Argentinië

Dinsdag 19 oktober 2004            

Ushuaia

Wat was het warm vannacht! Er stond een verwarming te loeien en we konden die niet uitzetten, omdat de verwarming centraal werd geregeld. Een raam openzetten was ook geen optie, omdat we een dakraam hadden en het buiten regende. Wat ons opvalt is dat met in deze ‘koele’ streken graag de verwarming aanzet. Gistermiddag in het reisbureautje en het restaurant was het ook al niet te harden en dat terwijl het nog zo’n 14 graden buiten is.

Hoewel we de receptionist gistermiddag hadden gezegd dat we zelf voor het ontbijt zouden zorgen, stond hij erop het ontbijt voor ons te regelen en hij vroeg ons op we een continentaal ontbijt of een Magalhaens ontbijt wilden. Wij wilden natuurlijk een Magalhaens ontbijt, want we zijn hier bij de (zee)straat van Magalhaen en proberen graag lokale gerechten. Toen we de eetzaal inliepen stonden daar enkele keurig gedekte tafels. Er was cornflakes, yoghurt en fruit; precies wat we zelf ook zouden maken.

Na het ontbijt liepen we naar de bus. De bus die ons naar Ushuaia zou brengen, was een schitterende bus van de Argentijnse onderneming ” Techni Austral”.

Twee uur na vertrek uit Punta Arenas kwamen we aan bij de veerboot. Een lange rij vrachtwagens stond te wachten voor de veerboot die al klaar lag. De busonderneming had waarschijnlijk een speciale regeling getroffen met de veerbootkapitein, want de bus passeerde alle vrachtwagens en reed zo’n beetje als eerste de veerboot op.

Er stond een vreselijke harde wind. De kapitein moest de veerboot steeds bijsturen, zodat de vrachtwagens de veerboot op konden rijden.

Ongeveer 20 minuten nadat we waren vetrokken, kwamen we aan de andere kant van de nauwe zeestraat en waren we op Vuurland. Het landschap vanaf de ferrylanding tot aan Rio Grande, nog zo’n vier uur verder rijden, was niet bijster interessant; het graslandschap was glooiend, met hier en daar schapen, een boerderij en zo af en toe wat guanaco’s (soort lama’s).

Rond 17.00 uur kwamen we aan in Rio Grande en moesten we overstappen op een andere bus die ons naar Ushuaia zou brengen. Deze overstap, waarbij we moesten wachten in het kleine kantoortje van de busonderneming Techni Austral, duurde een vervelende twee uur, zonder dat ons enige duidelijkheid over de vertrektijd werd verschaft.

De laatste drie-en-een-halve uur naar Ushuaia zaten we in een oude minibus. Het landschap werd echter steeds mooier. De besneeuwde bergen keerden weer terug. Soms waren er in de ‘middle of nowhere’, waar mooie houten berghutten/huizen in het landschap stonden.

Rond 21.30 uur kwamen we aan in Ushuaia en we namen een taxi naar Hosteria Los Fuegos. We hadden het niet op de kaart kunnen vinden. Tot onze verbazing gingen we dezelfde route door Ushuaia terug die we met de bus ook hadden afgelegd.

Hadden we nu maar tegen de chauffeur gezegd dat hij ons bij de hosteria eruit had moeten gooien.

Toen we bij de hosteria aankwamen, zagen we onze goede vrienden Friso en Manuela net uit hun bus stappen en ze stonden erg verbaasd te kijken toen we ze begroetten. We hadden hun niet verteld dat we naar Ushuaia zouden komen om hen op te zoeken. We waren allemaal erg verheugd elkaar weer te zien. Voor de gelegenheid hadden we een fles wijn en een zak chips meegenomen en maakten die meester op de zolder van de hosteria.

Woensdag 20 oktober 2004

De hotelkamer was schitterend. Het een bed was enorm groot. Het was breder dan dat het lang was. Maar we hadden er maar kort van kunnen genieten. Gisteravond werd het laat en vanochtend stonden we al weer vroeg naast ons bed. We zaten om 09.00 uur aan het ontbijt en voor een hotel in deze prijsklasse was het ontbijt ronduit teleurstellend. Op een tafeltje stond wel het één en ander uitgestald, maar het was in dermate kleine hoeveelheden, dat we telkens om aanvullingen moesten vragen. Dat zou niet moeten.

Al om 10.00 uur moesten we uitchecken. In tegenstelling tot zo’n beetje de rest van de wereld, geldt in Argentinië een uitchecktijd van 10.00 uur. We namen met z’n vieren een taxi naar het centrum. We hadden te veel bagage voor de kofferbak en Remco zat voorin met z’n rugzak tussen de benen. We hadden de chauffeur gevraagd ons af te zetten bij het bureau van ‘Mare Australis’, het cruiseschip waarmee Friso en Manuela drie dagen zouden meevaren. De chauffeur wist het kantoor echter niet te vinden en dropte ons bij een willekeurig reisbureau,   

waar we erachter kwamen dat we nog zo’n acht blokken moesten lopen (ongeveer 1 kilometer) naar het kantoor van Mare Australis. Onderweg liepen we langs hostal Yakush, dat op een hoek van de hoofdstraat met een zijstraatje zit. Manuela en Marjolijn gingen kijken en het was leuk te zien dat Manuela helemaal enthousiast terugkwam. Ja, zei ze, de slaapzaal is netjes, het sanitair is brandschoon en er is een heel gezellig zitgedeelte. Zij zag het wel zitten! We reserveerden twee bedden op een slaapzaal voor zes personen en lieten de rugzakken achter. Daarna liepen we verder naar het kantoor van Mare Australis, waar Friso en Manuela incheckten. We dronken we een kopje koffie bij de Banana Bar en daarna gingen we bij een gezellig restaurantje lunchen. Het eten was uitstekend en we werden getrakteerd. Bedankt Friso en Manuela!

’s Middags liepen we wat door Ushuaia. We vonden het een erg leuk plaatsje. Het heeft een gezellige hoofdstraat met leuke winkeltjes en mooie huizen. De witbesneeuwde bergen en de zeestraat doen je (met een beetje fantasie) denken dat je in een winters Oostenrijk bent. We dronken een biertje bij de Ierse pub en rond 18.00 uur liepen we naar de boot, waar we afscheid namen van onze vrienden.

Onderweg naar de boot verloor Friso op de pier nog z’n Boliviaanse hoed, doordat de sterke wind ‘m van z’n hoofd blies. Deze belandde in het ijskoude water langs de kade. We ondernamen nog een poging om de hoed te redden, maar dat lukte ons niet.

Bij de loopplank van de Mare Australis namen we afscheid van onze vrienden. Al snel na ze de boot hadden betreden, ging de deur van de boot weer open en we mochten heeel even van de luxe op de boot genieten. We mochten even hun kamer op de boot en het restaurant bekijken en nadat we dat hadden gezien, overwogen we sterk om ons als verstekelingen ergens te verstoppen. Het enige nadeel was dat de boot terugging naar Chili.

We liepen terug naar de hoofdstraat en we kochten bij het kantoor van Lade (Linea Aero del Estado) twee vliegtickets naar El Calefate voor de volgende dag. Daarna liepen we terug naar het hostal, waar we de rest van de avond gingen internetten. We moesten veel foto’s uploaden naar ons online fotoalbum.

Donderdag 21 oktober 2004

Tsjonge, tsjonge, wat was het heet vannacht. Om 2.00 uur schijnen twee kamergenoten (ze kunnen beter mietjes worden genoemd) binnen te zijn gekomen en die hebben de verwarming op sauna-stand gezet. Marjolijn heeft nog een poging ondernomen om ze ervan te weerhouden de gaskachel aan te steken, maar vier van de zes mensen op de kamer vonden het te koud in de kamer. Toen Remco wegzweette in z’n (stapel)bed (hij had niets gehoord van de discussie die nacht omdat hij oordopjes in had), heeft hij de verwarming weer uitgezet en het raam op een kier gezet. Dat werd ons de volgende morgen natuurlijk niet in dank afgenomen.

Het ontbijt zat bij de kamerprijs inbegrepen en was goed verzorgd, maar sprak ons niet zo aan (weer brood met jam).

We brachten onze wasgoed naar de wasserette en daarna namen we een taxi naar de skilift, vanwaar we onze wandeling naar de gletsjer begonnen. We besloten om niet de skilift te nemen maar via de skipiste omhoog te lopen. Een Iers meisje dat alleen aan het wandelen was, liep met ons op. Vrij snel nadat we het bergstation van de skilift waren gepasseerd, begon de sneeuw. We liepen een stuk verder, maar zagen geen gletsjer. Het Ierse meisje had van anderen vernomen dat vanaf de top van de bergen het uitzicht over de omgeving schitterend zou zijn en we besloten aan de klim te beginnen. Hoewel de bergen niet echt hoog waren, was de klim behoorlijk vermoeiend. Met name de losse stenen zorgden ervoor dat het zwaar was. Eén stap omhoog en weer een halve stap terug naar beneden glijden.

Vanaf de top van de berg hadden we inderdaad een schitterend uitzicht over de omgeving. Er stond een behoorlijk sterke wind die vreselijk guur was. We zagen een kleine lawine op de andere berghelling. Eigenlijk hoorden we alleen de lawine en pas later zagen we dat er een grote bruine vlek werd gevormd op de smetteloze witte sneeuw.

Terug naar beneden was heel wat leuker dan naar boven. We gingen namelijk op de sneeuw op ons kont zitten en we gleden met een enorme vaart naar beneden. Het leverde wel een koude kont op.

Onder aan de skilift was een theehuisje / restaurantje waar we een heerlijke koffie met Tia Maria bestelden, voordat we terugliepen naar Ushuaia. Het theehuiswas gezellig ingericht, maar de 10 x 15 cm foto in een keurig lijstje van onze eigen Willem Alexander met Maxima was niet wat we hier hadden verwacht.

In Ushuaia dronken we met z’n drieën een biertje in de Banana Bar en ’s avonds aten we een uitstekende Argentijnse biefstuk in restaurant Boucheron in de hoofdstraat.

Vrijdag 22 oktober 2004

We waren gisterochtend van kamer veranderd. De eigenaar van het hostal, een jonge jongen (ongeveer 25 jaar oud) met een kale kop waar wél nog een staartje aan hing en een sikje op z’n kin, had ons de kamer aan de straatkant gegeven en gezegd dat die iets koeler was. Hij kon ons echter niet garanderen dat de verwarming uit zou blijven vannacht.

Het werd vannacht echter weer warm, want iemand had de verwarming weer aangezet. Men steekt de verwarming aan en gaat vervolgens alleen onder een lakentje liggen, omdat het anders te warm is. Rare lui, die (Argentijnse) toeristen.

In het hostal liep iemand in T-shirt en korte broek rond… maar de verwarming stond wel op standje tien!

We haalden een sandwich bij een panaderia (bakker) en aten die in het hostal op. Daarna liepen langs het kantoor van luchtvaatrmaatschappij Lade om onze vlucht van die middag te herbevestigen en we liepen vervolgens verder naar het Museo Maritimo & Museo del Presidio, dat in hetzelfde gebouw zit. Het Museo Maritimo laat veel schaalmodellen van ontdekkingsschepen uit voorgaande eeuwen zien. Aan de wand hing ook een kaart van Tierra del Fuego met daarop de plaatsen waar schepen waren vergaan. Nou, dat zijn er nogal wat!

Museo del Presidio is de voormalige, meest zuidelijk gelegen gevangenis ter wereld. We konden door de gangen lopen met aan weerszijde de cellen. Niet echt een luxe, want het was er behoorlijk koud (de gangen werden nu verwarmd!) en de cellen waren niet echt ruim. Er waren twee afmetingen, namelijk 2,93 x 1,93 meter en 1,93 x 1,93 meter. Net één bed breed dus. Er hingen vele foto’s aan de wand uit de tijd dat de gevangenis werd gebouwd en in gebruik was. Het was wel interessant.

Om 13.00 uur namen we een taxi naar de luchthaven, waar we nog 2 1/4 uur moesten wachten voordat het vliegtuig vertrok. Ons vliegtuigje, een Fokker F-28, had een half uur vertraging. De reden hiervoor was dat er maar één pier in gebruik was en het vliegtuig voor ons een half uur vertraging opliep, omdat een vrouw pas na 10 ‘Final Calls’ op kwam dragen. We hadden verwacht dat we een rechtstreekse vlucht naar El Calefate zouden hebben (dit hadden we drie keer op het kantoor van Lade geverifieerd en dit was ons even vaak bevestigd), maar we stonden na een klein uurtje in Rio Gallegos aan de grond. Na een tussenlanding van een half uurtje vervolgde het vliegtuig z’n weg naar El Calefate.

Vanaf de luchthaven namen we met een ander stel, dat we slechts 1 minuut kenden, een taxi naar het centrum en daar begon de zoektocht naar een hostal. Na enkele gevangeniscellen te hebben gezien, belandden we bij Hostal Buenos Aires, waar we een achtpersoons slaapzaal voor ons alleen hadden. Lekker ruime kamer, dus.

’s Avonds wilden we met het andere stel dat we die middag hadden ontmoet, Elisa (Nederlandse) en Zui (uitspraak: Tswi) (Engelsman), naar een pizzeria dat in de reisgids staat. Die was daar echter niet meer gevestigd en er zat nu een chique restaurant in. Het eten en de bediening waren uitstekend en de rekening was stevig.

Na het eten dronken we met z’n vieren nog een heerlijk Argentijns wijntje in de woon-/eetkamer van het hostal.

Zaterdag 23 oktober 2004          

Gistermiddag hadden we met z’n vieren besloten om een taxi te huren die ons vanochtend om 06.00 uur naar de Perito Moreno gletsjer zou brengen. Een taxi huren met z’n vieren was goedkoper én meer flexibel dan vier losse bustickets (!!). De receptionist van ons hostal regelde voor ons de taxi.

We kwamen rond 07.15 uur aan bij de gletsjer. We hoefden geen entreegeld te betalen tot het park, want op dit uur is er nog niemand om het entreegeld te innen. Bij de gletsjer waren we helemaal alleen en wat maakte die gletsjer een indruk op ons, zeg!

Vanaf de panoramabalkons hadden we een schitterend zicht op de gletsjer die zich op zo’n 100 meter van ons af bevond. De ijswanden waren tussen de 40 en de 60 meter hoog en het ijs was schitterend blauw. We hoorden het ijs kraken en het maakte net zo’n eng, krakend geluid als knetteronweer. Regelmatig braken stukken gletsjer af en vielen met een enorm lawaai in het gletsjermeer. Als dat gebeurde dan veroorzaakte dat een enorme golf. Het gletsjermeer lag dan ook vol met ijsbergen. Het was schitterend en zeer indrukwekkend.

Zonder dat we er erg in hadden bleven we twee-en-een-half uur staan kijken naar de gletsjer vanuit verschillende hoeken er zijn meerdere panoramabalkons). Rond 10.00 uur reden we naar een restaurantje, waar we ons opwarmden met een kop koffie.

Een half uurtje later zaten we op een bootje dat ons langs een deel van de 5 kilometer lange gletsjerwand. Wederom zeer indrukwekkend en wederom vielen grote stukken ijs in het water, die de boot deed deinen.

We reden met de taxi terug en lunchten in El Calefate in een restaurant dat een lunchbuffet had. Het eten zag er echter beter uit dan dat het smaakte. Het was niet zo’n succes. Na het eten checkten we e-mailtjes en liepen we wat door de hoofdstraat van El Calefate; een leuk dorpje, waar verder weinig gebeurt.

Zondag 24 oktober 2004

Na het ontbijt liepen we het anderhalve blok naar het busstation, waarvandaan de bus naar El Chaltén om 08.00 uur vertrok. Het is vanuit El Calefate een 5 uur durende busrit naar het Nationale Park Fitz Roy. Het eerste (kleine) stuk van de rit ging nog over asfalt, maar daarna was het nog ruim 200 kilometer over onverharde weg. Halverwege werd gestopt bij een wegrestaurant (er is vrijwel niets tussen El Calefate en El Chaltén, maar wél een wegrestaurant) waar men (zoals we van anderen hoorden) zeer slechte koffie schenkt, maar waar men wél erg lekkere taartjes/appelgebak verkoopt (eigen ervaring).

Daarna nog ruim 100 kilometer naar El Chaltén. Naast de onverharde weg waar wij over reden, lag over een groot deel een schitterende asfaltweg. Die was echter nog in aanleg op sommige stukken en daarom nog niet vrijgegeven. Dus wij maar verder hobbelen.

Bij de ingang van El Chaltén in het bezoekerskantoor van de parkwachten en we moesten allemaal uitstappen en naar binnen. Daar werd in een kleine 10 minuten tijd de parkregels verteld en de meest populaire wandelroutes toegelicht. Zeer netjes!

Daarna terug in de bus en nog een klein stukje verder het dorpje in.

We werden afgezet bij het hostal dat in eigendom is van de busmaatschappij. Daar wilden we niet blijven en we zochten, samen met Elisa en Zui naar iets anders en we belandden aan de hele andere kant van het dorp bij hotel Ñires, waar een tweepersoonskamer met eigen badkamer 60 pesos kostte.

Nadat we ons op de kamer hadden geïnstalleerd, lunchten we met z’n vieren ergens en kochten daarna bij het supermarktje ontbijt voor de volgende ochtend. Tevens regelden we een taxi voor de volgende ochtend die ons naar de brug over de Rio Electrico zou brengen, vanwaar we onze wandeltocht zouden beginnen. Die wandeling zo ongeveer 7 uur gaan duren en ter voorbereiding daarop gingen we vroeg naar bed.

Maandag 25 oktober 2004

Om 08.30 uur stond de taxi dus voor de deur en een drie kwartiertjes later stonden we in de ‘middle of nowhere’. Eén ding was zeker… we stonden bij een brug en naast de brug stond een bord met de wandelroute die we wilden lopen. We begonnen vol goede moed aan de wandeling, maar al snel kregen we door dat we niet helemaal op het juiste pad zaten. We moesten een klein stukje teruglopen en vonden een richtingaanwijzer die we op de heenweg hadden gemist. De omgeving is zo schitterend, dat je vergeet naar richtingaanwijzers c.q. routepaaltjes te zoeken.

We vervolgden de route en na een half uurtje waren we weer het spoor bijster. Toevallig kwamen er net twee toeristen langs (de enige twee toeristen die we op een belangrijk (niet toeristisch) deel van de route tegen zouden komen) en die hielpen ons weer op weg.

Toen we door een stuk bos liepen, zagen we een beest lopen. We weten nog steeds niet of het een stinkdier of een dasje was, maar het beestje was helemaal niet schuw en poseerde mooi voor de foto. We volgden de rivierbedding. De routepaaltjes bestonden uit op elkaar gestapelde steentjes op een rotsblok of gewoon op de grond. Inventief, maar bruikbaar.

Na verloop van tijd kwamen we aan de voet van een gletsjer, bij de Laguna Piedras Blancas, oftewel het witte stenen meer (ijsbergen). Het was nog een hele toer om over de gigantische rotsblokken naar het meertje te lopen, maar het was de moeite meer dan waard. Het uitzicht was schitterend. We kwamen aan de rand van het meer met daarin de ijsberjes, de ‘piedras blancas’. Op de gletsjer zagen we tot twee keer toe een lawine van afbrokkelend ijs. Het was er fantastisch.

We liepen terug over de rotsblokken en vervolgden onze weg door de rivierbedding totdat we op het meer begaanbare pad tussen El Chaltén en de route naar Fitz Roy aankwamen. Daar was het ook meteen wat ‘drukker’.

Bij de splitsing lunchten we en daarna was het een uur stevig klimmen tot aan het bevroren meer aan de voet van Fitz Roy. Het was een mooi uitzichtpunt. De spitse bergen, de gletsjers, het bevroren meer en achter ons, in het dal, de meren en de rivier. Zeer indrukwekkend.

De terugweg ging gelukkig iets sneller. In een half uur waren we weer beneden en toen was het nog zo’n 2 1/2 uur lopen tot aan El Chaltén. De route was zo goed als vlak en ging over een goed pad. Aan het begin van de avond (19.15 uur), 10 (!) uur na dat we waren begonnen met lopen, waren we terug in het plaatsje. We besloten om direct wat te gaan drinken en eten. Op weg naar een restaurantje ontmoetten we Gronia (het Ierse meisje dat we bij de gletsjer in Ushuaia hadden ontmoet) en we dronken met z’n vijven wat. Na het eten gingen we terug naar het hotel om te douchen en te slapen. We waren behoorlijk afgepeigerd!

Dinsdag 26 oktober 2004

Elisa en Zui hadden besloten om vandaag rustig aan te doen en we zouden vandaag dus met ons tweeën naar Laguna Torre lopen. We deden inkopen voor de lunch bij de supermarkt en we haalden verse broodjes bij de lekkere bakker ertegenover. Om 11.30 uur begonnen we aan de wandeltocht. We zouden in totaal 750 meter hoogteverschil overbruggen en de eerste stijginkjes volgden direct bij aanvang.

Daarna ging de route door afwisselend graslandschap en bossen. Links van het pad stroomde de rivier in de diepte en zagen we een mooie waterval. Na ongeveer een uurtje lopen, kwamen we uit bij de mirador (uitzichtpunt) vanwaar we een mooi zicht hadden op de Cerro Torre (de berg “Torre”). De witte top stak schril af tegen de heldere blauwe lucht op de achtergrond. Evenals gisteren was het vandaag een schitterende dag.

Vanochtend was het geheel onbewolkt en vrijwel windstil. Pas in de loop van de dag dreven heel langzaam wolken binnen. In eerste instantie met name hoge bewolking en in de namiddag kwamen de zware wolken binnendrijven. Naast de Cerro Torre zagen we ook de gletsjer. De “Los Tres”, de bergen die we gisteren hadden gezien, zagen we nu niet of nauwelijks. Dat kwam omdat een bergkam de twee bergen (de “Los Tres” en de “Cerro Torre”) van elkaar scheidt.

We liepen nog twee uur verder door bossen en een deel door de rivierbedding naar het gletsjermeer en wierpen daar een vluchtige blik op. We hadden inmiddels al zoveel gletsjermeren gezien dat we er niet meer ‘uren’ van gingen genieten. Daarnaast stond er bij het gletsjermeer een zeer sterke wind.

We zochten beschutting tegen de wind in het bos bij de camping, waar we onze lunch nuttigden en na de lunch liepen we rustig terug naar El Chaltén.

Onderweg keken we telkens weer om naar de schitterende bergen. De wolken kwamen nu langzaam over de bergkam rollen en iedere keer dat we omkeken was het beeld weer anders en mysterieuzer. We beloonden onszelf in het restaurant van het hotel op een biertje en we namen daarna een lekkere douche.

Om 19.00 uur hadden we afgesproken met Gronia, het Ierse meisje dat we in Ushuaia hadden ontmoet, om iets te gaan eten. Dat deden we in een zeer smaakvol ingericht restaurant aan de andere kant van het dorp. Het eten was echter niet zo bijzonder. Het was in ieder geval wél gezellig.

Na het eten snel terug naar het hotel om onze beentjes ook even wat rust te gunnen.

Woensdag 27 en donderdag 28 oktober 2004

Vanochtend namen we om 06.30 uur de bus terug naar El Calefate. Het was zwaar bewolkt en het regende een beetje. Om die reden waren we er niet rouwig om El Chaltén te verlaten. We hadden zowiezo niet langer tijd hier. Hoewel we een jaar weg zijn, moeten we toch nog de laatste dagen in Zuid Amerika strak plannen. Op 15 november moeten we in Santiago de Chili zijn voor de vlucht naar Sydney.

De bus reed dezelfde route als op de heenweg en weer stopten we bij het wegrestaurant onderweg, waar we weer een lekker stukje appeltaart kochten. Rond 11.00 uur kwamen we aan in El Calefate en we kochten bustickets naar Puerto Madryn, nadat we de opties om te vliegen naar Puerto Madryn hadden bekeken. De vluchttijden naar Puerto Madryn waren zeer ongunstig of de vlucht was vreselijk duur. Er zat niets anders op dan ons voor te bereiden op een 22 uur durende busrit.

We lunchten met een goede pizza in Restaurant Casa Blanca in de hoofdstraat en daarna ging Remco enkele boeken ruilen bij het hostal Buenos Aires, waar we enkele dagen daarvoor hadden overnacht.

Om 15.00 uur vertrok een mooie, nieuwe bus van de onderneming Taqsa voor de vier-en-een-half uur durende rit naar Rio Gallegos. Helaas moet al het verkeer vanuit El Calefate via Rio Gallegos, dat ten zuiden van El Calefate ligt, om vervolgens naar het noorden te rijden. Dat betekent een fors aantal uren omrijden.

In Rio Gallegos moesten we overstappen op het busstation. We hadden verwacht dat het wel een groot busstation zou zijn, omdat Rio Gallegos een wat ‘grotere’ plaats is, maar het busstation was nog kleiner dan in El Calefate. De bus naar Puerto Madryn was heel wat minder nieuw. We hadden plaatsen op de stoelen 23 en 24, maar na wat geslijm bij de buschauffeur konden we plaatsnemen op de stoelen 1 en 2, helemaal voorin de dubbeldeksbus. De rit verliep soepel en rond 13.00 uur de volgende dag kwamen we aan in Puerto Madryn.

We liepen naar het toeristenbureau, waar we informeerden naar de kamerprijzen van de diverse hostals/hotels en daarna liepen we naar Hostal La Posta, waar de kamer 50 pesos per nacht kostte. De kamer was eenvoudig, maar had een eigen badkamer. De rest van de dag liepen we wat door het leuke Puerto Madryn, belden we naar huis, kochten we bustickets naar Buenos Aires en regelden we een huurauto voor de volgende dag. Er gebeurt niet al te veel in Puerto Madryn. Het is een leuk, klein en rustig stadje met brede straten met veel bomen. Het weer was hééérlijk zonnig en het was zo’n 22 graden.

Vrijdag 29 oktober 2004

We reden vanochtend rond 08.00 uur weg uit Puerto Madryn. We hadden (wederom) een nieuwe huurauto tot onze beschikking met zo’n 4.000 km op de teller. Het zou zo’n 35 kilometer naar de entree van het park zijn. De weg er naar toe was ronduit saai. Het landschap in Patagonië is sowieso niet al te opwindend. Je rijdt honderden, zo niet duizenden kilometers over zowat een kaarsrechte weg met aan weerszijde van de weg grasland, maar niet het frisse groene, vlakke gras zoals in Nederland. Ook de weg naar de entree van het park was zo.

Bij de ingang van het park betaalden we 35 pesos entree per persoon en daarna was het nog eindeloos ver en saai rijden. We reden eerst naar Puerto Pyramide, vanwaar de boten vertrekken waarmee we de walvissen zouden kunnen bekijken. Het zeer nietige plaatsje bleek zo ongeveer geheel te bestaan uit bedrijven die boottrips aanboden en we boekten bij één van de aanbieders die nog wél plaats beschikbaar had. We hadden toch niet verwacht dat het zo druk zou zijn. Het stond er vol met touringcars.

De zoektocht naar walvissen leverde een goed resultaat op. Eigenlijk was het niet zo zeer een zoektocht, want de walvissen kwamen min of meer ons opzoeken. Wat een grote beesten, zeg. Soms zwommen ze letterlijk naast de boot. Er waren moeders met kind bij en dat was erg leuk om te zien. De beesten verdienen geen schoonheidsprijs, want ze zijn ronduit lelijk. Dat komt mede doordat er allemaal schelpdieren aan de walvis vastgegroeid zijn, zoals ze ook aan rotsen vastgroeien. Na zo’n anderhalf uur walvissen gingen we terug naar de wal. We zagen ook nog één dolfijntje dat -gezellig steeds boven de zeespiegel uit springend- de boot passeerde.

Het was overigens wel bijzonder hoe we van het strand op de boot en visa versa kwamen. We moesten eerst via een trap op een stellage op wielen klimmen. Deze stellage werd vervolgens door middel van een tractor het water ingeduwd tot zo’n diepte dat de catamaran zonder problemen kon aanleggen. Terug aan wal dronken we een kop koffie voordat we verder reden. De rit over de rest van het eiland ging over een ongeasfalteerde weg.

Langs de weg stonden steeds borden waarop we werden gewaarschuwd niet plots af te remmen, niet abrupt te sturen etc. Inderdaad was de weg nogal ongevalgevoelig. Ook wij hadden regelmatig het gevoel niet helemaal stabiel te rijden. De weg over het eiland was wederom saai en lang. We kwamen uiteindelijk uit bij een uitzichtspunt over een pinquin- kolonie (alsof je de handvol aanwezige pinquins een kolonie kunt noemen) en een plaats waar zeekoeien waren. We reden terug naar Puerto Madryn waar we de auto terugbrachten en waar we daarna nog iets dronken in een erg leuk cafétje.

Zaterdag 30 en zondag 31 oktober 2004        

Buenos Aires

Onze bus naar Buenos Aires zou pas om 15.00 uur vertrekken. ’s Ochtends besteedden we onze tijd door op het kantoor van Aerolineas Argentinas naar vluchtprijzen van Buenos Aires naar Iguazu en terug te informeren. Het bleek echter vreselijk druk te zijn op die route en alles zat vol. We vroegen of we op een wachtlijst konden worden gezet. Tot onze verbazing bleek er inderdaad een wachtlijst te bestaan. Wij lieten ons plaatsen op de wachtlijst voor een drietal vluchten vanuit Iguazu naar Buenos Aires. Het meisje achter de balie leek in eerste instantie een beetje stug, maar al snel bleek dat ze zeer vriendelijk en behulpzaam was.

We lunchten bij hetzelfde café waar we gisteravond een biertje hadden gedronken en de sandwich was uitstekend en na de lunch was het alweer tijd om naar het busstation te gaan. We namen een taxi voor die paar honderd meter en om 15.15 uur vertrok een mooie, nieuwe bus van Andesmar naar Buenos Aires. Het was wederom een aardig stukje rijden. Dit keer zou de rit 17 uur duren. De route was ronduit saai. Zowel bij het vertrek om 15.00 uur als rond 20.00 uur leek het landschap weinig te zijn veranderd. Gelukkig hadden we leesboeken en vermaakten we ons uitstekend.

In de bus bleek de televisie/dvd kuren te hebben. Het signaal kwam niet door. Hoewel de films die vertoond worden over het algemeen zeer slaapverwekkend zijn en de meeste mensen in de bus het grootste deel van de tijd slapen, deed de ‘bussteward’ er alles aan om de tv aan de gang te krijgen. Hij was er waarschijnlijk heilig van overtuigd dat als je maar lang genoeg klopt tegen het televisietoestel dat ‘ie dan wel goed gaat werken. Na veel vijven en zessen kreeg ‘ie ‘m dan eindelijk aan de praat.

Rond 06.30 uur de volgende ochtend werden we wakker en we waren al redelijk in de buurt van Buenos Aires. Veel zagen we echter niet want er hing mist. Toen we echter om 08.00 uur arriveerden in Buenos Aires had de zon de mist gelukkig verdrongen. We reden over enorm brede snelwegen Buenos Aires binnen en daarna door Buenos Aires naar het busstation. Hoge, – twee appartementen brede- woonflats rezen de lucht in en gaven een en ander een raar beeld. Op deze zondagmorgen was er nog maar weinig verkeer in de straten, maar het verkeer dat er reed had weinig op met de rode verkeerslichten. De meeste automobilisten reden gewoon door.

Het busstation van Buenos Aires is enorm! Het is er enorm geordend en netjes. Het busstation heeft maar liefst 75 perrons voor bussen en de terminal bestaat uit drie verdiepingen. We stapten uit en liepen direct naar de boekingskantoortjes van de busondernemingen die op Iguazu rijden. Die waren niet zo moeilijk te vinden. De boekingskantoren zijn allemaal op regio gerangschikt en dat maakte het vergelijken van de verschillende bedrijven eenvoudiger. Alle boekingskantoortjes zitten namelijk naast elkaar. Er waren meerdere busbedrijven. Sommige bedrijven boden slaapstoelen aan, die je écht helemaal plat kunt leggen. We informeerden naar de bustijden en de prijzen, maar besloten nog even te wachten met het kopen van kaartjes.

We namen een taxi naar Hostal Che Lagato, Venezuela 857. Elisa en Zui hadden ons dit hostal aangeraden. De taxi was een enorm oude Peugeot 504 en de chauffeur reed naar onze mening veel te hard. We hadden niet de indruk dat de remmen goed functioneerden en we waren blij toen we bij het hostal aankwamen. We kregen de laatst beschikbare tweepersoonskamer. Met 72 pesos was de kamer wel een beetje aan de prijzige kant, maar we zijn natuurlijk weer terug in de ‘grote’ stad.

Nadat we de spullen op de kamer hadden gelegd, liepen we naar de metrohalte en namen we de metro naar de dierentuin. We hadden in heel Zuid-Amerika nog geen dierentuin bezocht en we vonden het wel eens leuk dat weer te doen. We waren met name nieuwsgierig gemaakt door de Lonely Planet dat zoiets schrijft als… ‘De dierentuin van Buenos Aires is met name gericht op beesten van het Zuid Amerikaanse Continent.

Met name het hok van de olifanten is zeer mooi’. Wij maar denken en denken, maar wij wisten zo goed als zeker dat er op het Zuid-Amerikaanse continent geen olifanten leven.

Toen we uit de metrohalte stapten, zagen we de Jacaranda-bomen met de mooie paarse bloemen. Ze deden ons even weer denken aan Pretoria, Zuid Afrika. De dierentuin was erg leuk en mooi en leek wel wat op Artis; midden in de stad met alle lawaai van de stad en met de woonflats er omheen gebouwd. Na ons bezoek aan de dierentuin, gingen we ergens lunchen. Het restaurant was erg chique, maar de ober was een behoorlijke onbenul (zielig oud mannetje). Allereerst liep hij gewoon weg tijdens de bestelling en ten tweede gooide ‘ie onze twee flesjes Spa rood over tafel zonder zich daarvoor te excuseren.

We bestelden een salade en een stukje vlees (biefstuk). De salade was lekker totdat Remco een rups uit z’n salade zag komen. We maakten hierover een opmerking en even later kwam de ober met een nieuwe salade aanzetten. Wij hadden echter onze portie wel gehad. Het vlees was uitstekend en enorm veel. Marjolijn had echt een biefstukje en Remco leek wel iets van rosbief te hebben en ook nog eens een enorm stuk (drie – vier centimeter dik en tien centimeter lang!).

Na de lunch liepen we naar de begraafplaats. Wat is dat een enorme dodenstad, zeg! Er staan schitterende mausoleums die soms (niet overdreven) wel 15 meter hoog zijn. Hier is ook het graf van Eva Perron, dat we na veel vragen uiteindelijk vonden. Dat vragen was niet zo’n probleem, want het was er erg druk (met levende mensen). De wijk rond de begraafplaats was erg leuk en levendig. Hoewel de Lonely Planet hier helemaal niets over schrijft is het erg leuk.         

Er waren vele terrasjes, mooie winkels en een, waarschijnlijk, beregoede ijssalon, want je moesten een nummertje trekken om geholpen te kunnen worden. We liepen het hele stuk terug naar het hostal. Dit was niet al te vervelend, want een groot deel van de route ging door één van de voornaamste winkelstraten, waar vele winkels open waren.

In de winkelstraat werd een tangovoorstelling op straat gegeven. Erg leuk om dat te zien. Zo rond 19.30 uur werd het donker (ruim een uur eerder dan in het zuiden, helaas) en liepen we terug naar het hostal, waar we gebruik maakten van het internet en een biertje dronken om vervolgens vroeg naar bed te gaan.

Maandag 1 november 2004

We brachten onze vuile was weg naar de wasserette tegenover het hostal en liepen daarna naar de wijk La Boca. In de Lonely Planet staat een foto van een straatje met allemaal gekleurde huisjes. Het was een behoorlijk stukje lopen, maar dat was niet vervelend. Toen we echter bij het straatje met de gekleurde huisjes kwamen, viel dat ons zwaar tegen. Wat een vreselijke commerciële en toeristische bedoening. Vele touringcars blokkeerden het uitzicht en als het uitzicht niet door de bussen werd ontnomen, stonden er wel verkopers in de weg. In het straatje waren een aantal danspaartjes de Tango aan het dansen, maar dat gebeurde niet echt spontaan. Al snel ging de pet rond. Nee, als we dat hadden geweten dan hadden we daar niet heen gegaan.         

We wilden een taxi nemen naar het centrum en vroegen aan een taxichauffeur die lekker op een stoeltje in het zonnetje met een collega-taxichauffeur zat te praten of hij ons naar metrohalte Concepcion kon brengen. Hij liet ons de keuze tussen een taxirit of de bus te nemen en hij wees ons de bushalte die een klein eindje verderop was. Nu is de taxi in Buenos Aires niet duur, maar de bus is met 0,80 pesos per rit (€ 0,20) nog goedkoper.

We namen een bus naar metrohalte Conception en de metro verder richting het centrum, waar we bij een pizzeria lunchten. Toen we twee grote pizza’s bestelden, gaf de ober aan dat één pizza ook wel voldoende was. Maar wij wilden ieder een andere pizza. Dat was geen probleem, want dat kon in één pizza gecombineerd worden. De Argentijnen zijn zeer eerlijk, behulpzaam en vriendelijk. Na de lunch gingen we naar de kapper.

Marjolijn wilde haar haar in een ander kleurtje en Remco moest weer eens geknipt worden. Nou, dat kapperverhaal was niet zo’n succes. We moesten uren wachten (in totaal hebben we er ruim drie uur gezeten) en Remco werd lastig gevallen door een nichterige kapper, terwijl het resultaat van Marjolijn d’r ‘Coupe Soleil’ nihil was. We waren door dit geintje echter wel behoorlijk wat pesos armer geworden.

We liepen terug richting het hostal en dronken onderweg uit pure frustratie van ons kapperavontuur maar een biertje op een terrasje aan een drukke straat. We liepen een boekwinkel in die er aan de buitenkant niet bijzonder uitzag. Binnen bleek echter dat het gebouw een voormalig theater is. Er waren schitterende balkons vol boekenkasten en het voormalige toneel was nu een literair café. Dit is absoluut de mooiste boekwinkel ter wereld! Na de boekenwinkel liepen we terug naar het hostal, want de eerste druppels kwamen uit de hemel vallen en we hadden geen regenkleding bij ons (het was nog steeds zo’n 30 graden).

Dinsdag 2 november 2004

Het heeft vrijwel de hele nacht geonweerd en toen we vanochtend was het nog steeds bewolkt, maar gelukkig wel weer droog. We namen de metro naar het Retiro busstation en kochten bustickets naar Iguazu. We hadden van Aerolineas Argentinas vernomen dat de vlucht vanuit Buenos Aires naar Iguazu op 4 november écht vol zat en er geen kans was op plaatsen. Er zat dus niets anders op dan een nachtbus te nemen. We kochten kaartjes voor zogenaamde ‘cama’-stoelen. Dit zijn super-de-luxe en brede stoelen; in de bus staan maar drie stoelen naast elkaar in de bus in plaats van de gebruikelijke vier.

Op het kantoor van Aerolineas kochten we tickets voor de terugvlucht vanuit Iguazu naar Buenos Aires op 8 november. Daarna liepen we naar Theater Colon. In de winkelstraat kochten we een nieuwe dagrugzak voor Remco. Eén rits van de vakken had het begeven en alle spullen zaten nu in één vak. Erg onhandig. We kochten echter een schitterende, ergonomische, rugzak met veel bergruimte. Bij Theater Colon lieten we ons registreren voor de rondleiding door het theater van 15.00 uur.

We hadden nog anderhalf uur voordat de rondleiding zou beginnen en we besloten ergens te gaan lunchen, maar voordat we gingen lunchen kochten we kaartjes voor de operavoorstelling die avond in het theater. De toer door het schitterende theater was interessant. Niet alleen de hal en de theaterzaal zelf mochten we bekijken, maar we konden ook een kijkje nemen in de kelders, waar de repetitieruimten zijn, alsmede de plaatsen waar alle decors, kledingstukken etc. worden gemaakt. Er is een enorme voorraad van kostuums.

Volgens de gids lagen in het theater 70.000 kostuums opgeslagen en 22.000 paar schoenen. Het was leuk om de decors te zien. De meeste decors worden gebouwd uit piepschuim en dat is ook wel logisch ook, want anders zouden ze niet te verplaatsen zijn. De theaterzaal was erg schitterend; echt zoals je je een theaterzaal voorstelt. Zo’n 28 meter lang. De gids gaf aan dat de toneelvloer nog groter was dan de theaterzaal. Erg indrukwekkend.

’s Avonds gingen we naar de opera Elizabeth in theater Colon. De voorstelling begon om 20.30 uur en eindigde om 23.30 uur. Een behoorlijk lange zit voor een verhaal dat we niet kenden en waar we niets van snapten. De opera was in het Italiaans en boven het toneel werd de Spaanse vertaling geprojecteerd op een scherm. De geprojecteerde tekst was echter heel vaag geprojecteerd om de mensen niet te veel af te leiden van de voorstelling.

Ons probleem was dat we het Italiaans niet verstonden en we de Spaanse vertaling nauwelijks konden volgen.

We zaten op de zesde rij, bijna helemaal bovenin de zaal, die uit zo’n 8 verdiepingen bestond. De zaal was enorm hoog en enorm mooi. Ondanks dat we van het verhaal weinig begrepen, was de voorstelling erg leuk; mooie muziek en mooie kostuums. De akoestiek was perfect. De zangers en zangeressen waren zeer goed te verstaan, zonder dat het geluid elektronisch werd versterkt.

Woensdag 3 november 2004

Donderdag 4 en vrijdag 5 november 2004      

Iguazu

We namen de metro naar het Retiro trein/busstation. Op het busstation kochten we bij de busonderneming ‘Via Bariloche’ tickets voor met de cama-bus (slaapbus) naar Iguazu en daarna kochten we bij het kantoor van Aerolineas Argentinas de vliegtickets van Iguazu naar Buenos Aires voor de achtste.

Op het treinstation kochten we twee retourtjes ($ 1,90 per persoon) naar Tigre, een plaatsje dat ongeveer op een uur rijden afstand ligt van Buenos Aires. De trein vertrok vrijwel direct nadat we waren ingestapt. Onderweg werd op alle tussenliggende stations gestopt (en dat waren er nogal wat). Ambulante verkopers in de trein probeerden hun waar aan de man te brengen; snoepjes, kranten en FM-radiootjes voor één of enkele pesos per stuk.

In Tigre dronken we eerst een cappuchino in een café / restaurantje nabij het treinstation en daarna liepen we naar het toeristenbureau om te vragen naar de bezienswaardigheden in en om Tigre. Er werd ons inderdaad een boottocht door de kanalen/rivieren in de omgeving aangeraden.

Er was de mogelijkheid tot een rondvaart of we konden een watertaxi nemen. We besloten de watertaxi te nemen, omdat die alleen de mogelijkheid bood om ergens aan wal te gaan.

De watertaxi was een lange, houten boot met een enorme krachtige en lawaaierige motor. Aan boord zaten enkele toeristen en vele bewoners van de huizen langs de rivieren. Die huizen zagen er erg mooi uit soms en ieder huis had een eigen aanlegsteiger voor de watertaxi. De watertaxi stopte frequent bij de huizen en de bewoners hadden slechts enkele seconden de tijd om op- of uit te stappen.

Onderweg stapten we ergens uit om langs een aantal huisjes te lopen, maar het kon Marjolijn allemaal niet te erg bekoren. Het leek volgens haar op de Weerribben en het gebied rondom Gouda en dus besloten we de eerstvolgende watertaxi maar weer terug naar Tigre te nemen.

In Tigre lunchten we (14.30 uur) alvorens de trein terug te nemen naar Buenos Aires. In Buenos Aires namen we vanaf het Retiro treinstation de metro terug naar het hostal waar we de rugzakken ophaalden.

We wilden een taxi nemen naar het busstation, maar alle taxichauffeurs weigerden de bagage in de kofferbak te laden. Uiteindelijk namen we dan maar een taxi die de bagage op de voorstoel legde. De taxichauffeur praatte honderduit over voetbal, de Iguazu-watervallen en Maxima. We begrepen niet alles, want ook de Argentijnen hebben een apart accent. We antwoorden maar met Si! De chauffeur zette ons keurig netjes af op het busstation en zelfs nog op de juiste plek.

Het busstation is -zoals al gemeld- enorm groot, eigenlijk net een luchthaven, dus als je op de juiste plek wordt afgezet, is dat wel prettig. Op het busstation was het heel wat minder rustig dan afgelopen zondagmorgen. Anders gezegd: het nu een mierennest. Bussen reden af an aan.

Onze bus kwam aan rond 19.00 uur en een kwartiertje later reden we weg uit het busstation en stonden we direct klem in de avondspits. Inmiddels was het ook gaan regenen en het zou blijven regenen tot 12.00 uur de volgende dag. Niet een klein beetje miezeren, maar meer van die regenbuien die we in Nederland al gauw beschouwen als tropische buien.

De bus was super-de-luxe !. Voor het eerst hadden we een cama-bus (slaapbus) waar er slechts drie stoelen in een rij zijn in plaats van vier. De stoelen waren lekker breed, met leer bekleed en konden zo goed als geheel horizontaal worden geklapt. De beenruimte was enorm en zelfs Remco kon met de voeten de vloer niet raken als hij in de stoel zat. Het was perfect. Hadden we dat maar eerder geweten!

Toen we rond 13.00 uur aankwamen in Puerto Iguazu was het gelukkig droog geworden. We liepen naar Hotel Los Helechos (***), waar we voor 56 Argentijnse pesos (18 euro) per nacht een kamer namen. De rest van de middag slenterden we wat door Puerto Iguazu, dat een klein en rustig dorpje is waar verder weinig gebeurt.

Zaterdag 6 november 2004

Vanochtend was het nog behoorlijk zwaar bewolkt, toen we de bus van 08.10 uur naar de watervallen van Iguazu op de grens van Argentinië met Brazilië liggen; Het was een ritje van zo’n 20 minuten. Bij de ingang van het Nationale Park betaalden we 30 Argentijnse pesos per persoon entree en kregen we te horen dat twee van de drie attracties in het park afgesloten waren vanwege het overvloedige water.

Als gevolg van de enorme regenbui van gisteren was de waterstand in de rivieren zo hoog geworden dat alle 18 dammen in de rivier open waren gezet. Hierdoor was de waterstand zo’n 2 à 3 meter hoger dan normaal. De catwalk naar Garante de Diablo en de boottocht naar Isla San Martin waren hierdoor afgesloten.

We liepen het park in en we werden vrijwel direct aangesproken door iemand van de onderneming Ìguazu jungle explorer’. Dit bedrijf biedt onder andere de ‘Great Adventure’ aan. Dit is een boottochtje over de rivier naar de watervallen en we boekten plaatsen voor de boot van 12.45 uur. Daarna liepen we via de ‘Via Verde’ (het groene pad) naar de plek waar de wegen naar de watervallen begonnen.

Het was nog steeds bewolkt en we begonnen eerst aan de upper trail, een wandelweg die naar de bovenkant van de watervallen voert. We liepen over metalen flonders en we kwamen uit recht boven de watervallen. Met een enorm kabaal viel het water tientallen meters (de watervallen zijn zo’n 70 meter hoog) naar beneden. Vanaf de catwalk hadden we ook een schitterend zicht op de watervallen. We liepen verder en we zagen in de verte de bewolking breken en de eerste blauwe stukjes hemel kwamen tevoorschijn.

Nadat we over de upper trail hadden gewandeld, namen we de lower trail. Dit pad voert langs de onderkant van de watervallen en gaf een totaal ander beeld. Nu keken we onze ogen uit naar de enorme hoogte van de watervallen. We moesten nu ook onze regencapes aan, want de fijne nevel reikte honderden meters landinwaarts. De camera (lens) werd ook continue nat en het is dan ook maar te hopen dat de foto’s zijn gelukt. Eén uitzichtpunt was afgesloten, maar alle toeristen liepen tot aan de afsluiting om zich voor de enorme waterval te laten fotograferen. Het betekende wel dat je na de foto ook door en door nat was, want het uitzichtpunt was letterlijk aan de voet van de waterval.

Om 12.45 uur begon onze excursie met de ‘Jungle Explorer’. Eerst werden we met een 4×4 truck naar de aanlegsteiger van de boot gebracht, waar ons de reddingsvesten werden uitgereikt. Daarna namen we plaats aan boord van de boot die door 2 x 200 pk buitenboordmotoren werd aangedreven. We namen plek op de tweede rij aan de linkerzijde van de boot. Waarom deze details? De uitleg volgt.

We voeren met enorme snelheid stroomopwaarts over de snelstromende rivier en stopten in eerste instantie op ruime afstand van de watervallen. Zo konden we enkele mooie plaatjes schieten.

Daarna werd ons verzocht alle spullen goed op te bergen en al snel werd duidelijk waarom. De boot voer met hoge snelheid tot op enkele meters van de watervallen en we werden zeik- en zeiknat. Gelukkig hadden we onze regenponcho’s aan en zaten we aan de linkerzijde, terwijl de watervallen aan de rechterzijde waren. Ondanks dat we allemaal nat werden was iedereen reuze enthousiast en gilden om een tweede en een derde keer. Na drie keer was het wel genoeg en voeren we terug naar de aanlegsteiger.

Echter, voordat we aanlegden wilde de kapitein nog even indruk maken en maakten we een cirkel naar rechts, waarbij de boot een grote slok water schepte. Wij zaten links en zeer zeker aan de betere zijde. De boottocht was leuk en geslaagd. Onze enige ‘schade’ was een natte kont, maar ten opzichte van de andere passagiers stapten we ongeschonden van de boot.

’s Middags brak de zon door en werd het onbewolkt. Daarom liepen we nogmaals over de upper en de lower trail. Door de lichtinval waren de watervallen compleet anders (en mooier) van kleur. Ook verschenen overal regenbogen. Ook zagen we talloze vlinders in schitterende kleuren.

Pas rond 17.00 uur verlieten we het park en namen we de bus terug naar Puerto Iguazu.

´s Avonds hebben we de foto’s van die dag ge-upload naar ons on-line fotoalbum en in een restaurant de op één na laatste biefstuk van de vakantie in Argentinië gegeten.

Zondag 7 november 2004

Rond 09.00 uur zaten we in de bus naar Brazilië, dat letterlijk op een steenworp afstand ligt. Bij de grens kregen we onverwacht toch een uitreisstempel in ons paspoort en daarna staken we in de bus de grensbrug over de rivier over. Aan de Braziliaanse zijde was wel een grenspost, maar die was niet bemand en ‘illegaal’ gingen we Brazilië; binnen. We werden door de chauffeur afgezet op de kruising naar de Iguazu watervallen aan de Braziliaanse zijde en we stapten over op een andere bus die vrijwel direct aan kwam rijden.

Om 10.00 uur op ons horloge kochten we de entreekaartjes en om 11.05 uur vertrok de bus naar de watervallen. We hoefden echter niet een uur te wachten; we kwamen er gewoon achter dat we een tijdzone waren gepasseerd.

De bus bracht ons naar de watervallen. Het zicht daarop was volstrekt anders dan van de Argentijnse zijde. Vanaf de Braziliaanse zijde heb je een schitterend totaaloverzicht, maar kun je de watervallen niet benaderen; die liggen namelijk aan de overkant van de rivier. We vonden de Argentijnse zijde echter spectaculairder en we bleven niet al te lang. Rond 13.00 uur namen we de bus terug naar de ingang van het park en daar namen we de bus naar Foz de Iguazu.

In Foz de Iguazu (Brazilië) was echter niets te doen. Het was zondag en alle winkels waren dicht. Het verschil met Puerto Iguazu in Argentinië was groot. In Foz was flink wat hoogbouw, terwijl Puerto Iguazu een klein en subtropisch dorpje is. We lunchten in Foz de Iguazu in een ‘ all you can eat’ restaurant, waar we zelf konden opscheppen bij het saladebuffet en waar telkens een ober met een grote spie gegrild vlees langskwam, waarvan hij lapjes vlees sneed. Het vlees was minder goed dan in Argentinië.

Na de lunch gingen we internetten om op die manier maar een beetje door onze gewisselde realen (Braziliaans geld) te komen en daarna namen we de bus terug naar Puerto Iguazu in Argentinië. Ook dit keer was de Braziliaanse grensovergang onbemand. We kregen wel weer een inreisstempel aan de Argentijnse zijde.

In Puerto Iguazu dronken we nog wat op een schaduwrijk terras. Het zat vol met Argentijnen die keken naar een (belangrijke) voetbalwedstrijd.

Maandag 8 november 2004

We sliepen uit en ontbeten daarna in het hotel. De rugzakken moesten weer reisklaar worden gemaakt en nadat dat was gebeurd lieten we ze achter in het bagagedepot van het hotel en liepen we naar het drielandenpunt. De zon stond al weer flink hoog en we zochten zoveel mogelijk de schaduw op. Het drielandenpunt is wel leuk om te zien. De landen worden van elkaar gescheiden door twee rivieren die op dit punt bij elkaar komen.

Bij het drielandenpunt waren veel souvenierstalletjes en bij een daarvan kochten we een mate-beker (mate is een soort thee dat in een speciale beker wordt gedronken. Alle Argentijnen schijnen het te drinken. Je ziet vaak de Argentijnen met een beker met het bijbehorende metalen rietje en een thermosfles heet water over straat lopen. Daarna liepen we terug naar het centrum, waar we op een terrasje een kopje cappuccino dronken.

Het werd tijd voor de laatste lunch in Argentinië. We aten natuurlijk weer een biefstukje en na de lunch liepen we terug naar het hotel. Om 13.15 uur zou de airportbus ons oppikken bij het hotel. Om half twee kwam de bus die ons naar de luchthaven bracht. Onderweg zagen we honderden, zoniet duizenden vlinders.

Om 15.10 uur vertrok het vliegtuig op weg naar Buenos Aires en om 17.15 uur landden we daar op het internationale vliegveld. Een trap werd tegen het vliegtuig geplaatst en onder aan de trap stond een bus klaar om ons naar de aankomsthal te brengen. Die lag op niet meer dan 25 meter van het vliegtuig. De busrit duurde niet meer dan 1 minuut en de meeste passagiers waren –net als wij- dan ook erg verbaasd over deze ‘service’.

Onze bagage lag keurig netjes naast elkaar op de transportband en we liepen met de bagage naar de vertrekhal. Er waren geen karretjes meer beschikbaar en we moesten een aantal keren vragen waar de vertrekhal was. De bewegwijzering is nogal slecht geregeld op de luchthaven. Toen we in een vertrekhal kwamen, bleek het de nationale vertrekhal te zijn en we moesten naar een andere terminal. Eerst maar even op zoek naar een karretje en met de bagage op het karretje naar de andere vertrekhal. Daar vroegen we bij de balie van Lan Chili of het mogelijk was een vlucht eerder dan gepland te nemen. De vluchten van Buenos Aires naar Santiago gaan in de avond minimaal één keer per uur en we beproefden ons geluk. Het meisje gaf aan het bij de incheckbalie te proberen. Daar bleek dat één vlucht eerder vol zat, maar twee vluchten eerder was wel mogelijk. Dat betekende dat we vanaf dat moment maar een half uur de tijd hadden om naar het vliegtuig te komen.

We betaalden snel de (forse) luchthavenbelasting en liepen daarna naar de douane. Daar begonnen de douaniers spijkers op laag water te zoeken door te stellen dat de tent niet als handbagage meegenomen mocht worden vanwege de tentstokken. Aangezien we nog maar een kleine 20 minuten voor vertrek hadden, raakten we door deze onzin een beetje uit ons humeur. We hadden de tent namelijk al zeker 4 keer als handbagage meegenomen op vluchten in Argentinië en Chili.

Nadat een stuk of vijf douaniers zich ermee hadden bemoeid, mochten we uiteindelijk doorlopen.

Om 19.00 uur vertrok het vliegtuig en rond 21.15 uur stonden we aan de grond in Santiago. We waren blij dat we aan de grond stonden, want het vliegtuig had nogal last van turbulentie.

Een half uur nadat we waren geland stonden we buiten het luchthavengebouw en namen we de bus naar het centrum. De bus reed tot aan metrohalte Los Heroes en vandaar namen we een taxi naar Hotel Paris.

We liepen nog even naar het hotel waar Manuela en Friso zouden overnachten. Ze waren niet aanwezig, dus lieten we een briefje voor ze achter.

Dinsdag 9 november 2004          

Terug in Santiago de Chili

Gisteravond waren we dus nog even naar het hotel van Friso en Manuela gegaan om te kijken of ze er waren, maar niemand thuis. We waren even bang dat ze ons op het vliegveld aan het opwachten waren, want we hadden ze gemaild op welke tijd we aan zouden komen. We lieten een berichtje bij de balie van hun hotel achter waarop we schreven dat we ons de volgende dag om 08.30 uur in hun zouden melden. En dus stonden we vanochtend om 08.30 uur in de lobby van hun hotel. We waren erg blij om ze weer te zien. Al snel bleek inderdaad dat ze gisteravond op de luchthaven op ons hadden gewacht.

We zouden vandaag met z’n vieren naar twee wijnboerderijen in de Maipovallei gaan. Friso had geregeld dat we konden aansluiten bij de excursie die zij sowieso zouden maken.

Om 09.00 uur werden we opgehaald en in een 20 persoons busje reden we eerst een aantal andere hotels af om mensen op te pikken. De gids legde in de bus uit wat het programma van die dag was en welke wijnboerderijen bezocht gingen worden. Friso en Manuela waren na zijn uitleg erg verbaasd. Het was namelijk hetzelfde programma als ze de dag ervoor hadden gedaan.

De gids belde naar het kantoor en daar werd al snel een oplossing aangedragen. We zouden worden teruggebracht naar het hotel en daar zouden we wachten op iemand die ons op zou pikken voor de juiste toer..

Afijn, op de kamer dronken we een kopje koffie en na drie kwartiertjes werden we opgepikt door een andere minibus.

We werden nu slechts met z’n vieren in een grote bus rondgereden. Allereerste bezochten we de wijnboerderij ‘Cousino Macul’. Dit schijnt één van de oudste wijnboerderijen uit Chili te zijn. We kregen een rondleiding en we zagen enkele enorme wijnvaten (40.000 liter) en een zeer klein museumpje met een oude wijnvulmachine, kurkmachine en etiketmachine. We keken vluchtig in een opslagkelder die geheel verlicht was met kaarslicht. Daarna mochten daarna twee wijntjes, een witte en een rode proeven. Als souvenir mochten we het glas mee naar huis nemen.

De toer maakte niet zo heel veel indruk op ons, omdat die redelijk standaard was. We hebben in Frankrijk en Zuid-Afrika al een aantal van dit soort rondleidingen gehad en zodoende was het niet al te bijzonder.      

Het was alweer tijd voor de lunch en de chauffeur wist natuurlijk wel weer een restaurantje waar je ‘traditioneel Chileens eten’ zou krijgen. Het was een behoorlijk eind rijden en het bleek dat alle toergroepen hier werden gedropt voor de lunch. In het restaurant bestelden we alle vier een soort biefstuk en toen we die kregen waren we het er allemaal over eens dat het proefde als een schoenzool. Het vlees werd dus teruggebracht naar de keuken.

Enige tijd later kregen we opnieuw onze bestelling en nu was ‘ie beter, maar nog altijd niet het Argentijnse biefstukje dat we gewend waren. Na de lunch bezochten we een zeer kleine wijnboer. Het was in particuliere handen en de eigenaar leidde ons rond. Hij was erg informatief. Het leuke was dat het in zijn bedrijfje allemaal zeer eenvoudig was. De eigenaar had allemaal oude apparatuur of zeer voordelig opgekochte apparatuur. Het was allemaal erg primitief, maar z’n hart lag er wel in. We kregen 8 verschillende wijntjes te proeven en dat was wel stukken leuker dan de rondleiding in ‘Cousino Macul’. De eigenaar deed echt aan ‘wijnproeven’.

’s Avonds aten we met z’n vieren een pizza.

Het was alweer tijd voor de lunch en de chauffeur wist (natuurlijk) een restaurantje waar je ‘traditioneel Chileens eten’ zou krijgen. Het was een behoorlijk eind rijden en eenmaal bij het restaurant bleek dat alle toergroepen hier werden gedropt voor de lunch. In het restaurant bestelden we alle vier een soort biefstuk en toen we die kregen waren we het er allemaal over eens dat die smaakten naar schoenzool. De ober werd geroepen en het stukje vlees kon ‘retour keuken’. Enige tijd later kregen we opnieuw onze bestelling en nu was ‘ie beter, maar nog altijd niet het Argentijnse biefstukje dat we gewend waren.

Na de lunch bezochten we een zeer kleine wijnboer. De wijnboerderij was in particuliere handen en de eigenaar ervan leidde ons rond. Ten opzichte van vanochtend was deze rondleiding erg informatief. Het leuke was dat het in zijn bedrijfje allemaal zeer eenvoudig aan toe ging. De eigenaar had allemaal oude apparatuur of zeer voordelig opgekochte apparatuur. Het was allemaal erg primitief, maar z’n hart lag er wel in het wijnmaken. We kregen 8 (!) verschillende wijntjes te proeven en dat was wel stukken leuker dan de rondleiding in ‘Cousino Macul’. De eigenaar deed echt aan ‘wijnproeven’.

’s Avonds aten we met z’n vieren een pizza in een niet al te gezellig restaurant.

Woensdag 10 november 2004

Vandaag was de laatste volle dag voor Friso en Manuela in Santiago, voordat ze terug zouden keren naar Nederland. We hadden hun eerder gemaild dat kostuums, kleding en schoenen in Chili erg goedkoop zijn en Friso wilde inderdaad op zoek naar enkele kostuums. Dus het werd een dagje winkelen in Santiago.

We hadden om 10.00 uur in de lobby van hun hotel afgesproken. We liepen het centrum in en wij brachten eerst een aantal fotorolletjes naar een één-uurs ontwikkelcentrale voordat we gingen winkelen. Friso en Manuela zouden dan namelijk de ontwikkelde foto’s mee naar huis kunnen nemen.

Friso slaagde er in om drie kostuums te kopen en na al dat passen was het tijd voor een biertje op een terrasje op de Plaza del Armas.

Normaal gesproken vieren we samen sinterklaas in Nederland. Dit jaar zou het daar echter niet van komen en daarom hadden we een vervroegd sinterklaaskado met gedicht voor ze gemaakt. Dit hadden we bij de receptie achtergelaten, met het verzoek aan de receptionist van het hotel om kado aan ze te overhandigen. We hadden de receptionist gevraagd om te zeggen dat een oude man met een lange, witte baard het pakje voor ze bij de receptie had achter gelaten.

Manuela had er in eerste instantie niets van begrepen toen de receptionist begon te kletsen over een oude man met een witte baard en een pakje, maar al snel werd het hun duidelijk dat ze in het ooitje werden genomen.

We hebben met z’n allen weer kostelijk gelachen om het gedicht (wij harder dan onze vrienden, overigens), maar ze waren niet al te blij met het kadootje (een fles Pisco sour in een mooie Moai-fles), omdat ze zoals ze zelf zeiden ‘al zoveel gewicht meezeulden’

’s Avonds aten we in een Chinees restaurant en na het eten dronken we nog een glaasje wijn op de kamer van Friso en Manuela.

Donderdag 11 november 2004

We hadden vanochtend weer om 10.00 uur in de lobby van het hotel van Friso en Manuela afgesproken. We hadden onze oude en kapotte rugzak meegenomen. Hij zat vol met afgedrukte foto’s, oude Lonely Planets en enkele souvenirs. Het was al met al een behoorlijk zwaar zakje geworden en we zijn Friso en Manuela zeer, zeer dankbaar dat ze dit voor ons wilden meenemen.

Om 11.00 uur werden ze opgehaald door de taxi, maar wij konden niet meerijden. Er ging een reisleidster met ze mee, zodat wij genoodzaakt waren een bus te nemen. Ongeveer 40 minuten later ontmoetten we Manuela in de vertrekhal op de luchthaven. Friso stond toen al in de rij voor de incheckbalie.

Nadat ze waren ingecheckt aten we een wrap in het restaurant op de vierde etage. Het eten is er erg goed. Na het eten konden we ze alleen nog maar uitzwaaien bij de douane en daarna verdwenen ze. Wij keerden terug naar het centrum van Santiago, waar we de rest van de dag niet veel meer deden.

’s Avonds kochten we bij een supermarkt brood en kaas, voor diner.

Vrijdag 12 november en zaterdag 13 november 2004

Twee regenachtige dagen in Santiago. Het enige belangrijke wat we deze dagen deden was een visum regelen voor Australië. Dit was erg eenvoudig en snel geregeld. We moesten echter twee keer naar de ambassade, omdat we de eerste dag te laat waren (openingstijden van 09.00 – 11.30 uur, belachelijk!). Verder winkelden en internetten we wat. Oh ja….. en we sliepen uit!

Zondag 14 november 2004

Aan het einde van de middag zouden we Leo en Pauli ontmoeten en voor die tijd kochten we de noodzakelijke dingen voor ons kampeeravontuur in Australië, zoals twee luchtbedden, een luchtpompje en een pannenset. De pannenset was niet echt goedkoop, maar wel tamelijk compleet. Er zaten namelijk ook bordjes bij, alsmede een fluitketeltje, een snijplankje en een theedoekje. Leuk hoor.

Om 16.00 uur kwamen Leo en Pauli naar ons hotel en we besloten om iets te gaan drinken in het centrum. We stelden voor om naar de Plaza del Armas te lopen, aangezien daar terrasjes zijn. Op het terrasje konden we onder het genot van een biertje en een pisco sour even lekker bijkletsen. Het was erg gezellig.

’s Avonds namen we de metro naar de wijk Bellavista, waar we gezamenlijk aten. Na het eten namen we afscheid en gingen we terug naar het hotel.

Maandag 15 november 2004

We hadden gisteravond aan Leo en Pauli gevraagd of ze een pakketje voor ons mee zouden willen nemen naar Nederland. Leo was daar niet echt blij mee, omdat ze een kleine rugzak bij zich hadden. Inderdaad bleek vanochtend dat het niet ging. Leo belde naar ons hotel met de mededeling dat hij het pakketje via de post naar Nederland zou sturen. Dat zouden we zelf natuurlijk ook kunnen doen en we haalden het pakketje op in hun hotel.

Daarna liepen naar het postkantoor om de spullen te verzenden. We hadden echter nog veel meer dat we graag terug naar huis wilden sturen, dus liepen we terug naar het hotel om nog maar een pakketje te maken en ook dat verstuurden we vanaf het postkantoor.

Op het internet werkten we ons dagboek bij. We hadden vernomen dat het internetten in Australië duurder zou zijn dan in Chili, dus van dat voordeel moesten we nu nog even gebruik maken.

Tegen 19.00 uur namen we –volbepakt- de metro naar metrohalte Los Heroes, waar de halte van de airportbus was. Rond 19.45 uur waren we op de luchthaven. Er stond nauwelijks een rij voor de incheckbalie en we deden de rugzakken in de beschermhoezen. Wat we niet wisten, was dat de bagage visueel gecontroleerd wordt voordat die ingecheckt kan worden. Dus moesten de beschermhoezen maar weer eraf. De bagagecontrole stelde echter helemaal niets voor. De rugzakken hoefden niet open nadat we hadden ontkent dat er gevaarlijke spullen in de tas zaten. En of we maar een beetje wilden opschieten, zei de vrouwelijke beveiligingsbeambte. Waarvoor wisten we niet, want we waren ruim op tijd en er stond niemand in de rij achter ons (??)

Het inchecken ging erg langzaam. We vroegen naar nooduitgangplaatsen, want op de stadskantoren van Lan Chili hadden ze ons verzekerd dat de nooduitgangstoelen alleen op de luchthaven vergeven zouden worden. Nou, dat was volgens de grondstewardess bij het inchecken niet mogelijk. Die stoelen werden namelijk weggegeven aan de gate. Toen we even later bij de gate stonden, werd gezegd dat de stoelen bij het inchecken werden vergeven(!!??)

Na het inchecken spendeerden we de laatste Chileense Pesos in het restaurant op de vierde etage. We namen wederom zo’n lekkere wrap en na het eten begaven we ons naar de douane. De beambte plaatste de uitreisstempel nog net niet door Remco’s Galapagosstempel. Het gaat allemaal zonder enige interesse.

Om 23.25 uur vertrok het toestel, keurig op tijd. Het eten en de entertainment aan boord waren wederom goed, maar de beenruimte was allerbelabberdst. Hoe dan ook…. het lukte toch nog om enkele uurtjes te slapen in het vliegtuig.