Woensdag 19 juni 2019

Om 07.30 uur stond de taxichauffeur voor het hotel op ons te wachten. Maar voor ons vertrek ontbeten we eerst in de grote, maar verder lege ontbijtzaal van het hotel. Gistermiddag hadden we, nadat we euro’s hadden gewisseld voor rial, het hotel al betaald en de paspoorten teruggekregen en we hoefden dus alleen nog maar het toegangspasje van de kamer af te geven.

Onze oude taxichauffeur reed z’n in Iran gemaakte Saipa snel door het nog relatief rustige Mashad. De Saipa heeft het meeste weg van een Kia Pride van zo’n 20 jaar terug. Type dinky toy.

Buiten Mashad reden we al snel door een brede vallei tussen de bergen. Op de akkers werd groente verbouwd in keurig aangelegde rijen. Daar waar geen gewassen groeide, hoedden geitenherders hun geiten.

Natuurlijk moest er onderweg worden getankt. Er moest LPG worden getankt. Dat is nog goedkoper dan benzine. Maar eerst moest de installatie op druk worden gebracht en wij wachtten in de brandende zon in de auto zonder air conditioning.

Even voor de plaats Qushan sloegen we rechtsaf en toen was het nog 90 kilometer naar Bangiran, de grensplaats. De weg steeg en leidde door mooie groene, glooiende heuvels. Her en der hadden herders een kleine tent opgezet en zagen we schaapskooien, waar steevast een pickup truck of een motor bijstond.

Bij de grens aangekomen reed de taxi gelukkig door waar (volgens de reisgids) de meeste taxi’s hun passagiers eruit laten om ze vervolgens de laatste 1,7 kilometer bergopwaarts te laten lopen of een andere taxi laten nemen. We werden dus afgezet bij de grens. Nog niet goed en wel uitgestapt, was er al een mannetje op ons afgekomen met de vraag of we manats wilden wisselen. We hadden nog ongeveer 800 rial (4,50 euro) en die wisselden we voor 170 manat. Daarnaast wisselden we 20 dollar voor manats bij een koers van 15 manat tegen een dollar. Geen al te beste koers, maar we hadden geen andere keuze.

We liepen het douanegebouw van Iran binnen en er werd al snel naar ons gewenkt dat de bagage door het röntgenapparaat moest. Daarna mochten we onze paspoorten afgegeven bij twee douanebeambten in een hokje. Ook moesten we ons visumformulier inleveren, dat we helaas niet terugkregen. Gelukkig hebben we thuis nog een scan. Al snel kregen we toestemming om door te lopen. We verlieten het douanegebouw en liepen naar het grenshek. Er waren twee van een brede vluchtheuvel gescheiden rijbanen, waar hekken op stonden. Wij liepen naar een mobiele cabine, waar drie vrolijke militairen onze paspoortgegevens in het Iraanse grote boek schreven. Er werd voor een laatste keer gerefereerd aan Nederland als land van ‘flower’. Hoe vaak hebben we dat niet gehoord. Vrolijk namen we afscheid en mochten we door het geopende hek lopen.

Twintig meter verder stond een airconditioned mobiele cabine, waar Turkmeense mannen zaten met een groot boek. Hier was men direct minder vrolijk. Serieus en zakelijk werden onze gegevens in het Turkmeense grote boek geschreven en daarna mochten we de 50 meter verder lopen naar het Turkmeense douanegebouw.

Eenmaal binnen gebaarde een jonge jongen in een militair uniform met een Canadese hoed in militaire kleuren ons te gaan zitten op aluminium bankjes. Hij zelf ging bij een deur staan en drukte herhaaldelijke keren op een deurbel, maar de deur ging niet open. Na enkele minuten kwam een vrouw naar de deur gelopen, opende deze en de militair gebaarde naar ons dat we de deur binnen konden. Binnen in de kamer moesten we 24 dollar betalen. Volgens de vrouw 20 dollar fee en vier dollar voor de bank(???). Dat naast de 110 dollar die we hadden betaald voor de twee transit visa

voor 5 dagen. Met het betaalbewijs op zak mochten we weer plaatsnemen op de bank. Ondertussen zagen we de een na de andere Turkmeen(se) uit Iran komen met enorm veel grote zwarte plastic tassen. Plichtsgetrouw legden ze hun paspoort direct bij binnenkomst bij een luikje waar ooit twee douanebeambten achter zouden zitten. Die waren waarschijnlijk met rookpauze of zo.

Toen de beambten terug waren in hun kantoor, gingen de luikjes open. De militair gebaarde dat we naar voren konden lopen en we gaven onze paspoorten af bij de man met de vier sterren op de schouder. Hij was waarschijnlijk slimmer dan z’n collega met slechts twee sterren. Maar al snel werden we doorverwezen naar z’n collega met twee sterren.

De paspoorten werden gescand, er werden afdrukken van de twee duimen en wijsvingers gemaakt en we mochten op de foto en daarna kregen we onze paspoorten terug. We moesten nu wachten totdat de deur open ging waarachter een grondige doorzoeking van onze bagage zou gaan plaatsvinden. Althans, daar hadden we op gerekend, aangezien Turkmenistan een verbod kent op een hoop geneesmiddelen, met name slaapmiddelen en pijnstillers. Reisgidsen en internetfora hadden ons erop gewezen dat dit het proces wel eens zou kunnen vertragen.

Toen de deur voor ons open ging werd gebaard naar ons dat onze bagage door het röntgenapparaat moest. Op de dagrugzak van Remco na leverde dit geen probleem op. De dagrugzak van Remco moest nader worden bekeken. Remco haalde uit de rugzak wat mogelijk tot een probleem zou kunnen leiden; de laptop, de tablet, de mobiele telefoon en de power bank. Maar daar waren de douaniers niet naar op zoek en ze vroegen of er medicijnen in de rugzak zaten. Heel eerlijk gaf Remco aan dat er geen medicijnen in de rugzak zaten. “maar”, zei de beambte, “ we zien een aantal strips met pillen aan de zijkant van de tas”. En toen hing het lichtje branden. Remco liet onze Gorilla Pod statief zien, die er op rontgenbeelden inderdaad uit zou kunnen zien als drie strips met pillen. De beambte was gerustgesteld en we mochten het douanegebouw verlaten. Al met al had de douaneovergang nog geen uur geduurd.

En dan. Nu stonden we in Turkmenistan… en nu…

We namen we de stadsbus die aan kwam rijden. We lieten eerst de Turkmenen met hun vele plastic tassen instappen en daarna stapten wij in. De bus was maar halfvol en we gingen breeduit zitten en plaatsen onze rugzakken op de banken achter ons. De bus vertrok. Na zo’ twee minuten rijden was er een afslag. Links ging de weg naar Ashgabat, dat volgens de borden langs de weg 35 kilometer zou zijn. Rechtsaf ging naar ……. geen idee.

De bus sloeg geheel volgens verwachting linksaf, om vervolgens af te remmen en volledig tot stilstand te komen. De chauffeur zette de versnelling in z’n achteruit en reed in een pittig vaartje achteruit de heuvel op om na zo’n 100 meter tot stilstand te komen bij een gemetselde muur met daarin twee stalen, gesloten hekken. Al snel werden de deuren voorzichtig geopend en als eerste zagen we twee geuniformde mannen met daarachter een hele meute mensen. De militairen probeerden de menigte in bedwang te houden, maar ze gedroegen zich als mensen die eindelijk een lang gesloten deur voor het eerst weer door mochten. Afijn, op een gegeven moment was er geen houden meer aan en (met name) vrouwen bestormden de bus. We wisten niet wat ons overkwam.

Binnen no-time zat de bus propvol met mensen, die allemaal enorm veel bagage bij zich hadden in de vorm van plastic, zwarte zakken. Al snel zaten we al niet meer breeduit en het ons niet in dank afgenomen dat we plaatsen bezet hielden met onze rugzakken. Jammer dan. De vrouwen liepen in schitterende kleding en hadden mooie hoofddeksels op. Dat hadden we nog nooit gezien. En als de vrouwen lachtten, werd het ineens duidelijk waar ze hun spaargels bewaren, want er zat veel goud in de monden van de vrouwen. Bij sommige vrouwen was het volledige gebit van goud.

Afijn, de volle bus daalde langzaam de groene bergen naar beneden. De glooiende heuvels in Iran werden aan de kant van Turkmenistan al snel bergen. Ashgabat ligt slechts op een hoogte van 300 meter en dat is fors lager dan Iran. We zagen patrouillerende militairen langs de weg en reden langs een enorm lang, dubbel hekwerk met prikkeldraad. Het hek ging kilometers lang door, om pas te eindigen in de bergen, waar de hellingen te steil zijn om het hek te kunnen omzeilen.

De bus stopte bij een volgend hek. Hier moest iedereen eruit, om door het hek te lopen, waar eerst moesten onze gegevens in een ander groot boek werden genoteerd. Daarna mochten we door het hek en daar stonden we dan. Al snel werden we door een oude Turkmeense dame aangesproken in het Duits (!). Ze had jaren geleden, toen Rusland nog goede vrienden was met de DDR, in Leipzig Duits gestudeerd, maar tegenwoordig sprak ze dat nog maar nauwelijks. Maar veel ervan was ze niet vergeten. Ze gaf aan dat we van deze plek een taxi konden nemen naar het centrum en waarschuwde ons vooral niet te veel te betalen. Dat zou natuurlijk niet lukken. Nadat we in een auto waren gestapt en naar haar wilden zwaaien, was ze ons allang weer vergeten, want ze keek niet op of om. Ze was waarschijnlijk alweer in gedachten bij haar zoon die ernstig ziek was en zich had laten opereren in Iran en hier de grens over zou komen.

In een mooie, nieuwe Toyota reden we naar het centrum van Ashgabat. De 4 baans straat, waar de maximum snelheid in eerste instantie op 90 kilometer lag, maar meer in het centrum op 60 kilometer volgens de matrixborden boven de weg waren zo goed als leeg. De snelheidsmeter van de auto gaf 120 kilometer per uur aan toen we door Ashgabat snelden. We werden voor de deur van het Kuwwat hotel afgezet en de taxichauffeur wilde 10 dollar hebben, terwijl 10 manat was gezegd door de vrouw. Afijn, wij trokken natuurlijk aan het kortste eind. Taxichauffeurs zijn overal ter wereld tuig. Ook in Turkmenistan.

We namen een luxe kamer in het ‘hotel’ voor 30 dollar per nacht. De ‘luxe’ kamer had douche en toilet tegenover een gewone kamer, die gedeelde faciliteiten heeft. Aangezien dit de enige betaalbare optie is jn een stad met alleen maar 5 sterren hotels, hadden we geen keuze. We gaven ons paspoort af en betaalden de eerstse nacht. Dat was ook het enige Engels dat de vrouw achter de receptie sprak. “Pasport” en “money”, terwijl ze een oudere man de administratie liet doen. Zoveel anders was het ontvangst in IIran. Het contrast kan bijna niet groter. We kregen kamer 21, waar nog een Pools stel bezig was met uitchecken om 14.00 uur. Ze waren met z’n tweeën op een motor onderweg door Centraal Azië.

We kregen schoon beddengoed, maar de kamer werd verder niet schoongemaakt. Er sjokten een paar Russisch uitziende, stevige vrouwen rond, die weinig deden en die erg nors keken. Na Iran was dit een behoorlijke stap terug in comfort en reinheid. Om niet te zeggen dat deze 0 sterren onderkomen bij meer concurrentie ver links hadden laten liggen. We maakten ons eigen bed op en haalden daarnaast snel onze eigen lakenzakken uit de rugzakken.

Daarna gingen we Ashgabat verkennen. We liepen in eerste instantie naar een buurtsupertje vlakbij het ‘hotel’. Het ia altijd interessant om te kijken wat er zoal verkrijgbaar is in een nieuw land dat we bezoeken en al snel bleek dat zelfs in een klein buurtsupertje vrij veel herkenbare producten verkrijgbaar zijn. Vervolgens liepen we naar de Russische Bazaar. We hadden wel wat trek en kwamen uit bij een kleine pijpelaar, wat als restaurantje fungeerde. Aan een kaart in het Russisch hadden we weinig, dus we wezen maar aan wat er op een plaatje stond. Patatjes en kip. We zullen wel zien wat we krijgen. Maar al snel kwam het jonge meisje, dat serveerster was uit de keuken met een bord met twee gebraden kippetjes er op. Akkoord! Met wat cola was het best goed te eten.

Na de lichte lunch liepen we de Russische markt op. Deze is wel overdekt, maar staat in contact met de buitenlucht en het is er dus ook heet. We keken wat rond en kochten twee appels. Het eerste dat

opviel was dat alle verkopers in hetzelfde blauwe hesje rondliepen en hetzelfde blauwe mutsje op hadden Bij een standje kregen we kaviaar en steur te proeven en probeerden ze 100 gram te verkopen. We waren niet geïnteresseerd en vonden het ook niet echt lekker.

We wisselden 10 dollar voor 160 manat bij een van de standjes op de markt. Dit moet heel sneaky gebeuren, want het is een illegale praktijk in Turkmenistan, maar de koers op de zwarte markt ligt vier keer hoger dan bij de bank. Net als in Iran, alleen daar is de zwarte markt niet illegaal.

We liepen verder door de vrijwel uitgestorven straten van Ashgabat en kwamen uit in een park, met mooie fonteinen, maar zonder mensen, op de tuinmannen en met name -vrouwen na. Diep gehurkt zitten de vrouwen het onkruid te wieden, de gezichten verscholen achter een witte doek. We kwamen uit bij het eerste monument, dat we fotografeerden en daarna liepen we verder. De straten zijn enorm breed (2 x 4 rijstroken) en naast de straten zijn dan ook nog eens paralelwegen aangelegd, die hoofdzakelijk worden gebruikt voor afslaand verkeer en bussen. Langs de weg staan 12 verdiepingen hoge woontorens, allemaal aan de buitenkant bekleed met marmeren plaatjes. In een van de woontorens zagen we mensen naar binnen gaan en we besloten se gok te wagen en naar binnen te gaan om se lift te nemen naar de bovenste etage en kijken of het uitzicht mooi is. Het naar binnen glippen lukte en het lukte ook nog om langs de portiersloge te geraken, aangezien de portier niet op z’n plek zat. Het lukte ook om de lift te nemen naar de bovenste etage, maar toen liep ons avontuur dood op twee deuren naar appartementen. Geen uitzicht voor ons en dus namen we de lift weer naar beneden en vervolgden we onze weg.

We kwamen uit bij het Arkadagpark, waar in een halfronde muur een grote afbeelding hing van onze goedlachse, geliefde leider met een bontmuts op. Het was 39 graden buiten en wij keken naar een vent met een bontmuts op. Op het plein voor de halfronde muur waren werklieden met een slijptol bezig het marmer te bewerken, zodat het (waarschijnlijk) weer een witte kleur kreeg. Dat deden ze zonder mondkapjes, terwijl de stofwolken van ons wegdreven in de wind. We keken op de tablet en zagen tot ons verrukking dat er dichtbij een Argentijns Steak House zou zitten en we liepen er heen. Op de plek van het steakhouse was men echter bezig met verbouwingswerkzaamheden. Toen we voor de gesloten deuren stonden, werden die wel voor ons geopend, maar in perfect Engels werd verteld dat ze nog wel 20 dagen nodig hadden voor de opening van de bakkerij en ijssalon. Maar als we zin hadden om vlees te eten, dan wilden ze ons wel even met de auto brengen naar een goed steak house. En zo zaten we 5 minuten later in een nieuwe en luxe auto en werden we door hun chauffeur naar een steak house nabij het wedding palace gebracht. Het Alp Et steakhouse had een leuk terras buiten en we bestelden een lekkere steak. Na het kebab van Iran een behoorlijke traktatie. De obers en serveersters droegen t-shirts met de tekst: if you want to become a vegetarian, it is a missed steak. We vonden ‘m wel leuk gevonden.

Na het eten liepen we naar het Ashgabat hotel, namen de lift naar de bovenste etage en genoten van het uitzicht over de stad bij ondergaande zon. Daarna liepen we naar het wedding paleis, waar op dat moment niets gebeurde, maar dat ’s avonds wordt verlicht. We wachtten totdat het donker genoeg was om foto’s te nemen van het wedding palace, maar konden we ondertussen genieten van de stad die ook verlicht werd. Niet alleen de straatlantaarns gingen aan, maar ook de witmarmeren gebouwen worden verlicht evenals de vele monumenten.

We namen een bus terug richting het hotel, maar op een kruispunt waar we hadden gehoopt dat de bus linksaf zou slaan, ging de chauffeur rechtsaf. We reden verder en verder weg van waar we heen moesten. Op een bepaald moment vond de chauffeur het wel genoeg en ging de bus toch nog gelukkig de goede richting uit. De laatste 750 meter naar het ‘hotel’ moesten we wandelen. We

kochten nog water bij het buurtsupertje bij het hotel en rekenden af terwijl de jeugd uit de buurt zich ophield rond de kassa.

Donderdag 20 juni 2019

We sliepen uit tot 09.00 uur en waren veroordeeld tot een ontbijtje op de kamer. Daarna liepen we naar de Russische bazaar. We keken er nog even rond en maakten foto’s, maar een mannetje gebood ons om die te verwijderen. Ook wisselden we bij een ander winkeltje dan gisteren 20 dollar tegen een koers van 17 manat tegen een dollar. Daarna liepen we naar het 5 sterren Grand Turkmen hotel en vroegen we naar het wachtwoord voor het internet, dat we zowaar ook kregen. We logden in, maar alleen Marjolijn kreeg kort internetverbinding, waarna die werd verbroken. Remco kreeg helemaal geen verbinding.

We vroegen bij de receptie naar de mogelijkheden om naar de krater van Darwaza te gaan, daar te overnachten en de volgende dag verder naar de grens met Uzbekistan. De prijs zou uitkomen op 200 dollar, maar we konden het ook nog even vragen bij het reisbureau in het hotel op de tweede etage. Wij naar de tweede etage, om erachter te komen dat daar geen reisbureau zit. Dan maar terug naar de eerste etage. Daar zat wel een reisbureau. Schijnbaar wordt de begane grond al als eerste etage gerekend. Bij het reisbureau -zou de trip zelfs 220 dollar gaan kosten. We gingen er vanuit dat een reisbureau in een 5 sterrenhotel wel eens duurder kon zijn dan elders en zochten op maps.me naar ‘reisbureau’. Er kwam een aantal opties in de omgeving en we liepen naar de eerste optie. Daar schaamden ze zich helemaal niet en vroegen 330 dollar. We besloten om eerst maar eens iets te gaan drinken in een restaurantje nabij de Teke bazaar en daarna liepen we naar de tweede optie in de buurt. Op de eerste etage van een gebouw, dat het meeste weg had van een kantoorpand, vonden we een reisbureau. Er scheen nog een tweede reisbureau ernaast te liggen en terwijl Marjolijn bij het ene reisbureau navraag deed, deed Remco dat bij het andere. Na lang wachten bleek het reisbureau waar Marjolijn zat 200 dollar te vragen en bij het reisbureau waar Remco informeerde 140 dollar nadat Remco over de prijs had onderhandeld. Veel lager konden ze echt niet gaan zitten.

Toen de eigenaresse binnenkwam en zich er mee ging bemoeien, vroeg ze of we ook een avondeten erbij geregeld wilden hebben, want dat was niet inclusief. De toer zou alleen bestaan uit een rit naar de krater, een overnachting in een tent en de rit de volgende dag naar de grens. Geen eten en drinken. Maar voor een klein bedrag extra zou ze twee Chinese maaltijden kunnen regelen, die ze normaal gesproken altijd regelt voor grote tourgroepen naar de krater. We vroegen of de maaltijden suikervrij zouden zijn en ze zou daarvoor zorgen. Ze had zelf een broer die diabetes heeft en wist waar suikervrije artikelen te koop waren in een supermarktje in de buurt.

Afijn, we boekten de toer en een behoorlijke last viel van ons af, omdat de toer toch best wel erg duur zijn en omdat we er wel voor moesten zorgen dat we op tijd het land verlieten. Maar nu we bij een reisbureautje hebben geboekt dat al heel lang bestaat (het oudste reisbureau van Ashgabat), geeft dat vertrouwen en rust.

We namen een bus naar het Independence park. Omdat er op de bushaltes soms wel en vaak geen routekaart van de bussen hangen, is het iedere keer weer een gok welke richting de bus opgaat. Ook nu weer. De bus ging een hele tijd in de richting waar we heen wilden, om vervolgens af te slaan in een niet juiste richting. We bleven zitten en kwamen uit in een buitenwijk van Ashgabat, waar de Sovjet woonblokken niet bekleed waren met marmeren platen, maar domweg witgeschilderd waren.

Uiteindelijk stopte de bus bij een halte vanwaar het nog een klein stukje lopen was, maar wel zonder beschutting in de brandende zon bij zo’n 40 graden. We liepen naar het Independence park en

kwamen langs een shopping mall. Er was een supermarkt, waar we een fles melk kochten. Verder vielen de mooie posters van de geliefde leider in een wissellijst op in het schap. Voor ruim 5 euro kun je je geliefde vriend boven je bed hangen in 80×60 centimeter formaat. Er was nog een exemplaar aanwezig in twee uitvoeringen.

Op een van de zeer vele bankjes in het Independence park probeerden we de melk, maar die was niet goed. Teleurgesteld liepen we verder, de zon brandend op onze met een petje bedekte hoofden. We maakten foto’s van het Independence monument en waren verbaasd dat er geen militairen stonden om ons erop te wijzen dat er geen foto’s mochten worden gemaakt. Het imposante gebouw zelf was potdicht en het was ook niet mogelijk om door het glas naar binnen te kijken. Het monument stond op een verhoging, met in vierwindrichtingen trappen. We namen een andere trap naar beneden en daar stond een militair die aangaf dat het niet toegestaan was de twee onfortuinlijke bewakers die in een hokje in de volle zon voor aap stonden weg te bakken te fotograferen. Je moet of super gestoord zij of enorm vaderlandslievend zijn om deze was taak op je te willen nemen. Ons in ieder geval niet gezien.

Een klein stukje verder in het park stond een gouden beeld van de roemruchtige voorganger van de huidige geliefde leider, Turkmenbasy zelf. De man die de waanzin van Ashgabat heeft verzonnen. Zo heeft hij onder andere de weekdag vernoemd naar de voornamen van z’n familieleden.

Turkmenbasy glom mooi in de avondzon en we vereeuwigden hem op de foto met op de achtergrond het Independence monument. Daarna namen we de bus een aantal haltes en moesten we vervolgens nog een stukje lopen naar het Berkarar Shopping Mall. Op maps.me hadden we gezien dat hier een French Backery zou zitten. Geheel tegen de verwachting in kwamen we dit keer terecht in een supermooie shopping mall met veel winkels op 5 etages (inclusief de kelderverdiepning)

Er was natuurlijk weer een mooie fontein en twee glazen liften, die reclameuitingen naar b9ven trokken bij stijgen of naar beneden bij dalen. Er waren lokale winkels, maar ook winkels van de wereldmerken, zoals Adidas, Nike en Columbia ware aanwezig. Het enige dat ontbrak waren klanten. Erg bizar. We vroegen bij de Samsungwinkel, waar perfect Engels werd gesproken, waar we de French Backery konden vinden, maar de jongen moest eerst z’n vrouwelijke collega aan de balie wakker maken of erachter te komen dat we naar de e eer de etage moesten gaan. Daar bevond zich een food court en de French Backery was een van de vele restaurantjes. Zoals wel vaker bij Franse bakketjes lag ook hier het prijsniveau erg hoog. Zo kostte een croissant 20 manat en een taartje 50 manat. We keken bij de buurman en daar kostte een lekker uitziende taartpunt 20 manat. We bestelden twee potten thee en een taartpunt voor 50 manat.

We kwamen bij met wat vocht en koelden aangenaam af en ondertussen. werkten we dit verhaal bij. Daarna gingen we eten bij een Uzbeeks restaurant op de vierde etage. Op die plek had een Indiaas restaurant gezeten, waar we naar op zoek waren, maar dat niet meer bestond. De inrichting van het Uzbeekse restaurant was erg Indiaas, met een mooie afbeelding van de Taj Mahal aan de muur. Het eten was erg smakelijk, maar helaas was de rijst een beetje koel.

Na het eten namen we de bus terug richting het hotel. Maar voordat we die namen, genoten we nog van de lichtshow op de gebouwen. Alle gebouwen in de omgeving werden verlicht en de kleur veranderde continue. Op een gebouw is dat vaak al fascinerend, maar als alle gebouwen in de omtrek op hetzelfde moment van kleur wisselen is dat een beetje bizar.

De bus sloeg rechtsaf waar we hadden gehoopt dat ‘ie rechtdoor zou gaan. En dus volgde een overstap. Rond 22.00 uur waren we terug op onze ‘gezellige’ kamer.

Vrijdag 21 juni 2019

We werden weer pas om 09.00 uur wakker en ontbeten op de kamer. Daarna liepen we weer naar het Grand Turkmen hotel om erachter te komen dat er ook nu geen verbinding met het internet tot stand kwam. We namen een bus naar het memorial park en waren de enigen die hier- in de middle of nowhere- uitstapten. Een man met een groot ego, Turkmenbasyg genaamd, heeft hier een stel enorm brede trappen in marmer aan laten leggen in een mooi park, natuurlijk weer met fonteinen speciaal voor ons! Want verder was er niemand anders hier dan de altijd aanwezige tuinmannen/-vrouwen.

In de brandende zon bestegen we de trappen en steeds al je dacht dat de volgende set trappen de laatste zou een zijn verscheen er een nieuwe set. Maar plots stonden we boven en hadden we zicht op zowel het aaardbevinsmonument, het groot patriotisch oorlogsmonument alsmede het monument met de eeuwige vlam; een soort gecontroleerde Darwaza punt. Bij eeuwige stonden weer twee onfortuinlijken weg te branden in de zon, maar ze verrekten geen spier toen we voor ze stonden. Een jonge jonge in militair uniform jongleerde met z’n gummy knuppel en had nog de mogelijkheid tot bewegen in tegenstelling tot de twee onfortuinklijken.

Het werd een beetje standaard, maar we stapten in een bus die….niet de richting op ging die we wilden, maar we bleven stoïcijns zitten. Beter in en rijdende bus, waar door de geopende ramen nog wat rijwind ter verkoeling jaar binnen kwam, dan lopen. En zo reden we door de buitenwijken en door lage dennenbossen naar het eindpunt. Daar vroegen we de chauffeur hoe we bij het Ferris wheel (reuzenrad) konden komen en hij zei dat we gewoon konden blijven zitten; 5 minutes, go, go!

We kochten snel wat water bij de buurtsuper3 op de eindhalte en daarna vertrok de bus. Bij een halte gaf de chauffeur aan dat we moesten overstappen op de bus die al klaar stond en een paar haltes verder waren we bij het Ferris Wheel. We liepen de laatste meters naar het reuzenrad. We staken de twee keer vierbaans weg over zonder op of om te kijken. Da’s niet waar, maar er reed nauwelijks iets op de weg.

Bij het reuzenrad was het gezellig druk. Njet! We kochten voor het enorme bedrag van 6 manat 40 (30 eurocent) twee kaartjes voor een speciaal rondje; we zaten namelijk als enigen in het rad. Het rad ging hel langzaam en we hadden mooi uitzicht.

Na een rondje namen we de bus een paar haltes om in het Barkarar Shopping Mall bij een Turks restaurant een verlate lunch te nuttigen. Na de lunch namen we de bus haar het Independence Park en liepen door dit park en langs het presidentieel paleis naar de British Pab. Het paleis is overigens bijzonder. Niet in eerste instantie het gebouw zelf, dat er best mooi uitziet, maar wel het feit dat de brede straat voor het paleis niet betreden mag worden en dat er overal politie en militairen staan, die vooral aangeven wat niet mag. Wat een enorm wantrouwen gaat hier vanuit jegens de eigen bevolking. Bizar gewoon.

De British Pab zit Op een hoek van een straat, nabij de Russische bazaar en het Grand Turkmen hotel. In een muur van een gebouw bevindt zich een gesloten bruine deur open naast de deur een verschoten briefje British Pab, open from 11.00 till 23.00. Verder niet, We voelden aan de deur, die zowaar meegaf en we stonden in een Engelse pub, waar drie mannen als enige aanwezigen een poolbiljartje aan het leggen waren. We kregen een kaart en ons oog viel op de vermelding van goddelijk goud vocht in halve liters voor 10 manat (50 eurocent). Nou, na een maand drooglegging in Iran kwam dit als een godsgeschenk. We bestelden ook een maaltijd fajita’s, die verrassend goed smaakten. Ook de tweede halve liter ging er zonder problemen in. Daarna was het nog 10 minuten lopen naar huis, om daar te douchen en te slapen. Lekker bijtijds op bed.

Zaterdag 22 juni 2019

Weer stonden we pas om 09.00 uur op en ontbeten we op de kamer. We pakten de rugzakken in en liepen naar het reisbureau een paar blokken verderop om daar onze rugzakken achter te laten. We hadden meer vertrouwen in het reisbureau, dan in het ‘hotel’. Daarnaast zouden ze in het reisbureau in een airconditioned ruimte staan en dat was beter voor de medicijnen.

We dronken twee kopjes koffie en namen een taartje bij een coffee shopje naast het reisbureau en daarna bezochten we de Teke bazaar. Al snel kwamen drie mannetjes op ons af die gebaarden dat we de gemaakte foto’s moesten verwijderen. Gastvrije lui, die Turkmenen.

We liepen naar het presidentieel paleis. Onderweg kwamen we langs een bruiloftsfeest dat aan de gang was, maar de gelukkigen zelf zagen we niet. We werden wel uitgenodigd om mee te lunchen; iets dat we beleefd afsloegen. Wel kregen we flesjes frisdrank en water mee, alsmede stoffen zakdoeken. We lunchten we bij een Turks restaurant en deden daarna inkopen bij een supermarktje. In Darwaza moeten we zelf voor het ontbijt zorgen en we moeten voldoende vocht meenemen.

Om 15.00 uur meldden we ons bij het reisbureautje en een half uurtje later waren we onderweg. Al snel verlieten we de marmeren binnenstad en reden we door de buitenwijk met mooie villa’s. Maar dat duurde niet lang en voor we het wisten zaten we in de woestijn; een eindeloze vlakte met zand en groene struiken. Her en der was er een kleine nederzetting. Enkele dromedarissen liepen rond. De weg was niet in al te beste staat. Turkmenbasy vond het schijnbaar niet nodig om z’n volk te voorzien van een goede weg. Had ook van marmer kunnen worden gemaakt, toch?

Na een hoop gehobbel over een geasfalteerde weg met soms diepe gaten kwamen we rond 18.45 uur bij de afslag naar de krater. Nog altijd staat de krater niet aangegeven langs de enige noord-zuidverbinding vanuit Aahgabat. Nu was het nog 7 kilometer hobbelen over een goed verhard zandpad. Helemaal geen sprake van mul zand.

De chauffeur zocht een mooi plekje op, die afhankelijk was van de windrichting. We openden de schuifdeur van de Toyota Hi Ace en de warme deken sloeg ons tegemoet. We liepen direct naar de krater en werden overvallen door een hete windvlaag vanuit de krater en deinsden even terug. De zon stond nog aande hemel en dan lijkt de krater van enige afstand op niets meer dan een gat in de grond, maar aan de rand van de krater verandert het beeld als je alle kleine vuurhaardjes ziet, die verrekte veel warmte veroorzaken

We zettende tent op samen met de chauffeur. Alhoewel je zou verwachten dat hij enige ervaring met het opzetten van tenten zou moeten hebben, deed hij dat ietwat knullig. Hij begon met de bogen te spannen in het doek (maar ook niet goed), waarna de sterke wind direct vat had op de tent. We lieten zien hoe wij dat deden en dat was stukken efficiënter, door te beginnen met de haringen in de grond te slaan en daarna pas de bogen te bevestigen.

De zon ging onder en we maakten een time laps video’tje van de zonsondergang en de krater werd steeds meer oranje en indrukwekkender. We aten ons diner, maar hadden voldoende aan de portie van een persoon. Na het eten liepen we nog verscheidene keren rondom de krater om rond 23.00 uur ons terug te trekken in het tentje. We repareerden het horretje, want we waren er al snel achter dat met de deur dicht het niet uit te houden was. En we wilden geen beestjes binnen. Het meeste dat we zagen waren grote torren, maar ook een schorpioentje, een woestijnratje en een spin die z’n web had gespannen tussen de lage struikjes.

We sliepen op een vloerkleed. Lekker hard. En het vloerkleed wist de warmte die de grond uitstraalde niet tegen te houden. Het was dus nogal warm. Dan maar zo weinig mogelijk aandoen.

Zondag 23 juni 2019

Om 04.15 waren we wakker. We maakten foto’s van de krater vanuit de tent, die met de opening naar de krater stond. Ook maakten we een time laps filmpje van de zonsopkomst. We liepen naar de krater voor de nodige foto’s, terwijl de chauffeur thee maakte en de tent opruimde.

Rond 06.30 uur vertrokken we richting Konye—Urgench, de grensplaats met Uzbekistan. Urenlang voer de rit door hetzelfde landschap als gisteren, met lage struiken begroeide lage heuvels (3 tot 10 meter hoog). Ook de weg bleef va dezelfde kwaliteit, maar meer naar de grens toe werd her groener. We staken zowaar enkele bruggen over, waar ook water in de kanalen stonden. Soms zagen we enkele koeien langs de weg en ook veel schapen weer.

Op de enige afslag met een zijweg, sloeg de chauffeur rechtsaf, terwijl maps.me aangaf dat we rechtdoor moesten. Uit de handgebaren leidden we af dat de weg die rechtdoor ging in nog slechtere conditie was (onverhard) en