2005

Muang Ngoi

Met een pick up werden we naar het busstation gebracht en vanaf het busstation namen we een pick up naar Nong kiaw. De rit duurde 3 uur en tegen 12.00 uur kwamen we aan bij de bootlanding in Nong Kiaw. Daar moesten we anderhalf uur wachten voordat de boot naar Muang Ngoi Neua vertrok. Om 13.30 uur bleken er echter te veel mensen voor een bootje en moesten er twee worden ingezet. Het wachten was sowieso voor niets, want om 12.00 uur waren er al toeristen genoeg om een boot te vullen. Aziaten zijn echter nogal star en berustend en dus werd niet eerder vertrokken dan op het moment waarop al jaren werd vertrokken.

In de schaduw van bamboestengels rustten we wat en zette Marjolijn d’r schoenen in het zonnetje om ze te laten drogen. Toen kwam Remco er ook achter dat er een bloedzuiger tussen z’n tenen zat. Hij had al enkele minuten het idee dat er iets niet helemaal goed was, maar dacht dat het iets van een blaadje zou zijn en was doorgelopen omdat we toch zouden rusten in de schaduw. Op een bloedzuiger had hij echter niet gerekend. Snel trok hij het beest los en deed een pleister op de wond, die (natuurlijk) bloedde.

We liepen verder totdat we weer een riviertje over moesten en nadat we dat riviertje waren overgestoken, namen we het pad dat weer de rijstvelden inleidde. Toen we dat pad volgden, bleek het dood te lopen en we keerden terug naar het riviertje. Het was inmiddels snikheet en er was geen schaduwplekje te vinden. Juist op het moment dat we terug wilden lopen, passeerden een groep kinderen, die naar het dorpje liep waar wij heen wilden. Het was nu nog een kwestie van de groep volgen.

Het dorpje waar we uiteindelijk belandde was van een enorme eenvoud. Om het dorpje heen was een laag bamboehek geplaatst, waarschijnlijk om de varkens en de biggen binnen te houden. In het dorpje waren twee ‘cafeetjes’ en bij een van deze dronken we een flesje frisdrank. De eigenaresse nam meteen plaats bij ons aan tafel en begon te praten en even later haalde ze foto’s van haar kinderen. Ze had twee dochters en een zoon en alleen de jongste dochter (een jaar of 14) woonde nog thuis. De andere twee kinderen woonden in Vientiane. In totaal had ze 8 kinderen gebaard, waarvan er vijf waren overleden. Het vrouwtje was 35 jaar!.

We liepen hetzelfde pad weer terug en staken het riviertje weer over en we liepen naar een ander dorpje. Daar was het ook al erg rustig en we besloten maar weer op een terrasje iets te drinken.

Daarna liepen we dezelfde weg terug. Op het pad lag een grote verroeste bom, waar we voorzichtig overheen stapten. Onderweg zagen we medewerkers van de explosieve opruimingsdienst met metaaldetectoren door de rijstvelden lopen. Die waren afgezet met draden. Ze hadden daar een aantal mijnen gevonden.

Ongelofelijk, want het land is waarschijnlijk al tientallen keren omgeploegd in de afgelopen 20 – 30 jaar. Het gebied is tijdens de Vietnamoorlog door de Amerikanen hevig gebombardeerd. Ze dachten dat dit gedeelte van Laos tot Vietnam behoorde.

Donderdag 28 april 2005

Nong Kiaw

Om 09.30 uur zou de boot vertrekken naar Nong Kiaw. Om 09.00 uur stonden al weer voldoende mensen gereed om een boot te vullen, maar toch werd tot 09.30 uur gewacht voordat er kon worden vertrokken. Stroomafwaarts ging de tocht iets sneller en we hoefden bij de grote stroomversnelling niet uit te stappen. Het was zelfs wel even ‘fun’ om de stroomversnellinkjes te nemen met de longtailboot.

Na de vreselijke regen- en onweersbui van vannacht waarbij het ook nog behoorlijk had gewaaid, was het nu zeer helder weer. Dat is het grote voordeel van een goed regenbui. Vannacht was dat wat minder prettig. Doordat ons bungalowtje een aluminium / metalen dak had, was het nogal een lawaai door alle dikke regendruppels die erop neerdaalden.

Na een uur en een kwartier varen kwamen we aan in Nong Kiau, waar we een pick up zouden nemen naar Udomxai. De pick up zou heel gunstig om 11.00 uur vertrekken, maar de enorme eikel van een chauffeur liet ons een uur extra wachten omdat hij meer geld wilde hebben dan de officiële ticketprijs. Wij waren niet van plan om hem meer te geven dan de officiële prijs. Inmiddels zaten 5 andere toeristen met ons te wachten voor niets, om 12.00 uur vertrok hij dan uiteindelijk.

De rit naar Udomxai ging (natuurlijk) weer door de bergen, met schitterende vergezichten nu het weer helder was. Eenmaal in Udomxai, rond 15.15 uur hadden we mazzel en konden we de bus van 16.00 uur naar Luang Nam Tha nog nemen. En zo zaten we met alle andere toeristen uit de pick up in de bus naar Luang Nam Tha. Eindelijk weer eens een normale bus. Die ging iedere keer met gierende banden door de bocht. Dat had overigens meer te maken met de combinatie van het wegdek en (te zachte) banden dan met de snelheid. Toch was de bus er 45 minuten sneller dan verwacht. Maar dat had waarschijnlijk te maken met een sterk verbeterd wegdek en doordat er nauwelijks oponthoud was.

De weg was tot de splitsing naar het plaatsje Boten (grensplaats met China) in ‘uitstekende’ conditie (gewoon goed) en daarna was die tot aan Luang Nam Tha in aanleg. Over de gehele lengte was men bezig om muurtjes langs de weg te metselen. Hier wordt later asfalt tussen gelegd. Overal langs de weg Chinese tekens, want de wegen worden hier door de Chinezen aangelegd. We passeerden talloze kleine dorpjes en steeds meer zag je minderheden.

Jammer dat we niet even konden stoppen.

De avond viel en het werd donker. Gelukkig zou het niet ver meer zijn. Het laatste stuk ging over een ‘hoog vlakte’ met duizenden knipperlichtjes langs de weg. Die bleken afkomstig van vuurvliegjes. Duizenden! Erg leuk om te zien.

Rond 19.20 uur kwamen we aan op het busstation van Luang Nam Tha. Een pick up chauffeur vroeg veel te veel voor het kleine stukje naar het centrum dus besloten we om te gaan lopen. Onderweg kwamen we een toerist tegen en aan hem vroegen we de weg. Het was in het donker een beetje lastig om ons te oriënteren. We hadden snel een kamer gevonden en gingen daarna eten bij de Indiër naast het hotel.

Tijdens de reis vandaag waren we behoorlijk smerig geworden; onze kleding zat onder het stof. We namen daarom een frisse douche en gingen daarna naar bed.

Vrijdag 29 april 2005

Na het ontbijt huurden we twee fietsen en fietsten we 2 1/2 uur door de omgeving. We kwamen door enkele dorpjes en reden door dorre rijstvelden. De dorpjes onderweg onderscheidden zich in niets van de tientallen dorpjes die we reeds hadden gezien. Ze voegden in ieder geval niets toe aan het beeld dat we al hadden. Ook het aantal minderheden in authentieke klederdracht was nihil. Op het einde van de fietstocht reden we door schitterende rijstvelden. In de velden stonden tientallen kleine hutjes op palen hoog boven het rijst, die waarschijnlijk als schuilhutjes tegen de regen dienden of waarin men kon uitrusten/schuilen tegen de zon.

Eenmaal terug in Luang Namtha checkten we ‘snel’ even onze e-mail. Het internet in Luang Namtha was 500% duurder dan in Luang Prabang en was vreselijk langzaam. We hadden een berichtje gekregen van Teva Nederland, waarin ons werd gemeld dat we de kapotte sandalen van Marjolijn konden omruilen zodra we weer terug in Nederland zouden zijn. Dat was een positief bericht.

’s Middags fietsten we in de richting van …. niets! In de reisgids stond dat er een dorpje met handwerkspullen op twee kilometer van Luang Namtha in de richting van Muang Sing zou zijn, maar na 5 kilometer was er nog niets van een dorpje met handwerkspullen te zien. Soms stuurt de Lonely Planet je naar dingen waar je letterlijk Lonely bent. Misschien wel dat ze daarom die naam hebben gekozen?

Net voor een pittige regenbui leverden we de fietsen in en gingen we op een terrasje zitten lezen en schrijven en ‘s avonds aten we bij onze favoriete Indiër. Was het gisteravond nog afgeladen vol in het restaurant, nu waren we er als enigen.

Zaterdag 30 april 2005

Muang Sing

Koninginnedag, maar geen vrijmarkten in Laos. We vertrokken met de pick up van 09.00 uur naar Muang Sing. De weg was in een zeer redelijke conditie en de rit duurde maar anderhalf uur. Het landschap was heel aardig met begroeide berghellingen. We reden namelijk door een natuurpark en dus was het niet geoorloofd om de berghellingen plat te branden. In Muang Sing checkten we in bij een van de guest houses aan de doorgaande straat. Muang Sing bestaat uit een doorgaande straat met aan een kant van de straat enkele zijweggetjes.

De kamer die we namen was verre van bijzonder. Twee bedden met daarboven een muskietennet. De badkamer was klein en niet al te schoon en modern. Toch was dit volgens de gids een van de betere guest houses in Muang Sing. Er valt nog veel te doen in Muang Sing aan de standaard van de accommodaties.

’s Middags gingen we op een terrasje zitten lezen. Er valt niet al te veel te doen in Muang Sing, tenzij je vroeg op de dag vertrekt en we waren te laat om iets te gaan ondernemen. Een Franse jongen kwam op ons aflopen en vroeg ons of we geïnteresseerd waren om met een groepje een tuk tuk te huren en naar een minderhedendorpje in de omgeving te rijden. Hij had van een straatverkoopster een groot aantal armbandjes gekocht en was vervolgens door haar uitgenodigd om naar haar dorpje te gaan.

Dat leek ons een leuk idee, temeer we toch niets anders te doen hadden en zo kwam het dat we niet veel later met hem, een Canadese jongen en een Zwitsers stel en de verkoopster in een pick up zaten naar haar dorpje. Dat bleek nogal verafgelegen van de doorgaande route naar China te liggen. Echt zo’n dorpje dat je niet vindt als je niet weet waar je moet zoeken.

Het eerste dat opviel toen we het dorpje inreden, was het vreselijk grote aantal kinderen dat er rondliep. Het waren er wel een stuk of vijftig en dat terwijl het dorpje niet al te groot was. De verkoopster nam ons mee naar haar woning en toen we die betraden zagen we een man liggen te roken. Het was direct duidelijk dat het hier niet om een sigaret ging, maar het sterkere spul, namelijk opium. Voor US$ 0.20 was het mogelijk een pijp te roken en de Franse jongen en het Zwitserse stel grepen de kans om het te proberen. Daarna liepen we wat door het dorpje. De Franse jongen had een grote plastic tas met strips aspirine bij zich en deelde die uit aan de vrouwen in het dorpje. Daarna was het ook mogelijk om de vrouwen te fotograferen. De een vond het geen probleem om gefotografeerd te worden, terwijl de ander moeilijker te overtuigen was of zelfs geld vroeg. Het was een erg goed idee van de Franse jongen om medicijnen mee te nemen in plaats van geld te geven Na het bezoek aan het dorpje reden we terug naar Muang Sing, waar we aten.

’s Avonds kwam de Franse jongen weer naar ons toe. Hij had voor de volgende dag een pick up gehuurd voor de hele dag en hij vroeg of wij ook mee wilden.

We zouden verafgelegen dorpjes van hill tribes bezoeken en de bedoeling was een stuk of 6 à 7 dorpjes te bezoeken. Wij vonden het een goed idee en we spraken af dat we de volgende dag om 07.00 uur zouden vertrekken.

Zondag 1 mei 2005

Het werd geen 07.00 uur maar 07.20 uur voordat we vertrokken. We hadden namelijk een klein probleempje met het ontbijt. Niet alleen wij, maar ook het Zwitserse stel dat mee zou gaan. Er waren namelijk nog geen baguettes op dit vroege uur van de dag. Die werden gehaald en daar was het wachten op.

Met twee warme baguettes en twee hardgekookte en gloeiend hete eieren in een plastic zak, stapten we in de pick up. We reden zo’n 50 kilometer in de richting van de grens met Myanmar, die we op zo’n 20 kilometer na net niet haalden.

We bezochten zo’n 7 of 8 hill tribe dorpjes. In de dorpjes waren voornamelijk (oudere) vrouwen en kinderen aanwezig. We bezochten onder andere Hmong en Akah-dorpjes. Er was nog een redelijk aantal vrouwen dat nog in kledendracht rondliep, maar al heel veel van die traditie is verloren gegaan. En dat terwijl we dorpjes bezochten die te ver van het toeristenpad lagen.

Wij hadden op de markt in Muang Sing kleine zakjes shampoo en enkele tubes tandpasta gekocht om uit te delen en dat werd door de mensen wel gewaardeerd, alhoewel het in Laos niet de gewoonte is om iemand te bedanken als iets wordt aangeboden. De cadeautjes braken in ieder geval het ijs om foto’s te kunnen nemen.

Sommige vrouwen in de dorpjes (en op straat) liepen topless: met blote borsten.

De huizen waren van een enorme eenvoud. Soms stonden ze op de grond (Hmong bouwen de huizen op de grond) en soms stonden ze op palen boven de grond en scharrelden de biggen en de varkens eronder. De inrichting bestond voornamelijk uit een bamboebed en een kleine vuurplaats om te koken. Vaak hingen er maar een of twee pannen aan de bamboemuur van de woning. Voor de rook van het houtvuur was geen afvoer, dus tijdens het koken staat het huisje blauw van de rook.

Het bamboebed had geen matras en er waren geen lakens of dekens en er waren geen kinderkamers. Verder was ook nergens een klerenkast te vinden.

De allerkleinste kinderen in het dorp – tot een jaar of twee – waren niet zo van ons toeristen gecharmeerd en sommigen begonnen te huilen als ze ons zagen of verscholen zich achter hun (iets) oudere zusje.

Het meest bizarre tijdens ons bezoek aan een dorpje was, dat er twee verschillende hill tribes woonden die niet met elkaar konden communiceren (de ene groep sprak geen Laotiaans), maar wel met elkaar werkten! Onze hoop om iets van de hill tribes te kunnen kopen hadden we al snel verloren, want er was niets dat geproduceerd werd dat niet voor eigen gebruik was. Het is beter om van degene die iets maakt rechtstreeks te kopen.

Tussen de middag lunchten we in Muang Long. Er waren twee restaurantjes in het dorpje en bij het eerste restaurantje hadden we geen geluk. De kok was naar een bruiloft en er was dus geen eten te krijgen. Het tweede restaurantje was Chinees. Duidelijk te herkennen aan de zeer kale inrichting, die alleen bestaat uit een grote TV met Karaoke VCD-speler en aan de grote vrieskist vol met bier. Iets anders was niet verkrijgbaar en frisdrank moesten we zelf in het naastgelegen winkeltje kopen. We bestelden rijst met varkensvlees en dat was ook exact wat we kregen; witte rijst met stukjes varkensvlees.

Niets van groente of saus erbij. Nogal een saaie maaltijd. Overigens moest voordat er kon worden gekookt eerst nog olie worden gekocht om in te bakken.

Zou wel een lekker goed lopend restaurant zijn!

Rond 17.30 uur keerden we terug in Muang Sing. Het was een zeer geslaagd dagje geweest.

Maandag 2 mei 2005

Om 05.30 uur stonden we op en om 06.00 uur liepen we over de ochtendmarkt. We moesten er wel vroeg heen, want de ochtendmarkt duurt maar tot 08.00 uur en hoe vroeger je er bent hoe groter de kans is dat je hill tribes ziet. Het was om 06.00 uur al een drukte van belang. De markt zelf was niet al te groot en er werd voornamelijk groente en vlees verkocht. Het was bijzonder om te zien dat vrouwen van heinde en verre zijn gekomen om bijvoorbeeld 20 mango’s te verkopen. Het aanbod per stalletje (tafeltje) was veelal beperkt tot een soort groente. Het aantal vrouwen in traditionele kleding viel een beetje tegen, maar het was toch erg leuk om over het marktje te lopen.

Na de markt ontbeten we en kwamen we tot de conclusie dat we allebei eigenlijk geen zin hadden om door de omgeving te wandelen en ook niet om te gaan fietsen en we besloten om maar terug te gaan naar Luang Namtha.

Om 09.30 uur zaten we in de pick up en anderhalf uur later checkten we in bij het “busstation Guesthouse” in Luang Nam Tha.

Die middag besteedden we met wassen en lezen en ’s avonds kwamen we Rahima weer tegen. We waren met haar de grens met Cambodja/Laos gepasseerd en we kwamen elkaar iedere keer weer tegen. Erg grappig. Rahima reist alleen en was nu in het gezelschap van een nogal vreemde Aussie; een soort combinatie van jezusfiguur en crocodile Dundee, maar – zoals de meeste Aussies – erg vriendelijk.

We aten met z’n vieren bij….. de Indiër!

Dinsdag 3 mei 2005

Onzekerheid over de transportmogelijkheden in China deden ons besluiten om nog maar een dagje in Laos te blijven. We hadden van andere reizigers begrepen dat de 1 mei-viering in China een week lang wordt gevierd en dat transport zeer lastig, danwel onmogelijk zou zijn gedurende die week.

We sliepen uit, draaiden nog een wasje en gingen daarna naar een terrasje om te gaan lezen. Marjolijn had een verkoudheidje opgelopen en had nogal keelpijn, dus deden we het rustig aan. We konden onze tijd goed besteden aan het voorbereiden van onze reis door China.

Om ongeveer 12.30 uur leek de hel los te barsten. Een vreselijke regen- en onweersbui daalde op ons neer en we moesten verder het restaurant in gaan om niet nat te worden. Het onweer was behoorlijk heftig, met zo af en toe meerdere bliksemflitsen direct achter elkaar op dezelfde plek. Zoiets hadden we nog niet eerder gezien. Soms leek de bliksem wel heel dichtbij in te slaan aan het enorme kabaal van de donder te horen.

’s Middags in het guesthouse bleken we nieuwe buren te hebben die die dag uit China waren gekomen. Zij wisten te melden dat er helemaal geen problemen waren met transport, maar dat de hotels wel hun tarieven hadden verhoogd alhoewel die voor meer dan de helft lege kamers hadden (?). Wij besloten aan de hand van die informatie om de volgende dag door te reizen naar China en af te wachten hoe het ons daar zou vergaan.

Samen met onze nieuwe buren gingen we ‘s avonds een hapje eten.

Woensdag 4 mei 2005

Om 08.00 uur vertrok de pick up van het busstation. Hoewel we over het algemeen niet veel problemen hadden om in een pick up te reizen, vonden we het nu wat minder plezant, omdat we wisten dat de weg naar de grens onverhard en dus stoffig zou zijn. De pick up vertrok met ons en twee Laotiaanse vrouwen in de achterbak; vrijwel leeg dus.

Tot aan de grensplaats ‘Boten’ duurde de rit twee uur en die was inderdaad behoorlijk stoffig. Met name na de splitsing met Boten en Udomxai werd het minder prettig, omdat op de weg naar de grens een colonne vrachtwagens voor ons reed die behoorlijk wat stof deed opwaaien. Gelukkig haalde de chauffeur ze allemaal in en konden we weer normaal ademhalen, zonder onze neuzen diep in de sjaals en kleding te verbergen.

We werden afgezet bij de grenspost van Laos en daar was in no time het uitreisstempel in het paspoort geplaatst. Dit keer zonder problemen en zonder smeergeld te hoeven betalen.

Met een andere pick up werden we drie kilometer verder gebracht naar de Chinese grens.

Het vervolg van dit verhaal staat op de China Pagina.