Donderdag 5 augustus 2004       

Mancora

Na het ontbijt namen we een taxi naar het busstation, waar we om 08.45 uur arriveerden. Het vinden van het juiste ticketkantoortje voor kaartjes naar Tumbes (Peru) was geen probleem in het doolhof van ticketkantoortjes. Bij de ingang van het busstation staan altijd mannetjes die proberen je naar hun busmaatschappij te lokken. Als de bestemming waar jij naar toe wilt echter niet door hen wordt aangedaan, leiden ze je naar het juiste ticketkantoortje. Zo belandden we bij het kantoortje van de onderneming ‘CIFA’.

We kochten voor $ 5 per persoon kaartjes voor de directe bus van 10.20 uur naar Tumbes. Het was dus nog 1 1/2 uur wachten op dit enorme busstation voordat we zouden vertrekken. Met twee verdiepingen en een omvang van misschien wel 100 x 300 meter, was dit busstation met recht enorm te noemen.

We begaven ons na het betalen van $ 0.10 vertrekbelasting met de roltrap naar de tweede verdieping, waar de bus klaarstond. De bagage werd gelabeld en in het bagageruim gelegd.

De rit ging door vlak landschap dat gedomineerd werd door suikerriet en bananenplantages tot aan de grens. Een aantal kilometers voor de grens was een militair check point, waar iedereen moest uitstappen en de paspoorten moest laten zien. Voor onze paspoorten hadden de militairen echter volledig geen belangstelling en met een handgebaar werd ons duidelijk gemaakt direct door te lopen.

Vijf minuten met de bus verder was de immigratie van Ecuador. We liepen een gebouwtje in, vulden een exit-formuliertje in en overhandigden het formulier samen met het paspoort aan de douanier. Die had geen interesse in het exit-formulier, dat hij direct op een stapel met andere legde en hij plaatste direct een exit-stempel in het paspoort.

De bus reed door het plaatsje Huaquillas en passeerde een brug over een enorm stinkend stroompje. Dit vervuilde riviertje en de ongeveer 50 meter lange brug over het riviertje vormde de grens met Peru.

De bus reed verder door het plaatsje Aqua Verde en aan het einde van het plaatsje was de Peruaanse immigratie. Hier moesten we een immigratieformulier invullen en al zeer snel na het overhandigen van het formulier en het paspoort waren we weer een stempel rijker en mogen we maximaal 90 dagen in Peru verblijven. Al met al duurde de procedure nog geen 10 minuten. Vreemd genoeg was er dus geen grens (en bagage-) controle aan de grens. Wellicht kwam dit doordat we een rechtstreekse bus naar Tumbes hadden.

We werden in Tumbes gedropt. In de bus hadden we kennis gemaakt met Hans, een student uit Duitsland, die al in Mancora was geweest. Dat was onze bestemming voor vandaag. Hij had aangeboden om ons te begeleiden naar de minibusjes naar Mancora, zodat we niet zelf hoefden te gaan zoeken. Voordat we echter naar de minibusjes liepen, pinden we onze eerste Nuevo Soles bij een geldautomaat.

Het minibusje bracht ons (en Hans, die inmiddels had besloten om ook verder te reizen naar Mancora) in twee uur tijd naar Mancora. Daar aangekomen kregen we weer het Cuenca-syndroom. Alle onderkomens zaten vol. Na geruime tijd zoeken, eindigden we uiteindelijk in een hostal in de hoofdstraat. Een vreselijk oninspirerende kamer voor 35 soles per nacht ($ 10).

Hans nodigde ons uit om samen met hem wat te gaan eten. Hij had de afgelopen dagen gereisd met twee Peruanen. Eén van deze Peruanen woont in Mancora en zijn ouders runnen een klein restaurantje. Hier hebben we heerlijk gegeten.

Na afloop dronken we nog wat aan het strand.

Vrijdag 6 augustus 2004

Om 08.30 uur werden we wakker en we ontbeten bij Mar y Sol (strand en zon), waar we gisteravond samen het Hans en z’n twee meereizende Peruanen een afzakkertje hadden gedronken.

Na het ontbijt checkten we de beschikbaarheid van andere hostals, maar of de kamers waren vol of ze waren even oninspirerend als die we al hadden. We besloten om nog maar een nacht te blijven waar we zaten. Daarna gingen we op zoek naar een bus company die ons naar Chiclayo zou brengen en we kwamen uit bij ‘Él Dorado’ in de hoofdstraat (er is niet veel meer dan de hoofdstraat). Voor S/ 25 per persoon kochten we tickets naar Chiclayo voor de bus van 09.30 uur de volgende dag.

We gingen internetten om het reisverslag weer eens bij te werken en daarna naar het strand. Het was inmiddels zwaar bewolkt, dus… niet zonnebaden, maar heerlijk met een biertje op een terrasje aan zee. Zo rond 16.30 uur werd het te koel aan het strand en begaven we ons naar een barretje / restaurantje in de hoofdstraat waar we wat aten en nog maar een biertje dronken.

Zaterdag 7 augustus 2004

We ontbeten weer bij Mar y Sol en na het ontbijt begaven we ons naar het kantoor van ‘El Dorado’. Om 09.30 uur vertrok een, wat oudere, bus naar Piura, waar we om 12.15 uur aankwamen. Het eerste deel van de rit ging door een heuvelachtig landschap met veel ‘ja-knikkers’ die olie uit de grond pompten. Het hele gebied lag bezaaid met oliepijpleidingen van een geringe diameter. Naarmate we Piura meer en meer naderden, werd het landschap overheerst door sawa’s, suikerrietplantages, maïsplanten en palmbomen.

In Piura moesten we 45 minuten wachten op de bus naar Chiclayo.De bus naar Chiclayo was iets luxer. De weg van Piura naar Chiclayo was kaarsrecht en ging door een woestijnlandschap met hier en daar lage zandduinen. Her en der was een kleine nederzetting langs de weg. We passeerden een aantal tolstations, die buiten gebruik waren maar niet werden verwijderd. Die staan er over 100 jaar waarschijnlijk nog. Het landschap was vreselijk dor.

In de bus tussen Mancora en Piura verbaasden we ons enorm om het filmaanbod op het kleine televisietje voorin de bus; er werd namelijk een soft pornofilm vertoond om 9.30 uur in de ochtend!.

Ineens was daar midden in de woestijn het stadje Chiclayo. We werden bij het kantoor van El Dorado afgezet. In tegenstelling tot Ecuador zijn er in Peru geen centrale busstations. De vele busmaatschappijen hebben ieder hun eigen kantoor waarvan de bussen vaak (maar niet altijd) vertrekken.

Vanaf het kantoor van El Dorado was het twee blokken lopen naar Hostal Real, waar we een kamer namen met eigen badkamer voor S/ 30 per nacht. De rugzakken zaten vol met vuile was en we besloten om één en ander maar eens te wassen. Ons elastieken waslijntje kwam nu goed van pas.

Na de wasbeurt liepen we naar de Plaza de Armas en kwamen we erachter dat we Chiclayo een prettig stadje vonden. De mensen waren vriendelijke en groetten je zo af en toe en tienermeisjes giechelden verlegen naar toeristen. Er is een ruime en drukke Plaza de Armas waar ’s avonds de fontein wordt verlicht.

Er zijn vrijwel geen brommertaxi’s te vinden in het centrum. Dit in tegenstelling tot Mancora, waar het er van stikte. Daarentegen rijden in Chiclayo talloze gele taxi’s van het type Daihatsu Charade. Vanwege het gebrek aan kofferruimte, hebben alle taxi’s een imperiaal op het dak. Met tientallen wurmen ze zich door de nauwe éénrichtingstraatjes van Chiclayo. Iedere taxichauffeur toetert (ter vergeefs) naar ons om aandacht te trekken.

We aten bij Restaurant Romano. Erg vriendelijke bediening en erg goed eten. Na het eten liepen we naar de supermarkt, die zich op de hoek bij ons hostal bevindt. Achter de kleine toegangsdeur ging een zeer ruim gesorteerde supermarkt schuil. Er was van alles: een bakkerij, een slagerij, een groenteafdeling en natuurlijk vele schappen. In de supermarkt was het vreselijk druk. We kochten alleen twee flesjes water en een reep chocolade.

Terwijl Marjolijn terug liep naar het hostal, ging Remco naar een internetcafé om de digitale foto’s maar weer eens over te zetten op cd. Het bleek dat we inmiddels al bijna 800 digitale foto’s hadden genomen. Weliswaar zit er een groot aantal dubbele foto’s bij, maar het gaat al erg hard.

Zondag 8 augustus 2004

Heerlijk geslapen vannacht. Doordat onze kamer niet aan de straatkant lag, was het heerlijk rustig.

We ontbeten bij een bakkerij in de hoofdstraat en liepen daarna in ongeveer 15 minuten naar het minibusstation. Vandaag stond een bezoek aan Sipan op het programma. In Sipan zijn in 1987 belangrijke historische graven gevonden (vergelijkbaar met die van Toetanchamon in Egypte). Hier komt ook de bekende ‘man van Sipan’ vandaan.

Op weg sprak een Peruaan ons aan en al kletsend liep hij met ons mee naar het busstation waar onze wegen scheidden. We waren geen minuut te laat op het minibusstation, want een busje naar Sipan stond gereed voor vertrek. De één uur durende rit ging door een saai landschap. Links van de weg was het suikerriet zojuist geoogst en zagen we alleen bruine landerijen, terwijl rechts van de weg jonge suikerrietplanten groeiden. Langs de weg was het één grote vuilnisbelt. Zonde!

Daarnaast was het weer behoorlijk deprimerend. Het was zwaar bewolkt en grauw en dat zorgde voor beperkt zicht.

We reden door het kleine dorpje Sipan en aan het einde van het dorpje waren de archeologische opgravingen. De opgravingen zijn van beperkte omvang, aangezien ze pas een jaar of 15 aan de gang zijn. We bezochten een klein museumpje en bekeken daarna de opgravingen. Dit laatste betrof een aantal graven van vooraanstaande mensen uit het Sipan-tijdperk. In de graven lagen met sieraden versierde geraamten van mensen en dieren en grafschatten. Het was erg interessant, alhoewel het ook een beetje griezelig was.

Na een uurtje waren we wel uitgekeken en wachtten we een half uurtje op een voorbijkomende minibus. Die haalde de wachttijd ruim in, want de chauffeur reed ons in een half uur terug naar Chiclayo.

Vanaf het minibusstation in Chiclayo liepen we via de hoofdstraat naar de Plaza de Armas, waar we lunchten en na de lunch kochten we bij busbedrijf Emtrafesa twee kaartjes voor de bus van 08.30 uur de volgende dag naar Trujillo.

In de namiddag dronken we een kopje koffie en aten we een heerlijk chocoladegebakje bij restaurant Hebron, waar we ’s avonds ook aten.

Maandag 9 augustus 2004

Vanochtend stonden we om 07.00 uur op en nadat we de tassen hadden ingepakt, liepen we naar hetzelfde bakkertje als waar we gisterochtend ontbeten. We ontbeten daar en daarna liepen we de ongeveer 100 meter naar het busbedrijf.

Onze bagage werd gelabeld en de luxe touringcar vertrok om 08.30 uur voor de drie uur durende tocht naar Trujillo. Het landschap was deprimerend. Zodra we Chiclayo verlaten hadden reden we weer (nog steeds) door de woestijn. Overal langs de weg lag plastic, wat het beeld er allemaal niet beter op maakte. Daarnaast was het weer, met zoals gisteren, erg saai; zwaar bewolkt (zeemist) en het zicht was beperkt.

Om 11.30 uur waren we in Trujillo, waar we een taxi namen naar Hostal Roma en om 12.00 uur waren we op onze kamer.

’s Middags liepen we wat door Trujillo. Veel winkels waren dicht, dus het was niet al te gezellig. De grote Plaza de Armas en de huizen er omheen zijn erg mooi. Vele huizen zijn in pasteltinten geverfd en hebben mooi gietijzeren traliewerk voor de ramen.

We liepen langs het postkantoor, waar we informeerden naar de prijs voor het versturen van twee pakketjes. Voor 1,80 kilogram aan post zouden we S/ 110,- moeten betalen. Omgerekend naar Euro’s komt dit neer op € 25,-. Dat vonden we toch wel iets te gortig voor een paar boeken en enkele souvenirtjes. We besloten om nog maar wat langer met de spullen te zeulen.

In de namiddag informeerde Remco bij een lokale gids naar een dagtocht naar Chan Chan. De gids was erg informatief en naast vragen over de tour naar Chan Chan, beantwoorde hij ook een aantal andere vragen die we hadden, zoals hoe we het beste overdag naar Caraz of Huaraz konden reizen. Er zijn rechtstreeks vanuit Trujillo namelijk alleen maar nachtbussen en de weg naar Caraz schijnt juist erg mooi te zijn.

Dinsdag 10 augustus 2004

De gids had gistermiddag aangegeven dat de Chan Chan-tour om 9.00 uur zou vertrekken, maar hij had ons tevens uitgenodigd om bij hem in zijn hostal te ontbijten om 8.00 uur. Zodoende meldden we ons om 8.00 uur bij het hostal voor het ontbijt

Om 9.00 uur vertrokken wij en nog ongeveer tien anderen met een minibusje naar de ruïnes van La Hunca Arco Iris. Al op de weg naar deze ruïnes gaf de gids tekst en uitleg over de gebouwen in Trujillo waar we langs reden. Bij de ruïnes kochten we één gecombineerd toegangskaartje voor vier bezienswaardigheden.

De ruïnes waren deels nog in originele staat en deels waren ze gerestaureerd. De uitleg van de gids was goed om de beeld te vormen hoe deze tempel er ooit eens uitgezien moet hebben en hoe ze heeft gefungeerd in het sociale leven van toen.

Na het bezoek aan de ruïnes van La Hunca Arco Iris reden we naar het Chan Chan museum, gevolgd door een bezoek aan één van de negen voormalige paleizen in de modderstad Chan Chan. Het hele complex was ooit 28 hectare groot en het is nog steeds enorm groot.

De ruïnes waren indrukwekkend van omvang. Delen waren gerestaureerd en enkele delen waren nog origineel. Er waren mooie mozaïeken in de muren van modder. Het geheel was meer indrukwekkend dan dat het echt mooi was.

Omdat we dichtbij het kustplaatsje Huanchaco waren, besloten we om vanaf Chan Chan een taxi naar dit plaatsje te nemen. Er waren nog drie andere toeristen met hetzelfde idee. Zodoende konden we één taxi nemen en de prijs delen.   

In Huanchaco lunchten we en daarna bekeken we de rietbootjes langs het strand. Enkele mannen vertrokken met een rietbootje de zee op, wat een leuk gezicht was. De lucht was inmiddels opgeklaard en de zon was doorgebroken. De temperatuur werd erg aangenaam en dat lokte uit tot een biertje op een terrasje van een restaurantje Na een biertje liepen we langs de souvenirstalletjes aan de boulevard en we konden het niet laten om een miniatuur Caballito (rietbootje) te kopen. Hij zal mooi staan naast onze eerdere aangeschafte bootjes (souvenirs).

Met een collectivo reden we terug naar Trujillo, waar de zoektocht naar bustickets naar Caraz begon. Van de gids hadden we begrepen dat we naar het busbedrijf Linea moesten voor een ticket van Trujillo naar Chimbote. Op het busstation konden ze ons echter niets vertellen over het vervolgtraject tussen Chimbote en Caraz en zelf na ons aandringen namen ze niet de minste moeite om ons te helpen. Het enige dat werd gezegd was dat de busonderneming Emtafresa wellicht naar Huaraz of Caraz zou rijden. Dus wij op de gok maar naar de busterminal van Emtafresa. Per taxi de hele stad door. Echter, Emtafresa gaat niet naar Caraz of Huaraz.

Enigszins moedeloos liepen we terug naar de Plaza del Armas, waaraan het toeristenbureau is gevestigd. Daar konden ze ons wel vertellen dat er een bus om 8.00 uur ’s ochtends vanuit Chimbote naar Caraz gaat, maar ook daar wilden ze niet de moeite nemen om even naar het busbedrijf op te bellen en twee stoelen te reserveren. Servicegerichtheid is iets onbekends in Peru. Bij het stadskantoor van Linea kochten we tickets voor de bus van 05.30 uur naar Chimbote voor de volgende dag. Hier werd nog veel vreemder opgekeken van ons verzoek om tegen betaling te bellen naar Chimbote om twee stoelen te reserveren.

In ons hotel vroegen we de receptioniste om een taxi voor ons om 04.45 uur te regelen.

Woensdag 11 augustus 2004

Het was vanochtend vroeg dag. Om 04.15 uur ging de wekker en om 04.45 uur kwam de taxi voorrijden. Exact drie minuten later waren we op het busstation van Linea, waar we nog 3/4 uur moesten wachten voordat de bus zou vertrekken.

Voor de deur tot de vertrekhal van het busstation stonden vele taxi’s en de taxichauffeurs stonden allemaal in de deuropening te wachten op klanten. Waarschijnlijk was het ze verboden het busstation te betreden, want ze bleven netjes buiten staan wachten. Ze hoefden niet al te lang te wachten, want de ene na de andere bus arriveerde op dit vroege tijdstip.

Om exact 05.30 uur vertrok de luxe bus naar Chimbote. Beenruimte was er in overvloed en de stoel kon helemaal horizontaal gezet worden. Twee uur later arriveerden we op het centrale busstation van Chimbote en kochten we snel kaartjes voor de bus van 08.30 uur naar Caraz. Die bus was stokoud en de weg naar Caraz was slecht. Het landschap was echter schitterend en maakte heel veel goed. De weg leek wel over de gehele lengte ‘under construction’ en was vrijwel geheel (op de laatste 40 kilometer na) onverhard.

Het duurde een uur voordat we de bebouwde kom van Chimbote achter ons lieten en door een vallei reden. Tot aan Caraz volgden we een rivier. Het dal en de omgeving was overwegend kurkdroog, met vele cactussen. Maar soms was er ook ineens een groene vallei, waar boeren de akkers bewerkten.

Rond 12.00 uur was er een lunchstop en we kochten wat fruit bij de fruitstalletjes. Stevige lunch, nietwaar? Na de lunch werd de omgeving alleen maar mooier en passeerden we enkele tunnels. Na de laatste tunnel verscheen er asfalt op de weg en toen was het nog maar 40 kilometer naar Caraz.

Rond 16.00 uur reden we Caraz binnen en vroegen we ons even af of we er wel juist aandeden om in zo n klein stadje te verblijven. We stapten echter gewoon uit en liepen naar Hostal Chavez. Een eenvoudige, doch ruime kamer met eigen douche en toilet en met warme douche kostte 30 Soles per nacht ($ 10,-).

We dronken een biertje op een één meter breed balkonnetje boven de heladeria aan de Plaza de Armas (het centrale plein). We hadden mooi zicht op alles wat er op dit kleine pleintje gebeurde. Na Trujillo is ieder plein overigens klein te noemen. We aten een goede pizza bij café / restaurant De Rat, dat ook aan de Plaza de Armas is gevestigd.

Donderdag 12 augustus 2004

We hebben fantastisch geslapen en vanochtend in het hostal ontbeten. Om 09.00 uur namen we samen met Patrick en Rita, een Belgisch stel van begin 50, die ook dezelfde bus vanuit Chimote hadden genomen, een minibusje naar een uitzichtpunt in de Cordillera Negra. Iemand van het hostal had ons erop geattendeerd een bepaalde bus te nemen naar een bepaald punt, vanwaar we een schitterend uitzicht zouden hebben op de Cordillera Blanca. We werden door iemand van het hostal naar de minibus gebracht. Erg vriendelijk!

Gedurende twee uur zaten we opgepropt in een busje dat niet op de lange benen van de toeristen was berekend. Gelukkig was de achterbank vrij, zodat Remco op de achterbank ging zitten en wat meer beenruimte had. De bus klom en klom naar grotere hoogte over de onverharde en zeer stoffige weg. In de bus was het net zo stoffig als buiten de bus.

Na twee uur werden we in de middle of nowhere afgezet. De eigenaar van het hostal had wel het een en ander uitgelegd over de situatie waar we zouden worden gedropt en na wat zoekwerk vonden we het juiste wandelpad. Op de weg naar boven hadden we steeds meer kunnen genieten van de Cordillera Blanca. Na iedere bocht werd weer meer zichtbaar. We wisten waar de bergen waren en we wisten dus welke kant we moesten oplopen toen we werden afgezet. We liepen een heuveltje op (hijg, hijg, hijg en om de 50 meter even rusten; we zaten namelijk op ruim 4.000 meter hoogte!) en we werden beloond met een schitterend 180 graden zicht op de Cordillera Blanca.

We hadden 3 uur om van het uitzicht te genieten. Hier stonden ook de speciale Ruya Raimondii-planten; een bromelia-achtige die wel tot 10 meter hoog kan worden en eens in de 100 jaar bloeit. Het was zonnig en we hadden een stralend blauwe hemel. De wind was echter nogal koud, zodat we onze fleecetruien maar aanhielden.

Om 14.00 uur stopte een busje op het door de eigenaar van het hostal aangegeven kruispunt. De bus was vol, maar er konden nog wel vier toeristen mee. Er stonden zelfs een groot aantal kratten met levende kippen en 1 schaap op het dak. We namen plaats boven op de motor of op de zakken met bonen die in het gangpad lagen. Eén van ons vieren moest de hele weg staan, omdat er geen zotplaats meer was. De chauffeur stopte een stukje verder voor nog eens vier volwassenen, een kind en een schaap. Het schaap moest ook op het dak en de mensen wurmden zich in de bus.

De twee uur terug naar Caraz waren behoorlijk stoffig en eenmaal terug in Caraz liepen we direct naar het hostal om even te douchen.

Na het douchen dronken we weer wat op het één meter brede balkon boven de heladeria. Daar zat ook de eigenaar van het hostal en op de vraag of hij ervaringen had met Restaurant La Esmeralda, bood hij aan om ons erheen te brengen. Het restaurant zou een binnenhuisarchitect moeten inhuren om er iets gezelligs van te maken, maar het oude omaatje dat de zaak lijkt te runnen was zowel zeer vriendelijke bediening als een fantastische kokkin!

Vrijdag 13 augustus 2004

Vrijdag de 13e. Dat wordt wat hier in Peru!

Om 07.00 uur ontbeten we in het hostal en om 07.45 uur kwam de bestelde taxi voorrijden. Samen met Patrick en Rita zouden we naar de Laguna Paron gaan. Via het hostal hadden we een taxi geregeld voor S/ 70. Voor dat bedrag zou de taxichauffeur ons naar de Laguna Paron brengen, daar wachten en ons weer terugbrengen. De anderhalf uur durende rit naar het 45 kilometer verderop gelegen meer ging door een schitterende omgeving. We passeerden kleine dorpjes met mooie huisjes gebouwd uit adobeblokken (klei) waarop mooie rode dakpannetjes lagen.

Tot op grote hoogte werd tegen de hellingen gewassen gekweekt. Dat leverde een lappendeken aan kleuren op. Erg leuk! Zeker tegen de besneeuwde toppen van de bergen op de achtergrond. Rondom de huisjes scharrelde het vee. Met name koeien, varkens en schapen. Soms sloeg een hond aan en rende er één hard en fel blaffend achter de auto aan.

Het laatste stuk tot aan het meer reden we langs een woest kolkende rivier. Rechts en links van ons verrezen loodrechte wanden van de bergen.

Na anderhalf uur stofhappen in de taxi kwamen we aan bij het meer, waar we besloten een stuk te gaan lopen. In totaal liepen we ruim twee-en-een-half uur, maar we bereikten net niet het zandstrand aan de andere kant van het meer. De ligging van het meer, te midden van de besneeuwde bergtoppen was schitterend. Toppen van ruim 6.000 meter hoog!. Vanaf de laguna leken ze niet eens meer zo erg hoog. Dat komt omdat de laguna, namelijk al op 4.200 meter hoogte ligt.

We reden met de taxi dezelfde weg terug naar Caraz, waar we een broodje aten en waar we contante dollars tegen Nuevo Soles wisselden bij de bank. Daarna dronken we een biertje samen met Patrick en Rita (raad eens waar?) en werkten we ons dagboek op het internet bij.

Zaterdag 14 augustus 2004

We konden vanochtend iets langer blijven liggen en pas om 7.30 uur ontbeten we in het hotel. Samen met Patrick en Rita namen we een combi naar Yungay. We wilden vandaag een bezoek brengen naar 2 meren in de bergen. Ook hier moest het uitzicht schitterend zijn.

In Yungay namen we een taxi voor 40 soles naar de mirador (een uitkijkpunt) dat op ongeveer 15 kilometer boven de Lagunas llangaruco ligt. De taxichauffeur had nogal haast. Hij reed stevig door over de onverharde weg. De weg was overigens vandaag wel een stuk beter dan die van gisteren en het was in de taxi ook veel minder stoffig

Halverwege de rit was de ingang tot het nationale park, waar we 5 sol per persoon entree moesten betalen. De tickets werden bij het passeren van de slagboom echter niet gecontroleerd!

We reden verder tot aan de laguna, waar een kleine discussie met de taxichauffeur ontstond. Hij wilde ons hier afzetten, terwijl wij hadden afgesproken om naar de mirador, zo’n 15 kilometer verderop te gaan. Na een kwartier reed hij toch maar door. Hij had weinig andere keus, want we hadden gedreigd Veel minder dan de 40 soles te betalen als hij niet verder zou rijden. Afspraak is afspraak.

Vanaf de laguna was het nog een half uurtje verder tot de mirador. Vanaf hier hadden we een schitterend zicht op de besneeuwde bergtoppen en de gletsjers.

We hadden ons voorgenomen om terug te lopen naar de laguna’s (2 meren in verschillende kleuren). De route die we liepen ging grotendeels over de onverharde weg. Drie keer konden we een enorme haarspeldbocht afsnijden via wandelpaadjes. We waren getuigen van een behoorlijke lawine op de Huascarán. Met een enorm lawaai donderde sneeuw naar beneden. Het veroorzaakte een verse witte vlek op de gletsjer.

Tegen 14.30 uur waren we bij de laguna’s en we namen het eerste de beste minibusje terug naar Yungay. Even voor het plaatsje stapten we uit en liepen we naar de herdenkingsplaats in het oude Yungay. Op deze plek is op zondag 31 mei 1970 om 14.20 uur een zware aardbeving van 7.7 op de schaal van Richter geweest. Deze aardbeving veroorzaakte een lawine van modder, sneeuw, ijs en enorme rotsblokken die binnen 4 minuten het volledige dorp wegvaagde en dit had ruim 21.000 doden ten gevolge. We liepen dus over een massagraf en het geheel was behoorlijk onwezenlijk. Een klein stuk van de oude kerk stond er nog, evenals 4 palmbomen die gespaard gebleven waren doordat de kerk de klappen had opgevangen.

Eén overlevende (een oud mannetje) legde de situatie aan ons uit. Hij gaf aan waar het Plaza de Armas was, waar het politiebureau was geweest etc. Hij had foto’s van voor de ramp en van net na de ramp. Het was erg indrukwekkend. Het tegenstrijdige was dat de locatie van het voormalige stadje werkelijk schitterend is. Nu herinneren alleen de vele graven en enorme rotsblokken aan de ramp van 34 jaar geleden.

We namen een minibusje terug naar Caraz. De chauffeur van het minibusje (net als alle andere chauffeurs) wachtte geruime tijd totdat het geheel vol zit. Dit is echter geheel overbodig, want onderweg worden zoveel mensen opgepikt dat het busje sowieso vol zou komen te zitten. De bestuurder had er een behoorlijke geluidsinstallatie ingebouwd en we dreunden lekker over de weg.

Samen met Patrick en Rita dronken we nog iets voordat zij een minibusje zouden nemen naar Huaraz. Hun rugzakken stonden bij ons op de kamer en we liepen mee naar het hostal. Nadat we (voorlopig) afscheid hadden genomen, douchten we en spoelden we de kilo’s stof van het lichaam. Daarna gingen we snel eten in hetzelfde restaurantje (Jeny) als gisteren. We hadden enorm veel trek, doordat we alleen maar hadden ontbeten en wat fruit hadden gegeten vandaag. En dat met de intensieve wandeling maakte dat we lekker zaten te peuzelen.

Zondag 15 augustus 2004

We hadden nogal onrustig geslapen. Vele malen vannacht ging de deurbel en kwamen mensen met veel lawaai het hotel binnen. Vandaag zijn we van plan om naar Huaraz door te reizen. Huaraz ligt op ongeveer 1,5 uur van Caraz. Na het ontbijt rekenden we de kamer af in dollars, want de voorraad Nuevo Soles was nauwelijks toereikend om de rest van de dag te overbruggen. In Caraz was er namelijk geen pinautomaat die onze pinpas accepteerde. De koers was echter uitstekend, dus dat was goed. Wel moesten we even ingrijpen toen de vriendelijke receptionist één nacht en twee ontbijtjes te veel wilde afrekenen.

Daarna liepen we naar de Plaza de Armas waar we verwachtten dat daar de minibusjes naar Huaraz zouden vertrekken. Nadat we 10 minuten hadden gewacht zonder dat er een minibusje passeerde vroegen we twee passerende heren waar we de minibusjes konden vinden. Ze waren heel behulpzaam en liepen met ons mee om ons te wijzen waar de minibusjes zouden vertrekken.

Bij de markt stonden meerdere busjes klaar om te vertrekken. We werden tezamen met onze bagage in één van de minibusjes gepropt. Anderhalf uur in een overvolle minibus met nauwelijks beenruimte was met name voor Remco’s knie niet zo’n pretje, maar eenmaal uit de minibus was alles weer óke.

We staken de rivier over en liepen naar het hostal Hatun Watsi (Jr. Daniel Vallaizan 268) dat een aantal toeristen ons hadden aanbevolen. Het is een vrij nieuw hostal en het zag er keurig uit.

We kregen een kamer met badkamer (met een heerlijke warme douche) met uitzicht op de Huascarón. Op het dakterras troffen we tot onze verrassing Patrick en Rita. Zij waren gisteravond doorgereisd naar Huaraz en we hadden hen ook de tip doorgegeven over dit hostal.

Op het dakterras was ook gelegenheid om kleding te wassen en te drogen te hangen in de zon. We wasten een berg kleding, met name sokken en de fleece truien. Daarna liepen we de rivier over naar het centrum, op zoek naar een telefoonwinkel. We belden met Fred om hem met z’n verjaardag te feliciteren en met de ouders van Remco. Fred was erg blij met de hangmat die we voor hem hadden gekocht.

We aten wat op een klein pleintje met een fonteintje en echte terrasjes. Dat hadden we nog niet gezien in Zuid-Amerika. Voor de 4e achtereenvolgende dag is het prachtig weer; onbewolkt en ongeveer 25 graden. En dat op 3100 meter hoogte! We slenterden de rest van de dag een beetje door het plaatsje en informeerden naar kaartjes en vertrektijden voor de busrit naar Lima. ’s avonds hebben we gezellig met Rita en Patrick geborreld en gekaart op het dakterras van het hotel. Het was vandaag een feestdag en de hele dag heeft een blaasorkest gespeeld met weinig variatie in de muziek in een feestzaal direct naast ons hotel. Gelukkig stopte de muziek om half elf zodat we toch nog een rustige nacht hadden    

Maandag 16 augustus 2004

Vanochtend werden we pas om 9.00 uur wakker. We liepen naar het centrum en ontbeten bij Casa de Guias. We moesten enkele keren de weg vragen, want het plattegrondje in de Lonely Planet was niet duidelijk genoeg. De koffie was goed en de muesli met yoghurt zeer smaakvol. Het was eigenlijk meer yoghurt met een hoop vers fruit dan muesli, want dat was nauwelijks terug te vinden.

Na het ontbijt kochten we tickets voor de bus van morgenochtend naar Lima bij het busbedrijf Cavassa. Het was opvallend dat men ook hier zich nauwelijks bekommerde om de klant. Terwijl wij stonden te wachten werd de conversatie tussen de twee meiden achter de balie vrolijk voortgezet en wij werden volledig genegeerd totdat het gesprek beëindigd was. De twee kaartjes kostten bij elkaar 40 soles (€ 10,-) en de busrit zou acht uur gaan duren.

Nadat we kaartjes hadden gekocht, liepen we naar Alberque Churrup. Dit is een hostal waar we boeken zouden kunnen ruilen. We ruilden 4 boeken voor 2 nieuwe (de gebruikelijke deal). Eén Engelstalige Harry Potter en één Nederlandstalige thriller. Gaat het er toch van komen dat we Harry Potter gaan lezen.

We bezochten het Museo Arquelogico de Anash, dat aan de Plaza de Armas is gevestigd. In het museum waren drie dingen die onze meeste aandacht trokken, namelijk; enkele oude foto’s van Huaraz van na de aluviones (allesverwoestende modderlawines) van 1943, 1948, 1963 en 1970. Op de foto’s was duidelijk te zien dat steeds hetzelfde deel van de stad, namelijk het deel rondom de rivier, verwoest werd. Wij telden het aantal straten vanaf de rivier naar de straat waar ons hostal zat en we wisten dat we rustig zouden kunnen slapen. Ons hotel lag buiten de gevarenzone.

Het tweede interessante waren de monolieten in de tuin. Monolieten zijn stenen met menselijke of dierlijke figuren erin uitgehakt. De stenen leken een beetje op de beelden van Paaseiland.

Het derde wat de aandacht trok waren de mummies en de vervormde schedels. Een beetje onsmakelijk, maar wel interessant. Na het bezoek aan het museum slenterden we een beetje over de markt.

Op het internet checkten we tijden en prijzen van vluchten vanuit Lima naar Arequipa. Omdat we redelijk negatieve verhalen over Aero Continente hadden gehoord (veelvuldige annuleringen, tijdelijk verdwenen bagage en onrusten binnen de organisatie) hadden we besloten om met Lan Peru te gaan vliegen. Dit is een dochter van Lan Chili en zal (derhalve) wel wat betrouwbaarder zijn.

Op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken lazen we ook over de problemen van Aero Continente, dat blijkbaar een doorstart heeft gemaakt en nu onder de naam

Nuevo Continente vliegt. Ook checkten we enkele reisbureaus voor vliegtickets. Geen enkel reisbureau had een computer en alle informatie zat in het hoofd van degene achter het bureau. Het kwam niet erg betrouwbaar op ons over en de tickets via de reisbureautjes waren duurder dan rechtstreeks via de luchtvaartmaatschappij in Lima. We besloten met de aanschaf maar te wachten tot we in Lima zouden zijn.

’s Avonds aten we bij een ‘Chifa’, een chinees restaurant. De Chinese kok stond in de keuken die bij de ingang van het restaurant was. Met één wok en één pollepel bereidde hij alle (verschillende) gerechten. Leuk om te zien. Het eten was goed en goedkoop (13 soles met z’n tweeën, dat is € 4,-). Na het eten liepen we blauwbekkend terug naar het hostal. We hadden geen fleecetruien bij ons (we waren in de loop van de dag niet meer teruggegaan naar het hostal om de fleecetruien op te halen) en het was behoorlijk kil.

In het hostal dronken we een glaasje wijn samen met Patrick en Rita. We moesten onze laatste avond met z’n vieren toch wel op gepaste manier afsluiten.

Dinsdag 17 augustus 2004          

Lima

We ontbeten in het hostal. Het ontbijt was standaard, maar oké. Daarna pakten we de rugzakken en liepen we naar beneden, waar we Patrick en Rita nog gedag zeiden. Ze waren bereid om enkele souvenirs en boeken voor ons mee te nemen terug naar België en ze van daaruit te versturen naar Nederland.

Een taxi werd voor ons geregeld door de dochters van de hostaleigenaresse. Om 09.00 uur waren we bij Cavassa en de mooie bus naar Lima vertrok 40 minuten later. Het duurde zo’n 40 minuten voordat we Huaraz uit waren. Overal werden mensen opgepikt en dat zou de hele rit zo doorgaan. Dit tot ergernis van enkele passagiers, die voor een directe busservice hadden betaald. De eerste 3 uur na Huaraz waren schitterend. We zaten aan de linkerkant van de bus en bovenin, het was een dubbeldekker, en we hadden prachtig zicht op de Cordillera Blanca.

We reden door een heuvelachtig landschap met in de verte, op zo’n 10 kilometer de Coridillera Blanca. Na een uur of drie begon de daling. Langzaam aan werd de omgeving minder mooi. Steeds meer leek het of we door een steengroeve reden. We stopten onderweg nog 45 minuten voor de lunch, maar wij hielden het op een paar mandarijntjes.

Na de lunch reden we verder en kwamen we bij de Pan American Highway. Het was inmiddels 14.45 uur toen we halverwege waren. Het deel over de Pan American Highway ging weliswaar sneller, maar nog altijd schoot het niet op. De chauffeur stopte veelvuldig en dat kostte veel tijd. Langs de kust was het weer geheel bewolkt en mistig en het landschap was weinig bijzonder. Pas even voor Lima werd de weg weer wat spectaculairder. We reden halverwege hoge zandduinen. 100 meter onder ons was de zee en 50 meter boven ons eindigde de zandduinen.

We naderden Lima. Grote buitenwijken met sloppen. Over het algemeen laat Lima zich kenmerken door laagbouw. Pas in het centrum verrezen torenflats van bedrijven. Het verkeer was erg druk en chaotisch. Als er één ding is dat men in Zuid America niet heeft dan is dat wel verkeersinzicht én de wil om enigszins rekening te houden met elkaar. Alle chauffeurs doen maar wat. Auto’s schieten de weg op als het echt niet kan, richtingaanwijzers gebruiken is alleen voor de echte domme en voorsorteren, is ook geen algemeen bekend begrip. Vanaf de rechterrijstrook links afslaan kan toch ook. En vooral gas bijgeven als je voetgangers over een zebra ziet oversteken. Kortom Peruanen zijn nogal onsympathiek in het verkeer.

We kwamen uiteindelijk rond 18.30 uur aan op het busstation van Cavassa in Liman. De busstations zijn ook wat vreemd. Veelal bestaan ze uit niet veel meer dan een parkeerplaats achter een groot metalen hek in een nauwe straat. Het is altijd een gemanouvreer om de grote bussen in te parkeren op deze parkeerplaatsen. Ze moeten vaak achteruit insteken, waardoor ze drukke wegen voor langere tijd blokkeren.

Hoewel de Lonely Planet ons had gewaarschuwd voor onveiligheid op busstations in Lima, ging het ons goed af. We bonden snel de rugzakken op en liepen naar de weg, waar we een taxi aanhielden die ons voor 9 soles naar de wijk Barranco bracht.

We hadden gereserveerd bij ‘The Point Lodge’ in Barranca. Het was eigenlijk niet helemaal wat hadden verwacht. Het is een beetje een jeugdherbergachtig hostalletje met veel slaapzaaltjes en gedeelde badkamers, waar iedereen z’n rotzooi, zoals tandenborstels, badzeep, shampoo e.d. achterliet. Er was een pingpongtafel, een pool tafel, een tv-ruimte, een bar etc. Wij waren duidelijk de oudsten, het merendeel van de gasten was van begin 20, die tot in de kleine uurtjes veel lawaai maakten. We hadden gelukkig één van de weinige tweepersoonskamers én onze oordopjes.

Woensdag 18 augustus 2004

We werden pas om 9.00 uur wakker en er was nu weinig lawaai in het hostal. Eigenlijk geen lawaai. Iedereen lag waarschijnlijk nog z’n roes uit te slapen. Ook weinig lawaai buiten het hostal. We hoorden voornamelijk vogels.

We namen een taxi naar het kantoor van Lan Peru – Lan Chili in Miraflores, een buitenwijk van Lima. Daar wachtten we geruime tijd voordat we aan de beurt waren. Een vriendelijk meisje bekeek de mogelijkheden van vluchten naar Arequipa. We boekten uiteindelijk een vlucht op vrijdag 20 augustus om 18.25 voor US$ 69,- dollar per persoon. Daarnaast kochten we een vlucht van Arequipa naar Cusco op woensdag 25 augustus om 13.20 uur voor US$ 44,-.

Uiteindelijk ontbeten we pas om 11.30 uur en na het ontbijt namen we een taxi naar het Museo del Oro – het goudmuseum. De toegangsprijs tot dit private museum was stevig: US$ 9,- per persoon. Het museum bestaat uit 2 verdiepingen. In de kelder bevond zich een grote kluis met daarin zeer veel gouden objecten uit de oude beschavingen. Mooi om te zien, maar zeer weinig tekst en uitleg erbij. Ook waren er zalen met keramiek, mummies en textiel.

Op de begane grond is een wapenmuseum gevestigd met een ongelofelijke hoeveelheid antieke moordwapens. De collectie was indrukwekkend, maar we weigeren om deze moordwapens mooi te noemen.      

Naast geweren en zwaarden heeft het museum ook een grote verzameling zadels, stijgbeugels, sporen etc. Dit deel van het museum interesseerde ons niet echt.

We liepen vanaf het museum even in de richting van het centrum om te pinnen. We moeten regelmatig pinnen omdat we per keer maar 500 soles op kunnen nemen. Dat is ongeveer 120 euro.

Na weer ‘rijk’ te zijn namen we een wegpiraat… eh…taxi naar het Museo Nacional. Dit museum is gevestigd in hét lelijkste gebouw van Lima. En er zijn heel, heel veel gebouwen die om die eer strijden in Lima, maar het museum wint. In het museum wederom veel dingen uit de oudheid, waaronder veel keramiek. Interessant, maar twee musea op één dag bleek een overkill aan keramieke potjes en pannetjes te zijn. Er waren veel maquettes te zien van bijzondere sites in Peru, waaronder die van Machu Pichhu. Dit was leuk om te zien. Na het bezoek aan het museum namen we een taxi terug naar Barranca, waar we een goede biefstuk aten bij restaurant Roky aan de Avenida da Grau.

Donderdag 19 augustus 2004

Een taxichauffeur bracht ons naar de Plaza de Armas, nadat we bij een bakkertje hadden ontbeten. De taxichauffeur reed erg relaxed. Een bijzonderheid. Op de Plaza de Armas stapten we uit. Het is een mooi plein met mooie gebouwen erom heen. Via een autovrije winkelstraat liepen we in zuidelijke richting. Down town Lima was niet echt bijzonder of bruizend te noemen. Naast een handje vol mooie gebouwen staat er een zeer groot aantal zeer lelijke gebouwen. Alles is grauw en het grauwe weer maakte de situatie er niet veel beter op.

We liepen langs Plaza Grau en langs Parque de la Exposition waar we met moeite de ingang van konden vinden. Toen we het halve park al door de gesloten hekken hadden gezien, vonden we de ingang. We besloten om niet meer het hele park door te lopen. Er was niet veel bijzonders te zien. Het park bestond voornamelijk uit grasvelden en veel beton, bomen waren er nauwelijks.

Op de Avenida Arequipa namen we een minibusje naar Miraflores. Een man op de hoek van de straat heette ons welkom in Peru en wees ons welk minibusje we moesten nemen. Een kwartiertje later waren we in Miraflores. Het rijgedrag van de chauffeurs blijft verbazingwekkend. Er worden vermoedelijk heel wat remschijven en koppelingsplaten versleten. In Miraflores doolden we wat rond. We zochten naar een bioscoop en toen we die eindelijk hadden gevonden, bleken er geen bijzondere films te draaien. Er draaien in de bioscopen vaak Engelstalige films met Spaans ondertiteling, maar deze avond helaas niet.

Bij een toeristenbureau informeerden we naar treintickets van Cusco naar Aqua Calientes bij Machu Picchu. Losse tickets bleken niet verkocht te mogen worden. Alleen dure tours. Ze waren wel zo eerlijk om te zeggen dat de tickets in Cusco het goedkoopst waren, maar dat die nog altijd zo’n US$ 95 dollar een retourtje kosten. We zullen wel zien.

We dronken een biertje in Pizzastreet en aten bij Si Señor, een Mexicaans restaurant in Miraflores. Het smaakte ons prima. Daarna namen we een taxi terug naar het hostal.

Vrijdag 20 augustus 2004           

Arequipa

We hadden alle tijd vandaag. We ontbeten in het hostal, nadat we bij het afrekenen van de kamer te horen hadden gekregen dat het ontbijt inclusief was. We namen een kommetje muesli met yoghurt. Later op de dag kregen we echter te horen dat een kommetje muesli niet inclusief was en dat we moesten acht soles voor het moesten ontbijt betalen. In eerste instantie niet eens melden dat het ontbijt inclusief is en achteraf zeuren als we ontbijt blijken te nemen dat niet inclusief is. Behoorlijk onbetrouwbaar hostal!.

We liepen naar het Museo Pedro de Osama, dat in een schitterend koloniaal huis is gevestigd. In het hoofdgebouw hingen allemaal religieuze schilderijen, waar onze interesse niet naar uitging en we focusten ons met name op het interieur en de schitterende plafonds. In de tuin van het huis was een bijgebouwtje, waar een tijdelijke tentoonstelling was van wat mooiere schilderijen.

Na het bezoek aan het museum gingen we internetten om de website weer bij te werken en om eens een aantal persoonlijke mailtjes te sturen.     

We aten een almuerzo voordat we terug gingen naar het hostal om de rugzakken op te halen en te worden geconfronteerd met het ontbijtakkefietje. Op straat hielden we een taxi aan om ons naar de luchthaven te brengen. Met 20 soles was het aanhouden van een taxi op straat 10 soles goedkoper dan wanneer een taxi door het hostal zou zijn gebeld.

Op de luchthaven werden we ingecheckt door een zeer vriendelijke grondstewardess en daarna betaalden we $ 5,- per persoon luchthavenbelasting voor een binnenlandse vlucht. Met name voor Peruanen moet dit een stevig bedrag zijn, als je bedenkt dat het minimumloon $ 5,- per dag bedraagt.

We moesten nog ruim twee uur wachten voor onze vlucht naar Arequipa en de tijd doodden we door te lezen in het ‘Explore Cuzco’ boek dat we in Lima hadden gekocht. Dit boek is een zeer goede handleiding voor Cuzco en de bezienswaardigheden in de omgeving (inclusief Machu Picchu).

De vlucht naar Arequipa vertrok keurig op tijd en was erg gezellig. Tijdens de vlucht werden candid camera-filmpjes vertoond en dit leidde tot een hoop gelach in het vliegtuig.

Om 20.00 uur landden we in Arequipa en terwijl we op de bagage stonden te wachten zagen we een gehele geluidsinstallatie van een popgroep langskomen. De popgroep stond naast ons te wachten, maar we herkenden ze niet.

We namen een taxi naar een hostal dat we uit de Rough Guide hadden gehaald, maar dat hostal bleek niet bijzonder. We liepen door naar een ander hostal dat vol zat, maar we kregen daar wel een tip voor een ander hostal. Er werd zelfs voor ons gebeld naar het andere hostal om te kijken of er plaats was. We liepen twee blokken verder en kwamen bij ‘Bed en Breakfast Los Andes’ dat een half blok van de Plaza de Armas in Calle La Merced ligt. Het bleek een zeer goede tip. Het hostal was spik splinternieuw en de ruime kamer met een mooie badkamer kostte een schappelijke $ 13 per nacht per kamer (inclusief ontbijt).

Zaterdag 21 augustus 2004

Rond 8.30 uur stonden we op en ontbeten we in het hostal. Het hostal heeft een aardige woonkamer met televisie en video en een nette ontbijtruimte. Er bestaat de mogelijkheid om de keuken te gebruiken om zelf iets klaar te maken.

We brachten een bezoek aan ‘Juanita’ . Dit is een mummie van een meisje dat 500 jaar bevroren op de top van de Ampatovulkaan heeft gelegen en pas in 1995 is ontdekt. Als gevolg van een uitbarsting van die vulkaan, smolt het ijs op de top van de vulkaan en legde de vulkaan zodoende de mummie bloot. ‘Juanita’ werd ruim 500 jaar geleden tijdens een ritueel door Inca medicijnmannen en priesters aan de Ampatovulkaan geofferd. Doordat ze direct na haar dood op een natuurlijke manier is ‘ingevroren’, is ze zeer goed bewaard gebleven. Maar ze is echt geen schoonheid!

In het museum kregen we een rondleiding dood een gids. De rondleiding begon met een 20 minuten durende video van National Geographics over de vondst van drie mummies op de Ampatovulkaan, waaronder dus ‘Juanita’. Tijdens de video werd ook het offerritueel nagebootst. Natuurlijk is veel gebaseerd op van wat men denkt dat is gebeurd, want de Inca’s hadden geen schrift en alle geschiedenis is mondeling aan elkaar doorgegeven. De nadruk van de reconstructie lag echter op de barre tocht naar de top van de vulkaan, die de Inca’s ruim 500 jaar geleden onder primitieve omstandigheden (zo liep men onder andere op sandalen) heeft ondernomen. De top van de vulkaan ligt op 6.380 meter boven zeeniveau.

In het museum zagen we archeologische vondsten die om en nabij de graven zijn gevonden, zoals sandalen, kledingstukken, keramiek etc. Uiteindelijk kwamen we bij ‘Juanita’ die in een glazen vrieskist lag. Min 20 graden celsius!

’s Middags bezochten we het Monestario de Santa Catalina. Dit is een eeuwenoud nonnenkloosten. Ooit woonden hier meer dan 200 nonnen; tegenwoordig nog 25. Het klooster is een hele stad in een stad. De toegang bedroeg 25 soles per persoon en eenmaal binnen konden we (tegen een fooi naderhand) gebruik maken van een gids. Dat was geen onverstandig idee, want met een gids kwamen we achter een hoop dingen die we anders niet hadden gezien of de nut van dingen niet hadden begrepen. Zo zagen we een kamer waar de nonnen met familieleden van buiten het klooster

konden praten. Dit was een ruimte met een soort van biechtstoel. De familieleden konden de nonnen niet zien en er was altijd een toehoorder aanwezig. Weinig privacy dus.

In een andere kamer zagen we hoe goederen uit de stad en goederen uit het klooster werden uitgeruild, namelijk via een, in de muur, ronddraaiend plateau. Verder zagen we de verblijven van de nonnen (ieder had een eigen ‘huisje’ met een keukentje), de gezamenlijke keuken, de kerk, de wasplaats etc.

Inmiddels was het al ver in de middag en bij de supermarkt op de Plaza del Armas kochten we macaroni en veel groente (paprika, ui, etc. ) om eens een stevige maaltijd in het hostal te koken. Tevens kochten we yoghurt en muesli om morgenochtend zelf een ontbijtje te kunnen maken. Toen we aan het koken waren op een elektrisch kookplaatje, viel de elektriciteit uit. Uiteindelijk hebben we toch nog verder kunnen koken. Het was lekker om weer eens paprika te eten. Je krijgt namelijk weinig groeten bij de maaltijden in Zuid-Amerika. De warme maaltijden bestaan voornamelijk uit soep en vlees (veel kip) met rijst. Op de markt zie je overigens wel veel groente, maar hiervan tref je weinig aan op je bord. We kopen veel fruit zodat we nog wat vitamientjes binnen krijgen.

Zondag 22 augustus 2004

Om 06.30 uur stonden we op en om 07.00 ontbeten we met een heerlijke, zelfgemaakte fruitmuesli. Om 07.45 uur stonden we voor het kantoor van Colonial Tours. Gistermiddag hadden we bij hen een 2-daagse toer naar de Colca Canyon geboekt. Grappig was dat we gisterochtend al bij Colonial Tours hadden geïnformeerd en dat de tour toen $ 23 per persoon kostte en gisteren in de namiddag kostte de toer nog maar $ 21 per persoon. Om 07.50 uur kwam de minibus voorrijden en er zaten al vier mensen in. Er moesten nog 4 andere mensen worden opgehaald. Nadat de minibus vol was werden we in 4 uur tijd naar Chivay gebracht. Onderweg kochten we nog wat water en Coca snoepjes.

Na een uur reden we door een Vicuñareservaat en we zagen enkele groepjes vicuña’s (soort lama’s). We stopten even voor een foto en reden daarna weer verder. Het eerste stuk van de route ging over een geasfalteerde weg, maar het tweede deel was onverhard. Op het hoogste punt, op 4.800 meter hoogte stopten we. Helaas was het zwaar bewolkt en daardoor was het uitzicht niet zo mooi. Een hoop van de bergtoppen ging schuil in de wolken.

In Chivay lunchten we met de hele groep die uit 10 toeristen bestond. De lunch was oké. We aten een Alpaca filet (een soort Lama) en na de lunch reden we naar een dorpje in de omgeving voor een anderhalve uur durende wandeling in een gebied waar ook veel pre-inca terrassen te zien waren. De lokale bevolking maakt nu nog gebruik van deze terrassen om gewassen te verbouwen. De terrassen worden op ingenieuze manier geïrrigeerd met water uit de bergen. Vele aquaducten zorgen ervoor dat ieder terras voorzien wordt van water.

Aan het einde van de middag werden we naar de hot springs gebracht, maar we maakten hier geen gebruik van. We liepen in een half uur terug naar Chivay, waar we wat in een cafeetje dronken.

Het was inmiddels behoorlijk koud geworden en we waren blij dat we onze slaapzakken hadden meegenomen. We sliepen namelijk in een eenvoudig hostal zonder verwarming. Daarvoor zouden we een beter hotel hebben moeten boeken dat 30 tot 50 dollar duurder was. We waren inmiddels al wel wat gewend, want in Tibet en Nepal hebben we ook nooit een verwarmde kamer gehad.

’s Avonds aten we met de hele groep. Nadeel van zo’n toer is dat je altijd naar restaurants wordt gebracht die redelijk toeristisch zijn. Er was ‘live’ muziek met het gebruikelijke groepje panfluiters. Het diner was in tegenstelling tot de lunch van behoorlijk mindere kwaliteit. Na het eten snel naar de enige warme plaats in het dorpje… de slaapzak.

Maandag 23 augustus 2004

5.30 uur ‘wake up call’ en om 6.00 uur ontbijt. We hebben goed geslapen en hadden het lekker warm gehad in ons donzen slaapzakje. We ontbeten en gingen daarna op weg naar de Condors. Om 8.00 uur kwamen we aan op het uitzichtpunt, een rotspunt boven de kloof. We zagen recht onder ons de rivier, die 3.400 meter lager lag. Er stond al een behoorlijk aantal toeristen te wachten. We hadden tot 9.30 uur de tijd om naar de condors te kijken. Het werd anderhalf uur blauwbekken en pas om even voor 9.30 uur lieten de condors zich zien. Eerst één (wauw!) en daarna nog een aantal tot een stuk of 7. Ze gleden voort op de turbulentie die rond deze kloof aanwezig is. De condors kunnen een spanwijdte tot 3 meter bereiken en behoren daarmee tot één van de grootste vogelsoorten ter de wereld.

Het was of er een kooi met condors voor ons was opengezet. Gekscherend werd al de suggestie geopperd dat het radiografisch bestuurbare condors waren. Even snel als ze kwamen, waren ze ook weer verdwenen.

Om 9.30 uur werd ongeveer 10.10 uur (tja, we deden een toer en dat betekent goed op de tijd letten), maar goed….. we hadden gezien waarvoor we waren gekomen. Iedereen was erg enthousiast, omdat we eigenlijk niet meer hadden verwacht dat de condors zich zouden vertonen. Met het minibusje reden we terug naar Chivay, waar we om 11.30 uur bij een restaurantje voor de lunch werden gedropt. Het grootste deel van de groep ging echter nog even een beetje in het plaatsje rondkijken. Wij ook. Op de markt kochten we 2 sjaals van Alpaca-wol voor 10 soles en wat fruit. Daarna aten we een hamburger (ja, echt Peruaans!) in een restaurantje op de Plaza de Armas.

Om 12.45 uur reden we terug naar Arequipa. De terugreis zou ongeveer 4 uur duren. Het weer was zwaar bewolkt en af en toe viel er een spatje regen. Op de terugweg reden we langs een jeep met toeristen die een klapband had gehad. De jeep was van de weg geschoten en gekanteld. Alle ramen aan de linkerkant lagen eruit, maar inmiddels stond de auto weer op vier wielen. Gelukkig was niemand gewond en was het ongeluk niet gebeurd op een smalle bergpas. De band werd snel verwisseld en de jeep vervolgde z’n weg, maar zonder toeristen.

Een uurtje later lag een vrachtwagen op z’n kant in de berm en in Arequipa zagen we een total losse vrachtwagen rijden. De Chauffeur kon nog nauwelijks zitten want de hele voorkant zat in elkaar.

Om 17.00 waren we terug in Arequipa en liepen we naar ons hostal Las Andes. Hier hadden we onze grote rugzakken achtergelaten. We hadden een andere kamer gereserveerd (203) dan waar we in hadden gezeten (102) omdat die bij de receptie lag en iets te gehorig was. Er was echter geen heet water, waardoor we niet even lekker konden douchen.

We aten een heerlijke sandwich in restaurant ‘Capriccio’in de Mercadero straat, een half blok van het plaza de armas.

Dinsdag 24 augustus 2004

We hebben heerlijk geslapen en ’s ochtends ons eigen ontbijt gemaakt. We deden een wasje en douchten ons met heerlijk heet water; het water in de boiler was inmiddels weer opgewarmd. Daarna herbevestigden we de vliegtickets naar Cuzco en daarna liepen we door de straatjes van Arequipa. We bezochten enkele marktjes die nogal op toeristen waren georiënteerd. Marjolijn kocht een t-shirt van Inca kola. Deze Peruaanse cola is geel van kleur, smaakt naar bubbelkauwgum en is erg populair onder de bevolking. Verder werkten we ons dagboek bij op internet en deden verder eigenlijk niet veel … oja toch wel … we hebben 7 ansichtkaarten geschreven en verstuurd. We hadden het idee om vanuit ieder land een kaart aan familie en vrienden te sturen, maar op het postkantoor lieten we die gedachte snel weer varen. De 7 postzegels kostte maar liefst 35 soles, dat is zo’n 10 dollar. Hiervoor kunnen we ongeveer 20 uur internetten. Jullie moeten het dus maar doen met 1 kaartje uit Zuid-Amerika, daarentegen zullen we jullie bestoken met e-mails!!

Woensdag 25 augustus 2004     

Cuzco

We ontbeten met onze eigen muesli en kochten na het ontbijt enkele cd’s op een toeristenmarktje. Ze hadden daar de ‘live’ cd van La Oreja de Van Gogh, een Spaanse popgroep waar we behoorlijke fans van zijn. Verder liepen we nog wat door het centrum, zonder een echt een doel te hebben.

Rond 11.00 uur rekende we de kamer in het hostal af, pakten we de rugzakken en namen een taxi naar de luchthaven. Dat was ongeveer 20 minuten rijden. We checkten in en kregen stoelen in rij 4, lekker vooraan in het vliegtuig.

We liepen weer het luchthavengebouw uit, want we wilden nog een foto maken van de ‘El Misti’ vulkaan maken. Het was schitterend weer en de vulkaan was vrij van wolken. Vervolgens liepen we weer terug en gingen naar het panoramadak boven de incheckbalies op de eerste verdieping. Daar was een terrasje en we kochten wat frisdrank. Echt druk was het niet op de luchthaven. We zagen in 2 uur tijd 2 vliegtuigen komen en gaan.

Om 12.45 uur moesten we naar de ‘gate’ want het vliegtuig zou om 13.20 uur vertrekken. Op de monitoren stond echter al 13.40 uur en eenmaal bij de gate werd dit 14.00 uur. Uiteindelijk stegen we rond 14.20 uur op. Het eerste deel van de vlucht was erg mooi, omdat het helder weer was en we mooi de besneeuwde bergtoppen en de Colca Canyon konden zien.

Het tweede deel van de 55 minuten durende vlucht was het zwaar bewolkt. Ook boven Cuzco was het zwaar bewolkt. De luchthaven van Cuzco was luxer dan die van Arequipa en via ‘slurven’ konden we het toestel verlaten. Het was direct fris. In de aankomsthal bij de bagageband probeerde iedereen zo’n beetje aandacht te trekken voor ‘hun’ hotel. We pakten de rugzakken en ontvluchtten de drukte.

Buiten het terrein van de luchthaven hielden we een taxi aan die ons naar Hostal Niños bracht. Dit hostal bleek echter volgeboekt te zijn (een Nederlands reisgezelschap had alle kamers in gebruik) en het hostal was met 24 dollar ook pittig aan de prijs. Het goede van dit hotel is dat een deel van de opbrengst wordt gebruikt voor projecten voor straatkinderen.

Na enkele hostals in de directe omgeving te hebben bekeken, kwamen we uit bij het, naast het hostal Niños gelegen, hostal Samuy Wasi, waar een eenvoudige, maar nette kamer met eigen badkamer 14 dollar kostte. Het hostal had pas een maand gelden de deuren geopend en wordt gerund door erg vriendelijke mensen.

Onze eerste actie was een taxi naar het treinstation nemen om te informeren naar treinen naar Aqua Calientes voor een bezoek aan Machu Picchu. We hadden namelijk gehoord dat de treinen snel volgeboekt zijn en je er snel bij moet zijn om binnen enkele dagen de treinreis te kunnen maken. Het station was echter gesloten en dus liepen we naar de Plaza de Armas. Het plein is heel groot en ziet er schitterend uit. Driekwart van de gebouwen om het plein hebben schitterende arcades, waar winkels en restaurants zijn gevestigd. Het overige deel wordt ingevuld door, de nooit ontbrekende kerk. In Cuzco zijn er zelfs 2 aan het plein gebouwd.

’s Avonds aten we bij het Mexicaanse restaurant Los Cuatos in de ‘Gringo Alley’. Dit restaurant wordt in de ‘Exploring Cuzco’ gids omschreven als excellent. Wij vonden het echter zwaar teleurstellend. De taco’s leken meer op loempia’s; waren van een raar soort deeg gemaakt en daarna gefrituurd. De enchilada’s waren overgoten met een vage rode koude saus. Niet lekker en zeker niet aan te bevelen.

Donderdag 26 augustus 2004

Om 7.30 uur stonden we weer voor het treinstation. Gistermiddag had een bewaker gezegd dat het station van 05.00 uur tot 09.00 uur geopend zou zijn. Hij had er niet bij gemeld dat het station tussen het vertrek van de laatste trein om 06.10 en 07.45 uur is gesloten.

Om 07.45 uur ging de deur open en als enigen betraden we het station. Eenmaal bij het loket bleek er nog voldoende plaats op de trein van 28 augustus heen en 29 augustus terug te zijn. Voor 60 dollar per persoon kochten we twee retourtjes. Het is volgens ons de duurste treinreis die we gezien de afstand hebben gemaakt en zullen maken. Het is echter de enige manier om bij de ruïnes van Machu Picchu te komen en daar slaat Perurail een slaatje uit. Alternatief is het lopen van de ‘Incatrail’, maar als je deze 4-daagse trekking wilt maken, moet je het tegenwoordig een maand van tevoren boeken.

We liepen terug naar het hostal om te ontbijten. Na het ontbijt kochten we een Boleto Turistico; een gecombineerd toegangskaartje voor de meeste bezienswaardigheden en Inca ruïnes in (en de omgeving) van Cuzco. We namen een taxi naar het busstation vanwaar een bus naar 4 ruïnes buiten Cuzco zou gaan. Het plan was om eerst naar de verst gelegen ruine te rijden, daar uit te stappen en terug te lopen naar Cuzco. Onderweg zouden we dan de andere 3 ruïnes bezoeken. In totaal zou de wandeltocht 11 kilometer lang zijn.

Echter, eenmaal in de bus besloten we om maar door te rijden naar Pisac (40 kilometer verderop) en daar de Inca-ruïnes te bezoeken. Het weer was namelijk gunstig. Het was lichtbewolkt en de temperatuur was heel aardig (later die dag werd het gewoon heet in het felle zonnetje). De busrit naar Pisac was schitterend. Prachtige valleien en mooie vergezichten. Toen we bijna in Pisac waren, zagen we de 3,3 kilometer rivier die door de Inca’s is gekanaliseerd en nog altijd is dit stukje rivier kaarsrecht.

Het plaatsje Pisac zagen we van bovenaf. Allemaal rode dakpannen en ook een groot vierkant midden in de stad van wit en blauw plastic. Dit was de markt op de Plaza de Armas. We werden afgezet net over de brug in Pisac en direct meldden taxichauffeurs die ons naar de ruïnes wilden brengen. Na de prijs met 33% te hebben gereduceerd, namen we voor 10 soles een taxi naar de bovenste parkeerplaats bij de Inca-ruïnes. Daar boden lokalen zich aan om ons tegen absurde tarieven rond te leiden, maar we hadden zelf een goed reisgidsje bij ons waarmee we goed uit de voeten konden. In het gidsje (‘Exploring Cuzco’) staan duidelijke plattegronden en korte verklaringen.

De ruines van Pisac waren erg mooi. De half- ronde terrassen tegen de berghellingen waren erg steil en we liepen over een ‘origineel’ Inca pad, dat zelfs een tunnel door de bergwand omvatte (waren ze echt in staat tunnels te bouwen?).

Pisac

We hadden er goed aan gedaan om een taxi naar de bovenste parkeerplaats te nemen, want op de onderste parkeerplaats stonden allemaal toerbussen en de ene na de andere toergroep kwam aan.

Daarnaast was het van bovenaf gezien eenvoudigweg veel mooier!

Vanaf de ruïnes liepen we terug naar het dorpje Pisac. We moesten steile trappen afdalen van de hooggelegen ruines naar het dorpje. De trappen waren aangelegd tussen de terrassen, die soms wanden waren meer dan twee meter hoog (het verval tussen de terrassen). Het was ongeveer een uurtje lopen en we hadden steeds een schitterend zicht op de vallei met de landerijen.

In het dorpje ‘ Pisac’ was markt en alhoewel de ‘Exploring Cuzco’-gids schrijft dat dit een nog niet zo op toeristen georiënteerde markt is, kunnen we alleen maar zeggen dat geen van de plaatselijke inwoners iets op deze markt zou kopen; alles kraampjes verkochten alleen maar souvenirs! Marjolijn kocht twee paar oorbellen voor 40 soles, terwijl er op het prijskaartje van de oorbellen 38 soles per paar stond. De vraagprijs was echter 25 soles. Kun je nagaan hoe er met de prijs wordt gesjoemeld (en hoeveel je teveel betaalt als je niet afdingt).

We kochten twee gevulde broodjes bij het plaatselijke bakkertje. De broodjes waren heerlijk en eigenlijk de eerste lekkere (volkoren)broodjes in Peru. We dronken een cola op een terrasje op de Plaza de Armas en daarna namen we een collectivo (taxi die meerdere passagiers meeneemt) terug naar Cuzco. We zaten met vijf passagiers in de auto; één voorin, drie op de achterbank en één in de kofferruimte van de stationcar. In Cuzco vond de politie dat echter één passagier teveel in de auto zat en de chauffeur werd op de bon geslingerd. Dit betekende echter ook het einde van onze rit en we moesten het laatste stuk (ongeveer een kwartiertje) naar de Plaza de Armas lopen . Bij het supermarktje op de Plaza de Armas kochten we spullen voor het ontbijt van de volgende ochtend en daarna liepen we terug naar het hostal. Daar werd getoast op het feit dat het hostal precies één maand geleden de deuren opende. Walter (de negroïde nachtwaker van het hostal, met erg veel energie en enthousiasme voor zijn leeftijd) speelde op z’n gitaar en song liedjes voor ons. Het was erg leuk!

Vrijdag 27 augustus 2004

We namen een taxi naar het busstation waar de bus naar Urubamba zou vertrekken. Nadat we kaartjes hadden gekocht, vertrok de bus vrijwel direct. De anderhalf uur durende rit naar Urubamba ging door een schitterende omgeving. De weg ging door eucalyptusbossen en door landerijen waar boeren de akkers aan het omploegen waren. De rijke boeren deden dit met een tractor en de arme(re) boeren moesten het met ossen doen. Op de achtergrond waren bijna altijd de besneeuwde bergtoppen te zien.

Op het busstation moesten we van bus wisselen voor het vervolg van de reis naar Oyantantambo, waar we de Inca-ruïnes bezochten. De terrassen waren steil tegen de berghelling gebouwd en bovenop de heuvel was het ‘centrum’ met de belangrijkste ruïnes. Bijzonder van deze ruïnes was dat deze voormalige stad het laatste bolwerk was dat de Spanjaarden, met erg veel moeite, hebben veroverd. Als je de steile bergwanden ziet is het bijna niet voor te stellen dat alle stenen, die nodig waren voor de stad bovenop de heuvel, door middel van mankracht naar boven zijn gebracht (gerold). Het uitzicht vanaf de top was erg mooi. De zon scheen mooi op de besneeuwde bergen.

Met een minibusje reden we terug naar Urubamba, waar we weer overstapten op de bus naar Cuzco. We zouden echter al bij de afslag naar Maras uitstappen. Tot die tijd moesten we van de chauffeur maar naast hem komen zitten. Plaatsen voorin de bus hebben het mooiste zicht, dus daar waren we wel content mee. Bij de afslag naar Maras namen we een taxi naar de zoutpannen van Salinas. Hier stroomt zout water uit de berg, dat in bekken wordt opgevangen en nadat het water is verdampt wordt het zout ‘geoogst’. Het is schitterend om deze pré-Inca-zoutterrassen te zien te midden van de schitterende omgeving.

De taxi bracht ons terug naar de ‘highway’, waar we op een bus naar Cuzco moesten wachten. De eerste bus reed ons hard voorbij en zat ‘propvol. De daaropvolgende microbus (voor 9 personen in Nederland; in Peru gaan er makkelijk 20 of meer in) stopte wel voor ons. Het was erg prettig in dit microbusje, daar er slechts 7 personen (inclusief ons) inzaten en de beenruimte ruim was. Het was wel een microbusje voor toeristen. In één ruk reed de microbus naar Cuzco, waar we op de Plaza de Armas af werden gezet.

We dronken een biertje op het balkon van een café op de Plaza de Armas. Remco was inmiddels in Nederland al jarig en dat moest gevierd worden. We aten in hetzelfde restaurant en na het eten kochten we in het supermarktje op de Plaza de Armas ons ontbijt voor de volgende ochtend. We liepen we naar het Teatro Municipal, waar de ‘nachtportier’ van ons hostal met z’n Cubaanse band een voorstelling gaf. De voorstelling was erg leuk en erg swingend en we waren de enige toeristen in het theater. Ondertussen werden we voorzien van kleine glaasjes Cuba Libre.

Helaas konden we niet tot het einde blijven want we moesten de volgende morgen vroeg op.

Zondag 28 augustus 2004           

Machu Picchu

Het was weer een vroegertje vanochtend. Om 05.00 uur stonden we op, pakten vervolgens de rugzakken in en om 05.45 uur werden we door ‘Jimmy’ opgehaald. We hadden ons door Jimmy eergisteravond in ons hostal over laten halen dat jij een en ander voor ons zou regelen in Aguas Calientes en Machu Picchu. Jimmy had acquisitie gepleegd bij het nieuw geopende hostal. Hij runde z’n eigen ‘reisbureautje’ en was naar ons hostal gegaan om te vragen of hij in vervolg excusries naar Machu Picchu mocht verzorgen voor Hostal Samuy Wasi.

Nadat Jimmy ons had uitgelegd wat hij allemaal voor ons zou kunnen regelen en nadat we een prijs van $ 35 per persoon waren overeengekomen (we hadden snel een rekensommetje gemaakt en $ 35 per persoon zou betekenen dat Jimmy voor z’n inspanningen ongeveer $ 2 per persoon zou verdienen), kreeg Jimmy de opdracht om voor ons een hostal in Aqua Calientes te regelen, alsmede de bustickets vanuit Aqua Calientes naar de ruines van Machu Picchu, de entreebewijzen tot de archeologische site en een gids.

Om 05.45 uur werden we dus door Jimmy opgehaald en met een taxi naar het station gebracht. Eenmaal op het station overhandigde Jimmy ons een enveloppe die we in Aqua Calientes in het hostal aan ene ‘Ceasar’ moesten geven.

De trein vertrok om 06.15 uur. Het eerste stuk door Cuzco reed de trein zigzaggend tegen de heuvel op. De zon kwam op boven Cuzco en het plaatsje zag er mysterieus uit.

De treinreis was leuk. Veel gebonk en geschommel. Om 10.10 uur reden we Aqua Calientes binnen. De trein rijdt letterlijk door het centrum van het dorp. Het lijkt erop of het dorp langs de spoorrails is gebouwd. Tussen de trein en de terrasjes en de souvenirwinkels met prullaria zit niet veel meer dan anderhalve meter.

We zouden op het station van Aqua Calientes worden opgewacht door iemand die ons naar ons hostal zou brengen, maar we troffen niemand op het station. We vroegen een aantal mensen naar de weg naar het hostal en liepen er op eigen gelegenheid naar toe.

In Hostal Inka Tambo ontstond een discussie met de receptionist toe bleek dat we een kamer zonder eigen badkamer kregen, waar we wel voor hadden betaald. Vervelend allemaal. Na wat heen en weer gebeld door het hostal kregen we toch een kamer met eigen badkamer.

We besloten tegen de middag om naar Machu Picchu te gaan. We kochten voor het absurde bedrag vanb US$ 4,50 per persoon (enkele reis!) kaartjes voor de bus.

Bij de kassa van Machu Picchu kochten we entreekaartjes en gingen naar binnen. De eerste mogelijkheid naar links grepen we aan om naar boven, naar het mooie uitzichtspunt te gaan. Daar liep ook een groepje lama’s, tot grote vreugde van Marjolijn, die gek is van lama’s.

Het was nog mooi weer toen we op het uitzichtpunt stonden, maar het weer begon snel te betrekken en na zo’n anderhalf uur te hebben rondgelopen in Machu Picchu begon het te regenen en viel een enkele donderklap. Omdat het er niet naar uitzag dat het weer snel zou betrekken, besloten we om maar terug te keren naar Aqua Calientes. Met dezelfde, vreselijk dure bus, reden we terug naar het dorpje waar we iets dronken en onze kleding lieten drogen. We waren ietwat natgeregend. Daarna liepen terug naar het hostal om te gaan douchen. De douche werd elektrisch verwarmd en de stop in de stoppenkast, die gewoon in de badkamer hing, viel er steeds uit en we moesten steeds de knop weer omzetten. Dus de één stond te douchen en de ander stond de stoppenkast te bedienen.

Zondag 29 augustus 2004           

Alweer vroeg op. Om 05.00 uur werd er op de deur geklopt, maar we hadden onze wekker gezet om 05.30 uur en we konden dus nog een half uurtje blijven liggen. We konden echter niet meer slapen, want een diesellocomotief stond vanaf 05.00 uur onder ons raam met stationair draaiende motor.

Om 06.00 uur zou een gids ons in het hostal ophalen, maar niemand verscheen en we liepen maar zelf naar de bus. Daar vroegen we nog enkele gidsen naar ‘Cesar’, maar die was bij niemand bekend. Een gids die bij de bus stond te wachten stelde voor ons op te nemen in z’n groep. We hadden dus nog altijd de enveloppe niet afgegeven en we hadden de enveloppe inmiddels geopend. Hier bleek $ 40 in te zitten.

Bij de kassa van Machu Picchu kochtten we wederom toegangsbewijzen en wachtten we op de gids die een bus later naar boven zou komen. De gids gaf aan dat we tot 08.00 uur vrij te besteden hadden en dat daarna de rondleiding zou beginnen. Om 06.45 uur liepen we Machu Picchu binnen en we liepen direct weer naar boven, naar het mooiste punt, want de zon stond op het punt z’n eerste stralen van die dag over de bergrug te werpen. De zonsopgang was schitterend. Ook de lama’s stonden er nog en we konden een aantal leuke foto’s maken met de lama’s en de eerste zonnestralen op de achtergrond. Om 07.45 uur lunchten we met de bananen en de yoghurt en daarna begaven we ons naar de gids.

De rondleiding duurde ongeveer 2 uur en was erg interessant. De gids was duidelijk te verstaan, maar hij draaide wel een ander verhaal af dan in de meeste reisgidsen staat. Dat gaf hij zelf ook aan. Nu is het zo dat er niets van de geschiedenis van Machu Picchu bekend is. Alles wat men denkt te weten van Machu Picchu is gebasseerd op aannames, welke soms worden onderbouwd door archeologische vondsten. Als voorbeeld gaf hij het ‘huis van de Princes’, zoals dat in vrijwel alle reisgidsen wordt genoemd. Hij noemde het ‘het huis van de priester’ en onderbouwde dit door de aanname dat de Inca (de koning) in Cuzco woonde en dat Machu Picchu een religieuze / spirituele stad was waar de koning niet woonde. Het kon derhalve niet het ‘huis van de princes’ zijn geweest.

Elders was een zonnewijzer uitgehakt in een stuk steen. De gids vertelde over de vier punten van de zonnewijzer die in de ieder in de vier windrichtingen wees en hij gaf aan dat het met een kompas te bewijzen was. Nu had Remco een kompas bij zich en deze diende als bewijs. Er was geen woord gelogen van wat de gids vertelde. De noord-zuid richting lag ook precies in het verlengde van de twee bergtoppen van de Machu Picchu (oude berg) en de Huanya Picchu (de nieuwe berg). De Huanya Picchu is de berg die altijd op de achtergrond staat van de welbekende foto van Machu Picchu.

Na de rondleiding bleven we tot ongeveer 11.00 uur in Machu Picchu en daarna haalden we de weekendtas op die we bij het bagagedepot bij de ingang hadden achtergelaten. We zouden terug lopen naar Agua Calientes, drie kwartier afdalen via trappen. Daarna was het nog zo’n 20 minuten over een vlakke weg tot aan het dorp.

In het dorp lunchten we en daarna bezochten we de toeristenmarkt. De weekendtas liep tegen z’n einde en we hadden eigenlijk een nieuwe nodig. We hadden eerder al een leuke weekendtas met een lama erop gezien, maar de vraagprijs was altijd wat we er niet voor wilden betalen. Op de markt in Agua Calientes varieerde de vraagprijs tussen de 35 en de 80 soles, maar uiteindelijk kochten we de weekendtas voor 22 soles.

Om 15.00 uur liepen we naar het treinstation, vanwaar de trein om 15.35 uur vertrok. De terugreis was niet zo bijzonder omdat die voor het grootste deel in het donker werd afgelegd. Eén station voor Cuzco deelde de conducteur mede dat vanaf dat station een bus naar Cuzco ging die de resterende reistijd met een uur verkortte. We besloten de bus te nemen, die ons op de Plaza de Armas in Cuzco afzette.

We liepen in de richting van het hostal en onderweg aten we een cheeseburger (nou ja, meer een gummieburger) in een restaurantje. Jimmie was inmiddels ook bij ons hostal gearriveerd en hij wilde direct een discussie starten toen we binnen kwamen lopen, maar we wilden eerst even inchecken.

Het gesprek met Jimmie was eigenlijk tamelijk kort. We waren niet tevreden, want we hadden alles zelf geregeld en dat hebben we hem op vriendelijke wijze duidelijk gemaakt. Het misverstand was allemaal te wijten aan de onbekende ‘Cesar’ die niet in Agua Calientes was op het moment dat we daar arriveerden. We zagen de meerwaarde van zijn hulp niet echt in. In feite had hij alleen telefonisch een hotelkamer gereserveerd. We namen toch vriendelijk afscheid en gaven hem nog wat tips, zodat een en ander in de toekomst niet meer zo snel verkeerd zou kunnen gaan.

Maandag 30 augustus 2004        

Puno

Na het ontbijt namen we een taxi naar de Terminal Terrestre (busstation), waar onze bus van de onderneming ‘Ormeno’ zou vertrekken.

Niet alles verliep even soepel deze ochtend. Allereerst accepteerde de taxichauffeur niet onze soles omdat ze volgens hem vals waren. Vervolgens had hij geen wisselgeld, behalve toen we hem toch het valse geld wilden geven en dreigden weg te lopen (het komt geregeld voor dat ze zeggen geen wisselgeld te hebben, zodat ze extra geld kunnen innen). Daarnaast zette de busonderneming niet de bus in die we hadden gereserveerd en betaald, maar een goedkopere bus. Van terugbetalen van een deel van het geld was echter geen sprake.

De bus bracht ons in 5,5 uur naar Puno, waar we om 14.30 uur aankwamen. Het weer was niet al te best (bewolkt) en de route niet bijzonder. In Puno namen we een fietstaxi (ach die arme man; hij hijgde en steunde enorm en om die reden betaalden we 230% van het achterlijk lage bedrag dat hij voor de rit vroeg. Ter aanvulling: de vraagprijs was 1 sol. Dit is € 0,12!). We namen een kamer in Hostal Santa Maria.

’s Middags slenterden we wat door Puno, wat er een stuk minder toeristisch uitziet dan Cuzco. Er zijn ook behoorlijk wat minder toeristen hier. We zetten in een internetcafé de digitale foto’s op cd en ripten vier cd’s die we hadden gekocht tot mp3-formaat voor de mp3-spelertjes. In Puno struikel je werkelijk over de internetcafés, maar probeer er maar eens één te vinden met een cd-brander in één van de computers. Da’s lastig!

We boekten een toer voor de volgende dag naar de riet-eilanden (Uros Indianen) in het Titicacameer en een ruïne in de omgeving.

’s Avonds aten we in een sfeervol restaurantje. In het restaurant zaten twee andere stellen aan een andere tafel en Marjolijn dacht dat ze één van die stellen herkende. Toen Remco af had gerekend vroeg hij aan één van de stelletjes aan tafel of hij uit Schotland kwam en zij uit Engeland. Toen daar bevestigend op werd geantwoord vroeg Remco of ze vorig jaar december in Nepal waren geweest. Dit werd ook bevestigd. Marjolijn had het inderdaad bij het rechte eind en we hadden deze mensen inderdaad vorig jaar tijdens onze Johmpsontrek in Nepal ontmoet. Zij waren vorig jaar in India aan hun wereldreis begonnen en dit jaar was bijna ten einde. We werden bij hen aan tafel uitgenodigd en we hebben een aantal uurtjes heerlijke herinneringen opgehaald en tips aan elkaar uitgewisseld. Erg leuk!

Dinsdag 31 augustus 2004

Om 06.00 uur scheen de zon al door de ramen van onze kamer. We bleven echter tot 07.30 uur liggen. We ontbeten bij ‘Ricos Pan’, het beste bakkertje van Puno.

Om 09.15 vertrok het minibusje vanaf het boekingskantoortje waar we gisteren een tocht naar de ‘Uros’-eilanden (de bekende drijvende rieteilanden in het Titicacameer) hadden geboekt.

Het minibusje bracht ons naar de haven, vanwaar een bootje ons in een half uur naar de eilanden bracht. We bezochten twee vercommercialiseerde (toeristische) eilanden. Deze eilanden hadden gemiddeld een doorsnede van ongeveer 25 à 50 meter. Op deze eilanden zijn de hutjes uit riet opgetrokken. We vermoedden echter dat deze niet meer bewoond werden, want op de achtergrond waren allemaal huizen zichtbaar met golfplaten daken. Overal waren souvenirstalletjes en er werd continue ‘Compra, amigo’ (koop, vriend) geroepen.

We waren er niet erg van onder de indruk. Het deed ons denken aan Volendam in Nederland. ’s Middags hadden we een toer geboekt naar Sillustani, of zoals de lokale bevolking het noemt: ‘Ayamarca’ (=dodenstad). Inderdaad was dit een dodenstad op een eiland, dat in de loop der tijd een schiereiland is geworden. Op dit schiereiland was de bezienswaardigheid de pré-Inca en Inca graftorens. De torens waren tot 12 meter hoog, waarin vele mummies konden worden geplaatst. Het onderscheid tussen de pré-Inca torens en de Inca torens was significant. Daar waar de pré-Inca torens bestonden uit eenvoudig gestapelde stenen, daar waren de Inca-torens opgebouwd uit prachtig in elkaar passende rotsblokken, zoals we al eerder hadden gezien in Inca-ruïnes.

Het was berekoud in Sillustani. Er stond een stevige, koude wind en de dames achter de souvenirstalletjes moesten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hun goederen niet wegwaaiden..

Lees verder over ons avontuur op onze 3e reisland Bolivia.