Zondag 4 juli 2004

Quito

Na een week van dozen inpakken en verplaatsen naar de berging en naar onze ouders, omdat we onze woning leeg moesten achterlaten, was het op de laatste dag van vertrek toch nog van hort naar her rennen en vliegen. We moesten nog enkele dingen regelen. Op het postkantoor moesten we de wegenbelasting van de auto werd stopzetten en we moesten de autoverzekering opschorten. We hebben alle belangrijke gegevens, zoals kopieen van onze paspoorten, vliegtickets, verzekeringsbewijzen enzovoort op cd gebrand en enkele audio cd’s omgezet naar mp3-formaat voor onze nieuwe mp3-spelertjes. Die zijn heel wat lichter en praktischer dan cd-spelers. En we pakten natuurlijk de rugzakken in.

Op zondagochtend 4 juli werden we om 6.00 uur wakker. Nou ja, wakker worden is niet het juiste woord. We stonden op om 6.00 uur. Zo ongeveer de hele nacht hadden we wakker gelegen. Toch gespannen voor de grote reis??

Marjolijn d’r broer bracht ons naar Schiphol, waar onze vrienden Friso en Manuela en de ouders van Remco klaar stonden. Dat was erg leuk en we hebben het zeer gewaardeerd. Het inchecken duurde een eeuwigheid, want we stonden in een rij waar een medewerker werd ingewerkt. Maar we konden zowel voor het traject Amsterdam – Madrid als voor het vervolgtraject naar Quito inchecken. Voor dit laatste traject kregen we plaatsen aan de nooduitgang, dus lekker veel beenruimte!!

Na het inchecken dronken we met z’n allen een kopje koffie (het zou het laatste fatsoenlijke kopje koffie zijn voor de komende maanden). Daarna begaven we ons naar de douane en liepen we naar de gate. De vlucht naar Madrid verliep vlekkeloos en zo ook het overstappen op Madrid, alhoewel het behoorlijk doorlopen was. Op de luchthaven van Madrid hadden we iets meer dan een uur voor. Met een bus werden we van de ene naar de andere terminal gebracht, waar de bagage weer door de röntgenmachine moest en de paspoorten weer werden gecontroleerd.

De vlucht naar Quito vertrok rond 12.45 uur en exact om 16.15 uur lokale tijd landden we in Quito. Service aan boord was van een behoorlijk laag niveau; de stewardessen misten uitstraling en het was (op het eten na, dat nog wel werd gebracht en afgeruimd) een zelf cateringvlucht, wat inhield dat je steeds zelf je drinken moest gaan halen in de keuken.

De luchthaven van Quito zag en netjes uit. We moesten een half uur wachten voordat de nodige stempels in het paspoort stonden en toen dat eenmaal geregeld was, pakten we de bagage, die natuurlijk al lang klaarlag en we liepen naar buiten. Vreemd genoeg moesten we de bagagelabels (de stickers die bij het inchecken op de tickets worden geplakt) inleveren, maar ze werden niet gecontroleerd met de bagagelabels aan de rugzakken! (??) We zouden door een taxichauffeur worden opgehaald, maar dat ging mis. We hebben niemand gezien die op ons wachtte en dus namen we zelf maar een taxi naar het hostal ($5). De straten waren uitgestorven. Dit hadden we niet verwacht, maar toen bedachten we dat het zondag was. Blijkbaar wordt de zondagsrust hier nog echt gerespecteerd. De taxichauffeur bracht ons keurig netjes naar het hostal, waar een kamer voor ons gereserveerd was. Nadat we de rugzakken op de kamer hadden gelegd, liepen we naar een café, waar we onze aankomst -en de start van onze wereldreis- bezegelden met een koud biertje. We hadden direct aanspraak met andere mensen. Het kwam allemaal relaxed en vertrouwd over. Na het biertje hebben we snel even iedereen op de hoogte gesteld van onze aankomst via het internet en daarna zijn we naar bed gegaan. We hadden direct aanspraak met andere mensen. Het kwam allemaal relaxed en vertrouwd over. Na het biertje hebben we snel even ge-internet en daarna zijn we naar bed gegaan.

Maandag 5 juli 2004

Na een goede nacht ontbeten we met een tortilla en een bananenpannenkoek in café ‘Magic Bean’. Na het ontbijt namen we geld op bij de geldautomaat en liepen we direct naar het door Nederlanders gerunde reisbureautje “Ecole Travel”, waar we de buit direct weer moesten afgeven. Ecole Travel zit op slechts enkele straten van het hostal en zij hadden voor ons de Galapagos trip geregeld.

Met Lydia, de eigenaresse, hadden we de afgelopen tijd uitvoerig e-mailcontact gehad. Toen we bij het reisbureautje aankwamen, begroette zij begroette ons enthousiast. Het was net of we elkaar al jaren kenden. Naast de financiële afwikkeling van de reis naar Galapagos-eilanden, gaf zij een aantal goede tips om te doen in Ecuador. Die weken sterk af van de ‘gebane paden’ die de Lonely Planet bewandelt. Dit bezorgde ons in eerste instantie wel wat kopzorgen, omdat we onze planning drastisch moesten herzien. Later zouden we uitvinden dat de tips zeer waardevol waren.

Lydia gaf ons een rondwandeling op papier. Deze leidde ons door de oude stad van Quito. We moetsen bij de Basiliek beginnen. We namen een taxi reden en reden er heen en kochten toegangskaartjes voor de toren kochten. We beklommen de toren en hadden van bovenaf een schitterend uitzicht over de stad.

Wat is Quito een uitgestrekte stad, zeg! We hadden ook een mooi zicht op de ‘Virgen de Quito’, een standbeeld op een heuvel boven Quito. Aangezien het onveilig is om daar heen te gaan, was de basiliek zo’n beetje het beste uitzicht punt om de Virgen te bewonderen. We liepen verder naar de Placa de la Indepencia, waaraan onder andere het regeringsgebouw staat. Het plein is erg levendig.

Voor de ingang van het regeringsgebouw stonden twee geuniformeerde bewakers. Ze moesten natuurlijk de toegang bewaken, maar stonden er meer voor de sier, want we liepen zonder problemen langs ze heen.

De bewakers werden net afgelost toen wij er stonden. We konden nog net op tijd de videocamera in gereedheid brengen en het geheel allemaal gefilmen.We liepen langs de bewakers en kwamen uit op een binnenplaats van het regeringsgebouw. Daar stond een groot aantal journalisten en een spreekstoel en juist toen wij er waren, kwam de secretaris van de minister een toespraak houden. Leuk om te zien, maar van z’n verhaal begrepen we weinig.

Na een uitstekende (en voor $ 3,50 per persoon) goedkope lunch liepen we verder door de oude stad. We bezochten de Iglesia de San Fransisco, volgens vele Quiteños de mooiste kerk van het land. Wat mij opviel was dat de hele kerk een houten (en krakende) vloer had en dat er veel goud in de kerk was verwerkt. De kerk was inderdaad mooi. Toen we terugliepen naar de nieuwe stad, regende het heel eventjes.

Op een terrasje aan de Avenida Amazonas dronken we een biertje. De straat is nogal druk, met veel verkeer en voetgangers. Met name de bussen zijn echte milieuvervuilers. Was een zwarte rookwolken stoten ze uit, zeg! We informeerden bij enkele fotowinkels naar de prijs van onderwatercamera’s, want volgens Lydia mochten die niet ontbreken tijdens de Galapagosreis. De pinguïns, dolfijnen en zeeleeuwen zouden geweldig zijn onder water. Nu maar hopen dat juist zij niet op vakantie zijn als wij daar zijn. De cameraatjes kostten ongeveer $ 10,-.

Dinsdag 6 juli 2004            

Cuyabeno (jungle)

Weer goed geslapen. We ontbeten bij hetzelfde restaurant als gisteren. Het vinden van een leuk en goed ontbijtrestaurant is nog niet eenvoudig, want veel is ’s ochtends vroeg nog gesloten. Na het ontbijt namen we weer veel geld op bij de geldautomaat en brachten we dit direct weer naar Ecole Travel. Daar besloten we om ook nog maar een 4-daagse jungletocht naar Cuyabeno te boeken. Die trip zou in Lago Agrio beginnen en we zouden dus zelf met de bus naar Lago Agrio moeten. Na afloop van de tocht zouden we dan vanuit Lago Agrio weer terugvliegen naar Quito, want twee keer het (lange) traject naar Lago Agrio per bus afleggen zou iets te veel van het goede zijn. Na ons bezoek aan Ecole Travel liepen we naar de hoek van de Avenida America en Avenida Colon, waar we een bus naar La Mitad del Mundo namen. Hier loopt de evenaar.

De rit duurde ruim een uur. Voor iedereen die langs de kant van de weg stond en de hand opstak, werd gestopt. Quito bleek erg groot te zijn, want het duurde driekwartier voordat we de rand van de stad bereikten.

Het was rustig op de evenaar. In het weekend schijnt het er erg druk te zijn, maar door de week is het er rustig. We betaalden de $ 1,50 p.p. toegang tot het dorpje dat rondom het evenaarmonument is gebouwd en nog eens $ 3 p.p. voor het museum en de lift naar de top van het monument. Vanaf de top van het monument had je een leuk uitzicht over de omgeving. Het museum vertelde iets over de lokale bevolking en was interessant. In één van de winkeltjes kocht Remco een T-shirt van La Mitad del Mundo. Erg standaard, maar wel leuk.

De busrit terug verliep sneller. Onderweg stapten verkopers in, waarvan een aantal behoorlijk komisch bleek te zijn, wat viel af te leiden aan het gelach van de passagiers. Hun omzet was echter gering. In Mariscal stapten we uit en kochten we op aanraden van Lydia van Ecole Travel een flesje Detan. Dit is anti-muggenolie met 20% deet. Het was veel goedkoper dan dat spul van Tropenzorg in Nederland en even effectief, ondanks het lagere gehalte DEET.

’s Avonds aten we bij ‘The Red Hot Chili Pepper’; een Mexicaans restaurant waar het eten erg goed was. Het zat er dan ook stampvol.

Woensdag 7 juli 2004

We namen weer wat geld op en ontbeten bij een panificadora (bakkertje). Daarna namen we een taxi naar de Terminal Tereste (busstation). De chauffeur leek levensmoe, zodat wij ons in de gordels sjorden: rechts inhalen en dan weer links, veel gas geven en weer bot op de rem. Bij het busstation betaalden we 20 $-cent p.p. toegang tot het busstation. Op het busstation werd ons door diverse mensen naar het juiste perron verwezen, dus het vinden van de juiste bus was heel eenvoudig. Gelukkig maar, want het busstation is nogal groot. Het was er niet druk en we voelden ons veilig.

De bus vertrok rond 9.00 uur en het eerste deel door Quito ging erg langzaam. Steeds werden mensen opgepikt en er moest natuurlijk nog worden getankt. Het duurde weer zeker 3/4 uur voordat we bij de rand van de stad waren.

Als snel buiten Quito verdwenen we in de heuvels. Het landschap was mooi. Groene bergen (gras), maar zonder bomen. Wolken vielen over de toppen heen en maakte het mysterieus. Ondertussen was het gaan regenen. Dat beloofde niet veel goeds voor ons dagje open-air-badderen. Na 2 1/2 uur kwamen we aan in Papallacta, waar zich de mooiste thermische baden van Ecuador bevinden. Vanaf de plek waar we uit de bus stapten was het nog een kilometer (ongeveer 10 minuten) heuvelopwaarts lopen naar de baden. Nadat we de $ 6,- p.p entree hadden betaald, kleedden we ons om en borgen we de rugzakken op in een kluisje.

Drie uur lang dobberden we in voornamelijk drie baden (er zijn er tenminste vijf). Eén was aangenaam van temperatuur, de tweede was aangenamer en de derde was bloedheet. Het weer werd beter en het zonnetje kwam soms door, wat er voor zorgde dat we toch nog enigszins verbrandden, ondanks het feit dat we ons goed hadden ingesmeerd met factor 20. Het was heerlijk en de omgeving was schitterend. We raakten aan de praat met een Ierse familie (pa, ma, 2 dochters en 1 zoon) en die bleken dezelfde jungletour te hebben geboekt als wij.

Om 15.30 uur stonden we weer langs de weg waar we uit de bus stapten. We moesten ruim een half uur wachten voor de bus kwam. Rond 18.30 uur waren we weer in het hostal, waar we douchten en de rugzakken reorganiseerden (we nemen 1 rugzak mee naar de jungle). ’s Avonds aten we in het Franse restaurantje Le Petit Bouchon.

Donderdag 8 juli 2004

Na het ontbijt meldden we ons bij het kantoor van Dracaena tours. Hier ontmoetten we ook Dymph, een Nederlands meisje, dat een half jaar vrijwilligerswerk had gedaan in de jungle van Ecuador en die ook dezelfde tour had geboekt.

De gids nam ons mee met de taxi naar het busstation, waar we voor $ 6 p.p. een kaartje naar Lago Agrio kochten. Om 9.00 uur vertrok de bus. Deze was vrijwel vol, wat betekende dat er onderweg niet veel passagiers werden opgepikt. In minder dan een uur waren we weer in Papallacta en een half uur later waren we in Baeza.

Naarmate de route vorderde werd de omgeving ook mooier. We zaten aan de rechterkant van de bus en dat bleek de juiste kant van de bus te zijn, want het dal en de rivier lagen veelal aan de rechterkant. De groene bergen gingen over in beboste hellingen naarmate we daalden. Op het laatst was de eindeloze groene vlakte te zien, die het Amazonewoud wordt genoemd. We lieten de bergen achter ons alsmede het lekkere koele weer. Toen we bij een check point uit moesten stappen voor een paspoortcontrole, sloeg de hitte om ons heen. Snel weer de schaduw in.

Na het check point was het ongeveer 20 minuten verder rijden naar Lago Agrio, waar we rond 16.30 uur arriveerden. We waren een half uur sneller dan de Lonely Planet ons had beloofd en hadden er ‘slechts’ 7 1/2 uur over gedaan.

Vanaf het punt waar de bus stopte in Lago Agrio was het de hoek om naar ons hostel Gran Colombia. Het was een groot hostel en we hadden een kamer met fan.

’s Avonds aten we met Dymph.

Vrijdag 9 juli 2004

Zoals inmiddels gebruikelijk werden we rond 06.30 uur wakker. Het regende en het had ook vannacht heel hard geregend. We bleven echter nog even liggen, omdat we toch ruim de tijd hadden. We namen een ‘American breakfast’ in het restaurant naast het hotel en toen moesten we tot 10.30 uur wachten. Rond die tijd moesten we ons melden voor de start van de tocht. In de tussentijd liepen we de hoofdstraat op en neer en verbaasden we ons dat tot twee keer toe de vliegtuigen vreselijk laag overvlogen. Het vliegveld ligt namelijk in het verlengde van de hoofdstraat.

Rond 11.00 uur vertrokken we met de bus. Eerst werden nog mensen opgehaald op het vliegveld en daarna op weg de jungle in. Al na 30 minuten rijden kregen we een lekke band en terwijl de toeristen toekeken werd de achterband verwisseld door de chauffeur. We reden door tot ongeveer 13.00 uur en kregen toen een lunch aangeboden. In een plastic doosje zat rijst met kip en erwten, groente en aardappels (krieltjes). Ondanks dat het eten koud was, smaakte het goed.

Na de lunch reden we verder. Het begon intussen te regenen en het regende nog steeds toen we bij de boten kwamen. Daar moesten we $ 20,- p.p. entreegeld toegang tot het park betalen.     

Toen we in de gemotoriseerde kano’s stapten was het weer droog, maar tijdens de 2 1/2 uur durende kanotocht begon het toch weer te regenen en even later zelfs te onweren. Gelukkig waren stevige rubberen regenponcho’s uitgedeeld en zaten we droog. Het gebied waar we doorheen voeren stond geheel onder water, maart was schitterend. De rivier was niet al te breed (tot 20 meter), maar bleek wel diep te zijn.

Het was bijna donker toen we in het kamp aankwamen. Het zag er allemaal knus uit. Omdat er geen elektriciteit is, waren er allemaal kaarsjes als verlichting rondom en in het kamp neergezet.

Nadat iedereen zich in de cabañas had geïnstalleerd (cabaña = klamboetent Foto van het vliegtuig ) kregen we om 19.30 uur het diner geserveerd en dat smaakte uitstekend. De gidsen bespraken na het eten het programma voor de komende dagen en vertelde onder kaarslicht nog enkele legendes uit de jungle. Daarna was er tijd voor onszelf en konden we lekker luieren in de hangmatten.

Zaterdag 10 juli 2004

De hele nacht heeft het geregend, zo lijkt het wel. Om 6.00 uur waren we wakker en zo’n 20 minuten later stonden we op. Pas om 8.00 uur kregen we ontbijt. Tot die tijd was het luieren in de hangmatten. Het ontbijt bestond uit een kleine bananenpannenkoek en bruinbrood met scrambled eggs.

Na het ontbijt kregen we rubberen laarzen uitgedeeld en gingen we met de kano op weg naar de plek waar onze jungle walk zou beginnen. We liepen ongeveer een uurtje naar een hele kleine nederzetting in het oerwoud. Onderweg zagen we enkele insecten en mooie bloemen. De kleine nederzetting bestond uit ongeveer 5 huizen en een schooltje. We mochten bij één van de huizen naar binnen, nou ja naar binnen is ietwat verkeerd uitgedrukt. Dat zou impliceren dat er 4 muren en een dak is. Hier waren slechts 2 muren en een dak. Het huisje stond op palen en was erg sober ingericht. Op een vuurplaats en twee hangmatten na was er eigenlijk niets.

‘La Patrona’, oftewel de moeder des huizes, nam ons mee naar de yuccaplantage. Ook plantage klinkt misschien wat overdreven, want deze besloeg slechts 25 x 25 meter. De vlezige wortels van de plant (vergelijkbaar met aardappel) werd geoogst en daarna thuis geraspt, drooggewrongen en gebakken tot een yuccabrood. We kregen allemaal een stukje te proberen. Het smaakte niet nergens naar en was een beetje korrelig.

We liepen nog even door het kleine dorpje en bezochten het schooltje en daarna bracht de kano ons terug naar het kamp voor de lunch.

Na de lunch gingen we vissen op piranha’s. In dezelfde rivier hadden we eerder nog gezwommen. De gidsen hadden ons verzekerd dat de piranha’s niets zouden doen. We kregen wat vlees en moesten dat aan de vishaakjes rijgen. Eenmaal ondergedompeld zagen we de piranha’s het vlees van de haak eten. Het vissen was wel leuk omdat Remco (na de gids) de eerste piranha uit het water haalde.

De beestjes zijn nogal klein (ter grootte van een hand) en hebben een venijnig bekkie, dat echt dichtklapt. In totaal werden er door de groep 5 piranha’s opgevist. Daarna gingen weer terug naar het kamp voor het diner.         

Zondag 11 juli 2004

Vrijwel iedereen werd pas rond 07.30 uur wakker; uitslapen in de jungle! Het ontbijt was om 08.00 uur en na het ontbijt stapten we in de kano om in twee uur door de stromende regen (niet gering! We weten nu waarom de Amazone een ‘regenwoud’ wordt genoemd) naar een groot meer te varen. In een hutje langs de kant lunchten we en na de lunch maakten we een jungle tocht onder leiding van iemand die in al z’n hele leven in deze streek woonde.

Deze persoon, José, vertelde een hoop over hoe de inheemse bevolking planten uit de jungle gebruikten voor onder andere hun medicinale werking. Hij liet ook zien hoe je darts maakte waarmee voorheen werd gejaagd op onder andere apen en hoe je van de bladeren van een palmboom snel een draagzak voor een baby maakt.

Na zo’n drie uur kwamen we terug bij de kano en voeren we terug naar het meer, waar gelegenheid was om te zwemmen. Hiervan maakte de helft van ons gezelschap gebruik, terwijl de andere helft genoot van het uitzicht. In het meer zwommen roze dolfijntjes, maar het enige dat je zag was zo af en toe een stukje van de rugvin. We genoten van de schitterende zonsondergang boven het meer.

Na de vreselijke regenbui van vanochtend, was het vanmiddag behoorlijk opgeknapt en kwam de zon weer tevoorschijn. De zonsondergang was zodoende schitterend.

Nadat de zon was ondergegaan, voeren we door het donker terug naar het kamp. Het is gewoon bijzonder dat de bootchauffeur precies de loop van de rivier weet en precies weet waar de kleine stroompjes zijn die de route verkorten. Het was de bedoeling dat we kaaimannen gingen zoeken, maar die lieten zich (natuurlijk) niet zien. Het avondeten smaakte goed en na het diner gingen we vroeg naar bed.

Maandag 12 juli 2004

Vanochtend vroeg stond een vogelkijktocht op het programma. We werden om 05.45 uur gewekt. Aangezien het een facultatieve excursie was, besloot meer dan de helft van de groep, waaronder wij, om te blijven liggen. Het aantal dieren dat we de afgelopen dagen (goed) hadden gezien was zo gering dat we geen zin hadden om vanochtend vroeg weer op zoek naar ‘weinig’ te gaan. Om 08.00 uur was het ontbijt en na het ontbijt pakten we de rugzakken in.

Net nadat we klaar waren met het ontbijt, bleek dat de keuken in het kamp veroverd was door mieren. De kok was daar erg blij mee, omdat mieren de boel schoonmaken. Vele beesten, waar onder veel kakkerlakken, een schorpioen en nog was andere insecten probeerden het vege lijf voor de mieren te redden, maar werden door de mieren gedood. Het was een fascinerend gezicht hoe deze mieren tewerk gingen.

Nadat de rugzakken waren ingepakt en in de kano waren gelegd, vertrokken we voor de exact 2,5 uur durende boottocht terug naar de bus. Onderweg zagen we tot twee keer toe een troep apen in de bomen waar we even halt voor hielden. Voor het eerst waren de beestjes duidelijk te zien.

Bij de bus kregen we de lunch uitgedeeld en na de lunch was het nog zo’n drie uur rijden naar de luchthaven van Lago Agrio. Daar checkten we in voor de vlucht van 17.30 uur. De handbagage, alsmede de rugzak werd handmatig gecontroleerd. Die controle hadden ze net zo goed achterwege kunnen laten, want die stelde weinig voor. Na de handmatige controle ging de handbagage alsnog door een röntgenapparaat.

Rond 17.10 uur kwam de Boeing 727 uit Quito aan en twintig minuten later vertrok deze weer. Om 18.00 uur waren we terug in Quito, waar we afscheid namen van onze gids Pablo en van een aantal medereizigers uit de groep. Bij de uitgang moesten we de bagagestickers weer inleveren. Samen met Dymph namen we een taxi terug naar het hostal en nadat we ons daar weer hadden geinstalleerd aten we samen met Dymph en een aantal van haar vrienden bij de Indiër. Het eten was goed, alleen de rijst was niet lang genoeg gekookt.

Dinsdag 13 juli 2004

Vanochtend werden we pas om 08.00 uur wakker. We ontbeten, namen geld op, dat we direct weer af moesten geven bij Ecole Travel. We moesten namelijk onze jungle tour nog betalen. Na het afrekenen bedankten we de eigenaars Lydia en Wytze voor de goede zorgen. Bij een foto-ontwikkelcentrale lieten we twee fotorolletjes van 36 opnamen ontwikkelen en afdrukken voor $ 13,-. We liepen daarna via de Avenida Amazonas naar het museum del Banco Central.

In het museum lagen allemaal archeologische vondsten vanaf de periode voor Christus, waaronder vele vondsten uit de Incatijd. Het museum was interessant op de eerste etage na. Deze was geheel gewijd aan katholieke beelden, schilderijen en dergelijke.

Na het bezoek aan het museum haalden we de foto’s op. De kwaliteit was redelijk goed. Alleen op het tweede rolletje zaten wat krasjes. We informeerden bij een aantal foto-ontwikkelcentrales naar de prijs voor het op cd zetten van digitale foto’s. De prijs lag tussen de $ 4,- en de $ 6,-. Bij een internetcafé aan de Amazonas kostte het echter maar $ 1,50 inclusief cd. Dat doen we in het vervolg dus bij internetcafés.

We liepen door naar de wasserette waar we vanochtend 11 kilo vuile was hadden achtergelaten. De was zat keurig opgevouwen in een plastic zak. We rekenden af en waren erg in onze nopjes met de schone kleding. We gingen terug naar het hostal om de rugzakken opnieuw in te pakken. Ook schreven we een berichtje aan Dymph voor het geval we haar niet meer zouden zien.

’s Avonds aten we samen met de Ierse familie en Dymph bij Le Petit Bouchon.

In Nederland was het inmiddels al 14 juli; de verjaardag van Marjolijn. Er werd door het gehele gezelschap ‘Happy Birthday’ voor Marjolijn gezongen. Na het eten sloten we af met een borrel.

Woensdag 14 juli 2004     

Otovalo

Happy birthday to Marjolijn. Jarig op de evenaar. Na het ontbijt bij Magic Bean gingen we even internetten (dagboek doormailen) en belden we naar huis. Daarna namen we een taxi naar het busstation. We wilden $ 2,50 betalen voor de rit naar het busstation, maar de chauffeur wilde op de meter rijden. Dat bleek met $ 2,21 uiteindelijk goedkoper.

Op het busstation moesten we door een tunnel lopen om bij de bussen te komen. In de tunnel stonk het vreselijk naar urine en het er nogal vochti.

Op het busstation voelden we ons niet onveilig. We betaalden $ 0.20 vertrekbelasting en we konden doorlopen naar de perrons. Bij de perrons was het even wat hectisch, omdat twee mannen ons in hun eigen bus wilden hebben.

De rit naar Otovalo was weer gekkenwerk. De chauffeur wist het gaspedaal goed te benutten. Dat het niet altijd goed gaat bleek wel onderweg, toen we een bus geparkeerd tegen een pijler van een viaduct zagen staan. Na twee uur rijden kwamen we aan in Otovalo. Het uitzicht onderweg was door de zware bewolking niet zo fantastisch. In Otovalo stopte de bus bij het noordelijke benzinestation.

De meeste bussen mogen niet op het busstation komen en vandaar dat we langs de Panamerican Highway werden afgezet. Vrijwel direct stopte een taxi, die ons voor $ 1 naar het hostal Riviera Sucre nam; een leuk hostal met een kleine patio. De kamers zijn ruim en de bedden stevig. De kamer kostte $ 12.

Nadat we de spullen op de kamer hadden gelegd, liepen we een beetje door Otovalo. We informeerden bij Zulayturs naar de excursie naar de dorpjes in de omgeving; naar wevers en andere ambachtsdorpen en boekten een trip ($ 16 p.p.). Een deel van de opbrengst van deze excursie gaat naar de lokale bevolking voor onderwijs en medische hulp. We liepen over de authentieke groentemarkt en over de toeristenmarkt op Poncho Plaza. Daar verkochten ze allemaal truien, hangmatten, tafelkleden, dekens, sjaals, hoeden etc. Wat hadden we op de markt veel vrienden zeg! Bij ieder kraampje was het Mira, amigo / amiga!

We liepen over de markt en wisten enkele goede deals te sluiten. Zo kochten we een hangmat en enkele sjaals.

Aan het einde van de middag liepen we terug naar het hostal, waar we een biertje dronken. Het hostal is erg prettig. De kamers zijn ruim en hebben houten vloeren. Het hostal is erg smaakvol ingericht en tegen de eigenaresse kunnen we Nederlands praten, want ze heeft een tijdje in Amsterdam gewoond. In de patio hangen allemaal zitzakken; een soort hangmatten, maar dan in het klein.

’s Avonds aten we in het kleine Mexicaans restaurantje ‘Deli’. Het eten was er goed. Op weg naar het restaurant regende het pijpenstelen.

Donderdag 15 juli 2004

De nachtrust werd rond 5.00 uur beëindigd, toen het verkeer op gang kwam. Rond 7.00 uur stonden we op en gingen we ontbijten in Restaurant Sisi. Het is vaak erg zoeken naar een beetje goed ontbijtrestaurantje. De meeste restaurants serveren alleen maar Amerikaans ontbijt en dat is wat eenzijdig. Iedere dag eieren en toast met jam verveelt snel. Restaurant Sisi had goede koffie en tosti’s met ham en kaas.

Na het ontbijt liepen we naar Zulayturs. We bleken de enige te zijn die de tour hadden geboekt. Met de taxi reden we langs diverse dorpjes, waar Indianen aan het werk waren. We bezochten weverijen, een hoedenmaker, een doosjesmaker (bamboedoosjes) e.d. De doosjesmaker en de hoedenmaker waren interessant om te zien. De weverijen iets minder, omdat we al vaker weverijen hadden bezocht. Het was wel erg leuk om een kijkje bij de mensen thuis te nemen; iets dat anders niet mogelijk is (wie loopt er nu zomaar iemands huis binnen?).

De uitleg van de gids was interessant. Hoewel hij alleen maar Spaans sprak was hij goed te volgen. Hij vertelde veel over het dagelijks leven in de dorpen. Hele dorpen met Indianen blijken uit 1 familie te bestaan en inteelt komt veel voor. Ze hebben geen stromend water, maar in veel gevallen wel elektriciteit en vaak telefoon. Kinderen trouwen (ongeveer) op hun 14e levensjaar en sociale status verkrijg je door zoveel mogelijk kinderen te hebben. Het is schrijnend om te zien in wat voor hokken families met 8 tot 10 kinderen wonen. Ze slapen op de grond en hebben een houtvuurtje in huis, waarop ze koken. Ongelofelijk. De mensen zijn erg vriendelijk en goedlachs ondanks hun zware bestaan.

Bij een familie die truien breit, werd verteld dat men van $ 7,- per persoon per maand moest leven. De handelaren kopen de gebreide truien op om ze te verkopen op Poncho Plaza (de centrale -toeristenmarkt- in Otovalo) en betalen slechts $ 0,65 per trui. Deze worden vervolgens voor vele dollars verkocht aan toeristen. De kraampjes op Poncho Plaza zijn zo duur, dat de Indianen in de dorpen hun spullen hier niet kunnen verkopen. Het landschap en de mensen vonden we interessanter dan de weverijen. We maakten veel foto’s van het dagelijks leven.

’s Middags slenterden we wat door Otovalo.

Vrijdag 16 juli 2004

We hebben vannacht een stuk beter geslapen. Met dank aan de oordopjes. Na een frisse douche ontbeten we en daarna namen we een taxi naar het busstation. De rugzakken konden in de bus, bovenop de motor, die in Ecuador ook als zitplaats dient. De motor bevindt zich in de bus, naast de chauffeur. Op het motorhuis ligt een dik kussen, dus de tassen worden niet heet. Normaal gesproken worden de rugzakken bovenop de bus gegooid, maar dat heeft niet onze voorkeur. Je loopt het risico dat ze er afvallen of nat worden tijdens de rit. We hebben alle kleren inmiddels in vuilniszakken gedaan.

De bus vertrok al na 10 minuten. Onderweg werden mensen opgepikt en na 2 uur waren we op de Terminal Terreste (centrale busstation) in Quito. We werden boven afgezet (de terminal bestaat uit twee etages) en we moesten naar beneden lopen voor de vertrekhal. We doneerden weer 20 dollarcent en konden naar de perrons lopen. De bus naar Latacunga stond al klaar en die vertrok meteen nadat we waren ingestapt. Overstaptijd: maximaal 10 minuten. Perfect!

De rit naar Latacunga was schitterend. Ondanks dat het zwaar bewolkt was, was het uitzicht prachtig. De Cotopaxi (besneeuwde vulkaan) lag in de wolken, dus hiervan hebben we weinig gezien.

Rond 14.30 uur kwamen we aan op het busstation in Latagunga. We namen een stadsbus naar het centrum en checkten in bij Hostal Estambul. De badkamer was op de gang, maar het zag er allemaal goed uit. We deden een wasje en maakte een praatje met een Zwitsers stel dat al 7 maanden met de fiets onderweg was. We besteedden de rest van de middag met lunchen, slenteren en internetten. Dat laatste was niet zo’n succes; tergend langzaam! Omdat we om 16.30 uur hadden geluncht met bijna een complete pizza, sloegen we het avondeten maar over.

Zaterdag 17 juli 2004       

Chugchilan

We ontbeten bij restaurant Rodulo, dat achter ons hostal ligt. Het continentale ontbijt was weer erg standaard en de koffie net slootwater. We liepen naar de Terminal Terreste, waar we nog 1 1/2 uur moesten wachten op het vertrek van de bus naar Chugchilan.

De busrit ging via Sichos (rechtsom) en na 3 uur en een kwartier kwamen we aan in Chugchilan. De rit was erg hobbelig, maar de omgeving was schitterend; groene bergen met veel akkerbouw. De dorpjes waar we doorheen reden stelden niet veel voor. Alleen in Sichos was het een drukte van belang, vanwege de zaterdagmarkt.

Rond 14.15 uur kwamen we aan in Chugchilan. De bus zette ons voor Hostal Mama Hilda af, dat vrijwel in het centrum ligt. Dat liggen overigens alle tien huizen van het dorp! Het hostal zag er erg leuk uit. We kregen een kamer in een twee-onder-een-kap bungalow. Overnachtingen zijn hier op basis van logies, ontbijt en diner. De kamer is erg basic, maar wel schoon en erg leuk.

’s Middags maakten we een korte wandeling. De twee honden van het hostal liepen gezellig met ons mee. Eén ervan wilde de hele tijd dat we een stok wegwiepen. We liepen ook even naar het Plaza van het dorp (50 meter van het hostal) en kwamen er toen achter hoe pietepeuterig het dorp is. Op het plaza stonden vrouwtjes vis te frituren en op een ander tafeltje lag een ontvelde varkenskop. Het was de enige attractie in het dorp en het was wel leuk om te zien.

’s Avonds aten we in het hostal. Alle drie de langwerpige tafels waren bezet (ongeveer 20 personen). We kregen aardappelsoep vooraf, spaghetti als hoofdmaaltijd en een schijfje ananas toe. Goed gegeten. We gingen vroeg onder de wol, want hier in de bergen koelt het ‘s avonds snel af.

Zondag 18 juli 2004

Voor het eerst sinds lange tijd weer eens met z’n tweeën onder één deken geslapen. Onrustig dus, vanwege het gevecht om het deken. Ach, het viel allemaal echt wel mee. We kregen een fantastisch ontbijt. Mama Hilda had voor alles gezorgd. Zo was er yoghurt en cornflakes, brood, kaas, Nutella en vers fruit. Stevig bunkeren, dus!

We betaalden $ 1 per persoon entree tot het park en liepen daarna naar de kraterrand. Het waaide verschrikkelijk hard en het opwaaiende zand striemde in het gezicht. Het kratermeer was schitterend en zo ook het weer. Het was heel licht bewolkt. De zon scheen fel en we moesten ons er dus goed tegen beschermen. Vanaf het kratermeer zouden we in vijf uur tijd teruglopen naar Chugchilan, naar Hostal Mama Hilda. We liepen meer dan een uur over de kraterrand voordat we afdaalden naar het enige dorpje dat tussen de krater en Chugchilan ligt. En daar ging het mis. Remco verdraaide tot twee keer z’n knie. De tweede keer dat het gebeurde, was funest en deed het veel pijn. Strompelend naar beneden kwamen we een groep toeristen tegen die naar boven liep.

Van één van hen kregen we pijnstillers en na een tijdje rusten strompelden we heel rustig naar beneden. We hadden stokken bij ons. Die tip hadden we gekregen van de Ierse familie en de stokken moesten we twee keer inzetten om agressief blaffende honden op afstand te houden.

In het kleine dorpje dronken we een cola en regelde Marjolijn een paard waarmee Remco terug zou kunnen rijden naar Chugchilan. Nou, daar ging Remco…. voor het eerst van z’n leven op een paard….. dat ook nog eens niet gezadeld was. Er lag alleen een deken op de rug van het paard. Op de vlakke stukken ging het rijden op het paard onwennig en op de steile stukken naar beneden was het gewoon eng. De paden naar beneden waren soms zo smal (twee voeten breed) en tussen rotswanden, dat Remco afstapte om naar beneden te lopen om maar te voorkomen dat hij met z’n knie de wand raakte. Naar boven was het minder erg, omdat hij zich dan aan de manen van het paard kon vastklampen.

Eénmaal terug in Chugchilan (16.00 uur) kochten we een cola voor het jongetje dat de hele tijd had meegelopen en ook voor z’n zusje die haar broertje halverwege de rit kwam begeleiden. Daarna strompelden we terug naar het hostal. Daar was Mama Hilda erg bezorgd en ze was erg lief de rest van de dag. Ze verzorgde Remco goed; kwam drinken brengen en een kussen en een kleed om op te zitten. Remco was niet zo heel erg moe, maar Marjolijn was uitgeput. Zij had het hele traject gelopen en met name het laatste stuk was bergopwaarts en erg vermoeiend. Gelukkig was de omgeving schitterend geweest en dat maakte alles goed!

’s Avonds kregen we een heerlijke aardappelschotel uit de oven (welke oven?) en aardappelschotel uit de oven (welke oven?)

Maandag 19 juli 2004        

Baños

We stonden vannacht vroeg op, want de bus naar Latacunga zou om 4.00 uur vanaf het plein in Chugchilan vertrekken. We vroegen ons af wie er op dit onmogelijke tijdstip zou reizen en waren erg verbaasd dat de bus vrijwel vol zat. De busrit was niet zo’n succes. De bus raakte overvol, de ramen beslagen en de geur in de bus minder prettig (niet iedere Indiaanse familie heeft een douche en een wasmachine). Kotsende kinderen droegen ook nog wat bij aan de geur in de bus. Daarnaast reden we een groot deel van de tijd door de mist en misten we het uitzicht.

De bus stopte in Latacunga op het busstation en met een overstaptijd van slechts enkele minuten, zaten we al weer in de bus naar Ambato. Daar bedroeg de overstaptijd op de bus naar Baños ook maar slechts een minuut of tien en rond 10.00 uur waren we in Baños.

We liepen (Remco hinkte) naar het centrum, waar we besloten dat Remco met de rugzakken op een bankje op een pleintje achterbleef, terwijl Marjolijn op zoek ging naar een kamer. Marjolijn vond een heel aardige kamer bij Hostal Santa Cruz. Het hostal zag er gemoedelijk uit en was gebouwd rondom een kleine patio. De tien kamers kunnen gebruik maken van een keukentje en er is een gezellige zitruimte rondom een open haardje.

De rest van de dag deden we weinig, vanwege de knie van Remco en ’s avonds aten we bij Café Good, dat recht tegenover het hostal ligt. Zodoende hoefden we weinig te lopen. Het eten was er erg goed.

Dinsdag 20 juli 2004

Remco werd wakker met een superstijve knie en we waren er niet zeker van de toestand van z’n knie. We waren er eigenlijk wel van overtuigd dat de knie ‘slechts’ verstuikt was, maar we wisten niet of de knie rust nodig had of dat er juist mee gelopen moest worden. Vandaar dat we na het ontbijt naar het plaatselijke ziekenhuis liepen. Onderweg vroegen we voor de zekerheid de weg aan een vrouwtje. Zij wees de weg naar het ziekenhuis, maar gaf ook aan dat haar moeder alternatief genezer was, die met behulp van planten en kruiden de zieken behandelde. Het was echter wel acht uur de jungle in reizen naar het dorpje waar ze woonde. Dat aanbod sloegen we toch maar af en we liepen verder naar het ziekenhuis, waar we ons registreerden bij de balie.

Direct na het inschrijven nam de receptionist ons mee naar een kamertje en gaf aan dat Remco kon plaatsnemen op een stoel. Het kamertje was de eerste hulp en terwijl wij daar zaten te wachten, werd een bloederige hoofdwond van een man op de behandeltafel gehecht. We vonden het niet zo’n prettig gezicht en besloten om toch maar even op de gang te wachten. We verbaasden ons dat een politieman in het ziekenhuis voor de behandelkamer waar we zojuist nog hadden gezeten, stond. Nu zie je in Ecuador overal (en met name op straat) veel geüniformeerde mannen lopen, maar in een ziekenhuis hadden we dat niet verwacht. We vroegen ons des te meer af wie de behandelde man was, toen hij na de behandeling werd afgevoerd door drie(!) agenten.

De diagnose van Remco’s knie was snel gesteld; de knie was gekneusd. We kregen een receptje voor een zalfje en tabletten, die we bij een apotheek haalden. Daarna liepen we naar de thermische baden, want volgend de (vrouwelijke) arts was het warme water goed voor de knie. De toegang tot de baden bedroeg $ 1 per persoon en nadat we ons hadden omgekleed, ging Remco het water in en dat deed z’n knie goed! Marjolijn installeerde zich op een ligstoel en genoot van de zon. Remco had nogal veel aandacht van jonge meisjes, die in een kring in het water om hem heen stonden.

Na zo’n twee uur dobberen, liepen we terug naar het hostal om te douchen en Remco zalfde z’n knie in en nam een tabletje.

’s Avonds aten we bij Poncho Villa, een UITSTEKEND en goedkoop Mexicaans restaurant.

Woensdag 21 juli 2004

We sliepen vanochtend lekker uit tot wel 8.30 uur. Daarna liepen we naar de supermarkt (in Baños is een grote supermarkt!), waar we yoghurt, muesli, fruit en water kochten. Daarna liepen we terug naar het hostal om het ontbijt klaar te maken.

Na het ontbijt slenterden we wat door het dorpje, maakten foto’s van de waterval en de wasvrouwen aan de voet van de waterval. Daar is een speciale wasplaats ingericht. De rest van de dag genoten we van het zonnetje in de hangmat of aan een tafeltje in de patio van het hostal, Spaans lerend of lezend.

’s Avonds aten we bij het Italiaanse restaurant Bon Giorno. Lang wachten op goed eten!

Donderdag 22 juli 2004    

Cuenca

Na een heerlijke nacht slapen, maakten we ons eigen ontbijt klaar en daarna liepen we naar het busstation. Het lopen gaat Remco alweer goed af. De zalf en de tabletten hebben een positieve uitwerking! De bus naar Riobamba vertrok om 9.30 uur.

In de bus raakten we aan de praat met Robbert en Nathalie, een Nederlands stel dat voor ‘zaken’ naar Ecuador was gekomen. In Riobamba besloten we om met z’n vieren een taxi naar het treinstation te nemen en de beschikbaarheid van treinkaartjes te controleren. Op het treinstation bleek dat de trein van de volgende dag al helemaal uitverkocht was en we zouden dus enkele dagen moeten wachten voor de volgende -beschikbare- trein.

We besloten met z’n vieren door te reizen naar Cuenca, dus we namen een taxi terug naar het busstation, waar we tickets voor de zes uur durende busrit naar Cuenca kochten. De bus vertrok om 13.00 uur en de rit naar Cuenca ging door een schitterend landschap. De bergen waren al lang niet meer zo hoog en op de hellingen waren akkers, waar de mensen aan het werk waren. In enkele dorpjes onderweg werd gestopt en de mensen zagen er schitterend uit in de traditionele kleding. Onderweg stapten enkele Indiaanse vrouwen in die twee of drie rijen achter ons plaatsnamen. Dat deed ons besluiten de ramen open te zetten, want ze roken niet echt fris.

Nadat de avond was gevallen, arriveerden we rond 19.00 uur in Cuenca, waar we met z’n vieren een taxi namen naar een hostal in het centrum. Het hostal dat we in de reisgids hadden gevonden, bleek echter niet meer te bestaan. In hetzelfde huis zat nu een superluxe hotel. Toen begon het drama; Robbert en Marjolijn gingen op zoek naar een hostal, terwijl Nathalie en Remco met de bagage achterbleven. Robbert en Marjolijn kwamen pas na ruim een half uur gefrustreerd terug, want vrijwel alle hostels zaten vol.

In twee hostals was nog ieder één kamer en zo kwam het dat we om 20.30 uur incheckten bij Hostal El Monestorio. Het hostal is zeer eenvoudig, met hardboard muurtjes, dus super gehorig. We spraken af om elkaar om 21.00 uur weer te ontmoeten om iets te gaan eten. We aten bij Restaurant Eucalyptus, dat zeer smaakvol is ingericht en een indrukwekkende menukaart heeft. Het eten is goed, maar de porties zijn zeer gering. Niet echt ‘value for money’ dus.

Vrijdag 23 juli 2004

We liepen de halve stad door op zoek naar een plekje om te ontbijten. Winkels openen hun rolluiken pas na 9.00 uur ‘s ochtends en dan pas wordt het ook drukker op straat. Tot die tijd is het afgezien van het verkeer, akelig stil op straat.

Na een simpel continentaal ontbijt gingen we op zoek naar een ander hostal, omdat we maar één nacht in hostal El Monasterio konden verblijven in verband met reserveringen. We liepen een viertal hostals af en belandden uiteindelijk bij Hostal Milan, dat vrijwel naast El Monasterio is gevestigd. De kamers zijn er ruim en de bedden goed. Het hostal ligt aan een drukke straat (veel bussen) en de ramen hebben enkel glas. Oordopjes zullen dus wel hard nodig zijn ’s nachts. We namen een kamer met gedeelde badkamer voor $ 6,- per persoon, inclusief ontbijt. Geen slechte deal! De rest van de middag slenterden we zonder echt doel door Cuenca.

We liepen naar de rivier en naar de Inca ruines. Deze stelden weinig voor en waren de moeite van het lopen niet waard. We gingen even internetten en Remco ging naar de kapper. Bij het internetcafé brandden we de digitale foto’s op cd en belden we naar huis.

Om 19.00 uur hadden we met Robbert en Nathalie afgesproken bij het prieeltje op het centrale plein. We hebben gezellig met z’n vieren gegeten. Robbert en Nathalie hebben ook veel van de wereld gezien en het is altijd erg leuk om andermans verhalen te horen. Na het eten kochten we een ijsje bij het Italiaanse ijscafé. Hier krijg je heerlijk ijs in grote hoeveelheden en het is veilig ijs om te eten.

Na het ijsje liepen we rustig terug naar het hostal.

Zaterdag 24 juli 2004

Toen we gisteravond na het eten terugliepen naar het hostal was het al behoorlijk uitgestorven op straat en was er nog maar weinig verkeer. En dat voor een zaterdagavond! We hoefden daarom pas vanochtend vroeg de oordopjes in te doen.

We ontbeten op de bovenste etage van het hostal. Het ontbijt was eenvoudig (continentaal), maar smaakvol. met toast, scrambled eggs, juice en nescafe. Nescafé is gelukkig tegenwoordig wel te drinken. De rest van de dag deden we weinig. Cuenca wordt daardoor bijzonder saai. Dat weinige doen, had alles te maken met Remco’s knie; het idee om naar Cuenca te gaan was om te gaan wandelen in het Caja National Parque, maar dat moesten we nu overslaan.

We werkten twee weken van het dagboek bij, zodat deze op internet konden worden gezet.        

Internetten is met $ 0,70 per uur een stuk leuker dan het dure en trage internetten in Baños ($ 2,- per uur). Verder bezochten we een markt en liepen we wat door de straten.

In Cuenca valt dus weinig te beleven. Er is een leuk vierkant park, waaraan ook een schitterende kathedraal ligt en enkele mooie gebouwen. De winkels zijn allemaal niet zo bijzonder; erg veel winkeltjes verkopen illegale cd’s en dvd’s voor $ 1,- per stuk. Verder zijn er opvallend veel schoenenwinkels en ook veel belwinkels (officiële en internet-belwinkels). Het verkeer door de smalle straten is erg druk. Tijdens de spits ontstaan er files in de straten. De overheersende geur in de straten is van uitlaatgassen. Veel winkels sluiten op zaterdagmiddag, wat het geheel niet veel leuker maakt.

Om 19.00 uur hadden we weer afgesproken met Robbert en Nathalie om gezamenlijk een hapje te gaan eten. Voor het eten dronken we iets in het café-gedeelte van Restaurant Los Capulus. Er zat een stomdronken man keurig in het pak aan een tafeltje in de buurt. Toen hij uit z’n diepe roes ontwaakte kwam hij ons de hand schudden, waarbij hij het glas rode wijn van Nathalie omver gooide en de inhoud van het glas op Remco’s broek en tas terecht kwam. Een grote kom zout deed wonderen.

We aten erg goed (gegrilde forel) in het gelijknamige restaurant, dat er chique uitzag (maar redelijk geprijsd). Er was live muziek en we hadden wederom een zeer gezellige avond.

Zondag 25 juli 2004

Onrustig geslapen. We stonden om 7.30 uur op, ontbeten en namen daarna een taxi naar het busstation. Daar aangekomen betaalde we $ 0,10 vertrekbelasting en stapten we in de bus naar Gualeceo. Ons reisdoel waren drie plaatsjes om Cuenca, met zondagsmarkten.

De bus stond op het punt om te vertrekken en we konden nog net de laatste twee vrije stoelen bemachtigen en we zaten niet bij elkaar. Remco zat op de achterbank en werd bij iedere drempel gelanceerd. Nadat we voor de rit hadden betaald, hoorden we pffff… ja hoor … de linker achterband was lek, maar de bus reed gewoon door. Een kwartier later hoorden we opnieuw pffff…… De tweede rechter achterband was lek en de bus kon nu niet meer verder rijden. Iedereen bleef zitten toen wij de bus wilden uitstappen. Maken de anderen of maken wij een fout? De anderen waren allemaal mensen uit de omgeving, die dit waarschijnlijk wel vaker hadden meegemaakt. Toen wij eenmaal uit de bus waren gestapt, volgde de rest. We waren gewoon de figuurlijke, eerste schapen.

Nadat we een foto hadden gemaakt van de bus met lekke banden, staken we onze duim op en één van de eerste auto’s, een pick up truck, nam ons de laatste acht kilometer naar het dorp mee. Het was veel leuker achterin de pick up In de Truck dan in de bus.

We stapten bij het busstation van Gualaceo uit de achterbak en liepen naar de markt. Die was niet zo groot, maar de mensen op de markt maakte het interessant. Er waren vele vrouwen in traditionele kleding inclusief de strohoedjes. Af en toe regende het een heel klein beetje en dan ging er een plastic zak om de hoedjes. Hoe dan ook…. het hoedje gaat niet af.

Na de groente- en fruitmarkt liepen we door naar de dierenmarkt. Die bereikten we door een houten brug over de rivier over te steken. Op het plaatselijke voetbalveld (er stonden twee doelen, maar verder leek het in niets op een voetbalveld) verhandelden men biggen, varkens, schapen en runderen. Even buiten het voetbalveld was de paardenmarkt. Alles op zeer kleine schaal.

De 4 à 5 kilometer tussen Chualaceo en het zilver- en gouddorpje Chordeleg zou je kunnen lopen.         

Wij namen de bus, nadat we van Robert en Nathalie hadden vernomen dat het bergopwaarts was. Daarnaast regende het ook.

Chordeleg bestaat slechts uit een pleintje en om het pleintje en in de zijstraatjes zijn allemaal juwelierzaken. We lunchten en namen daarna de bus naar Sigsig, waar wederom een markt was. Het meest bijzondere op deze markt waren de cavia’s die boven een houtvuurtje werden geroosterd.

We reden met de bus in anderhalf uur over dezelfde weg terug naar Cuenca. geroosterde ’s Avonds aten we bij het restaurant naast de nieuwe kathedraal, Raymipampa, het enige restaurant dat op zondag geopend is in Cuenca (volgens ons).

Maandag 26 juli 2004        

Guayaquil

Na het ontbijt bonden we de rugzakken op, rekenden we de kamer af en namen we een taxi naar het busstation. De chauffeur was kennelijk zwaar gelovig, want in de taxi hingen allemaal Jezus- en Mariabeeldjes en de radio was afgestemd op de Ecuadoriaanse Evangelische Omroep. Op het busstation kochten we voor $ 8,- per persoon (en dat is twee keer zo duur als normaal) kaartjes naar Guayaquil.

Gistermiddag, bij terugkomst van de tocht naar de dorpjes, hadden we op het busstation al geïnformeerd of we kaartjes konden kopen naar Guayaquil, maar een behoorlijk chagrijnige griet had toen gezegd dat dat alleen op de dag van vertrek mogelijk was. Vandaag zat een andere, behoorlijk chagrijnige, griet de kaartjes te verkopen.

De busrit ging weer door een schitterende omgeving. Het eerste stuk van de rit was bergopwaarts en de lucht was zwaar bewolkt. Eenmaal boven de wolken was het (natuurlijk) schitterend weer, maar dat werd weer gevolgd door een daling tot op zeeniveau en het werd weer bewolkt. Het landschap was werkelijk fantastisch; diepe valleien en prachtige bergen.

De geur in de bus was op een gegeven moment niet meer te harden, nadat een klein meisje haar maaginhoud had geleegd in het gangpad, twee rijen achter ons. De meereizende ouders namen niet de minste moeite om de rotzooi op te ruimen.

Naarmate we Guayaquil naderden, werd het steeds warmer. Het laatste deel van de rit ging door een landschap dat ons sterk op Indonesië leek lijken, met de bananenplanten en de iele -bamboe- huisjes langs de weg.

Na iets meer dan 3,5 uur reizen, kwamen we aan op het busstation van Guayaquil. We name een taxi namen naar een hostal in het centrum. Het hostal dat we hadden uitgekozen was niet echt bijzonder. We namen uiteindelijk in dit hostal een kamer zonder raam, maar wel met airconditioning! voor $ 18 per nacht.

’s Middags liepen we over de boulevard langs de rivier in de richting van de vuurtoren. De boulevard is keurig aangelegd, met tropische tuinen en veel speelplaatsen voor kinderen. In een restaurantje aan de boulevard aten we een almuerzo. Dit is een ‘lunch van de dag’, die veelal (en zo ook nu) bestaat uit een soepje vooraf, een hoofdgerecht, een nagerecht en een glas frisdrank. En dat voor $ 2,50 per persoon!

Een briesje zorgde voor verkoeling, toen we aan het einde van de boulevard de heuvel beklommen met waarop de vuurtoren staat. Tegen de heuvel zijn allemaal huisjes gebouwd die in pastelkleuren zijn geschilderd. We moesten 444 traptreden nemen om bij de vuurtoren te komen. Iedere trede was genummerd. Zodoende weten we dat het er 444 waren. Nog enkele treden verder en we stonden bovenop de vuurtoren. Vanaf dit punt hadden we een schitterend 360 graden uitzicht over Guayaquil en omgeving. Zo zagen we de hoge torenflats van Guayaquil, maar ook het vliegveld en de groene heuvels aan de overzijde van de rivier.

We liepen via de boulevard en de Avenida 6 de Octubre terug naar het centrum, waar we bij het kantoor van TAME onze vlucht naar de Galapagoseilanden bevestigden. Het meisje achter het loket bood ons de mogelijkheid om ook direct voor de heenvlucht in te checken. Dit zou als voordeel hebben dat we de instapkaarten al kregen en dat we niet twee uur, maar één uur van tevoren alleen nog onze bagage zouden moeten inchecken. Van die mogelijkheid maakten we direct gebruik, teneinde overboeking te voorkomen.

’s Avonds aten we in een restaurantje in de buurt van het hotel. Het was een soort van gaarkeuken en het zat er vol met Guayaquileños. Remco bestelde een Meriënda (standaard avondmaaltijd, net zoals een Almuerzo een standaard lunch is) voor $ 2,-. Marjolijn gaf aan dat zij geen eten wilde, want haar maag was iets van streek. De ober vond kennelijk dat Marjolijn ook iets moest eten en bracht twee maaltijden. We hoefden echter maar voor één persoon af te rekenen.

Opvallend waren de colaverkopers die in het restaurantje rondhingen. Die zie je overigens wel vaker rondlopen. Teneinde toch nog iets te kunnen verdienen, lopen mannen met een drie literfles cola over straat en verkopen ze cola die ze in plastic bekertjes uitschenken. Dit hadden we nog nooit eerder gezien.

Dinsdag 27 juli 2004

Oh, what a night!. Marjolijn was behoorlijk misselijk en moest diverse keren overgeven vannacht. Vanochtend was alles er wel uit en voelde ze zich al wat beter, maar slapjes. Remco ontbeet bij een bakkertje naast de bioscoop aan de 6 de Octubre en daarna keken we bij een aantal andere hostals naar kamers. Hoewel de meeste kamers met $ 10,- per nacht behoorlijk goedkoper waren dan de $ 18,- per nacht voor onze bunker, waren ze allemaal niet echt bijzonder.

We werden door een chinese eigenaar van een winkel aangesproken en hij meldde ons dat de buurt waarin het hostal Sander ligt, niet veilig was. Hier hadden we net een kamer bekeken. Het hostal lag op de grens van veilig en onveilig. We liepen verder en lunchten in een pizzarestaurant. Het grappige is dat je bij deze restaurants uit drie formaten pizza kunt kiezen: small, medium en large. Een kleine pizza is voldoende voor één persoon en een large is genoeg voor een hele familie!

We liepen naar Parque Bolivar. Niet het standbeeld van Simon Bolivar of de mooie witte kathedraal aan het plein waren de attractie, maar de landleguanen, schildpadden en eekhoorntjes in het park trokken echt de aandacht. Landleguanen tot wel één meter lang lagen in het gras of op de lage struiken te zonnen.

Toen een vrouw schrok van iets dat uit de boom kwam vallen, bleek dat de bomen ook nog eens vol zaten met leguanen.

Bij het postkantoor verstuurden we een pakketje voor de verjaardag van Marjolijn d’r moeder. Dat had wel wat voeten in de aarde. Allereerst hadden we de enveloppe al gesloten, iets dat eigenlijk niet mocht en dan was er de vraag of we het via de normale post of aangetekend wilden versturen. We moesten ons paspoort laten zien, zodat het meisje achter de balie onze namen (alsnog foutief) in de computer kon zetten en daarna mochten we betalen. Het versturen van een pakketje vanuit Ecuador is overigens redelijk prijzig. Met het versturen van een aantal andere souveniertjes wachten we maar tot we in Peru zijn.

’s Middags liepen we over het andere deel van de boulevard dat we gisteren nog niet hadden gelopen. Dit stuk boulevard was niet al te speciaal. Op de Avenida 6 de Octubre kochten we twee onderwatercamera’s voor op de Galapagoseilanden en de rest van de middag deden we erg weinig.

‘s Avonds aten we een simpele hamburger en werkten we het dagboek op het internet bij.

Woensdag 28 juli 2004     

Galapagos

We ontbeten in een restaurantje om de hoek van het hostal en namen daarna een taxi naar de luchthaven. De chauffeur van de taxi had erge haast op dit vroege uur.

De luchthaven zag er erg verzorgd uit. We liepen naar de incheckbalie, maar werden door een grondstewardess erop gewezen dat we eerst de bagage moesten laten controleren. De controle is gericht op natuurlijke (organische) materialen en stelde weinig voor.

De rugzakken werden gemarkeerd als zijnde gecontroleerd en daarna werden ze door de grondstewardess ingecheckt. We hadden 40,9 kilo met z’n tweeën! Het wordt de hoogste tijd om de rugzakken eens goed na te lopen en te kijken wat we kunnen weggooien of geven. Het probleem is met name de boeken die we meesjouwen!

Na het inchecken dronken we een Nescafé en om 10.15 uur, drie kwartier voor het voorgenomen vertrek van het vliegtuig, liepen we door de paspoortcontrole. Achter de paspoortcontrole was alleen een wachtruimte, zonder verder vertier. Hier was het wachten op het vliegtuig uit Quito, Foto van het vliegtuig dat erg lang op zicht liet wachten.

Met een uur vertraging landde het vliegtuig uit Quito. Het duurde vervolgens nog enige tijd voordat we aan board konden. Op de boardingpassen waren stoelnummers genoteerd, maar aan de gate bleek het ‘free seating’ te zijn. We namen stoelen op de eerste rij. De vlucht naar de Galapagoseilanden duurde anderhalf uur en verliep vlekkeloos. De catering en de service aan boord waren uitstekend.

Op de Galapagos scheen de zon en stond er behoorlijk wat wind. Op de minuscule luchthaven stond naast het toestel waar wij mee waren gekomen een Fokker 70 met een oranje streep over de gehele lengte van het vliegtuig. We liepen het luchthavengebouw in en betaalden de $ 100,- toegang tot de Galapagos. Daarna zagen we al snel een afgevaardigde van de Encantada, het schip waarmee we de cruise zouden maken.

Terwijl we op de bagage wachtten, viel het ons op dat het vliegtuig met de oranje streep een PH-nummer had. Dit duidde erop dat het een Nederlands toestel was. Maar nog altijd rinkelde er geen belletje. Nadat de bagage was gearriveerd en alle mensen van de groep bij elkaar waren gekomen, werden we met de bus naar de ferry gebracht. We staken een zeestraatje over met de ferry en aan de andere kant van de zeestraat stond een kleinere bus voor passagiers van de “Encantada” klaar.

In een uurtje tijd werden we naar het plaatsje Puerto Auyora gebracht, waar ons een uitstekende lunch werd aangeboden en waar iedereen van de groep zich aan elkaar voorstelde. Na de lunch gingen we naar het Darwin instituut, waar we -na een korte introductiefilm- naar de landschildpadden liepen. De bekende ‘Lonesome George’, de enige overgebleven mannelijke landschildpad ter wereld in zijn soort, hebben we niet gezien. We zagen echter voldoende andere enorme landschildpadden om zijn gemis te compenseren.

Na het bezoek aan het Darwin instituut kregen we een half uurtje de tijd om ons zelf te vermaken. De hele groep deed dit door iets te drinken op een terrasje. We ondervonden direct dat alles hier 1 1/2 keer duurder was dan op het vaste land. Alles moet hier namelijk vanaf het vaste land worden aangevoerd.

Om 18.00 uur meldden we ons in een winkeltje waar we wet suites uitzochten die nodig zouden zijn tijdens het snorkelen. Het water is rond deze tijd van het jaar behoorlijk koud en een wet suite zou bij het snorkelen voor enige verwarming zorgen. Wat was het een gewurm om in – en met name weer uit die dingen te komen, zeg! Wel hadden we de grootste lol. Ly, een Filippijnse/Amerikaanse kreeg haar wet suite niet meer uit omdat de rits blokkeerde. Het pak werd vervolgens hardhandig losgescheurd.

Na het gewurm met de wet suites werden we met een pick up truck naar de pier gebracht. Daar lag een zodiac-bootje klaar om ons naar de Encantada te brengen. Op de boot ontmoetten we Hans en John, de overige passagiers aan board, die al drie dagen meevoeren.

Aan boord kregen we een uitstekend diner aangeboden en tegen 22.30 uur gingen we naar bed. Marjolijn begon al de eerste symptomen van zeeziekte te vertonen en dat terwijl we nog in de haven lagen!

Donderdag 29 juli 2004

Ongelofelijk slecht geslapen, zeg! De kapitein startte rond 00.30 uur de motor van de boot en daarna hebben we geen oog meer dicht gedaan van het lawaai. Een slechte bijkomstigheid was de deining, waaraan we natuurlijk nog niet gewend waren.

’s Ochtends bij het ontbijt bleek dat we niet de enigen waren die slecht hadden geslapen. Vrijwel niemand had een oog dicht gedaan. Het ontbijt was uitstekend, met veel fruit, toast etc. etc.

We waren voor anker gegaan bij het eiland Floreana en na het ontbijt werden we met een zodiac aan wal gebracht. Op het ochtendprogramma stond een bezoekje aan het postkantoor en een lavagrot. Eerst kregen we een korte briefing. Om de natuur te beschermen is er een groot aantal regels waar we ons aan moeten houden:       

  • zo moeten we op de paden blijven;
  • mogen we de dieren niet aanraken;
  • moeten we minimaal 1,5 meter afstand tot de dieren houden;
  • mogen we niet eten op de eilanden (ook geen etenswaren meenemen);
  • moeten we achter de gids blijven lopen en hem altijd blijven volgen;
  • moeten we bij het verlaten van de eilanden alle spullen schoonmaken (schoenzolen e.d.), zodat er niets van het eiland wordt overgebracht naar een ander eiland;
  • moeten we op de dingy (de zodiac) altijd een reddingsvest dragen; (ook al is het slechts enkele meters varen en gaan we snorkelen in het zelfde gebied); etc.

Na een ‘wet landing’ liepen we eerst naar het ‘postkantoor’. Het was niet meer dan een postbox, maar de verhaal achter de postbox was dat die al eeuwen werd gebruikt door de diverse scheepslieden. Het idee achter de postbox was dat je keek of er post was voor iemand die woonde in de richting waar je naar toe zou varen. Deze post werd meegenomen en zou persoonlijk bij de geadresseerde moeten worden afgegeven.

De lavagrot sloegen we maar over. De grot was ongeveer 40 meter lang en er zou een brak waterpoel zijn. Terug bij het strand was er de mogelijkheid om te snorkelen. Dus ….. wet suite aan en het water in.

Het water was inderdaad behoorlijk koel. Dit is het gevolg van de Antarctische golfstroom, die langs de Galapagos stroom. Het snorkelen zelf was leuk, maar het was geen hoogtepunt. Er was weinig te zien onder water. Het was zeker geen tropisch snorkelparadijs.

Tijdens de lunch aan boord, voeren we een uurtje oostwaarts naar de andere kant van het eiland. Daar was ’s middags gelegenheid om te snorkelen. Weer niet al te bijzonder, maar we hebben wel veel vissen en een zeeschildpad gezien.

Om 16.00 uur was er weer een trip naar het eiland. Toen we op het strand aankwamen lagen de zeeleeuwen ons al op te wachten. Er was nauwelijks een stukje strand vrij om ze te passeren.

Het doel van de tocht was het meer met de roze flamingo’s. Deze waren echt mooi roze. Onze gids was erg goed. Hij wist echt heel veel te vertellen over de eilanden, de dieren etc.

Vrijdag 30 juli 2004

Het slapen ging vannacht al wat beter. De motor van de boot ging gisteravond na het diner aan en we hebben de hele nacht doorgevaren om vanochtend op het eiland Española aan te komen.

Onze hut aan boord is erg klein; ongeveer 2 bij 2,5 meter. Er is een klein tweepersoonsbed met daarboven een eenpersoonsbed. We bleken aan boord de enige te zijn met een ‘matrimonial’ (tweepersoonsbed). We hebben een kleine badkamer met een warme douche (!), toilet en een fonteintje tot onze beschikking. De ruimte is klein, maar alles werkt.

Tot onze verrassing lag de “Eclipse” naast ons. Van Hans, een andere Nederlander aan boord, hadden we gehoord dat op deze boot de koninklijke familie verbleef. Hans had de Koninklijke Familie een dag voordat wij aan boord gingen gezien op het eiland Santa Cruz. De voltallige familie ging aan ze voorbij: Beatrix, Willem-Alexander, Maxima, Mabel enz. Nu pas begrepen we dat het Nederlandse vliegtuig op de luchthaven aan hen toebehoorde.

Na een perfect ontbijt gingen we aan wal van het eiland Española. We zouden een wandeltocht van 3 kilometer maken. Na een dry-landing(*) zagen we direct de zeeleguanen en de zeeleeuwen. We waren onder de indruk van de zeeleguanen, ons niet realiserend dat we die later nog in overvloed zouden zien. We zagen baby zeeleeuwtjes (erg leuk) die zojuist geboren moesten zijn, aangezien de placenta nog op het strand lag.

Aan het einde van de wandeltocht kwamen we weer langs het baby zeeleeuwtje en toen was de placenta al grotendeels door vogels opgegeten. Verder zagen we op het eiland de (broedende) blue footed boobies Jan Gent (blauwvoet Jan van Gent), gemaskerde Jan van Genten, Albatrossen Albatrossen (de kleinste in die soort, maar toch nog van een behoorlijke afmeting) en hagedissen. Het is echt bijzonder dat je de dieren zo dicht kunt benaderen. (de kleinste in die soort, maar toch nog van een behoorlijke afmeting) en hagedissen.

We kwamen langs een ‘Blow Hole’, een plaats waar het zeewater met veel geweld omhoog spuit, iedere keer dat een golf de rotsen raakte. Doordat de mist van water door de wind werd meegevoerd en de zon door de waterdamp scheen, kreeg je een schitterende -bewegende- regenboog. Erg indrukwekkend.

Terug op de boot kregen we een uitstekende lunch en na de lunch was er tijd om te snorkelen. Wederom niet al te spectaculair. Daarna voer de boot naar het eiland San Chritobal, een vijf uur durende tocht. We kwamen in het donker aan. Tijdens de boottocht kregen we weer een perfect diner geserveerd. We groeien hier een beetje dicht.

We legden aan in de baai waar de hoofdstad van het eiland ligt en we werden met de zodiac (‘dingy’) naar wal gebracht. We mochten zelf een tijd bepalen waarop we weer zouden worden opgehaald. Dat zou om 22.15 uur worden.

Het dorp San Christobal stelde niet veel voor. Er waren een paar souvenirwinkeltjes en enkele barretjes. De zeeleeuwen lagen te blaffen en te kuchen op het strand en genoten van de harde muziek die uit de boxen van een discotheek schalde. Een klein deel van de straat was afgezet ter hoogte van een bar. Aan de ene kant van de straat zaten allemaal mensen die keken naar een film die werd geprojecteerd op een filmdoek die aan de andere kant van de straat aan een huisje was opgehangen. Heel inventief!

In één van de barretjes dronken we met z’n allen een biertje / fris, nadat we enkele souvenirwinkeltjes hadden bezocht en om 22.15 uur meldden we ons weer bij de pier waar meneer pelikaan ons aandachtig in de gaten hield. Met de zodiac weer terug naar de boot om heerlijk te gaan slapen. We zouden die nacht namelijk niet verder varen en dat betekende geen hoge golven en pruttelende motor.

  1. dry landing – met schoenen aan vanuit de dingy het eiland kunnen betreden, vaak via stenen of stenen trappetje.
  2. wet landing – schoenen uit en vanuit de dingy via het water naar het vaste land lopen. Soms was de landing erg wet, zodat we de camera’s voor de zekerheid maar in plastic zakken opborgen.

Zaterdag 31 juli 2004

En of we lekker hebben geslapen. De boot lag tot 04.00 uur stil in de baai van San Christobal. Het was een nachtje met weinig deining en geen motorgeluid. Nou ja, tot 04.00 uur dus. Toen werd koers gezet naar het kleine eilandje Léon Dormido. Daar zou om 06.30 uur een facultatieve excursie per boot om de rots worden gemaakt.

Het weer was ons gunstig gestemd. Het was onbewolkt en helder en de zon verlichtte de eenzame, gespleten rots in zee op een mooie manier. In de zodiac op weg van de Encantada naar de rots spotte de gids walvissen in het water. Hoewel ze ver weg van ons waren, konden we het spuiten van de walvissen wel zien. Daarna voeren we om de rots, die op zich weinig interessant is.

Na de excursie voer de Encantada in vier uur naar Santa Fé. Op dit eiland zouden we landleguanen gaan zien en door een cactusbos lopen. Er was een ‘wet landing’ op het strand dat vol zeeleeuwen lag. Hoewel het sociale dieren zijn, zijn ze niet altijd vriendelijk tegen elkaar. Er wordt heel wat afgebromd. Op andere momenten liggen ze heel gebroederlijk in elkaars ‘armen’.

Het rondje over het eiland leverde twee glimpen van landleguanen op. Geen bijster groot aantal. De cactussen waren met hun twee tot drie meter hoogte, een stuk indrukwekkender. De planten hebben met als bomen een dikke, harde stam, maar binnen in de stam is het net spons zo zacht..

Terug aan boord deden we weinig meer. Er was de mogelijkheid tot snorkelen, maar hier zagen we maar van af. Het was bewolkt en behoorlijk fris en de eerder snorkelervaringen nodigden niet uit tot nog één. We bleven dus aan boord en zagen langs het schip een school roggen langskomen. Verder genoten we van de spelende zeeleeuwen in het water.

Nadat de snorkelaars weer terug aan boord waren, werd koers gezet naar Baltra, wederom vier uur varen. Tijdens het laatste diner voor een groot deel van de groep werd er weer getoost met een cocktail. Echter, door de hevige deining van het schip ging de inhoud van de meeste glazen over tafel.

Zondag 1 augustus 2004

Om 05.15 uur floot Juan, de gids, op z’n fluitje ter indicatie dat het tijd was om op te staan. Een half uurtje later zaten we in de dingy op weg naar het eiland North Seymour. Voor een groot deel van de groep was dit de laatste excursie voordat ze van boord zouden gaan.

Na een ‘dry landing’ en het passeren van vele toeristen, zagen we de fregatvogels in vol ornaat. Bij het eerste mannetje met de opgeblazen rode keel tot de grootte van een volleybal was de opwinding groot, ons niet realiserende dat er nog veel zouden volgen. Even later zagen we enkele mannetjes met opgeblazen kelen gebroederlijk bij elkaar in een struik zitten. Allemaal lonkten ze naar dezelfde vrouwtjes, die laag over kwamen vliegen. Het zijn erg sierlijke vogels.

Aan de kust waren blue footed boobies (Blauwvoet Jan van Genten) en pelikanen te zien. Ze waren aan het vissen en dat is een leuk gezicht. Soms vissen ze alleen en soms in groepen, wat het er alleen maar spectaculairder op maakt. Ze scheren eerst laag over het water op zoek naar vis.  

Vervolgens stijgen ze naar een hoogte van ongeveer tien meter, om zich daarna in het water te laten vallen. Pas op het laatste moment trekken ze de vleugels strak tegen het lichaam en schieten ze als een pijl in het water.

Bij terugkomst op de Encantada was er weer een uitstekend ontbijt met fruit, muesli, yoghurt en dit keer wentelteefjes en slechte koffie. Dat is het enige nadeel op de boot. De koffie is net slootwater. Maar de rest is echt uitstekend!.

Na het ontbijt namen we afscheid van het grootste deel van de groep en begon het wachten op de volgende groep. We zagen de drie ochtendvluchten aankomen en om 11.00 uur kwam een zodiac vol met nieuwe gasten van de wal naar de Encantada.

Chris, één van de achterblijvers op het schip riep toen hij de mensen in de zodiac zag dat er een aantal grijze duiven in zat. Eenmaal op het schip bleek het erger dan dat. Zes van de acht nieuwe gasten waren van één Franse familie en dat maakte het er niet beter op. We zouden er later achterkomen dat ze erg saai waren en zelfs onderling nauwelijks met elkaar praatten, laat staan met ons. De andere twee personen was een Zwitsers stel.

De lunch was om 12.00 uur en om 14.00 uur konden we weer snorkelen. Dit was wederom niet speciaal. We werden gedropt op een punt waar de rotsen steil afliepen. Het werd dus snel diep en daardoor zagen we weinig. Echter, het leuke van het snorkelen waren de twee zeeleeuwen die met ons kwamen spelen en allemaal kunstjes uithaalden.

In de namiddag was er een zodiac-excursie door de mangroven. Bijzonder om deze groene strook tegen een kale achtergrond van bergen te zien. Het was helder weer en de zon scheen genadeloos. We zagen enkele haaitjes zwemmen in het ondiepe water, alsmede enkele roggen en zeeschildpadden.

Terug op de Encantada genoten we van de zonsondergang en daarna was het al weer tijd voor het diner.

Na het diner genoten we van de enorme sterrenhemel, om vervolgens vroeg onder de lakens te kruipen. Het was vroeg dag geweest vanochtend en we waren bekaf!

Maandag 2 augustus 2004

Gisteravond na het diner voer de Encantada in drie uur naar het eiland Rabida en toen we vanochtend opstonden hadden we een prachtig zicht op het rode strand. Het ontbijt was om 07.00 uur en na het ontbijt volgde om 07.45 uur een wet landing.

We liepen een paar honderd meter over een pad op het eiland. Onderweg zagen we een slangetje; erg dun en een half metertje lang. En de gids maar vertellen dat ‘ie giftig is! Er volgde een korte klim naar een schitterend uitzichtpunt. Vanaf dit punt konden we de drie vegetatiezones tegen de berghelling op goed onderscheiden.

Vervolgens liepen we langs de lagune naar de broedplaats van de pelikanen. Er waren nog maar vier nesten waarin kuikens lagen. De oorzaak van het kleine aantal nesten werd ons al snel duidelijk. Twee haviken zaten namelijk in de boom te wachten totdat er weer een ei uitkwam. Pelikanen beschermen hun jonkies niet en ze zijn dus erg kwetsbaar. Bij de gedachte aan de ‘slechts’ 130 paartjes haviken en de ontelbare pelikanen, hadden we weinig medelijden met de pelikaantjes, alhoewel het wreed blijft. Maar zo is de natuur.

Na Isla Rabida was het twee uur varen naar Isla Bartolomé. Na een dry landing beklommen we de 114 meter hoge top van dit enorm dorre eiland. We hebben twee (lage) cactussen gezien en een aantal sprinkhanen. Verder niets. Maar juist de verlatenheid en de zo duidelijk zichtbare gestolde lavastromen maakten het eiland zeer indrukwekkend. Op de top waaiden we bijna weg, maar hadden we tevens een schitterend uitzicht over het eiland en de twee halve maanvormige stranden. Prachtig!

We liepen terug over het vlonderpad. Dit was gebouwd om erosie door de vele voeten van de toeristen te voorkomen. Wij waren er erg content mee, want we hoefden nu eens niet op te letten bij ieder stap die we namen.

’s Middags was er een ‘wet landing’ op het strand en mochten we snorkelen. Omdat het schitterend weer was, ondernamen we nog eens een snrokelpoging. De highlight was het zwemmen met twee pinguïns en twee roggen, waarvan één zeer grote (2 meter lang). Na het diner startte de Encantada de motor voor een tenminste 8 uur durende tocht naar Genovesa. Na het eten gingen we al snel nar onze hut om te gaan liggen lezen. We hadden ontdekt dat tijdens het varen dit de meest comfortabele positie is.

Dinsdag 3 augustus 2004

Om 06.45 uur opstaan, om 07.00 uur ontbijt en om 07.45 uur aan land. Na een ‘wet landing’ begonnen we met de wandeltocht over het eiland Genovesa. Vrijwel niemand was echt fit na een lawaaierige en schommelende nacht. Met name de nieuwelingen aan boord hadden slecht geslapen; het was hun eerste echte vuurdoop met de oceaan geweest. Wij waren inmiddels ‘veteranen’ (maar niet heus!).

Op Genovesa waren veel zeevogels, waaronder de Fregatvogels, de red footed boobies , masked boobies en Galapagosmeeuwen. Het was wederom erg leuk om de broedende vogels op de nesten te zien en met name de kuikens. De red footed boobies waren mooi. Bruine vogels met een blauwe snavel en… rode voetjes De rode Schoentjes (ah… komt die naam daaar vandaan?).

Om 10.00 uur was er gelegenheid om vanaf het strand te snorkelen. Remco besloot echter om met de zodiac terug te gaan naar de Encantada, terwijl Marjolijn als schietschijf voor de vogels (vogelpoep!) achterbleef op het strand samen met de snorkelaars.

Aan boord waste Remco z’n fleecetrui en een t-shirt uit. Alles wordt vreselijk zout.

De lunch bestond dit keer uit paella en het smaakte weer uitstekend. Het wordt afkicken als we de cruise beëindigen!

’s Middags liepen we dus over het andere deel van het eiland, dat met name eigendom was van de gemaskerde boobies en de zeeleguanen. Rond 16.00 uur waren we terug op de Encantada en direct werd koers gezet terug naar Santa Cruz. Het snorkelen dat ook voor deze middag op het programma stond, werd geannuleerd om tijd te sparen voor de terugreis. Er stond namelijk veel wind en we zouden én de wind én de stroming tegen hebben, wat er wel eens toe zou kunnen leiden dat de terugreis langer zou gaan duren dan de 12 à 14 uur.

Enige tijd genoten we op het achterdek van de snacks die iedere middag worden geserveerd. De boot ging behoorlijk op een neer in de lengterichting van het schip. De golven waren wel twee meter hoog. Al snel besloten we om te gaan liggen in de hut, omdat we liggend het minste last hadden van de deining.

Om 18.30 uur luidde de scheepsbel ter indicatie dat het diner geserveerd werd. Na een paar hapjes trokken we ons weer terug in onze hut om verder te slapen.

Woensdag 4 augustus 2004

Volgens de planning zouden we vanochtend om 05.30 uur worden gewekt, maar we werden nitt gewekt om 05.30 uur. We werden pas om 06.30 uur wakker en niet van het fluitsignaal van de gids. De motor ronkte nog, wat betekende dat we nog niet op de plaats van bestemming waren.

Het ontbijt was om 07.15 uur en daarna was het nog twee uur wachten voordat de boot voor anker ging. De reis was behoorlijk langer gaan duren dan verwacht; we hadden ruim 19 uur gevaren!

De highlights van Isla Plaza, dat we met een dry landing bereikten, waren de landleguanen, die nu wél in grote getallen aanwezig waren. Daarnaast waren er de grote cactusbomen en natuurlijk altijd maar weer die ‘beautiful, sea lions, click click’. Dit was de standaardzin van de gids. Met click click bedoelde hij in eerste instantie dat we er een foto van konden nemen.

Naarmate de week vorderden kwamen we erachter dat de gids als verstokte vrijgezel op bepaalde punten een beetje gefrustreerd was en we besloten dat hij er ook iets anders mee bedoelde. Wat wil je als je op zijn leeftijd nog steeds vrijgezel bent, maar iedere dag wordt geconfronteerd met de ‘beautiful sea lions’. Bij de zeeleeuwen heeft ieder mannetje heeft zo’n 20 vrouwtjes tot z’n beschikking en onze gids is nog steeds alleen.

Nadat we terugkwamen op de Encantada, pakten we snel de rugzakken stopten we wat dollars in de enveloppe die pontificaal op het bed in de hut was gelegd, ter indicatie dat de bemanning ‘toch wel iets verwachtte’. Met een speedboot (niet de zodiac gelukkig) werden we in een half uurtje tijd naar de ferry gebracht. Chris en Annemiek, het andere Nederlandse stel op de boot, vertrokken gelijktijdig. We wachtten bij een verlaten busstation op de bus en nadat deze eenmaal op was komen dagen, werden we in vijf minuten naar de luchthaven gebracht. Daar aangekomen bleek dat we de laatsten waren voor het inchecken en we moesten ons haasten.

We lieten snel een stempel van de Galapagos in het paspoort plaatsen en begaven ons daarna naar de paspoortcontrole om vervolgens nog 45 minuten te moeten wachten voordat we het vliegtuig in mochten. Het vliegtuig vertrok keurig op tijd om 12.30 uur en om 15.00 uur landden we op de luchthaven van Guayaquil, waar we afscheid namen van Chris en Annemiek.

We namen een taxi naar het Dreamkapture hostal in één van de noordelijke buitenwijken. De kamer met gedeelde badkamer zag er eenvoudig, maar schoon uit.

We liepen in de namiddag door de winkelstraten van de suburb. Het was weinig spannend. Het spannendste was wellicht de confrontatie met een filiaal van de Nederlandse kledingdiscounter ‘Zeeman’. Die had z’n eerste filiaal in Ecuador een paar dagen ervoor geopend.

We aten een hamburger en daarna kochten we in een supermarkt een biertje. Die dronken we in het hostal op, terwijl we in onze boeken lazen. Het verhaal gaat verder in Peru.