Van Uyuni naar San Pedro de Atacama (vervolg)

Woensdag 15 september 2004 t/m vrijdag 17 september 2004  

Uyuni-tour

In San Pedro de Atacama in Chili moesten we door de immigratie. Hier bevond zich de grenspost van Chili met Bolivia. Voor we het immigratiekantoor binnen mochten, moesten we eerst met de schoenen door een bak met desinfecteringsmiddel lopen. Men was nogal bang voor mond- en klauwzeer.

Het inreisvisum was al snel in het paspoort geplaatst, maar daarna zouden de rugzakken visueel gecontroleerd worden, iets dat ons een beetje tegenstond. Die visuele controle bleek erg mee te vallen.

We reden verder met de microbus naar San Pedro. Een aantal dingen dat opviel was allereerst dat op ieder huis de nationale vlag wapperde, dat de architectuur van de huizen overeen kwam met die in Bolivia (terwijl we in dit ontwikkelde land iets beters hadden verwacht) en dat de wegen in het dorp niet verhard waren.

Er was feest in het dorp en dat was te merken aan de bezetting van de kamers. Veel hostals waren vol. We belandden uiteindelijk bij hostal Puritama, waar een ‘hok’ zonder eigen badkamer $ 20 kostte.

’s Middags liepen we door het dorp. We liepen niet te snel, want anders zouden we in10 minuten al aan het andere einde van het dorp zijn. Op het centrale plein was het een drukte van belang. Iedereen was in zijn of haar mooiste kleding eropuit getrokken en naar het centrale plein gekomen; vrouwen in sierlijke flamengojurken en de mannen in cowboy-outfit, inclusief leren laarzen met sporen eraan. Erg leuk.

Op het centrale plein stond ook een mobiele geldautomaat, iets dat in Nederland volledig ondenkbaar zijn. Hier stond gewoon een eenvoudige bestelwagen met een geldautomaat erin op het plein. Verbinding tussen de geldautomaat met de centrale computer werd gelegd door middel van de satelliet, afgaande op de enorme schotel boven op het dak van de auto.

We lunchten (15.30 uur) bij een restaurantje, waar we twee enorme taco’s kregen. Het eten was zoveel dat we ’s avonds niet meer hoefden te dineren.

In een internetcafeetje zetten we de foto’s op cd. Dat was een dure aangelegenheid, maar we hadden twee kaartjes vol en moesten dus wel. Daarnaast moeten we ook weer even wennen aan het ‘westerse’ prijsniveau in Chili.

Zaterdag 18 september 2004

Vanochtend sliepen we lekker uit. Rond 9.00 uur stonden we op en haalde Marjolijn muesli, yogurt en appels bij een klein winkeltje in onze straat, dat we in de binnentuin van het hostal opaten. Op de binnenplaats stonden tafeltjes en stoeltjes en was het goed vertoeven in het ochtendzonnetje. We wisten nog niet of we naar de geisers in de omgeving van San Pedro zouden gaan, omdat we al een aantal geisers in Bolivia hadden gezien.

Aan een ander tafeltje zaten twee Duitstalige toeristen en we vroegen naar hen of ze al naar de ‘El Tatio’-geisers waren geweest, maar dat was niet zo. We raakten in gesprek en ze vertelden dat ze rondreisden in een oude Volkswagen Kever die ze in Santiago hadden gekocht. Hun plan was om in een half jaar tijd met de Kever van Chili naar Paraquay te reizen. Deze dag zouden ze naar Laguna Chaxa gaan en ze nodigden ons uit om met hen mee te gaan. Dat sloegen we niet af. Dat leek ons wel gezellig.

Het landschap onderweg en de laguna waren volgens ons veel minder mooi dan wat we in Bolivia hadden gezien. Laguna Chaxa staat bekend vanwege de flamingo’s, maar het aantal flamingo’s was op één hand te tellen. Na wat we in Bolivia hadden gezien, viel dit ons een beetje tegen.

Het zicht op de rij vulkanen, die de grens met (het veel mooiere) Bolivia vormen, was wel mooi. San Pedro de Atacama ligt in een groene vallei, veel lager dan Bolivia. De lucht is hier jammer genoeg veel minder helder dan in Bolivia en dat heeft invloed op het uitzicht.

’s Middags lunchten we (om 16.00 uur) samen met Sandra (een Duitse van Paraguaanse afkomst) en Fritz (een Zwitser). We belandden in het zelfde restaurant als waar wij gisteren iets hadden gegeten en weer was het eten dermate veel, dat we ’s avonds alweer niets meer hoefden te eten. We dronken met z’n vieren nog een biertje in de tuin van het hostal.

Zondag 19 september 2004

We sliepen uit, douchten, ontbeten en na daarna bezochten we het museum. De opzet van het museum was heel aardig, maar hetgeen dat er was uitgestald, hadden we al eerder gezien. Dit museum was namelijk niet het eerste museum dat we tijdens onze reis bezochten.

’s Middags lazen we in onze boeken en relaxten we en in de middag gingen we samen met Sandra en Fritz in hun Kever naar de ‘Valle de la Luna’ (maanvallei). We bezochten eerst een aantal grotten. We hadden niet aan een zaklamp gedacht, maar na enig aandringen mochten we de zaklamp van de kaartjesverkoper meenemen. We dachten vooraf eigenlijk dat we in de grotten wandschilderingen zouden aantreffen, maar het bleken alleen maar smalle zoutgrotten te zijn. Het plafond was zo laag dat we gehurkt door de tunnels liepen. Na geruime tijd kwamen we er achter dat de route ook nog eens zo’n 45 minuten zou gaan duren. Daarop keerden we maar om en liepen bovenlangs (over de zoutheuvels) terug naar de kaartverkoper. Dat was een stuk eenvoudiger dan het gekruip door de grotten.

We reden verder naar de zogenaamde ‘Tres Marias’. Dit zijn gewoon 3 vreemd geërodeerde rotsjes en verre van bijzonder. De hoofdatractie van de ‘Valle de la Luna’ was echter de zonsondergang. In een lange sliert van toeristen liepen we een enorme zandduin op en over de kam van de duin naar het uitzichtpunt. Daar aangekomen bleek niet de zonsondergang het hoogtepunt te zijn, maar het verkleuren van de bergen door de zonsondergang. Dit was een bijzonder gezicht.

In de schemering liepen we terug naar de auto en reden we terug naar San Pedro, waar we met z’n vieren aten. Het restaurant was heel sfeervol ingericht, met een vuurplaats in het midden, maar het eten was niet bijzonder. Dat bestond uit een ongekruid stukje vlees en een klodder aardappelpuree. Het was wel stevig aan de prijs.

Na het eten dronken we nog een wijntje bij het hostal en namen we afscheid van Sandra en Fritz, die (op ons aanraden) de vierdaagse tour over de ‘Salar de Uyuni’ in Bolivia zouden gaan maken. Daarna zouden ze via Argentinië doorreizen naar Paraguay.

Maandag 20 september 2004

Om 10.30 uur namen we een bus van de busonderneming ‘Tur Bus’ naar Calama, waar we anderhalf uur later aankwamen. Langs de kant van de weg stonden vele kruisjes en kapelletjes, waarschijnlijk ter nagedachtenis aan iemand. We verbaasden ons erover dat op deze goede, rechte wegen met voldoende uitwijkmogelijkheden zoveel ongelukken plaats hadden gevonden. Daarnaast viel het op dat de bus telkens bij een onbewaakte spoorwegovergang compleet tot stilstand kwam en dat terwijl je van mijlen ver kunt zien of er wel of geen trein aankomt. Overigens deed niet alleen de buschauffeur dat, maar alle chauffeurs. Verder was de rit door het kale woestijnlandschap niet al te indrukwekkend.

We arriveerden rond 12.00 uur in Calama en liepen naar een hostal uit de reisgids. De kamer was eenvoudig en zag er niet bijzonder uit en het gedeelde sanitair was niet echt schoon. De kamer was met 8.000 Pesos dan ook niet duur.

’s Middags liepen we door het centrum van Calama. Het was leuk om weer eens door een echte winkelstraat te lopen en mooie winkels te zien.

’s Avonds was het erg moeilijk om een fatsoenlijk restaurant te vinden. Uiteindelijk belandden we in een restaurantje dat er van buiten redelijk uitzag, maar waar het eten echt totaal smakeloos was.

Dinsdag 21 september 2004

We namen vanochtend in alle vroegte (8.00 uur) een collectivo (gedeelde taxi) naar Collahuasi, waar de grootste open kopermijn ter wereld is. Volgens onze reisgids zou er dagelijks een toer door de mijn starten om 09.30 uur. Toen we echter bij het kantoor van de kopermijn aankwamen, bleek dat er sinds jaar en dag alleen een toer was om 14.00 uur. Voor ons zou dat inhouden dat we nog 5 uur moesten wachten in dit nietszeggende plaatsje en we besloten om dat maar niet te doen.

Behoorlijk teleurgesteld, kochten we bij een bakkertje enkele broodjes die we in een parkje opaten. Daar zagen we op een parkeerplaats één van die enorm grote vrachtwagens staan die dienst doen in de mijn en eigenlijk waren we het meest geïnteresseerd (gefascineerd) in deze monsters. We bekeken de vrachtwagen goed (ter indicatie: de vrachtwagen is ruim 6,5 meter hoog en heeft wielen met een doorsnede van ruim 3 meter!) en maakten enkele foto’s. De personenwagen die naast de vrachtwagen stond, verdween in het niets met de vrachtwagen op de achtergrond.

We namen de bus terug naar Calama en stapten uit op het busstation van Tur Bus, dat iets uit het centrum lag. Op dit busstation konden we geen kaartjes naar Antofagasta. Hiervoor moesten we naar het ticketkantoor van Tur Bus in het centrum. Daar kochten we buskaartjes voor die middag. Vervolgens haalden we de rugzakken op en namen een collectivo terug naar het busstation van Tur Bus.

De busrit naar Antofagasta ging door een oninspirerend woestijnlandschap. De zon scheen, maar die verdween even voor Antofagasta achter de wolken en voor het eerst in ruim een maand zagen we bewolking. In Antofagasta liepen we naar hotel Rawaye. Het hostal was een drama, met vreselijk doorgezakte bedden. Maar we namen toch maar een kamer, omdat we geen alternatieven in de directe omgeving vonden.

Het (autovrije) voetgangersgedeelte in het centrum was erg leuk en via de haven van Antofagasta liepen we naar een enorme shopping mall even buiten het centrum. Hier was een enorme grote supermarkt en we kochten wat broodjes en lekkere kaas. Wat een genot! Voor het eerst sinds tijden lekker brood en kaas!

In de shopping mall was ook een bioscoop en we kochten twee kaartjes voor ‘The Terminal’ met Tom Hanks in de hoofdrol. Voor ons staat Tom Hanks vrijwel altijd garant voor een amusante film. We aten onze broodjes op een bankje in de shopping mall en liepen daarna de bioscoopzaal in. De film was inderdaad briljant en erg amusant. Heel bijzonder hoe je een twee uur durende film alleen maar kunt laten afspelen in een luchthaventerminal!

Na ons bioscoopbezoek namen we een minibus terug naar het hostal.

Woensdag 22 september 2004

Hoewel het bed met spiraalbodem zo gammel was als wat en flink doorgezakt was, hebben we toch goed geslapen. Zoals in een hangmatje, min of meer.

We brachten de rugzakken naar het bagagedepot op het busstation van Tur Bus en daarna kochten we twee kaartjes voor de bus naar La Serena van 21.30 uur diezelfde avond. We hadden besloten maar eens een nachtbus uit te proberen en aangezien de rit 12 uur zou duren, was deze route er geschikt voor.

Op het kleine busstationnetje tegenver de grote terminal van Tur Bus namen we een minibus naar Monumento Natural La Portada. In dit Nationale park staat een rots in zee, niet zo ver uit de kust, die lijkt op een poort. Onderweg naar het Nationale Park zagen we allemaal gloednieuwe woonwijken, die allemaal schuil gingen achter metershoge muren met ijzeren punten er bovenop. Zal Chili dan toch niet zo veilig zijn?

De minibus zette ons af op de splitsing met de hoofdweg en de weg naar de kust en van hieraf was het nog drie kilometer lopen naar de kust. De poort in de zee was mooi en zeer fotogeniek. We waren er helemaal alleen en alles was top!. Het enige minpuntje was de bewolking en de straffe, koele zeewind.      

La Portada, Antofagasta

We liepen terug naar de hoofdweg en namen de bus terug naar Antofagasta. Bij Restaurant Bavaria aten we een sandwich en daarna gingen we nog wat shoppen. Het viel ons ten zeerste op dat kleding en schoenen hier bijzonder voordelig geprijsd zijn.

Aan het einde van de middags liepen we weer naar de shopping mall en kochten we kaartjes voor de film ‘La Aldea’, (” The Village”). Het verhaal van de film was minder diepgaand en spannend dan we hadden verwacht. In de ‘Humo’, een Belgisch tijdschrift dat we van Noëmi en Tom hadden gekregen, stond een artikel over deze film. In het artikel werd geschreven dat het script van de film nog geen 30 pagina’s afwijkt van dat van de Sixth Sence.

Om 20.30 uur was de film ten einde en we namen een minibus naar de terminal van Tur Bus. We kwamen er veel te vroeg aan en we besloten nog maar een biertje te gaan drinken in een cafeetje op de hoek. Dat café was een zogenaamde ‘Schops con piernas’; letterlijk vertaald ‘bier met benen’. Dit zijn cafés waar de vrouwelijke bediening letterlijk erg weinig om het lijf heeft. Het café heeft grote spiegelwanden en de serveersters lopen er pikant bij. Pikante bediening en een lekker koel biertje! Dat bleek voor Remco de juiste combinatie.

Om 21.30 uur vertrok de bus in de richting van Santiago en we waren verbaasd over het aantal bussen dat nagenoeg gelijktijdig naar Santiago vertrok. Zo waren er (Tur)bussen om 21.15 uur, 21.20 uur en 21.30 uur. Onze bus van 21.30 uur was superluxe en de stoelen konden behoorlijk naar achter worden versteld.

Donderdag 23 september 2004

We hebben niet al te best geslapen in de bus. Al snel na het vertrek uit Antofagasta werden de gordijntjes door de bussteward gesloten en kregen we een ‘diner’ uitgereikt. Het eten was zeer simpel en niet van al te hoogstaande kwaliteit. In de bus werd de film ‘Braveheart’ vertoond.

We sliepen dus niet al te best omdat we het gevoel hadden goed op de dagrugzakken te moeten passen, maar achteraf gezien kunnen we eigenlijk wel stellen dat de dagrugzakken in de bus redelijk veilig zijn. Met de verhalen over de nachtbussen in Peru in het achterhoofd, bleven we echter waakzaam.

Rond 09.30 uur kwamen we aan op het busstation van La Serena en liepen we naar hostal Jofre; alle hostal-touts op het busstation negeerden we. Bij Hostal Jofre viel het ons op dat er helemaal geen uithangbord bij het hostal hing. We belden aan en bekeken enkele kamers en namen een kamer die er behoorlijk uit zag (sommige kamers roken muf). We konden gebruik maken van de keuken en van internet.

We liepen wat door La Serena en kwamen er al snel achter dat we La Serena wel konden waarderen. Het is een aangenaam en relaxed stadje. We bezochten het museum, waarin één kamer was geweid aan Paaseiland. Hoewel alle uitleg in het Spaans was en we niet bij ieder bordje de tijd namen om het goed te lezen, gaf de tentoonstelling een goed beeld van Paaseiland.

We dronken een cappuccino in een restaurantje waar de caissière verveeld een ijsje zat te eten. Daarna liepen we naar de Lider (een hypermarkt), dat in een shopping mall aan de rand van de stad is gevestigd (maar nog altijd op loopafstand).

Nadat we inkopen hadden gedaan voor het avondeten, vroegen we bij enkele autoverhuurbedrijven naar de tarieven. Avis bleek met 27.000 pesos per dag voor een kleine auto het voordeligste te zijn en ging zelfs 7.000 pesos onder hun officiële tarief zitten.

‘ s Avonds kookten we ons eigen maaltje in de keuken van het hostal; lekkere verse pasta met een veel verse groente.

Vrijdag 24 september 2004

We ontbeten in het keukentje en liepen daarna naar het kantoor van Avis. We kregen een gloednieuwe Toyota Yaris Sport mee. Er stond slechts 2.700 kilometer op de teller.

Via Ovalle reden we naar de Valle de Elqui. De route tot aan Ovalle was niet bijster interessant, wat mede kwam door de kustmist; de omgeving was wel mooi. In Ovalle parkeerden we de auto en betaalden we parkeergeld aan een parkeerwacht. In Chili kent men parkeerwachters en geen parkeercontroleurs. In ieder straat met betaald parkeren, staat een parkeerwacht.

We liepen wat door het stadje en dronken in een cafeetje een kopje koffie.

Terug bij de auto vroegen we de parkeerwacht naar de weg die we wilden vervolgen. Gelukkig gebaarde hij veel met z’n hand in één richting, want uit wat hij zei konden we niets opmaken. Het Chileens is een ‘ander’ taaltje dan het Spaans en kent veel eigen woorden.

We reden richting Hurtado. Tot Hurtado was de weg goed en geasfalteerd, maar na Hurtado hield de geasfalteerde weg op en reden we over een moeilijker begaanbare weg. Gelukkig was het weer opgeklaard en was de lucht was strakblauw. De omgeving, met vele wijngaarden, was schitterend en we hadden de omgeving zo goed als voor onszelf. Slechts af en toe reden we door een kleine nederzetting en op de weg tussen de kleine dorpjes kwamen we nauwelijks iemand tegen.

Van Hurtado reden we via Vicuña naar Pisco de Elqui. Uit dit dorpje komt inderdaad de bekende Pisco. We kwamen helaas pas rond 17.00 uur aan in Pisco de Elqui. Veel te laat om de fabriek nog te kunnen bezoeken.

We namen een kleinigheid te eten en iets te drinken op een terrasje en daarna reden we terug naar La Serena. Naarmate we La Serena meer naderden, werd de lucht steeds bewolkter en eenmaal in La Serena was het weer zwaar bewolkt.

Bij de Lider en kochten we ons avondeten, dat we in het keukentje van het hostal bereidden.

Zaterdag 25 september 2004

Om 10.30 uur zouden we de auto terug moeten brengen bij Avis, maar toen we rond 10.00 uur bij het kantoor van Avis stonden, was alleen een autopoetser aanwezig. Hij liet ons binnen en ging bellen naar de receptioniste, die op het kantoor op de luchthaven zat. Toen hij verbinding kreeg gaf hij ons de hoorn. De receptioniste gaf aan dat we de auto pas rond 13.00 uur terug hoefden te brengen.

Daarop besloten we naar Coquimbo te rijden. Hier staat een reusachtig kruis op een heuvel. Het kruis is bijna 100 meter hoog en vanuit de verte al te zien. Toen we aan de voet ervan stonden, verbaasden we ons over de vreselijke lelijkheid ervan. Omdat er weer eens zeemist hing, vonden we het niet de moeite om met de lift naar boven te gaan.

We reden terug naar La Serena en parkeerden de auto bij een andere shopping mall dan waar de Lider in zit. In één van de winkels werden tenten verkocht en enkele tenten bleken in de aanbieding. Nadat we enkele tenten grondig met elkaar hadden vergeleken (omvang en met name gewicht), besloten we een tent te kopen. Het was een mooie driepersoonstent met een luifeltje en woog slechts 4 kilo. De tent was ook nog eens verpakt in een zeer handige draagtas; ook iets om rekening mee te houden als we er veel mee moeten slepen.

We brachten de auto terug naar Avis en liepen toen via het busstation terug naar het hostal. Op het busstation kochten we kaartjes voor de bus van 07.30 uur de volgende dag naar Valparaiso. Eenmaal terug in het hostal zetten we de tent op, werkten we ons dagboek op het internet bij we en lazen we wat.

Zondag 26 september 2004

Hoewel de bus volgens de computer van Tur Bus zo goed als uitverkocht was, bleek de bus in werkelijkheid half leeg te zijn. Waarschijnlijk hanteert met bij Tur Bus niet zo’ n geavanceerd computersysteem dat de bezetting op delen van trajecten kan registreren, maar alleen hele trajecten (bijvoorbeeld Antofagasta – Santiago, terwijl er veel deeltrajecten op deze route zijn). De route was niet zo bijzonder, met name weer door de zeemist.

In Viña del Mar werd gestopt en we besloten om er hier maar uit te gaan en niet door te rijden tot aan Valparaiso. Op het busstation stond een ‘hostal-tout’ en we besloten maar met hem mee te lopen. Hij bracht ons naar hostal Jorge. De kamer zag er heel redelijk uit, had televisie en een badkamertje.

’s Middags gingen we naar de bioscoop. Het was zondag en er was niets te doen in Viña del Mar. De bioscoop was een zogenaamde ‘art’ bioscoop, dat minder commerciële films vertoont. De film was inderdaad niet zo commercieel, maar vermakelijk. In de zaal zaten vrijwel allemaal ouderen (65+).

Maandag 27 september 2004

Santiago

Wat een heerlijkheid. De zon schijnt als we wakker worden. Sinds Antofagasta hebben we geen zon meer gezien. De combinatie van treurig weer en het feit dat Noord Chili weinig te bieden heeft, maakte ons ietwat depressief.

We ontbeten op de kamer (er stond een tafeltje en twee stoeltjes op de kamer) en keken naar Magnum (je weet wel… die oude serie met Tom Selleck) en na het ontbijt liepen we naar het kantoor van Lan Chile om te proberen de vlucht naar Paaseiland nog drie dagen naar voren te halen, maar daar slaagden we niet in. We moeten het nu tot 2 oktober 2004 uitzingen in (de omgeving van) Santiago.

We namen de trein naar Valparaiso, dat op ongeveer 10 minuutjes rijden vanaf Viña del Mar ligt. Valparaiso was echter niet zo bijzonder. Het centrum bestaat uit een aantal drukke winkelstraten waar het verkeer doorheen raast. Het centrale plein was wel erg mooi. Op vele plaatsen in de stad stonden brandweerauto’s. De brandweermannen waren bezig geld in te zamelen. Het brandweervak in Chili is namelijk vrijwilligerswerk.

We lunchten bij restaurant Marco Polo. Het viel ons op dat er meer personeelsleden dan klanten in het restaurant waren. Zo stonden er zeker tien mensen in de keuken en werkten er nog eens minstens tien anderen in de bediening. Nou ja… werkten…. de meeste stonden er verveeld bij en keken ontzettend chagrijnig. Het eten was wel oké.

Om 14.00 uur begon het storm te lopen in het restaurant en het werd een hectische bedoeling waarbij alle obers door elkaar heen bestellingen riepen naar de keuken.

Na de lunch namen we een ‘funicular’ (soort tandradbaantje) naar boven en liepen terug naar beneden. De tandradbaantjes zijn echt oud en nog van hout gemaakt.

We namen de bus terug naar een shopping mall in Viña del Mar. Deze shopping mall ligt 15 straten ten noorden van het centrum. Er zou een boekwinkel zijn, dat Lonely Planets verkocht. En inderdaad… een boekwinkel verkocht Lonely Planets en had zelfs een exemplaar van Argentinië, alleen….. het boek was vreselijk duur!

Bij de bioscoop kochten we kaartjes voor de film ‘Before Sunrise’ van 17.30 uur. Tijdens de film voelden we dat de grond schudde. Snel bedachten we enkele redenen voor het schudden. We dachten aan een trein die langs reed, maar bedachten dat er geen spoorweg in de buurt was, we dachten aan een vliegtuig dat laag overkomt, maar dat was ook onwaarschijnlijk en we kwamen toen tot de conclusie dat het ook wel eens een aardbeving zou kunnen zijn.

Marjolijn stond al met de rugzak klaar om te vertrekken, maar de andere mensen in de zaal vertrokken geen spier en dus bleven wij ook maar zitten.

’s Avonds in het hostal hoorden we van de eigenaar dat er die dag drie aardbevinkjes waren geweest met een maximum van 5 op de schaal van Richter.

Dinsdag 28 september 2004

We hadden vandaag weer geluk, want weer scheen de zon. Vanochtend bezochten we het museum Fonck, dat een kamer heeft gewijd aan Paaseiland. Er stond een aantal houten beelden van het eiland en het ontstaan van het eiland werd uitgelegd. Op de eerste verdieping van het museum waren allemaal opgezette dieren. Veel insecten, maar ook een aantal vogels, zoogdieren en zeebeestjes. Er stond ook een opgezet lammetje met twee koppen, een siamees.

We liepen naar het strand en onderweg kochten we bij een Panaderia twee empanadas.

Aan het strand was het heerlijk vertoeven. Voor een doordeweekse dag was het behoorlijk druk op het strand. Na een aantal uurtjes lezen en ‘bakken’ in het zonnetje liepen we weer naar de shopping mall, waar we twee bioscoopkaartjes kochten voor Farenheit 9/11. Deze film is eigenlijk meer een documentaire over het falen van George Bush na de aanval op het World Trade Center in 2001 en alle fouten die zijn gemaakt inzake Irak. De film is een ‘must see’ voor iedereen, want het laat eens goed zien wat voor politieke spelletjes er worden gespeeld. Waarom pakt Bush Osama Bin Laden bijvoorbeeld niet op? Heel simpel, omdat de familie Bin Laden zeer goede vrienden zijn van de familie Bush (met name pa Bush). De film laat zien dat er geen duidelijke aanleiding was voor de oorlog in Irak. Interviews met hoge militairen uit 2001 laten zien dat Irak geen directe bedreiging vormde en dat ze niet over massavernietigingswapens beschikken. Er wordt aangegeven dat de inval in Irak puur een afleidingsmanoeuvre is geweest om de aandacht van Osama Bin Laden weg te nemen. Het is jammer dat de regering in Nederland zo pro-Amerika is.

Woensdag 29 september 2004

Omdat het weer eens gezellig bewolkt was, besloten we maar om de bus naar Santiago te nemen. Het alternatief, bij zonnig weer, was een extra stranddagje. We pakten de spullen in en liepen naar het busstation, waar we direct op een bus naar Santiago konden stappen. Naarmate we Santiago meer naderden, werd het weer beter, maar helemaal zonnig werd het niet. We kwamen aan op Terminal Sur en we namen de metro naar de wijk ‘Barrio Brasil’.

In de Provedencia (straat) ligt Residencia Alemana (B& B), waar we een kamer met gedeeld sanitair voor 20.000 pesos per nacht namen. Het was nogal aan de prijs, maar de kamer was ruim en de bedden waren goed.

’s Middags liepen we door het centrum van Santiago. Er zijn drie lange, autovrije winkelstraten waaraan een groot aantal winkelketens is gevestigd. Bijzonder waren de coffeeshops. Hierop waren we al geattendeerd door onze vrienden Leo en Pauli. Deze coffeeshops staan bekend vanwege de serveersters die er zeer goed verzorgd uitzien, maar ook weer weinig om het lijf hebben. De dames hadden hele korte rokjes aan, maar waren niet echt mooi. Het was echter niet zo schokkend als we hadden gedacht. Dat kwam later wél toen we iets wilden drinken. We zagen een café met gesloten deuren. Toen Remco naar binnen wilde, viel hem een aantal dingen op:

  • het was nogal donker in het café;
  • het café werd verlicht door neonbuizen en black lights;
  • de serveersters liepen er rond in strings en bh’s.

Vreemd genoeg had Marjolijn ineens geen zin meer in een kopje koffie. De vraag is trouwens of dat in dit soort cafés (coffeeshops) wel wordt geserveerd.

’s Avonds aten we de ranzigste pizza van de hele wereld. Je vraagt je af of je iets aan een pizza zou kunnen verknallen, maar dit restaurant kon dat! In Santiago heeft deze restaurantketen zich zelf gespecialiseerd in het verkrachten van pizza’s.

Donderdag 30 september 2004

We brachten een bezoek aan het hoofdkantoor van Navimag Ferries in de wijk Las Condes. Het kantoor was gevestigd in een chique kantorenflat op de 11e etage. We vroegen naar beschikbaarheid en naar de prijs van de ferry. Een bed op een slaapzaal met 20 anderen zou US$ 275 per persoon kosten en een bed in een 4 persoons cabine was meteen 50% duurder. Beschikbaarheid was er voldoende.

We hadden per e-mail geïnformeerd naar de prijs van de ferry bij een reisbureau in Puerto Montt en we dachten dat in de reactie van dit reisbureau een prijs van Us$ 230 was genoemd. De moeite waard om dit e-mailtje even te checken. Maar het was niet eenvoudig om een internetcafé te vinden. Toen we die eindelijk hadden gevonden bleek in het e-mailtje inderdaad een prijs van Us$ 230 per persoon te staan. We stuurden een e-mail terug met het verzoek de prijs te bevestigen.

Het was een heel eind lopen naar een boekwinkel in het noorden van Santiago. In deze boekwinkel zouden ze een uitgebreide collectie Lonely Planets hebben. Er was inderdaad een boek van Argentinië, waar ze 37.500 pesos voor vroegen. Dat was 12.500 pesos (ongeveer € 17,-) meer dan in bij een boekwinkel in het centrum.

We namen een bus terug naar het centrum waar we op zoek wilden gaan naar een restaurantje voor (alweer) het avondeten, toen we werden aangesproken door een Chileen. Hij adviseerde ons om een restaurantje te zoeken in de wijken Bellavista of Providencia, want de restaurants waren daar veel beter dan in het centrum. En dus namen we een metro naar Bellavista. Daar was het een stuk gezelliger dan in het centrum.

Er waren terrasjes langs een (drukke) straat en die zaten vol met mensen. Er waren inderdaad een hoop restaurantjes. We aten op een terrasje in een wat rustigere straat. Het eten was goed! Voor het eerst waren kruiden gebruikt bij het bereiden van het eten.

Vrijdag 1 oktober 2004

Evenals gisteren verhuisden we vandaag naar een ander hostal. Lag de reden van verhuizen gisteren van Hostal Alemana naar Residencial Londres nog in het feit date en kamer in Londres 6.000 pesos per nacht goedkoper was. Vandaag verhuisden we omdat Residencial Londres 300 pesos per dag voor het in bewaring nemen van bagage vroeg (het eerste hostal in Zuid Amerika die (veel) geld vraagt voor deze service) en vanwege het feit dat de mensen van het hostal allerminst vriendelijk waren. We verhuisden naar Hostal Paris, dat 50 meter verderop lag. Hier was men wel vriendelijk en wilde men onze spullen gratis opslaan. Tevens hadden we voor dezelfde prijs als in Residencial Londres nu een kamer met eigen badkamer.

Nadat we waren verhuisd namen we de metro naar Las Condes en gingen we weer naar het kantoor van Navimag om de boot van Puerto Montt naar Puerto Nathales te boeken. We konden volstaan met alleen een reservering en zouden op het kantoor van Navimag in Puerto Montt de boottrip pas hoeven te betalen. Dit had als groot voordeel dat we ons niet zouden vastleggen aan een datum. Nu kunnen we eventueel een week later met de ferry. Op beide data was namelijk plaats genoeg. We reserveerden plaatsen voor 11 oktober 2004 en we kregen reserveringsnummer 50 (er zijn ongeveer 500 bedden aan boord).

Bij het kantoor van Lan Chile in dezelfde straat herbevestigden we de vlucht naar Paaseiland en we konden we ook plaatsen reserveren in het vliegtuig. De boarding cards werd geprint en we bespaarden op deze manier één uur wachten op de luchthaven. We hoeven nu alleen nog maar de rugzakken in te checken. We liepen terug naar het centrum via de wijken Providencia en Bellavista.

In Providencia dronken we een uitstekende cappuccino. Het was een vingerhoedje koffie met een enorme berg slagroom en in Bellavista lunchten we in een restaurantje schuin tegenover het restaurantje van gisteravond. We namen een menu del dia en dat smaakte (voor het eerst) goed. We liepen terug naar het centrum waar we de 630 meter hoge heuvel Cerro Santa Lucia in het centrum ‘beklommen’.

Bij een boekhandel in het centrum van Santiago kochten we uiteindelijk een Lonely Planet van Argentinië en daarna gingen we op zoek naar slaapmatjes en dat bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Waren de warenhuizen in de plaatsen voor Santiago goed uitgerust met campingartikelen, in Santiago was het erg moeilijk iets te vinden en helemaal slaapmatjes. We liepen de halve stad door en vroegen in de vele warenhuizen naar slaapmatjes, maar niemand verkocht ze (nog). Uiteindelijk vonden we (sterk afgeprijsde) slaapmatjes bij Almacenes Paris.

Het kopen van de slaapmatjes leidde bij ons tot een hoop verbazing, want het ging er zeer inefficiënt aan toe. Allereerst moesten we aan een medewerk(st)er in de winkel vragen of ze slaapmatjes verkochten. Dat wist die persoon (natuurlijk) niet en ze zocht naar iemand die over de campingartikelen ging. Die liet ons de slaapmatjes zien. We besloten ze te kopen en liepen met de slaapmatjes naar een kassa (logisch toch?). Maar daarmee gingen we lijnrecht in tegen de procedure. Bij de kassa werd namelijk niet afgerekend zonder een bon en dus moesten we terug naar de ‘campingafdeling’, waar twee (?) personen een kassa bediende. Hier werden de artikelen gescand en werd de kassabon geprint, maar we konden bij die kassa niet afrekenen. Met de kassabon moesten we naar een andere kassa, waar we nu wel konden afrekenen. Nadat we hadden betaald, kregen we de slaapmatjes nog niet mee. Met onze (nieuwe) kassabon moesten we naar een balie waar we onze slaapmatjes lagen. Die waren er inmiddels door een andere medewerker heengebracht. Nadat we onze twee kassabonnetjes hadden laten zien, konden we onze slaapmatjes eindelijk meekrijgen. In totaal hebben zo’n 5 personen (!) zich met onze slaapmatjes bemoeid.

We namen de lift terug naar de begane grond. Dit was ook al zo verbazingwekkend. In het warenhuis zijn 5 moderne liften, maar de liften zijn handbediend!. In iedere lift zit een medewerker die de lift op iedere etage laat stoppen en dat terwijl de liften door de klanten (net als in Nederland) gewoon bediend kunnen worden.

We hadden uiteindelijk onze slaapmatjes en een Lonely Planet van Argentinië en we konden onszelf nu belonen met een biertje. Een leuk cafeetje was echter niet snel gevonden in het centrum van Santiago en we belandden bij een grote cafetaria, waar ze ook bier verkochten. Genietend van biertje werden we steeds onderbroken door straatverkopers die de cafetaria kwamen binnenlopen. Er kwam iemand binnen met belleblaasapparaatjes, aanstekers (in de vorm van een brandblusapparaat, maar 4 Amerikaanse dollars voor een aansteker is ietwat overdreven), cd’s en zelfs schemerlampen!!. De verkoper met de cd’s overhandigde Remco een cd met het boekje naar beneden (cd naar boven). Er stond een film op en om snel van hem af te komen dacht Remco zo slim te zijn door te vragen of de film ook in het Nederlands was. Daarop werd bevestigend geantwoord en toen Remco de cd omkeerde en het ‘boekje’ zag, was het duidelijk het een film zonder ondertiteling was (porno).

Zaterdag 2 oktober 2004

Paaseiland

We stonden om 06.00 uur op en liepen om 06.30 uur naar het kantoor van ‘Tur Bus Aeropuerta’. Hier vandaar zou de bus naar de luchthaven vertrekken. Onderweg werden we vergezeld van een herdershond die de hele weg met ons mee liep. Verbazingwekkend is dat wij niet zo gecharmeerd zijn van honden, maar de honden blijkbaar des te meer van ons.

De bus vertrok om 07.00 uur en we waren op de luchthaven rond 07.45 uur. Daar kwamen we erachter dat het vliegtuig een vertraging had van 40 minuten. We checkten onze bagage in en liepen daarna door de douane. We verbaasden ons over de geringe veiligheidsmaatregelen op de luchthaven. Zonder onze boarding cards of paspoorten te laten zien, liepen we door de douane. Bij de gate moesten we wel onze paspoorten laten zien, maar ook daar was de controle minimaal (of je moet binnen 1 seconden iemands paspoort goed kunnen beoordelen).

De vlucht in de Airbus A-340 was uitstekend en de service aan boord was zeer goed. Iedere plaats was uitgerust met een kleine monitor in de stoel ervoor. De films werden door de computer aangestuurd en het was mogelijk op ieder moment een film naar keuze te starten, vooruit/achteruit te spoelen of te pauzeren. Ook was er een ruime selectie uit muziekcd’s. Geweldig!

We vlogen over Paaseiland heen om vervolgens te draaien en te landen. We hadden dus een mooi zicht op een groot deel van het eiland met de schitterende kuststrook. De luchthaven was klein en primitief. In de aankomsthal stonden vele mensen aandacht te trekken van toeristen voor hun onderkomens. Er waren ook mensen die campingplaatsen aanboden en we besloten met één van hen mee mensen te gaan.

Met de auto werden we naar de ‘camping’ gebracht. Onze eerste indruk was niet zo best. We waren niet zo gecharmeerd van de plaatsen, die allemaal op een helling lagen en toen we het sanitair zagen, was dat helemaal reden om naar iets anders uit te kijken. De toiletten waren nog smeriger dan in Tibet (kan dat?).         

Een andere camping was echter dichtbij en de plaatsen daar waren beter en het sanitair was schoon. We konden gebruik maken van de keuken en van tafels en stoelen in het huisje van de eigenaresse. Zij kwam al snel aangelopen met twee luchtbedden die ze ook nog eens voor ons ging oppompen, toen wij met grote moeite de tent probeerden op te zetten. Dat werd bemoeilijkt door de stevige wind en de stenige bodem. De haringen wilden nauwelijks de grond in.

Elders was de eigenaar van de camping bezig twee andere tentjes van toeristen op te zetten. Waar vind je tegenwoordig campingeigenaren die zoveel service bieden?

De eigenaresse was onder de indruk van ons nieuwe tentje. Ze wilde zelf ook tenten kopen voor toeristen zonder tent en had op het internet ons tentje al gezien en nu in het echt.

De rest van de middag spendeerden we in het dorp. We liepen door de hoofdstraat (een oase van rust) met weinig verkeer en zeer vriendelijke mensen. We aten een empanada op een terrasje bij een restaurant. De empanada was duur, maar supervers (gloedheet) en heerlijk (één met tonijn en één met groente).

Vervolgens liepen we naar de eerste Moai (de bekende standbeelden van Paaseiland) even ten noorden van het stadje. Die stonden op een keurig onderhouden grasveld. De beelden, één met hoofdtooi, waren mooi en stonden op een grote ahu (platform). We liepen terug naar de hoofdstraat waar we bij een restaurantje nog iets dronken. We hadden genoeg aan de empanada en aten ’s avonds alleen een soepje met brood op de camping.

Zondag 3 oktober 2004

Vandaag wilden we gaan wandelen. We ontbeten in het huisje bij de camping. We hadden gistermiddag bij een supermarkt cornflakes, yoghurt en appels gehaald en dat aten we vanochtend. Om 9.30 uur vertrokken we in de richting van Ahu Akivi.

In het dorp kochten we verse broodjes (ze waren nog warm) en chocolademelk voor onderweg. Na ongeveer 1 ½ uur lopen kwamen we uit bij de 7 beelden en … we hadden ze helemaal voor onszelf. Onderweg naar de beelden waren we een groep toeristen te paard tegengekomen en verder niemand.

Vanaf Ahu Akivi liepen we naar Maunga Terevaka. Dat was nog niet zo eenvoudig. De kaart die we hadden gaf een weg aan naar de top. We dachten die weg te volgen, maar ons pad/weggetje hield ineens op.         

Op goed geluk liepen we door grasvelden in de richting van de berg en gelukkig kwamen we weer uit op een duidelijk frequent bereden pad. Iets later kwamen we twee jeeps op dit pad tegen. Dat was juist op een splitsing van wegen. We vroegen aan de chauffeur de weg en hij gaf aan dat we het hoofdpad naar links moesten volgen naar de krater.

De krater was mooi, maar tjeemig … wat stond er veel wind! We waaiden bijna weg.

Vanaf de krater baanden we ons zelf een weg naar de kust. De wind zorgde voor spectaculaire golven die tegen de rotswanden van ongeveer 20 meter te pletter sloegen. Via een pad langs de kust liepen we naar Ahu Te Peu en verder terug naar Honga Roa, waar we rond 16.30 uur behoorlijk uitgeput aankwamen.

Op een terrasje beloonden we onszelf met een paar drankje en we besloten er ook maar te eten. We bestelden allebei een andere soort vis met groenten en we kregen een bord vol salade en twee grote stukken verse vis. Het eten was voor het eerst echt erg smaakvol en gezond in ‘Chili’. Chili staat tussen aanhalingstekens want Paaseiland lijkt in niets op Chili. De mensen hebben een meer Polynesisch uiterlijk en zijn erg vriendelijk.

Maandag 4 oktober 2004

Na een stormachtig nachtje met veel geklapper van de tent (onze tent is van plastic) ontbeten we in ‘het huisje’. ‘In het huisje’ is de woonkamer en de keuken van de eigenaars van de camping alsmede de douches en toiletten. We maakten er kennis met drie Engelsen die van plan waren om een auto te huren en we kwamen overeen om de volgende dag één auto met z’n vijven te huren.

Vandaag stond een wandeling naar Orongo op het programma. De eigenaar van de camping liet ons zien hoe we langs de kust tot aan het kratermeer van Raro Kau konden lopen. Voordat we op pad gingen, liepen we langs de supermarkt, waar we proviand voor de lunch insloegen.

Het eerste deel van het pad langs de kust was erg duidelijk, maar nadat we twee hekken over waren geklommen, vervaagde het pad echter en moesten we op goed geluk verder. Dat geluk hadden we, want we kwamen exact bij het viewpoint bij de kraterrand uit. En daar begon het te regenen. Nu duren regenbuitjes hier zelden langer dan 30 seconden en zo ook dit buitje.

We genoten van het schitterende uitzicht over het kratermeer met veel tortora-riet, voordat we naar Orongo liepen. De entree bedroeg een stevige per persoon entree en daarna betraden we het park. Orongo is een nagebouwd dorp, waar we iets meer van hadden voorgesteld dan het in feite was. We lunchten op een plek met schitterend zicht op de twee eilandjes voor de kust.

We liepen terug naar de camping, waar we een tomatensoepje met verse tomaten maakte. De verse tomaten kwamen uit eigen tuin en we mochten zo veel tomaten gebruiken als we zouden willen.

’s Avonds maakten we macaroni met veel verse groente en na het eten spraken we met een Zwitsers stel dat die dag was gearriveerd. Zij zijn ook op wereldreis en leggen zo goed als dezelfde route af als wij, maar in omgekeerde volgorde. Zodoende konden we elkaar van wat tips voorzien.

Dinsdag 5 oktober 2004

We zijn vandaag drie maanden onderweg.

Om 09.00 uur werd de huurauto door het verhuurbedrijf afgeleverd op de camping. Wat een service! Het was een vierwielaangedreven Daihatsu.

Met z’n vijven in de auto gingen we op weg naar Anakena, het strandje aan de andere kant van het eiland. Het was echter geen strandweer. Het was zwaar bewolkt en er stond een briesje. Het strand was echter schitterend. Het is het enige zandstrand met palmbomen op het eiland. Bij het strand was een Ahu (platform) met 6 Moai (beelden). Deze beelden zagen er schitterend uit. Nou ja, vier van hen. Twee waren zwaar beschadigd, maar de vier gave beelden hadden alle hoeden op.

Na Anakena reden we naar Rano Raraku, maar voordat we daar aankwamen bezochten we de 15 Moai in Tongariki. Schitterend!

Rano Raraku is een kratermeer en uit de wand van deze vulkaan werden alle Moai’s gemaakt. Het was dus de steengroeve op het eiland. In de rots waren nog zeer veel Moai te zien in alle stadia van uithakken. Ook stond een groot aantal Moai’s in het veld rondom de vulkaan. Erg mooi.

Vanaf Rano Raraku reden we langs de kust naar het andere kratermeer Rano Kau, waar we gisteren te voet heen waren gelopen. Op de kaart van Paaseiland stonden langs de kust vele plaatsen aangeduid waar moai te vinden zouden zijn, maar alle waren omgevallen (nog niet gerestaureerd) en dat was jammer.

Bij het kratermeer Rano Kau hadden we nu beter weer. Soms kwam het zonnetje door de bewolking en dat was gunstig voor een mooie foto van het kratermeer.

We reden verder naar Ahu Akivi, waar 7 moai op een ahu staan. Bijzonder van deze moai is dat ze naar de kust kijken, terwijl alle andere op het eiland met de rug naar zee staan.

Aan het einde van de middag werden we afgezet bij de supermarkt in het dorp, waar we ons avondeten kochten. We hadden besloten om een Spaanse tortilla te maken, maar er was bijzonder weinig goede groente te koop. We kochten eieren, één supergrote ui en een blikje paprika (de ‘verse’ paprika’s zagen er vreselijk slecht uit).

Opvallend is dat de supermarkt goed bevoorraad is net nadat een vliegtuig is geland, maar dat de supermarkt in de dagen daarna behoorlijk leeg raakt. De inwoners van het eiland zijn afhankelijk van drie vliegtuigen per week die er landen. Hiermee wordt het eiland bevoorraad.

De tortilla lukte zeer goed en smaakte perfect.

Woensdag 6 oktober 2004

Vandaag stond eigenlijk niets meer op het programma. Doordat we een auto hadden gehuurd, verviel een wandeltocht naar Anakena en Rano Raraku en eigenlijk waren we daar wel blij mee, omdat langs de kust tussen Rano Raraku en het dorp eigenlijk niets bijzonders meer was te zien, afgezien van de schitterende kust zelf. We hadden dus alle tijd om het rustig aan te doen.

Bij het kantoor van Lan Chili herbevestigden we de terugvlucht, alhoewel Lan Chili aangeeft dat het niet nodig is. We waren echter erg blij dat we het toch hebben gedaan, want op het kantoor bleek dat de vluchttijd met anderhalf uur vervroegd was naar 10.45 uur. Tevens konden we alvast plaatsen in het vliegtuig reserveren.

Nadat we de vlucht hadden herbevestigd gingen we op souvenirjacht. We kunnen Paaseiland natuurlijk niet verlaten zonder een kleine moai te kopen. Toen we eindelijk een mooi beeldje vonden, begon het stevige onderhandelen over de prijs en wisten we op die manier de prijs met 50% te drukken. Alle prijzen zijn in Amerikaanse dollars, maar we betaalden in pesos. Dit is veel voordeliger, omdat een erg ongunstige dollarkoers wordt gehanteerd op Paaseiland.

We controleerden snel onze e-mails (nogal duur) en de rest van de dag deden we weinig.

’s Avonds aten we een empanada bij restaurant Ariki o te Pana. De empanada was weer vers, maar smaakte toch iets minder goed dan twee dagen geleden.

Terug op de camping begon het even flink te regenen, maar de bui was weer van korte duur.

Donderdag 7 oktober 2004

Wat een onrustige nacht. Twee vliegtuigen (volgens ons geen passagiersvliegtuigen) kwamen binnen en vertrokken ook weer aan onze kant van het eiland. Binnenkomende vliegtuigen zorgen er ook voor dat er ‘veel’ verkeer was ’s nachts.

We stonden om 07.00 uur op en begonnen direct met het afbreken van de tent. Hoewel het zonnetje door de bewolking heen brak, zagen we donkere wolken in de verte en we wilden de tent graag droog opbergen. Daarin hadden we geen geluk en we propten een vochtige tent in de tas.

Na het ontbijt werden we naar de luchthaven gebracht, checkten we in en wierpen we nog een laatste blik op het mooie eiland. De zon scheen weer eventjes en we genoten van de laatste zonnestralen op Paaseiland.

Om 10.50 uur verlieten we Paaseiland. De terugvlucht was een stuk saaier dan de heenvlucht. Er was geen entertainment aan boord en het vliegtuig was van een ‘oud’ type, zonder schermpje in de stoelen voor ons. Het eten en de service aan boord waren weer goed.

Om 17.15 uur lokale tijd (15.15 uur Paaseiland-tijd) landden we op de luchthaven van Santiago. In de vertrekhal vroegen we bij de ticketbalie van Lan Chili of ze nog een speciaal prijsje voor een vlucht hadden naar Puerto Montt, maar dat was niet het geval. Daarop namen we de airportbus terug naar Terminal Sur in het centrum van Santiago, waar we twee buskaartjes naar Puerto Montt kochten bij busonderneming ‘Jac’. Dit is waarschijnlijk de goedkopere dochter van Tur Bus, want we kochten de kaartjes in het kantoor van Tur Bus. Deze laatste was echter al helemaal uitverkocht.

De bus van ‘Jac’ was wat ouder dan de Tur Bussen, maar goed. De beenruimte was echter behoorlijk wat minder. We hadden nu een ‘classico’ bus en geen ‘semi cama’ (half bed) bus. De ‘classico’ is een beetje te vergelijken met een Royal Class bus in Nederland.

Vrijdag 8 oktober 2004

De rit vannacht verliep soepel, maar van veel slapen kwam het niet. Remco zat behoorlijk met ruimtegebrek en had continue de benen in het gangpad. De bussteward liep continue van voor in de bus naar achter en wist regelmatig tegen de benen te trappen.

Om ongeveer 10.00 uur kwamen we aan in Puerto Montt. Onderweg had het telkens een beetje geregend, maar nu was het gelukkig droog. Vanaf het busstation liepen we naar enkele hostals ten westen van de terminal. Op weg naar die hostals probeerde een oud vrouwtje steeds onze aandacht te trekken. Wij besteedden hier niet veel aandacht aan en gaven aan dat we op weg waren naar een hostal uit de reisgids. Bij dit hostal bleek echter niemand thuis te zijn en we liepen naar de tweede keus uit de reisgids. Toen we bij dat hostal aankwamen, stond het oude (79 jaar oud) vrouwtje al in de deuropening te staan. Ze bleek echter de eigenaresse van onze tweede keuze te zijn.

Het hostal bestond uit een houten huis en was met drie kamers ‘klein’ te noemen. De kamer was echter ruim en zag er erg schoon en verzorgd uit en we besloten er te blijven (Bed and Breakfast).

’s Middags verkenden we Puerto Montt en lunchten we bij Café Central. Het eten (Remco had zalmtaco’s en Marjolijn had Merluza (vis) was oké, maar de bediening was onvriendelijk. Voor het kleine beetje aardappelpuree dat Marjolijn bij het gerecht kreeg (we dachten dat dit bij het gerecht hoorde) moesten we een stevige 1 dollar betalen!

We liepen langs het kantoor van Budget Rent A Car en vroegen naar de tarieven voor een huurauto. Dit was 30.000 pesos per dag en 50.000 pesos voor het weekend. Vervolgens controleerden we de tarieven bij Hertz, dat een kantoor had tegenover Budget, maar daar waren geen auto’s beschikbaar. Dan maar terug naar Budget. Nu zat er ook een andere medewerker achter de balie en aan deze persoon vroegen we opnieuw de huurtarieven (wij gedragen ons als echt domme toeristen!).

Nu bleek er echter een ander tarief te gelden. We konden nu een auto voor twee dagen huren en maar één dag betalen (speciale weekendaanbieding). We zouden dan 34.355 pesos betalen. We besloten direct dit aanbod te accepteren en we reserveerden een auto voor het weekend. We zouden de auto pas op maandagmorgen terug hoeven te brengen. Scherpe prijs!

Tenslotte controleerden we de weersverwachting op internet. Het zag er voor het weekend niet best uit. Er werd veel regen voorspeld

Zaterdag 9 oktober 2004

We gingen vandaag met de auto naar Chiloë. We hadden in de reisgids al gelezen dat we zeker op regen moesten rekenen. Echter, het zonnetje kwam vanochtend voorzichtig door de wolken en het zag er naar uit dat de zon het van de wolken ging winnen.

Op weg naar Chiloë reden we langs het kantoor van Navimag, waar we onze reservering voor de boot naar Puerto Natales omzetten in een boeking, betalen dus! Daarna reden we langs de kust in de richting van Chiloë. Toen de weg erg slecht werd vroegen we naar de ‘grote’ weg naar Chiloë en reden we het laatste stuk via de Panamericana naar de ferry.

Het was ongeveer een half uurtje varen met de ferry naar Chiloë. Eenmaal van de ferry reden we naar Ancud reden. Onderweg kwamen we langs het plaatsje Caulin. Dit is een nietig plaatsje waar hele speciale zwanen te zien zijn. De zwanen zijn wit maar hebben een zwarte nek en kop.

In Ancud reden we naar het uitzichtpunt. We hadden erge mazzel met het weer, want de lucht was strakblauw en het zonnetje scheen. Althans… naar de kant waar we foto’s van maakten; aan de andere zijde was de lucht namelijk pikzwart.

We lunchten in een restaurant in Ancud. We namen zalm met kaas en ham (zalm cordon bleu!) en een visje met kaassaus en asperges. Voor het eerst was het eten op het vaste land van Chili echt lekker. Ondertussen was het gaan regenen en het regende een half uurtje terwijl we in de auto zaten op weg naar Castro, de tweede ‘grote’ stad op het eiland. Na een half uurtje werd het echter droog, werd de lucht opnieuw weer strakblauw en ging het zonnetje schijnen.

Een politieagent hield ons op de PanAmerican Highway (een gewone tweebaans weg overigens) bij een politiepost aan. In plaats van naar ons rijbewijs te vragen, vroeg hij of hij (maar liefst) 300 meter met ons mee kon rijden. Dit bevestigde sterk onze overtuiging dat de Chilenen nogal lui zijn.

Via de kust reden we naar Castro en we genoten met volle teugen van het schitterende landschap. In de nietige dorpjes onderweg, staan de bijzondere houten kerken. Ze zijn mooi en erg fotogeniek.

Na een kort bezoekje aan het plaatsje Castro, reden we terug. Het was inmiddels 18.30 uur en het begon al weer donker te worden. Het was maar goed dat we steeds iemand voor ons hadden rijden op de PanAmericana. Die persoon voor ons leek soms als een dronkaard te rijden. Hij ging van de rechter rijstrook naar de linker rijstrook en al snel deden wij hetzelfde. De weg kende op sommige delen namelijk zulke diepe gaten dat je die beter kon ontwijken.

In het donker namen we de ferry terug naar het vaste land en daarna reden we terug naar het hostal in Puerto Montt, waar we een broodje met kaas aten.

Zondag 10 oktober 2004

Regen, regen en nog eens regen. Vandaag zouden we rond het grootste meer van Chili rijden, de Lago lanquihue. Over de tolweg reden we naar Puerto Varas, dat aan het meer ligt en vervolgens verder naar Ensenada, Petrohué, Las Cascadas, Puerto Ocay en Frutillar.

Bij Petrohué keken we naar het mooie meer dat er nog veel mooier uit moet zien als het zonnig is. Nu hing de bewolking erg laag en was het geheel een beetje mistroostig.

Toen we weg wilden rijden, stuitten we letterlijk op een steen. Echt vlak voor de auto lag een zeer forse kei, waar we tegenop reden, waardoor de auto met de uitlaat op de kei belandde en de wielen waren van de grond kwamen. Met de extra kracht van twee sterke mannen konden we de auto van de lei tillen en weer verder rijden. We vervolgden onze weg langs het meer, maar konden niet genieten van de vulkaan Osorno, want die lag in de wolken.

In Frutillar lunchten we. We namen wederom zalm, maar die bleek niet helemaal gaar te zijn. Na de lunch reden we terug naar Puerto Montt.

’s Avonds zaten we lange tijd achter de computer om weer eens het dagboek bij te werken en te reageren op de ontvangen e-mails.

Maandag 11 oktober 2004

Na het ontbijt brachten we de bagage naar Navimag. De receptioniste had ons aangeraden om zo vroeg mogelijk ‘in te checken’. Dat zou de kans vergroten dat we een slaapplaats met raam konden krijgen. We hadden namelijk bedden geboekt in een slaapzaal met 20 andere bedden. Niet omdat we dat nu zo graag wilden, maar die waren met Us$ 275.- per persoon domweg het goedkoopste. Een kamer met 4 bedden was direct twee keer zo duur.

Nadat we de bagage hadden weggebracht, ging Marjolijn terug naar het hostal. Zij had last van haar maag en had de vorige avond overgegeven. De zalm van gistermiddag was dus echt niet goed.

Remco bracht de auto terug. In het stadje was verder niets te doen, omdat alle winkels gesloten waren in verband met een nationale feestdag. Het internetcafé was wel open en Remco werkte het dagboek bij. De achterstand bedraagt nu nog maar vier dagen, maar als we in Puerto Natales aankomen, zal die alweer opgelopen zijn tot ruim een week.

We kochten in de supermarkt nog wat eten en drinken voor op de boot en begaven ons toen naar Navimag. Van andere mensen die van de boot waren gekomen, hadden we gehoord dat de catering aan boord niet zo goed zou zijn, het eten niet voldoende en de drankjes duur. Vandaar wat extra inkopen.

Om 14.30 uur mochten we aan boord. Er was ons gezegd dat we tussen de gele lijnen van de wachtruimte naar de boot moesten lopen. De rij van mensen die naar de boot liepen werd gekenmerkt door plastic. Vrijwel iedereen had in beide handen een plastic tasje van de supermarkt; er werd heel wat bier en wijn aan boord gebracht. Wij waren zeer bescheiden met slechts één plastic tasje voor twee personen.

Aan boord werd ons getoond waar onze slaapplaatsen voor de komende nachten waren. We hadden één van de weinige ruimtes in de dormitory waar slechts twee bedden waren in plaats van vier. We hadden een eigen, klein kamertje, zonder overburen (we hadden de bedden 9 en 10 en deze zijn in alle dormitories gelijk).

Even na vieren vertrok de boot. Die lag aangemeerd in een zeer smalle zeestraat tussen het vaste land en een eiland en de boot lag in de breedte (!?!?!). Voorzichtig manoeuvreerde de boot totdat het in volle vaart de zee op kon varen. Het weer was goed; halfbewolkt, dus het zonnetje scheen regelmatig.

Om 19. 30 uur was het diner. Op het menu stond zalmmoot, maar Marjolijn bedankte er even voor. Het eten aan boord was goed, de porties waren ruim én er was groente bij! De eetzaal was enorm en niet gezellig ingericht met plastic stoelen. Aan tafel werden we vergezeld van een Franstalig Belgisch stel. We zaten aan het raam en hadden prachtig zicht op de ondergaande zon.

Dinsdag 12 oktober 2004

We hebben niet al te best geslapen. Het was nogal warm in de brits. We slapen in een stapelbed en ieder bed kan worden afgesloten met een gordijntje. Dat is wel zo prettig, want het licht op de gang gaat namelijk niet uit.

Toen we om 07.30 uur opstonden, scheen het zonnetje door ons raampje. Het regende echter ook licht en aan de andere zijde van het schip was een prachtige regenboog. De bogen raakte het water zeer dichtbij ons, want de bogen gingen voor de heuvels op de achtergrond langs. De twee potten goud lagen dus zeer dicht in de buurt! Al vroeg zaten we in het zonnetje op het bovendek en genoten we van de heuvels die heel langzaam aan ons voorbijgleden. In eerste instantie zagen we besneeuwde bergen. Later werden de bergen lager en waren ze begroeid met bossen. De zee was spiegelglad en er stond heel weinig wind. Het was dus heerlijk vertoeven in het zonnetje op het bovendek; warm genoeg om in een t-shirtje te kunnen zitten.

Halverwege de middag veranderde de situatie. We naderden open zee en het lange schip (120 meter lang) begon langzaam te deinen. De deiningen waren erg lang en laag en we hadden dus geen probleem met zeeziekte. De zon had zich verscholen achter de wolken en de wind was ook weer terug van weggeweest.

Aan boord is veel entertainment, voor de mensen die niet kunnen genieten van de fantastische omgeving. Iedere middag is er een presentatie van iets en een film en ook ’s avonds wordt er een film vertoond. Het zijn echter geen kaskrakers.

Navimag is een onderneming dat vrachtschepen exploiteert en dat een gat in de markt vult door toeristen mee te nemen op dit mooie stuk Chili. De kwaliteit van de ‘cruise’ is boven onze verwachting. Alles is redelijk comfortabel en schoon en de bedden zijn oké, doch iets naar het lichaam gevormd. Het sanitair is ronduit uitstekend en de douches zijn zelfs iets te heet. Op het bovendek is de bar en daar zijn comfortabele stoelen. Iedereen zit er met z’n eigen bier, wijn en chips en de barman heeft het niet al te druk. Het eten aan boord is goed (natuurlijk geen culinaire hoogstandjes, maar afdoende) en ruim voldoende en er is zelfs gelet op de dagelijkse portie groente.

Woensdag 13 oktober 2004

Om 07.15 uur werden we door de intercominstallatie gewekt. Er werd omgeroepen dat een scheepswrak in het water lag. Dat schip ligt er overigens al 40 jaar en waarschijnlijk daardoor de moeite van het omroepen waard. Wij vonden het wel welletjes en we bleven lekker liggen.

We hadden vannacht redelijk goed geslapen afgezien van even wakker te zijn geworden van het snurkconcert van iemand in de dormitory. De dunne wandjes tussen de bedden houden geen geluid tegen en het was niet te harden.

Na het ontbijt, om ongeveer 09.30 uur hield de boot stil en mochten we even van boord om Puerto Eden te bezoeken. Dit nietige dorpje van 150 inwoners was ooit de tussenlandingsplaats voor de watervliegtuigen tussen Puerto Montt en Punta Arenas.

We werden met een klein bootje aan land gebracht en kregen een uurtje de tijd om over het eiland te lopen. Dat bleek erg ruim, want op het eiland was echt helemaal niets te beleven. Over houten vlonders liepen we naar een uitzichttorentje op het eiland, vanwaar het uitzicht over de omgeving mooi was. We bleven het vlonderpad volgen en we liepen langs enkele huizen van het dorp. Armoe troef, zeg! Wat beweegt mensen om hier in zulke armoedige, golfplaten barakken met gebarste of gebroken ramen te gaan wonen?

Na het bezoek aan het eiland voer de boot verder. Het was zwaar bewolkt en de bewolking hing laag tussen de bergen. Soms regende het heel eventjes heel licht.

’s Middags zaten we grotendeels in de pub te lezen. We hadden een ‘Trekking in Patagonië’ gids geleend van andere Nederlanders en bestudeerden de Torre del Paine trekking. Door het lezen veranderden we ons plan ten aanzien van de trekking. ’s Middags werd in de kantine een zeer informatieve presentatie gegeven over Torres del Paine en ’s avonds was er een bingo in de pub, maar die lieten we maar aan ons voorbijgaan.

Donderdag 14 oktober 2004

Vanochtend werden we om 06.30 uur gewekt, want we zouden door het smalstedeel varen. Dit deel is 80 meter breed en het schip alleen al is 22 meter breed. Veel indrukwekkender dan het nauwe stuk, was de zonsopgang. Een schitterend rode opkomende zon verlichtte de bergen, die ook rood werden.

Om 08.00 uur was er ontbijt en rond 08.30 uur legden we aan in Puerto Natales. Pas een half uur later konden we van boord. We liepen de boot af en kregen van vele hostals een folder in de handen gedrukt, maar niemand nam erg veel moeite om ons naar hun hostal te lokken.

We liepen naar een hostalletje, dat er wel oké uitzag en daarna liepen we naar het toeristenbureau, waar we zeer vriendelijk werden geholpen. De dame achter de balie sprak erg langzaam en erg duidelijk (iets dat Chilenen vreemd is, overigens) en was heel geduldig. We kwamen erachter dat we een extra keer geld moesten pinnen, want Torre del Paine is echt duur. Kamers op een slaapzaal in de refugio’s in het park kosten US$ 27 (!) per persoon, het ontbijt kost US$ 10 per persoon en het diner US$ 24 per persoon. De catamaran kost US$ 15 en de bus idem (een retourtje weliswaar).

Gezien de schandalige prijzen voor eten en de mogelijkheid om in de refugio’s zelf te kunnen koken, kochten we voor een aantal dagen ontbijt (yoghurt, muesli en appels) en ook wat pasta en rijst voor het avondeten. We brandden een cd met foto’s en gingen op zoek naar een regenponcho.

Vrijdag 15 oktober 2004

Torres del Paine

Gisteren hadden we de rugzakken opnieuw ingepakt. De helft van de spullen zouden we achterlaten in de berging van het hostal, maar toch was de rugzak er niet minder zwaar op geworden. In plaats van kleding zaten er nu levensmiddelen in de rugzak: pasta’s, rijst, chocolademelk, jus d’orange, yoghurt, cornflakes, muesli en appels. Ook hadden we voor de zekerheid een pan meegenomen om in te kunnen koken. Deze konden we lenen van een reisbureautje / internetcafé waar Remco gisteren de foto`s op cd had gebrand.

Toen we vanochtend opstonden was het behoorlijk fris in de kamer. We staken een op gas werkende heater aan (van het type dat in Nederland al tientallen jaren verboden is vanwege de onveiligheid), maar het werd niet snel warm. We hadden ook maar 10 minuten voordat we aan het ontbijt konden.

Om 7.00 uur ontbeten we en om 7.20 uur werden we opgehaald. Er werden vervolgens nog 4 toeristen opgehaald en daarna reden we in 2 uur naar de entree van het park. Daar betaalden we 10.000 pesos per persoon (14 euro) entree en moesten we even wachten op een grote bus die ons naar de catamaran bracht. Daar moesten we weer wachten tot het vertrek van de catamaran om 12.00 uur.

De catamaran (ook 10.000 pesos per persoon) bracht ons in een half uur naar de Refugio Pehoé en daar begonnen we aan onze wandeltocht naar Refugio(herberg/berghut)Grey. Afgezien van de straffe wind (soms zeer sterke wind) die in dit gebied vaak voorkomt was het weer ons zeer gunstig gezind. Tot in de middag was het heel licht bewolkt, maar daarna trok de hemel dicht. Het bleef gelukkig droog tot we in de Refugio Grey aankwamen.

Het pad was heuvelachtig en enkele stukken waren wat moeilijker, zeker vanwege de grote rugzak op onze rug, maar het was een mooie wandeling. Op sommige stukken stond een vreselijk krachtige, koude wind en het was lastig om je daar staande te houden.

Soms liepen we even door een stukje bos en zagen we mooie spechten die hun aanwezigheid verrieden door tegen een boomstam te hameren.

Het uitzicht over de meren was fantastisch. Ieder meer heeft een andere kleur. We liepen langs een azuurblauw meer en langs een grijskleurig meer met allemaal ijsbergen erin. Dat waren afgebroken stukken van de gletsjer. De ijsbergen waren mooi blauw van kleur en dat stak mooi af tegen het grijze water.

Om 12.45 uur waren we aan de wandeling begonnen en vier uur later kwamen we aan we bij Refugio Grey. Het was een houten huisje met vier slaapzalen, met op iedere slaapzaal drie stapelbedden met daarop een doorgezakt matras. Niets meer. Geen kussen, geen lakens en geen dekens. Niet echt veel service voor een prijs van US$ 20 per persoon per nacht.  

En dat is nog de goedkoopste refugio.

We hadden het idee om nog even naar het uitzichtpunt over de gletsjer te lopen, maar het begon te regenen en we bleven binnen zitten, waar het warm was.

Rond 19.15 uur ging Marjolijn koken. We konden gebruik maken van de keuken en Marjolijn maakte pasta. Dat was niet al te moeilijk, want we hadden kant-en-klare pasta gekocht. Slechts 12 minuutjes koken en klaar was het. Het smaakte ook nog eens goed.

’s Avonds zaten we een tijd te praten met twee Duitse meisjes, die tevens onze kamergenoten waren.

Zaterdag 16 oktober 2004

Het was vanochtend al vroeg behoorlijk luidruchtig en het lawaai bleek afkomstig van de personen die de refugio runnen. In de houten refugio, met houten vloeren en een houten trap, kraakte iedere plank waar overheen gelopen werd.

We maakten ons eigen ontbijtje klaar en daarna liepen we naar het uitkijkpunt over de gletsjer. Het uitzicht was schitterend, maar het was behoorlijk fris. Een stevige wind woei over de gletsjer in ons gezicht.

De gletsjer was mooi blauw van kleur en in het meer voor de gletsjer dreven enkele ijsbergen. Pas toen een bootje voor de glesjer langs voer, werd de omvang en hoogte van de gletsjer pas goed zichtbaar. De ijsbergen die in het meer dreven, waren ook schitterend blauw. Eén van de ijsbergen was al zo verwaterd, dat het een beetje doorzichtig was. Het leek op een enorme, drijvende ijspegel.

Boven ons zweefde een grote condor op soms niet meer dan ongeveer 10 meter hoogte en het was voor het eerst dat we zo’n vogel van zo dichtbij zagen. We konden heel mooi zien hoe het beest met de staart stuurde. Erg indrukwekkend.

In de refugio vroegen we om twee bedden te reserveren, maar dat werd door de uitbaters niet nodig geacht omdat het laagseizoen was. Daarna begonnen we aan de terugtocht naar Refugio Pehoë, waar we om 15.30 uur, 3,5 uur na vertrek, aankwamen. Refugio Pehoë is een nieuw gebouw. De bedden in een zespersoons slaapzaal kostte hier zelfs US$ 27 per persoon en alles was verboden. Het regime dat gevoerd werd leek meer op een gevangenisregiem, dan op een hostal. Zo was het verboden om te eten en te drinken anders dan in de eetzaal en er was geen mogelijkheid om zelf te koken, want de keuken voor de toeristen was nog niet klaar. En als je wel zou kunnen koken, dan zou je geen gebruik mogen maken van de eetzaal om het op te eten. De douche was keurig netjes, maar om te kunnen douchen moest je naast de douche ook nog eens twee wastafelkranen aanzetten, want anders was er niet genoeg waterdruk. Opvallend en extreem vreemd was dat de refugio rolstoelgeschikt was gemaakt. Het is voor zelfs de grootste topsporter in een rolstoel echter onmogelijk om hier te komen. Een beetje vreemd!

We hadden onderweg de naar Refugio Pehoé beiden de balans opgemaakt en – vanwege de absurde kosten voor de overnachtingen – besloten om niet verder door het park te lopen, maar de catamaran terug te nemen. Per slot van rekening zouden we ook een bezoek gaan brengen aan Parque National Fitz Roy in Argentinië.

Dit National Park beslaat exact hetzelfde gebied, maar ligt aan de Argentijnse zijde, met dat verschil dat er geen toegang wordt geheven, het verblijf is stukken voordeliger is, het eten veel beter en waarschijnlijk ook de weersomstandigheden. Het National Park Fitz Roy ligt aan de oostzijde van de Andes en daarmee aan de droge zijde.

’s Avonds bleek dat we toch voor onszelf konden koken. Van het Belgische stel Nadette & Laurent konden we hun kookstel te leen gekregen. Dus in het houten hutje naast de refugio op de kampeerplaats kookten we onze pasta en die smaakte uitstekend.

Zondag 17 oktober 2004

Toen we wakker werden scheen het zonnetje, maar dat was van korte duur. Gisteravond had het behoorlijk geregend en, zoals vanochtend bleek, had het in de bergen gesneeuwd. De bergen zagen er mooi uit met een dun laagje sneeuw erop. De toppen kregen we echter niet te zien vanwege de bewolking. We maakten in de eetzaal ons eigen ontbijtje klaar evenals vele andere rugzakreizigers en daarna liepen we nog anderhalf uur langs het schitterende azuurblauwe meer.

Om 12.30 uur namen we de catamaran terug en aan het einde van de boottocht begon het te regenen. Eenmaal weer aangelegd, stond de bus naar Puerto Nathales al klaar en aan het einde van de middag waren we weer terug in Hostal El Mondial, waar we een tweepersoonskamer met eigen badkamer kregen. De gaskachel werd aangestoken en al snel was het warm in de kamer. We herpakten onze rugzakken en namen een frisse douche en liepen daarna naar Buses Fernandez om kaartjes te kopen naar Punta Arenas voor de bus van 09.15 uur de volgende dag. We checkten onze e-mail en daarna liepen we naar een restaurantje, waar we een biertje dronken.

Maandag 18 oktober 2004

Gistermiddag hadden we de eigenaresse van het hostal gezegd dat ze geen ontbijt voor ons hoefde klaar te maken, omdat we nog veel over hadden van onze wandeltocht, maar toch was de tafel vanochtend weer gedekt. We namen toch maar ons eigen ontbijt omdat dat nu eenmaal op moest en gewoonweg veel gezonder/lekkerder is.

Om 09.15 uur vertrok een schitterende nieuwe bus op weg naar Punta Arenas, een rit van drie uur. In Punta Arenas liepen we naar het centrale plein, waar het toeristenbureau zou zitten. We wilden er informeren naar overnachtingsmogelijkheden. Echter, het centrale plein was in het geheel afgezet omdat het opnieuw werd ingericht en het toeristenbureau midden op het plein was om die reden gesloten.

Bij een reisbureau aan de rand van het plein informeerden we naar vluchten naar Puerto Williams (dat grenst aan Ushuaia) en naar bussen naar Ushuaia. De vluchttijden kwamen niet gunstig uit en er zat niets anders op dan een 12 uur durende busrit.

Onze speurtocht naar een hostal kon beginnen. Na twee hostals te hebben bekeken, namen we maar een kamer in het derde hostal dat we bekeken. Niets bijzonders, maar centraal gelegen.

We lunchten in een uitstekend restaurantje, waar we een menu del día namen voor 2.550 pesos (€ 4,-). We kregen een uitstekende vissoep vooraf, Remco een goed stukje vlees met patat als hoofdgerecht en Marjolijn een goede Spaanse Tortilla, een nagerecht en een koffie / thee. Het restaurant was heel luxe ingericht met een echt tafelkleed en katoenen servetten en de bediening was meer dan keurig/vriendelijk. Zijn we nu al weg uit Chili?

We kochten tickets voor de bus van 09.00 uur naar Ushuaia. We hadden nu ‘haast’, want als we morgenavond aan zouden komen in Ushuaia, dan zouden we onze goede vrienden Friso en Manuela daar kunnen verrassen. Zij zijn op vakantie naar Argentinië en Chili en we hadden afgesproken elkaar in Santiago te ontmoeten. Zo’n onverwachtse ontmoeting zou wel leuk zijn.

We belden met het hotel waar ze in zouden overnachten en we reserveerden er ook een kamer. Zoiets moeten we niet te vaak doen, want één nacht in dat hotel zou evenveel kosten als een week in onze categorie hostalletjes. Bij de supermarkt onder ons hostal kochten we versnaperingen voor in de bus en daarna gingen we naar bed.