Woendag 17 november 2004      

Sydney

Rond 04.30 uur landden we op de luchthaven van Auckland en konden we na 13 uur eindelijk weer even de benen strekken. In een taxfree-winkel (één van de weinigen die op dit moment van dag geopend was) kochten we een Lonely Planet van Australië en daarna begaven we ons weer naar de gate voor de vervolgvlucht naar Sydney.

Het laatste stukje naar Sydney duurde niet meer zo lang en rond 07.30 uur kwamen we aan in Sydney. We liepen naar de immigratiebalies en schrokken ons rot van de lange rij mensen die daar stonden te wachten. We moesten zig-zaggend naar de balie. Alleen de “Vanaf hier is het nog …. minuten wachten”-bordjes ontbraken. Eenmaal in de rij bleek het echter allemaal best vlot te gaan. We kregen ons inreisstempel en konden daarna onze bagage ophalen.

Omdat we een gesealed zakje pinda’s en een gesealed zakje olijven bij ons hadden, moesten we in de rij voor de “things to declare” -balie. Daar was men echter niet zo geïnteresseerd in dichte verpakkingen en we konden snel doorlopen naar de röntgenapparaten, waar alle bagage werd gescand. In Australië is men panisch voor al het voedsel dat het land binnenkomt.

Nadat de bagage was gescand, konden we met goed fatsoen Australië betreden. We kwamen in de aankomsthal waar een groot bord hangt met allemaal backpackershostels en een telefoon om de hostels te bellen. We belden naar het hostel Billabong Gardens, dat in de wijk New Town ligt, om bedden te reserveren. Volgens de receptionist zou het het makkelijkste zijn om een taxi naar New Town te nemen en dus liepen we naar de taxistandplaats. Daar troffen we weer een enorme rij wachtende mensen aan. Aussies houden waarschijnlijk van wachten in lange rijen. Weer begaven we ons zig-zaggend tussen de afzetting naar de taxi’s toe. Toen we aan de beurt waren, bleek dat we geluk hadden. Er kwam een grote, luxe Ford aanrijden met van die stoelen waarin je een halve meter wegzakt. Beetje erg luxe voor een paar rugzaktoeristen.

In het hostal namen we twee bedden in een kamer met vier bedden en nadat we ons hadden geïnstalleerd liepen we naar het centrum van Sydney. Het was vanuit het hostal nog een behoorlijk eind lopen misschien wel een uur, maar voor één keer gaf dat niet. Het was behoorlijk heet (ongeveer 30 graden) en de zon scheen, dus we smeerden ons goed in met zonnebrandcrème.

We liepen via King Street in New Town naar Victoria Park en via Chinatown naar de haven. In King Street (New Town) viel ons op dat het ene Aziatische restaurant naast het andere zat; een Indier, een Thai, een Vietnamees en ga zo maar door. Bijboekwinkels keken we naar het aanbod van Lonely Planets en naar de prijzen. We kwamen er achter dat die in Australie goedkoper zijn dan waar dan ook ter wereld en dat kwam goed uit, want we moeten nog enkele boeken hebben voor het vervolg van de reis.

We liepen via China Town nar de haven, vanwaar we natuurlijk de Sydney Opera house en de Harbour Bridge zagen. Down town Sydney ziet er trouwens in eerste instantie een beetje vreemd uit. Oude, mooie Victoriaanse gebouwen, staan tussen oerlelijke moderne torenflats. Eigenlijk is Down Town Sydney architectonisch niet zo bijzonder. Het had veel mooier geweest als de oude gebouwen meer tot hun recht waren gekomen. Nu wordt alles overstemd door hoogbouw.

In de Lonely Planet hadden we gelezen van een ‘Last Minute’ verkooppunt van kaartjes voor culturele evenementen en zodoende liepen we naar het het kantoor van ‘Halftix’ (kaartjes voor de halve prijs), waar we informeerden naar kaartjes voor ttheater- ) voorstellingen, maar er was niets waarvan we nu al zeiden dat we dat wilden zien. Zowieso niet voor vanavond, want we wilden vroeg naar bed. We waren behoorlijk vermoeid van de lange vlucht.

In het kantoor van ‘Halftix’ was ook een ‘backpackers’-reisbureautje (alles in Australië is gericht op backpackers en alles noemt zich ‘backpackerspecialist’, zoals de backpacker bus, de backpacker vluchtspecialist, backpacker hostels enzovoort). We informeerden naar autohuurtarieven voor Tasmanië en naar tours in ‘the outback’, ofwel in de omgeving van Uluru (Ayers Rock). Het meisje achter de balie bleek Nederlandse te zijn, dus we konden aan de andere kant van de wereld gewoon in het Nederlands babbelen.

Tenslotte liepen we naar het ‘Travellers Medical ‘Vaccination Centre’ in George Street om daar een afspraak te maken voor een vaccinatie. Onze laatste prik in de serie van de in totaal drie prikken voor Hepatitus B moesten we in Australië halen, omdat we daarvoor in Nederland geen tijd meer hadden (voor Hepatitus B zijn 3 inentingen verspreid over 6 maanden nodig) en tevens moesten we malariaprofilaxe (anti-malariapillen) halen voor Azië. We maakten een afspraak voor de volgende zaterdag om 11.30 uur.

Aan het einde van de middag / begin van de avond namen we een bus terug naar de wijk Newtown, waar ons hostal ligt. Bij de Spar supermarkt in New Town kochten we het ontbijt voor de volgende dag en daarna aten we bij het Indische restaurant “Tamana’s: , dat op de hoek van de straat zit waaraan ons hostal ligt. Het was een soort van take away toko met enkele tafels en stoelen. We konden een maaltijd van drie soorten curries samenstellen voor AU$ 10,- (Euro; 6,- ). De curries waren waren verrukkelijk!!!

Na het eten gingen we vroeg naar bed. We leefden namelijk nog een beetje in Chileense tijd en daar -in Chili- was het inmiddels al diep in de nacht.

Donderdag 18 november 2004

Marjolijn had gisteren last van haar benen, waarschijnlijk het gevolg van een combinatie van de lange vlucht en vrij weinig beweging. Vandaar dat we besloten om het rustig aan te doen vandaag.

Op het Victoria treinstation, dat in de buurt van het hostal ligt, kochten we een dagkaart voor het openbaar vervoer en namen de trein naar de haven. Hier vertrekken de ferries en we namen een ferry naar Manly, dat op ongeveer een half uurtje varen ligt van Sydney Harbour.

Toen we aan boord gingen en plaatsnamen op het dek, dachten we aan de juiste zijde van de boot te zitten om het Sydney Opera House te zien, maar dat hadden we verkeerd. De ferry was namelijk symetrisch gebouwd en had derhalve twee voorkanten. Andere ferries in de haven hadden we steeds zien keren nadat ze waren vertrokken en bij deze ferry waren we daar ook vanuit gegaan. Verkeerde veronderstelling!

Toen we in Manly aankwamen, liepen we via de winkelstraat naar het strand, waar het een drukte van jewelste was. Onderweg kochten bij een bakkertje ciabatta-broodjes en rauwe ham en bij het naastgelegen supermarktje een fles melk. Het was heerlijk om na 4,5 maanden weer eens normale, verse melk te kunnen drinken. Op de boulevard maakten we onze lunch meester en na de lunch waren we van plan een wandeltocht te maken van ongeveer een uurtje. Die wandeltocht stond uitgestippeld in een folder die we bij het informatiebureau hadden gekregen.

We vonden het beiden echter toch te warm om een lange wandeling te maken en we hielden het bij een beetje flaneren over de boulevard, om vervolgens de ferry terug te nemen naar Sydney.

Terug in Sydney Harbour besloten we een andere ferry te nemen en op die manier te genieten van Sydney vanaf het water. Je kunt ook een dure cruise maken, maar de ferries zijn misschien wel leuker. En daarna maakten we nog een ferrietocht met een supersnelle Catamaran. ’s Avonds aten we bij een Thais restaurant in New Town.

Vrijdag 19 november 2004

Vanochtend namen we de bus naar het centrum. We stapten al ver voor onze gewenste bestemming uit de bus, die muurvast stilstond in de ochtendspits. Wandelen ging sneller dan de bus.

We liepen naar de Botanische tuin, waar we werden opgeschrikt door een hoop gekrijs. In de kruin van een aantal bomen hing een groot aantalvliegende honden (vleermuizen) die af en aan vlogen. Ze waren klaarwakker en maakten een hoop lawaai maakten. Even verderop in de tuin waren enkele vijvers, waar lange alen in zwommen. Apart om dat te zien.

We namen plaats op een bankje in de schaduw van een enorme grote boom waar we een tijdje gingen zitten lezen. Telkens kwam een ibis tot op een meter van ons, op zoek naar voedsel, terwijl witte krijsende papagaaien over ons hoofd vlogen. Nog altijd had Marjolijn last van d’r benen en dus deden we het ook vandaag rustig aan.

Na anderhalf uur ongeveer liepen we verder door de Botanische tuin en gingen we op weg naar het Nationaal Museum. Op het wandelpad dat langs Sydney Harbour loopt, waren veel mensen aan het hardlopen en dat met deze weersomstandigheden! Het was namelijk behoorlijk warm. In de hal van het museum was het museumcafé waar we eerst even iets dronken. Daarna liepen we het museum binnen. Om 13.00 uur was er een rondleiding van ongeveer 45 minuten langs de pronkstukken van het museum. Daar maakten we gebruik van en na de rondleiding was er nog voldoende tijd om zelf nog wat rond te neuzen. In het museum stond een aantal skeletten van beesten, waaronder die van slangen tentoongesteld. De geraamtes van de slangen zijn echt mooi; duizenden ribbetjes! Er was een hele verzameling van opgezette dieren. Het klinkt misschien saai, maar het was erg mooi.

Ook was er een etage met allerlei soorten mineralen en met schitterende stenen en juwelen en tenslotte was er nog een hele zaal gewijd aan aboriginals. We bleven een behoorlijke tijd in het museum en daarna namen we de bus terug naar New Town, waar we bij een Vietnamees restaurant aten.

Terug in het hostal bleek dat het gedaan was met onze rust op de kamer / vierpersoons-slaapzaal. We hadden namelijk kamergenoten gekregen die met het licht aan lagen te slapen toen wij binnenkwamen. Het bleek dat zij die ochtend waren aangekomen uit Chili.

Zaterdag 20 november 2004

We hadden vanochtend om 11.30 uur een afspraak staan bij het vaccinatiecentrum in Sydney, maar voordat we daar heen gingen, bezochten we Paddy’s market. Paddy’s market is een enorm gebouw met op de begane grond een hoop souvenierstalletjes waar een hele hoop ‘originele’ (made in China etc.) souvenirs uit Australië worden verkocht. Zo bleken de meeste diggery doo’s te worden gemaakt in Zuid Korea en niet van hout zijn, maar van bamboe!

Op de eerste verdieping waren allemaal outlet stores. Bij de Esprit outlet store vond Remco een leuke korte broek en twee mouwloze t-shirts. Op de afgeprijsde artikelen kregen we nog eens 30% korting die we met een kraskaart hadden ‘verdiend’. Nu had Remco 3 dingen voor AU$ 40,- (€uro 24,-), normaal de prijs die je voor één shirt kwijt zou zijn.

We begaven ons naar de prikkendokter, waar we eerst een heel vragenformulier moesten invullen. Daarna werden we bij de arts geroepen en kregen we de standaard voorlichtingspreek van de dokter. Hoewel we alleen voor een herhalingsprik Hepatitus B kwamen, kreeg Marjolijn ook nog een DTP-prik. Verder kregen we per persoon 120 anti-malariapillen mee. Dat gaat de nodige ruimte innemen in onze rugzakken!

Het was tijd voor de lunch en dat deden we op een terrasje van een Chinees restaurant in China Town. We lieten ons verrassen door de daglunch, voor AU$ 10,- (€uro 6,- ) per persoon. Het eten was ruim voldoende en lang niet slecht. Na de lunch liepen we terug naar de outlet store van Esprit om voor Marjolijn nog wat leuke dingen te scoren. Zij verliet uiteindelijk de winkel met twee t-shirts met lange mouw en een mouwloos t-shirt.

Met een snellift werden we naar het uitkijkdek van de Sky Tower gebracht, op zo’n 250 meter hoogte. Vanwege het mooie, heldere weer van vandaag hadden we ver zicht. We konden zelfs het vliegveld duidelijk zien liggen. Daarna bezochten we de ‘sky tour’. Dit is een filmvertoning, waarbij je in speciale, bewegende stoelen zit. De (promotie)film nam ons mee naar de diverse streken van Australië. De Sky tour was aan de voet van de Sky Tower gevestigd.

’s Avonds gingen we naar een theatervoorstelling. Bij ‘Halftix’ hadden we kaartjes gekocht voor theatervoorstelling ‘Satango’. Het theatertje waar de voorstelling werd gegeven was piepklein. Het toneel was driehoekig en langs twee van de drie zijden waren 6 of 7 rijen met bankjes geplaatst. Klein en knus, dus.

De voorstelling was erg komisch, maar een deel ervan was voor ons niet te volgen. Geregeld werd namelijk de spot gedreven met Australische actualiteiten of bekende (waarschijnlijk politici of zo) personen.

Toen we na de voorstelling terugkwamen in het hostal, bleken er twee vreemden in het bed van Marjolijn te liggen. We waren erg verontwaardigd omdat we al 3 nachten in het hostal hadden geslapen en deden ons beklag bij de receptie. Er bleek een boekingsfout te zijn gemaakt. De receptionist dacht dat er 5 bedden in de kamer waren, in plaats van de twee stapelbedden die er daadwerkelijk in stonden.

De twee personen in Marjolijn d’r bed dachten dat het bed niet bezet was. Er stonden welliswaar 4 rugzakken op de kamer en Marjolijn d’r bed was niet opgemaakt, dus als ze enigszins hadden nagedacht, hadden ze kunnen weten dat er geen vrije bedden meer waren. Daarnaast was het ook niet de bedoeling dat er twee personen in één bed zouden liggen. Ze werden dan ook dringend verzocht de kamer te verlaten.

Nadat het bed opnieuw was opgemaakt konden we eindelijk gaan slapen en we besloten om tijdens de reis op Tasmanië lekker weer een tweepersoonskamer te nemen.

Zondag 21 november 2004

We waren weer redelijk vroeg uit de veren. Dit keer om 7.30 uur. Met name Remco heeft nog steeds last van het tijdsverschil, slaapt slecht en is iedere ochtend vroeg wakker. Daarnaast zijn we er ook niet aan gewend om een kamer met anderen te delen. En al hoewel onze kamergenootjes niet erg veel lawaai maken, is het toch onrustig. Zo kwamen ze vannacht om 3.30 uur binnen en daarvan waren we ook wakker waren geworden. En zij werden waarschijnlijk weer wakker omdat wij zo vroeg opstonden.

Na een verfrissende douche hebben we lekker ontbeten. We liepen nog een beetje rond in Newtown, en dat lijkt best een geschikt wijkje om te wonen. Leuke huisjes in rustige straatjes en een levendige hoofdstraat met veel restaurantjes.

We lunchten bij het Indische restaurant ‘Tamana’s’, dat zich op de hoek van het straatje van het hostal bevindt. Het eten was weer erg lekker.

Na de lunch haalden we de rugzakken op in het hostel en hielden we in King’s Street een taxi aan die ons naar de luchthaven bracht. De taxichauffeur sprak tijdens de rit naar de luchthaven honderd-uit over hoe de regering de economische situatie zou kunnen verbeteren en wij knikten maar van yes. We konden het ons goed voorstellen als z’n vrouw erg blij is ‘ie niet de hele dag thuis is. Wat kon hij ouwehoeren, zeg! Maar…. net als zoveel Aussies was hij erg vriendelijk, maar wel een tikkeltje vreemd.

Op de luchthaven checkten we in en schrokken we van het aantal kilo’s dat de weegschaal aangaf. Die bleef steken op 54 kilo. Remco z’n rugzak kreeg zelfs het label ‘heavy, bend your knees’. Ter vergelijking….. in Iguazu (Argentinië) gaf de weegschaal nog 31 kilo met z’n tweeën aan. We hebben in de tussentijd echt niet voor 23 kilo aan souvenirs gekocht. Na zo vaak te zijn ingecheckt met nauwelijks wisselende omvang van de bagage, kunnen inmiddels met enige zekerheid stellen dat de weegschalen op luchthavens niet geijkt zijn en maar ‘wat’ aangeven.

De vlucht naar Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, was nogal turbulent. We hadden echt het gevoel dat het vliegtuig aan het dansen was in de lucht. Zo hebben we het nog niet meegemaakt. Vanuit het vliegtuig zag de e kustlijn van Tasmanië er overigens schitterend uit, dus dat beloofde nog wat.

Op de luchthaven was, in tegenstelling tot wat we hadden verwacht, helemaal geen bagagecontrole en we stonden al snel buiten het luchthavengebouw. Daar namen we een shuttle bus, die ons voor Hostal Allport’s afzette. Van de buitenkant zag het schitterende huis er nogal gesloten uit, maar het hostal bleek toch geopend. Nadat we enkele slaapzalen en enkele tweepersoonskamers hadden gezien, namen we die laatste voor AU$ 70,-. Het hostal was erg rustig en prettig ingericht.

’s Middags liepen we naar het centrum van Hobart. Het was zondag, de winkels waren dicht en de straten uitgestorven. Gelukkig scheen het zonnetje, zodat we met een avondzonnetje nog enkele mooie plaatjes konden schieten.

We liepen terug naar het hostal en onderweg haalden we bij een supermarkt wat fruit. We hadden niet veel honger en we besloten om een fruitsalade te maken en lekker een wijntje te gaan drinken. Het fruit is hier overigens erg goedkoop. Ter info: een kilo Granny Smith-appelen $ 2,98 (€ 1,20), een kilo bananen idem, een meloen $ 1,70 (€ 1,30), een grote ananas idem.

Maandag 22 november 2004

Tasmanië

We sliepen uit, ontbeten in de eetkamer cq. woonkamer van het hostal en daarna liepen we naar het centrum van Hobart. Gisteren hadden we enkele campingwinkels gezien en aangezien we nog een gasbrander nodig hadden, gingen we daar vandaag naar op zoek. Nadat we een aantal campingwinkels hadden bezocht, wisten we bij de laatste campingwinkel een goede deal te sluiten: de gasbrander was namelijk afgeprijsd en twee keer zo goedkoop als elders. Tevens kochten we een campinglampje dat op AA-baterijtjes werkt en een gastankje. Aangezien we oplaadbare batterijen bij ons hebben, kwam een campinglampje op AA-baterijen ons uitstekend uit. We kochten een niet al te grote gastank, want die we mogen we toch niet meenemen in het vliegtuig.

In onze reisgids stond een wandelroute door Hobart en die volgden we. Die route ging langs leuke straatjes met enkele mooie huizen en langs een bakkertje, waar we lunchten. Bij het afrekenen moesten we wel even slikken, maar de lunch was uitstekend.

We liepen verder naar St David’s Park, een schitterend park op de plek waar eens een begraafplaats was. Vruchtbare grond waarschijnlijk, want de planten en bomen zagen er schitterend uit. We mochten bij ‘Service Tasmania’ gebruikmaken van het internet. We bekeken de weersvooruitzichten voor Hobart en Tasmanië we hebben waarschijnlijk geluk, want er wordt zonnig weer voorspeld voor de komende dagen.

’s Avonds mochten we in het hostal gebruik maken van de computer om drie weken van ons dagboek in te tikken.

Dinsdag 23 november 2004

Om 9.15 uur liep Remco naar het kantoor van Budget rent-a-car en een half uurtje later waren alle formaliteiten afgehandeld en hadden we een mooie, kobalt blauwe Kia Rio tot onze beschikking. Een vijfdeurs auto mét airconditioning. Nadat Marjolijn en de rugzakken waren opgepikt reden we naar Mount Wellington. Op het programma van vandaag stond het verkennen van de zuid-oosthoek van Tasmanië.

We verlieten Hobart en reden via een kronkelige, secundaire weg en gingen op weg naar de top van Mount Wellington. Langs de weg stonden mooie huizen, maar ook lelijke huizen die uit aluminium golfplaten bestonden. Net woonwagens.

Boven op Mount Wellington was het met name koud en winderig. Gelukkig stond er een huisje waarin we konden schuilen. Vanuit het huisje hadden we hetzelfde mooie uitzicht als erbuiten. Helaas was het zwaar bewolkt en niet helder.

We vervolgden de route naar Huonville, waar we in een supermarkt broodjes en ‘shaved ham’ kochten. Op een parkeerplaats even van de weg lunchten we. Onder een afdak stonden twee picknicktafels waaraan we gingen zitten. Er stonden ook twee elektrische barbecues. Dit hadden we nog niet eerder gezien en we gingen op onderzoek uit. Het bleek dat het gebruik van de barbecues gratis was. De bakplaat kon worden verhit door een tijdknop in te drukken. Leuk idee!

Wij barbecueden niet, maar genoten tijdens de lunch van het uitzicht over het meer en na de lunch reden we verder via Geeveston naar de ‘Tahune Forest Air Walk’. Het landschap onderweg was schitterend. Veel frisgroene heuvels afgewisseld door kleine plaatsjes. Inmiddels had de zware bewolking plaatsgemaakt voor lichte bewolking en was het zonnetje ook weer tevoorschijn gekomen. Nu is Tasmanië nog veel mooier.

We reden door dorpjes die qua omvang niet veel voorstelden. Enkele huisjes, een hoofdstraatje en een paar zijstraatjes. Met een inwonertal van rond de 1.000 personen spreken ze hier al van een ‘stad’. Vaak komt het inwoneraantal niet boven de paar honderd.

De ‘Tahune Forest Air Walk’ is een canopy walk (wandelpad) op 45 meter hoogte tussen de boomstammen. In Europa zal je je op 45 meter hoogte al lang tussen de kruinen van de bomen bevinden, maar niet op Tasmanië. Hier groeien bomen die wel tot 90 meter hoogte reiken!. We wandelden dus inderdaad tussen de boomstammen. Op het bijzondere feit na dat je zo hoog boven de grond liep, was de wandeling een beetje teleurstellend. Alleen het uitzichtpunt over de rivier was erg mooi. Het water van de rivier was net zo zwart als het water in de Cuyabena-rivier in de jungle van Ecuador.

Op de terugweg reden we langs de ‘Big tree’. Inderdaad was dit een hoge boom. Met stam heeft een diameter van 6,2 meter en met een hoogte van 87 meter behoorde deze boom tot één van de hoogste van het bos. Een bord aan de voet van de boom verbood eenieder om over de grond te lopen, maar vooral op het houten wandelpad te blijven, “omdat de boom anders gestrest raakt van alle voetstappen” Kun je je het voorstellen… een overspannen boom! Het was overigens een eucalyptusboom en het bos stond vol van deze eucalyptusreuzen

We reden dezelfde weg terug naar Hobart, om vervolgens verder te rijden naar een camping in New Norfolk, even ten noorden van Hobart. Daar zetten we voor het eerst in Australië ons tentje op.

We kookten ons eigen maaltje op de camping, waarbij we voor het eerst ons nieuwe gasstelletje gebruikten en we waren behoorlijk enthousiast over het apparaatje. Het heeft een behoorlijk vermogen en het koken duurt gelukkig geen eeuwigheid en over het resultaat hadden we niets te klagen!

Woensdag 24 november 2004

Marjolijn had vannacht zeer slecht geslapen en werd vanochtend wakker met vuurrode armen. Op haar armen zaten tientallen kleine rode bultjes en ze werd gek van de jeuk.

We braken de tent op, ontbeten en reden vervolgens naar het ‘Mount Field National Park’. De omgeving onderweg was weer schitterend. Eigenlijk nog steeds hetzelfde schitterende landschap als gisteren. Nog altijd heuvelachtig met de frisgroene weiden.

We verbaasden ons over de maximum snelheid die op deze bochtige, secundaire weg naar het park gold. Die bedroeg 100 kilometer per uur. We vonden het een zeer a-relaxte snelheid en daarom bleef onze kilometerteller steken bij 70 à 80 kilometer per uur. Wat ons nog meer bevreemde was dat je op vierbaans snelwegen maar 10 kilometer per uur harder mag dan op tweebaans secundaire wegen (??).

Bij het nationale park kochten we een toegangsbewijs voor alle parken op Tasmanië en we kregen er zodoende een ‘paspoort’ bij. In het paspoort kun je van ieder park op Tasmanië een parkstempel verzamelen. Schijnbaar een zeer gewild iets. De prijs van het toegangsbewijs was per 1 november 2004 gestegen van $ 33 naar maar liefst $ 50, een behoorlijke prijsstijging. We kregen een behoorlijk aantal folders mee. Ja, aan folders in Australie geen gebrek.

Vanaf de ingang van het park was het ongeveer 20 minuutjes lopen naar een waterval. Hoewel we weinig van de waterval voorstelden (na Iguazu vinden we alle watervallen ‘klein’), was deze waterval toch erg mooi. Helder water viel via een groot aantal plateaus naar beneden. De hoeveelheid water was gering, want het riviertje bovenaan de waterval was ondiep en slechts een metertje of twee breed.

We vervolgden onze weg over de ‘Tall Tree Walk’. Dit is een route door een bos met hoge bomen en ook een hoop omgevallen bomen. Het bos wordt niet onderhouden en is dus echt natuurlijk. Bij één van de woudreuzen stond een meetinstrument, waarmee de hoogte van bomen kon worden bepaald. Je moest door een kijkertje kijken naar de top van een boom en als je die had bepaald, dan kom je op een metertje aan de zijkant van de kijker een bepaalde waarde aflezen.

Aan de hand van de gevonden waarde kon je op een bord de hoogte van de boom aflezen. We deden dat en kwamen op een hoogte van 74 meter uit. De werkelijke hoogte konden we verifiëren op een bord onder aan de bewuste (opgemeten) boom. Daar bleek dat we niet goed hadden gemeten. De boom was namelijk 79 meter hoog!

Na anderhalf uur wandelen liepen we terug naar de auto om door het park verder te rijden naar Lake Darson. Dit meer ligt 16 kilometer dieper in het park. De weg eindigde op een parkeerplaats en nadat we de auto daar hadden achtergelaten, liepen we in zo’n 45 minuten een rondje om het meer. We hadden zicht op de laatste sneeuwresten op de bergen.

Na de wandelingen reden we verder naar ‘Lake St Clair’ en dat was een behoorlijk eindje rijden. Het landschap veranderde van mooie, groene heuvels naar dichte bossen. Bij Lake St Clair vroegen we bij het informatiecentrum naar de wandelmogelijkheden en de kortste wandelroute bleek er één van anderhalf uur te zijn. Die wandeltocht besloten we maar te maken. We hadden nog voldoende tijd voordat het donker zou worden, hoewel het al 16.00 uur was. Tijdens de wandeling zagen we onze eerste wallibi (klein soort kangaroe) rondhuppelen.

Rond 17.30 uur waren we terug bij de auto en reden we verder naar Queenstown, waar we op een zeer ongezellige camping ons tentje opzetten. De (stacaravan-) camping had plaats voor slechts een handvol tenten, maar er stond slechts één ander tentje. We hadden dus ruimte zat. Er stond een picknicktafel onder een afdakje, waar we ons eigen maaltje kookten. Toen het begon te schemeren, kwam de eigenaar van de camping met een lamp aanzetten, die hij voor ons aansloot. Sympathiek van hem.

Donderdag 25 november 2004

Na het ontbijt gingen we op zoek naar een dokter in Queenstown. Nog altijd loopt Marjolijn met tientallen, zo niet honderenden rode, jeukende bultjes op met name armen en benen en we wilden daar toch even een deskundige naar laten kijken. De dokter had het ’s ochtends echter erg druk, maar zou ’s middags praktijk voeren in het plaatsje Strahan. Dat was waar wij ook heen gingen.

Voordat we naar Strahan zouden rijden, reden we nog wat door Queenstown, dat een handje vol mooie gebouwen telt. Het is een oud mijnwerkersstadje dat betere tijden heeft gekend. Ooit lag hier de rijkste mijn van het zuidelijk halfrond.

Strahan is een leuk, klein dorpje en met 750 inwoners het enige plaatsje van omvang aan de westkust (!) Er was verder niet veel te doen. We kochten ham en melk bij de supermarkt en broodjes bij de warme bakker (die was er wel!). We reden naar het ‘peoples park’ en maakten een 45 minuten durende wandeling naar een waterval, die behoorlijke teleurstellend was. De wandeling was echter wel erg aangenaam en maakte de teleurstelling meer dan goed.

Vervolgens reden we naar het strand, waar het enorm rustig was. Sterker nog… er was helemaal niemand op het strand. De zee is hier overigens levensgevaarlijk vanwege de stroming.

Om 15.30 uur konden we naar de dokter, die in één oogopslag zag ‘dat het beten’ waren. Maar waarvan dat wist ie niet. De dokter gaf Marjolijn 30 penicilinepillen en een aantal anti-jeukpillen, evenals een rekening van AU$ 52,- mee.

We vervolgden onze route richting Zeehan, waar we eigenlijk wilden overnachten. Echter, doordat een boer z’n land aan het platbranden was, was er veel rook in de lucht en besloten we door te rijden en te overnachten in Rosebery. In Zeehan konden we in de plaatselijke bibliotheek nog wel even internetten. Even, want het was 16.15 uur en een kwartier voor sluitingstijd. Het internetten was gratis en de verbinding pijlsnel. Jammer dat we maar een kwartiertje hadden.

In Rosebery zochten we de beste plek voor de tent (we waren toch de enigen) en kookten we in de hut op de camping.

Vrijdag 26 november 2004

Voor de lunch kochten we enkele ham/kaasbroodjes bij de plaatselijke warme bakker en reden vervolgens naar Cradle Mountain. Voor de derde achtereenvolgende dag hadden we geluk met het weer. De hemel was strak blauw en de temperatuur bedroeg ongeveer 23 graden.

We parkeerden de auto op de kleine parkeerplaats bij het bezoekerscentrum van het park. Er was helemaal geen beschutting van de bomen, dus alles werd lekker warm in de auto.

In het bezoekerscentrum lieten we ons ‘Nationale Parken paspoort’ stempelen, kochten we een wandelkaart en lieten we ons voorlichten over de diverse wandelroutes. We kozen voor een 4 uur durende wandeltocht die ons langs het kratermeer en het Marion lookout punt zou voeren. Het was een aardige wandeling, deels over houten flonders en deels over losse stenen. Heel eenvoudig of heel vervelend, dus. Het was ook af en toe behoorlijk klimmen geblazen. Soms was het pad zo stijl dat we ons omhoog moetsen trekken langs een ketting! We liepen een klein deel door een bosje waar een watervalletje en met name veel muggen waren. De rest van het landschap was kaal, maar mooi.

Vanaf het Marion’s lookout punt hadden we schitterend zicht over het park en ook een mooi zicht op de bekende ‘cradle mountain’. Wat hadden we een mazzel met het weer. Het zicht was ver.

Het pad terug voer ons langs een laatste restandje sneeuw voordat we afdaalden tot aan de bushalte, waar we de shuttlebus terug namen naar het bezoekerscentrum.

We reden verder naar Devonport door een prachtige omgeving, maar door de zeer vele bochten in de weg, was het vermoeiend rijden. In Devonport reden we naar een camping en toen we onze tent op wilden zetten zagen we de resten van een uitgebrande caravan. We hadden in de krant gelezen dat eerder die week een caravan op een camping in Devenport was uitgebrand en wij wisten nu welke camping dat was.

Zaterdag 27 november 2004

Eerder deze week waren de weersvooruitzichten volgens het radiojournaal voor vandaag: onbewolkt en tot 29 graden. Het zou de mooiste en heetste dag van de week worden. Van die voorspelling kwam echter niets terecht. Het was vandaag de hele dag onbewolkt en het werd niet meer dan 17 graden. We pakten de tent in en reden naar het toeristenbureau in het plaatsje Penquin. Het vrouwtje dat het toeristenbureau leidde, stond ons voor de deur van het toeristenbureau al op te wachten en was erg vriendelijk. Ze gaf ons een toeristische route mee die we aan de hand van onze reisgids ook al hadden uitgestippeld. Daarnaast wees ze ons de weg naar het ‘online access centre’.

Ondanks dat de route naar het ‘Online access centre’ goed was uitgelegd, was het toch nog even zoeken naar de high school, waar het de plaatselijke internetverbinding te vinden was. Het internetten kostte een hele schappelijke AU$ 2,20 per uur en er was een cd-brander (gratis te gebruiken), zodat we foto’s konden branden.

Met een leeg geheugenkaartje en twee volle foto-cd’s vervolgden we onze weg door een heuvelachtig, agrarisch gebied naar Gunns Plains en weer terug naar Devonport. Daar namen we een klein stukje snelweg richting Launcheston. De hemel was inmiddels behoorlijk grijs en voor enkele seconden reden we door een regenbuitje. Als het bewolkt is, is Tasmanie stukken minder mooi dan op een zonnige dag.

We bekeken snel twee campings rondom Launcheston en besloten ons geluk te beproeven op de camping in Hadspen. Daar stonden we weer als enige tentje tussen de caravans en campervans, maar we hadden een schitterende plek en een keukentje met alle voorzieningen tot onze beschikking. Bij de supermarkt haalden we biefstukjes die we op de camping barbecueden. In het klein hutje voor de campinggasten was een 2-pits gasstel, een barbecue (eigenlijk meer een kookplaat) en een koelkast aanwezig. We konden gezellig dineren aan een picknicktafel bij het hutje.

Zondag 28 november 2004

Launcheston lijkt ons best een aardig en levendig stadje. Van dat levendige hebben we echter niets meegekregen, aangezien we gistermiddag na winkelsluitingstijd aankwamen en het vandaag zondag is. Er is dan geen hond op straat.

We reden in Launcheston naar de Cataract Gorge. Dit is een kloof waar de rotswanden bijna verticaal zijn. We liepen 20 minuten totdat we bij een eerste meertje in de rivier kwamen. Hier was een heel park omheen gebouwd waar we prachtige pauwen en enkele wallibi’s zagen. Via een ander pad liepen we terug naar de auto. Daar was ook een eindhalte van een oud (elektrisch) trammetje en toevallig kwam die er net aanrijden. Leuk hoor.

We reden we via Scottsdale en St Helens naar Bicheno. Bij het plaatsje St Helens ligt de Bay of Fires. Dit is niet zo zeer een baai, maar meer een enorm lang hagelwit zandstrand met een prachtige blauwe zee. Naast het zandstrand zijn ook enkele rotsen die begroeid zijn met een soort rode alg. Dat zorgt voor een bijzonder kleurcontrast.

Na de Bay of Fires was het nog een behoorlijk stuk naar Bicheno, waar we aan het begin van de avond onze tent opzetten op de camping.

Maandag 29 november 2004

We pakten de tent in, ontbeten en reden vervolgens naar het Freycinet National Park, dat ongeveer 40 km ten zuiden van Bicheno ligt. Hier bevindt zich de Wine Glass Bay en die wilden we bekijken. We haalden ons stempeltje bij het rangerkantoor en parkeerden onze auto 4 kilometer verderop bij het startpunt van de wandeling.

Al snel nadat we waren uitgestapt, kwam een Walibi ons begroeten. Hij kwam bij ons staan en we konden hem zonder problemen aaien!

We begonnen aan de wandel- c.q. klimtocht. We hadden al gelezen dat we 600 traptreden (enkele reis) moesten overbruggen om bij een uitkijkpunt te komen. De wandeling had als kwalificatie ‘difficult’.

Vanaf het uitkijkpunt hadden we prachtig uizicht over de baai. We waren echter van plan af te dalen tot op het strand. Onderweg kwamen we twee Aussies tegen waarmee we een tijdje kletsten en daarna liepen we verder. Het strand van de Wine Glass Bay was wederom hagelwit en de zee prachtig.

We moesten dezelfde weg weer terug en net nadat we weer over de top van de heuvel waren, zagen we een oude(re) man op de grond liggen. Om hem heen stonden 3 andere personen, allemaal 65+. De man op de grond was wel bij bewustzijn, maar voelde zicht duidelijk niet lekker, want anders ga je niet midden op een wandelpad liggen. We begrepen dat er hulp onderweg was en we liepen verder. En terwijl we afdaalden zagen we eerst 2 ziekenbroeders met brancards en later nog 2 verplegers naar boven rennen. Bij de auto aangekomen, bleek de Walibi er nog steeds te zitten.

We reden naar de Tasman Peninsular waar we rond 16.30 uur een bezoekje brachten aan het Tasmanian Devil Park. We konden Tasmanië natuurlijk niet verlaten zonder z’n bekendste bewoners te bekijken. Om 17.00 uur werden ze gevoerd. Het was leuk om dat te zien. Dan pas blijken de guitige beestjes inderdaad duiveltjes te zijn, want dan vechten ze om het eten en schreeuwen ze om het hardst. Ze zijn qua eetgewoontes overigens het beste te vergelijken met de hyena’s.

Verder hadden we niet veel tijd om het dierenopvangcentrum dat het Tasmaanse Duivelpark is, te bekijken. Het zou namelijk om 17.30 uur sluiten.

We reden naar de ‘Blowhole’ die niet echt interessant was, omdat de zee erg rustig was en we reden al snel weer verder naar de ‘Tasmaanse Arch’. Dit was een natuurlijke brug aan de kust en die was wel mooi.

Port Arthur is een plaatsje dat in 1996 in het nieuws kwam door een schietpartij waarbij 30 mensen om het leven kwamen. We kwamen er pas tegen zessen ’s avonds aan en om die renden bezochten we het kasteel niet en hielden we het bij een korte blik op het kasteel.

We hadden natuurlijk onze tent op de camping in Port Arthur kunnen opzetten, maar we gaven er de voorkeur aan om naar Richmond te rijden. We zouden dan morgenochtend rustig aan kunnen doen, omdat het vliegveld daar niet ver vandaan ligt. Morgen zou (helaas) de laatste dag op Tasmanië zijn.

Dinsdag 30 november 2004

Vannacht had de wind behoorlijk aan de tent getrokken en vanaf 4.00 uur hebben we onrustig geslapen. We pakten alles in en daarna reden we nog even door Richmond. De oude brug (de oudste van Australië) was leuk om even te zien.

Daarna reden we naar de luchthaven. Op het nieuws werd gemeld dat een groot aantal walvissen was aangespoeld op het strand van Maria Island (voor de kust van Tasmanië). Daarnaast werd een totaal vuurverbod in New South Wales afgekondigd vanwege de temperatuur, die in Sydney zou oplopen tot 42 graden. Als dat ook gehaald zou worden, dan zou daarmee een hitterecord worden verbroken. Gelukkig gingen we niet naar Sydney maar naar Melbourne, waar het overigens ook redelijk warm was.

Bij de vertrekhal van Virgin Blue laadden we onze spullen uit en brachten die naar binnen. Marjolijn bleef achter bij de spullen en Remco leverde de auto in bij het verhuurbedrijf. Dat was snel geregeld; gewoon sleutels afgeven en klaar!

Van Virgin Bleu kregen we geen elektronische boarding card, maar een zeer eenvoudig (kassa)bonnetje met een streepjescode erop.

De vlucht verliep soepel en rond 13.40 uur landden we in Melbourne. Net voor de landing kwamen de stewardessen met een vuilniszak langs, waar iedereen z’n afval in kwijt kon. Zo wordt op de schoonmaakkosten bespaard. Zeer eenvoudige oplossingen zorgen voor kostenbesparingen.

We liepen naar de bagagecarousel en daar kwam Remco erachter dat hij zijn portemonnee mistte. Die was op de luchthaven van Hobart nog gevuld met AU$ 500,- (300 euro) dus Remco raakte redelijk in de stress. Hij rende terug naar de gate en daar bleek de portemonnee gelukkig te zijn afgegeven door het cabinepersoneel. Schijnbaar was de portemonnee uit z’n broekzak gegleden en op de stoel blijven liggen. Alles zat er gelukkig nog in.

Marjolijn informeerde in een andere vertrekhal naar campingmogelijkheden. We namen een taxi naar het Ashley caravan park. De taxirit was met AU$ 40,- (24 euro) nogal kostbaar en het caravanpark / camping was met AU$ 31,- ook al niet goedkoop. Toch zetten we onze tent op, want het was de enige camping in de omgeving van Melbourne. Het begon te regenen terwijl we onze spullen naar de kampeerplaats sleepten en we moesten ons tentje in de regen opzetten.

De camping zag er mooi uit en het sanitair was keurig verzorgd en brandschoon. Er was een schitterende keuken / kantine met twee elektrische kookplaten, twee koelkasten, twee elektrische barbecues, een oventje, waterkokers e.d. Alleen een vaatwasser ontbrak eraan.

Nadat de tent was opgezet namen we de bus naar het centrum; een ritje van 45 minuten door de buitenwijken van Melbourne. We begaven ons naar het toeristenbureau waar we een aantal folders van touroperators bekeken die tours naar de Great Ocean Road aanboden. De prijzen waren met AU$ 100 tot 125 per persoon nogal aan de forse kant.

Bij een reisbureautje informeerden we naar tours in Alice Springs en daar bleek dat we met onze reisroute weer iets speciaal hadden. We vliegen namelijk op Alice Springs en vertrekken vanaf Ayers Rock. De tours die daarop aansluiten (dus die met verschillende op- en uitstapplaatsen) zijn bijna niet te vinden. Er zijn eigenlijk maar een paar touroperators die tours rond Alice Springs / Ayers Rock aanbieden en die hadden we reeds via e-mail benaderd. Enkele hadden aangegeven op de ons gewenste datum niet te vertrekken. Omdat de data van onze vlucht naar Alice Springs en de vlucht vanuit Ayers Rock al -min of meer- vastlagen, waren we niet al te flexibel in tijd.

Bij het doorbladeren van enkele reisgidsen bij één van de reisbureautjes viel ons oog op huurauto’s. We besloten om op het internet (het was inmiddels na sluitingstijd) naar huurauto’s vanaf Alice Springs naar Ayers Rock op zoek te gaan, omdat rechtstreeks met de verhuurmaatschappij onderhandelen soms voordeliger is. Op het internet bleek dat de benodigde 4-wheel drive voor onze eerste gewenste route (over gravelwegen) was uitverkocht. In de folders die we hadden gezien, bleek dat de meeste touroperators echter via de geasfalteerde wegen van Alice Springs naar Ayers Rock (en visa verca) rijden en die kun je natuurlijk ook met gewone auto’s afleggen.

De speurtocht op het internet leverde op dat alleen Avis en Hertz de mogelijkheid boden om een auto op te pikken in Alice Springs en in te leveren in Ayers Rock. We besloten om de volgende dag langs de stadskantoren van die firma’s te gaan voor nadere informatie.

We namen de bus terug naar de camping waar we bij de naastgelegen supermarkt inkopen deden voor het avondeten.

Woensdag 1 december 2004

Melbourne

Onrustig nachtje gehad. Er stond wat wind en we hadden de tent niet goed opgezet. We hadden nagelaten de extra scheerlijnen vast te zetten, waardoor het tentdoek in de wind wapperde. Dus hebben we vanochtend scheerlijnen maar vastgezet. Nu staat de tent wat steviger.

Na het ontbijt informeerden we eerst bij Europcar en Hertz naar hun huurprijzen voor een auto voor een excursie naar de Great Ocean Road. De kantoren van deze verhuurmaatschappijen bevinden zich op een steenworp afstand van de camping. De prijzen ontliepen elkaar niet, maar de storemanager van Europcar was zo sympathiek om te zeggen dat we voor de kleinst mogelijke auto zouden hoeven te betalen, maar dat we sowieso een grote auto mee zouden krijgen omdat hij geen kleine auto’s had staan. We zouden een Ford Falcon of gelijkwaardig meekrijgen.

De bus bracht ons naar het centrum. Net als gisteren kochten we een dagpas voor Au$ 5,80 p.p. (3,60 euro). Die was een stuk goedkoper dan de dagpas in Syndney (AU$ 15,-). In het centrum liepen we deels door de regen de Golden mile route. Die route voert langs een aantal oude Victoriaanse gebouwen die in het niet verdwijnen tussen de (foeilelijke) hoogbouw. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het contrast tussen oud en nieuw mooi vinden, maar ons kon het niet zo bekoren.

We liepen langs het parlementsgebouw en vroegen of we naar binnen mochten. De portier gaf aan dat we om 14.00 uur plaats konden nemen op de publieke tribune om het vragenrondje bij te wonen. Tot die tijd lunchten bij een food court in China town, een Chinese straat in het centrum.

Tegen 14.00 uur meldden we ons weer bij het parlemenstgebouw. Een metaaldetector controleerde ons op spullen die niet mee naar binnen mochten, maar we mochten zonder problemen het schitterende gebouw in.

We namen plaats op de tribune. Om 14.00 uur begon een debat en we hebben een minuut of 25 geprobeerd om er iets van te volgen. Het was echt een groot kippenhok daarbinnen. De voorzitster zei de hele tijd alleen maar ‘order, order’. Als een spreker iets zei, dan werd die door de oppositie uitgejouwd. We vragen ons af of het mogelijk is om ooit adequate beslissingen te nemen. Het was in ieder geval vermakelijk om het even te zien. Typisch Engels.

Na het bezoek aan het parlementsgebouw liepen we naar het kantoor van Avis om te informeren naar autohuur in Alice Springs. Zij konden ons alleen een auto verhuren met 100 vrije kilometers per dag (en daarmee per definitie oninteressant). Hertz Bleek wel een speciale aanbieding te hebben. Zij hadden een auto met ongelimiteerde kilometers en zonder drop off fee. Voor AU$ 420,- zouden we een Ford Falcon meekrijgen. We vroegen meteen om een prijsopgave voor een auto van Cairns naar Sydney.

Via internet boekten we een auto voor 3 december 2004 bij Europcar om naar de Great Ocean Road te rijden. We gaven aan dat we de auto 4 december 2004 ’s morgens op het vliegveld in wilden leveren. Dit scheelde ons weer een taxirit naar het vliegveld, maar het kostte ons wel een drop off fee.

De bus bracht ons terug naar de camping, waar we ons avondeten kookten en om 20.00 uur lagen we in de jacuzzi op de camping. Die hadden we voor een uurtje gereserveerd. We konden tevens gebruik maken van de aangrenzende sauna. Dat was wel even lekker, want het was inmiddels redelijk afgekoeld in Melbourne. Het was vandaag ‘slechts’ 16 graden geweest.

Donderdag 2 december 2004

Met de bus naar het centrum. Opvallend is dat tot nu toe bij een bepaalde halte altijd van chauffeur is gewisseld. We stapten uit bij de Victoria markt, een semi-overdekte markt met veel prularia, t-shirts e.d. en vergelijkbaar met de markt in Sydney. Daarna liepen we naar het kantoor van Hertz en reserveerden we auto’s voor Alice Springs en Cairns. Daarna controleerden we de door Hertz opgegeven prijzen met die op hun internetsite en opvallend genoeg waren de call centre-prijzen voordeliger!

’s Middags namen we de tram naar St. Kilda. Dit is een multiculturele wijk en een mengelmoes van arm en rijk. We vonden de wijk iets leuker dan down town Melbourne, dat nogal steriel overkomt op ons. In St. Kilda waren leuke restaurantjes en terrasjes. We liepen een beetje rond en namen daarna de tram terug tot aan de rivier. We liepen over de kade langs de rivier en hadden zo een mooi zicht op de sky line van down town Melbourne. Het was één en al hoogbouw met aan de voet ervan, de oude Victoriaanse gebouwen. Het is onbegrijpelijk: hebben ze in Australië zo veel ruimte, weten ze er absoluut niet mee om te gaan. Bouwen ze alleen maar hoge gebouwen.

We namen de bus terug naar de camping en kochten bij de naastgelegen supermarkt broccoli, aardappels en vlees en we bereidden in de keuken ons heerlijke maaltje. Af en toe is het heerlijk om gewoon zelf iets ‘oer Hollands’ klaar te maken.

Vrijdag 3 december 2004

Om 8.00 uur haalden we onze gereserveerde huurauto op bij het kantoor van Europcar, vlak bij de camping. De manager die ons twee keer te woord had gestaan en ons een Ford Falcon had beloofd was er niet en we kregen een knalgele Hyunday Getz mee. Net toen alle formaliteiten waren afgehandeld, stapte de manager binnen, die direct tegen de receptioniste zei dat hij ons een Ford Falcon had beloofd. We hadden via internet geboekt en daarom wist hij niet dat wij de auto zouden komen ophalen. Het maakte ons echter niets uit en met de Getz konden we meteen vertrekken dus besloten we gewoon de Getz te nemen. We reden eerst naar Geelong via de snelweg.    

De snelweg was drie banen breed en toch gold er een maximumsnelheid van 100. Op de veel kleinere tweebaanswegen mag je vaak ook 100 km per uur rijden.

In Geelong zagen we een bord met een ‘I’ erop. We besloten bij het toeristenbureau wat informatie op te vragen, maar we kregen echter iets te horen wat we eigenlijk helemaal niet wilden horen, namelijk dat de Great Ocean Road vandaag was afgesloten voor alle verkeer vanwege een wielerronde. Eéns in de tig-jaar wordt een wielerwedstrijd over de Great Ocean Road georganiseerd en dat bleek exact vandaag te zijn. De weg zou pas na 14.00 uur worden vrijgegeven. Op het toeristenbureau werd voor ons een alternatieve route uitgestippeld naar de 12 Apostelen. De route ging over een allerminst doorgaande weg en het was even zoeken voordat we de juiste weg hadden gevonden.

Na een paar uurtjes (let wel: vandaag hebben we ongeveer 600 km over 2-baans wegen afgelegd) kwamen we aan bij de 12 apostelen. Dit was echt een schitterend stukje kust. De 12 kalkstenen rotsformaties stonden op nog geen 20 meter uit de kust in zee. Tientallen meters hoog en niet zo breed. Een soort pilaren, dus. Heel indrukwekkend. Tezamen met de schitterende zee en het strand gaf het een mooi plaatje.

In de directe omgeving van de apostelen waren nog een aantal van die mooie rotsformatie in zee, die erg fotogeniek waren. Gelukkig kwam de zon door de bewolking en met een blauwe lucht werd alles nóg mooier.

Rond 15.30 uur begonnen we aan onze terugtocht richting Melbourne, eindelijk via de Great Ocean Road. Het is een mooie, maar nogal een bochtige kustweg. We kwamen tot de conclusie dat het een mooie route was, maar dat de we de kustlijn (de kliffen) op Paaseiland indrukwekkender vonden. Tja, als je langer op reis bent, ga je dingen met elkaar vergelijken.

Zaterdag 4 december 2004

Vanochtend stonden we om 05.30 uur op, braken de tent af, ontbeten en reden vervolgens naar de luchthaven. Onze vlucht van Melbourne naar Alice Springs zou om 08.35 uur vertrekken, maar had enkele minuten vertraging vanwege een klein technisch probleem.

De vlucht verliep voorspoedig. Aan boord werd een uitstekende ontbijt geserveerd. We kregen muesli en melk, fruit en voldoende koffie, thee en frisdrank. Goede service.

We lieten de bewolking achter ons en vlogen over een enorme rode vlakte. Vanuit het vliegtuig waren allemaal groene tipjes te zien op de grond. In tegenstelling tot de enorme kale woestijn die wij hadden verwacht, groeiden er overal bomen.

Precies volgens schema landden we in Alice Springs.

Op het internet hadden we al gezien dat het er warm zou zijn (40 graden) en we bereidden ons voor op het ergste. We verlieten het vliegtuig via de trap en werden direct met de hete deken geconfronteerd. Het leek in eerste instantie mee te vallen. Het was namelijk droge warmte en dat voelt heel anders aan dan de vochtige hitte die we onder andere van Azië kennen.

In de aankomsthal liepen we naar de balie van Hertz, waar we onze auto op konden halen. Dat we drie kwartier te vroeg waren, maakte niet uit. Er bleek geen Ford Falcon voor ons klaar te staan, maar een Toyota Avalon; voor ons doen een zeeeer grote, luxe auto met een V6 motor én met cruise control. Zo luxe hebben we het nog nooit meegemaakt. We gooiden onze spullen in de kofferbak, waarbij de rugzakken als het ware in het niets verdwenen.

We reden naar de Big4 camping in Alice Springs, waar we wel een plaatsje reserveerden, maar nog niet de tent opzetten. Daar het nu toch wel een beetje te warm voor. We reden Alice Springs binnen en verwonderden ons over de omvang van de plaats. Overal hingen Aboriginals rond.

Bij de plaatselijke Woolworth-supermarkt kochten we onze lunch en enkele flessen water en daarna reden we naar de West McDonnell. Dit is een bergketen ten westen van Alice Springs. We bekeken een aantal kloven en meertjes en sloegen wild om ons heen om de vliegen weg te houden.

Zoals we al vanuit het vliegtuig hadden gezien, groeiden er veel bomen en struiken en de verklaring hoe dat kan, zouden we al snel op informatieborden lezen. De omgeving is weliswaar heet en droog, maar de bodem bevat voldoende water. Dat hadden we ook al geconcludeerd, want er groeien veel, waterverslindende eucalyptusbomen. We reden vaak door zogenaamde ‘Flood ways’. Dit zijn plaatsen in de weg die iets lager gelegen zijn waar in natte tijden rivieren worden gekruist. De weg is gewoon door de rivierbedding aangelegd, maar we hebben geen water gezien.

Na 123 km vanaf Alice Springs hield de asfaltweg op en gig over in gravel. We keerden en reden terug naar Alice Springs. In de supermarkt haalden we eten voor ’s avonds en voor het ontbijt en in de slijterij-afdeling van de supermarkt kochten we een flesje wijn. Voor ons in de rij stond een Aboriginalman die ook een fles alcohol wilde kopen, maar bij de kassa werd de fles hem afgenomen en moest hij zonder alcohol de winkel verlaten. Alcoholmisbruik is een groot probleem onder de Aboriginals en tussen de Aboriginals en de overheid bestaat een overeenkomst dat aan Aboriginals geen alcohol mag worden verkocht.

Aboriginals zijn mensen die van nature gewend zijn om in een droge omgeving te overleven. Zij kunnen met heel wat minder vocht overleven dan bijvoorbeeld de blanken. Als de Aboriginals alcohol drinken (alcohol is vochtafdrijvend), drogen zij veel sneller uit dan blanken en om die reden kunnen Aboriginals niet tegen alcohol.

Op weg naar de camping moesten we nog even tanken en toen kwamen we er achter dat de auto naast een V6 motor, airconditioning en cruise control ook nog iets anders had, namelijk een draaikolk in de benzinetank! Tjeetje… die auto rijdt 1:9! Bijkomend nadeel is dat de benzine in ‘the red center’ anderhalf keer zo duur is als in de kustgebieden van Australië.

Op de camping besloten we om alleen de binnentent op te zetten. Daar kan het lekker in doorwaaien en de plastic buitentent zal er alleen maar voor zorgen dat het nóg warmer zou worden in de tent. Toen de tent stond, zochten we verkoeling op in het zwembad op de camping. Het is 4 december 2004 en wij liggen prinsheerlijk aan het zwembad!

Zondag 5 december 2004

Om 06.00 uur werden we gewekt door het gekwetter van de vogels. Die maken tussen 5 en 8 uur een hoop lawaai om zich vervolgens terug te trekken als ze iedereen hebben wakker gemaakt. We pakten de spullen in, ontbeten en reden toen naar de East McDonnell. In het Trephina Gorge National Park ligt een kloof die we bezochten. We liepen door de droge rivierbedding en we hadden de hele omgeving voor onszelf. Het enige levende wezen dat we zagen was een grote kangaroo die rustig huppelde over de rotsen. Hij hield ons goed in de gaten en wij hem, natuurlijk.

Op de terugweg naar Alice Springs, rond 9.00 uur ’s ochtends kwamen we -in de middle of nowhere- bijna in botsing met een auto. Toen we op de gravel road reden nabij een bocht, kwam er een jeep met een enorme vaart door de bocht. De bestuurster schrok zo van ons, dat ze d’r stuur omgooide, tegen de rotswand opbotste en toen om de hoek verdween. Ze had op dit vroege tijdstip waarschijnlijk geen tegenliggers verwacht.

We reden langzaam terug om te kijken of alles wel goed was met de bestuurder / bestuurster. Gelukkig was er niets aan de hand, behalve dan een erg geschrokken bestuurster en wat blikschade. Ze gaf toe dat ze wel erg hard had gereden. Op de terugweg zagen we nog twee dingo’s lopen.

Vanuit Alice Springs reden we naar Kings Canyon en dat was een behoorlijk eind rijden. Ongeveer 600 km. De weg was eindeloos lang recht, met om precies te zijn twee afslagen naar rechts. Hoe leg je toeristen uit hoe ze van Alice Springs naar Ayers Rock kunnen rijden? Nou als volgt: ‘take the southbound road and take the first right’. Dat is alles!

Onderweg zagen we borden met de waarschuwing voor ‘road trains’. Dit zijn vrachtwagens met soms wel 3 aanhangers. Het duurt een hele tijd voordat je zo’n gevaarte hebt ingehaald. De vraag is overigens of je zo’n gevaarte wel kan inhalen, want die jongens achter het stuur hebben een behoorlijk zware rechtervoet. Langs de kant van de weg lagen veel doodgereden kangaroo’s.

Rond 16.00 uur kwamen we aan in het Kings Canyon Resort (naar Kings Canyon is het niet één keer rechtsaf slaan, maar twee keer). We zetten onze tent op en gingen daarna lekker aan het zwembad liggen.

’s Avonds aten we in het restaurant / bar van de camping een Chicken satay pizza. Helemaal niet verkeerd. Bij het zwembad genoten we van glaasje wijn en zagen we zowaar een vallende ster. Dat was ons Sinterklaaskado.

Maandag 6 december 2004

We reden rond 7.00 uur naar de Kings Canyon, waar we om 7.30 uur aan de wandeling begonnen. We hadden de keuze tot een korte wandeling (1 uur) of een lange wandeling (3 uur). Hoewel het bewolkt was en er voor vandaag wat regen was voorspeld was het toen we aan de wandeling begonnen al 26 graden!.

We besloten de wandeling van 3 uur rondom de kloof te gaan maken. Gewapend met zonnebrandcrème, veel water en een zonnehoed begonnen we aan de wandeling. De wandeltocht begon met 100 meter klimmen tot aan de rand van de canyon en daarna bleven we op dat niveau langs de rand lopen om vervolgens via een brug naar de andere wand te lopen en weer terug te keren naar de auto. De kloof was erg groen, doordat er water door de kloof stroomde. De groene omgeving stak mooi af tegen de veelkleurige, doch overwegend rode, wanden van de kloof.

We waren dit keer niet alleen. Vele toergroepen bevolkten het wandelpad. Ook de toergroepen waarmee wij mogelijk mee waren gegaan. Toch zijn we achteraf blij dat we geen toer hebben geboekt; al dat gewacht op elkaar en je kunt niet lekker gaan en staan waar je zelf wilt. Veel van die toergroepen overnachtten op dezelfde camping als waar wij op stonden, dus het aanlokkende argument van ‘in de wildernis kamperen’ viel ook wel mee.

De wandeltocht was mooi en na zo’n 2 1/2 uur waren we terug bij de auto. De hemel was inmiddels wat grijzer geworden, maar het was nog altijd droog. Marjolijn reed de 184 kilometer naar de T-splitsing waar we rechtsaf zouden slaan naar Uluru (Ayers Rock). Vanaf die T-splitsing was het nog 135 kilometer rijden. Tegen 13.00 uur kwamen we aan in Yulara, het plaatsje bij Ayers Rock, waar het met 41 graden behoorlijk warm was. Op de camping zetten we alleen het binnententje op (dat was gister goed bevallen) en daarna kochten we onze lunch in de supermarkt in het dorp, dat we opaten in de schaduw op het pleintje in het ‘winkelcentrum’. We checkten heeeeel vlug onze e-mail, want internetten is hier vreselijk duur ($18 per uur) en daarna reden we terug naar de camping waar we in de schaduw gingen zitten lezen. Vooral niet te veel bewegen bij deze temperaturen.

Vanuit een telefooncel belden we met het call centre van Hertz. We wilden onze reservering voor een kleine auto omzetten naar een hogere categorie. We hadden in eerste instantie een Toyota Echo gereserveerd, maar toen we die auto zagen staan, vonden we die toch iets te klein. Een auto in een hogere categorie zou van het type Nissan Pulsar worden en die was $ 60 duurder voor de hele huurperiode oftewel $ 2,- per dag (1,20 Euro).

Aan het einde van de middag reden we naar de Olga’s. We betaalden de toegang tot het park en kregen een toegangsbewijs mee dat drie dagen geldig is. We bekeken de zonsondergang boven de Olga’s samen met slechts een paar andere mensen. De verkleuring van de rotsen tijdens de zonsondergang was mooi om te zien.

’s Avonds aten we een hamburger in het ‘winkelcentrum’ van het resort, dat uit een supermarkt, een postkantoortje, twee veel te dure souvenirwinkels, een snackbar en een restaurant bestaat. De hamburger was enorm groot en erg lekker.

Dinsdag 7 december 2004

Veel van onze kampeergenoten stonden al voor dag en douw op om de zonsondergang boven Ayers Rock te gaan bekijken. Wij bleven echter lekker liggen. We hadden in de reisgids gelezen dat de zonsondergang even spectaculair zou zijn als de zonsopgang, dus waarom zo vroeg uit de veren.

Nou ja… veren. We sliepen alleen in de binnentent en zonder deken, laken, slaapzak of wat dan ook en het was weer warm geweest vannacht. Maar goed.. doordat vele mensen rond 05.00 uur opstonden, waren wij ook wakker geworden, maar gelukkig vielen we daarna weer in slaap.

Na het ontbijt reden we naar de Olga’s en parkeerden de auto op de parkeerplaats. Er was geen schaduw, dus de auto zal bij terugkomst wel een oven zijn. We begonnen aan een wandeling om enkele van de bergen heen naar de ‘Valley of the winds’. Al snel zouden we erachter komen waarom de vallei zo wordt genoemd.

We liepen tussen de vrijwel verticale, rode wanden van de Olga’s. De rotsen zien er maar vreemd uit van dichtbij. Ze zijn helemaal niet glad, maar het lijkt erop of het vulkanisch gesteente is. Het pad was op twee plaatsen een beetje moeilijker en heuvelopwaarts, maar voor de rest was het goed te doen. Het briesje zorgde voor de nodige verkoeling. Hoewel het nog maar pas vroeg op de dag was, was het toch al weer zo’n 30 graden.

Tijdens de wandeltocht kwamen we weer zo goed als niemand tegen en konden we enkele schitterende plaatjes schieten van de Olga’s. De mooie rode rotsen in combinatie met de groene omgeving waren schitterend. Na ongeveer 2 1/2 uur wandelen waren we weer terug bij de auto en reden we terug naar de camping. Daar zochten we beschutting in de schaduw bij het zwembad. Het zwembad zelf daar waagden we ons niet in, want die lag in de volle zon en rond het middaguur is zwemmen dan een tikkie gevaarlijk in verband met verbranden.

We hadden het idee om aan het einde van de middag het Aboriginal informatiecentrum te bezoeken en een rondwandeling om Ayers Rock te doen. De uitleg over de aboriginals en hun cultuur in het informatiecentrum was erg interessant. Er was ook een winkel waar aboriginalkunst werd verkocht. De spullen die daar werden aangeboden varieerden van souvenirtjes tot mooie schilderijen, maar alles had een behoorlijk stevig prijskaartje.

We reden naar Ayers Rock en begonnen vol goede moed aan de rondwandeling. We liepen langs enkele heilige plaatsen van de aboriginals. Dat waren overigens niet meer dan een soort grotten in de rots. Vrijwel nergens mocht gefotografeerd worden.

Al snel na de start van de wandeling besloten we ermee te stoppen. Zelfs om 16.30 uur was het nog veel te warm.

In plaats van om de rots te lopen, reden we met de auto in een slakkegangetje een rondje om de rots heen en we vonden het wel goed zo, want we zagen dat het wandelpad volledig in de zon lag en geen schaduw kende.         

Klik op foto voor vergroting

Ayers Rock, Red Centre

Het is mogelijk om Ayers Rock te beklimmen. Dit wordt echter afgeraden, omdat de aboriginals dat liever niet willen. De rots is een heilige plek voor de Aboriginals. Desondanks negeren sommige mensen dit verzoek van de Aboriginals.

Vandaag was het sowieso niet toegestaan vanwege de temperatuur. Bij temperaturen boven de 36 graden en bij harde wind is het niet toegestaan de rots te beklimmen. Maar toch waren er mensen die ook dit negeerden en naar boven gingen.

Omdat we nu nog veel te lang moesten wachten voor zonsondergang, reden we terug naar de camping om te douchen. We zagen dat er een tentje vlak naast het onze was opgezet en dat onze nieuwe buren op een motor met een Nederlands kenteken reden. Het bleken twee Friesen te zijn van begin 60 die een half jaar met de motor door Australië reisden. Ze hadden de motor –met aanhanger- vanuit Nederland verscheept en waren zelf per vliegtuig gekomen. Onderweg naar the Red Center hadden ze twee sprinkhanenplagen meegemaakt en dat was geen pretje geweest. Ook trotseerden zij de hitte van boven de 40 graden in hun motorpakken. Het is maar waar je zin in hebt. Het was in ieder geval een erg enthousiast stel en we hadden bewondering voor hun onderneming.

Tegen zonsondergang reden we weer terug naar het ‘sun set point’ bij Ayers Rock. Sun Set Point is een enorm lange parkeerplaats en, in tegenstelling tot gisteravond bij de Olga’s, was het hier behoorlijk druk. Mensen zaten op de daken van de auto’s om over de bestaande vegetatie heen te kijken, die op sommige plekken behoorlijk hoog was. De zonsondergang was, net als bij de Olga’s erg bijzonder om te zien en inderdaad lijkt het of de rots verkleurt. Na de zonsondergang haalden we bij de snackbar weer een heerlijke, calorierijke hamburger.

Woensdag 8 december 2004

Rustig pakten we de tent in en wikkelden de binnentent in een aparte plastic zak om te voorkomen dat de rode aarde de rest van de tent zou verkleuren. De kleurstof in de aarde is zo sterk, dat vlekken zo goed als niet te verwijderen zijn. Na het ontbijt reden we nog een rondje om Ayers Rock en dat bleek een goed idee te zijn geweest. Omdat het licht ’s ochtends natuurlijk anders is dan ’s avonds. Nu waren de oneffenheden in de rots heel duidelijk te zien, alsmede de vogelpoep van de talrijke vogels die hun nest hadden gemaakt in de rots.

Tegen 10.30 uur reden we naar de luchthaven. We parkeerden de auto op het parkeerterrein voor de aankomst / vertrekhal en leverden de sleutel van de auto in. Er was niemand aanwezig bij de balie van Hertz en we moesten de sleutel in een ondiepe box deponeren. Lekker onveilig, want de sleutel was er zo uit te vissen.

We checkten in en dat ging niet helemaal zonder problemen. Gelukkig maakte de man achter de balie geen probleem van ons overgewicht, maar de verdeling van de handbagage was niet goed. De handbagage mocht maximaal 7 kilo per stuk zijn en we hadden één stuk handbagage van 8 kilo en een ander van 6 kilo. En je raad het al…. de grapjas was zo kinderachtig om ons één kilo van de ene tas in de andere tas te laten doen. We dachten dat onder meer te doen door ons flesje olijfolie over te zetten van de ene tas in de andere en toe ontstond een ander probleem; ons flesje olijfolie mocht namelijk niet mee. Olijfolie viel volgens de baliemedewerker tot de categorie ‘gevaarlijke stoffen’. Niet de fles was gevaarlijk (die zou je bijvoorbeeld kapot kunnen slaan om vervolgens iemand met het glas verwonden), maar de olijfolie. Dat was “een brandbare stof”. Wij wisten niet hoe we olijfolie zouden moeten laten ontbranden. Verhitten met een lucifer of zo… een aansteker misschien? We vonden het nogal vergezocht en vooral kinderachtig.

De vlucht naar Cairns verliep zonder problemen. De catering en de service waren weer goed. Inmiddels kunnen we concluderen dat de service van Qantas eenmaal in de lucht uitstekend is, maar dat er op de grond nog wel het een en ander aan servicegerichtheid ontbreekt.

In Cairns was het even warm als in Uluru, namelijk ruim 30 graden (van de één op de andere dag was de temperatuur in Uluru met 10 graden gedaald!), maar door de hoge luchtvochtigheid was het hele andere warmte. Binnen de kortste keren brak ons het zweet uit.

We werden met de airport shuttle bus naar het hostal gebracht en we waren nog niet goed en wel binnen of de regen kwam met bakken uit de hemel. Een echte tropische stortbui. Nadat het weer een beetje droog was geworden, liepen we naar het centrum, waar alle winkels inmiddels gesloten waren. Vandaar dat we maar naar ‘Cairns central’ liepen. Dit is een enorm winkelcentrum met o.a. een supermarkt, waar we eten kochten voor ’s avonds. We konden in het hostal ons eigen eten koken in het keukentje, dat met één andere kamer gedeeld moest worden. Die kamer was echter onbezet, dus we hadden lekker de keuken en zitkamer voor onszelf. Wat een luxe!

Donderdag 9 december 2004

We liepen langs enkele duikopleidingscentra naar het centrum. Bij de duikcentra werd eigenlijk steeds hetzelfde verhaaltje verteld toen we om informatie naar duikcursussen vroegen. Met andere worden: in aanbod verschillen ze niet veel van elkaar.

We liepen naar het kantoor van Hertz in het centrum om even te verifiëren hoe het nu zat met onze reservering. Onze reservering voor een groep B auto was namelijk bevestigd voor een prijs van $ 1.275,- maar met slechts 100 km vrij per dag en dat terwijl we hadden gezegd dat we onbeperkte kilometers wilden. Anders betaal je namelijk voor alle kilometers boven de 100 per dag een extra bedrag

Op het kantoor van Hertz werd een en ander afgestemd en toen bleek dat er toch met het call centre moest worden gebeld om de code te wijzigen in ‘onbeperkt aantal kilometers’ en om te vragen welk tarief daaraan vast zal. En… tot onze grote verbazing bleek het huurtarief te dalen! Ons werd nu een prijs van $ 1.210,- geoffreerd voor een B-categorie auto met onbeperkt aantal kilometers. Wij begrepen er niets meer van, de auto’s werden steeds goedkoper naarmate de huurdatum meer in zicht kwam.

We liepen langs nog twee duikscholen en kregen telkens min of meer hetzelfde verhaal te horen. Pro Dive bleek het duurste maar ook het meest volledig in aanbod te zijn.

Bij enkele ‘onafhankelijke’ reisbureautjes vroegen we naar hun mening en iedereen adviseerde Pro Dive. Dus liepen we daar maar weer heen, maar die bleek vol te zitten op vrijdag. Dat zou betekenen dat we nog een dag moesten wachten voordat we konden beginnen. Cairns Dive Centre had wel plek op vrijdag en bood zelfs 10 % korting op de cursus. Ook vertelden ze dat we een Nederlandse instructeur zouden krijgen. We besloten daarom onze duikcursus daar maar te boeken.

We aten een bagel op een terrasje en liepen vervolgens naar ‘The Reef Teach’. We hadden in onze reisgids gelezen dat er dagelijks een presentatie werd gegeven over het Great Barrier Reef: over de dieren die daar leven en over de verschillende soorten koraal. In de gids stond dat de presentator nogal snel sprak en een geheel eigen stijl van presenteren had. Dit had Remco niet gelezen en hij keek wel even vreemd op toen de man zijn presentatie begon. Het was een over-actieve man die inderdaad nogal rap van de tong was. Hij sprong door de ruimte in liep met een stuk koraal op z’n hoofd dat leek op een gewei enzovoort. Het was in ieder geval behoorlijk vermakelijk. De presentator was erg enthousiast en wist erg boeiend te vertellen. Hij gaf iedereen mee om respect te hebben voor het rif en alle dieren die daar leven en verzocht iedereen niets aan te raken of te verstoren.

Vrijdag 10 december 2004

We werden bij het hostal opgepikt en naar het zwembad van de duikschool gebracht, waar we kennis maakten met Mirella, een Nederlandse medecursist, die tot onze verbazing niet ver bij ons vandaan woont in Amsterdam. We zouden zowel de theorielessen als de eerste twee duiklessen in het zwembad krijgen. De theorie bestond voornamelijk uit instructievideo’s en wat toelichting op de apparatuur en het gebruik ervan.

Een vereiste voordat je mag duiken is een medisch onderzoek. Hiervoor moesten we een vragenlijst invullen en daarna moest iedereen zich om de beurt melden bij de arts die hiervoor speciaal naar de duikschool was gekomen.

Er werd gekeken hoeveel lucht je kon inademen, of je je evenwicht kon bewaren, hart en longen werden beluisterd, de bloeddruk werd opgemeten en de oren werden onderzocht. Er was één jongen binnen onze groep die niet door de medische keuring kwam omdat hij ooit eens een epileptische aanval had gehad.

’s Middags gingen we het zwembad in. Wel een beetje vreemd om opgesloten te zitten in zo’n vest met zo’n zware tank van ongeveer 20 kilo op de rug. We moesten het ademhalen onder water oefenen. Toen we daaraan gewend waren, daalden we af tot op de bodem van het bad op 4 meter diepte. Het was allemaal een beetje vreemd. Er was ons op het hart gedrukt steeds te blijven ademen. Het is verboden om je adem inhouden en dat werd goed in de gaten gehouden door Laura, onze Nederlandse instructrice. De oren moesten steeds worden geklaard, want de druk op de oren is groot.

Ook leerden we om het masker onder water vol te laten lopen met water en het vervolgens weer weg te laten stromen zodat er weer lucht in het masker zat. We leerden om zonder regulator (mondstuk) onder water te zijn. Dus: regulator uit de mond nemen en hem vervolgens weer terug te zoeken en weer in de mond te plaatsen.

Na de zwembadsessie gingen we nog een keer het klaslokaal in voor een derde video. De bijbehorende uitleg werd gegeven door de instructrice. Hoewel de cursus in het Engels werd gegeven, was het wel prettig dat zij Nederlands sprak. Zij kon van tijd tot tijd specifieke woorden naar het Nederlands vertalen. Overigens waren vier van de zes cursisten Nederlands.

Na het eerste cursusdagje werden we keurig bij het hostal afgezet. We kookten zelf en ’s avonds was het hard studeren, nou ja… hard. We moesten twee hoofdstukken lezen en de open vragen beantwoorden. Die open vragen waren gewoon zinnen uit het hoofdstuk waarvan enkele woorden weggelaten waren. Piece of cake. Het dwong je echter wel om de tekst in het boek door te lezen.

Zaterdag 11 december 2004

Tweede cursusdag, die zo’n beetje hetzelfde verliep als gisteren, met dat verschil dat we nu ‘s ochtends de zwembadsessie hadden en ’s middag nog wat theorie én het theorie-examen. We leerden de duiktabellen te lezen en berekeningen te maken. Alles was goed te volgen.

Het examen bestond uit 50 meerkeuzevragen. De vragen waren niet al te lastig en in het laatste half uur voor het examen had Laura de cursus nog even kort samengevat, zodat veel antwoorden van het examen wel waren blijven hangen. Toch hadden we beiden nog 4 van de 50 vragen fout, waaronder slordigheidsfoutjes, met name omdat we de vraag niet aandachtig genoeg hadden gelezen. Het aantal fouten was ruim binnen de marge (je mocht 10 vragen (dat is 20%!) fout hebben) en dus waren we geslaagd voor het theoriegedeelte.

Na het theorie-examen reden we met de bus van het duikcentrum naar de duikwinkel, waar (natuurlijk) een commercieel praatje werd gehouden om je vooral maar het een en ander te laten kopen.

’s Avonds hebben we weer lekker zelf gekookt.

Zondag 12 december 2004

Om 7.20 uur werden we opgehaald door het busje van de duikschool en werden we naar de duikwinkel gebracht. De laatste twee cursusdagen zouden we namelijk op het Great Barrier Reef gaan duiken. We hadden ervoor gekozen om één nacht op de boot te blijven. De andere mogelijkheid was om 2 keer een dagboot te nemen. Een beetje vreemd was dat de boot waarmee we naar het Great Barrier Reef pas om 9.00 uur zou vertrekken. Waarom we 1 1/2 uur te vroeg aanwezig moesten zijn, werd ons niet duidelijk.

We besloten nog wat in het centrum rond te kijken en zelf naar de boot te lopen in plaats van bij het duikcentrum te verzamelen en met een busje naar de boot te worden gebracht. Vanuit de haven van Cairns werden we met de dagboot naar de boot op het Rif gebracht, waarop we zouden overnachten. De trip duurde ongeveer 1 1/2 uur. Op de Kangaroo Explorer kregen we een hut toegewezen en al snel daarna (11.30 uur) werd de lunch geserveerd. Het eten was erg smaakvol en goed verzorgd.

Na de lunch zouden we twee duiken maken. We trokken ons stinger suite (tegen kwallen) en daarover een wet suit aan. De eerste duik, onder begeleiding van de instructrice was min of meer een ‘fun’ duik. We hoefden tijdens deze duik geen oefeningen te doen. Dat deden we wel tijdens de tweede duik. We deden eigenlijk dezelfde oefeningen die we ook in het zwembad hadden gedaan, zoals het masker afzetten en weer opdoen en het water eruit blazen, de regulator uit de mond doen en op twee verschillende manieren terugzoeken en een ‘out-of-air’-oefening waarbij je luchttoevoer wordt geblokkeerd. Verder genoten we vooral van de onderwaterwereld.  

We doken op twee verschillende plaatsen op het rif. De tweede duik was veel mooier dan de eerste, omdat we veel meer koraal en vissen zagen. Er zwom zelfs een rifhaaitje. De haaien schijnen over het algemeen erg schuw te zijn en je niet zomaar aan te vallen. We kwamen na de duikcursus overigens wel een bericht in de krant tegen waarin stond dat iemand op ‘slechts’30 kilometer ten noorden van Cairns was aangevallen door een witte haai…. twee dagen geleden!.

Na de tweede duik moesten we ons duiklogboek invullen. Dat deden we in het bijzijn van Laura, die voor akkoord moest tekenen. De eerste 4 duiken zijn namelijk trainingsduiken die geaccoordeerd moeten worden om uiteindelijk gecertificeerd duiker te kunnen worden.

Maandag 13 december 2004

De eerste duik zou vanochtend om 6.00 uur zijn en we lagen dan ook rond die tijd in zee. We zouden afzakken tot 18 meter. Dit is het diepste dat met het brevet mag worden gedoken. We daalden af via de ankerketting, maar op 13 1/2 meter lukte het Remco niet meer om z’n oren geklaard te krijgen. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar de oppervlakte. Duik mislukt.

Na een half uurtje waren de andere cursisten terug en zei Laura dat er nog wel een herkansing was. Dus… na het ontbijt weer het duikpak aan en het water in. Nu iets minder diep, tot maximaal 10 meter. De duik ging goed en was weer plezierig. Bij deze duik lag met name de nadruk op het horizontaal blijven zwemmen en het bewegen van de benen vanuit de heupen. De onderwaterwereld was mooi. Veel koraal en vissen en Laura gaf enkele zeekomkommers aan. Dit zijn nogal glibberige beestjes die lijken op … komkommers.

Tijdens de 4e duik ging iemand met een onderwatervideocamera mee. We moesten nog enkele oefeningetjes doen voor de camera. Zo gingen we vanaf de boot het water in via een koprol en moesten we op de zeebodem onze maskers verwisselen voor een zonnebril. Ook moesten we even op de zeebodem dansen voor de camera. De vierde duik ging ook goed en na die duik mochten we ons gecertificeerd duiker noemen. Jippie, weer een pasje erbij.

Om 11.00 uur mochten we onze eerste vrije duik maken en Remco ging met Christiaan duiken. Die jongen kende hij helemaal niet (zat niet in ons klasje) maar was ook nog geen ervaren duiker. De duik ging uitstekend en we hielden het zelfs 36 minuten uit onder water. Tijdens de oefenduiken waren we nooit langer weggeweest dan 1/2 uur.

Na de duik was het tijd voor de lunch en na de lunch werd de video die die ochtend was gemaakt vertoond. Die was op zich wel aardig, maar duurde niet veel langer dan een kwartiertje. Een kopie op DVD kostte $ 95,- (60 euro) en dat vonden we wel een beetje te gek, dus dat deden we maar niet.

Om ongeveer 15.00 uur werden we door de dagboot opgepikt die ons terug naar Cairns bracht. Op die boot zaten ook Mirella en haar vriend Maurice. Mirella zat bij ons in het klasje, maar had niet overnacht op de boot. Zij had haar open water duiken vanaf de dagboot gemaakt en was ook geslaagd. Eenmaal terug in Cairns spraken we met hen af om ergens iets te gaan drinken, maar voor die tijd liepen we nog even snel terug naar het hostal voor een korte douche. Het borrelen met Mirella en Maurice was erg gezellig. Na het borrelen aten we wat met z’n vieren in de food court van de nachtmarkt.

Dinsdag 14 december 2004

Om 09.45 uur haalden we de auto op bij het stadskantoor van Hertz. We kregen een sneeuwwitte Nissan Pulsar mee. We reden terug naar het hostal, waar de eigenaresse voor onze kamerdeur stond. We waren een uur te laat met uitchecken. We hadden al om 09.00 uur uit de kamer moeten zijn, terwijl wij dachten dat dat om 10.00 uur zou zijn. Verder geen probleem en we legden de spullen in de auto.

We reden naar een winkel (soort Blokker), waar we twee stoeltjes kochten en drie plastic dozen om een en ander in op te bergen (met name kookspullen etc) en daarna reden we langs de kust naar het noorden. We hielden even halt in het ‘mondaine’ strandplaatsje Palm Cove, waar het strand echt schitterend is. We zaten de stingernetten in de zee en er is eigenlijk maar een heel klein stukje zee waar je veilig in kunt zwemmen. De rest van de zee is ‘verboden’ terrein vanwege de box-jellyfish (kwal waarvan een beet dodelijk kan zijn). Onderweg kregen we een steentje tegen de voorruit, waardoor er een barst ontstond. We besloten hiervoor morgen langs Hertz in Cairns te rijden.

We vervolgden de route naar het Daintree National Park. Met een kabelveerpontje staken we de Daintree river over en kwamen we in het Nationale Park. Dit park bestaat uit tropisch regenwoud en in het park zijn meerdere wandeltochten uitgezet. Het waren korte wandeltochtjes, maar desondanks waren ze wel interessant. Jammer is dat alle wandeltochten over zogenaamde ‘board walks’ gaan (houten vlonders). Zeer sympathiek voor de rolstoelgebruikers, hoor, maar echt natuurlijk is het niet.

Na twee korte wandeltochtjes reden we door naar Cape Tribulation. Eigenlijk is het interessantste in dit natuurpark het Cape Tribulation strand. Daar reikt het tropische regenwoud tot aan het strand en dat is wel speciaal om te zien.

Aan het einde van de middag pakten donderwolken samen boven ons hoofd, maar regen bleef uit. We reden terug naar het veerpontje en verder naar Port Douglas, waar we de tent opzetten op een Big-4 camping.

Bij de supermarkt kochten we biefstuk en groente en op de camping barbecueden we. Lekker hoor!

Woensdag 15 december 2004

Na een nachtje behoorlijk zweten stonden we rond 08.00 uur op. Het was inderdaad behoorlijk warm vannacht en rond een uur of één ’s nachts hebben we de tentluifel maar open gezet in de hoop op wat frisse wind.

We ontbeten, pakten de tent in en reden vervolgens naar de Mossman gorge. Hier maakten we een ommetje van ongeveer 2,5 kilometer door het tropisch regenwoud. Het was nog vroeg in de ochtend en nog lekker rustig. Ook tijdens de wandeling kwamen we nauwelijks mensen tegen. Wel zagen we een boskalkoen en zag Marjolijn een bruine slang met zwarte vlekken. Ook zagen we een zeer vreemd reptiel, dat veel weg had van een mini-dinosaurus. Sterke achterpoten en hele korte voorpootjes en het beest rende heel snel. Het beestje was in tegenstelling tot de echte dinosaurussen echter niet meer dan 15 à 20 cm hoog. Op de terugweg bleven we nog even zitten op een plek langs het riviertje, waar een aantal mensen zwommen.

Terug bij de auto bleek dat we op het juiste moment aan de wandeling waren begonnen, want het parkeerterrein stond inmiddels vol. We reden naar de Woolworth supermarkt in het plaatsje Mossman en haalden broodjes en vleeswaren voor de lunch en daarna reden we in de richting van Daintree Village. Hier vandaan zouden ‘rondvaartboten’ vertrekken over de Daintree river. In deze rivier schijnen de onvriendelijke zoutwaterkrokodillen te zitten. Echter, toen we bij het rondvaartbedrijf kwamen werd ons verteld dat de boot van 13.00 uur wel zou vertrekken, maar ons werd sterk aangeraden om later op de dag terug te komen, omdat het water dan lager zou staan, het dan minder warm zou zijn en dat de kans op het zien van krokodillen veel groter was. De kapitein van de boot had op de rondvaart eerder die dag geen krokodillen gezien. Het advies van de dame van het rondvaartbedrijf was heel eerlijk, maar wij hadden geen tijd om te wachten tot 15.30 uur en we besloten terug te rijden in de richting van Cairns. We zouden niet de kustweg terug nemen, maar via Mareeba rijden. Een behoorlijk eindje om, maar wel een mooie en rustige route. Onderweg zeer veel termietenheuvels gezien en ook zeer veel mangobomen (plantages).

Tijdens de route naar Cairns kwamen we nog een beetje in botsing met een stuk rubberband dat een vrachtwagen voor ons was verloren. De vrachtwagen stond een paar honderd meter verderop in de berm, met een personenauto erachter. Die was waarschijnlijk beschadigd geraakt door het stuk rubber. Wij hadden gelukkig niets. De achterbumper was door de botsing met het stuk rubber losgeschoten, maar was eenvoudig weer vast te klikken.

Om 16.00 uur waren we terug in Cairns en ruilden we de auto bij Hertz om. We kregen een Nissan Pulsar automaat mét cruise control in plaats van een handgeschakelde auto. Lekker prettig!. We reden naar de Big 4 camping van Cairns en verbaasden ons om de luxe. Inmiddels hadden we ontdekt dat de campings in Australië van een werkelijk topniveau zijn (de mooiste camping in Europa is qua luxe, reinheid en faciliteiten ongeveer gelijk aan een doorsnee camping in Australië), maar dit was écht top! De tentplaatsen op de camping waren enorm en we stonden heel leuk tussen de palmbomen.

Iets minder aangenaam was dat we ’s avonds een slang in een boom zagen kruipen en dat deze boom slechts op steenworpafstand van onze tent stond!.

Donderdag 16 december 2004

We pakten de spullen in en reden vervolgens naar Mission Beach, waar we tegen de middag aankwamen. We reden naar een camping en gingen eerst een wasje draaien. Dat was wel weer eens nodig en aangezien het weer goed was (veel zon), zou de wasgoed snel drogen. Tegen het einde van de middag liepen we naar het strand van Mission Beach, waar ook een stingernet zou zijn. Het strand was tientallen meters breed en zeer idylisch met alle palmbomen. Het kilometerslange strand was zo goed als verlaten; alleen bij het stingernet lagen enkele mensen op het strand en in het water. Het zeewater was met 27 graden aan de warme kant. Niet echt verkoelend, maar wel lekker.

Terwijl we in het water lagen hoopten we maar dat het droog zou blijven, want de lucht was in korte tijd helemaal grijs geworden. Gelukkig bleef het droog.

Het koken leek even uit te lopen op een drama. Nadat we alles hadden voorbereid, bleek dat je voor het gas moest betalen en klein geld hadden we niet voorhanden. Gelukkig hielpen andere campinggasten ons uit de brand. Maar toen kwam het volgende probleem, namelijk dat de muntenautomaat niet werkte. Dus nog geen gas. De receptie van de camping was al dicht, dus dat zag er niet goed uit. Bij toeval kwamen we iemand van de camping tegen die de muntenautomaat leegde en het probleem (een verkeerde munt blokkeerde het apparaat) oploste. Konden we gelukkig toch nog koken.

Vrijdag 17 december 2004

Vanuit Mission Beach is het maar een uurtje of drie rijden naar Townsville. Het landschap onderweg was wel aardig. Veel suikerrietplantages, maar in de verte zijn altijd de bergen aanwezig. In Townsville gingen we eerst naar het informatiebureau om te informeren naar tochtjes naar Magnetic Island en we kwamen erachter dat het individueel ook goed te doen is. Er vaart zeer frequent een ferry, zelfs tot ‘s avonds laat.

We gingen op zoek naar een camping en vonden er een vlak bij het strand. Ideaal, want er stond een verkoelend windje aan zee. Hopelijk blijft dat ook zo. We gokten erop dat het weer goed zou blijven (de hemel was strakblauw) en we zetten alleen de binnentent op. Daarna reden we terug naar het centrum en gingen wat winkelen en maakten onze eigen kerstkaart in een internetcafé. We kochten avondeten bij de supermarkt en dronken een biertje op het terrasje van de plaatselijke bierbrouwerij en daarna reden we terug naar de camping om te koken. Daar zagen we ook weer de drie Franse studenten die we de avond ervoor ook in Mission Beach op de camping hadden ontmoet.

Na het eten besloten we toch maar de buitentent ook op te zetten, want het kwam met bakken uit de hemel. Gelukkig was dat snel gedaan en bleef de (water)schade zeer beperkt.

Zaterdag 18 december 2004

Vanochtend namen we om 08.10 uur de ferry naar Magnetic Island. Het was maar een tochtje van 25 minuten naar het eiland, maar wel een behoorlijk hobbelige 25 minuten. Op het eiland liepen we van de ferry naar het andere eind van het eiland. Dat was ongeveer 6 à 8 kilometer lopen en voor het grootste deel ging dat over een wandelpad. Het was behoorlijk afzien, want het was warm (weer zo’n 30 graden) en het pad ging door heuvelachtig terrein, dus veel klimmen.

Aan het andere eind van het eiland, in Horse shoe Bay, was een stingernet en konden we dus aan het strand liggen. In Horseshoe Bay is overigens het énige stingernet en dus de enige plek om veilig te kunnen zwemmen. Alhoewel…. echt veilig schijn je tussen de stingernetten ook weer niet te zijn. We hadden gisteren namelijk het volgende in de krant gelezen: “Op woensdag 15 december 2004 is een man in North Mission Beach naar het ziekenhuis gebracht, omdat hij z’n beenspieren had gescheurd toen hij in bliksemvaart uit het stingernet in Mission Beach rende. Dat deed hij nadat hij een 4,5 meter lange zoutwaterkrokodil naast hem in het water zag zwemmen”. Even voor de goede orde… zoutwaterkrokodillen zijn niet zo erg vriendelijke beestjes.

En….. in datzelfde stingernet hebben wij een dag later gezwommen!

Maar goed. In Horseshoe Bay zwommen we gerust in het stingernet en lagen we verder heerlijk op het strand in de schaduw van de palmbomen. Om 14.30 uur namen we een bus terug naar de ferry die ons om 15.00 uur terug nam naar Townsville. Daar dronken we een biertje op het terras van de plaatselijke bierbrouwerij, voordat we terugkeerden naar de camping.

Zondag 19 december 2004

Van Townsville naar Airlie Beach is een ritje van ongeveer 250 kilometer. De route was niet zo bijzonder. Nog steeds veel suikerrietplantages.

Al vroeg in de middag waren we in Airlie Beach, dat uit niet veel meer bestaat dan één winkelstraat met vooral veel barretjes en reisbureautjes, maar waar vandaan tours naar de Whitsunday eilanden vertrekken. We informeerden bij enkele reisbureautjes waar de muren vol hingen met folders. Er bestond de mogelijkheid voor ééndaagse of meerdaagse tours. Die meerdaagse tours waren pittig geprijsd en we vonden één dag eigenlijk wel voldoende. We hadden op de camping een aantal toeristen gesproken die een meerdaagse tour hadden gedaan op een zeilschip en zij gaven aan dat één dag voldoende zou zijn, tenzij je echt een zeilfreak bent. Alle reisbureautjes kwamen met dezelfde folders / touroperators aanzetten.

In een internetcafé verzonden we onze eigengemaakte kerstkaarten via de e-mail en daarna reden we terug naar de camping. Bij de receptie van de camping was het ook mogelijk om tours te boeken en daar lieten we ons nog één keer informeren en weer volgde (eigenlijk) hetzelfde verhaal. De receptioniste wees ons op een speciale aanbieding. Volgens haar bood een goede touroperator een dagtoer aan met 25% korting en toevallig bleek dat ook de touroperator te zijn waarbij we eigenlijk wilden boeken. De tour was nu $ 74 in plaats van $ 105, maar er kwam nog wel $ 6 ‘reef tax’ en $ 5 voor het huren van een stinger suit bij. We boekten deze tour voor de volgende dag.

Maandag 20 december 2004

Om 08.10 uur werden we door een busje van Reef Jet bij de ingang van de camping opgehaald en naar de jachthaven van Airlie Beach gebracht, waar een grote boot klaar lag. Nadat we de boot hadden betreden, vertrok die vrijwel direct. Terwijl we op het busje van Reef Jet stonden te wachten, hadden we kennis gemaakt met een ouder (gepensioneerd) Engelse echtpaar dat dezelfde dagtocht zouden maken. Erg vriendelijk mensen.

We voeren naar Hook Island, waar de mogelijkheid werd geboden tot het maken van een duik en tot snorkelen. Remco had besloten om een duik te maken en verdween onder water met twee buddies. Die jongens kwamen uit Duitsland en hadden hun duikbrevet net een week voor Remco gehaald. We werden met een dingy naar de duikplek gebracht en moesten achterwaarts het water in, iets dat nieuw was voor Remco. De duik duurde 30 minuten en was niet zo heel erg spectaculair. Het water was nogal troebel en het zicht derhalve beperkt. Desalniettemin was het weer een leuke ervaring en heeft Remco toch weer andere vissen gezien. Ook de diepte viel (met maximaal 15 meter) erg mee. Voor het grootste deel bleven we tussen de 2 en de 5 meter hangen.

Na het duiken ging Remco, net als Marjolijn, ook snorkelen en kwamen we tot de conclusie dat we tijdens het snorkelen eigenlijk net zoveel zagen als tijdens het duiken. We zagen veel papagaaivissen en enkele kwallen, waar we in een grote boog omheen zwommen, ook al droegen we een stinger suit.

Terug op de boot was er de lunch. Goed verzorgd, maar er was niet voldoende voor iedereen. Tijdens de lunch voer de boot naar White Heaven Beach. Het strand was inderdaad prachtig wit. Een tiental andere boten was ook van anker gegaan aan het kilometers lange zandstrand. We hadden het strand dus niet echt voor ons alleen. Remco ging nog even snorkelen en zag een zeeschildpad zwemmen, maar verder was er weinig te zien onder water. Na 1 1/2 uur voer de boot weer terug naar Airlie Beach. We werden afgezet bij de camping, waar we even douchten alvorens we boodschappen gingen doen.

Dinsdag 21 en woensdag 22 december 2004

Twee reisdagen stonden voor de boeg. Even flink gas op de plank, want er moet een behoorlijke afstand worden overbrugd. Vanuit Airlie Beach reden we de eerste dag naar Rockhampton, een ritje van zo’n 500 kilometer en de volgende dag reden we vanuit Rockhampton naar Hevey Bay. Ook dit was weer zo’n 500 kilometer rijden. In de buurt van Mackay maakten we een uitstapje naar het Eungella National Park. Daar konden we weer een boswandeling maken naar een meertje aan de voet van een waterval. De wandeling was aardig, maar we hadden inmiddels besloten te stoppen met het maken van dit soort wandelingen, want het voegt niets meer toe aan onze ervaringen. We hebben het wel gezien om zomaar te zeggen.

Ongeveer een uurtje ten zuiden van Mackay verlieten we het suikerrietgebied en werd de omgeving meteen een stuk droger. De camping in Rockhampton was oké. We zagen hier ook het Engelse echtpaar weer die we in Airlie Beach hadden ontmoet.

We hadden echter wel een onrustige nacht, doordat een stel a-socialen de hele nacht op bleef en voor geluidsoverlast zorgden. Gelukkig kwam ’s ochtends de tuinman met een kettingzaag naast de tent van de a-socialen de plantjes snoeien, precies op het moment dat deze personen wilden gaan slapen.

Vanuit Rockhampton reden we verder naar Gladstone, waar we in de plaatselijke bibliotheek gratis van het internet gebruik konden maken. Gelukkig voor ons, want we moesten een groot deel van het dagboek bijwerken. We waren dan ook erg blij dat we ieder 3 uur achter een machine mochten zitten. De verbinding was uitstekend en dat was nog een groot voordeel.

Nadat we een groot deel van het dagboek bij hadden gewerkt, reden we verder naar Hervey Bay, dat nog zo’n drie uur ten zuiden van Gladstone ligt. We reden naar de Big-4 camping even buiten het centrum. De camping had maar vier tentplaatsen, maar alle waren onbezet voor de eerste nacht, dus we zochten het mooiste plekje uit. We informeerden in het centrum naar tours naar Fraser Island.

Terug bij de camping informeerden we ook bij de receptie nog even naar tours naar Fraser Island. Zij boden hetzelfde aan als in het centrum en we besloten om op de camping een dagtocht te boeken voor de volgende dag.

Donderdag 23 december 2004

Lekker rustig nachtje gehad, maar om 04.30 uur werden we al weer gewekt door de zeer luidruchtige papagaaien die de bomen bevolken.

Om 07.30 uur werden we door een dubbeldeksbus opgehaald. Stipt op tijd! De chauffeur was één van de eerste Aussies die op tijd is. Achter het stuur zat Alan, een man van ongeveer 45 jaar oud die heel beleefd was. Hij zou ook onze gids zijn vandaag.

Nadat anderen waren opgepikt, reden we naar de ferry. Dit was een eenvoudig scheepje met maar aan één kant van het scheepje de mogelijkheid om er op te rijden. Derhalve moesten alle jeeps achterwaarts de ferry oprijden.

Nadat alle auto’s op de ferry stonden, mochten wij, de voetgangers, de ferry betreden. De dubbeldekker bleef achter op het vaste land en een 30-persoons 4wd bus zou op Fraser Island klaarstaan. De ferry bonkte letterlijk op iedere golf en de auto’s stonden te dansen op hun vering op het parkeerdek beneden ons. De overtocht duurde zo’n 35 minuten en tijdens de overtocht zagen we vele dolfijnen in de riviermonding.

Op Fraser Island stond een luxe bus klaar en al snel begaven we ons richting de oostkant van het eiland. Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld en ook alle wegen zijn van zand.

We hobbelden er flink op los, zoals de gids van te voren al had gewaarschuwd: de achtbaan is gratis vandaag. De gids was vriendelijk en enthousiast en was zeker niet van het type ‘ik ben geweldig en applaus voor jezelf’-type, zoals vele gidsen. De gids vertelde honderd-uit over de geschiedenis en het ontstaan van het eiland, de flora en fauna etc. Zijn verhalen waren erg interessant.

Aan de oostzijde van het eiland was een resort waar we koffie / thee en een muffin kregen en daarna reden we naar het strand. Over het strand was het nog zo’n 35 km rijden naar het scheepswrak en de coloured sands. Dat over het strand rijden was wel apart. De maximumsnelheid bedraagt 80 km per uur en je moet links houden (nee, er staan geen strepen in het zand). Voor de duidelijkheid gaven de jeeps veelal richting aan als er een tegenligger aankwam om aan te geven aan welke kant ze elkaar zouden passeren. Vaak werden er zoetwaterstroompjes overgestoken en daar was het strand niet helemaal egaal.

Onderweg zagen we een dingo lopen en bij de coloured sands werd kort gestopt. Eigenlijk alleen voor een fotostop. De coloured sands was een stuk duin met verschillende kleuren en was bijzonder om te zien. Daarna reden we naar een scheepswrak dat in de branding ligt sinds 1935. In dat jaar werd het luxe passagiersschip tijdens een winterstorm op de kust geworpen en is daar altijd blijven liggen. Er is nu niet veel meer van over dan wat oud roest, hoewel een deel van het schip nog wel herkenbaar is. Ondertussen hadden zich een aantal Aboriginals bij onze bus toegevoegd. Zij leven in een reservaat op het eiland en namen de bus om naar Hervey Bay te gaan. Ze vertelden wat over hun cultuur en zongen een welkomsliedje.

De volgende stop was bij een zoetwaterriviertje dat uitkwam op het strand. Hier was gelegenheid om te zwemmen en een beetje rond te lopen. Wij liepen om het meer heen en werden vergezeld door een aboriginal uit de bus. Hij vertelde een hele boel over hun gebruiken: welke bomen ze gebruiken om vuur mee te maken, welk hout het meest geschikt is voor speren e.d. en welke signalen ze uit de natuur gebruikten. Hij vertelde bijvoorbeeld dat als een bepaalde boom in bloei stond, het de beste tijd was om oesters te eten. We maakten nog een aantal foto’s van het zandstrand en daarna was het al weer tijd voor de lunch. We reden terug naar het resort, waar een buffet op ons stond te wachten. Eten in overvloed en het smaakte redelijk.

Na de lunch reden we naar het ‘regenwoud’ waar onze chauffeur en gids een rondleiding verzorgde. Ook nu was hij erg informatief en was erg begaan met de natuur. We liepen langzaam waardoor de wandeling nog iets leek, maar een lange wandeling was het niet. Na het regenwoud ging de rit verder naar een zoetwatermeer in de duinen. Hier kregen we de gelegenheid om een half uurtje te zwemmen. Veel te kort helaas om van het heerlijke water en de schitterende omgeving te genieten. Het water in het meertje was aangenaam warm en het was net alsof je in een warm bad stapte. Het was alweer de laatste bezienswaardigheid op het eiland en na het warme bad reden we terug naar de ferry. Op de ferry was een van de automobilisten vergeten de handrem aan te trekken waardoor de auto andere auto’s had beschadigd. Niet echt slim.

Om 17.30 uur werden we afgezet op de camping. We besloten om direct wat inkopen te doen voor het avondeten en reden terug naar het centrum. Hier zagen we opeens Mirella en Maurice lopen. Wij hadden samen met Mirella de duikcursus gevolgd in Cairns en in Nederland wonen we in dezelfde wijk. En nu zagen we ze hier weer lopen. Wat is de wereld toch klein!

Vrijdag 24 december 2004

Het was vandaag een kort ritje naar Tewantin, nabij Noosa Beach. Het was ongeveer twee uur rijden en we deden het rustig aan. We reden via het plaatsje Maryborough. De reisgids vermeldde maar weinig over dit plaatsje, maar het was juist een heel leuk plaatsje. Er gebeurde alleen niet veel.

In een soort van ‘Xenos’-winkel kochten we een nieuw stoeltje, nadat de andere het al had begeven alsmede een citronellakaars die ons ’s avonds tegen de vreselijk irritante muggen zou moeten beschermen. Bij een echte Franse bakker, aldus het reclamebord voor de deur, kochten we enkele ‘crispy’ broodjes, die helemaal niet crispy waren, maar meer weg hadden van schoenzolen. Nee… brood bakken kunnen de Australiërs echt niet. De broodjes aten we op in een zeer smaakvol aangelegd park en na de lunch reden we door naar Tewantin.

Remco kwam erachter dat hij zo stom was geweest om de baterijoplader op de camping in Hervey Bay te laten liggen. We besloten om door te rijden naar Tewantin om daar vanaf de camping naar de vorige camping te bellen om te kijken wat voor oplossing we konden bedenken.

De receptionist van de camping in Tewantin keek zeer vreemd op toen we vroegen of hij een plaatsje voor een tentje had, want oh, oh, oh… wat was het druk! Maar goed, hij bleek nog wel een plaatsje te hebben. Toen we de camping opreden, bleek dat die nog voor geen 50% bezet was.

We belden naar de camping in Hervey Bay en de oplader lag inderdaad nog in de campingkeuken. Het meisje van de camping stelde echter voor om de oplader via de post op te sturen naar een andere camping en dat vonden we een puik idee.

Nadat we de tent op hadden gezet, reden we naar een supermarkt, omdat we niet wisten tot hoe laat de supermarkt in verband met de naderende feestdagen zou sluiten. Eenmaal bij de supermarkt bleek dat we ons helemaal niet hoefden te haasten, want de supermarkt was gewoon tot 21.00 uur open. We bekeken ook de openingstijden voor de komende dagen. Alleen op (voor ons) eerste kerstdag zou de supermarkt gesloten zijn.

We maakten burrito’s en dronken er een wijntje bij. Het smaakte prima en dat was ook precies de bedoeling op kerstavond. De Aussies stonden allemaal te dringen om de BBQ. Dat is hun manier van kerst vieren: barbecue, bier en af en toe een duik in het zwembad of in de zee.

Na het eten werden we door onze overburen uitgenodigd een glaasje wijn te komen drinken. Dit was een gezin uit Brisbane dat hier 4 weken vakantie doorbracht. Dat was erg gezellig. We vinden de Aussies over het algemeen erg vriendelijk en sociaal.

Zaterdag 25 december 2004

Eerste kerstdag. We stonden op en het zonnetje bleek te schijnen. Niet voor lang, want al snel werd het bewolkt en het bleef de hele dag bewolkt. Onze Australische overburen kregen familiebezoek en waren druk bezig met de voorbereidingen van een BBQ-ontbijt. De hele bakplaat lag vol met verschillende soorten vlees. Ze boden ons een kangaroo-worstje aan om te proberen. Dat smaakte helemaal niet slecht!

Na het ontbijt reden we naar Noosa Heads. Dit is een lagune aan de monding van de Noosa Rivier in zee. Langs de rivier hadden Aussies de barbecueplaatsen in beslag genomen voor een uitgebreid kerstontbijt met de hele familie. Het wat een drukte Van belang in het smalle park langs de rivier. De straten waren verder uitgestorven.. We gingen op het strand van Noosa Heads in het zand liggen lezen en kijken naar de kite surfers op het water. Die waren spectaculair.

Na een uurtje of drie aan het strand te hebben gelegen, reden we naar Sunshine Beach. Dit was een echt strand met een echte zee met hoge golven. Nog steeds was het zwaar bewolkt en de eerste druppeltjes kwamen naar beneden. Dat was ook de reden waarom we niet lang aan het strand bleven zitten en terug liepen naar de auto. We reden een stuk langs het strand via de Sunshine Coast (sinds we aan de ‘Sunshine Coast zijn, is het voornamelijk zware bewolkt geweest en hebben we nauwelijks zon gezien).

Eenmaal terug op de camping bleek dat we het noodweer waren ontlopen. Op de camping had het behoorlijk geregend en geonweerd. Onze wasgoed, dat we vanochtend hadden gewassen en te drogen hadden gehangen, was weer zeiknat. Inclusief onze lakenzakjes. Dat wordt dus een nachtje in de slaapzakken slapen.

Zondag 26 december 2004

Het was weer een grijze dag, behalve vanochtend om 07.00 uur, toen we de tent uitbrandden. We pakten de tent in en gingen op weg naar Brisbane. We draaiden al snel een vierbaans autosnelweg op, waar overigens maar 110 kilometer per uur mocht worden gereden.

Bij Nambour verlieten we de snelweg om naar de Glass House Mountains te rijden. Dit is een gebied met een dertiental vulkanische bergjes (ongeveer 300-400 meter hoog), die los van elkaar in het landschap staan. We reden naar het op borden aangegeven “Scenic Lookout” punt, maar het uitzicht was helemaal niet zo scenic. Vegetatie belemmerde het zicht en het weer zat niet mee voor een mooi uitzicht. De Glass House Mountains waren wel bijzonder om te zien.

We reden verder naar de camping aan de noordkant van Brisbane. Op de andere weghelft reed het verkeer langzaam in een lange rij. De vakantieperiode was aangebroken en iedereen leek op weg te zijn naar de vakantiebestemmming ten noorden van Brisbane. Een radarcontrolepost op die rijbaan had weinig te doen.

Op de camping zetten we de tent op en daarna reden we naar de Alma Dierentuin, die ongeveer 15 kilometer ten noorden van Brisbane ligt. Nu moesten we ook achteraan aansluiten in de file. Gelukkig maar voor een kort stukje. De dierentuin lag in een schitterend park en de folder van de dierentuin gaf aan dat het park vaak prijswinnaar voor mooiste park is geweest.

De dierentuin zelf was tamelijk klein, maar er waren koala’s, cassowarries, emu’s en andere Australische diersoorten die we niet in het wild zijn tegengekomen.

Na het bezoek aan de dierentuin reden we via de kustplaatsjes Redcliffe en Margate terug naar Brisbane. Het was goed dat we ons keurig aan de snelheid hielden, want we kwamen onderweg maar liefst drie(!) snelheidscontroles tegen. De politie heeft zeker niets beters te doen op Boxing Day (tweede kerstdag). Net als in Brisbane waren ook in de plaatsjes die we onderweg aandeden de winkels gesloten, op de slijterijen na (vreemd genoeg).

’s Avonds aten we in een pastarestaurant, nabij de camping.

Maandag 27 december 2004

We stonden op en ontbeten in de kampkeuken. Er hing een televisie en het journaal stond aan. Er werd melding gemaakt van 11.000 doden in Zuid Oost Azië als gevolg van een tsunamie voor de kust van Ateh, Sumatra. Geschokt bekeken we de beelden op tv.

We reden naar het centrum van Brisbane. Na even zoeken vonden we een gratis parkeerplekje naast de melkfabriek op de South Bank. Parkeren in het centrum van Brisbane is gelimiteerd voor een bepaalde tijd of is vreselijk duur om je de auto in een parkeergarage neerzet. We geven het geld liever aan andere dingen dan aan parkeerbelasting.

We staken de brug over de rivier over en zaten direct in het winkelgebied. De uitverkoop was begonnen (die begint normaal gesproken op 26 december (Boxing Day) behalve in Brisbane, waar de gemeenteraad de winkels had verboden de deuren op Boxing Day te openenen) en het was behoorlijk druk in Queens Street, de winkelstraat van Brisbane. Bij Mayer (een warenhuisketen) kocht Remco een nieuwe zonnebril, nadat die ochtend het pootje van z’n oude zonnebril het had begeven. We liepen een deel van de wandelroute uit de reisgids en we belden onderweg met Gilbert Lee. We hadden Gilbert in een restaurant in Puno, Peru ontmoet en hij had ons z’n telefoonnummer gegeven en gezegd dat we hem moesten bellen als we in Brisbane zouden zijn. We waagden het erop en belden hem, hoewel we wisten dat het een drukke vakantieperiode voor de meeste Aussies is. Hij was thuis en we spraken af bij de fonteinen nabij het casino in Queen Street om 16.00 uur.

Samen met Gilbert dronken we een biertje op het terras van het casino. Het weerzien was erg leuk en ‘oude’ herinneringen aan Peru werden opgehaald. Daarna leidde Gilbert ons rond door het casino. Iedereen kan zomaar naar binnen lopen, zonder ‘dress code’ en zonder zich te legitimeren. Alleen een bewakingsbeambte keek een beetje raar op van onze kleding. Tsja, niet iedereen gaat in korte broek met daaronder bergschoenen en een rugzak op de rug naar het casino.

Het casino op zich was niet erg speciaal; roulette en black jack-tafels zijn overal ter wereld hetzelfde, maar het gebouw was heel chique en was schitterend gerenoveerd.

Rond 18.00 uur namen we afscheid van Gilbert en spraken we af om elkaar op woensdag weer te ontmoeten. Gilbert zou ons die dag meenemen naar de Glass House Mountains.

We reden terug naar de camping om te gaan koken. Plots begon het behoorlijk hard te waaien en dat was de voorbode van een stevige onweers- en regenbui. Die was gelukkig van korte duur.

Dinsdag 28 december 2004

Wereldnieuws: het dodental van de tsunami in Zuid Oost Azië is opgelopen tot 25.000.

Gisteravond had het slot van de achterklep van de auto het begeven. Het had nooit echt goed gefunctioneerd, maar nu werkte het slot helemaal niet meer. Dus begaven we ons naar het kantoor van Hertz. Dat kantoor ligt in dezelfde straat als de camping, marr die bleek kilometers lang te zijn.

Het euvel met het slot was niet direct te verhelpen en daarom kregen we een andere auto mee. We pakten alles over en reden we naar het centrum. We parkeerden de auto op dezelfde plek als gisteren; de enige straat op de South Bank waar geen betaalautomaten staan. We besloten het Queensland Museum te bezoeken. Dit is een zeer interessant museum, waar alles van Queensland wordt belicht, zoals flora en fauna, maar ook werk, economie en wonen. Er was een hele verdieping met opgezette dieren en ook een afdeling bedreigde diersoorten. Ook was er veel aandacht voor de Aboriginal-cultuur. Een zeer interessant museum.

Na het bezoek aan het museum staken we de weg over naar het theater. Een dame achter de balie maakte ons erop attent dat de goedkoopste tickets voor de voorstelling ‘Mamma Mia’ een uur voor aanvang van de show te verkrijgen waren. De tickets zouden dan geen $ 70 of $ 98 kosten, maar slechts $ 30. De laatste lege stoelen zouden op volgorde van best beschikbaarheid worden verkocht.

We liepen door het park op de South Bank. Dit park is het voormalige terrein van de Expo 1988 en was schitterend aangelegd. Midden in het park was een mini-strandje, met echt zand. In het ‘zwembad’ was het een drukte van belang, evenals bij de talloze barbecues langs het zwembad, waar druk werd gebarbecued.

Aan het einde van het park staken we de voetgangersbrug over en kwamen we uit bij de botanische tuin. Die lieten we links liggen, want we hebben inmiddels al aardig wat botanische tuinen gezien. We liepen langs een aantal schitterende Victoriaanse gebouwen terug naar het centrum. Het was nog een hele kunst om de gebouwen te fotograferen zonder de foeilelijke torenflats of de bouwkranen ook op de foto te zetten.

In het centrum kochten we bij de ‘Subway’ (een keten van belegde broodjes-winkels) een broodje gezond en daarna begaven we ons naar het theater. We kochten tickets voor Mama Mia en we kregen plaatsen in het midden van de zaal op het eerste balkon. Helemaal geen gekke plaatsen!

De voorstelling zou om 19.30 uur beginnen en tot die tijd dronken we een biertje op een terrasje in het park.

De musical Mamma Mia was schitterend. Het integreren van de hits van Abba in het verhaal is erg goed gelukt en het verhaal op zich was erg komisch en leuk en volgens ons een beetje toegespitst op Australië.

Woensdag 29 december 2004

Om 08.00 uur zouden we door Gilbert op de camping opgehaald worden, maar hij verscheen al om 07.40 uur in de kampkeuken, waar we op dat moment zaten te ontbijten. Met zijn Toyota 4-wheel drive reden we naar Mount Tibrogargan. Dit is één van de bergen (bergjes) van de Glass House Mountains. Onderweg vertelde Gilbert het een en ander over de omgeving.

Aan de voet van Mount Tibrogargan, op de parkeerplaats, ontmoetten we Norbert, een 77 jarige Duitse vriend van Gilbert en nogal een vitaal mannetje. Eens per week beklimt hij de berg en zo ook vandaag. Hij had graag met ons mee gegaan, maar wij gingen veel te laat volgens hem. Norbert had de berg inmiddels al beklommen, maar we zouden hem later op de dag bij het thuis nog ontmoeten.

Vol goede moed begonnen we aan de klim. Het eerste deel was niet zo’n punt, maar het echte werk begon toen we bij een ongeveer 15 meter hoge vrijwel verticale wand belandden. Marjolijn vond het allemaal wel best en besloot op haar manier van de omgeving te genieten, terwijl Gilbert en Remco aan de klim begonnen. Op zich ging het best. Remco vreesde voor de afdaling, die volgens hem, veel lastiger zou worden dan de beklimming.

Na de eerste -vrijwel verticale- wand, zouden er nog twee van deze uitdagingen volgen, maar alles ging goed en na ruim een uur klimmen stonden we boven op de berg. Het uitzicht op de omgeving was schitterend, evenals het weer. Het uitzicht was goed en we konden ver kijken.

Het afdalen ging eenvoudiger dan verwacht en na ongeveer twee uur waren we weer terug op de parkeerplaats.

We reden naar het huis van Norbert in Brisbane. Daar werden we door zijn vrouw ontvangen en namen we plaats op de veranda van het huis. Koffie en koek werd aangevoerd en we zaten er heerlijk relaxed met elkaar te praten. Na korte tijd kwam Norbert thuis en we kregen bier, echte Edammer-kaas, zoutjes etc.

Rond 15.00 uur namen we afscheid van Norbert en zijn vrouw Elsa, maar niet voordat we een foto van ze hadden genomen. Norbert had aan Gilbert een delicatessenzaak doorgegeven en daar wilde Gilbert even langs rijden. De delicatessenzaak was gespecialiseerd in niet-Australische producten en daar kochten we een doosje katjesdrop en een pot zuurkool van Hak. Daarna zette Gilbert ons af bij de camping en namen we afscheid.

Donderdag 30 december 2004

We besteedden nog een ochtend in Brisbane en aan het begin van de middag, verlieten we Brisbane via wegnummer 3. Vrij irritant op de snelweg is dat iedereen keurig rechts rijdt (wat de snelste baan zou moeten zijn), ongeacht de snelheid en dat we dus links moesten inhalen. Of dat mag weten we niet. Er mag niet zoveel in Australië, dus dit waarschijnlijk ook niet.

Onderweg naar het zuiden stopten we in Harbour Town. Dit is een winkelcentrum waar veel kleding outlet stores zijn gevestigd, maar we konden niets leuks (en bruikbaars!) vinden. We vervolgden onze weg en dachten dat we Manhattan voor ons zagen verschijnen. Het bleek niet Manhattan te zijn, maar het plaatsje ‘Surfers Paradise’. In Surfers wordt alles onder de 12 verdiepingen waarschijnlijk tot laagbouw gerekend; wat zijn de woontorens hier hoog en lelijk, zeg. Het deed erg denken aan de Spaanse Costa’s. We reden door de hoofdstraat tussen alle hoogbouw en vervolgens verder zuidwaarts.

Het liep al tegen het einde van de middag en we moesten maar eens op zoek gaan naar een camping. De eerste twee campings bleken vol te zijn en met vol bedoelen we dan ook echt vol; de zijkanten van de tenten raakten elkaar net niet.

Om 18.15 uur reden we een camping in Palm Beach op. De receptie was net gesloten, maar er was toch nog iemand aanwezig die ons hielp. Hoewel er op het bord aan de weg stond dat de camping vol was, bleek er nog plek zat te zijn. Gelukkig maar!

We aten bij een Thai in het ‘centrum’ van Palm Beach. Het restaurant kende slechts 3 tafeltjes, maar het was er ontzettend druk. Veel mensen kwamen hier eten afhalen. Het eten was erg lekker (ook pittig) en niet duur.

Vrijdag 31 december 2004

Wereldramp: het dodental van de tsunamie is inmiddels opgelopen tot 120.000!

Al vroeg, heel vroeg waren we wakker. Normaal zetten we (zelfs met behulp van een kompas) de tent op een strategische plek op, zodat ie ’s ochtends zo lang mogelijk in de schaduw van bomen staat, maar op deze camping was geen boom te bekennen. Het gevolg was dat we rond 06.00 uur de tent uitbrandden. We stonden dus vroeg op en toen we de tent uitkropen zagen we dat de Aussie achter ons al stond te barbecuen! We blijven bij ons standpunt dat de Aussies een beetje vreemd zijn.

Om 06.55 uur belden we met Fred. Die erg verbaasd reageerde toen we opnamen met: ‘goedemorgen vanuit Australië’. In Nederland was het op dat moment 21.55 uur. We konden slechts enkele minuten praten voordat we door al ons kleingeld waren.

We reden naar Tweed Heads waar de grens met New South Wales ligt. Het stadje zelf was even saai als vele andere stadjes, maar het strand was mooi. Vanaf een viewpoint hadden we zicht op Surfers Paradise in de verte en het beeld van een Australisch Manhattan werd nog eens benadrukt.

We reden verder naar Byron Bay, maar die plaats kwamen we niet in. Alle toegangswegen tot Byron Bay waren geblokkeerd en je mocht het plaatsje alleen in na betaling van $ 20,-. Omdat we niet eens wisten of we in Byron Bay wel op een camping een plekje konden vinden, maakten we rechtsomkeer en probeerden Byron Bay via de zuidzijde (via Lennox Head) te benaderen.

Bij Lennox Head troffen we twee campings aan, beide vlak aan zee. De eerste camping leek ons niets en de tweede had een bord met ‘no vacancy’ buiten staan. Toch maar even vragen en er bleek inderdaad nog wel een plekje op het ‘recreatieterrein’. Dit was een grasveldje van misschien 10 x 5 meter waar we onze tent op mochten zetten. Het was geen officiële plaats, maar we hadden wel de grootste plek van de hele camping! Volgens de receptioniste was er van alles te doen in Byron Bay en in het gratis weekkrantje stond inderdaad een agenda voor oudjaarsdag. Er zouden drie podia met live muziek zijn.

De receptioniste belde voor ons met het busbedrijf om naar de dienstregeling te vragen. De bushalte bleek vlakbij de camping te zijn en er zou ieder kwartier een bus naar Byron Bay gaan tot 04.00 uur ’s nachts. Het klonk allemaal te mooi om waar te zijn.

’s Middag reden we wat door de omgeving. Via het leuke plaatsje Bangalow reden we naar Lismore en verder naar Ballina en via Lennox Head weer terug naar de camping. De omgeving was erg mooi; heuvelachtig met frisgroene weiden. Soms was het even zoeken naar de juiste afslag. Waarschijnlijk is de bewegwijzering in deze omgeving uitbesteed aan een Franse onderneming.

Op het radiojournaal werd melding gemaakt van meer dan 120.000 doden door de tsunamie en in een radiospot na het journaal werd opgeroepen tot het doneren van geld. Er werd vervolgens benadrukt dat alle donaties boven de $ 2,- (1,20 euro!) zijn aftrekbaar van de belasting.

Tegen 17.30 uur namen we de bus naar Byron Bay. Op de deur van de bus was een A4-tje geplakt met de melding dat alcohol in de bus verboden was en dat de politie het in beslag zou nemen. Daar stonden we dan met 6 bier blikjes in onze rugzak. We betaalden $ 3,- p.p. voor een enkeltje voor een rit die niet langer dan 5 km was. Ergens in het centrum van Byron Bay was de eindhalte en we zagen vrijwel direct allemaal jongelui op straat met alcohol lopen. We hadden inmiddels begrepen dat het gehele centrum een alcoholvrij gebied zou zijn vanavond.

We liepen naar het strand. In het park bij het strand stond een podium en daar zat een groot aantal mensen in het gras. Wij namen plaats aan een picknick tafel die net vrij kwam toe wij eraan kwamen lopen. Al snel namen 6 Aussies om ons heen plaats aan de picknicktafel. Eerst kwam een ouder echtpaar ons gezelschap houden en later kwam er nog een gezin bij. Het podium werd opgebouwd en de Aussies aan onze tafel beklaagden zich over de organisatie. Plots kwam de politie in groepen van 4 agenten in actie. Iedereen die alcohol aan het drinken was, moest dat inleveren of weggooien. Velen mensen begaven zich toen maar het strand. Het strand bleek niet meer onder de verantwoordelijkheid te vallen van de gemeentepolitie, maar van de waterpolitie en op het strand gold kennelijk het alcoholverbod niet (of dat werd door de waterpolitie niet gehandhaafd).

Wij kletsen een beetje met de Aussies aan onze tafel. Rond 20.30 uur begon een band op het podium te spelen. De muziek was instrumentaal en oersaai. In Nederland zouden ze absoluut zijn weggefloten.

Meer en meer politie kwam langs en ze stopten ook aan ons tafeltje, want het Aussie-gezin zat aan de witte wijn. Dat moest in het bijzijn van de politie worden opgedronken of weggegooid. Feestelijke boel hier, hoor! Geen champagne voor ons om 24.00 uur.

Om 21.00 uur was er vuurwerk, dat slechts enkele minuten duurde. Alleen professionele bedrijven mochten vuurwerk afsteken en niet, zoals in Nederland, iedereen. Om 21.00 uur en om 24.00 uur zou er vuurwerk zijn, maar het vuurwerk van 21.00 uur gaf ons niet de moed om tot middernacht te blijven wachten. We besloten wat in het dorpje rond te gaan lopen. Het was vrij druk met vooral tieners. In de hoofdstraat was een processie van de Hare Krisna en dat was zo’n beetje het opwindendste van de avond. We liepen langs een tweede podium, dat nog altijd leeg was (het was inmiddels 21.45 uur) en bij het derde podium stonden niet meer dan 40 een beetje verveeld toe te kijken. Wij zagen het niet zitten om nog twee uur rond te slenteren en namen de bus terug naar de camping.

Op de camping zat – tot onze grote verbazing – bijna iedereen bij hun tent of caravan, terwijl wij er min of meer vanuit waren gegaan dat velen de stad in zouden gaan. We dronken nog een glaasje wijn en om 0.00 uur hoorden we enkele knallen in de verte. We wensten elkaar een gelukkig nieuwjaar en niet lang daarna gingen we maar naar bed. Het was een “dynamische’ oudjaarsavond in Byron Bay. Echte feestbeetsen, die Aussies!

Zaterdag 1 januari 2005

Om 07.00 uur waren we wakker. We besloten om dit jaar maar eens mee te doen aan de nieuwjaarsduik en dus liepen we naar het strand. We installeerden de videocamera, want we wilden onze nieuwjaarsduik natuurlijk wel op video vastleggen. We renden de zee in, maar niet te ver. Eigenlijk niet veel verder dan tot de knieën, want de zee is hier zeer krachtig en kent een flinke onderstroming. We voelden de beukende (en trekkende) kracht van de golven die misschien maar een halve meter tot een meter hoog waren en we konden direct begrijpen hoe verwoestend de tsunamie moet zijn geweest. Wat een kracht!

Na de nieuwjaarsduik gingen we douchen en pakten we de tent in. Om 10.00 uur belden we naar huis en wensten we het thuisfront de beste wensen voor het nieuwe jaar. Het was toen 00.00 uur in Nederland.

Bij een echte bakker kochten we een mooi brood met zonnebloempitten en in de naastgelegen supermarkt kochten we beleg en melk. We reden naar het viewpoint bij Lennox Head, waar we ontbeten. Vanaf het viewpoint hadden we mooi zicht op de baai, de enorme golven en de tientallen surfers in zee. Die waren overigens meer aan het peddelen dan aan het surfen. Slechts enkelen beheersten de kunst goed.

We reden verder naar Grafton, waar we aan het begin van de middag incheckten. De Big4-camping was schitterend. We konden zelf een plaatsje uitzoeken en vonden die in de schaduw van een boom. We deden een wasje en gingen naar de supermarkt. Verder deden we niet veel. Ook wel eens lekker.

Zondag 2 januari 2005

Vanuit Grafton reden we via een secundaire weg naar Coff’s Harbour. Daar was het “Holland Down Under”-park. Het was een tuin met een miniatuur Nederland; een soort madurodam. We zagen de molens van Kinderdijk, het stadhuis van Gouda, de Prinsegracht in Amsterdam, de Martinitoren, Volendamse taferelen etc.

Om 11.00 uur was er een demonstratie klompen maken. Het was niet het ambachtelijke (handmatige) klompen maken, maar met behulp van machines. De gemaakte klomp werd weggegeven aan diegene die van de verste uithoek kwam. De Aussie waar we tussen stonden, maakten natuurlijk geen schijn van kans, maar wat moesten we met één klomp? Daarom bedankten we vriendelijk voor het kadootje.

Via de Waterfall Way reden we naar Armidale. Onderweg bekeken we drie watervallen. Voor één daarvan moesten we een uurtje lopen door ‘regenwoud’. Het bos was wel heel anders dan het regenwoud in het noorden van Australië. Het was duidelijk dat in dit woud veel minder regen viel, want de vegetatie was anders dan in het noorden. De andere twee vatervallen konden we bekijken vanaf parkeerplaatsen. Gelukkig maar, want we hadden niet veel zin om voor iedere waterval een eind te moeten lopen.

Vanaf Coff’s Harbour, dat op zeeniveau ligt, stegen we 1.000 meter en we zagen de vegetatie veranderen. Naarmate we Armidale naderden, reden we al lang op de hoogvlakte en was het landschap nogal dor. Met name het bruine gras gaf aan dat er weinig neerslag viel. In Armidale reden we naar een ‘Top Tourist’ camping, nadat we eerst bij de Bi Lo inkopen voor het avondeten hadden gedaan. We ontmoetten hier ook weer een Nederlands stel dat we de avond ervoor op de camping in Grafton hadden ontmoet.

Maandag 3 januari 2005

Die Aussies hebben het mooi voor elkaar. Valt een feestdag in het weekend, dan wordt de vrije dag gewoon verplaats naar de eerst volgende werkdag. Zo duurde de kerst hier in 2004 vier dagen en wordt vandaag nieuwjaarsdag gecompenseerd. En dus waren de meeste winkels – op de supermarkten na – gesloten.

We vertrokken vrij laat vanuit Armidale, want we werden pas rond 9.00 uur wakker. We hadden de tent zo opgezet dat ie in de schaduw stond en daarom (en vanwege de oordopjes) werden we pas zo laat wakker. De meeste van onze buren waren al vertrokken toen we opstonden.

We verlieten vandaag de hoogvlakte weer. We reden door kleine, stille stadjes en uiteindelijk bereikten we het wijngebied nabij Singleton. Het was niet echt wat je je bij een wijngebied voorstelt. De akkers met wijnranken leken nogal klein van oppervlakte en tussen de wijngaarden lagen kilometers lange en brede weiden met soms fris groen en soms dor grasland.

Via Muswellbrook reden we naar Cessnock via een ‘pittoreske’ wijnroute. Onderweg werden we nog geseind door een tegenligger. Wat kon dat nou weer betekenen? Daar kwamen we snel achter, want voor we het wisten reden we over een monitor lizzard. Die had mazzel dat ie tussen de wielen kwam en het zodoende dus overleefde.

De camping in Cessnock was niet zo goed als menig andere Big 4 camping. We plaatsten onze tent in de ochtendschaduw van enkele bomen, maar of dat nou zo nodig was……

We spraken met een ouder Nederlands stel dat drie jaar onderweg was met een zeilboot. Ze hadden de boot ergens achtergelaten in een haven en bezochten nu voor een aantal maanden Australië. Ah ja, dat doet allemaal maar!

Dinsdag 4 januari 2005

Het was gister niet nodig geweest om een plaatsje in de schaduw te zoeken. Het was vannacht gaan regenen en vanochtend regende het nog steeds.

We reden naar Cessnock en konden daar bij de bibliotheek gebruik maken van het internet. Bij sommige bibliotheken (en zo ook deze) is de policy dat het checken van e-mail tegen betaling kan gebeuren ($ 2,75 per half uur), maar onderzoek verrichten op het internet is vrijwel altijd gratis. Om die reden onderzochten we of er nieuwe berichten waren ontvangen op onze webmail.

Nadat we het dagboek bij hadden gewerkt en op zoek waren gegaan naar de voordeligste prijzen voor autohuur in Nieuw Zeeland, reden we verder naar Newcastle. Onderweg bleef het een beetje regenen en we deden het rustig aan. We werden door alle Aussies ingehaald, maar we wilden geen riciso nemen. Overal wordt gewaarschuwd voor slipgevaar tijdens regen (waarschijnlijk door olie- en benzineresten op de weg) en we hadden weinig zin om onnodige risico’s te nemen.

Newcastle bleek een aardig stadje te zijn. We reden door een laan met overhangende bomen (soort platanen) en even was daardoor het heel donker. We liepen door het autovrije centrum, waar enkele mooie Victoriaanse gebouwen stonden.

Na een kort bezoek aan New Castle reden we via de Pacific Highway naar een camping even buiten Sydney. Tijdens de fileberichten op de radio was al enkele keren gemeld dat er iets aan de hand was op die weg, maar we hadden het steeds niet goed verstaan. Het is net of de fileberichten door worden gegeven door iemand met een mobiele telefoon vanuit een helikopter of zo. Uiteindelijk kwamen we erachter dat een vrachtwagen was geschaard en de weg in noordelijke richting was afgesloten en dat het in zuidelijke richting erg druk was. Met die drukte bleek het gelukkig erg mee te vallen. Alleen uitvoegend verkeer blokkeerde de vluchtstrook van de driebaans brede snelweg en dat veroorzaakte een beetje langzamer rijdend verkeer. Verder geen punt.

Naarmate we Sydney meer naderden werd de lucht steeds grijzer en eenmaal in een buitenwijk van Sydney brak het noodweer los, met hevige regenval en onweer. Er bleek een grote spin met ons mee te reizen, want die zocht een droog plekje op in de auto en dacht die te vinden op het dashboard. Wij maakten een snelle berekening, namelijk: spin + Sydney = uitkijken geblazen. We zetten de auto aan de kant en Marjolijn (die zelf zegt dat ze niet bang is voor spinnen) gaf er de voorkeur aan om zich in het noodweer nat te laten regenen. Remco, Arachnophobist, moest achter het beest aan, maar dat wist zich snel uit de voeten te maken en is nog steeds voortvluchtig.

Rond 19.00 uur kwamen we aan op de camping in Parklea, waar we in de naweeën van het noodweer de tent opzetten. Het druppelde nog steeds, maar de ergste regen hadden we gelukkig gehad. Ach, we moeten ook weer niet te veel klagen, want tijdens ons verblijf in Australië hebben we weinig regen gehad.

Woensdag 5 januari 2005

Toen we vanochtend opstonden, was de lucht strakblauw en het beloofde weer een schitterende dag te worden. We meldden bij de receptie van de camping dat er een pakketje voor ons onderweg was en dat we het graag later op kwamen halen. De receptioniste schreef het in het boek, zodat het niet teruggestuurd zou worden.

We reden naar de Blue Mountains. Eerst via de vierbaans Highway no. 4, die later overging in een tweebaans weg en vanaf dat moment begonnen de weg te stijgen. Heel geleidelijk stegen we tot 1.050 meter.

Bij het informatiecentrum in Woodford informeerden we naar de recreatiemogelijkheden in de Blue Mountains en kregen we enkele folders en tips mee. We reden verder naar de Jamison Valley, nabij het plaatsje Wenthworth falls, met de gelijknamige waterval. Op de parkeerplaats bleek dat we niet de enige waren en we moesten eventjes wachten voordat een parkeerplaatsje vrij kwam.

We lunchten op de enorme picknickplaats en na de lunch maakten we enkele korte wandelingen naar enkele uitzichtpunten en naar de waterval. De Blue Mountains zijn eigenlijk enkele enorme kloven in de aarde en de hele omgeving is begroeid met eucalyptusbossen. Die scheiden een soort olie af, dat de omgeving een blauwe waas geeft. Vandaar de naam ‘Blue Mountains’. De uitzichtpunten bevonden zich allemaal op de richel van de kloof en boden een schitterend zicht over de omgeving en… in de diepte. En het was diep!

Via het plaatsje Leura reden we naar Katoomba. Er is een schitterende autoroute uitgezet die geheel over de richel van de kloof gaat en die route volgden we. We kwamen uit bij de ‘Three Sisters’ in Katoomba, waar het een drukte van belang was. We parkeerden de auto en liepen naar het uitzichtpunt, vanwaar we de drie zusters konden zien. Het waren drie puntige rotsformaties die naast elkaar lagen en ze waren mooi om te zien. Evenals de schitterende omgeving.

In het plaatsje Blackheath zetten we de tent op. De camping was heerlijk rustig gelegen en we zochten het beste plekje in de ochtendschaduw. Nadat we de tent hadden opgezet, reden we naar nog een paar uitzichtpunten in Blackheath. Deze uitzichtpunten keken uit over de andere kant van de kloof en waren net zo schitterend als die van vanochtend, maar veel en veel minder druk. We waren duidelijk van het toeristenpad af.

’s Avonds haalden we hamburgers en frietjes bij de lokale snackbar. Op de camping was geen keuken en het waaide te hard om zelf te koken, dus maar een keer een eenvoudige maaltijd. De portie friet was zo enorm groot, dat we de helft weg hebben gegooid. Het was inmiddels een drukte van belang op de camping en we hadden in een cirkel van 5 meter toch wel z’n 4 nieuwe buren gekregen. Het grasveld was inmiddels bezaaid met tentjes. We kwamen op de camping ook weer de twee Nederlanders tegen die een driejarige bootreis aan het maken waren.

Donderdag 6 januari 2005

Vanuit de Blue Mountains reden we via de plaatsjes Windsor en Richmond terug naar Sydney. Deze weg daalde nu veel dramatischer dan de weg die we gisteren naar de Blue Mountains hadden genomen en we hadden een mooi zicht over de vallei beneden. In Windsor reden we naar de bibliotheek om een e-mail te sturen naar Kilroy Travels. Onze vliegtijden voor het tweede deel van de reis moesten worden vastgelegd en dat wilden we via de e-mail doen. Tevens zouden we Kilroy verzoeken de vluchtdatum naar Nieuw Zeeland met een klein weekje te vervroegen.

Omdat we toch langs de camping in Parklea (Sydney) reden, stopten we er om te kijken of ons pakje was gearriveerd. We hadden geluk, want er was een pakje gearriveerd. Omdat de receptioniste onze naam niet herkende en ook niet in het boek had gekeken, had ze het bijna teruggestuurd. We waren net op tijd, gelukkig. Heel blij dat we onze batterijoplader met batterijen én de wereldstekker terughadden, reden we verder in de richting van Wollongong, een plaatsje 80 kilometer ten zuiden van Sydney. De camping waar we de tent opzette was nogal groot en zo ook de plaatsen. Maar er was weinig schaduw.

Marjolijn ging nog even een flesje wijn halen bij de lokale slijterij. Daar aangekomen kreeg ze de fles wijn bijna niet mee, omdat ze zich niet kon legitimeren! Je moet in Australië namelijk boven de 18 zijn, anders mag een slijter geen alcohol aan je verkopen. Ja, Marjolijn ziet er nog steeds goed uit voor haar leeftijd! Het moet niet gekker worden hier in Australië!

Vrijdag 7 januari 2005

We hadden het tentje nét niet op de juiste plek opgezet om volop van de zonsopgangschaduw te genieten en dus werden we rond 7.30 uur wakker. ’s Nachts hadden we in allerijl alle spullen die nog buiten stonden in veiligheid moeten brengen, omdat het begon te regenen. Niets had daarop geduid toen we naar bed gingen. Toen was nog een mooie sterrenhemel te zien.

We reden naar Wollongong, de op drie na grootste stad van New South Wales. Het zonnetje scheen en het beloofde een mooie dag te worden. Bij de bibliotheek checkten we de e-mail en kwamen we erachter dat Kilroy had gemaild. We hadden om een datumwijziging gevraagd, maar hadden via een balie-medewerkster van Quantas vernomen dat hiervoor $ 75,- p.p. in rekening gebracht zou worden. Wilco (van Kilroy) gaf aan geen reden te zien waarom Qantas geld in rekening zou brengen voor de datumwijziging die ze zelf niet hadden ingevoerd en de vluchtdatum naar Christchurch bleef vooralsnog staan op 9 januari 2005. We gingen op onderzoek uit naar het gratis nummer van Qantas. Eerder hadden we tevergeefs vanuit een telefooncel gebeld met Qantas die ons toen net zolang in de wacht hield dat onze muntjes op waren.

We belden 2 x met Qantas met de vraag of een datumwijziging voor een vlucht die niet door Qantas is gedaan geld zou kosten en twee keer werd gezegd dat dat waarschijnlijk kostenloos was. We besloten het er maar op te gokken en de vlucht op 9 januari 2005 door te laten gaan.

Tijdens ons bezoek aan Wollongong moesten we twee keer de auto verplaatsen omdat de maximale parkeertijd 2 uur bedraagt. Inmiddels groeit het aantal gekleurde stipjes die de parkeerwachters op de banden aanbrengen om de positie van de banden op de parkeerplek aan te geven. Op die manier controleren ze of je je aan de maximale parkeertijd houdt. Als het geplaatste stipje op de band na twee uur nog steeds op dezelfde plek zou zitten, dan was de auto niet verplaatst en dus de parkeertijd overschreden. Erg inventief.

We reden via de haven terug naar de camping. De haven was erg leuk en was mooi aangelegd, met talloze boten en op de achtergrond een vuurtoren. Vanaf een heuvel langs het strand keken we uit over de kust en die was weer schitterend.

Op de camping gingen we naar het strand, dat aan de camping grensde. Het waaide erg hard en een incidentele wolk deed de zon verbergen en dan werd het direct erg fris. We bleven om die reden niet al te lang aan het strand liggen.

We pakten de spullen in en reden naar het plaatsje Sutherland, dat wat dichterbij Sydney ligt dan Wollongong. Daar zetten we de tent op en reden vervolgens naar het treinstation. We namen de trein van 10.20 uur en een half uurtje later waren we op het centraal station van Sydney. We kwamen aan op spoor 24 en toen we de uitgang van het station uitliepen herkenden we in eerste instantie niet veel, omdat we het station aan de achterkant hadden verlaten.

Toen we naar de voorkant liepen, zaten we vrijwel direct in Chinatown, waar we alles weer herkenden. Het was een vreemde camping, een hoge brug overkapte de camping. Op de camping waren we de enige met een tent en ook waarschijnlijk de enige tijdelijke gasten. De overige bewoners (voornamelijk 60+ers) woonden op de camping. Al snel hadden we aanspraak, want iedereen wilde weten waar we vandaan kwamen en hoe lang we op de camping zouden blijven. Omdat het zaterdag was en we niet goed wisten tot hoe laat de winkels open zouden zijn, begonnen we bij het begin met het afwerken van ons verlanglijstje. Bovenaan stond het kopen van Lonely Planets voor het vervolg van de vakantie. We hadden de vorige keer dat we in Sydney waren in China town een winkeltje gevonden, waar Lonely Planets tegen gereduceerde prijzen werden aangeboden. Bij alle andere boekwinkels worden deze boeken tegen standaardprijzen aangeboden. We kochten voor $ 111,- aan Lonely Planets van Cambodia, Myanmar, Thailand en Nieuw-Zeeland. Bij een naastgelegen boekwinkeltje kochten we ook nog de Lonely Planet van China. De korting op de boeken lag tussen de 20 en 30% per boek. Kassa!

We besloten de gids van Laos nog niet te kopen, omdat er in januari 2005 een nieuwe editie uit zou komen. Daarna liepen we naar de City Market om nog enkele souvenirs te ‘hunten’. We kochten een tweetal boomerangs en drie koelhouders voor blikjes. Op de tweede verdieping van het gebouw bevinden zich de outlet stores voor kleding en we gingen terug met Remco z’n korte broek naar de Esprit-winkel. De korte broek was door de zon geheel verkleurd. In de winkel keek het personeel vreemd op met de mededeling dat ‘zoiets bij Esprit nooit eerder is voorgekomen’. Na veel getwijfel van het winkelpersoneel kon Remco iets anders uitzoeken en nam hij een T-shirt mee.

We liepen naar de Sydney Harbour Bridge en namen enkele foto’s vanaf de brug van de haven. Ons digitale cameraatje gaf er nu helemaal de brui aan en dat leidde ertoe dat we bij enkele fotowinkels naar een nieuw cameraatje gingen kijken. We voelden er echter weinig voor om op het laatste moment en overhaast een nieuwe camera te kopen. Nabij het Opera House was het een drukte van belang en er stond een groot podium. Er bleek een benefitconcert voor de Tsunamieslachtoffers werd gegeven. Dat was uitverkocht, maar zou door zo’n beetje alle radiozenders en televisiestations worden uitgezonden. We aten bij de Vietnamees in Chinatown en namen daarna onze privé trein terug.

Zaterdag 8 januari 2005

We pakten de spullen in en reden naar het plaatsje Sutherland, dat wat dichterbij Sydney ligt dan Wollongong. Daar zetten we de tent op en reden vervolgens naar het treinstation. We namen de trein van 10.20 uur en een half uurtje later waren we op het centraal station van Sydney. We kwamen aan op spoor 24 en toen we de uitgang van het station uitliepen herkenden we in eerste instantie niet veel, omdat we het station aan de achterkant hadden verlaten.

Toen we naar de voorkant liepen, zaten we vrijwel direct in Chinatown, waar we alles weer herkenden. Het was een vreemde camping, een hoge brug overkapte de camping.

Op de camping waren we de enige met een tent en ook waarschijnlijk de enige tijdelijke gasten. De overige bewoners (voornamelijk 60+ers) woonden op de camping. Al snel hadden we aanspraak, want iedereen wilde weten waar we vandaan kwamen en hoe lang we op de camping zouden blijven.

Omdat het zaterdag was en we niet goed wisten tot hoe laat de winkels open zouden zijn, begonnen we bij het begin met het afwerken van ons verlanglijstje. Bovenaan stond het kopen van Lonely Planets voor het vervolg van de vakantie. We hadden de vorige keer dat we in Sydney waren in Chinatown een winkeltje gevonden, waar Lonely Planets tegen gereduceerdeprijzen werden aangeboden. Bij alle andere boekwinkels worden deze boeken tegen standaardprijzen aangeboden. We kochten voor $ 111,- aan Lonely Planetsvan Cambodia, Myanmar, Thailand en Nieuw Zeeland. Bij een naastgelegen boekwinkeltje kochten we ook nog de Lonely Planet van China. De korting op de boeken lag tussen de 20 en 30% per boek. Kassa!

We besloten de gids van Laos nog niet te kopen, omdat er in januari 2005 een nieuwe editie uit zou komen. Daarna liepen we naar de City Market om nog enkele souvenirs te ‘hunten’.

We kochten een tweetal boomerangs en drie koelhouders voor blikjes. Op de tweede verdieping van het gebouw bevinden zich de outlet stores

voor kleding en we gingen terug met Remco z’n korte broek naar de Esprit-winkel. De korte broek was door de zon geheel verkleurd. In de winkel keek het personeel vreemd op met de mededeling dat

‘zoiets bij Esprit nooit eerder is voorgekomen’. Na veel getwijfel van het winkelpersoneel kon Remco iets anders uitzoeken en nam hij een T-shirt mee.

We liepen naar de Sydney Harbour bridge en namen enkele foto’s vanaf de brug van de haven. Ons digitale cameraatje gaf er nu helemaal de brui aan en dat leidde ertoe dat we bij enkele fotowinkels naar een nieuw cameraatje gingen kijken. We voelden er echter weinig voor om op het laatste moment en overhaast een nieuwe camera te kopen.

Nabij het Opera House was het een drukte van belang en er stond een groot podium. Er bleek een benefitconcert voor de Tsunamieslachtoffers werd gegeven. Dat was uitverkocht, maar zou door zo’n beetje alle radiozenders en televisiestations worden uitgezonden.

We aten bij de Vietnamees in Chinatown en namen daarna onze prive trein terug.

Zondag 9 januari 2005

Onze overbuurman op de camping (een vaste bewoner) had vannacht nogal diep in het glaasje gekeken en had de muziek (uit de jaren 50 – 60) tot diep in de nacht hard aan staan. Het vreemde is dat we tijdens onze reis meer last hebben van ouderen die geluidsoverlast veroorzaken dan van andere leeftijdscategorieën. Vanmorgen hing hij uit z’n caravan en zei dat hij hoopte dat wij ons wat beter voelden dan hij! Nadat we de tent in hadden gepakt, reden we naar de luchthaven in Sydney.

Marjolijn werd samen met de bagage afgezet bij de incheckbalies en daarna bracht Remco de auto terug naar Hertz. De auto moest op een parkeerplaats worden gezet en toen Remco de auto wilde afsluiten kwam er een mannetje van Hertz naar de auto toe. Hij inspecteerde de auto en sloot de verhuurtransactie af in de draagbare computer die hij bij zich had. Direct rolde de rekening uit het printertje in het apparaatje. Die rekening leek op het eerste gezicht te hoog en Remco deed beklag bij de medewerker van Hertz. Hij verwees Remco door naar de balie in de aankomsthal. Eerst moesten we echter de bagage inchecken en dat was niet zo maar even gebeurd. We stonden ruim anderhalf uur in de rij voor de incheckbalies voordat we werden geholpen. Het was vreselijk druk en Qantas bleek het nodig te vinden om tijdens die drukte ook nog eens vier van de ongeveer 15 balies te sluiten. Honderden mensen stonden te wachten om in te checken bij de economy balies, terwijl medewerkers bij de business class niets te doen hadden.

Toen we eenmaal aan de balie stonden, bleek dat er geen stoelen meer naast elkaar beschikbaar waren. We werden twee rijen van elkaar ingecheckt, maar de grondstewardess gaf aan dat we bij de gate de stoelen konden wijzigen (vreemd?). Onze ervaringen met Qantas op de grond, die toch al niet zo positief waren, werd met al deze ongein nog eens bevestigd.

We hadden letterlijk nog maar een paar minuten voordat we ons aan de gate moesten melden en we renden naar de balie van Hertz in de aankomsthal. Daar deden we ons verhaal en al snel bleek dat de verzekeringskosten twee keer in rekening waren gebracht. Dat was een ‘foutje’ van $ 340,- exclusief BTW. Gelukkig werd het foutje snel gecorrigeerd en konden we met een nieuwe rekening terugrennen naar de douane. Daar stond, je raadt het al, een enorme rij voor de balies.

Ondertussen werden alle passagiers voor onze vlucht omgeroepen en we probeerden bij de balie voor ‘diplomaten en vliegend personeel’ of de beambte ons daar wilde helpen en dat wilde hij. Al snel hadden we ons uitreisstempel in het paspoort en konden we doorlopen naar de gate. Daar stond géén rij meer, want we waren daarvoor te laat. Onze stoelnummers werden bij de balie inderdaad omgewisseld en zodoende konden we toch nog naast elkaar zitten.

Het vliegtuig vertrok vrijwel direct nadat we aan boord waren en de vlucht naar Christchurch verliep verder uitstekend. Zowel de service alsmede de maaltijd die werd verstrekt waren goed. We kregen zelfs een Magnum-ijsje als toetje!

Ons verhaal wordt vervolgd op de Nieuw Zeeland-pagina.