Taiwan

Zaterdag 12 oktober 2019

Vannacht niet zo lekker geslapen. Onder de dekens was het te warm omdat er een plastic deken tussen het matras en het laken lag en zonder de dekens te koel, omdat de airco aanstond. Die laatste hadden we kunnen uitzetten, maar deden we stomgenoeg niet.

De laatste dag in Korea was gelukkig weer een zonnige. Er stond wel wat meer wind dan de afgelopen dagen en dat zouden we aan de kust wel zien.

We hadden de rugzakken al zo goed als mogelijk ingepakt de vorige avond en konden dus vanochtend wat langer blijven liggen en al snel na wakker worden vertrekken. Toch was de parkeerplaats al vrij leeg toen wij bij de auto kwamen.

We deden de rugzakken direct in de omhoezen voordat die de kofferbak in gingen, zodat we dat op de luchthaven niet hoefden te doen en daarna gingen we op weg. Het grootste deel van de route volgden we de kustweg. De harde wind zorgde voor hogere golven dan de afgelopen dagen en op sommige punten reden we zo dicht  langs de kust dat een muur ons van de zee scheidde en dan kwamen de spetters van het tegen de muur afketsende water over de muur op de auto terecht.

We moesten twee keer tanken. De auto was gehuurd met een benzinetank die voor 80% gevuld was en we moesten de auto op dezelfde wijze afgetankt terugbrengen. En dat kostte twee tankbeurten. Maar uiteindelijk zouden we auto met 1 kilometer verschil in restafstand op de resterende tankinhoud inleveren. Goed gegokt, dus.

Onderweg kochten we een kop koffie van onze laatste Koreaanse won bij de CU convenience store en die dronken we op het strand in het zonnetje. We reden langs enkele campings en we vonden het achteraf jammer dat we die kans niet hadden benut. Maar we wisten vooraf nog niet dat er behoorlijk veel plaatsen zijn langs de kust waar je je tentje kunt opzetten. En we hadden er wel op gehoopt, maar wisten ook van tevoren niet dat we vier dagen prachtig weer zouden hebben op Jeju.

Rond 12.00 uur leverden we de auto zonder krassen of deuken weer in bij het verhuurbedrijf en een shuttle bus bracht ons de laatste 500 meter naar de vertrekhal. Daar konden we direct inchecken. Dit keer hadden we de tent in de omhoes van Marjolijn d’r bagage gedaan. De rugzak van Remco woog nu 14 kilo en die van Marjolijn 17 kilo. Bij elkaar 31 kilo en er mocht slechts 30 kilo mee. Hoe kinderachtig kun je zijn als luchtvaartmaatschappij. Dus een halve kilo verplaatst naar de handbagage en toen was alles oké. Die policy kunnen we als wereldreizigers maar niet begrijpen. Luchtruim of passagiersgedeelte…. die halve kilo gaat sowieso mee de lucht in. Waarom dan moeilijk doen? Wie weet kan  iemand die bij een luchtvaartmaatschappij werkt het ons een keer uitleggen.

Na een vlucht van twee uur en een kwartier kwamen we aan in Taipei. Het laatste stuk voor de landing vlogen we over een vlak landschap met hier en daar enkele hoogbouwflats, maar verder voornamelijk agrarisch gebied. Van boven zag het er veelbelovend uit.

Nadat we het vliegtuig hadden verlaten, liepen we lange gangen door om te eindigen in de wachtrij voor de röntgenapparaten. De rij groeide snel aan en het röntgenapparaat speciaal voor cabinepersoneel en diplomaten werd extra ingezet en daar profiteerden wij van. Onze tassen kwamen niet zonder problemen door het apparaat. De medicijnentas werd even kort geïnspecteerd, maar al snel akkoord bevonden. Men was op zoek naar vlees(waren) en fruit, dat absoluut niet mee naar binnen mag. Dat werd in het vliegtuig al omgeroepen, waarna Remco snel de laatste appel naar binnen werkte.

Na de röntgencontrole waren de immigratiebalies voor ‘citizens’ en voor  ‘non citizens’. Wij gingen er maar vanuit dat we geen ‘citizens’ waren en sloten aan in een zeer korte rij. Al snel hadden we een  90 dagen visumstempel in het paspoort en konden we naar de bagagebanden.

Ook  snel hadden we de bagage en als eerste stopten we de spullen uit de handbagage terug in de rugzakken om het gewicht weer beter te verdelen. Daarna langs de douane en we stonden in de aankomsthal. Via de website Klook hadden we een Sim kaart besteld en die konden we in de aankomsthal afhalen. Snel werd de Koreaanse kaart vervangen voor een Taiwanese en hadden we weer internet

Naast de balies van de telecomproviders -die knus naast elkaar zitten en ze vinden allemaal van zichzelf dat ze  ‘nummer een’ zijn in Taiwan- stond een geldautomaat en we pinden 10.000 Taiwanese Dollar. Vervolgens liepen we naar de metro. Een vriendelijke jongen met iets te veel temperament / ADHD stond bij de automaten om domme toeristen, zoals wij, te helpen om kaartjes te kopen. Maar de biljetten van 1.000 dollar, die de geldautomaat had uitgespuugd werden  niet door de kaartjesautomaat geaccepteerd. Echter, naast de kaartjesautomaat stond een wisselautomaat die biljetten van 1.000 dollar omzetten in een van 500 en vijf van 100. Zo wisselden we direct 5.000 dollar voor kleinere biljetten. We kochten twee kaartjes, die tokens bleken te zijn en liepen het perron op. Stoptreinen (veel haltes) en sneltreinen  (slechts drie haltes) rijden om en om met 5 minuten tussenpozen en dus lieten we de stoptrein gaan en namen we de sneltrein en 35  minuten later stonden we op Taipei centraal station. Onderweg zagen we zon ondergaan en reden we langs hoogbouw, die veel smaakvoller was dan in Korea. Er zat meer variatie in de gebouwen en we zagen dat ieder appartement ook een balkon heeft. Dat zag je in Korea ook nooit.

We moesten via de City mall, een ondergronds winkelcentrum, lopen om op straatniveau te komen en vanaf daar was het nog twee minuten lopen naar ons hostel, dat aan het einde van een smal steegje van de weg af lag. Daar aangekomen was het even slikken. Op de plaatjes op Booking leek de kamer er wel netjes uit te zien, maar dit was wel erg basic. Goed, het tweepersoonsbed was wat hard en was van muur tot muur, maar de ‘eigen badkamer’ was wel heel erg gedateerd. Tegeltjes kwamen letterlijk van de muur en het bad was letterlijk met duct tape aan elkaar geplakt. Laten we zeggen: min twee sterren accommodatie.

We legden de spullen op het ienie-mini kamertje en begaven ons toen op straat in de drukte. Naar de Ningxia nachtmarkt was het 800 meter lopen, oftewel 10 minuten. Onderweg liepen we langs een supermarkt, waar we even keken voor het ontbijt van morgenochtend. Maar we schrokken van de prijzen. Havermout was 7,50 euro voor een kilo en yoghurt kostte 1,50 per halve liter. Wie weet moeten we op zoek naar iets anders? Ook de tandpasta was met 6 euro voor een tube behoorlijk aan de prijs.

We liepen de nachtmarkt op en het eerste deel was geweid aan entertainment voor het jongste publiek. Flipperkastjes zonder flippers (dus alleen balletje afschieten en zien in welk vakje die belandt voor de punten),  visjes vangen en in een netje doen met levende visjes en schieten met een luchtbukspistooltje op ballonen was wat Taiwanese kinderen van een jaar of vijf schijnbaar leuk  vinden.

Na het amusementspark begon de nachtmarkt. Food stalletjes stonden zij aan zij naast elkaar aan weerzijden van een smal pad van ongeveer twee meter breed, waar velen -waaronder wij- stapvoets vooruit kwamen. We kochten een rond gerechtje bestaande uit kool, ei, garnaaltjes, inktvis en saus (zoiets hadden we in Hiroshima, Japan ook eens gegeten), dat op een bakplaat in kookrondje werd bereid en daarna hij een ander restaurantje een gerecht met rijst met rundvlees in een satésaus.

Zondag 13 oktober 2019

We werden na een goede nacht slapen in ons uiterst basic kamertje wakker rond 08.30 uur. Veel te vroeg voor Taiwan, dat pas rond 10.00 uur tot leven komt als de winkels weer open gaan.

We liepen naar Taipei station, dat op 5 minuten lopen van het hostal ligt. De straten waren nog leeg, rolluiken van de winkels gesloten, maar de rijen scooters die geparkeerd stonden op straat waren nog aanwezig. We liepen de trappen af zoals naar een metrostation, maar kwamen uit in de City mall, een ondergronds winkelcentrum onder het centraal station. In de enorme lange rijen met winkels waren nu nog grotendeels de rolluiken gesloten. Toen we meer naar het station liepen, kwamen we enorme groepen gesluierde vrouwen tegen, die op trappen en in de centrale hal van het station op de grond zaten te ontbijten.. Al snel vingen we “Selamat datang” op, wat Maleis of Indonesisch is voor goedendag.

Op het station waren de bakkertjes nog gesloten. Die gaan ook pas om 10.00 uur open en we liepen naar het beginpunt van de wandeltocht die in de Lonely Planet staat. Dat beginpunt ligt bij de Longshan tempel. We liepen door rustige straten en kwamen plots langs een Carrefour supermarkt en een Decathlon. We keken eerst bij de Dectahlon, maar zagen helaas niets van onze gading. We waren op zoek naar korte broeken (met het oog op Australië en het feit dat we van Ilyas, de Australische jongen waarmee we de Pamir Highway bereisden, hadden gehoord dat iedereen daar bijna jaarrond in korte broek loopt) en een gastankje voor op de camping. Geen succes.

Bij de Carrefour, een etage hoger, hadden we meer geluk. Remco liet een foto op het internet zien van een gasflesje van het merk Coleman; het eerste plaatje van een gasblikje op het internet. ‘Nee, die hebben we niet’. Oh ja…. we zijn in de democratische republiek van China, afdeling Taiwan.  Even vergeten dat als je een vraag stelt in China en er is geen 101% match, dan is het er per definitie niet is. Na zelf wat stellingen te zijn langsgelopen zagen we vele gasflessen, maar met een ander label.

In de Carrefour hadden ze ook vers brood en Edammer kaas uit Nederland en een bruin broodje met room en Oreo-koekjes en zo hadden we de lunch voor vandaag al bij elkaar gescharreld. En de tandpasta was in de aanbieding; twee tubes voor 3 euro. Dezelfde tandpasta waar een tube 6 euro kostte in de supermarkt van gisteravond.

We liepen verder naar de Longshan tempel. Toen we daar aankwamen was het een drukte van belang. We hoorden buiten de tempel al gebeden, maar konden nog niet plaatsen. Eenmaal binnen  de muren van de tempel kon je over de hoofden lopen. Heel veel mensen stonden met een brandend wierrookstokje in de hand voor de tempels te bidden. Er was een paviljoen in het midden van het complex, maar langs de buitenmuren waren ook nog veel beelden, waar ook mensen voor stonden te bidden. Andere mensen zaten  met gebedsboeken op de grond te lezen, de tekst verticaal afgedrukt in smalle boekjes, soms met boeddhistische plaatjes.  Er stonden lange tafels met enorm veel offerandes. Met name fruit, maar ook dozen Oreo koekjes, Ferrero Roche bonbons en andere lekkernijen. De wierrookbrander voor de tempel bleek plots in de fik te staan, maar een medewerker van de tempel veegde alle opgebrande stokjes op een hoop, die vlam had gevat. Een kort brandje in de wierrookbrander.

Voor het eerst in weken zagen we weer toeristen. In Mongolië kwamen we die soms alleen bij de overnachtingsplekken tegen en in Korea hebben we enkele toeristen in Seoul en in Busan gezien en verder niet. Nu zagen we weer toeristen en zelfs een Nederlandse groep en dat nog wel in de tempel.

We vervolgden de wandeltocht. Inmiddels waren de winkels geopend en begon Taipei te ontwaken. Via een straat met allemaal tempelrelikwieën liepen we langs nog enkele tempels. Rijkelijk versierd met grote beelden van goden; allemaal met baard en soms met wenkbrauwen tot ver over de ogen. Moet toch onhandig zijn. Ook in deze tempels stonden mensen met wierrokstokjes in de handen te bidden, maar slechts enkelen.

Via een drukke winkelstraat liepen we verder. Het was met name jong publiek dat zich in de winkelstraten begeeft. Op straat waren straatartiesten. Een stelletje zong en speelde gitaar en verderop was een jongleur bezig. Een K-pop bandje (in Taiwan waarschijnlijk een t-pop bandje) danste op straat. Vier meiden en een jongen. In een straatje met alleen maar fotocamerawinkels kochten we een nieuw UV-filter voor de Canon, nadat de oude stuk was gegaan in Mongolië. En ook kochten we een driepoot voor de selfie stick. Nu kunnen we doen als de Koreanen doen en overal foto’s van ons zelf maken.

Het weer was aangenaam. Hoewel het 28 of 29 graden was, stond er een briesje en omdat het soms bewolkt was, was het erg aangenaam. We vervolgden de wandeltocht, die alleen nog voer langs een aantal oude gebouwen, zoals een twee verdiepingen tellend gebouwtje (een uitzondering in Taipei), het oude postkantoor, oude stadspoorten, een houten huisje uit de Japanse tijd en een vrij kale gotische kerk.

Uiteindelijk waren we pas rond 17.00 uur klaar met de wandeling, die gelukkig eindigde in de buurt van een park. Bij de 7 Eleven kochten we een biertje en gingen zitten in het park, waar vele gezinnen met kleine kinderen aan het spelen waren. Maar die vertrokken al snel toen het donker werd, zo rond 18.00 uur.

We aten in een food court in de kelder van een shopping mall en het eten was goed. Toen we naar huis liepen, kwamen we langs een bakkertje en kochten we nog een klein cheese cakeje als toetje. In de bakkerij draaiden ze Duitse schlagers. Best apart. Taiwan en Schlagers.

Maandag 14 september 2019

Horen we het nu regenen? Inderdaad. Buiten regende het, terwijl we kort daarvoor de zon hadden zien schijnen. Gelukkig was het een buitje van slechts een minuutje of zo en daarna keerde het zonnetje weer terug.

We liepen de twee minuten naar de City mall. De eerste winkels gingen weer open en zetten de ‘klantentrekkers’ weer voor de deur. De roltrap naar de city mall werkte nog niet. Die zal waarschijnlijk pas om 10.00 uur aangaan als alle winkels weer open gaan. In het ondergrondse winkelcentrum was het dan ook nog stil. Wel was een klein bakkertje open en we kochten twee pasteis de nata en daarna kochten we de blauwe ronde tokens voor de metro. Met de rode lijn zouden we naar het eindstation gaan, station Tamsui, van de gelijknamige buitenwijk van Taipei aan de monding van de ook gelijknamige rivier. Op het metrostation was het al behoorlijk druk. Mensen liepen kris kras door elkaar heen. Eten en drinken is op straffe van flinke boetes (NT 7.500) niet toegestaan. De trein werd van het perron gescheiden door halfhoge glazen muren, die open gaan als de trein stilstaat.

De trein ging al snel bovengronds en na ongeveer een half uurtje rijden waren we in Tamsui. We staken de weg over en zagen een Subway broodjeswinkel, waar we ontbeten. Na het ontbijt begonnen we aan de wandeltocht door Tamsui. In de Lonely planet hadden we gelezen dat we de weg over moesten  steken vanaf het station  en dan bij een hamburgerketen een straatje in. Wat we even niet zo snel realiseerden was dat er meerdere vestigingen van die keten zijn en dus liepen we een verkeerd straatje in. Toen we op de tablet keken waar we dan wel heen moesten, stapte een vrouw haar huis uit en sprak ons in vloeiend Engels aan. “Can I help you? Where do you want to go?” We hadden nog niet voldoende tijd gehad om ons te oriënteren op de tablet en zeiden “ Longshan temple”. “Follow me, please. I will show you”, zei de dame en op volle snelheid liepen er zeker 10 minuten door straatjes en over een marktje voordat we bij de tempel waren. In Taipei zijn vijf Longshan tempels. Gisteren begon onze wandeltocht door Taipei ook bij een Longshan tempel. De Longshan tempels zij allen geweid aan dezelfde god.

De Longshan tempel in Tamsui was heel sereen. Anders dan gisteren waren er nu maar een stuk of drie dames aanwezig, die – ook nu weer- met wierrookstokjes in de hand aan het bidden waren. De tempel was mooi om te zien. Kleurrijk, met  vele beelden en prachtig houtsnijwerk. Veel houtsnijwerk was achter plexiglas verstopt om aanraken te voorkomen. Voor de beelden stond een metalen tafel met offerandes. Prachtig fruit.

We liepen naar de volgende tempel, de Dangshui Quingshui tempel. Eigenlijk stond die niet beschreven in de Lonely planet, maar ook deze tempel was zeker een bezoek waard. Een grote groep vrouwen in zwarte lange overjassen was bezig met een dienst. De leidsters van de dienst hadden microfoons in de handen en iedereen zong mee.

De derde  tempel was de Dansui Fuyou tempel. De oudste tempel van Tamsui, maar die zag er aan de buitenkant in ieder geval sterk gerestaureerd uit. We liepen verder en kwamen bij een mooi Japans huisje op een rotspunt. Het was een overblijfsel uit de Japanse tijd. Toen is het waarschijnlijk idyllisch vrijstaand neergezet, maar inmiddels is het om het huisje vrij dicht bebouwd. Maar toch was er nog het mooie zicht op de rivier. Het Japanse huisje was geheel van hout met veel openslaande houten schuifdeuren en tatamimatten op de grond. Het was het eerste huisje in Taiwan dat stromend water had. De Japanse -kleine- tuin was smaakvol aangelegd met een klein vijvertje met twee verschillende waterlelieplanten in bloei.

De volgende stop was bij het ‘ foreign custom house’. Een mooi wit huisje met een arcade voor de voordeur en een aantal kleine vertrekken, waar vroeger de douane in gevestigd was. Verderop in de straat zat de Universiteit van Tamsui, gevestigd in een heel oud gebouwtje uit 1885. Althans, dit gebouwtje was het eerste universiteitsgebouwtje. Inmiddels staat er een hoop nieuwbouw naast en is de universiteit in omvang behoorlijk gegroeid.

Het rode fort, neergezet door de Nederlanders op de resten van een in de haast achtergelaten en afgebroken Spaans fort toen de Nederlanders de Spanjaarden op de hielen zaten in Taiwan, was de volgende stop. In het rode fort van twee verdiepingen hoog, waren enkele vertrekken en een viertal gevangeniscellen. Er werd behoorlijk veel uitgelegd in het Engels. Naast het rode fort was het oude ambassadegebouw van de Engelsen opengesteld voor het publiek. De inrichting was nog van de tijd dat de Engelsen er zaten.

De laatste stop was het Hobe fort; een echt militair bouwwerk met dikke muren en nog een tweetal kanonnen die tegenwoordig letterlijk het bos in schieten, want de kust is al lang niet meer te zien. In wat ooit 57 vertrekken zijn geweest, maar waarvan de tussenmuren zijn uitgebroken waardoor er lange hallen zijn ontstaan waren videopresentaties in het Chinees. Daar begrepen wij niets van en we renden snel door het fort. Een bruidspaar had dat misschien ook willen doen, maar de fotograaf nam eindeloos de tijd om de jurk netjes op de grond te leggen en het bruidspaar vele poses te laten aannemen.

We liepen langs de rivier terug naar het metrostation en kochten onderweg gefrituurde inktvis op een straatmarktje. Deze was goed bereid en (dus) niet taai. Van de verkoper moest er pittige poeder over de inktvis, maar die was helemaal niet pittig. Wellicht bedoelde hij meer gekruid.

We hadden besloten om de zonsondergang te gaan bekijken vanaf Elephant hill. Maar eerst even uitzoeken hoe we daar komen. In onze Lonely Planet uit 2014 stond een overzichtskaart van de metro die niet meer actueel bleek te zijn. Gelukkig is er anno 2019 internet en daar staat het vol met metrokaartjes van Taipei en al snel waren we erachter dat we helemaal naar de andere eindhalte van de rode lijn moesten. Inmiddels weten we hoe we de tokens voor de metro moeten kopen en dat systeem is kinderlijk eenvoudig (kopiëren naar Nederland???). Op een overzichtskaart boven de ticketautomaat staan de lijnen en de haltes. Bij iedere halte staat een nummer. Dit is het tarief van de plaats van vertrek naar de plaats van bestemming. Op de kaartjesautomaat klik je het bedrag aan en het aantal kaartjes dat je wilt hebben en vervolgens voedt je het hongerige apparaat met biljetten of muntjes. Van de biljetten lust ‘ie dus maar enkele smaken (niet 1.000 dollar)

We reden naar halte Xiangshan, liepen de metro uit en konden via een parkje de 1,5 kilometer naar de top van Elephant hill lopen. Een klein stukje was vlak, maar het grootste gedeelte was traplopen. Het irritante van traplopen in zowel Korea als nu ook in Taipei is dat ze halve treden aanleggen. Je kunt dus het beste twee treden tegelijk lopen om het aangenaam te houden. Of vreselijk veel trappetjes oplopen. Maar dan probleem twee: niet alle treden zijn halve treden en dus moet je ook nog eens goed opletten.

Bezweet kwamen we aan bij een uitzichtplateau. We waren niet als enige. Het was al behoorlijk aan het schemeren en de lucht was dan weer grijs en dan weer onbewolkt. Uiteindelijk maakten we leuke plaatjes van Taipei 101  – enige tijd het hoogste gebouw ter wereld geweest, een reputatie die nooit lang stand houdt.

Met de metro terug naar City hall. Hoe keurig de Taiwanees is als het gaat om hun gedrag in  de metro. Op de roltrappen houdt iedereen rechts en laat snelle jongens en meisjes zonder problemen passeren.

We aten in de city mall. We kwamen erachter dat de city mall niet alleen ondergronds was, maar ook nog 7 etages boven de grond telde, waarvan de bovenste etage bestaat uit bioscoopzalen en de 6e etage uit restaurants. Daar aten wij een currytje. Best lekker, maar kleine porties.

Dinsdag 15 oktober 2019

We namen de rode lijn een zestal haltes naar station Shilin. Toen we de metro uitstapten liepen we vrijwel direct tegen een Subway aan, waar we ontbeten. De koffiemachine was stuk en dus een koffieloze start van de dag. Na het ontbijt namen we de bus naar het Palace National museum. De bushalte ligt bij het metrostation en…. heel attent hebben ze bij de halte een groot bord geplaatst in het Engels met de busnummers die naar of langs het museum rijden. Dat is anders nog zo’n 3,8 kilometer lopen.

In de bus wilden we met een biljet van 100 dollar betalen (3 euro), maar die werd niet geaccepteerd en we konden doorlopen zonder te betalen. Althans, we liepen toch maar door en werden niet teruggeroepen.

De bus was in no time bij het museum en stopte onderweg nauwelijks. Bij het museum, een enorm imposant gebouw tegen de heuvel op gebouwd en met een brede trap naar de entree kochten we tickets, liepen door de metaaldetector, die wel afging, maar niemand ondernam actie. Het enige dat een bewaakster vroeg was of we water bij ons hadden, want dat mocht niet naar binnen.

Het museum bestaat uit drie verdiepingen en iedere verdieping is behoorlijk groot. We startten op de begane grond met boeddhistische kunst en veel porselein, en bronzen voorwerpen. Het porselein was schitterend en in verschillende kleuren. Rood porselein hadden wij nog nooit gezien. Het schijnt het moeilijkste te zijn om rood porselein te maken. Wat we wel erg opvallend vonden was de perfecte staat waarin het meeste porselein zich bevindt. Net alsof het gisteren was neergezet.

De tweede verdieping was met name geweid aan unieke boeken uit de verschillende Chinese dynastieën die er zijn geweest. Overheidslogboeken en boeken van de keizer. Daarnaast waren er kalligrafieën. De boeken waren voor ons natuurlijk niet interessant, want we konden er niets van lezen. De kalligrafieën waren interessant, omdat ze op meters lange rollen waren getekend. De vitrines waren dan ook wel acht meter breed of zo. Wat wel erg opviel was dat de kalligrafieën grauw waren. Geen vrolijke kleuren, maar veel zwart en grijs op ook nog eens een donkere ondergrond. Suppoosten in keurige outfits liepen rond met een waaier in de hand. Op die waaier was aan een kant een drietal verbodsborden afgebeeld; geen selfie sticks of driepoten, niet drinken en stilte.

Op de derde verdieping waren zalen geweid aan jade producten. Niet alleen sierraden, maar ook oude werktuigen, zoals handbijlen, aksen, brede messen etc. Ook wars er een zaal met antieke meubels in rood hardhout. Superfijn gedetailleerde kasten, stoelen en tafels.. De laatste zaal was weer geweid aan koperen pannen en potten en na twee en een half uur was de aandacht wel een beetje op en de wens om een kop koffie erg groot.

We namen de bus terug naar het metrostation. We zagen een bakkertje en kochten twee cheesecakejes en bij de buurman, een 7 Eleven, kochten we twee grote bekers koffie. En die waren echt groot!

Met de metro reden we twee haltes terug richting het centrum. Nabij metrohalte Yanshan liggen twee tempels, de Bo’an tempel en de Taipei Confucius tempel. Vanaf de metrohalte was het 700 meter lopen. We liepen door een straat met allemaal kleine garages. Ieder huis bood plek aan het onderhouden van een auto of brommer natuurlijk, want die zijn hier meer dan auto’s lijkt het wel.

Woensdag 16 oktober 2019

De wekker ging erg vroeg  om 07.00 uur. We pakten de spullen in en liepen door een uitgestorven City mall. Enkele mannen lagen op bankjes te maffen en een bewaker maakte foto’s van hen om ze vervolgens bruut uit hun  dromen te wekken. Nadat we tokens voor de metro hadden gekocht, hield een vriendelijke dame de deur van de lift naar het perron voor ons open en wenkte ons om naar de lift te komen. We namen de metro naar de luchthaven, waar we 35 minuten later aankwamen. We stapten uit in terminal 1, maar moesten in  terminal 2 zijn voor de autoverhuurbalie van Budget. We moesten met de shuttletrein naar terminal twee. Die wordt geheel computergestuurd bediend. Er komt geen mens meer aan te pas.

In terminal twee was het even zoeken, maar dat werd al snel door een vriendelijk meisje opgemerkt. Zij vroeg ons waar we moesten zijn en bracht ons zelfs tot aan de balie van budget autoverhuur. Zeer attent!

Het papierwerk was snel geregeld en al snel lag ook de bagage in  de kofferbak van de witte Ford Fiësta. Nadat de auto minutieus door ons was gecontroleerd en ieder pitje, krasje en beschadiginkje was opgenomen op het contract (van tevoren indekken heet zoiets) konden we wegrijden.

We reden in eerste instantie naar een  plaatsje aan het strand, kochten daar bij de OK markt twee koffie to go en zochten een bankje op om daar te ontbijten met sneetjes brood. Na het ontbijt reden we noordwaarts. We zouden de kustweg ten westen en noorden van Taipei volgen richting Keelung.

We reden langs Tamsui waar we gisteren waren geweest. Vrij snel na Tasmsui zat een camping langs de weg. Puur informatief vroegen we bij de camping naar het tarief en de eigenaar vroeg 1.000 dollar per nacht. We dachten even dat we het verkeerd hadden gehoord en zeiden verbaasd dat een hotel goedkoper was. ‘Thank you’ was zijn antwoord, wat erop duidde dat hij onze opmerking niet begreep.

We stopten onderweg bij de hondentempel. Eigenlijk zijn er twee. De eerste ligt langs de kustweg naast een kerncentrale en de tweede ligt enkele kilometers landinwaarts en wordt gedomineerd door een standbeeld  van een hond van 15 meter hoog.

In de middag kwamen we bij het Jeliu coastal park. We parkeerden de auto en liepen langs de kust  naar het begin van het park. Direct waren we gefascineerd door de gele rotsen, die schitterend getekend waren door de inwerking van zout en water op de rotsen. We kochten entreekaartjes tot het kustpark, dat bekend staat vanwege de vele diverse vormen van rosten. Het was er behoorlijk druk, maar toen het even ging regenen was het meteen rustiger. Wij hadden onze (fijne) Koreaanse Kolping regenjassen bij ons en we lieten ons door een regenbuitje niet uit de wind slaan. Her en der stonden bewakers die erop toezagen  dat je de rotsen niet aanraakte of dat je  niet de rode lijn op de grond overging. Die markeerde het veilige van het onveilige deel van het terrein. Het onveilige deel was aan de kant van de niet erg vriendelijke zee. Die beukte onophoudend tegen de kust.

In het Engelstalige foldertje dat we bij de ingang hadden gekregen stonden de rotsen gemarkeerd. Rotsen met indrukwekkende namen als ‘the queens head’, ‘the Princess’ etc. De queens head die we in het begin van het park tegenkwamen, was gereconstrueerd uit fiberglas, omdat het origineel door de continue inwerking van wind en water bijna omvalt; de hals is nog maar erg dun en vertoont al scheuren.

We maakten foto’s en genoten met name van de rust na de regenbui en na het bezoek aan het park reden we verder naar Guiyang

In Ruifing reden we naar een guesthouse dat we op Agora hadden  gezien. We parkeerde  de auto in een winkelstraatje en  liepen naar het guesthouse. We moesten door een straatje lopen over het ijzervlechtwerk dat er was neergelegd in  afwachting van het beton dat gestort zou moeten worden. Er was niemand bij de receptie, maar plots verscheen de eigenaresse. Ze sprak eigenlijk geen woord Engels, maar ze was zo vreselijk vriendelijk en behulpzaam. Met behulp van Google translate kwamen we er wel uit. We konden de kamers met gedeelde faciliteiten bekijken en een keuze maken. Daarna boekten we via Agora, omdat de prijs daar lager lag dan de prijs die zij zelf vroeg. We blijven het een vreemde situatie vonden, maar het zal de Aziatische cultuur wel zijn.

We aten bij een Taiwanees hot pot restaurant. Dit was onze eerste ervaring met een hot pot en we wisten  niet helemaal wat we konden verwachten. Twee pannen bouillon werden op de elektrische kookplaatsjes aan tafel gezet en opgewarmd. We kregen een  grote kom  met diverse groente en we hadden zelf de keuze gemaakt voor een rundvleesschotel en een garnalen en oesterschotel. En dan kun je alles in de bouillon opwarmen en garen.  Frisdrank kon je onbeperkt pakken en na afkoop was er ijs toe. Allemaal zelfbediening en je kon nemen  zoveel je wilde. Het was lekker en een erg leuke ervaring.

Donderdag 17 oktober 2019

Om 09.00 uur werd er op de deur van de kamer geklopt. Marjolijn deed open en een bouwvakker stond voor de deur, met het  vriendelijke verzoek om het pand te verlaten omdat ze de betonvloer wilden gaan storten. Dus snel aankleden (we waren vanochtend ietwat laat met opstaan) en na tien minuten stonden we buiten. Letterlijk een stuk of tien bouwvakkers met gele helmen op begroetten ons en bedankten ons voor het rijbaan maken om hun betonstortwerkzaamheden te kunnen aanvangen. Wij legden de spullen in de auto, namen de ontbijtspullen mee (brood en beleg) en liepen via de 7 Eleven, waar we twee grote koppen koffie kochten naar het pleintje voor het station. Daar hadden we bankjes gezien en daar ontbeten we. Het was behoorlijk levendig op het pleintje. Bussen reden af en aan en forenzen liepen in en uit het stationnetje.

Na het ontbijt reden we naar Houting, een plaatsje langs de Pinks spoorlijn. Deze spoorlijn in een oud kolenmijnspoorlijntje, dat in verval was geraakt nadat de kolenmijn in Houting werd gesloten. Nu is het een toeristentreintje door een mooi groen bebost dal langs een rivier. Omdat we een auto ter beschikking hadden, namen we niet de trein. Een auto gaf ook veel meer flexibiliteit.

Houting staat ook bekend als de ‘cat. Town’ van Taiwan. We parkeerden de auto vlakbij de oude boogbrug, waar vroeger de karren  met kolen overheen reden vanuit de mijn aan de ene kant van de rivier naar de wasserij aan de andere zijde van de rivier. De wasserij was zwaar in verval geraakt. Oude transportbanden waren nog wel herkenbaar, evenals oude machines, maar de twee verdiepingen die uit hout bestonden op de betonnen eerste etage waren verdwenen.

Via de oude boogbrug, die nu dient als voetbrug, staken we de rivier over en betraden ‘cat town’. Gezellig hoor, overal van die haarballen. Speciale slaaphokjes waren als rijtjeshuizen naast elkaar gezet en overal stonden bakjes met brokjes en water. De harige mormels waren alle aandacht wel gewend en de meeste katten hadden minder behoefte aan aandacht dan dat alle bezoekers wilden geven. We liepen door  het kleine dorpje en bezochten enkele winkeltjes die waar verkochten die te maken hadden met…. katten. Zelfs de muziek op de achtergrond werd gedomineerd door gemiauw, zo iets als gemiauwde kerstliedjes.

We reden iets verder het dal in. Het  volgende plaatsje was Sandiaoling, waar een wandelpad naar een drietal watervallen begon. We parkeerden de auto en moesten over een spoorbrug lopen naar de andere kant van de rivier en al snel daarna begon het wandelpad. De eerste tien minuten maakten we direct hoogtemeters. Via trappen stegen we een stuk om vervolgens het pad grotendeels vlak verder te kunnen lopen.

We moesten twee ondiepe riviertjes oversteken, maar gelukkig was erboven een touwbrug gemaakt, goed voor één persoon per keer. Verder voer het pad door een zeer groen bos met veel bamboe en planten met hele grote bladeren.

De eerste waterval was na 1,2 kilometer lopen. Vanaf een uitkijkplatform zagen we eigenlijk alleen het bovenste deel van de uit twee stappen bestaande waterval. De onderzijde lag achter dichte vegetatie.

We liepen verder naar de tweede en  derde waterval, die vlak na elkaar lagen.  Bijzonder hoe een klein stroompje water toch nog indrukwekkend hoog kan vallen en uitwaaieren. Om bij de derde waterval te komen moest nog wel een uitdagend in de rost uitgehalte trap worden bestegen, die behoorlijk steil was. Er hingen touwen om jezelf aan op te trekken.

De terugweg was dezelfde als de heenweg. Kwamen we op de heenweg slechts een familie van drie personen tegen. Op de terugweg kwamen we slechts twee meisjes tegen. Voor de rest hadden we het bos en de watervallen voor onszelf.

We reden naar Fiulong, waar het goudmuseum was. Ontzettend veel bussen  kwamen vanaf het bergdorpje de smalle tweebaansweg naar het dorpje toe en voor ons reden bussen naar boven. We stonden dus frequent stil, zodat bussen elkaar konden passeren. In het dorpje zelf was het een enorme drukte van belang. Wij reden door naar het goudmuseum. We kochten entreekaartjes; twee kaartjes voor de prijs van een, want een van de paviljoens werd verbouwd. Da’s pas service. Bij de entree werden we in keurig Engels te woord gestaan door een dame die ons op een kaartje uitlegde hoe we het beste door het openluchtmuseum konden lopen.

Het goudmuseum was minder interessant dan het leek. Er was een Japans paviljoentje, maar we hadden geen zin om de schoenen uit te trekken en het paviljoentje lieten we links liggen. In het goudwasgebouwtje was een filmpje te zien, maar dat was getekend en een beetje aan de kinderachtige kant. Het kon onze aandacht niet houden. In een derde gebouwtje lagen een hoop mineralen en gesteente en in een vitrine lag allemaal gesteente waarin goud zat en geheel anders dan we hadden verwacht blinkt goud helemaal niet altijd als het in gesteente zit. En wat we ook niet wisten was dat het goud vaak in stenen zit. In een vierde paviljoentje wisten we de hand te leggen op 220,3 kilogram goud! Helaas moesten we het goud achterlaten. In een couveuse lag een waar brood goud van 220,3 kilogram. Geduldig moesten we in de rij wachten en iedereen kreeg uitgebreid de tijd om gefotografeerd te worden terwijl iedereen de hand legde op het goud.

We vervolgden onze weg en reden via de gouden waterval verder. De gouden waterval bestond uit niet geheel helder water, dat zorgde voor een goudbruine afzetting. Het water was gewoon sterk mineraal houdend. De omgeving van de waterval was dus goudbruin; het water helderder.

Vrijdag 18 oktober 2019

Het eerste nachtje in ons tentje in Korea was niet heel succesvol. De wekker ging rond 07.00 uur en we pakten de spullen in. De tent moest om 08.00 uur afgebroken zijn als de bewaker zou worden afgewisseld door z’n collega. Maar die was er al om 07.30 uur en maakte van ons illegale plekje op het gras geen probleem. Terwijl wij de tent inpakten en ontbeten in het zonnetje aan een picknicktafel, stonden de ouderen uit de buurt op zicht afstand Tai chi te beoefenen. Ondertussen kwamen de eerste auto’s het terrein oprijden en mensen stapten uit om naar de zee te kijken en rek- en strekoefeningen uit te voeren.

We vertrokken en reden in eerste instantie terug noordwaarts. De lonely Planet vermeldde dat ‘als er één trekking is die je zou moeten doen in  het noorden, dan zou dat het kustpad moeten zijn’.  Dus wij op zoek nar het kustpad. Maar die vonden we niet en we kwamen erachter dat deze met name langs de drukke weg liep. Helemaal niet zo idyllisch, alhoewel de vergezichten vaak wel erg mooi waren. Maar die vergezichten konden we ook zien vanaf een aantal parkeerplaatsen en zo deden wij de kustrrail. Behoorlijk irritant van de kustweg is de grote hoeveelheid aan vrachtverkeer. Enorm veel trucks met opleggers denderen in volle vaart over deze weg. Hoewel de maximumsnelheid op de meeste stukken 60 kilometer is, kleven ze op je bumper als je je aan die snelheid houdt en halen ze – het liefst daar waar het niet kan –  in om met 80 kilometer of harder door te scheuren.

We reden terug naar Toucheng, waar we (wederom) drie achtereen geschakelde watervallen bezochten. Die van Wufengshi. Andere -Taiwanese- toeristen groetten ons in het Chinees of in het Engels als ze ons tegenkwamen. Na Korea waren we nu een beetje geschokt dat er enige communicatie was. We groetten enthousiast terug. De Taiwanezen zijn een stuk prettiger volk dan die saaie Koreanen. Sorry voor de Koreanen die dit lezen, maar er is een hoop werk aan de winkel om de cultuur in positieve zin een wending te geven. De watervallen waren mooi om te zien. Natuurlijk was de omgeving weer schitterend groen. We werden gewaarschuwd voor giftige slangen en wespen in de zomer en  vroegen ons af of het nog zomer zou zijn. Waarschijnlijk niet, want we hebben geen slang of wesp gezien. We zagen we behoorlijk grote spinnen! Die zijn minstens net zo eng, maar ze bijten waarschijnlijk niet.

We reden zuidwaarts via de kustweg. Voor we het wisten reden we honderden meters boven zee, die vlak onder ons lag. De bergwanden lopen hier bijna verticaal!. Bij een uitkijkpunt over de zee, enkele vissershavens en bergen in zee stond een bord met een verklaring wat je allemaal kon zien vanaf dat punt. Alles konden we terugvinden, behalve een grote boogbrug. Een jong Taiwanees koppeltje wist ons in perfect Engels uit te leggen dat de boogbrug tijdens de tyfoon van twee weken geleden dusdanig was beschadigd, dat ‘ ie in de haven, die die overspande, terecht was gekomen op twee vissersboten. Weg brug, dus.

We vervolgden de kustweg zuidwaarts. Door tunnels en langs vele uitzichtpunten. Bij een van die punten hoorden we het ritselen in de bomen en ja hoor…. apen!. Maar zij hadden ons ook gezien en woest schudden ze aan de takken om indruk te maken. Gelukkig was de afstand vanuit de bomen tot aan het uitkijkpunt waar wij stonden niet door de lucht te overbruggen door de apen en stonden wij veilig.

We reden door tot aan Hualien, waar we in eerste instantie keken bij een aantal campings, hoewel het inmiddels donker was geworden. Van het verdienmodel van campings in Taiwan begrijpen wij inmiddels niets meer, want de prijzen die ze vragen lopen uiteen van 600 tot 1000 dollar per nacht en dat is soms dus meer dan een hotelovernachting. Dat was dan ook de reden om op zoek te gaan naar een guesthouse. Het eerste guesthouse dat we op Agoda hadden  gezien, had nog een kamer vrij, maar die kamer was neg geboekt toen we aan de deur kwamen. Het tweede guesthouse bleek zelf check-in te hebben en daar hadden we dus ook niets aan. Het derde guesthouse had nog twee kamers beschikbaar en die zagen er erg verzorgd uit. Het was het E-phone guesthouse en na wat onderhandelen kregen we 10% korting op de prijs van Agoda, mist contant betaald en dus niet via Agoda geboekt We namen meteen een kamer voor twee nachten. Omdat we vanwege het zoeken naar accommodatie best wel lang onderweg waren, was het te laat om nog ergens te gaan eten in een restaurantje en daarom reden we naar zo’n Amerikaanse ‘restaurant’. Als je er niet te vaak komt, is het nog best te eten.

De woonkamer van het Guesthouse

Terug op de kamer kwamen we erachter dat de laptop het niet meer deed. Paniek in de tent. De oplader was uit de auto op de grond gevallen en de laptop wilde niet meer opladen. Met een rotgevoel naar bed, want zonder computer wordt het even een stukje lastiger, tegenwoordig.

Zaterdag 19 oktober 2019

De wekker ging om 07.00 uur en we hadden kleine moeite om uit het zachte bedje te komen. Hoewel het guesthouse aan een doorgaande weg ligt, was het vannacht rustig. We ontbeten met boterhammen en zoetigheid (Marjolijn had een soort van yoghurt dressing) en koffie. Op de gang stond een watermachine met koud water en met heet water van 98 graden. Zelf water koken hoefde dus niet. Om 08.00 uur reden we weg vanaf het guesthouse op weg naar de Taroko kloof. De jongen die ons had ingecheckt gisteren, had al gezegd dat het een uur zou duren naar de Tarokokloof, ondanks dat het slechts zo’n 30 kilometer rijden is. We deden er iets minder lang over, maar we begrijpen wel waardoor het komt dat je er zo lang over doet. Ook hier geldt de rode zone als het gaat om de stoplichten. En je mag graag wachten op niets dat komen gaat vanuit zijstraten. Zeker niet om 08.00 uur ‘s ochtends.

Bij de Tarokokloof reden we eerst naar het informatiecentrum. Drie dames zaten achter een bureau en een oudere dame maakte haar jongere collega attent op de komst van twee bleekscheten uit Europa. De jonge dame stond ons netjes in het Engels te woord en gaf precies aan wat we konden bezichtigen in de kloof.

We reden de kloof in. De vierbaansweg werd ineens een tweebaansweg en regelmatig een eenbaansweg. De weg was uitgehakt in de bergwand, hoog boven de rivier. De rivierbedding was best breed, maar de rivier zelf was niet zo heel breed op dit moment. Het was erg rustig op de weg, hoewel we gister al de illusie hadden dat het wel eens heel druk zou kunnen zijn op zo’n toeristische bestemming in het weekend. Zelfs bij de eerste bezienswaardigheid konden we de auto nog kwijt. Maar voor dat we dat aankwamen moesten we eerst even stoppen bij het ‘free helmets’ kantoortje. De jonge dame bij het informatiecentrum had ons aangeraden om een gratis helm op te halen tegen al het vallend gesteente in de kloof. Met twee mooie, blauwe plastic helmpjes op liepen we het eerste wandelpad. Nou ja, wandelpad… het pad liep langs de weg. Hoog boven de rivier echt hoog) die een diepe kloof had gesleten in de marmeren wanden. Je kon heel goed de vroegere pot holes zien in de marmeren wanden, waar eeuwen geleden het water had rondgetold.

Bij deze mooie kloof was het al wat drukker. De eerste toeristenbussen waren aangekomen, maar later zouden we erachter komen dat het nog rustig was. Nu ging het nog maar om een of twee bussen.

We reden verder het nationaal park in en stopten frequent om foto’s van de diep uitgesleten kloof te maken. Het zonnetje scheen en het licht was perfect, maar vanwege de enorme hoogte was het nog best lastig om foto’s met zowel de rivier als de lucht te nemen.

In het nationale park waren twee campings en hoewel we inmiddels een kamer in een guesthouse hadden, gingen we toch even kijken. Er stond niemand op de camping! Voor 300 dollar per persoon per nacht kon je een tent plaatsen op een van de 10 houten platforms en had je toiletten en een koude douche ter beschikking.

Om 11.00 uur kochten we bij de 7 Eleven twee bakjes sushi en twee koppen koffie, die we in het zonnetje op een bankje meester maakten. Spandoeken met een aap erop meldden dat we het ‘wild vooral wild moesten houden’. Maar wild zagen we niet.

De volgende stop was bij  de Baiuyang trail. Nu was het even wachten op een parkeerplek op het vrij kleine parkeerplaatsje, maar na 10 minuten wachten konden we de auto kwijt. Het wandelpad begon met een behoorlijk lange tunnel door de berg. Kaarsrecht, maar niet verlicht. Gelukkig kon je het einde van de tunnel al wel zien, zodat de mensen voor je en de tegenliggers als schimmen wel herkenbaar waren en botsingen vermeden konden worden. En anders dan vroeger heeft iedereen nu natuurlijk een zaklamp op de telefoon. Handig in deze gevallen.

Bij het licht aan het einde van de tunnel begon de rivier.  Er waren andere (met name Taiwanese) toeristen, maar om nu te zeggen  dat het vreselijk druk was, is wat overdreven. We liepen over een in de rots uitgehakt pad hoog boven de rivier, staken een aantal bruggen over en liepen door donkere tunnels. Een tunnel was echt donker en er zat een bocht in, zodat je zonder lampje alleen kon lopen door de railing die aan de muur bevestigd was te volgen. Er waren mooie uitzichtpunten en heel veel waarschuwingsborden dat we vooral moesten uitkijken naar vallende stenen (look for falling rocks). Maar die zagen we gelukkig niet. Wel zagen we mooie watervallen en er was zelfs een grot met een douche. In een smalle tunnel kwam het water letterlijk uit tientallen gaten gespoten. Je kon er alleen in met een  plastic regencape of met een paraplu. Of moest echt een douche willen. Best een apart gezicht, zo’n tunnel met een douche van water.

Op de terugweg door de kloof was het een drukte van belang. Honderden touringcars die in colonne de kloof in reden. Het schijnen met name Chinezen te zijn.  

Inmiddels was de  lucht betrokken. We hadden dus goed mazzel gehad met het zonnetje van vanochtend. We reden terug naar Hualien om  op zoek te gaan naar een nieuwe oplader voor de laptop. We parkeerden de auto het buiten het winkelgebied, waar het -volgens ons- nog gratis  parkeren was en  liepen de brug over en we waren in het centrum. Bij de eerste elektronicawinkel  hadden ze niet meer de oplader met de juiste specificaties op voorraad. Waar dan wel vroegen we en we werden doorverwezen naar een andere winkel. Daar werden we geholpen door een meisje dag geen woord Engels sprak achter d’r blauwe mondkapje, maar ook daar hadden ze geen universele oplader. Een collega van haar sprak wel goed Engels en die verwees ons door naar een ander winkeltje. En zo eindigden we bij winkeltje nummer drie. Dat bleek een PC-dokter te zijn. Een mondkapje had de jongen al voor. Maar dit was pas een echt slimme jongen. Hij nam niets zo maar voor waar aan en hij ging eerst de oplader, waarvan wij dachten dat die stuk was, doormeten en hij kwam met de mededeling dat de oplader niet stuk was.

Als de oplader niet het probleem is, dan is het de laptop. Toch maar eens proberen wat er gebeurt als we de aan- en uitknop eens heel lang ingedrukt houden. Wel twintig seconden. En ja hoor…. ons vriendje begon weer te leven! Hij startte zonder problemen op en kwam met de mededeling dat er herstart nodig was en na een herstart was alles weer in orde. We vierden dit met een taartje en iets heel vreemds bij de ‘85 degrees to go’ koffieshop. Dat heel vreemds was een drankje bestaande uit melk, ijsklontjes, suiker naar wens (geen suiker, drie schepjes, vijf schepjes, zeven schepjes of tien schepjes) en … dan komt ‘ie…. een flanpuddinkje. En dat drink je met een breed rietje. Dus soms schieten er stukjes flan zo je slokdarm in. Best apart, laten we maar zeggen.

We liepen nog wat door het centrum van Hailan. Eigenlijk voor het eerst dat we dat zo doen in een  stad sinds lange tijd en we vonden Hailan best een leuk stadje. Een klein centrum, waar helaas dan wel weer verkeer door rijdt, met veel neonreclame en winkeltjes.

We aten bij een pastarestaurantje. Compleet anders dan in Zuid Korea, waar de restaurants rond etenstijd vrijwel uitgestorven zijn, zijn de restaurants in Taiwan vol. We liepen  in eerste instantie naar een Indiër, maar die moest ons teleurstellen, want die was die avond geheel gereserveerd voor een gezelschap van 40 personen. Maar het  pastarestaurant  hadden we al gezien toen we naar de PC-dokter liepen. Ook dat restaurantje  zat vol en we moesten even wachten voor een tafeltje. Twee borden lekkere pasta  plus twee salade en  twee soepjes vooraf kostte 450 dollar. Nog geen 14 euro.

We reden door het donker terug naar het guesthouse, om eindelijk weer eens iets te doen aan het dagboek en om het reisschema (reisschema?  Ja… reisschema) bij te werken.  Ook wij moeten ons aan onze ‘planning’ houden. Ook verandert die met enige regelmaat.

Toen we terugkwamen in het guesthouse was onze was, die we gisteren in de wasmachine hadden gedaan en hadden opgehangen, door de eigenaren gestreken en opgevouwen! Wat attent! We bedankten ze hartelijk en gingen naar onze kamer.

Zondag 20 oktober 2019

De eigenaars van het guesthouse waren er niet toen we vertrokken. We legden de sleutel op de eettafel en trokken de deur achter ons dicht. We reden in eerste instantie naar het Liyu lake. Onderweg passeerden we een dorp dat we hadden gepind op onze mymaps pagina. Dit zou een dorp van minderheden zijn (aboriginals), maar we konden het niet vinden. Nadat we de auto hadden geparkeerd langs een rustige, brede weg waar het vol stond met geparkeerde auto’s liepen we naar de plek waar ook de Taiwanezen naar toe liepen. Een grote groep werd geleid door een gids die de menigte toesprak door een microfoon. Behoorlijk irritant. De groep stond voor een  tunnel, waarvan we niet wisten hoe lang die was en waar die naar toe leidde. Gelukkig zagen we al snel na een flauwe bocht in de tunnel licht aan het einde ervan en we begonnen aan de wandeltocht. Aan het einde van de tunnel volgden we een smal pad langs een brede, maar ondiepe rivier met prachtig azuurblauwe poeltjes erin. Er waren voldoende Taiwanezen om die poeltjes te benutten door er even in te poedelen. Of ze lieten zich meeslepen door de rivier. Op het pad zagen we grote groepen jonggeren in wetsuites. We liepen verder en kwamen uit bij een door de mens gemaakte waterval Niet bijzonder.

We liepen terug en namen de auto naar het Liyumeer. Bij het visitor centre kwam een enthousiaste vrijwilliger een praatje met ons maken. Er was een mogelijkheid om een fiets te huren en rondom het meer te fietsen of te wandelen. De foto’s van het meer die aan de wand hingen waren schitterend, maar we betwijfelden of die in een keer waren gemaakt of sterk bewerkt waren (het laatste dus). Vol goede moed liepen we naar het meer, waar het vol lag met waterfietsen. Er scheurden ook twee speedboten over, terwijl het meer niet groot is. Niet echt idyllisch dus..

We reden verder zuidwaarts en kwamen uit bij een voormalige suikerfabriek. Die bezienswaardigheid hadden we ook gepind op mymaps, maar ook dit viel erg tegen. De oude suikerfabriek was nu veranderd in een grote eetschuur en winkeltjes met slechte kwaliteit souvenirs, waar toeristenbussen vol naar toe worden gebracht.

Verder zuidwaarts, door een mooie omgeving met veel palmbomen en lage bossen naar  de ‘tropic of cancer’ oftewel de Kreeftskeerkring. Wat wij nooit hadden geweten, was dat de Kreeftskeerkring de grens aanduidt van subtropische en tropisch. De Kreeftskeerkring  is ook de plek waar de zon loodrecht op de aarde staat op 21 juni en dus het begin van de zomer markeert voor het noordelijk halfrond.

Via ene superkronkelige bergweg reden we naar de kust. Van die weg was geen 50 meter recht! Maar hij leidde wel door een mooi gebied met schitterende vergezichten en dus stopten we op verschillende plaatsen. Bij een brug over de rivier parkeerden we de auto onder een hoge boom. Toen we uitstapten hoorden we geritsel. Boven in de boom zat een groep apen rustig te foerageren.

Bij het plaatsje Shipiting zou een camping zijn. Inmiddels bleek die ook al niet meer gratis te zijn, zoals op het internet en in  de Lonely planet staat, maar maar liefst 1.000 dollar per nacht te kosten. Okay, je had schitterend uitzicht over de zee en stond op een houten platform onder een afdakje, maar het sanitair was van een niveau van een oude Franse camping municipal. Teleurstellend, dus.

We besloten om te overnachten in Taitung en daar dan twee nachten te blijven. We zochten op Booking en op Agoda en er zat voldoende voor een prijs die fors lager lag dan dat de campings vragen. Maar het was nog wel een behoorlijk stuk rijden en dus gingen we op weg.

Het was al donker geworden en even voor Taitung zetten we de auto stil om een hotel te boeken. We bleken voor een uitrit te staan naar een klein parkeerplaatsje. Oh, oh, het bleek een politiebureau te zijn. Ach wat…. we staan er maar heel even. Komt er na enkele minuten een agent op een scootertje naar ons toe rijden. ‘Are you lost? Can I help you?’. Nou ehhhh…. nee niet echt. We kijken even op het internet naar een hotelletje. ‘Ooh, zei de agent, maar ik weet wel een leuk hotelletje in mijn district. Staat ook op Booking.com’. En dus keken we op Booking, maar met 65 euro per nacht was het hotel wel iets aan de prijs. ‘Ik kan wel even bellen voor korting’ en de agent belde en kreeg inderdaad korting, maar de prijs bleef voor ons te hoog. Wij lieten op Booking zien welke kamer wij op het oog hadden. ‘Ohhh’, zei de agent, ‘maar da’s ook goed en een hele scherpe prijs. Dan moet je zo en zo rijden. Maar let wel goed op in het verkeer, hoor. Mijn collega’s spreken niet goed Engels en je kunt maar beter niet op ons bureau komen, dus pas goed op!’. Afijn, na goed te zijn geholpen en even leuk met de jonge agent te hebben gesproken, die aangaf dat hij zelfstandig Engels had geleerd door films te kijken eerst in het Chinees en daarna in het Engels, namen we afscheid van onze sympathieke vriend. We toeterden maar niet meer naar hem, want anders zou hij ons daar nog voor kunnen bekeuren.

Bij het guesthouse was geen receptie. We kregen per email de codes door van de voordeur en de kamer. ’s Avonds aten we in de ‘woonkamer’ en maakten een praatje met drie gepensioneerde Taiwanezen die op de motor aan het toeren waren.

Maandag 21 oktober 2019

Na een goed nachtje slapen op alweer een zeer zacht bed werden we wakker met een stralend zonnetje dat naar binnen scheen. Op de begane grond was een soort van huiskamer met een eettafel voor acht personen en een keukentje, waar we ontbeten. De boterhammetjes, zo licht als het bruine brood hier is, vullen goed. Beter dan de havermout die we in Korea als ontbijt aten.

Het programma voor vandaag was weer noordwaarts rijden via de kustweg, omdat het licht in de ochtend goed is om foto’s te maken. Daarna zouden we de bergen oversteken om via wegnummer 9 door het binnenland terug te rijden naar Taitung.

We stapten de auto in, die was al behoorlijk opgewarmd door de zon. Dus eerst de airco op 16 graden op volle toeren en de ramen open. De ramen bleven vervolgens open toen we wegreden, maar de airco kon uit nadat het weer wat aangenamer was in de auto.

We reden langs het politiebureau waar we gisteravond ook stonden en parkeerden de auto enkele meters verderop. Aan de rechterzijde van de weg was een parkeerplaats waarvoor moest worden betaald, maar aan  de linkerkant van de weg was een gratis parkeerplaats en een plekje  onder de bomen, zodat  de auto in  de schaduw kon staan. We staken de weg over en liepen in minder dan tien minuten naar de kust door een netjes aangelegd parkje. Langs de kust liep een pad en er stond een mooi informatiebord waarop de locaties van de bijzondere rotsformaties stonden. Rotsformaties met indrukwekkende namen als ‘the camel’, ‘the telephone handset rock’ (tsja, anno 2019, he), ‘the big eyed frog rock’  en ‘the honeycomb rock’. De  kameel konden we wel herkennen, alhoewel het een slechte imitatie was met tenminste vier bulten. Of zagen wij het nu verkeerd?

Bij het park was ook de camping waar de agent ons gisteravond heen bracht toen hij hoorde dat we eigenlijk wilden kamperen. Deze was gesloten en bij daglicht bleek de camping gerenoveerd te worden. De camping was afgezet met hekken en zag er niet erg aantrekkelijk uit. Op het bord bij de camping stond dat ook deze camping 1.000 dollar (30 euro) per nacht zou kosten. Onbegrijpelijk!

We reden rustig noordwaarts en stopten op diverse plekken langs het strand. Op een strand was het zwarte, superfijne zand, vermengd met iets dat ontzettend glinsterde. Vanwege de harde  wind, dat het fijne gemengde zand steeds deed verplaatsen, was het een glitterend geheel. Erg bijzonder om te zien. Bij een ander strand kwamen twee golven in tegenovergestelde richting bij (of meer tegen) elkaar vanwege een in zee uitlopende rotsvlakte, wat weer een bijzonder effect gaf. Het water botste tegen elkaar en sprong een meter of zo de lucht in.

Soms volgden we het cyclepath. Dit is een van de hoofdweg gescheiden weg dat net even iets meer de kustlijn volgt. Niet dat we erg veel fietsers zagen op deze maandag. Dat was gisteren wel anders.

We stopten bij het ‘water running upwarts’ park. We hadden geen idee wat we konden verwachten, maar het park stond al kilometers van tevoren aangegeven op de borden en wie wil er nu geen water zien dat de berg op stroomt? Het is maar goed dat het geen weekend was, want de kleine parkeerplaats was vol op een plekje na. Die was voor ons!

We liepen weer door een schitterend aangelegd parkje (de wandeltocht was 500 meter, dus parkje), maar water dat naar boven stroomt hebben we niet gezien (en is er ook niet). Het schijnt iets te maken te hebben met gezichtsbedrog, maar zonder de nodige alcohol in het lijf zagen we het niet.

De volgende stop was bij de achtbogenbrug. We konden het betaalde parkeerterrein zonder te betalen oprijden, want er stond een bord bij het betaalhokje ‘i am gone for lunch’. We parkeerden de auto, dit keer op een groot parkeerterrein, waar ook weer de touringcars stonden en liepen naar de kust. Ook hier beukte de niet vriendelijke zee hard tegen het strand, dat bestond uit mooi rond geslepen keien. Telkens als de golven weer stuksloegen tegen heg strand en zich weer terugtrok, hoorde je de keitjes terugrollen de zee in..

Via de achtbogenbrug liepen we naar een eilandje in zee. Evenals vele Taiwanese toeristen en een enkele bleekscheet uit Europa. Op het eilandje zelf was niet veel te doen. Via een boardwalk konden we naar een rost lopen, waar UFO’s werden gesignaleerd volgens de vele bordjes langs het pad: ‘Unidentified Falling Objects’.

Vanaf het eiland zagen we de grijze wolken al hangen rond de bergtoppen. Alleen vroeg vanochtend waren de bergtoppen nog vrij van bewolking, maar nu hing er een grijze deken omheen. We reden een goede tweebaansweg over de pas. Ook een 2,6 kilometer lange tunnel met een vernuftig opgestelde  snelheidcamera maakte deel uit van de route. Gelukkig worden de camera’s van tevoren aangekondigd met een driehoekig bord met een camera erin. We worden dus op tijd gewaarschuwd. De omgeving aan de andere kant van de tunnel was schitterend; rijstterrassen, bananenplanten en veel palmbomen; grijze stammen met een klein groen kroontje en daarvan velen op elkaar. Dat gaf een mooi gezicht.

Aan de andere kant van de  berg begon het te regenen. Eerst motregen, maar daarna echte druppels. We lunchten met een magnetronmaaltijd bij de 7 Eleven. De kassier was enorm geprogrammeerd. Iedere keer dat de deur open gaat, gaat er een elektronisch belletje af (om gillend gek van te worden, overigens) en standaard riep de kassier dan iets van ‘morning! Natuurlijk zei hij dat niet, maar zo klonk het wel voor ons. Zelfs als een klant iets aan het afrekenen was en de deurbel ging, dan zei de jongen automatisch ‘morning!’.

Via wegnummer 9 reden we zuidwaarts. Hoewel het weer volledig was omgeslagen, vonden we het landschap schitterend. Dit is de rijstschuur van Taiwan. Prachtig aangelegde terrassen met hoge, groene rijstplanten afgezet tegen de groene bergen op de achtergrond, die nu gehuld gingen in de laaghangende bewolking.

Bij 60 stone mountain sloegen we af. Het was 10 kilometer kronkelen naar boven over -voornamelijk- een eenbaansweg. Gelukkig staat in vrijwel iedere bocht op dit soort bergweggetjes een spiegel, wat erg prettig is om tegemoetkomend verkeer te spotten. Maar er kwam weinig verkeer naar beneden. Bijna op de top waren enorme plantages met oranje lelies, die in bloei stonden. Een erg leuk gezicht, maar met een grijze achtergrond helaas niet fotowaardig. Helemaal boven op de top van de berg, waar je normaal schitterend uitzicht kunt hebben, zagen wij alleen maar grijze wolken. Zonder resultaat konden we dezelfde weg weer terug.

Het laatste uurtje werd het weer ronduit druilerig. We stopten onderweg nog even bij een supermarkt voor wat fruit en groente (paprika, ui en komkommer) om zelf thuis een salade te maken, want we moesten de nodige uurtjes ‘s avonds besteden aan internet research.

 ‘s Avonds regelden we het visum voor Nieuw Zeeland. Visum? Ja, sinds oktober 2019 heb je een visum nodig voor Nieuw Zeeland.  We downloadden de NzTa app uit de playstore en met behulp van die app is het aanvragen een fluitje van een cent. Met de app scan je je paspoort, waarna alle gegevens automatisch worden ingevuld. Vervolgens maak je een foto van jezelf. Het apparaat accepteert die of niet, dus fouten kun je bijna niet maken. En tenslotte betaal je met je credit card. Veertig Nieuw-Zeelandse dollar per persoon.

Ook boekten we de vlucht vanuit Hobart (Tasmanië) naar Christchurch (Nieuw Zeeland) en boekten we accommodatie in Sydney (4 nachten)  en Hobart voor de laatste nacht, want de vlucht vanuit Hobart naar Christchurch vertrekt al om 06.20 uur.

Dinsdag 22 oktober 2019

We wandelden -voor de nodige beweging- door het stadspark van Taitung. Het park was deels mooi aangelegd met een vijver, waar je van alles niet mocht op straffe van forse geldboetes. Niet dat je ooit iemand ziet die iets controleert, maar overal in Taiwan staan borden met geldboetes.

 Boven ons kwamen letterlijk en figuurlijk de ene na de andere straaljager overvliegen, om te landen op de luchtmachtbasis van Taitung. Landend maken die dingen gelukkig stukken minder lawaai dan stijgend of vliegend en het was eigenlijk wel bijzonder om te zien dat ze in een vrij korte tijd enorme hoogte verloren en landden. Voorafgaande aan de landing vlogen ze eerst in formatie van twee of drie toestellen over de basis, om vervolgens een lange bocht te maken over zee. Voor ons een gratis vliegshow tijdens het wandelen.

Via wegnummer 199 reden we zuidwaarts en namen we afscheid van de oostkust.

We hadden aangegeven dat we rond 17.00 uur zouden aankomen bij het Guesthouse in Kenting. We waren ruim een uur te vroeg en besloten om nog even aan het strand voor het Guesthouse te gaan zitten. Zo konden we nog wat voorbereiden voor het vervolg van de reis en ook nog genieten van de ondergaande zon, want het wordt hier al rond 17.30 uur donker.

Op aanraden van de eigenaar van het Guesthouse aten we ’s avonds Sachimi (40 stuks voor 6 euro) in een vissersdorpje Houbihu zo’n 15 km verderop. De rauwe vis smaakte goed, evenals de gewokte octopus.

Woensdag 23 oktober 2019

De ochtend begon met een ontbijt in het Guesthouse. Er was een Taiwanees ontbijt dat bestond uit tofu, kool en een soort rijstsoep. Ook was het mogelijk om toast met beleg (kokos, boter, kaas, pinda, chocolade, aardbei, knoflook of kaas te bestellen. Wij kozen voor toast met kokos.

Na het ontbijt reden we in zuidoostelijke richting. Aan de oostkust zou een mooie plek zijn om surfers op hoog niveau in zee te aanschouwen. We zagen twee surfers in zee en een groepje dat les kreeg op het strand. We waren ook gefascineerd door de krabjes op het strand. Die hadden hele mooie huisjes, een soort gedraaide schelpjes. Nooit geweten dat daar kreeftjes in zouden zitten.

Op de terugweg stopten we nog bij een aantal uitzichtpunten en het meest zuidelijke puntje van Taiwan.

We lunchten in hetzelfde vissersdorpje waar we gisteravond hadden gegeten.  Dit keer namen we een kleine sashimi (20 stuks 3 euro) en een gemixte schotel met inktvis, zeekomkommer, octopus en kip(?).

Na de lunch reden we door naar Kaohsiung waar we ’s avonds bij de Indonees aten.

Donderdag 24 oktober 2019

We stonden pas om 08.30 uur op. Ruim door de wekker heen geslapen. Vannacht eventjes wakker geworden door een supervervelend kind (of beter gezegd asociale ouders) die hun kind in de kamer heen en weer lieten rennen ver na 0.00 uur.

Na het ontbijt boekten we via het internet de resterende nachten in Taiwan. Met name in het weekend betaal je hier de absolute hoofdprijs. Kamerprijzen gaan dan een of meer keer over de kop. Eigenlijk kun je die het beste ruim van tevoren boeken.

We reden in eerste instantie naar de lotusvijver, vijf kilometer ten noorden van Kaohsiung. Het was even zoeken naar een parkeerplekje, maar toen die eenmaal gevonden was, was het nog zo’n 10 minuten lopen naar een enorm meer met een drietal van elkaar gescheiden pagodes erin. De eerste pagode bestond eigenlijk uit twee pagodes; de linke pagode had een entree in de vorm van een draak. Door de bek van de draak liepen we naar de pagode van 6 verdiepingen hoog. We bestegen de spiraaltrap en bekeken iedere verdieping, die voorzien was van mooie wandtekeningen van een figuren op dieren, dan weer een draak, dan een kameel, een paard etc. die altijd ten strijde leken te trekken. Het uitzicht over het meer vanaf de bovenste etage was wel mooi, alhoewel het weer niet zo mooi was. Op de een of andere manier was het niet mistig, noch helder. Soms was er wat wind en dan was het aangenaam, maar zonder wind was het warm en erg vochtig.

We liepen over een klein bruggetje naar de tweede pagode. Ook weer 6 verdiepingen hoog, maar dit keer geen tekeningen van figuren die ten strijde trokken maar van gewone figuren. En via de staart van de tijger betraden we de brug die eindigde in de bek van de tijger waar we weer aan vaste wal geraakten.

De tweede plaats in het meer was de lente en herfstpagode. Weer liepen we door de draak naar de pagode. Aan de voet van de pagode waren visvijvers met grote kooikarpers en er was ook een vijver vol met schildpadden, die het aangenaam vonden om met name boven op elkaar te gaan liggen.

De derde plek in het water was een tempel gewijd aan een god met veel haar uit z’n oren en neusgaten. Dat zie je überhaupt bij de vele goden in de tempels; overmatige beharing uit de oren, neuzen of wenkbrauwen.

We reden verder naar Foguagshan. Dit bleek een enorm klooster alsmede een boeddha museum te zijn. Toen we aan kwamen rijden  zagen we op maps.me de grote hoeveelheid parkeerplaatsen om deze attractie heen. Gelukkig bleken de meeste bij aankomst gesloten en zelfs de parkeerplaats waar wij de auto neerzetten, was grotendeels leeg. We liepen naar het boeddha museum. Een enorm gebouw markeerde de achtergrond, na een brede boulevard en een mooi aangelegde tuin. Binnen in het gebouw waren alleen maar restaurants en souvenirshops. Pas toen we de achterkant van het gebouw verlieten kwamen we in een enorm park met lange gazon langs een erg breed wandelpad. Aan weerszijde van de gazons stonden aan weerzijde 5 of 6 enorm hoge pagodes. In iedere pagode was op de begane grond iets gewijd aan buddha; van filmzaaltjes, tot boekshops en souvenirshops. Aan her einde van het lange pad was wederom een groot gebouw, met bovenop het gebouw een enorm Boeddhabeeld. In het gebouw waren diverse tentoonstellingen, die allen boeddha gerelateerd waren. In de centrale hal waren spullen tentoongesteld uit centraal Mongolië. Verder was een zaal geweid aan  verschillende ondergrondse boeddhistische tempels. En er was een zaal waarin de boeddhistische feesten werden toegelicht.

Het kloostercomplex bezochten we niet. Iets van tijdgebrek (op een wereldreis?) en behoefte aan een lunch om 15.00 uur. We aten een noedelsoepje en reden verder naar de ijzeren spoor rug over een brede rivier. De oude spoorbrug was inmiddels vervangen door een betonnen exemplaar ernaast. De oude ijzeren spoorbrug overspande de rivier niet langer. Enkele pilaren in de enorm brede rivierbedding waren waarschijnlijk door het water vernield. We konden een klein stukje van de brug bewandelen.

We reden verder naar Tainan. Onderweg enorm veel gestopt. Niet om van het uitzicht te genieten, maar vanwege de vele, totaal onnodige stoplichten, die ervoor zorgen dat je voornamelijk voor niets stilstaat.

Tegen 18.30 uur kwamen we aan bij het hotel. Oeps… midden in de stad en geen parkeergelegenheid op straat.  Shit. Wat nu? We zetten de auto stil voor het hotel en Marjolijn nam de lift naar de achtste etage om daar te kunnen inchecken bij de lobby. Remco bleef bij de auto en iemand maakte Remco er al op attent dat parkeren daar waar we stonden niet gewenst was (niet mocht). Marjolijn kwam met een verrassende mededeling. We konden kosteloos van de parkeergarage gebruik maken onder het hotel. En dat terwijl de kamers met parkeerplaats fors duurder waren bij het boeken (meer dan drie keer zo duur!).

We aten bij een Mexicaans restaurant op 900 meter van het hotel. Heerlijke enchillada’s en burrito’s en een lekker biertje erbij.

Vrijdag 25 oktober 2019

We werden wakker in onze kleine, donkere kamer op de tiende etage. Geen ramen, dus ook geen zonlicht dat naar binnen kon schijnen. Na het ontbijt begonnen we aan de rondwandeling door Tainan die in de Lonely Planet stond. Een vier uur durende wandeltocht langs allemaal tempels. We hadden mazzel dat het hotel dichtbij het beginpunt en eindpunt van de wandeltocht lag.

We begonnen bij een Confusiustempel. Gelegen in een mooi aangelegde tuin met mooie bomen lag de tempel er vredig bij. Anders dan bij boeddhistische tempels of Chinese tempels waren hier geen beelden, maar min of meer lege ruimtes met alleen borden met Chinese tekens aan de muur. En veel hekken, want de tempel werd verbouwd.

We liepen verder naar een oude stadspoort, ‘the great south gate’. Eenzaam stond deze stenen poort tussen de hoogbouw. Er was nog een klein stukje stadsmuur, waar een hele tijd geleden een Ficus wortel had geschoten in de muur en nu stak de Ficus metershoog boven de muur uit en waren de wortel vergroeid in de muur. Apart gezicht. In het naastgelegen parkje stond een schitterende kanonskogelboom, met z’n kegelvormige stam en een perfect halfronde kruin. In het parkje stonden vrouwen ochtendgymnastiek te beoefenen.

De volgende tempel was die van de vijf concubines. Ook gelegen in een mooie tuin. De mythes achter sommige tempels zijn fascinerend. Bij deze tempels hadden de vijf concubines zelfmoord gepleegd uit respect voor hun meester.

Een driehonderd jaar oude tempel, de Fa hua si was verlaten. Wij waren er als enigen.  Vier beelden (poortwachters) beschermden de tempel en nadat we die waren gepasseerd, kwamen we in de tempel met de goden met lange haren.

We liepen verder en vroegen in een winkeltje waar ze wierrookstokjes verkochten of ze ook een wierrookbrander hadden. Nee, dan moeten we 10 winkels verderop even kijken, zei de verkoper. En inderdaad was verderop een winkel met wierrookbranders. Kleine, loodzware brandertjes, waarschijnlijk van brons werden te koop aangeboden, maar de prijzen vielen wat tegen. Het ging al snel naar de 4.500 dollar, oftewel 120 euro. Dat vonden we wel iets te gortig, in combinatie met het gewicht dat we nog mee zouden moeten torsen. Ook de naastgelegen winkeltjes verkochten wierrookbrander, maar nergens voordeliger.

We liepen langs nog enkele tempels en raakten tempelmoe, maar de route eindigde in de buurt van het Gong yuan park. We besloten daarheen te lopen en de rest van de middag een beetje te relaxen, met een drankje op een bankje. We hadden laptop en tablet bij ons. Er moest nog het een en ander voor de rest van de reis tot terugkeer naar Nederland worden geregeld, zoals autohuur in Australië en Nieuw-Zeeland en nog enkele vluchten en op het bankje in het parkje boekten we de autohuur in Nieuw-Zeeland. We hadden al eerder uitgezocht dat we op 24 december een auto moesten huren. Volgens de planning zouden we op 25 december van Christchurch maar Auckland vliegen, maar op 25 december waren de huurauto’s meer dan drie keer zo duur als op 24 december en dus hadden we de vlucht al vervroegd naar 24 december en in Auckland voor 24 tot 26 december een hotel geboekt. Nu in het park was het verdomd goed zoeken naar een goedkope huurauto in Auckland, die pas na veel zoeken uiteindelijk via Skyscanner.net werd gevonden. De autohuur op het zuidereiland leverde minder problemen op. Het heeft alles te maken heeft met de kerst.

In het park was het gezellig druk. Veel mensen waren aan de wandel of zaten – net als ons- rustig op een van de vele de bankjes langs de vijver met een pagode in het midden. Tegen zonsondergang werd de pagode mooi verlicht door de zon en nadat de zon was verdwenen kregen we al snel bezoek van ongedierte dat we liever niet om ons heen hebben; muggen. Plots hoorden we een dof plofje en viel er een eekhoorntje uit de boom op de grond naast ons. We pakten de boel in en liepen naar het Maharadja restaurant, waar we twee lekkere curries namen.

‘s avonds op de kamer boekten we nog het een en ander voor het verloop van de reis en aan het einde van de avond kwamen we erachter dat we in drie dagen tijd voor ruim 1.500 euro aan boekingen hadden gedaan. Dat betrof zowel autohuur als vluchten.

Zaterdag 26 oktober 2019

Voor de tweede ochtend wisten we niet wat voor weer het buiten was toen we opstonden in onze kleine kamertje zonder ramen. Het aandoen van het zeer felle licht was dan ook een behoorlijke domper. Maar we hadden wel goed geslapen.

We namen de lift van de 10e verdieping naar de parkeerkelder, waar het onaangenaam warm was en het stonk. Een mix van uitlaatgassen en riolering.  Snel de spullen in de auto, parkeerkaartje afgeven aan de bewaker en we konden wegrijden. Op straatniveau bleek dat het zonnetje scheen.

We reden naar wegnummer 175. Veel van de – grotendeels zinloze- stoplichten stond op rood, dus we kwamen maar langzaam de stad uit. We reden langs een leuk politiebureau. Het gebouw had de vorm van een politiepet!

Wegnummer 175 heet ook wel de koffieweg. Het was een smalle, kronkelige bergweg met soms mooie vergezichten door een supergroene omgeving. Naast natuurlijk veel koffiebomen met rode vruchtjes eraan stonden er veel citrusbomen, bananenplanten, palmbomen en nog veel meer planten waarvan wij de namen niet kennen. Hoewel het zaterdag was, was het op de weg niet erg druk.

We reden langs een tempel, maar daarvoor moesten we wel nog een behoorlijk steile toegangsweg nemen. Voor ons reden twee vrachtwagens de heuvel op en achter ons de altijd aanwezige touringbussen. Na het parkeren van de auto liepen we langs enkele eetstalletjes naar de tempel, die zwaar in de steigers stond en die ook werd vergroot. Toen de vrachtwagens eenmaal boven waren,  bleken die te zijn gevuld met nieuwe beelden van goden. We hoorden dat er vuurwerk werd afgesproken. Later bleek dat het geluid kwam uit een vuurwerkapparaat dat bij de tempel stond. Niet een machine waar je vuurwerk kon kopen. Nee, een geautomatiseerde duizendklapper. Voordeel: geen rook en papierafval. Nadeel: hoop herrie in een mooie omgeving.

We lunchten aan een picknicktafeltje in een mooi parkje in een dorpje dat bekend staat om de hete modderbaden. We lazen in de Lonely planet dat er ‘a mix of fire and water’ in de omgeving te zien was. Het was op de route en op slechts 4 kilometer van het dorp en we reden erheen. Vanaf de parkeerplaats liepen we eerst langs diverse eetstalletjes naar een kleine plaats waar natuurlijk gas uit de grond komt, net boven een zwaar mineraalhoudend vijvertje, dat spontaan ontbrandt. Weer een klein soort Darwaza.

We daalden af naar het laagland, dat werd gedomineerd door akkerbouw en veel visvijvers en reden naar ons hotelletje in het nietszeggende dorpje Daliao. De kamer was smaakvol ingericht, maar behoorlijk aan de prijs met 30 euro voor een nacht. Voorgaande nachten hadden we voor minder dan 20 euro overnacht, maar in het weekend zijn de hotels in Taiwan stukken duurder dan door de week. We checkten in en daarna reden we een beetje door de omgeving om te stoppen bij een prieeltje met een tafeltje en stoeltjes naast een tempel. Daar gingen we zitten, werkten we aan het updaten van de website en bereidden we Australië een beetje voor.

Omdat er in de omgeving van het hotelletje alleen maar traditionele Taiwanese eethuisjes voor een vlugge hap op een plastic krukje zaten, besloten we om gezond te doen en een salade te maken op de kamer. Samen met een noedelsoepje vormde dat het avondeten en na het eten werkten we verder aan de website en de voorbereiding.

Zondag 27 oktober 2019

Na een goede nacht ontbeten we op de kamer en pakten we de spullen in. Via wegnummer 61 en 82, twee freeways reden we naar het Sun Moon Lake. Deze twee wegen waren grotendeels gevrijwaard van verkeerslichten en we konden eindelijk eens lekker doorrijden. Tijdens het eerste stuk langs de kust werd het vlakke landschap gedomineerd door visvijvers. Sommige waren leeg. Die werden waarschijnlijk gereinigd. Meer landinwaarts verschenen de rijstvelden weer.

De toegangsweg naar het Sun Moon Lake meer was druk. Dit werd met name veroorzaakt doordat één van de twee rijstroken naar het Sun Moon Lake in was afgesloten. We zagen enkele mensen wandelen en nog minder mensen iets harder lopen. Wel had iedereen een nummer opgespeld. Bij het Sun Moon Lake aangekomen, bleek er sprake te zijn van de marathon. Nou, records zijn hier niet gebroken!.

Het was erg druk bij het Sun Moon Lake en nu begrepen we ook waarom er geen hotelkamer meer te boeken viel en wij moesten uitwijken naar het nietszeggende dorpje waar wij hadden overnacht, zo’n 50 kilometer van het Sun Moon Lake. Naast de drukte was ook het zicht niet helder. Maar dat kwam door de smog.

We lunchten op een plekje langs de weg waar een pichnicktafel onder een afdakje stond en reden na de lunch verder langs het Sun Moon lake. Vrijwel nergens was een parkeerplaats met een mooi uitzicht over het meer en de parkeerplaatsen die er waren, waren natuurlijk vol op deze zondag. Heel langzaam reden we de ruim 30 kilometer om het meer heen, maar veel van het meer zagen we niet. Tussen de weg en het meer was het dichtgegroeid met bomen en struiken, dus geen mooie vergezichten. We reden nog door een dorpje waar het afgrijselijk druk was. Veel toerbussen hadden hun passagiers gedropt en die konden dan waarschijnlijk ergens iets eten.

Hoewel  het Sun Moon Lake als highlight in de reisgidsen wordt genoemd, vonden wij het vies tegenvallen. Je kunt mooi om het meer heen fietsen, maar een groot deel van het fietspad gaat gewoon over de kronkelige tweebaansweg, die je ook met auto’s moet delen. Weinig pittoresk.

We reden naar Taichung, waar we onze laatste overnachting in Taiwan zouden hebben. Hoe verkeerd kun je iets inschatten. Bij het boeken van een hotelletje in Taichung dachten we ergens aan de rand van de stad terecht te komen. In ieder geval ver buiten het centrum. Toen we dichterbij het hotelletje kwamen, werd het drukker en drukker op straat. Het straatje waar ons hotelletje aan lag was erg smal, verkeer in twee richtingen en moest gedeeld worden  met vele brommers die op straat reden en nog meer die haaks op de weg aan weerszijde stonden geparkeerd, alsmede auto’s (in veel mindere mate) en voetgangers. Oké, hier gaan we onze auto niet kwijt kunnen, zeiden we tegen elkaar. Help!! . Remco parkeerde de auto waar het niet mocht en Marjolijn ging op zoek naar de incheckbalie van het hotelletje, maar kwam gelukkig snel terug met de receptioniste, die aangaf dan we voor 100 dollar (3 euro) de hele nacht konden parkeren op hun terrein. En zo werd een nachtmerrie inzake parkeren voorkomen.

De plek van het hotelletje was dus een superlevendig deel van de stad. De nachtmarkt met tientallen  eetstalletjes lag op 250 meter lopen en ook winkelstraten lagen om het hotel heen. Winkelstraten zijn hier drukke verkeersaders met eigenlijk geen stoepen en rondrazende brommers en auto’s op de weg. En vreemd genoeg lijkt het allemaal goed te gaan.

Bij drie eetstalletjes kochten we iets te eten. Marjolijn had een bakje aardappelpuree met pikante kip, broccoli en kaassaus terwijl Remco inktvis met wasabipoeder kocht bij een ander stalletje. En verderop kochten we een soort van pannenkoek van brooddeeg met vlees, groente en saus. Allemaal ter plekke bereid en supervers en lekker. Grappig was dat veel mensen op de brommer dingen kwamen kopen. Zonder dat ze van de brommer afkwamen, betaalden ze en kregen ze hun eten in een tasje aangereikt, waarna ze weer wegreden. Zelfs jonge moedertjes met hun kleine kindjes in een tuigje op de borst reden op de brommer naar dit soort eetstalletjes. Anderen namen  hun peuters al staande op de voetenplank van de brommer mee. Dat zou in Nederland echt niet geaccepteerd worden. Hier is het gemeengoed.

Maandag 28 oktober

Vanochtend deden we rustig aan. We hoefden pas om 12.00 uur uit te checken. Ook het vooruitzicht op de vlucht dezelfde dag om 23.55 uur naar Melbourne deed ons besluiten om wat langer te blijven liggen. Nadat we hadden ontbeten, pakte we onze spullen en reden we de stad uit. Dat was iets eenvoudiger dan gisteren de stad inrijden rond spitstijd. Ook bleek dat er een rondweg naar het oosten gemakkelijk te bereiken was vanuit de locatie waar onze auto geparkeerd stond. Vandaag wilden we nog wat rondtoeren in de omgeving om dan langzaam richting het vliegveld te rijden. We moesten de auto om 22.00 uur inleveren, dus we konden rustig aan doen.   

We reden door een groene bergachtige omgeving langs kleine plaatsjes met hotsprings. We hadden helaas geen tijd om een bezoekje aan een hotspring te brengen. Via een bergweg raakten we letterlijk in de wolken. We zagen geen hand meer voor ogen en het was zo vochtig dat we de ruitenwissers aan moesten zetten. Aan het einde van de middag werd het ook steeds donkerder en het leek te gaan regenen. We wandelden nog wat door het plaatsje Beipu en staken een wierookstokje aan in de tempel die werd gerenoveerd. Op straat waren veel verkopers die gedroogde vruchten aan de man probeerden te brengen. Een specialiteit in deze omgeving.

We maakten nog wat foto’s van het straatbeeld. Naast de vele reclameborden zie je ook geregeld poppetjes langs de weg.