Woensdag 1 september 2004

Copacabana

Om 07.00 uur werden we opgehaald door iemand van ‘Tour Peru’, de busonderneming die ons naar Copacabana in Bolivia zou brengen. De rit naar Copacabana duurde 3 1/2 uur.

De formaliteiten aan de grens verliepen weer uitermate soepel. De Peruaanse beambte had volledig geen interesse in ons uitreisformulier. Hij nam het aan en stempelde de formulieren en de paspoorten direct. We moesten een klein stukje lopen naar Bolivia en eenmaal in Bolivia hadden we al snel een visum voor 30 dagen. We wisselden onze laatste Soles voor Bolivianos en daarna vervolgde de bus de laatste acht kilometer naar Copacabana. In Copacabana moesten we 1 Boliviano (Bs. 1) per persoon toegang tot de stad betalen. We werden afgezet op het centrale plein en we liepen naar Recidencia ‘Brisas del Titicaca’, dat aan het Titicacameer ligt. We kregen een ruime kamer op de bovenste etage, met schitterend zicht over het meer (zeezicht).

’s Middags lunchten we in de tuin van een restaurant (ze hebben hier terrasjes!) en liepen we wat door het dromerige Copacabana. Al snel hadden we door dat Bolivia ons waarschijnlijk wel zou bevallen.

In Copacabana was het heerlijk rustig en we konden over straat lopen zonder telkens maar Compra, Amigo! te moeten horen of ‘No, gracias’ te moeten zeggen als iemand ons weer eens een alpacatrui wilde verkopen.

We konden hier gewoon bij souvenirstalletjes kijken, terwijl de eigenaresse gewoon door bleef breien of haken. Een wereld van verschil met het tien kilometer verderop gelegen, opdringerige Peru.

Op de markt zagen we een stalletje waar ze jassen verkochten. Hele aardige, met fleece gevoerde jassen voor 70 Bolivianos (€ 7,-). Daar zullen we waarschijnlijk wel eentje van gaan kopen. Lekker warm voor het vervolg van de reis tussen Uyuni en San Pedro de Atacama (Chili). De rest van de middag deden we niets bijzonders. Op het terras van het hotel op de bovenste verdieping zaten we heerlijk in het zonnetje te lezen en genoten we van het uitzicht over de baai met de talloze bootjes en de talloze waterfietsen die op het strand liggen.

Donderdag 2 september 2004

Marjolijn had vannacht wat last van buikkrampen. Waarschijnlijk had ze de dag ervoor iets verkeerds gegeten. De start van vanochtend verliep vanochtend ook al niet helemaal zoals we hadden gepland.

Om 08.10 uur liepen we naar de receptie van het hostal en kwamen erachter dat er alleen maar boten naar Isla del Sol vertrekken om 08.30 uur en om 13.30 uur.

Dat werd dus even haasten om de boot van 08.30 uur nog te kunnen halen, maar dat lukte. Echter zonder ontbijt. Na 1 1/2 uur varen kwamen we aan in het haventje op het zuidelijkste puntje van Isla del Sol. Doordat Marjolijn zich wat slapjes voelde, hadden we ons idee omtrent enigszins omgegooid. Het idee was om naar het noordelijke deel van het eiland te varen en vervolgens over het eiland naar het zuidelijke deel te wandelen. We zouden dan in Yunnin, het dorpje in het zuiden overnachten en de volgende dag teruggaan naar Copacabana.

Het liep anders dan gepland. We gingen nu naar Yunnin en zouden daar overnachten. De tweede dag wilden we naar het noorden lopen en vanaf dat punt de boot terugnemen naar Copacabana. Marjolijn was echter niet lekker en we skipten alle plannen. We besloten om ’s middags weer de boot om 16.00 uur terug te nemen naar Copacabana. Er was vrij weinig te doen op het eiland en we hingen een beetje rond. Het leuke is om op het eiland wat wandelingen te maken, maar dan moet je je wel fit voelen. We hadden ook geen boeken meegenomen. We waren dan ook blij dat we ’s middags gezelschap kregen van een Nederlandse en een Zuid-Afrikaan waar we gezellig mee hebben gebabbeld.

Om 16.00 uur namen we de boot terug naar Copacabana, helaas zonder veel van Isla del Sol te hebben gezien. Terug in Copacabana liepen we nogmaals door het dorpje en kochten een winterjas voor Remco (60 Bolivianos = € 6), alsmede een draagdoek (32 Bolivianos) waarmee alle Indiaanse vrouwen hier hun goederen op hun rug vervoeren.

Het avondeten bestond uit zeer smaakvolle fajita’s in een druk restaurantje schuin tegenover ons Hostal.

Vrijdag 3 september 2004

La Paz

We namen om 10.00 uur de bus naar La Paz. De bus vertrok vanaf een pleintje en op de stoep naast de bus stonden allemaal oude olijfolieblikken die waren gevuld met visjes. Gelukkig voor ons gingen die niet mee met onze bus.

De busrit naar La Paz verliep relaxed. Halverwege de route moesten we met een veerbootje een ‘zee’straat passeren. Voordat de bus de veerboot op reed, moesten we uitstappen. De passagiers werden met een ander bootje naar de overkant gebracht en dat was maar goed ook. De veerboot waar de bus op ging bestond niet veel meer dan uit een aantal planken die door een te klein buitenboordmotortje werd aangedreven.

We vervolgden de route door een tamelijk kaal landschap, maar met op de achtergrond de besneeuwde bergen van de Cordillera Real.

Het binnenrijden van La Paz was erg indrukwekkend. La Paz ligt diep in een grote vallei. We hadden schitterend zicht op La Paz, met de hoogbouw helemaal in het dal. Daar bevindt zich ook het centrum en de betere wijken. We werden afgezet met de bus ergens in een straatje en we namen een taxi naar het centrum, naar een hostal dat we hadden geselecteerd in de Lonely Planet. Dit hostal bleek echter niet zo best en Remco ging op zoek naar een alternatief, terwijl Marjolijn met de rugzakken achterbleef in het hostal. Het alternatief was Hostal Blanquita in de Calle Santa Cruz. Letterlijk achter het eerste hostal gelegen. Het hostal zag er erg leuk uit. De kamer was echter standaard, maar wel met een echte warme douche (dit keer geen elektrische douche).

’s Middags liepen we wat door La Paz. Het is een aangename stad. Er rijden veel oude Amerikaanse schoolbussen rond die als openbaar vervoer fungeren en die erg veel problemen hebben om tegen de steile hellingen in La Paz op te rijden. Daarnaast rijden er veel microbussen rond. Uit het raam van deze microbussen hangt altijd een hoofd van de bijrijder die de route van de minibus schreeuwt. Er zijn ook erg veel straatverkopers met stalletjes op het trottoir. Veelal wordt hetzelfde aangeboden, wat de concurrentie erg groot maakt. Wat er zo al wordt aangeboden zijn cd’s, dvd’s, draagdoeken, calculators, sigaretten. Je ziet ook veel jongens/meisjes rondlopen met een mobiele telefoon. Deze mobiele telefoon is met een stevige ketting aan de pols van deze persoon vastgemaakt. Je kunt dus op straat telefoneren, zonder naar een telefooncel op zoek te gaan.

We vroegen bij enkele touroperators naar de mogelijkheid van een trekking in de omgeving van La Paz en we kwamen erachter dat er nogal wat prijsverschil was voor de El Choro Trek die we in gedachten hadden. Zo vroeg het ene reisbureautje $ 65 per persoon voor deze drie daagse tocht, terwijl de ander $ 280 voor dezelfde trekking vroeg. Natuurlijk zit er verschil in het aangebodene. Zo gaat er bij het ene reisbureautje een gids, een kok en een drager mee, terwijl het andere reisbureautje alleen een gids/kok aanbiedt. Dat scheelt natuurlijk.

Bij het bureautje dat $ 280 per persoon vroeg (dat is duurder dan de Inca trail bij Machu Picchu!) gaven we aan dat het wel heel erg veel was en de prijs daalde direct naar $ 200 per persoon. Behoorlijke winstmarge wordt daar gehanteerd!

’s Avonds aten we in Restaurant Tambo Colonial, dat in Hostel Rosario zit. Het restaurant was erg luxe, erg goed en erg duur, voor Boliviaanse begrippen dan (€ 9,- met z’n tweeën). We hadden de laatste tafel die nog niet gereserveerd was. Dat zegt wel voldoende! De Lama-medaillons met echte franse frietjes en een goede saladebar smaakte uitstekend.

Zaterdag 4 september 2004

We hadden vandaag weinig op het programma staan. We hadden besloten om de stad een beetje te gaan verkennen. We volgden voor een deel de wandelroute zoals die in de Lonely Planet staat. De start van de route was bij de kerk, die net als alle andere kerken is. Voor de deur van de kerk stond een aantal bedelaars, maar we gaven alleen wat geld aan een man die geen handen had.

We volgden de wandelroute tot aan de zwarte markt (Mercado Negro). Die markt was namelijk erg leuk en niet toeristisch. Er werden de traditionele draagdoeken verkocht, maar er waren ook erg veel wolwinkels. Een erg kleurig geheel om allemaal verschillende bollen wol zo door elkaar te zien liggen. Verder werd er op de markt een hoop imitatiekleding en schoenen aangeboden, evenals tassen, rugzakken, tentjes etc. Marjolijn wist voor het schandalige bedrag van 50 Bolivianos (€ 5,-) een heel aardige grijze winterjas (michelinmodel), met fleece gevoerd te kopen.

’s Middags liepen we langs het postkantoor waar het verzenden van onze souvenirs weliswaar goedkoper was dan vanuit Peru, maar toch nog altijd een hoop geld kostte (€ 15,- voor 1 kilo).

We liepen langs twee bioscopen. In één van deze werd een Spaanstalige Harry Potter vertoond. Iets te moeilijk voor ons waarschijnlijk om dat te volgen.

In de andere bioscoop werd een film vertoond dat gaat over een 13- jarig meisje dat 30 jaar wilt zijn. Hier zouden we vanavond naar toe gaan. Echter, er kwam iets tussen. We boekten namelijk bij Maya tours een driedaagse El Choro Trekking voor de volgende dag en we moesten dus de rugzakken herpakken. We hadden besloten de trekking bij Maya tours te boeken omdat er zich al vier mensen (3 Bolivianen en 1 Duitser) voor de trekking hadden aangemeld en omdat die met $ 65 per persoon het goedkoopste was. Daarnaast was het meisje dat in het kantoortje werkte erg informatief en vriendelijk. Het voordeel van anderen in de groep was overduidelijk voor ons. Ten eerste zou het veiliger zijn (de Lonely Planet waarschuwt voor diefstal op de trekking, maar de Lonely Planet is met alles erg voorzichtig) en daarnaast was het prettig in verband met de knie van Remco.

Als het verkeerd zou gaan, zouden we in ieder geval hulp hebben. Nadat we de tour hadden geboekt, namen we een taxi naar het zuidelijke deel van La Paz, waar de enige supermarkten zijn om daar wat in te slaan voor tijdens de trekking. We kochten o.a. pinda’s, gedroogde worst, muesli-repen, blikjes tonijn.

Zondag 5 september 2004

Choro Trek

Om 08.00 uur moesten we klaar staan in het hostal. We hadden voor die tijd ontbeten in het restaurant van Hotel Naira. Pas rond 08.25 uur kwam het meisje van Maya tours binnenlopen. Ze vertelde dat ze iets waren opgehouden omdat ze getuigen waren van een diefstal. Door een geopend raam van een bus was een rugzak van een toerist gestolen. De daders waren van Peruaanse afkomst.

Rond 8.30 uur vertrokken we naar ‘La Cumbre’, het startpunt van de trekking. De rit werd nog onderbroken om nog een aantal inkopen te doen en om nog even te tanken. De rit naar ‘La Cumbre’ duurde zo’n 1 á 1 1/2 uur. Bij het startpunt schreven we ons in in het register en daarna bracht het microbusje ons nog iets hoger, tot aan de sneeuwmassa. Gelukkig maar, want nu hoefden we minder te klimmen. We zaten inmiddels al op zo’n 4.700 meter.

We werden gedropt en de tenten en matrasjes werden door de gids uitgereikt. We bonden de spullen op onze rugzakken. Om onze gids/kok Juan wat te ontzien droegen we ook nog een zak met broodjes voor de komende 3 dagen.

We maakten kennis met onze wandelgenoten: 1 Duitse man van 65 (Robbert), zijn Boliviaanse schoonzoon (Rene) en daar 2 neefjes van (Marco en Rudy). Daarna begon de trektocht van in het totaal 70 kilometer. Eerst nog een klein stukje omhoog tot over de pas om daarna de hele dag af te dalen. Het stuk tot aan het checkpoint op 3.900 meter hoogte was plezierig.

Een riviertje ontsprong op de pas en die volgden we naar beneden. Na de sneeuw op de toppen liepen we nu door met gras begroeide heuvels. Een condor zweefde boven onze hoofden. Heel indrukwekkend. Achteraf gezien hadden we niet eens naar de Colca Canyon hoeven gaan!

Een groepje lama’s graasde aan de andere kant van de rivier. Hier maakte Juan onze lunch klaar. Verse broodjes met kip, tomaat en komkommer. Erg lekker.

Bij het checkpoint registreerden we ons als eerste bezoekers voor die dag. Het gemiddelde lag op 5 wandelaars per dag. Na het checkpoint begon de pre-colombiaanse weg. Het lopen over deze weg was onprettig, aangezien alle stenen ongelijk lagen en niet vlak waren (het was gewoon een verzameling keien). Het was dus bij iedere stap oppassen en hierdoor wandelden we niet echt ontspannen. We gingen steeds bergafwaarts en het gewicht van de rugzakken zorgde voor extra belasting van de benen. Het landschap was echter adembenemend en dat maakte veel goed.

We passeerden het enige plaatsje van omvang ‘Chucura’ waar een dorpsbijeenkomst werd gehouden op het schoolplein. Daarna was het nog een flink eind lopen en afdalen om uiteindelijk op een hoogte van 2.825 meter (komende dus vanaf ruim 4.800 meter) ons kamp op te slaan in Cha’llampa. Eerst moesten we nog een rivier oversteken. Er was een nieuwe stalen hangbrug gebouwd, die begon op zo’n 3 meter hoogte. De trappen waren echter nog niet klaar en via een gammele provisorische ladder klommen we met al onze bagage op (en weer van) de hangbrug. Dat was wel even spannend.

We zetten snel ons tentje op en kwamen er achter dat deze gloednieuw was. Het zakje met tentharingen was nog verzegeld. De tent stond snel en was snel ingericht. Omdat ons was geadviseerd om niets buiten de tent te laten liggen, werd het wel enigszins krap in het 2-persoonstentje. ‘s Avonds aten we bij kaarslicht op een plastic matje de maaltijd die Juan voor ons had klaargemaakt. Deze bestond uit soep, vlees, rijst en aardappelen.

Na het eten genoten we van de sterrenhemel, voordat we in ons zeer smalle tentje kropen. Lekker warm, zo dicht tegen elkaar aan!

Maandag 6 september 2004

Alhoewel Juan had beloofd dat de stenen weg ten einde was, liepen we na het ontbijt en het inpakken van de tent toch nog over een soortgelijk pad. Inmiddels waren we de boomgrens al lang gepasseerd en groeide en bloeide het weelderig lang het pad. Soms was het pad vochtig van een zeer nietig stroompje dat uit de bergwand kwam. Dan kon het ook glad zijn, dus moesten we dubbel oppassen. We zijn allemaal wel een keer onderuit gegaan op deze verraderlijke stukjes.

Er groeiden ook vele kruiden en soms rook het ook heel kruidig. Om 11.30 uur, 3 uur nadat we uit Cha’llampa vertrokken waren lunchten we in Choro. Het was eigenlijk te vroeg voor de lunch en we hadden nog wel verder willen lopen, maar Juan was resoluut.

We lunchten en zagen de hemel grijzer en grijzer worden. Na de lunch vervolgden we ons pad. We moesten weer een rivier over. Dit keer over een oeroude hangbrug, waar niet meer dan 1 persoon tegelijk overheen mocht lopen. De nieuwe hangbrug was in de maak naast de oude.

Nadat we de rivier overgestoken waren begon een enorme klimpartij. Onderweg begon het te onweren en bij onweer hoort…. regen!

Het spetterde gedurende een half uurtje. Het onweer bleef gelukkig achter de berg hangen. Eigenlijk kwam het buitje zo midden op de dag wel goed uit, want zo bleef het lekker koel tijdens onze klimpartij. De regenbui duurde dus niet zo lang, maar alles was nat en het gras zorgde ervoor dat de schoenen doorweekt raakten. We hadden nagelaten de schoenen te impregneren. Stom van ons..

De tweede kampeerplaats lag hoog boven de rivier. Er waren twee nederzettinkjes naast elkaar. Elk niet meer dan 3 huisjes en bij 1 nederzetting was stromend water. Water werd via een leiding uit de berg naar het dorpje geleid. Tijd om ons even te wassen. We waren doornat van het zweet.

Daarna zetten we het tentje op. We babbelde gezellig met onze reisgenoten: een mengelmoes van Spaans en Duits. We hadden het wel getroffen met ons groepje. ’s Avonds aten we een soepje en spaghetti met worst bij kaarslicht. Het was inmiddels aardedonken. We zagen vuurvliegjes rondvliegen.

Dinsdag 7 september 2004

Na een goede nachtrust en een ontbijtje met oud brood en wat van onze eigen kaas, vervolgden we om 07.00 uur onze tocht. De route was voor het grootste deel bergafwaarts. De zon brandde genadeloos en hierdoor was het behoorlijk warm tijdens de wandeltocht.

We passeerden enkele primitieve bruggetjes over riviertjes en we moesten een stevig stuk klimmen.

De groep was leuk maar wel apart van samenstelling. We hadden verwacht dat de Bolivianen steeds het snelste de route zouden afleggen, maar niets was minder waar. Robbert, de Duitser van 65 jaar was telkens de snelste van ons allemaal. Wij volgden daarna en we wachtten geregeld op de drie Bolivianen. Aan het einde van de dag zaten zij met hun voeten in een bakje koud water. Tijdens de laatste dag voegde zich ook nog een Boliviaans meisje toe aan de groep. Zij was de ingenieur van de vijf bruggen die op de hele route aangelegd werden.

Onderweg kwamen we ook steeds mannen tegen die met metalen onderdelen naar boven liepen. Die onderdelen waren natuurlijk voor de nieuwe bruggen. We wilden onze rugzak in ieder geval niet ruilen voor de zware last waar zij de berg mee op liepen.

Badend in het zweet bereikten we om 12.30 uur, 5 uur na de start vanochtend, het eindpunt van de trekking in Chairo. Vooral het laatste stuk was erg afzien, want het was inmiddels 34 graden, zonder een zuchtje wind en enige schaduw. We besloten de ‘overwinning’ te vieren met een biertje en na een uurtje waren we stijf genoeg om in een eeuwen oude jeep te stappen die ons naar Coiroco zou brengen over een zeer stoffige weg.

We waren blij dat de jeep Coiroco haalde, want de binnenbanden staken uit de buitenbanden. Trouwens functioneerde er heel weinig van de jeep. Deuren sloten niet of nauwelijks, zaten er geen ramen meer in de deuren van de auto en ook de temperatuurregelaar werkte niet meer. Die stond op heet en dat was nu net niet wat we wilden (buiten was het al zo warm). Onze gids lag echter lekker te slapen tegen de schouders van één van onze medetrekkers.

In Coiroco lunchten we en na de lunch, om 16.00 uur, namen we een microbus naar La Paz. De terugreis zou gaan over ’s werelds meest gevaarlijke weg’, ook wel ‘Death road’ genoemd. De weg is zo ‘gevaarlijk’ omdat de weg op sommige plaatsen niet breder is dan één auto en omdat de afgronden afgrijselijk diep zijn! Gemiddeld verdwijnt er eens in de twee weken een voertuig in het ravijn. Gelukkig zouden we de weg bergopwaarts rijden. Bergopwaarts verkeer zou tegenliggers altijd aan de bergzijde passeren (bergafwaarts verkeer passeert dus aan de afgrondzijde van de weg).

Regelmatig zijn er parkeerhaventjes, waar auto’s (vrachtwagens) elkaar kunnen passeren. De weg is ook populair als mountain bike bestemming. Voor een hoop geld kun je in La Paz een mountain bike tour boeken. Je mag deze weg van 40 kilometer dan naar beneden fietsen. Nu was de route zo ontzettend stoffig en we zagen mensen met de fiets (zonder mondkapjes, volgens ons heb je er tenminste twee over elkaar nodig) naar beneden komen. Maar goed, wij zaten in de microbus en als een andere auto ons passeerden, zagen we een tijdje niets door het stof. Op enkele plekken werd de microbus even gewassen doordat we door een watervalletje reden. Op de gevaarlijkste stukken van de weg stonden verkeersregelaars met rood/groene borden het verkeer te regelen. Het was best een spannend ritje.

Rond 19.00 uur kwamen we aan in La Paz en nadat we van onze medereizigers uitbundig afscheid hadden genomen, namen we een taxi naar Hostal Alan in de Calle Saragnaga. De kamer in het hostal was best aardig en we besloten de rugzakken vanuit hostal Blanquita over te halen naar ons nieuwe hostal. We hadden namelijk in hotel Blanquita 2 dagen boven een discokelder geslapen. Zelfs onze oordopjes hielden het geluid niet tegen. Na een verfrissende douche aten we weer heerlijk in Restaurant Tambo Colonial. Dat hadden we wel verdiend.

Woensdag 8 september 2004

Sucre

Het ontbijt in het hostal was marginaal: 1 broodje met jam. Met wat stijve benen en gevoelige knielen liepen we naar het kantoor van luchtvaartmaatschappij Aerosur. Hier kochten we 2 tickets van La Paz naar Sucre. 1 uur vliegen sprak ons meer aan dan 16 uur in een bus. Voor BS 470,- (47 euro p.p.) was de vlucht ook niet al te duur (maar in verhouding natuurlijk veel duurder dan de bus). We wilden de gevangenis bezoeken waarover in onze Lonely Planet nogal lovend werd geschreven, maar dat was inmiddels niet meer mogelijk. We zagen achter het hek van de gevangenis wel een groep gedetineerden op een binnenplaats bij elkaar. Nogal een zooitje ongeregeld. Misschien toch ook niet zo’n goed idee.

We liepen terug naar Avenida 16 de Julio waar een uitstekende ijssalon/taartjeswinkel is gevestigd (Dombo). We namen koffie en een stuk taart, waarvan Marjolijn maar de helft opkon. Verder kochten we op de markt nog 3 van de veelgeziene zeer kleurrijke draagdoeken. We denken er over om hier thuis gordijnen of een tafellaken van te maken.

Bij een naaiatelier lieten we Marjolijn d’r rugzak repareren, alsmede de overtassen voor de rugzakken. Hiervan lieten de handvaten los. ’s Avonds gingen we naar de bioscoop. We hadden ons er erg op verheugd om eens naar de film te gaan, want we hebben de afgelopen 2 maanden nauwelijks tv gezien. Alleen in de bus wordt af en toe een film vertoond, maar deze spreken ons niet zo aan. Ze zijn met name erg gewelddadig en worden soms al om 8.30 uur ’s morgens vertoond. De film waar wij heen gingen was erg vermakelijk, maar het verhaal was hetzelfde als die in de film ‘Big’ met Tom Hanks.

Donderdag 9 september 2004

We ontbeten in een restaurantje schuin tegenover het hostal en namen na het ontbijt een taxi naar de luchthaven. Om 9.30 uur vertrok de Boeing 727-200 van AeroSur naar Sucre. De vlucht in het muisstille vliegtuig verliep soepel. Hoewel we op 10 kilometer hoogte vlogen hadden we goed zicht op het landschap onder ons. De afstand tot aan de grond bedroeg hier immers maar 5 kilometer.

Rond 10.30 uur landden we in Sucre, waar Anna, een vrouw die in Sucre woont met ons meeliep naar een microbus, die ons naar het centrum bracht. Ze wees ons in het centrum de weg naar het hostal dat we in gedachten hadden. We checkten in bij hostal Charcas.

’s Middags lunchten we bij restaurant La Plaza aan het Plaza 25 de Mayo. De Chateaubriand en de steak a la pimienta waren gigantisch en uitstekend. Na de lunch bleven we op het balkonnetje van het restaurant zitten. We dronken nog wat en lazen wat in de Lonely Planet van Bolivia en Chili en we pasten onze planning aan. We moesten namelijk uitrekenen wanneer we nu precies naar Paaseiland zouden kunnen.

‘ s Avonds aten we bij restaurant El German, een vegetarisch restaurant dat toch maar vlees aan de menukaart had toegevoegd. De eigenaresse zat tijdens ons bezoek ‘Der Spiegel’ te lezen.

Vrijdag 10 september 2004

We hebben goed geslapen en heerlijk gedoucht onder onze elektrische douche. Eén van de eerste echt goede elektrische douches. Vandaag hebben we wederom niet echt veel gedaan. Eigenlijk net als gisteren hebben we lekker rustig aan gedaan. Op het postkantoor verzonden we twee pakketjes naar Nederland (met name foto cd’s). Dat nam enige tijd in beslag want we moesten behoorlijk zoeken naar een winkel met stevige enveloppen. We spendeerden verder veel tijd in een internetcafé om foto cd’s te kopiëren (voordat we de cd’s konden versturen). We hebben ons reisverhaal bijgewerkt en onze financiën geregeld. We lunchten wederom bij restaurant La Plaza. Gisteren hadden we een grote chateaubriand en een kleine lomo a la pimienta besteld, maar beide porties leken even groot. Vandaag namen we beiden een kleine portie en die was nog groot. Ongelofelijk dat ze dat voor Bs 15 (1,5 euro) kunnen serveren. We schoten de nodige foto’s van de mooie witte gebouwen in de stad en Remco ging naar de kapper voor Bs 20,-. Hij ziet er nu weer toonbaar uit. Ook belden we in een internetcafé naar de ouders van Marjolijn. De verbinding was redelijk. Het bellen via een internetcafé is stukken goedkoper (Bs 2) dan via een telefoonwinkel (Bs 5).

In een supermarkt kochten we een stokbrood, kaas en wijn (ons 1e flesje sinds ons vertrek uit Nederland). We hebben hiervan genoten op het dakterras van het hotel.

Zaterdag 11 september 2004

Vanochtend hingen we nog wat rond in Sucre en om 13.00 uur namen we de bus naar Potosi. De route was niet bijster indrukwekkend. Het landschap was nogal dor en droog.

Rond 16.00 uur kwamen we aan in Potosí en namen we een oeroude taxi naar een hostal dat we hadden uitgezocht. Een oud omaatje met krulspelden deed na lang wachten de deur voor ons open Het hostal had geen ramen aan de buitenkant van het gebouw en het was daardoor nogal donker. Dat was niet bijzonder. We liepen naar een ander hostal, dat al even deprimerend was. We besloten de tactiek maar weer te wijzigen. We zochten een café op en terwijl Marjolijn daar met de spullen achterbleef ging Remco op zoek naar een hostal. Na twee te dure hotels (resp. $ 43 en $ 38 per nacht) te hebben bezocht kwam Remco uiteindelijk terecht bij Hostal El Turista. Hier was de kamer Bs 100 ($ 10) met twee superbrede bedden. De kamer was smaakvol ingericht en erg ruim.

’s Avonds aten we bij Restaurant El Méson op het centrale plein. De rundvleesmedaillons in wijnsaus waren perfect. Marjolijn d’r pikante kip (een regionale specialiteit) was vreselijk pikant. De vlammen sloegen uit d’r oren. We zijn dat niet meer gewend, want het eten wordt hier normaal gesproken nauwelijks gekruid. De enige andere toeristen in het smaakvolle restaurant hadden toevallig ook de pikante kip besteld en ook bij zij liepen rood aan. Na het eten gingen we naar de bioscoop waar Spiderman 2 draaide. De bioscoop was oud en de filmprojector maakte een hoop lawaai. De voorstelling van de vorige film was nog niet afgelopen toen wij gingen zitten, maar dat maakte niet uit, want onze film begon direct nadat de vorige was afgelopen. Een doorlopende voorstelling. Spiderman was onderhoudend maar niet geheel het soort film waar we in eerste instantie aan zouden denken om heen te gaan.

Zondag 12 september 2004

We ontbeten bij internetcafé Candelaria en na het ontbijt staken we de straat over naar het museum ‘Casa de la moneda’. Het museum is zeer de moeite waard. Het museum bevindt zich in een schitterend gebouw waar eeuwenlang munten geslagen werden. De rondleiding begon bij een oude stoomlocomotief, waarvan de relatie tot het museum niet echt duidelijk werd aangezien de stoomlocomotief erts vervoerde naar de kust. Vervolgens liepen we door enkele zalen met voornamelijk religieuze schilderijen. Daarna liepen we naar een zaal met allemaal munten en muntstempels. De daarop volgende zaal was het meest indrukwekkend. Hier stonden drie enorme door muilezels aangedreven walsen. Hier werd het zilver gewalst voordat er munten van konden worden geslagen.

Verder zagen we muntenpersen, de smelterij etc. Een erg interessant museum. ’s Middags namen we een bus naar Betanzos (op 1 uur rijden van Potosí, waar een zondagmarkt gehouden werd. Erg leuk.

Maandag 13 september 2004

Vanochtend bleef Marjolijn lekker in bed liggen, terwijl Remco zich na het ontbijt naar het kantoortje van Silver Tours begaf. Vanochtend gaat Remco mee met een excursie naar de ‘Cerro Rico’ mijn.

Met een oude Amerikaanse schoolbus werden degenen die de excursie hadden geboekt eerst naar een huisje gebracht waar iedereen overkleding, laarzen, een helm en een hoofdlamp kreeg.

Daarna ging de gids naar een winkeltje om cadeautjes voor de mijnwerkers te komen (frisdrank, coca-bladeren, dynamiet en sigaretten). Pas na 1 1/2 uur was het tijd om de mijn in te gaan. Bij het binnengaan van de mijn kwamen twee mannen met een kar op rails vol met puin naar buiten (minimaal 1000 kilo per kar). Via een 7-tal houten ladders kwam je op een andere verdieping. Daar stond iemand brokken rots met een hamer in puin te hakken in een gang die niet breder was dan 1 meter en niet hoger dan 2 meter. Wat een slavenwerk.

Omdat de route door de gang niet echt prettig was, werd besloten om maar terug te keren. Weer de 7 trappen af. Deze waren erg vies, ze zaten onder de modder.

In de tweede mijnschacht waren twee mannen bezig met dynamiet aan te brengen in de muur. Waar iedereen bijstond werd de lont aangestoken en werd iedereen verzocht om rustig weg te lopen. Pas na een minuut of drie à vier volgde een explosie. De mijn trilde voor een seconde, maar een drukgolf bleef uit. Vervolgens werd een bezoek gebracht aan ‘Tio’ de mijnduivel. Alhoewel het waarschijnlijk niet de echte ‘Tio’ was.

Daarna wilde de gids weer trappen afdalen. Samen met nog twee anderen bleef Remco achter, terwijl de andere 5 op zoek gingen naar mijnwerkers die met een drilboor aan de gang waren.

Rond half één liep iedereen weer terug naar buiten, waar de felle zon zeer deed aan de ogen. Wat een leven voor deze mijnwerkers! Vervolgens werd iedereen weer met de bus teruggebracht naar het centrum. Marjolijn zat te wachten in een cafeetje op het centrale plein. Een half uur later dan verwacht kwam Remco hier binnen wandelen, geheel grijs van het steengruis. Dus snel de armen en de handen gewassen in het toilet. Daarna luchten we in hetzelfde café.

Na de lunch ging Remco z’n rugzak uitspoelen op de kamer, want deze zat onder de modder en gruis.

’s Middags liepen we wat door Potosi en stuurden we enkele mailtjes. ’s Avonds aten we een heerlijke lama steak in een sjiek restaurant met echt tafellinnen.

Dinsdag 14 september 2004

Vanochtend ontbeten we weer bij het internetcafé en daarna liepen we nog snel even over de markt. Remco wilde graag een hoed kopen, zoals de mannen hier dragen en het zou waarschijnlijk de laatste keer zijn dat we die zouden kunnen kopen. Gelukkig slaagde Remco erin en hij is weer happy. Om 10.15 uur namen we een taxi die ons in een uiterst relaxed vaartje naar het busstation bracht vanwaar de bus naar Uyuni zou vertrekken (niet het centrale busstation).

De bus van busbedrijf ’16 juli’ (veel bedrijven, scholen, instellingen, straatnamen etc. verwijzen allemaal naar historische data!) was niet al te best in die zin dat de ramen van de bus niet open konden en het in de bus een sauna was. Tot ergernis van de passagiers.

Tijdens de busrit naar Uyuni, die tergend langzaam ging doordat de chauffeur dit keer niet zo goed met het gaspedaal om ging (veelal weten ze het gaspedaal wel goed te benutten!) werd een luier van een kind verschoond. Deze actie werd door een ieder niet gewaardeerd, vanwege het raamprobleem. De route was in ieder geval schitterend en we hadden dan ook weinig problemen met het feit dat de reis 1 1/2 uur langer duurde dan verwacht.

Om 18.30 uur stapten we in uyuni uit de bus. Samen met Noëmi en Tom, een Belgisch stel dat naast ons in de bus zat, liepen we naar het centrum. Dit bevond zich op drie blokken lopen van de bushalte.

We liepen naar een hostal dat we hadden uitgezocht in de Lonely Planet. Daarin stond dat dit hostal ‘iedere cent’ waard was na een vierdaagse tour door de omgeving van Uyuni’. We bekeken de kamer en kwamen tot de conclusie dat het hostal erg slecht was (met enorme doorgezakte bedden) en erg duur. Er werd 150 Bolivianos gevraagd (€ 15,-).

We staken de straat over en belandden bij het Hostelling International (jeugdherberg), waar een kamer met stevige bedden 60 Bolivianos (€ 6,-) kostte.

’s Avonds informeerden we samen met Noëmi en Tom, die ons gevraagd hadden of we het leuk zouden vinden om een Uyuni-tour met z’n vieren te doen, bij een aantal reisbureautjes en we belandden uiteindelijk bij Licacabur. We hadden in Potosi van een Spanjaard gehoord dat hij goede ervaringen had gehad met Licancabur. Bij een reisbureautje in Potosi, waar we geïnformeerd hadden (daar met $ 75 toch nog zo’n $ 15 per persoon duurder dan in Uyuni), hadden ze gezegd dat Licancabur-tours iets afwijkt van de standaardroute. We boekten voor $ 60 per persoon een driedaagse tour van Uyuni naar San Pedro de Atacama (Chili). We zullen morgen vertrekken.

’s Avonds aten we samen met onze nieuwe Belgische vrienden een uitstekende pizza. Het werd laat. Pas rond 23.30 uur gingen we naar bed.

Woensdag 15 september t/m vrijdag 17 september 2004

Uyuni-tour

Van Uyuni naar San Pedro de Atacama

Om 11.00 uur vertrok de jeep met in totaal zes toeristen naast ons twee natuurlijk Noëmi en Tom, een Engelse en een Koreaanse. In de jeep zaten natuurlijk ook de chauffeur én een kokkin. Bij Uyuni bezochten we het locomotievenkerkhof. Op een doodlopend stuk spoorrails ( Foto ) in de woestijn staat een groot aantal eeuwenoude stoomlocomotieven weg te roesten. Het viel allemaal een beetje tegen, omdat de locomotieven van bruikbaar ijzer waren ontdaan en er veel graffiti was aangebracht door toeristen.

We reden naar Colchani, een dorpje aan de rand van de zoutvlakte. Hier zouden we de zoutvlakte ook betreden. Het nietige dorpje wordt bewoond door mensen die hun brood verdienen met het winnen van zout op de vlakte. In het dorpje werden ook souvenirs verkocht die bestonden uit zout. Marjolijn kon de verleiding niet weerstaan om een lama uit zout gesneden te kopen. In colonneverband reden we de zoutvlakte op. Er is in Uyuni een groot aantal touroperators die de tour over de zoutvlakte aanbiedt en ze vertrekken allemaal op hetzelfde moment. Vandaar dat we de zoutvlakte in een colonne van een kleine tien jeeps betraden.

De eerste stop was bij de zoutpiramides. De zoutwerkers scheppen het natte zout op in een piramide en laten het vervolgens drogen. De piramides waren erg leuk om te zien en erg fotogeniek.

De tweede stop was bij de ‘Ojos de Sal’. Dit zijn kleine bronnen, waar het zouthoudende water aan de oppervlakte opborrelt. We reden een lange tocht (ongeveer 45 kilometer) over de zoutvlakte naar het eiland ‘Isla de Pescado’. Op dit eiland te midden van het zout staan allemaal metershoge cactussen. We hadden 20 minuten om over het eiland te lopen, maar dat liep al snel uit op 40 minuten. Het was schitterend. Vlak boven ons hoofd cirkelde een grote roofvogel, voordat hij op de top van een cactus landde (au!). Na onze wandeltocht over het eiland stond de lunch klaar.

De lunch bestond uit (nog) verse broodjes, tomaat, komkommer, vlees, pasta, sla etc. en was heel smakelijk en ruim voldoende. We hadden niets te klagen.

Alle jeeps/touroperators lunchen op hetzelfde punt. Het was een drukke bedoeling. Wij hadden overigens als enige een kokkin; een traditioneel geklede Boliviaanse. Verder waren er geen vrouwen die dit soort werk verrichten.

Het contact tussen ons en de Engelse en de Koreaanse verliep stroef. Het viel ons op dat met name de Koreaanse erg introvert was. Niet echt handig als je in je eentje in een jaar tijd om de wereld reist. De Engelse vertoonde egoïstische trekjes.

Na de lunch waren we alleen op de vlakte. Onze reisorganisatie nam een alternatieve route en we kwamen de rest van de dag geen andere jeep meer tegen. We reden naar de ‘Galaxy’. Dit is een grot welke pas in augustus 2003 is ontdekt. In de grot zijn de meest vreemde kalkformaties te zien. We hebben inmiddels al een groot aantal grotten gezien, maar dit was echt heel speciaal. We hadden zoiets nog nooit gezien. Bijzonder!

Daarna bezochten we een aantal eeuwenoude rotsgraven in de naastgelegen grot. Die waren niet zo interessant. We reden verder naar een klein museum met een aantal mummies. Ook niet (meer) zo interessant. We hadden inmiddels al zo’n tientallen mummies gezien in o.a. Peru.

We vervolgden de route tot aan een klein dorpje waar we zouden overnachten. De kamer was zeer eenvoudig. Twee bedden en een nachtkastje ertussen met een kaarsje erop.

Het diner bestond uit kip, patat en rijst en was eenvoudig doch smakelijk. De tweede dag vertrokken we na het ontbijt om ongeveer 07.30 uur. Het was vandaag een lange dag in de jeep met als enige hoogtepunt, dat overigens de hele dag duurde: het landschap. Tot aan de lunch reden we een alternatieve route en kwamen we geen andere jeep tegen. De lunch was in een bokhut in de ‘middle of nowhere’. Terwijl onze kokkin de lunch voorbereidde, verving de chauffeur het rechterachterwiel, want dat bleek te sissen. Er zat een gaatje in en de band liep langzaam leeg. Binnen de kortste keren lag het reservewiel er omheen.

Na de lunch begonnen we aan de ‘merentocht’. We zouden langs vijf meren rijden die vrijwel allemaal een andere kleur hadden vanwege de mineralen in het water. In de meren liepen vele flamingo’s. Met name het laatste meer dat we aandeden ‘Laguna Colorado’ was schitterend. Het water was rood van kleur en daarin stonden enorm veel roze flamingo’s. Op de achtergrond de kale bergen. Een prachtcombinatie!

Na het bezoek aan het laatste meer schreven we ons in in het register van het Nationale Park en daarna was het nog zo’n half uur rijden naar onze overnachtingsplek. Deze was nog eenvoudiger dan de vorige nacht. We sliepen met z’n zessen op een slaapzaal en er was geen stromend water. Het diner bestond uit een lekker soepje en spaghetti. Wederom eenvoudig, maar smakelijk.     

Tijdens het diner plakte de chauffeur de lekke band. Arme man, maar hij werd gelukkig bijgestaan door iemand die hier ook wel kaas van gegeten had. Ze stonden op een gegeven moment zelfs met een soort pikhouweel op de velg van de band in te hakken!?

De derde dag stonden we om 05.00 uur op. Het was koud. IJskoud. De ijsbloemen stonden op de ramen, maar in onze slaapzakken (en de lading dekens daarbovenop) hebben we het niet koud gehad.

Rond 05.30 uur vertrokken we en gingen we op weg naar de geisers. We kwamen als eerste bij de geisers aan en die waren erg indrukwekkend. Met wat een enorme kracht en een enorm lawaai kont het stoom uit de grond, zeg! Er was eigenlijk maar één echt grote geiser. De rest waren kleine geisers en modderputten, waar het modder in de grond echt kookte. Indrukwekkend en prachtig om te zien. Maar het was er koud!

We reden verder naar een groot meer dat deels bevroren was en deels warm water bevatte. Hier was een hotspring, waar enkele toeristen uit de kleding gingen, zwemkleding aan en badderen. Wij gingen alleen met de voetjes in het water. Onze voetjes waren ijsklompjes geworden en die konden het warme water erg waarderen.

We ontbeten bij het meer. Het ontbijt was inmiddels niet meer zo erg lekker, met name door de oude broodjes.

De laatste stop voor de grens met Chili was bij de Laguna Verde. Een groen, schitterend meer (niet uit drinken, want het zit vol met arcenicum) met op de achtergrond de Licancabur-vulkaan die de grens met Chili vormt. Het landschap was wederom schitterend en is met geen pen te beschrijven. Aan de grens namen we afscheid van Noëmi en Tom, die met z’n tweeën in de grote jeep terug zouden reizen naar Uyuni. We stapten over in een microbusje, dat ons in een uurtje tijd naar San Pedro bracht. De chauffeur zette er flink de vaart in. Het eerste (kleine) stukje van de route ging nog over onverharde weg, maar al snel zaten we op een keurige asfaltweg.

(Lees Verder over ons avontuur Van Uyuni naar San Pedro de Atacama op in het verslag Chili)