Sri Lanka

Sri Lanka bezochten we in december 2011. Met een vooraf geregelde auto met chauffeur reden we over een belangrijk deel van dit verrassende en schitterende eiland en bekeken we de mooie bezienswaardigheden en ontmoetten we de vriendelijke bevolking.

Lees hier onze reiservaringen van Sri Lanka. Daarnaast staat onze website vol met reisverhalen over andere landen die we hebben aangedaan.

1 december 2011

Negombo

We hadden vooraf geen stoelen gereserveerd voor onze vlucht van Arkefly naar Sri Lanka en dus begaven we ons ruim van tevoren naar Schiphol. Twee dagen voorafgaande aan de vlucht waren vrijwel alle stoelen in onze boekingsklassen nog ongereserveerd (voor deze geautomatiseerde ‘service’ wordt vanaf € 11,- per persoon enkele reis gevraagd) en we dachten dat wie als eerste komt, heft de beste keuze. Niet dus.  Arkefly had de stoelen die niet gereserveerd was zelf toebedeeld en zo kwam het dat we op rij zeven naast elkaar zaten. Op zich niets mis mee, maar als we dat hadden geweten dan waren we niet drie uur van tevoren naar Schiphol gekomen, maar slechts één uur van tevoren. Wat heb je namelijk op Schiphol te zoeken, anders dan ervan vertrekken?

De vlucht vertrok keurig op tijd volgens de borden en om 15.20 uur meldden we ons aan de gate. We moesten door de (onzinnige) bodyscan om vervolgens gefouilleerd te worden, waarmee is bewezen dat de bodyscan overbodig is. In 95% van de gevallen geeft dat apparaat namelijk een ‘foutmelding’.

Bij het röntgenapparaat stond een overijverige dame die de dagrugzak van Remco vier keer (????) door het apparaat liet gaan om er dan pas van overtuigd te zijn dat er inderdaad niets schadelijks in de rugzak zat. Die gasten zouden op Schiphol best wel wat relaxter mogen zijn.

De vlucht vertrok zoals gezegd op tijd vanaf de Aalsmeerbaan. Op de kaagbaan vertrok gelijktijdig een toestel en het was net alsof we even parallel aan elkaar vlogen.

We hadden de comfort klasse geboekt en we hadden dus voldoende beenruimte; de stoelbreedte was wat minder. De catering aan boord was boven verwachting. Het eten dat we geserveerd kregen bestond uit vier stukjes kip in zoetzure saus en wat rijst en we konden zowaar kiezen uit een alcoholisch drankje.

Na het eten namen we twee melatoninepilletjes en gingen ‘onder zeil’. Slapen is de beste manier om de negen uur durende vlucht naar Goa te overbruggen. In Goa maakten we een tussenlanding en we kwamen aan in het donker. Lang tijd was het onduidelijk of we het toestel mochten verlaten en ‘in transit’ konden op de luchthaven of dat we in het toestel moesten blijven zitten. Het laatste bleek het geval te zijn en we moesten ons ruim zeven kwartier vermaken in het toestel. Naar buiten kijken zat er ook niet in, want de raampjes waren aan de buitenkant beslagen. De vochtige warme lucht sloeg meteen neer op de raampjes van het koude toestel.

Op het korte stukje tussen Goa en Colombo kregen we nog een ijsje uitgedeeld en een bakje (100 ml) water. Precies volgens schema landden we op Colombo International Airport. Door een slurf liepen we naar het hoofdgebouw en direct viel ons een aantal gesluierde vrouwen op. Er stonden meerder toestellen uit het Midden-Oosten, waaronder toestellen van Quatar, dus dat verklaarde wel het een en ander.

De douaneformulieren hadden we al in het vliegtuig uitgedeeld gekregen door de bemanning en ook al ingevuld en voor we het wisten stond er al een inreisstempel in het paspoort gestempeld. Er zijn toch maar weinig plekken in Azië waar we zijn geweest waar deze afhandeling zo snel en efficiënt is gegaan. En we hebben toch best wat reiservaring in Azië.

De douaniers keken ook niet op of om toen we -net als zovelen- door de ‘green lane’ naar buiten liepen. In de aankomsthal stond onze chauffeur met een bordje Mrs Marjolijn op ons te wachten. Hij stelde zich aan ons voor, maar we verstonden z’n naam niet goed en nadat hij zich had voorgesteld, liepen we het luchthavengebouw uit. Eenmaal buiten het gebouw werden alle sluizen opengezet en voorhoofd, oksels, nek en rug waren binnen de kortste keren nat van het zweet. Wij stapten dan ook in onze winterkleding in deze temperaturen het luchthavengebouw uit. De thermometer gaf 31 graden aan.

Pali -onze chauffeur- reed uiterst bedeesd naar Negombo. In eerste instantie keken we bij hotel “Villa Extra” dat we ook op een hotelboekingssite hadden gezien, maar dit hotel had geen slaapfaciliteiten voor de chauffeur en was wat aan de prijs en dus keken we verder om uiteindelijk uit te komen bij Villa Ay, dat van Nederlandse eigenaars is en dat uiterst smaakvolle kamers had en een zwembad.

Daar vernamen we van onze chauffeur dat hij zou terugkeren naar zijn huis in Colombo en ons op de derde dag weer zou oppikken. Wij zouden twee nachten in Negombo blijven en toch geen gebruik maken van zijn service en we vonden het dus geen probleem.

Negombo hotel Sri Lanka

Nadat we hadden ingecheckt en de rugzakken op de kamer hadden gelegd vroegen we Pali om ons naar een bank te brengen alvorens tijdelijk afscheid te nemen. In plaats daarvan kregen we eerst een korte sight seeing door Negombo. Pali reed langs de lagune  met de tientallen vissersboten die half op het droge lagen en we reden langs de vismarkt.

Negombo vissen te drogen op strand Sri Lanka

Op het strand lagen duizenden, zo niet miljoenen vissen te dogen. De vislucht was al vanaf honderden meters te ruiken. Na de korte sight seeing  bracht Pali ons naar de ‘Commercial bank’ waar we geld pinden en daarna zette Pali ons ergens in de straat Lewis Place af. Deze straat loopt parallel aan het strand door Negombo.

Negombo vissers met netten op strand Sri Lanka
Negombo vissersboten in haven Sri Lanka
Negombo Goudvissen in plastic zakken Sri Lanka

We liepen langzaam terug richting het hotel en lunchten in een leuk restaurantje met natuurlijk een visgerecht.

Aan het einde van de middag gingen we naar het strand. De zon was niet meer zo sterk en meer bewolking kwam vanuit het oosten binnendrijven. De zee was aangenaam warm. In het begin liep de zee sterk af, maar daarna liep de zee tamelijk horizontaal en zo kon je wel 50 meter de zee ingaan zonder veel dieper te geraken dan de schouders (1.60 meter diep ongeveer).

’s Avonds aten we bij restaurant ‘Lords’, dat wordt gerund door een Engelsman en als favoriet in de Lonely Planet staat. Inderdaad was de atmosfeer uitstekend en het eten heerlijk, maar wel behoorlijk prijzig. Zo kostte een lassie (yoghurtdrankje) 650 rupees (€ 5,-) en het hoofdgerecht zo’n € 10,-.

Vrijdag 2 december 2011

Na twaalf uur te hebben geslapen schoten we vanochtend pas rond 09.00 uur wakker. We moesten nog opschieten, want we konden tot 09.30 uur ontbijten in het hotel. Het ontbijt was aan de andere kant van het zwembad en bestond uit toast, jam, fruit, een eitje en thee en koffie en was goed.

Na het ontbijt namen we een tuk tuk naar de vismarkt en daar werden we rondgeleid door een man die al twintig jaar op de vismarkt werkte, zo gaf hij aan. Waarschijnlijk is het gewoon zo’n gladde jongen, maar hij vertelde het één en ander over het drogen van de vis en zo kregen wij een beter beeld van het leven van een visser. Na afloop van de rondleiding vond hij de 300 rupees die we hem gaven wat aan de weinige kant en had eerder gehoopt op zo’n 900 rupees ( € 6,-). Dat was dan jammer voor hem en het bleek maar weer dat het inderdaad zo’n gladde jongen was.

We liepen via de lagune en het centrum terug naar de hoofdstraat Lewis Place. De lagune was mooi om te zien, de hoofdstraat was dat wat minder interessant, omdat tussen de aangeboden waren niets zat van onze gading.

Wat ons zo in de eerste dagen in Sri Lanka opvalt is dat het véél rustiger is dan in India en ordelijker. Het is er niet vies en er is ook geen sprake van overdreven getoeter van auto’s en de mensen zijn / lijken vriendelijker dan in India.

In Lewis Place zit het Ice Bar Guesthouse waar we lunchten en ons vochttekort aanvulden. We aten een soepje en rösti. De eigenaren waren namelijk Zwitsers. Wat nu al opvalt is dat de restaurants en hotels die het goed doen allemaal in handen zijn van Europeanen. Die voelen toch beter aan wat de wensen zijn van de toeristen dan dat de Sri Lankanen dat doen. Die hangen maar wat voor hun winkeltjes en proberen je naar binnen te lokken, maar een goed product verkoopt zichzelf (of met behulp van reisgidsen).

’s Avonds aten we een visje in een restaurantje aan de hoofdstraat.

Zaterdag 3 december 2011

Anaradhapura

Vanochtend stonden we ‘vroeg’ op, namelijk om 07.30 uur. We ontbeten en waren in de ontbijtruimte als eersten. Gisterochtend waren we er nog als laatsten. Om 08.30 uur zouden we vertrekken.

Pali was inmiddels gearriveerd en we hadden hem al voor de metalen poortdeur gezien. De auto en de chauffeur mochten het terrein van het hotel niet op.

Rond 08.45 uur hadden we de kamer afgerekend (€ 50,- per nacht) en konden we op weg. We gingen op weg naar Anaradhapura. Pali reed over de A3, de weg die langs de kust loopt in noordwaartse richting. Langs de weg was vrijwel continue bebouwing van huizen en winkels tot in Puttalan. Tussen de huizen stonden kokospalmen. Miljoenen bomen!

We reden langs een dakpannenfabriek, fabrieken die de haren van de kokosnoten verwerkten tot tapijten en op de weg zelf waren veel tuk tuks. Verder viel de verkeersdrukte eigenlijk wel mee.

Opvallend waren wel de enorme grote en dure SUV’s die rondreden en dat we steeds door bussen werden ingehaald.  Pali gaf aan dat dat commerciële busondernemingen waren en dat de overheidsbussen rood van kleur waren en een stuk veiliger. En ja hoor…. de volgende bus die ons inhaalde was rood. Toeval of niet?

De weg verkeerde in ene uitstekende conditie tot aan Puttalam. Voordat we gingen lunchen bezochten we nog even de vismarkt van Chilais. Dit was een kopie van die van Negombo. Maar voor het eerste zagen we roggen. Mooi gekleurde vissen lagen op de tafels naast tonijn, zwaardvis, krab, mullet, sardines, garnalen, inktvis et cetera.

In Puttalam lunchten we in een redelijk donker restaurant van een guesthouse. Het eten was smaakvol maar niet erg warm en dat is iets dat ons altijd een beetje wantrouwig maakt in dit soort landen. Na de lunch veranderde het landschap en ook de staat van de weg. Een groot deel van de 60 kilometer naar Anaradhapurna wordt thans opgeknapt en we schoten daardoor maar langzaam op. De bebouwing had plaatsgemaakt voor jungle met nog maar zo af en toe een huis langs de kant van de weg. De meeste woningen waren verlaten. De mensen waren verhuisd uit angst voor de wilde olifanten in het gebied. Daarvan werd aankondiging gedaan via borden langs de weg met daarop een Mamma-olifant met een baby olifantje erop.

Negombo verkeersbord overstekende olifanten Sri Lanka

Pali spotte enkele vogels, van adelaars tot ijsvogels, de groene bee eaters, aalscholvers, ooievaars enzovoort. We stopten langs de weg toen buffels in een riviertje lagen. De weg was nog steeds onder constructie en nieuwe bruggen werden gebouwd.

Tegen 16.00 uur kwamen we aan in Anaradhapura en reden we naar het Milano Tourist Rest, dat tot nu toe nog iedere dag beschikbaarheid had volgende website, maar volgeboekt bleek te zijn toen we er aankwamen. Pali wist wel een ander guesthouse in dezelfde straat en wel belandde in een guesthouse met basic, maar schone kamers en met een zeer vriendelijke eigenaar en bediening. Maar tot op heden zijn we eigenlijk alleen nog maar vriendelijke mensen tegengekomen.

Om 18.00 uur waren we bij de tempel waar de oudste heilige boom va Sri Lanka staat (sri Maha Bodhi). Hier werd een dienst gehouden. Bij de toegangspoort tot de tempel stond veel politie en bij de ingang van de tempel stonden fouilleerhokjes, maar de politie schijnt tegenwoordig niet meer zo actief te fouilleren. De oorlog met de Tamiltijgers is voorbij.

Anuradhapura Ruwanweli Maha Seya
Anuradhapura Ruwanweli Maha Seya
Anuradhapura Ruwanweli Maha Seya
Anuradhapura Ruwanweli Maha Seya

Voor de tempeldeur stonden twee mannen te trommelen. Het geluid was bijna oorverdovend en gelukkig stopten ze er al snel mee nadat wij waren aangekomen. Veel mensen, allemaal in het wit gekleed, wat wit staat voor zuiverheid van lichaam en geest- zaten op de grond met het gezicht gericht naar buddha die achter een niet-ontspiegeld glas stond waardoor je ‘m nauwelijks kon zien.

Volledig uit de toom viel een groep militairen die hier duidelijk voor de dienst kwamen en niet vanuit hun functie.

De eeuwenoude bondiboom, die naar zeggen 2.600 jaar oud is en ooit vanuit India is gehaald en hier geplant, werd ondersteund door een handvol palen, waarvan een enkeling zelfs door het dak van de tempel was aangebracht.  We liepen anti-klokwijs om de boom heen langs een aantal offerplaatsen en bij één van deze werden we gezegend door een aanwezige monnik, gekleed in het wit.

We bekeken het verhaal van de Buddha die werd uitgebeeld in een aantal nissen in de tuin rondom de tempel.

Boven ons vlogen duizenden vleermuizen uit op weg naar de fruitbomen in westelijke richting. Daarna reden we naar de verlichte Ruvanvelisaya Dagoba, waar we alleen een foto maakten van af de ingang.

We reden terug naar het guesthouse voor het diner.

4 december 2011

Ruvanvelisaya dagoba

We stonden om 07.30 uur op en reden na het ontbijt rond 08.15 uur weg. Vandaag stonden de tempels, stupa’s et cetera van Anaradhapurna op het programma.

Als eerste reden we naar de Ruvanvelisaya dagoba, waar het evenals gisteravond een drukte van belang was. Ook hier was vrijwel iedereen in het wit gekleed, behalve zo ongeveer wij. We deden de schoenen uit en verkenden blootvoets de stupa. Vaak moesten we door zand lopen dat soms aangenaam fijn van structuur was , maar soms ook grof en dat was minder prettig voor onze tere voetzooltjes. Remco had zijn sokken aangehouden en dat was een beter idee dan op de blote voeten zoals Marjolijn rondliep. De mensen knikten beleefd en vroegen geïnteresseerd waar we vandaan kwamen.

Isurumuniya Vihara

We reden verder naar de Isurumuniya Vihara, oftewel de Rode tempel waar op een rots oude tekeningen zijn gebeiteld. Er was ene klein museumpje met wat buddhabeelden en het levensverhaal van buddha uitgetekend op de muur als een stripverhaal.

We kochten een ticket voor de “culturele driehoek” voor het absurde bedrag van US$50 per persoon. Het goede was dat we nu nog tegen de oude prijs de tickets konden kopen. Vanaf januari 2012 gaat de prijs fors omhoog. Het slechte is dat we -behalve bij het museum- eigenlijk nergens om het ticket zijn gevraagd. Een bijdrage betalen voor de bezienswaardigheden is oké, maar US$ 50 per persoon is echt absurd veel geld in Sri Lanka.

Daarnaast kwam ook nog eens dat verschillende stupa’s en tempels niet in het ticket waren inbegrepen en waarvoor je dus nog eens apart moest betalen. En zo vliegen de Euro’s uit je portemonnee en na twee stupa’s heb je het ook eigenlijk ook wel gezien.

We reden via een toeristische route over een terrein waar voorheen een klooster was gevestigd dat ooit 6.000 monniken herbergde. Het was zo’n enorm uitgestrekt dat het een oppervlakte had van een klein dorp. Overal kon je de funderingen nog zien liggen van iets dat ooit er groots moest zijn geweest.

We stopten bij de Elephants Pond, dat overigens helemaal niets met olifanten te maken heeft. Het was de plek waar de monniken zich vroeger wasten. Het was een enorm zwembad van meer dan zes keer de afmeting van een olympisch zwembad.

Anuradhapura wierrookstokjes in tempel Sri Lanka
Wierrookstokjes
Anuradhapura tweelingbaden Sri Lanka
Eén van de tweelingbaden
Anuradhapura Tempel van Isurumuniya Sri Lanka
Tempel van Isurumuniya
Anuradhapura Tempel van Isurumuniya Sri Lanka
Tempel van Isurumuniya

De volgende stop was bij de maansteen en een wachtersteen die beiden nog in een goede conditie waren. Dit was in de Adhayagiri dagoba. De maansteen symboliseert de cirkel van het leven, dus geboorte, volwassenheid, ziekte en de dood en die fasen werden uitgebeeld in de vorm van respectievelijk de olifant, de buffel, het paard en de leeuw. En dit werd steeds na elkaar herhaald, het verhaal dus van de wedergeboorte. De buitenste ring van de halve cirkel aan de voet van een trap waaruit de maansteen bestaat vertelt het bovenstaande verhaal. Het centrum van de halve cirkel stelt het Nirvana voor. De wachtsteen is een afbeelding uitgehakt uit sten, die aan weerszijde van de trap op de grond staat naast de maansteen.

De tweelingvijver Kuttam Pokuna was het volgende dat we bezochten. Hoewel niet identiek qua afmeting waren de twee vijvers wel gemaakt van dezelfde materialen. Ooit werden de baden op een natuurlijke wijze voorzien van water, maar nu was het water stilstaand en vies.

Bij de Abhayagiri dagoba, die geheel uit baksteen is opgetrokken, stond geheel in de steigers. Vijfenzeventig meter hoog! Vrouwen zaten in twee verticale lijnen op de steigers en zo gaf iedereen de bakstenen aan elkaar door naar boven. Dit was interessant om te zien. Hier is geen arbeidsinspectie.

Anuradhapura Sri Lanka
Anuradhapura detail poortwachter Sri Lanka

In een bijgebouwtje lag een buddha en was  in een stripverhaaltje te volgen hoe men in de afgelopen eeuwen de stupa heeft aangetroffen, op het laatst in 1997 volledig overwoeker door de jungle.

Minithale

’s Middags reden we naar Minithale, nadat we de lunch hadden genoten bij het lake view tourist rest house. Opvallend in Anaradhapurna is dat ieder guesthouse ‘tourist rest (house)’ in hun naam verwerkt heeft. Als m’n buurman het doet, dan doe ik het ook, zal wel de gedachten zijn.

De toegang tot de tempelcomplex in Minithale zat niet in de ‘Cultual triangel’ ticket en zo waren we weer 1.000 rupees (€ 6,60) armer. Al met al tikt het bezoek van stupa’s en tempels hard aan in Sri Lanka

We beklommen de brede trap met aan weerzijde van het pad de nodige verkopers, die wonderwel niet onze aandacht vroegen. Bovenaan kochten we een ticket en betraden we blootvoets het terrein. Er stond een hagelwitte buddha, een rots waar we op klommen en van daaruit hadden we een prachtig zicht over de omgeving een de witte stupa op een andere top met hetzelfde mooie uitzicht. Apen zochten naar voedsel en hielden ons in de gaten, maar volgens ons eerder uit bedachtzaamheid dan vanuit nieuwsgierigheid.

Minithale weg naar de rots Sri Lanka
Brede trappen met de verkopers langs de kant
Minithale Sri Lanka
Minhitale witte buddha Sri Lanka
Minhitale eenzame rots Sri Lanka

‘s Avonds aten we in het guesthouse

5 december 2011

Dambulla

Schoentje gezet gisteravond, maar vanochtend zat er (weer) niets in. Zijn er zoveel Sinterklazen op de wereld, maar geen één in Sri Lanka. Jammer, hoor.

Na het ontbijt rekenden we de kamer af en gingen we op weg naar Dambulla. Op weg was het rustig, zoals het tot op heden steeds het geval is geweest. Wel worden we regelmatig ingehaald. Frequent staat langs de kant de politie met laserpistolen te controleren, maar die controles worden ruim van tevoren aangegeven door tegenliggers die met hun lichten knipperen. Ondanks de waarschuwingen waren er toch automobilisten die kennis mochten maken met de agenten, nadat ze staande waren gehouden.

We bezochten de buddha van Aukana (500 rupees per persoon) waar we helemaal alleen waren. Even voordat we de buddha zagen vertrok een hele groep Srilankanen, die slechts 20 rupees per persoon hoefden te betalen.

Dambulla - Buddha caves
Dambulla - Buddha caves
Dambulla - Buddha caves
Dambulla - Buddha caves
Dambulla - Buddha caves

We reden naar ons guesthouse in Dambulla. We verlieten de hoofdweg naar Sigeriya en reden een paar honderd meter over een onverharde weg naar een ‘no name’ guesthouse waar we een kamer met airconditioning namen omdat de kamer zonder airco een beetje muf rook.

Om 15.00 uur werden we door een jeep opgehaald bij het guesthouse voor een jeepsafari door het Minneriya Nationale park. Voor een pittige 7.750 rupees (€ 55,-) nam de chauffeur ons mee ‘diep’ de jungle in. Het eerste stukje was spannend: helemaal alleen in de jungle met de chauffeur en een wildspotter die bij de ingang van het park was ingestapt. We zagen duiven, bee eaters en adelaars, maar waar waren de olifanten, luipaarden en herten?

Al snel bleken we niet de enigen te zijn. We reden achter een andere jeep aan en achter ons begon het al snel op de A1 in de spits voor Amsterdam te lijken; 3 jeeps.

Plots waren er olifanten gespot en stonden we met een tiental andere jeeps te kijken naar een kudde grazende olifanten van ongeveer 10 stuks.

Toen de eerste jeep weg reed, volgde de hele meute tot aan een uitkijkpunt, waar alle toeristen naar toe liepen en waar onze chauffeur ook stopte. Maar wij verzochten de chauffeur om verder te rijden, zodat wij vooraan in de file kwamen te rijden wat een iets ‘wilder’ beeld van de situatie gaf dan alleen maar steeds in een file achter de andere jeeps aan te rijden.

Onze wildspotter zag een andere kudde olifanten en als enigen reden we erop af en genoten we van de grazende reuzen zonder andere jeeps in de buurt. We waren al aan de rand van het park, want op de achtergrond zagen we al weer de doorgaande weg.

We verlieten het park en reden over de weg terug naar Dambulla, maar plots stonden vele auto’s en jeeps langs de kant van de weg. Een kudde van wel 20 tot 30 olifanten stond te grazen op een steenworp afstand van de weg. We hadden het dus ook zonder een jeepsafari afgekund.

Rond 19.30 uur waren we terug in het guesthouse, waar we het diner aangeboden kregen.

6 December 2011

Polannaruwa

Onze kamer lag op het oosten en toen we vanochtend de ‘ijskoude’ kamer uitstapten (in de kamer was het 24 graden) werden we meteen bevangen door de hitte van de ochtendzon.

Het ontbijt was dit keer bijzonder uitgebreid. Naast de toast en de jam (in Sri Lanka onderscheiden de guesthouses zich niet in het aanbod van het ontbijt) kregen we er nu pannenkoeken met honing bij. En natuurlijk een eitje en vruchtensap zoals je dat ook overal elders krijgt.

Na het ontbijt gingen we op weg naar Polannaruwa, een rit van zo’n 60 kilometer. De eerste dertien kilometer via Singariya haar de hoofdweg tussen Habarana en Polannaruwa was een ruime eenbaansweg door dorpjes en rijstvelden en jungle en was erg pittoresk.

Als eerste bezochten we het museum in Polannaruwa. Dat was een goed idee om vervolgens de opgravingen te gaan bekijken, omdat de tentoonstelling een indruk geeft hoe het er ooit mogelijk heeft uitgezien. Er worden vijf perioden onderscheiden en in iedere zaal  wordt stilgestaan bij één specifieke bouwperiode.

Na het bezoek aan het museum reed Pali eerst over de dijk die het meer scheidde van de lager gelegen, groene rijstvelden naar de Potgul Vihara, een bijzonder gevormd gebouw (ruïne) dat ooit mogelijk als bibliotheek heeft gediend. Behalve een grote groep apen en wat ansichtkaartverkopers die na een ‘No thank you’ verder niet bleven aandringen waren we er helemaal alleen …… in de brandende hitte van de middagzon. En het was pas 11.00 uur.  In dezelfde groene tuin stond een apart standbeeld. Geen buddha, dat in een rots was uitgehakt.

We reden naar het ruïnecomplex zelf, waar ook de ticketcontrole as. We bezochten de royal group en de quadrangle, waar een aantal mooie ruïnes stond. Voor zowel Anaradhapura als voor Pollunawara geldt dat met name de indruk die je krijgt hoe het ooit eens moet zijn geweest meerzeggend is dan de kilometerslange stenen muren die je tegenwoordig nog ziet. Veel beeltenissen zijn erg verweerd en zo.

Wolken hadden zich gevormd boven ons en bij de stupa begon het lichtjes te regenen. Net op het moment dat we even géén paraplu bij ons hadden tegen de zon. Maar de regen was wel even verfrissend. En ook met de bewolking hadden we even geen problemen.  Het buitje en de bewolking was echter van korte duur en al snel scheen de zon weer.

De laatste stop was bij de Gal Vihara, waar in één rots een zittende, een staande en een bijna dode buddha wordt uitgebeeld. Geen slapende buddha zoals we nu weten, want die heeft z’n ogen dicht en z’n voeten parallel aan elkaar. Een stervende buddha heeft de ogen half gesloten en z’n voeten juist niet parallel aan elkaar. Het was een mooie plek waar één en ander goed was gerestaureerd.

7 december 2011

Sigeriya

Om 06.45 uur stonden we op en een kwartier later waren we onderweg naar de rots van Sigeriya, dat op zo’n vijftien minuten rijden van het guesthouse ligt. We liepen door de tuinen vanaf de ingang naar de voet van de rots en we waren er zo goed als alleen. Onderaan de rots wachtte ons de trappen die ons tot bovenop de rots zouden leiden. 

Sigiriya zicht vanuit de tuin

De eerste treden waren van natuursteen, maar na de toegangscontrole werden de trappen van metaal en hingen de trappen langs de verticale wand van de rots. Direct na de toegangscontrole gingen we via een wenteltrap ongeveer 30 meter omhoog om uit te komen bij een in de rots uitgehakte galerij met (gerestaureerde) rotstekeningen van rondborstige dames.

Sigiriya detail wandschildering (2)Sri Lanka
Rotstekeningen
Sigiriya detail wandschildering Sri Lanka
Sigiriya spiraaltrap
Wenteltrap naar de galerij met rotstekeningen

Via de wenteltrap keerden we weer terug naar beneden om via de ‘spiegelmuur’ naar de klauwen van de leeuw te lopen. De spiegelmuur heet zo, omdat de muur vroeger zó gepolijst was dat íe als een spiegel fungeerde. Maar dat is tegenwoordig niet langer het geval.

Sigiriya steile trap Sri Lanka
Laatste, steile trappen naar de top

Bij de klauwen van de leeuw was nog een trap die leidde naar de top van de rots, die zo’n beetje 100 meter boven het maaiveld uitsteekt. Ondanks de warmte (nu al!) waren we zo boven. Bovenop de rots zelf was niet veel te zien. Er was een aantal bakstenen muurtjes en een groot (zwem)bad. Maar het uitzicht vanaf de rots over de omgeving was schitterend. Bovenop de rots waren we met misschien zes andere toeristen. Het was dus erg rustig.

Sigiriya vijver op de top Sri Lanka
Bovenop de rots van Sigariya

We daalden dezelfde route met de trappen af en kwamen onderweg al stukken meer mensen tegen op weg naar boven. Het werd al drukker en Pali had (dus) een goede beslissing genomen om zo vroeg mogelijk de rots te bezoeken.

Met de auto reden we terug naar het guesthouse, waar we ontbeten en de rugzakken inpakten en na het ontbijt gingen we op weg naar de rotstempel van Dambulla. Weer moesten we 1.000 rupees entree betalen per persoon en we werden getrakteerd op nog meer traplopen.

Inmiddels was de bewolking opgetrokken en was de zon weer tevoorschijn gekomen. De hemel was weer strakblauw en we zetten de paraplu op tegen de zon en op die manier konden we nog een beetje in de schaduw lopen. Er stond gelukkig wel een licht briesje dat het een en ander nog een beetje veraangenaamde.

Bovenaan de trappen lieten we onze schoenen achter en deden we de oranje sokjes aan die we van de luchtvaartmaatschappij hadden gekregen en we betraden de tempel. In vijf afzonderlijke grotten, waren voornamelijk in het wit geklede Srilankanen aanwezig die schalen vol fruit offerden en vervolgens het fruit aan ons aanboden. Vriendelijk wezen we hun aanbod af. De vele apen in de omgeving lieten de geofferde bananen zich goed smaken. Hoewel we apen ook op een minder vriendelijke manier kennen (Gibraltar bijvoorbeeld), waren dit geen apen om bang voor te zijn.

Na veel foto’s te hebben gemaakt en van de schoonheid van dit alles te hebben genoten, daalden we weer af via de vele trappen met de onvermijdelijke verkopers langs de kant. Leuke verkopers waren de mangoverkopers. Die boden mangostaafjes aan in een puntzak van krantenpapier. Het leken net puntzakken Vlaamse frieten. De andere verkopers probeerden wel onze aandacht te trekken, maar waren ook hier niet opdringerig.

Matale

We reden verder naar Matale voor -alweer- een tempel. De tweebaansweg steeg heel geleidelijk en was schitterend gelegen tussen boomgalerijen. Volgens Pali werd het landschap nu steeds groener, maar ons viel het niet zo op.

Bij de tempel in Matale waren we weer als enigen. Het was maar een klein tempelcomplexje en we vonden de omgeving mooier en bijzonderder dan het tempeltje zelf.

We reden verder in de richting van Kandy. Het landschap werd heuvelachtiger en de bochten talrijker. We stopten bij een ‘herbal and spice garden’, waar we door een vriendelijke jongen langs de bomen en planten werden geleid en bij iedere boom of plant waar we stopten, stond en potje zalf of crème met een heilzaam goedje erin dat van die plant of boom was gemaakt. Bijzonder was de ontharing crème die Remco op z’n hand liet testen. Inderdaad lieten de haartjes op z’n hand na twintig minuten inwerken van de crème vanzelf los.

Na de rondleiding door de tuin kregen we wat informatie van de ‘dokter’ zelf, die ons duidelijk maakte dat we zuinig moesten zijn op ons lichaam en dat de genezing van binnenuit moest komen. Dus gezond eten, weinig stress enzovoort. Genezing zou niet zo zeer van buitenaf komen gaf hij aan, omdat dat alleen maar symptoombestrijding zou zijn. Een kern van waarheid schuilt wel in zijn verhaal. Zo gaf hij aan dat hij bijvoorbeeld via therapie Psoriasis zou kunnen genezen.

Uiteindelijk belandden we natuurlijk in de verkoopruimte, waar ons nogmaals de werking van de middeltjes snel werd uitgelegd en de prijzen werden genoemd. We overwogen om wat aan te schaffen, maar toen we goed en wel hadden omgerekend wat vier kleine potjes zalf zouden gaan kosten, besloten we dat we wel gek zouden zijn als we dat zouden doen. Omgerekend stond er namelijk voor ruim € 70,- aan middeltjes op de toonbank waarvan we vooraf niet wisten of ze ook daadwerkelijk zouden werken.

We doneerden een klein bedrag aan de jongen die ons door de tuin had rondgeleid. Hij was ‘student’ van de ‘dokter’. Daarna vertrokken we op weg naar Kandy. Later – in Kandy – zouden we vaak horen (en ook wat de Lonely Planet al schreef) dat de prijzen in de ‘spices and herbal garden’ wel heel erg fors zijn. Zo kostte een potje aloë vera gel in de gardens € 15,- en op de markt in Kandy € 3,-.  Wellicht is er sprake van enig kwaliteitsverschil, maar er is zeker sprake van een behoorlijk prijsverschil.

Kaindy

In Kandy reden we naar het Nethmy Villa, een guesthouse dat pas een maand voordat wij er aankwamen was geopend. Op de kamer was het bloedheet, maar de kamer was schoon en de badkamer zag er zeer verzorgd uit.

We bleven niet lang in het guesthouse, want om 16.30 uur vertrokken we naar het theater voor een voorstelling van een uur van traditionele dansen en muziek. Die voorstelling zou om 17.30 uur aanvangen en we moesten eerder aanwezig zijn voor de beste plaatsen.

Om 17.30 uur begon het trommelen, dat inderdaad een uur zou gaan duren. Een behoorlijke formatie mannen en vrouwen voerden diverse dansen op in diverse kledendrachten. De choreografie liet behoorlijk te wensen over, waardoor het een en ander nogal amateuristisch overkwam. Om 17.50 uur keken we op ons horloge…. Nog veertig minuten!

Op zich was de voorstelling niet vervelend, hoor. Maar meer amateuristisch en dat maakte het wat minder boeiend.  De show eindigde met twee mannen die over hete kolen liepen. Tsjakaa!

We aten in het history restaurant. Het restaurant had die naam, omdat er allemaal oude foto’s van Kaindy aan de wand hingen en er een diashow van oude plaatjes werd afgespeeld. Het restaurant was zeer smaakvol ingericht en het eten was goed. Jammer dat de Srilankanen geen uit eten-cultuur kennen. De srilankaan gaat niet uit eten en er zijn daardoor niet veel restaurants, waardoor je zo goed als alleen in een restaurant zit.

Na het eten wilden we nog even richting het centrum lopen. De weg naar het centrum loopt langs een tempel van de tand en die was hermetisch afgesloten. Militairen met AK47 mitrailleurs beletten ons de weg te bewandelen en verwezen ons vriendelijk naar het pad dat langs de oever van het meer loopt aan de andere kant van een metershoog hek.

In het centrum was zo goed als alles al gesloten en we besloten om snel even in een internetcafé te duiken om de mail te checken en daarna namen we een tuk tuk terug naar het hotel.

8 december 2011

Na het ontbijt stapten we in een net gewassen auto en gingen we op weg naar de ‘Tempel van de Tand’. Onze chauffeur Pali heeft twee opvallende en rare eigenschappen, namelijk 1) hij houdt ervan on zijn auto dagelijks te wassen (wij wassen onze auto in Nederland hooguit vier keer per jaar en dan nog met de nodige tegenzin) en 2) hij houdt van telefoneren. Zijn mobieltje zou hij het liefste aan z’n oor vastlijmen, hebben we zo’n gevoel van.

Voor de Tempel van de Tand werden we afgezet. Het was half tien in de ochtend en het was inmiddels al weer ruim 29 graden, maar op de één of andere manier voelde het nog aangenaam aan. We hoorden al de trommels en dat terwijl we nog een paar honderd meter moesten lopen naar de tempel.

Kandy zware deuren Temple of the tooth
Zware deuren in de Templ van de Tand
Kandy uitzicht over de stad
Kaindy gezien vanaf de overkant van het meer
Kandy Temple of the tooth enorme drukte in de tempel
Enorme drukte in de tempel
Kandy Temple of the tooth detail olifant
Kandy Temple of the tooth biddende mensen op vloer
Gelovigen in het gebed

Voor het eerst moesten mannen en vrouwen in aparte rijen door de tassencontrole. Vroeger -tijdens de oorlog met de Tamiltijgers- schijnt de controle helemaal erg streng te zijn geweest. Nu was een vluchtige blik in de rugzakken voldoende.

We kochten tickets en vroegen om een audioguide die we meekregen tegen het inleveren van ons rijbewijs als borgstelling. Nou, die audioguide kun je net zo goed niet nemen. Het voegt namelijk weinig toe áls je er al iets van kan verstaan. We betraden de tempel namelijk net als tientallen andere mensen. De Srilankanen waren weer overwegend in het wit gekleed. Direct na binnenkomst kwamen we bij een tempel met zwaar verzilverde deuren, die gesloten waren. Voor de deuren stonden drie mannen te trommelen. Continue een dreuntje van zes of acht akkoorden en vreselijk hard. Dit was dus wat we al van verre hadden gehoord. Het ging gewoon door deuren heen.

We moesten een trap op om bij de Tempel van de tand zelf te geraken, maar wachtten even totdat het wat rustige zou worden. In de tussentijd bekeken we een andere tempel met vele witte (marmeren??) buddha’s langs de kant van een langgerekte zaal alsmede een hele grote buddha die op de kop van de zaal stond.

Bijzonder van deze zaal vonden we de geschilderde panelen die het levensverhaal van Buddha uitbeelden. Ook hing er een schilderij en dat hadden we toch nog nooit eerder gezien in een buddhistische tempel.

We liepen terug naar de trap die naar de Tempel van de Tand leidt en sloten toch maar achteraan in de rij, die nog niet veel geslonken was. Op de eerste etage van deze houten tempel was er nauwelijks nog een doorkomen aan. Vele mensen zaten op de grond in de richting van de tempel te bidden en langs de muur stond een lange rij Srilankanen met offerandes in de hand te wachten totdat de deur naar het allerheiligste (de box waarin de tand zou zitten) open zou gaan. Wij besloten om meer te genieten van de ceremonie dan te gaan wachten inde rij voor de ‘Tand’.

Nadat we nog wat zalen , waaronder de bibliotheek en het museum hadden bezocht, reed Pali ons naar de botanische tuin. We betaalden de 1.000 rupees per persoon en gingen naar binnen. We liepen onder de paraplu die ons wederom beschermde tegen de zon. In de botanische tuin stonden vele bomen. Soms individuele bomen en soms bomen van dezelfde soort bij elkaar gekluisterd. Zo stond er een gigantisch bamboebos (klein bosje, maar gigantisch hoge bamboe) en waren er twee indrukwekkende lanen met palmbomen. Schitterend! Eén laan met Palmyra Palmen en één laan met Gabage palmen. Er stonden cannonball bomen, een vreemde boom waar aan de stam takjes groeien met mooie bloemen, die later veranderen in keiharde ronde vruchten en vandaar de naam kanonskogelboom.

Kandy Botanische tuin vlooiende apen
Eeehhh… hier zit er nog eentje!
Kandy Botanische tuin bloem canon ball tree
Bloem van de kanonbalboom

In de bomen nabij de rivier hingen honderden, zo niet duizenden vleermuizen. Een aantal vliegende honden vloog rond. We liepen zo’n drie uur rond in deze schitterende botanische tuin, waar het overigens stikte van de verliefde stelletjes. Hier wordt openlijk uiting aan gegeven en dat terwijl dat in andere Aziatische landen toch echt ‘not done’ is. Beetje aan elkaar zitten. Er wordt niet gezoend.

We reden terug naar Kaindy waar we ons lieten afzetten in het centrum, maar we hadden nog maar weinig tijd om een beetje te winkelen. De meeste winkels sluiten zo rond 18.00 – 19.00 uur.

9 december 2011

Gisteravond hadden we een beetje rondgesnuffeld in een supermarkt om eens te kijken wat er ,- allemaal te koop is. Nou, zo’n beetje alles is hier te koop. Maar wij bleven voornamelijk hangen bij de kruiden. Thuis vinden we het leuk om zelf te koken (met name Indiaas) en hier was volop keuze aan kruiden en die zijn ook nog eens voordeliger dan in Nederland. En dus kochten we voor € 10,- een hele tas vol kruiden.

Vandaag stond de ‘Temple loop’ op het programma; een drietal tempels in één lijn even ten westen van Kaindy.

Op weg naar de tempels wemelde het van de kopersmederijen annex winkels en Pali wist (natuurlijk) wel een goede. Daar hadden ze mooie spullen, maar soms onhandig groot, zoals een olielamp in de vorm van een tempel, maar dan wel van twee meter hoog of zware dingen, zoals een mooi beeld van Ganesh, dat 15 kilo woog.

We kochten een bronzen schaal met koperen inleg die rust op drie pootjes in de vorm van olifanten. Deze was 6.500 rupees oftewel zo’n € 27,-. In deze grote schaal met een diameter van zo’n 25 centimeter kun je dan een bloem doen of zoals we in het hotel zagen dat ze er drijfkaarsjes in hadden. Leuk idee!

Bij de eerste tempel werd ons ten stelligste afgeraden om naar de tweede tempel te lopen òf om een gids mee te nemen. Vanaf de tweede tempel zou de route naar de derde tempel wel eenvoudig te vinden zijn en dus besloten we om naar de tweede tempel te rijden.

Bij de eerste tempel kregen we een korte rondleiding door de kaartverkoper annex kunstenaar annex archeoloog. Hij werkte al zo’n twintig jaar als vrijwilliger voor deze tempel en deed veel aan tekenen. Na de korte rondleiding liet hij wat van zijn werk zie. Hij schilderde met ‘Van Gogh’ verf, dat hij opgestuurd kreeg vanuit Nederland door een Nederlandse bewonderaar. Zijn tekeningen waren zeer zeker mooi, maar wat moeten we ermee. We gaven hem 300 rupees en kregen zowaar een tekening van hem mee, die hij ter plekke dateerde en voorzag van zijn naam.

Embekka houtbewerker
Trotse houtbewerker
Boeren op de akkers
Boeren op hun akker

Met de auto reden we naar de tweede tempel. Die bezochten we maar kort, want de tempelmoeheid slaat een beetje toe en daarna liepen we naar de derde tempel. Die wandeltocht was super. We liepen door bossen met veel huisjes tot aan de rijstvelden waar druk werd gewerkt aan het uitzetten van de jonge rijstplantjes en het gereedmaken van de akkers voor het nieuwe plantseizoen.

We passeerden een huis waar een houtbewerker achter de voordeur achter een tafel zat te werken. Hij nodigde ons uit om in zijn huisje te komen kijken en hij liet voltrots zijn werk zien. Daarna liet hij de oorkonde zien; de eerste prijs in houtbewerking uit 1998 Hij maakte volledig geen aanstalten om iets te verkopen en na wat gepraat namen we afscheid. Enkele honderden meters verder was de derde tempel op een rij in het plaatsje Embekka. Deze tempel kende een hele hoop houtsnijwerk op de pilaren die het dak ondersteunen. De kunstenaar had deze gekopieerd.

Terug op weg naar Kaindy stopten we nog bij enkele koperwinkels, maar we zagen niets meer dat naar onze wens was. Pali zette ons, op ons verzoek, af op dezelfde plaats als gister in het centrum van Kaindy, waar bij de zebraoversteekplaats dezelfde agente het verkeer stond te regelen.

We lunchten rond 14.30 uur bij ‘the backery house’ met een aantal kleine snacks voor – jawel- 240 rupees (€ 1,50). Okay, dat werd 300 rupees toen we er ook nog een pot thee bij bestelden en daarna kreeg de oude ober ook nog wat fooi. De man had de pensioengerechtigde leeftijd in Nederland al lang gehaald, maar moest hier nog doorwerken.

Kandy
Bakkerij in Kaindy

We kochten een Sari voor Marjolijn. De initiële vraagprijs was 3.500 rupees, maar we wisten dat terug te brengen tot 1.200 rupees en dat was waarschijnlijk nog teveel, maar de Sari was mooi en we vonden het ene leuk souvenir. Daarna kochten we op de markt nog enkele zalfjes en oliën die in de ‘spice and herbal garden’ dus zo’n vijf of zes keer duurder waren.  In een sari-winkel kochten we nog een zijde sari van zo’n 6 meter en in de supermarkt nog meer kruiden.

We aten ’s avonds in de ‘Pub’.  Het eten was uitstekend en goedkoop.

10 december 2011

Adam’s Peak

We vertrokken vanuit Kaindy op weg naar Dalhouse voor Adam’s Peak. We reden via Kitugala, waar we gingen raften. Het water stond laag en het was eigenlijk meer dobberen dan raften, maar de omgeving maakte alles goed. We raftten op de tweede rivier van Sri Lanka op de plek waar langgeleden, namelijk in 1957 de film ‘The bridge on the river Kwai’ was opgenomen. Van de filmlokatie is al lang niets meer te zien, aangezien de brug in de film is opgeblazen. Animatie bestond toen nog niet. We zaten in de raft samen met een leuk en pasgetrouwd stel uit Chennai in India

Na de rafttocht lunchtten we in een restaurant in de buurt. Het buffet kostte 750 rupees per persoon en was lauw van temperatuur, maar wel smakelijk. Het lijkt er wel op dat al et eten in Sri lanka lauw (of koud) wordt geserveerd en dat is een beetje jammer.

Dalhousie

Het was nog twee uur rijden naar Dalhousie waar Pali een kamer hadden gereserveerd in het Punsisi Rest’ Onze kamer was een twee-onder-;Eén kap bungalowtje tegen een heuvel op gelegen. We moesten eerst vier trappen op, maar vanuit het bungalowtje keken we mooi uit over het dal.  In het dorp en op de weg er naar toe was het erg druk. Paya was begonnen en dat houdt in dat bij volle maan de tempel op de berg extra in trek is bij de pelgrims en in december is het de eerste keer dat het pad naar boven verlicht is. Dit duurt tot in mei en daarna is het seizoen over en branden de lichten ’s nachts niet langer.

In het dorp, dat uit één doodlopende weg bestaat, stond het vol met geparkeerde auto’s en bussen. Maar goed dat Pali een kamer had gereserveerd, want er was in het dorp geen kamer meer vrij. Veel keuze hadden wij zus ook niet meer, maar de kamer zag er netjes uit en het zou ook maar een kort nachtje worden.

Na het inchecken liepen we een stukje door het zeer drukke dorp met de vele kraampjes, restaurantjes et cetera. Iedereen was vriendelijk en niemand was opdringerig. Wat dat betreft is Sri Lanka echt een voorbeeld voor de wereld.

We aten in het restaurant van het hotel en wederom was het eten lauw.

We lagen rond 20.00 uur op bed.

11 december 2011

02.06 uur. Piep…piep…piep. De wekker ging af. Om 0.30 uur waren we nog even kort wakker geweest om toch maar een deken over ons heen te gooien want het werd toch wel wat fris en om tien over twee ’s nachts moesten we dan toch weer opstaan. Als eerste keken we even naar de sterren in de hemel en die waren te zien naast enkele onschuldige wolkjes. We konden dus op pad.

Dalhouse busstation
Enorme drukte op het busstation van het nietige dorpje Dalhousie
Dalhouse zonsopkomst boven Adam´s Peak
Zonsopkomst
Dalhouse - Adam's Peak (sri Pada)
Dalhouse Adam´s Peak bij eerste ochtendzon
´s ochtends bij zonsopgang
Dalhouse mensen op steile trap Adam´s Peak
Bedevaartgangers op de terugweg ´s ochtends
Dalhouse Adam´s Peak van veraf
Adam´s Peak vanuit Dalhousie gezien

We kleedden ons aan en maakten vanaf het dak van het hotel een aantal nachtfoto’s van Adam’s Peak en het verlichte pad (zowel letterlijk als figuurlijk) er naar toe.

Om 02.40 uur begonnen we aan de drie uur durende klim naar de top. We zouden 5.100 traptreden en 1.000 hoogtemeters maken. In het dorp waren enkele restaurantjes en kraampjes nog open (24 uurs economie in dit dorpje) en alle verkopers hadden nu steevast dikke jassen aan en zaten op een stoeltje. En wij liepen daar zónder jas aan. Het was 17 graden.

We waren voorbereid op een lange stoet pelgrims naar boven, maar afgezien van een handvol toeristen waren we de enigen die naar boven gingen. Veel meer pelgrims, gekleed in dikke jassen, mutsen en oorwarmers kwamen we onderweg tegen. Zij waren veelal op slippers of blootvoets bezig met hun terugtocht naar beneden.

Het eerste stuk wan nog vrij vlak en met soms diepe traptreden, maar nadat we een tweede keer de rivier overstaken begon het echte beulwerk. De trappen begonnen nu echt en het ging snel bergopwaarts. Na vele korte stops behaalden we uiteindelijk na drie uur klimmen de winderige top van Adam’s Peak. Spectaculair was het uitzicht even voordat de top bereikten. Toen zagen we de ranke berg alleen in het landschap staan met een oranje gloed op de top en ook veel rook afkomstig van de smeulende wierrookstokjes. Even leek het net een vulkaan.

Bovenop de top van Adam’s Peak was het een drukte van jewelste. Veel pelgrims zaten op de grond, allen goed dik aangekleed. De harde wind was koud en ook wij deden snel en bodywarmer en een jas aan. We waren namelijk nat van het zweet.

Even voor de zonsopgang begon de tempelceremonie met veel getrommel en een schel trompetje (zo’n slangenbezweerdersgeluidje) en werden bloemen en water aangeboden als offerandes door mensen die onder een netgemaakt stoffen dak liepen. Het stoffen dak werd door mensen omhoog gehouden.

De zonsopgang was beter te zen nadat we de tempel weer hadden verlaten. Het was in de tempel namelijk té druk.

De afdaling ging sneller dan naar boven, maar was een grotere aanslag op onze knietjes. Eenmaal terug in het hotel douchten we en daarna hadden we het ontbijt.

We rekenden de kamer af en gingen op weg naar Nuwara Eliya. Half weggedommeld genoten we van de mooie, groene omgeving. De theeplantages reikten zo ver het oog kon zien. Een trein boorde zich en weg door de theeplantages, mensen hangend uit deuren. We reden lange tijd langs een stuwmeer. De combinatie van het groen van de theeplantages en het blauw van het water en weer een andere kleur blauw van de hemel zorgde voor schitterende plaatsjes.

We stopten even op een plek waar de theepluksters hun volle manden lieten wegen, waarna de theeblaadjes in tien kilozakken werd getopt en naar de theefabriek werd gebracht.

Newara Eliya

In Newara Eliya namen we een kamer in het Governor hotel; ene prachtig koloniaal huis met lange gangen en veel kamers. We kregen kamer 18, die oké was, maar dringend behoefte had aan enige renovatie. Morgen zouden we kamer 15 krijgen, die twee keer zo groot is en zelfs beschikt over een open haard.

We lieten ons afzetten in het centrum, dat bestaat uit drie straten van 500 meter lang of zo en gelegen in een driehoek. Er was niet veel te doen en de winkeltjes waren ook niet zo interessant. We probeerden wat te internetten op een computer dat net geen commodore-64 meer was en waarbij de bits and bites per een slak worden getransporteerd. Zonder veel succes gingen we maar weer verder. Inmiddels was de regenbui weer wat verder getrokken, maar we zagen een nieuwe regenbui over de heuvelrug aan komen rollen en even ging het flink tekeer.

Op het terrasje van een restaurant in het Victoria Park  dronken we een pot thee en dat was een behoorlijke pot. We haalden zeker 4 kopjes per persoon uit de pot.

’s Avonds aten we in het restaurant Grand India waar we voor 1.100 rupees met z’n tweeën ons buikje rond aten.

Terug in het hotel kregen we bijna een hartverzakking toen de receptionist de prijs vertelde van een drie uur durende wandeling naar Horton’s Plane: US$ 90, waarvan USD$ 22 toegang tot het park. We besloten de Sri Lankaanse overheid niet in de kaart te spelen en om een bezoek aan Hoton’s Place te skippen.

12 december 2011

Weer toast, jam en eieren als ontbijt, maar dit keer ontbrak het fruit en het fruitjuice. We ontbeten in een mooie, maar donkere eetzaal. Donker, doordat de kamer erg diep was en de raampartij niet voldoende licht doorliet.

Na het ontbijt huurden we bij de buurman – het Alpine hotel – twee mountain bikes en begonnen we aan een fietstocht. Erg veel wegen zijn er niet en degene die er zijn waaieren direct uit als een spinnenweb. De wegen die we kozen waren niet de hoofdwegen en ze zaten vol gaten. We reden door de “buitenwijk” van Nurelia. Lage huisjes stonden langs de weg en voor de huisjes hing het wasgoed aan de waslijn te drogen. We reden langs veldjes waar diverse soorten groenten werd verbouwd. Hele velden met prei, met daar tussenin sla. Maar ook zagen we velden vol bieten, wortels e cetera. Hier is groente volop.

We fietsten verder naar het Pedro Tea Estate waar we een rondleiding kregen door de theefabriek. De fabriek was di dag niet in werking na twee achtereenvolgende feestdagen. Misschien maar goed ook, want als alles werkt is het misschien een stoffige en luidruchtige boel.

Er werd uitgelegd dat de vers geplukte blaadjes eerst worden gedroogd totdat de vochtigheid met 45% is gereduceerd. Daarna worden de blaadjes gehakt en gezeefd in een viertal afmetingen. De gehakte en gezeefde blaadjes worden vervolgens nogmaals 45 minuten gedroogd in een droogoven en daarna gaat de thee in grote papieren zakken om op de theebeurs in Colombo te worden verhandeld. De theemerken verwerken deze thee tot kant en klare verpakkingen.

Via een andere route fietsten we terug naar Nuwera Eliya en reden langs een meertje waarop enkele waterfietsen lagen te dobberen. We lunchten bij Grand India en daarna liepen we nog wat door het centrum. We kochten nog wat thee in een supermarkt en ’s avonds lieten we ons weer verwennen bij restaurant Grand India.

13 december 2011

Om 11.00 uur vertrokken we vanuit het hotel naar het treinstation acht kilometer verderop. Onderweg zagen we de vele theeplukkers aan het werk op de plantages. Een half uur later stonden we op het stationnetje waarvandaan de trein naar Ella om 12.30 uur zou vertrekken. We bekeken het seinhuis van waaruit alle wissels en seinen nog met de hand werden bedien; 48 seinen en wissels en dan alleen nog maar aan de oostzijde van het station. De seinwachter liet zien hoe hi j een sein dat 100 meter verderop stond vanuit het seinhuis omzette. Tussen de hendel overhalen in het seinhuis en het verspringen van het sein 100 meter verderop zat enige vertraging, maar we zagen het sein verspringen. Alles is nog mechanisch, dus dit was nog zo’n heel oud sein.

De trein had een vertraging van één uur. Tijdens het wachten kochten we kaartjes voor de tweede klasse voor maar liefst 110 rupees per persoon (€ 0,70).

Ondertussen stroomde het station vol en toen de trein het station eenmaal binnen reed, bleek de trein overvol te zijn. Pali regelde snel plekjes in de eerste klasse en na bijbetaling van 640 rupees hadden we wel zitplaatsen in de eerste klasse.  Helaas was het weer niet al te best en werden de ramen al snel gesloten en reden we door de mist. Ondanks dat was het een leuke maar zeer inefficiënte ervaring, alhoewel Pali er ook tweeëneenhalf uur over zou doen naar de eindhalte, doordat de weg in Bandaruwalla door een staking geblokkeerd was. De thee moest voortaan in plastic containers of manden worden aangeleverd en dar was eden voor een opstandje.

Het hotel in Ella waar Pali ons in eerste instantie heen reed vroeg 5.500 rupees per nacht. Zijn buurman vroeg 2.000 rupees minder en dus checkten we in bij het Ambiente en kregen een nette kamer met schitterend uitzicht over de Ella Gap (de vallei), Ella Rock en een waterval.

’s Avonds aten we heel smaakvol in het alcoholvrije restaurantje van het guesthouse.

14 december 2011

Er was veel regen vannacht, maar toen we vanochtend opstonden was het weer droog, maar wel er bewolkt. We ontbeten in Ella zelf in de ‘Curd Shop’ en namen Curd met muesli en Kitulsiroop en een chocolade-bananenpannenkoek. Kitul wordt ook wel honing genoemd en het is net zo zoet en stroperig als honing, maar komt van de Kitulpalm. Lekker hoor!

Het was überhaupt een feest om eens niet met toast, jam en een ei te ontbijten en omdat de kamer exclusief ontbijt was hadden we nu de keuze wat we wilden ontbijten.

Na het ontbijt liepen we naar Ella Rock. We volgden de spoorlijn tot na de brug en sloegen toen linksaf. Ondertussen wees een oud mannetje ons de richting en hij ging ons voor, wat weer enige ergernis opwekte bij Marjolijn, want dit soort diensten wordt je min of meer ongevraagd opgelegd.

Via een één voet breed pad liepen we tussen he metershoge riet omhoog. Halverwege gaven we het mannetje duidelijk te kennen dat we van zijn ‘service’ niet gediend waren en natuurlijk hield hij z’n hand op, dat we niet beantwoorden. Hij praatte nog een lange tijd hardop, waarschijnlijk ons enige verwensingen naar het hoofd slingerend. We klommen verder en het pad werd breder en beter begaanbaar. Bovenop Ella Rock begon het te regenen.

15 december 2011

Yale National Park

We reden na het ontbijt naar het Yala nationale park. We checkten in h=bij en guesthouse en ’s middag maakten we een jeepsafari van enkele uren door het nationale park

16 december 2011

Galle

We vervolgden onze reis naar de stad Galle in het zuiden van Sri Lanka en bezochten deze stad

17 december 2011

Terug naar Colombo

We reden terug naar Colombo voor de terugvlucht naar Nederland. Onderweg naar Colombo zagen we de stokken in de zee waarop de vissers zaten te vissen. Puur voor de toeristen tegenwoordig, want deze inefficiënte manier van vissen wordt al lang niet meer actief bedreven.

Pali zette ons af op de luchthaven van Colombo, waar we afscheid van onze chauffeur namen.

De terugvlucht naar Nederland verliep soepel en zo kwam er een einde aan een fantastische reis door het betoverende Sri Lanka.

Dit was ons reisverhaal van Sri Lanka. Wil je commentaar geven op ons verhaal, heb je een leuke tip of wil je juist meer weten? Gebruik dan ons contactformulier.