Zuid-Afrika

Zuid-Afrika bezochten we voor het eerst in 2002. We vlogen op Johannesburg, waar een huurauto voor ons klaarstond en via de Garden Route reisden we naar Kaapstad. Onderweg deden we ook Swaziland aan en bezochten we natuurlijk enkele natuurparken onderweg.

Onderstaand verslag is ons reisverhaal van Zuid-Afrika. Wij wensen je veel leesplezier!

Dinsdag 22 oktober 2002

Onze buurvrouw Yolanda had aangeboden ons naar Schiphol te brengen en zodoende stapten we om 14.30 uur in haar auto en een klein kwartiertje later waren we op de luchthaven.

Op Schiphol ging het inchecken behoorlijk vlot en om heel eerlijk te zijn, zijn we dat niet gewend. British Airways heeft, heel decadent, een afgeschermde ruimte voor haar incheckbalies en wij stonden op dat moment als enigen aan de balie en daarom ging alles zo snel.

Om 16.00 uur meldden we ons bij de gate en een half uur later vertrok de vlucht naar Londen; twintig minuten stijgen en twintig minuten dalen.

Op London Heathrow moesten we vier uur wachten op de vervolgvlucht naar Johannesburg. Dat was behoorlijk lang, maar we hadden er bewust voor gekozen, omdat de luchthaven Heathrow behoorlijk groot is en we wilden er toch wel zeker van zijn dat onze rugzakken mee zouden gaan naar Johannesburg.

Voetje-voor-voetje liepen we door het tax free deel van Heathrow, maar met een dure pond ten opzichte van de Euro is tax free shoppen hier niet echt leuk. Daarnaast is tax free shoppen op luchthavens vaak helemaal niet voordelig en we besloten we maar lekker op een bankje te gaan zitten en te gaan lezen.

Johannesburg

Om 20.45 uur zou het toestel vertrekken, maar dat werd 21.30 uur. De vertraging werd onderweg grotendeels ingehaald, want we landden met slechts elf minuten vertraging om 8.51 uur op de luchthaven van Johannesburg. De vlucht verliep uitstekend. Het eten (kip kerrie) was goed verzorgd en smaakte ook nog ergens naar. Tevens kregen we een klein zakje uitgereikt met daarin een ooglapje, een tandenborsteltje en slofjes. Na het eten probeerden we wat te slapen en dat lukte ook nog redelijk.

Woensdag 23 oktober 2002

Met elf minuten vertraging dus, landden we op Johannesburg Tambo International Airport. In de ontvangsthal mochten we van de douane een behoorlijke lange tijd wachten voor de balies. Niet echt een soepele ontvangst dus. Nadat de douaneformaliteiten waren afgerond en we een multi entry visum (sticker) voor drie maanden in het paspoort hadden gekregen, pakten we de bagage die al een behoorlijk aantal rondjes had gedraaid op de transportband en mochten we achteraan aansluiten in de volgende rij, namelijk die van de ‘Green line’. Er stonden enkele vuilcontainers, waarin we onze etenswaren in dumpten, want die mochten niet mee het land in.

We liepen naar het kantoor van Budget Rental Cars. Via het internet hadden en een auto gereserveerd en we hadden van de verhuurder een duidelijke bevestiging gekregen, maar aangezien het voor ons pas de eerste reserveringservaring via het internet was, had we er geen 100% vertrouwen in dat alles goed was, maar wat bleek aan de balie… alles was in kannen en kruiken.

Maar eh… ‘zouden jullie niet liever een vijfdeurs auto willen hebben in plaats van de door jullie gereserveerde driedeurs auto’? ‘Veel comfortabeler toch!’, zei de vriendelijke de beambte achter de balie. Wij hadden om veiligheidsredenen echter bewust voor een driedeurs auto gekozen, zodat we met een gerust hart spullen op de achterbank te kunnen leggen zonder constant de deuren te moeten afsluiten. Zuid-Afrika was namelijk extreem crimineel en gevaarlijk, althans dat was wat we van ‘iedereen’ hadden gehoord. Waarschijnlijk ‘iedereen’ die er nog nooit is geweest, kunnen we achteraf alleen maar concluderen, want wij hebben Zuid-Afrika niet als crimineel ervaren, of anders gezegd.. ons is niets overkomen. Dat wil overigens niet zeggen dat het veilig is getuige de criminaliteitsstatistieken.

Na een hoop papierwerk kregen we een spierwitte Opel Corsa 1.4 ‘Lite’ mee. Op de teller stonden precies 15.700 kilometers. In de garage van de verhuurder stonden voornamelijk spierwitte auto’s.

We liepen nog even terug naar het lughawegebou (ja, dat is Zuid Afrikaans) om geld te pinnen en daarna stapten we in de auto om op weg te gaan naar Pretoria. De eerste kilometers waren behoorlijk wennen. Voor het eerst reden we links en natuurlijk was ook in de auto alles gespiegeld ten opzichte van onze auto in Nederland en dus probeerde Remco met de raamzwengel de auto in de tweede versnelling te zetten in plaats van met de versnellingspook en zette hij de ruitenwissers aan in plaats van netjes richting aangeven en dat soort gein. Al snel zaten we op de snelweg met het nummer R21. Het rijden op zich viel reuze mee, omdat het niet erg druk was op de weg. De 50 kilometer naar Pretoria waren goed voor de eerste gewenning aan het linksrijden.

Pretoria

In Pretoria wilden we in eerste instantie naar het Voortrekkersmonument. In de meeste boeken staat dat het monument duidelijk bewegwijzerd is, maar wij konden de juiste afslag niet vinden en daarom reden we Pretoria maar in. Als snel kwamen we erachter dat straatnamen duidelijk vermeld worden (door straatnaamborden of door op de stoeprand geschilderd) en het was dan ook niet moeilijk onze locatie op de kaart te vinden.

De lanen waar we doorheen reden waren paars gekleurd door de schitterende Jacaranda’s die mooi in bloei stonden. Het lijkt erop dat in Pretoria alleen maar Jacaranda’s staan. Prachtige lichtpaarse lanen dus. Jacaranda’s bloeien eerst en pas na de bloei komt er blad aan de boom. Best bijzonder.

pretoria

We parkeerden de auto in een parkeergarage. Langs de weg hadden we al allemaal zwarte mensen zien staan die lege parkeerplaatsen aanwezen, maar hier hadden we (vooralsnog) geen vertrouwen in en vandaar dat we zochten naar een parkeergarage, waar we zelf konden zoeken naar een plaatsje. Die parkeergarage was snel gevonden.

In de Lanoo’s reisgids Zuid Afrika die we hadden geleend van de bibliotheek, stond een wandelroute door Pretoria en we besloten die te lopen. Bij toeval hadden we de auto geparkeerd vlakbij het begin van de route, dus dat kwam mooi uit.

De eerste ervaring met het zwarte Afrika was een onwennige ervaring. We zagen allemaal zwarte mensen op straat. Lopend, wachtend op de bus, zittend achter een tafel langs de weg. Mensen die proberen iets te verkopen (met name plastic houders voor een mobiele telefoon, snoep, fruit). Het was onwennig vanwege de verhalen die ons waren verteld over de veiligheid, maar helaas valt er niet te ontkennen dat er ook een gedeeltelijk vooroordeel meespeelde. Helaas is de tegenstelling tussen blank en zwart in Zuid- Afrika nog steeds latent aanwezig.

Het Kerkplein was erg leuk. Op het grote vierkante plein ligt een mooi park met mooie gebouwen erlangs, zoals de oude Raadszaal en het Paleis van Justitie. We maakten enkele foto’s en een beetje onwennig namen we de eerste beelden op met de videocamera. Wat opviel waren de mensen die in het park achter een tafeltje zaten met daarop een telefoon gemonteerd. Een vast toestel, dat diende als telefooncel. We vroegen ons af hoe de gesprekken werden verbonden, want we konden geen haspels vinden.

We dronken een cappuccino op een terrasje op het Kerkplein en kwamen tot de conclusie dat ons fototoestel het niet deed. Het fototoestel functioneerde op alle fronten, behalve op het fototransport. Behoorlijk vervelend dus, maar Marjolijn had haar toestel in ieder geval nog.

Na de cappuccino (0,75 euro) liepen we door de schitterende paarse lanen van Pretoria die ook nog eens heerlijk bloemig roken en zo deden we aan een beetje sight seeing. We liepen door het Burgers park, dat het oudste park van Pretoria is en is vernoemd naar de tweede president van Zuid-Afrika en vervolgden onze weg weer terug naar de auto.

Middelburg

Om 15.00 uur verlieten we Pretoria en gingen we op weg naar Middelburg. Over de snelweg gingen deze ongeveer 135 kilometer vlot. Er was onderweg weinig reden om gas terug te nemen en dus reden we met 120 kilometer per uur over de snelweg. De enige reden om af te remmen was voor het tolpoortje even voor de afslag naar Middelburg en na het betalen van 23 rand tolgeld reden we naar Middelburg.

Middelburg is ‘.. the place to be’. Althans voor ons, want hier zouden we overnachten. We hadden geen reisgids met een plattegrondje van Middelburg en daarom vroegen we in het centrum aan twee blanke dames of zij een ‘overnachtingsmogelijkheid’ wisten. Ze verwezen ons door naar Bed en Breakfast (B&B) Oregon Place in het centrum.

We reden er heen en kwamen bij een prachtige vrijstaande villa in de Voortrekkerstraat. Rondom de villa was een grote tuin en om de tuin heen stond een hek met drie rijen schrikdraad boven het hek gespannen. We belden aan en er was nog een kamer vrij. De kamer zag er perfect uit en kostte 330 rand inclusief ontbijt. Het B&B ligt echt aan de rand van het centrum, dat overigens niet veel voorstelt. Rechte, haaks op elkaar staande straten en langs de lange straten, winkeltjes. De gebouwen bestaan uit architectuurloze betonnen blokken. Zo stellen we ons Amerika ook voor.

Omdat we tegen vijven arriveerden in Middelburg, had het geen zin meer om eens even lekker te gaan winkelen, want alle winkels sluiten namelijk om vijf uur. Nou ja, bijna alle winkels, want alleen drankenwinkels en supermarkten blijven langer open. Bij een liquor store kochten we een six pack Castle biertjes en die dronken we, eenmaal terug bij het guesthouse, op de veranda op.

Tegen 19.00 uur liepen we naar het steak house schuin tegenover het guest house. De eigenaresse had dit steak house aangeraden en niet geheel onterecht, want het eten was uitstekend. We hadden een heerlijke steak en een lekker biertje. De bediening was zeer vriendelijk, maar de serveerster kwam om de vijf minuten vragen of alles oké was. Op het laatst werd dat een beetje irritant. Aan de andere kant laten ze op die manier wel weten dat ze graag goed voor hun klanten zorgen.

Na het eten liepen we terug naar het guesthouse om lekker te douchen en een aantal uurtjes slaap in te halen.

Donderdag 24 oktober 2002

Het ontbijt in de bed and breakfast bestond uit yoghurt en diverse muesli’s en cornflakes alsmede toast met eggs and bacon.

Na het ontbijt pakten we de spullen in en betaalden we de 330 rand voor de kamer. De eigenaresse gaf ons haar visitekaartje van hun guesthouse in Knysna (uitspraak: nijsna). Het guesthouse in Middelburg was ook in hun eigendom en werd gerund door hun dochter. Zij en haar man waren nu in Middelburg vanwege haar vakantie.

We reden in de richting van Pietersburg. Even buiten Middelburg na zo’n 90 kilometer, ligt een Ndebele dorpje. In het nagebouwde dorpje staan enkele zeer kleurrijke huisjes. De Nbedele zijn een volk dat zich enkele eeuwen geleden heeft afgesplitst van de Zoeloes in Zuid-Afrika.

We arriveerden om 8.45 uur bij de poort en we waren de eersten. Op het bord bij de ingang stond dat het dorp pas vanaf 10.00 uur geopend was en we begonnen al flink te balen. We betaalden de 17 rand entree en reden nog enkele kilometers naar het dorpje Groblersdal. Op weg naar het dorpje sprongen twee hartebeesten de weg over en dat was het eerste wild dat we hier in Zuid-Afrika zagen.

Het Ndebele dorpje was klein en bestond slechts enkele huizen, maar was erg leuk. De ronde huisjes met rieten daken waren zeer kleurrijk beschilderd en de kleding van het Nbedelevolk was niet minder kleurrijk. Zeer leuk!

Ndebeledorp
Ndebeledorp
Ndebelehuisje
Ndebelehuisje
Ndebeledorp - potje thee
Ndebeledorp – potje thee

Na het bezoek aan het Ndebele dorp reden we de resterende ongeveer 160 kilometer verder naar Pietersburg. Onderweg was het landschap behoorlijk afwisselend; dan weer reden we door agrarisch en zeer groen gebied en een aantal kilometers verder was het landschap dor en oersaai. Weer een aantal kilometers verder werd het landschap weer heuvelachtig. Langs de weg liepen regelmatig mensen en we vroegen onszelf twee dingen af, namelijk: waar komen deze mensen vandaan en waar gaan ze naar toe?

Bij een kruispunt waar we linksaf moesten slaan, was het een drukte van belang. Er stond een aantal kraampjes langs de weg en er was een schooltje. Daarnaast was het duidelijk een overstappunt van de minibusjes. We maakten enkele foto’s van de kinderen die op het schoolplein speelden. In plaats van vijandigheid waren de schoolkinderen juist erg enthousiast en zwaaiden en lachten uitbundig. We namen ook enkele foto’s van de kraampjes.

Pietersburg

We reden verder naar Pietersburg. Het was behoorlijk warm en toen we onderweg bij een liquor store wat frisdrank kochten, besloten we die maar rijdend op te drinken in plaats van rustig even zittend of staand langs de weg. Rijdend had je in ieder geval nog het voordeel van een verkoelende rijwind (ja, dit verhaal stamt nog uit de tijd vóór air conditioning in de auto).

In Pietersburg gingen we op zoek naar een internetcafé. Het internetcafé dat in de (recent gepubliceerde) Lonely Planet stond was er al niet meer en we besloten het te proberen bij het postkantoor. Daar stond één computer, maar die werd bezet door een werkneemster zelf. Zij verwees ons door naar een internetcafé in een winkelcentrum. Eenmaal daar aangekomen, bleken alle computers ‘off line’. We hadden dus weinig geluk dus.

Het shopping center zag er goed verzorg uit. Er waren mooie winkels en er was een enorme hilariteit onder het winkelend publiek, want levende etalagepoppen (mime-spelers) stonden geëtaleerd in de etalages en dat was niet wat het winkelende publiek verwachtte.

Bij de ‘Pick and Pay’ supermarkt kochten we melk, frisdrank, wijn en twee heerlijke broodjes. De supermarkt was enorm groot. Sorry voor Albert Heijn, maar dat is maar een buurtsupertje in vergelijking met deze winkel. Er waren ruim 30 kassa’s!

Een verdere sight seeing van Pietersburg lieten we maar achterwege vanwege de temperatuur. We tankten er reden verder naar Tzaneen, dat nog eens zo’n 95 kilometer rijden was. Na het plaatsje Haenertsburg splitst de weg naar Tzaneen. De ene weg gaat via de Magoebakskloof en de andere door de Goergekloof. We wilden via de Magoebakskloof rijden, maar die weg was wegens onderhoudswerkzaamheden afgezet. In plaats daarvan reden we dus via de Georgevallei naar Tzaneen en dat bleek een goed alternatief, want de natuur was schitterend.

Tzaneen

In Tzaneen was het even zoeken naar accommodatie. Op de eerste plek die we bezochten was alleen nog een caravan beschikbaar, maar dat wilden we niet. Na even zoeken kwamen we uit bij de Tropical Social Club en dat bleek een niet erg bijzonder B&B adres. We hadden een kamer met gedeelde badkamer, maar omdat er geen andere gasten in onze ‘wing’ van het gebouw waren, werd het toch nog onze eigen badkamer.

Het guesthouse beschikt over een mooie tuin, een zwembad en een bar met pooltafel. Ettienne, een jongen van achttien jaar was ‘in charge’ omdat z’n ouders even weg waren. Hij was zeer vriendelijk en kwam nadat we de rugzakken op de kamer hadden gelegd, gezellig bij ons zitten in de tuin terwijl we van een biertje genoten. De lucht betrok vrij plotseling en het begon fiks te waaien, maar de regen bleef uit.

‘s Avonds reden we naar Tzaneen ‘city’. We parkeerden de auto voor restaurant Italia, nadat we bij een politie-patrouille auto hadden geïnformeerd of dat wel veilig was. De agent zei echter dat het geen probleem was, ondanks de hangjongeren die we langs de weg zagen. Dit waren gewoon weer de ‘parkeerjongens’, waar je eigenlijk het minste van hoeft te vrezen kunnen we achteraf zeggen. Restaurant ‘Villa Italia’ is het enige aanbevolen restaurant volgens zowel de Lonely Planet als de Rough Guide waar je rustig kunt zitten. De pizza was oké, maar het dessert was zeker geen culinair hoogtepunt.

Na het eten reden we terug naar het guesthouse. Tzaneen ‘by night’ is zo mogelijk nóg onaantrekkelijker dan Tzaneen ‘by day’. In het guesthouse dronken we aan de bar nog enkele biertjes, terwijl we spraken met enkele Afrikaners. Een Zuid-Afrikaanse vrouw schrok zich wezenloos toen Remco z’n glas vulde met bier en daar keurig twee vingers schuim in creëerde. ‘They will shoot you for that in South Africa’, was haar reactie. Remco z’n reactie was dat dat zo hoorde in Nederland, omdat dat op die manier bier wordt uitspaart in de cafés. Nederlanders accepteren zonder morren dat ze voor twee vingers lucht betalen. En hiermee staat Nederland zo’n beetje alleen in de wereld. In vrijwel alle landen ter wereld wordt een glas bier gewoon gevuld zoals dat hoort en niet maar half.

Tot 23.00 uur zaten we aan de bar met twee mannen van de brandweer. De ene werkte bij de plaatselijke brandweer en de andere zat in de inkoop van brandweermateriaal en was voor zaken in Tzaneen. Hij woonde in Durban en gaf ons zijn adres en nodigde ons hartelijk uit als we in Durban kwamen ter zijner tijd.

Vrijdag 25 oktober 2002

Magoebakskloof

Friday is Payday in Zuid-Afrika. Dat is wat ze gisteravond zeiden aan de bar.

We stonden om zeven uur op en na het ontbijt reden we naar de Magoebakskloof. Onderweg probeerde Remco bij een tankstation te pinnen, want in het kassagebouw was namelijk een geldautomaat aanwezig. Hoewel het apparaat zijn pasje niet accepteerde had hij toch winst, want toen hij weg wilde lopen zag hij namelijk dat een voorganger bij de automaat 50 rand had laten liggen.

Onderweg reden we door prachtige theeplantages. De Tea Estate die we wilden bezoeken was op dit vroege uur nog niet geopend. Nu waren we in Maleisië al eens naar een theeplantage geweest en hadden we daar het verwerkingsproces al eens gezien, dus we hadden niet het idee veel te missen. Het was leuk om de werknemers op de plantages te zien werken. Zwarte mensen in gele regenpakken, want de planten werden constant gesproeid. Daarna reden we naar de kloof. Een prachtige omgeving via de ‘gesloten’ weg. Aan het begin van de kloof stond een bord dat waarschuwde dat het gebruik van de weg op eigen risico was.

Theeplantages
Theeplantages
Arbeiders op theeplantage
Arbeiders op theeplantage

We keerden terug naar Tzaneen en reden zo’n 60 kilometer verder naar Gravelotte, waar een Baobab-boom stond volgens de Lanoo’s reisgids. Het was nog wel even zoeken naar de juiste gravel road, maar na drie kilometer over de onverharde weg stond er een bord met verwijzing naar de Baobab-boom. We moesten zelf een metalen hek openen en reden het terrein op.

Inmiddels hadden we gezien dat een blanke man in de verte in z’n auto was gestapt en op weg was naar ons. Op een t-slitsing stond hij te wachten en we moesten een kleine entree betalen. Hij vroeg ons hoe we aan deze bestemming kwamen en we wezen op onze Lanoo’s gids. ‘Ja, heel veel bezoekers die hier komen hebben dit uit die gids’, zei hij. Nou, je vind de Baobab-boom in geen andere reisgids. We moesten kostelijk lachen om zijn opmerking. Het was nog even verder rijden tot aan de boom. Deze stond in al z’n pracht en praal in het bos.

De boom heeft een stam met een indrukwekkende diameter en met indrukwekkend bedoelen we dan ook écht indrukwekkend. De diameter van de boom op anderhalve meter van de grond bedraagt ongeveer 28 meter! Men gaat er vanuit dat de boom ongeveer 2.070 jaar oud is. De stam is hol en je kunt in de boomstam staan. Om de boom lagen enorme drollen. We wisten niet van welk beest die waren en we voelden ons niet geheel op ons gemak.

We vervolgden de route voor ongeveer 70 kilometer naar Hoedspruit. Gas op de plank want er was onderweg weinig interessants te zien. Het landschap was met name vlak met lage begroeiing aan weerszijde van de weg. Niet erg aantrekkelijk in ieder geval. We reden over een tweebaansweg De toegestane snelheid bedraagt hier 120 kilometer per uur en dat is ook goed haalbaar aangezien de weg vrijwel uitgestorven is. De wegen lijken soms wel door indianen met pijl en boog te zijn aangelegd, want ze zijn kaarsrecht.

Tussen Gravelotte en Hoedspruit bezochten we de Hippo pool in de Olifantsrivier. Hier zouden nijlpaarden moeten zitten en inderdaad, we zagen er welgeteld één!

Verder naar Hoedspruit, waar we geld pinden bij een geldautomaat die bewaakt werd door een gewapende agent. Het was duidelijk te merken dat het pay day was, want we stonden in de rij voor de twee geldautomaten. Nadat de geldautomaat het geld had uitgegeven keerde we snel terug naar de auto om de stapel bankbiljetten te verdelen en veilig op te bergen in ons buideltje.

Blyde River Canyon

Bij de Spar kochten we onze lunch die we buiten in het zonnetje opaten en na de lunch reden we via de Blyde Rivier Canyon naar Graskop. Voor ons reed een aantal vrachtwagens en dat zorgde voor een adrelanineverhogende inhaalmanoeuvre.

De Blyde Rivier Canyon is werkelijk schitterend. Langs de weg stonden weer kooplui. Bij de Drie Rondavels stopten we en maakten we de welbekende foto’s. De hemel was strak blauw en dat zorgde voor optimale condities voor de foto’s.

De drie rondavels Zuid-Afrika
De drie rondavels

Terug naar de hoofdweg waar langs het kruispunt weer verkopers van houtsnijwerk stonden. Hier kochten we een houten giraffe bij enkele vriendelijke verkoopsters. De vraagprijs was 120 rand maar toen we 80 rand boden werd dat gretig geaccepteerd en dus hebben we nog teveel betaald. Laat ze er maar lekker van genieten. Zij kunnen het heel goed gebruiken, maar het werd wel duidelijk dat 50% afdingen haalbaar moet zijn.

De verkoopsters zijn helemaal niet opdringerig. Nee hoor, kijk maar rustig rond en als je niets koopt of bij de buurvrouw is dat helemaal geen probleem. Een leuke en ontspannen manier van souvenirsjagen, dus.

We reden verder naar God’s Window; een mooi uitkijkpunt vanaf een heuvel over het laagland. Marjolijn vond het daarentegen helemaal niets. Op de parkeerplaats stond een Amerikaans meisje die haar autosleutels in d’r huurauto had laten zitten. We stelden haar voor om haar naar het politiebureau in Graskop te brengen. Daar moesten we toch heen en dat was niet meer ver.

Nadat we haar hadden afgezet bij het politiebureau gingen we op zoek naar een overnachtingsplek. Na eerst bij een duur B&B huis te hebben gekeken, reden we naar het Graskop Hotel in de hoofdstraat. Aan de buitenkant zag het hotel er niet uit, maar we konden de laatste kamer aan de achterkant van het hotel in een mooie tuin krijgen. Daar kregen we een prachtige kamer in een klein rijtje bungalows. We vonden het erg leuk en met 340 rand een redelijke optie. Daarnaast konden we de auto voor de deur (letterlijk) op het afgesloten parkeerterrein parkeren.

‘s Avonds aten we bij het Notti Pine Restaurant een uitstekend forelletje.

Zaterdag 26 oktober 2002

Na een goede nacht slapen in onze fantastische kamer, ontbeten we in het hoofdgebouw en daarna reden we naar de Spar om wat versnaperingen te kopen. In de Spar was een fotocentrale, waar we fotorolletjes kochten voor de helft van de prijs als in Nederland.

De jongen achter de balie was zo vriendelijk om mijn fototoestel te analyseren en kwam er zo achter dat ‘ie waarschijnlijk echt kapot was. Alles functioneerde, behalve het filmtransport. Hij kwam er in ieder geval achter dat het niet aan de batterijen lag.

Daarna reden we naar Pelgrim’s Rest, Leydenburg en Sapie. Een mooie route over diverse bergpassen (met het hoogste punt op 2100 meter) en soms werkelijk fantastische vergezichten.

Pelgrim’s Rest viel behoorlijk tegen. Er stonden enkele geverfde, golfplaten huisjes in een zeer toeristische omgeving. Omdat het een oud mijnwerkersstadje is, hadden we verwacht wel iets van mijnbouw terug te vinden, maar op een aantal stenen na in het museum vonden we weinig terug daarvan.

Er stonden veel verkopers achter kraampjes langs de weg. Hier kochten we een stenen nijlpaard-boekensteun en een houten masker en verderop op de route kochten we nog een nijlpaardje en een schildpadje van steen.

In Sabie kochten we bij de Spar weer een lekker broodje gevuld met ragout en een pak melk en na de lunch reden we naar Hazyview om verder te rijden naar de Numbigate, een toegangshek tot het Krugerpark. De kassier vroeg ons of we wapens en/of een aanhangwagen bij ons had, waar we in beide gevallen met ‘nee’ antwoordden.

Na het betalen van 84 rand toegang en 24 rand voor een wegenkaart reden we het park in en al direct na binnenkomst in het park stond er een aantal zebrapaarden langs de weg. We benaderden de beesten voorzichtig, maar ze bleken helemaal niet schichtig te zijn. We reden een onverhard pad op en daar zagen we al snel het eerste wild; Kudu’s, impala’s, een moederneushoorn met baby, een troep olifanten, twee wilde honden en een hoop gras en dooie bomen.

Nelspruit

Rond 17.15 uur verlieten we het park bij Melalane en reden we via de tolweg naar Nelspruit (R26) en daar checkten we in bij het ‘Town Lodge’, een groot hotel dat tot een keten behoort. De kamer zag er goed verzorgd uit en kostte 300 Rand. Het naastgelegen ‘Road Lodge’ is de goedkopere variant van het Town Lodge en van dezelfde keten, maar zat al vol.

We aten bij Restaurant La Maison en dat was een hele bijzondere ervaring. Toen we de auto voor de deur parkeerden werd het hek voor ons geopend. De kok stond in de deuropening al klaar met een glaasje sherry op een dienblad.

Het restaurant wordt gerund door Alan en Sylvia. Sylvia spreekt nog zeer redelijk Nederlands en ze vond het leuk om ‘weer ns Nederlands te praat’. Ze was trots op haar bekende Nederlandse gasten, zoals Yvonne Keuls en Wieteke van Dort. Van de eerste had ze een kookboek ontvangen, waarin melding van Alan werd gemaakt en van Wieteke had ze een mooie kaart gekregen.

We hadden een zalmmousse vooraf en een struisvogelbiefstuk als hoofdgerecht. Alan kwam enthousiast vertellen hoe hij de biefstuk en de saus had gemaakt en liet duidelijk merken dat koken z’n lust en z’n leven is.

Toen we pas tegen 22.45 uur de tuin van het restaurant verlieten, liepen Alan en Sylvia met ons mee naar de auto en werden we uitgezwaaid. Bij welk restaurant krijg je tegenwoordig nog zo veel persoonlijke aandacht?

We reden terug naar het hotel om lekker te gaan slapen. In het voetbalstadion tegenover het hotel was een popconcert aan de gang, maar we hebben er maar weinig van gemerkt, want we lagen al snel onder zeil.

Zondag 27 oktober 2002

Dit keer hadden we geen B&B en dus moesten we zelf ons ontbijt regelen, maar dat was geen punt, want in de buurt van het hotel was een Kwikspar (kleinere variant van de Spar) en die zijn vrijwel allemaal zeven dagen per week geopend van 8.00 uur tot 20.00 uur. Ideaal dus.

We kochten twee vlabakjes, muesli, yoghurt en versgeperste en gekoelde jus d’orange en we hadden net zo’n luxe ontbijtje als soms thuis. Toch niet want de muesli was veel luxer dan dat we thuis hebben, met allemaal nootjes. Mmmmm! Nadeel van het ontbijt is dat we langs de kant van de weg moesten ontbijten, want nergens vind je een bankje waar je lekker rustig op kan gaan zitten.

We moesten terug naar Melalane (weer tol betalen) en sloegen daar af naar Jeppe’s Reef, waar de grens met Swaziland is. Langs de kant van de weg liepen weer veel mensen, allemaal in hun ‘zondagse pak’. Leuk contrast met de rest van de week, waarin de kleding veel casualer is.

Bij de grensovergang verliep alles verbazingwekkend soepel. De uitreisstempel was snel gezet en vervolgens moesten we 500 meter verder rijden om daar een entry visum voor Swaziland te krijgen. Het was een kwestie van een formuliertje invullen, vijf Zuid-Afrikaanse rand wegenbelasting betalen en het stempel is gezet. Al met al een kwartiertje werk.

De weg via Pig’s Peak en Mbane is mooi. Een glooiend landschap door groene heuvels, afgewisseld met naald- en eucalyptusbomen.

In Mbane gingen we weer naar de Spar in een groot winkelcentrum waarvan de meeste winkels om 13.00 uur dicht gingen. We betaalden met Zuid-Afrikaanse rand,maar kregen vage Swaziland muntjes terug, de Swazische lilangeni.

We lunchten bij de hamburgerketen Steers en dat is niemand echt aan te raden, want we kregen een veel te groot en gortdroog broodje en smerige slappe frietjes. Intussen was het wat gaan regenen en dat bracht de temperatuur terug tot aangename hoogte.

Na de lunch was het al weer droog en reden we via de ‘oude’ weg naar Manzini. Langs de weg zagen we weer allemaal kraampjes. Wel 500 meter lang. Natuurlijk stopten we weer en kochten we twee trommels en onderzettertjes van kraaltjes. Erg leuk.

Daarna reden we verder naar de Swazi Candle fabriek, waar het behoorlijk druk was, want er was net een bus Fransen gearriveerd. In het winkeltje van de fabriek stonden vele en veelkleurige, handgemaakte kaarsen in de meest fantastische figuren en onze portemonee stroomde weer leeg, want dit zijn niet echt goedkope souvenirs. Maar de kaarsen zijn wel heel mooi.

Tenslotte reden we verder naar de depri-stad Manzini. Het was even zoeken naar accommodatie en die vonden we in een motelachtig Esibayeni Lodge aan de weg naar het vliegveld, waar een kamer zonder ontbijt ZAR 365 kostte. De service in dit Lodge is tot een absoluut nulpunt gedaald. Zo werden we verzocht vooruit te betalen, maar duurde het ruim een kwartier voordat de sleutel tot het kantoor was gevonden, moesten we lang wachten voordat het hek werd geopend toen we wilden gaan dineren in Manzini en was er helemaal niemand bij de poort toen we terug kwamen uit Manzini. Daarvoor hadden we het Backpacker’s hotel bezocht, maar dat is een ieder af te raden. Smerige en doorgelegen matrassen en kamers met gedeeld sanitair.      

We dineerden in Manzini bij het Mozambique restaurant. Gezellig restaurant? Nou als je van eenzaamheid houdt en van een goede natuurfilm op televisie waarin leeuwen een impala aan flarden scheuren dan wel. Wij vonden de natuurfilm maar niets, maar het eten was goed!

Eenmaal terug voor het hek bij de Lodge leek het er even op dat we het terrein niet meer op konden. De hekken waren gesloten en de portier was in geen velden of wegen te bekennen. Flink aan het hek rammelen en toeteren hielp niets en toen kwamen we erachter dat het hek niet goed afgesloten was en konden we het hek zelf openen. Bij de receptie deden we even flink ons beklag.

Op de kamer dronken we een wijntje en keken we naar de film ‘Hannibal’ op TV.

Maandag 28 oktober 2002

We vertrokken om 8.30 uur om via Big Bend naar de grensovergang bij Golela te rijden. Hoewel Noord-West Swaziland het mooiste is wat natuur betreft, is het Zuid-Oosten het meest Afrikaans. Veel kleine kraaltjes met zes rondaveltjes waar één familie woont.

Telkens als we afremden om een foto te nemen of iets beter te kijken, kwamen kinderen aangerend met uitgestoken hand. Toen Remco één van de kindertjes een muntje gaf, iets dat geheel tegen onze principe is, maar hier is men écht straatarm, riepen de kindertjes om eten. Aan de Nederlandse reizigers doen we hierbij dan ook een oproep om iets te eten mee te nemen als je deze route gaat rijden om dit uit te delen aan de bewoners langs deze weg. Dingen zoals meel of rijst of iets dergelijks.

De grens passeren was weer even eenvoudig als gisteren en al snel waren we op weg naar het Itala wildpark. Al met al een behoorlijke rit waarop we ons een beetje verkeken. De afstanden zijn behoorlijk groot en de wegen zijn tweebaans en uitgestorven. Maar ook hier weer mag je 100 kilometer per uur.

In Louwesburg kochten we wat frisdrank in de plaatselijke supermarkt, alsmede postzegels in het postagentschap in de supermarkt. Kennelijk was er iets aan de hand, want iedereen keek in de richting van een gebouw. Het bleek het politiebureau te zijn, waar een arrestant naar binnen werd gebracht.

Ithala wildpark

We reden naar de ingang van het Ithala Wildpark en betaalden 90 rand toegang (2 personen + auto) en reden vervolgens het park in. In het park zagen we onder andere twee zwarte neushoorns, nadat we daarop door een blanke Zuid-Afrikaanse familie waren gewezen. We reden over een onverharde weg en werden ‘aangehouden’ door deze enthousiaste familie. We ‘moesten’ even kijken naar de zwarte neushoorns. Met gebruik van hun verrekijkers waren ze in de verte waarneembaar. Verder zagen we het gebruikelijke wild, waaronder giraffen en neushoorns. Tegen het einde van de middag begon het te onweren en kregen we te zien wat je altijd in natuurfilms over Afrika ziet. Gevaarlijke bliksemschichten boven de savanne en dat was een schitterend gezicht.

Giraffe in park Zuid-Afrika
Giraffe in park

We verlieten tegen het einde van de middag het park en reden nog 50 kilometer verder naar Vrijheid. Daar vonden we naar drie keer vragen onze Shonalanga Lodge. Hoewel gelegen aan de Kerkstraat, bevindt deze lodge zich even buiten het centrum. We hadden een keurige kamer voor 310 rand (B&B).

Op aanraden van de receptioniste van de Lodge gingen we dineren bij Dee’s restaurant, dat schuin tegenover de Lodge ligt en we hebben er inderdaad uitstekend gegeten. We kregen een perfecte biefstuk van 300 gram.

Dinsdag 29 oktober 2002

Hluhluwe-Umfolezi Game Reserve

Na het ontbijt gingen we op weg naar het Hluhluwe-Umfolezi Game Reserve. We vertrokken rond 8.30 uur uit Vrijheid en waren rond 12.00 uur bij de Mambenipoort van het Umfolezipark. We reden over de R 618 via Nongoma. De weg voert door een mooi, heuvelachtig landschap met hier en daar een dorpje en ook nu weer liepen er heel veel mensen langs de weg. Het grootste deel van de ruim 200 kilometer ging over onverharde weg. Op zich geen probleem, maar de haalbare snelheid was geen 100 kilometer meer, maar 60 tot 80 kilometer.

Onderweg werden we aangehouden door de politie. Die had ons verzocht langs de kant van de weg te gaan staan en vroeg om het rijbewijs. Toen hij die zag begreep ‘ie er niets van en konden we doorrijden.

Om 12.15 uur reden we het Umfolezipark binnen na het betalen van 121 rand toegang (inclusief plattegrond). In totaal reden we 5 ½ uur rond in het Umfolezi en Hluhluwepark, maar we zagen niet echt veel wild. Dit kwam met name door de dichte begroeiing. Dat neemt niet weg dat we vele giraffen hebben gezien en die konden we tot op twee of drie meter naderen en we zagen diverse andere wilde beesten, maar we hebben helaas geen katachtige gezien.

Het weer zat de hele dag een beetje tegen. De hele dag was het zwaar bewolkt en zo nu en dan viel er een klein beetje regen. Tegen 17.00 uur werd het wel heel erg donker en begon het hard te waaien. We besloten om het park te verlaten en naar het dorpje Hluhluwe te rijden om daar te overnachten. In de Lonely Planet stond dat in Hluhluwe het ‘beste backpackers hostel van Zuid-Afrika’ zou zitten. In het dorp vroegen we de weg naar dit hostel en het bleek nog ruin 15 kilometer over een gravelroad te zijn. Het begon inmiddels behoorlijk te schemeren en we hadden er niet veel vertrouwen in dat we goed reden. Uiteindelijk kwamen we wel bij de toegangspoort tot het hostel. Daarna was het nog eens zo’n twee kilometer over een zanderige toegangsweg tot aan het hostel.

We vroegen bij de receptie of er plaats was en dat was er gelukkig en de kamers waren behoorlijk goedkoop. We vroegen of we de kamers konden bekijken en dat was geen probleem. Maar de kamers vonden we vreselijk. Kleine houten gebouwtjes (gebouwd uit stammetjes, dus een beetje een rondavelgevoel) met overal muskietennetten en een gedeelde badkamer buiten. Dit vonden we echt niets en reden terug naar Hluhluwe om het bij het prijzige Hluhluwehotel te proberen, maar dat was vol. Nadat we hadden gevraagd naar een alternatief werden we doorverwezen naar het nabijgelegen B&B. Dat bleek ook vol te zijn, maar de eigenaresse was bereid om te bellen met een B&B in False Bay, 15 kilometer verderop.

Omdat een goede routebeschrijving was meegegeven, meldden we ons een half uurtje later in False Bay. We konden overnachten in een enorme, plastic Iglo. Een grote, ronde kamer en keurig sanitair dat bereikbaar was via een lange gang. En dat voor 360 rand. Eind goed al goed.

De eigenaresse adviseerde ons om naar het Savannah restaurant te gaan voor het diner en dat betekende dus weer 10 kilometer terug in de richting van Hluhluwe. De weg was aardedonker, want er was geen straatverlichting. Langs de weg liepen nog steeds mensen en je zag werkelijk geen hand voor ogen. We begrijpen niet wat mensen nu nog op straat doen. En dan was er nog het gevaar voor nijlpaarden, die ‘s nachts over de weg schijnen te lopen. De mensen zullen ongetwijfeld weten wat ze doen.

Het eten bij het Savannah restaurant was redelijk en kwam niet in de buurt van het eten van gisteren, maar oké.

Woensdag 30 oktober 2002

Vannacht werd Remco door Marjolijn wakkergemaakt. Rond 1.30 uur hoorde ze voetstappen buiten. Nu sliepen we midden in de bush bush en Remco hoorde van alles, behalve voetstappen en dus sliepen we rustig verder.

Om 8.00 uur stond het ontbijt klaar en het was oké. Alleen de koffie was ondrinkbaar (slootwater) en na het ontbijt (9.00 uur) reden we weg. We moesten eerst terug naar Hluhluwe, waar we de N2 zuidwaarts namen. Onderweg bezochten we het ‘Craft village’ dat naast het Savannah restaurant ligt. Het viel een beetje tegen, want alleen de winkeltjes van het craft village waren open.

Santa Lucia Wetlands

Vervolgens was het 75 kilometer rijden naar de Santa Lucia Wetlands, waar we om 10.30 uur arriveerden. De eigenaresse had ons vanochtend gezegd dat bij het binnenrijden van het dorpje, het informatiebureau rechts aan de rotonde lag. De rotonde bestond uit niet veel meer dan een geschilderde cirkel op de weg, maar het informatiebureau lag op de aangegeven plek. We boekten er een boottochtje door de Wetlands en we hadden mazzel dat die al om 11.00 uur vertrok, in plaats van de gepubliceerde 12.00 uur.

In de naastgelegen supermarkt kochten we wat versnaperingen en begaven ons toen naar de boot. De kapitein vertelde een hoop van wat we in het water en langs de kant konden verwachten. We zagen een hoop nijlpaarden, enkele krokodillen een viertal zeearenden en andere vogels. Ietwat angstaanjagend waren zijn verhalen waartoe nijlpaarden toe in staat zijn en hij maakte de vergelijking tot zijn boot en een nijlpaard.

Zo gaf hij aan dat zijn boot zo’n 1.500 kilo woog en dat een nijlpaard zo’n zelfde gewicht had en indien het zich onveilig voelt de boot zomaar zou kunnen aanvallen met alle gevolgen van dien. Daarnaast gaf hij aan dat zijn boot 20 kilometer per uur kon varen, maar dat nijlpaarden op het land wel tot 30 kilometer per uur konden halen en zeer wendbaar zijn. In het water waren ze dan weliswaar minder snel, maar ze zouden de boot zo maar eens in kunnen halen als die op volle kracht vaart. En dan te bedenken dat nijlpaarden in Zuid-Afrika – naast de malariamug en krokodillen – verantwoordelijk zijn voor de meeste dodelijke slachtoffers onder mensen veroorzaakt door dieren.

Na de boottocht reden we verder naar Shakaland, maar we hadden pech. We arriveerden daar rond 15.15 uur en de eerstvolgende verplichte rondleiding was pas om 16.30 uur. We hadden geen zin om daar op te wachten en besloten verder te rijden.

We reden verder naar Shaka’s Rock (Ballito), waar we ons meldden bij ‘Ocean Gorge’ een self-catering appartement. Het appartement was fully equiped en lag op de eerste etage en keek schitterend uit over zee, die op 25 meter afstand van de woning tegen de kust aanbonkte. We deden inkopen bij de Spar voor het ontbijt en daarna dronken we een lekker wijntje in het zonnetje op het balkon.

‘s Avonds aten we bij het “Upper Deck”, een restaurant in Ballito nabij de Spar. Uitstekend voor-, hoofd- en nagerecht gegeten voor 193 rand, inclusief een fles wijn.

Donderdag 31 oktober 2002

De nacht was wat lawaaierig met dat gebeuk van de zee tegen de rotskust, maar wel romantisch!

We ontbeten in het zonnetje op het erg ruime balkon en na het eten reden we rond 9.00 uur weg via Durban en de 1000 hills route naar Pietermaritsburg. De 1000 hills route was een langzame maar zeer pittoreske route. Gelukkig hebben we niet alle 1000 hills gehad, maar toch wel een behoorlijk aantal.

Bij het dorpje ‘Kloof’ stopten we om te lunchen bij de kloof die het dorpje in tweeën deelt. Wat een diepte! Daarna reden we verder over de tolweg naar Pietermaritsburg, dat we kort bezochten. We liepen even door het winkelcentrum, maar de stad maakte niet echt veel indruk op ons.

Via de snelweg verder naar Howick, waar een waterval is. Die was wel aardig, maar achteraf zien we geen noodzaak om hier speciaal voor naar toe te rijden.

We vervolgden onze route naar Winterton en ook dit is een plaatsje waar niets te doen is, behalve dan dat we hier overnachtten in het ‘Bridge Lodge’. ‘s avonds aten we in het restaurant van het Lodge, want erg veel opties zijn er niet te vinden in Winterton. Zowel de kamer als het eten was niets bijzonders.

Lekker vroeg gaan slapen, dan is het morgen weer vroeg dag.

Vrijdag 1 november 2002

Vanochtend haalde Remco bij de naast het Lodge gelegen Spar wat yoghurt en andere versnaperingen voor de dag. We ontbeten op de kamer en reden na het ontbijt naar Monk’s Cowl.

Na het betalen van een paar rand entree mochten we het park in en liepen we drie uur lang door een prachtige omgeving. Dan weer door weidelandschap en dan weer door bos, maar altijd met een riviertje in de buurt. We waren we één met de natuur. De route die we volgden was duidelijk aangegeven en absoluut niet moeilijk te volgen. Het weer was prachtig en dat heb je wel nodig in de Drakensbergen.

Drakensbergen Zuid-Afrika
Drakensbergen

Na de wandelroute reden we via de R 103 via Escourt en Mooi Rivier naar Giant’s Castle. In Escourt wilden we onze lunch kopen bij een supermarkt, maar het was er zo ongelofelijk druk dat we besloten door te rijden. In Mooi Rivier haalden we versnaperingen bij de plaatselijke supermarkt en reden vervolgens naar Giant’s Castle. Het was rond 15.00 uur en het was nog ongeveer 50 kilometer naar Giant Castle.

We gokten erop dat in het park accommodatie beschikbaar was, maar we gokten verkeerd. We moesten dezelfde 50 kilometer terug. De weg was echter zo schitterend, dat het de 100 kilometer zeer de moeite waard was. Onderweg passeerden we een zeer levendig dorpje. Meisjes met emmers water op het hoofd liepen tussen de waterpomp en hun huis. Een voetbalelftal was in keurige trainingspakken aan het voetballen en verder liepen er weer veel mensen op straat.

De laatste kilometers voor Giant Castle verkochten twee veehoedertjes kleien beeldjes. We kochten een beeldje van ‘The King of Zulu’ en gaven het vervolgens aan hem terug, zodat hij die opnieuw zou kunnen verkopen, want we vonden het niet zo mooi.

Via Mooi Rivier reden we naar Nothingham Road, waar volgens de Lonely Planet de B&B “De Outpost” zou zijn. We reden de toegangsweg op en kwamen uit bij een hek. Marjolijn opende het hek, hoewel er twee borden met gevaarlijk uitziende honden aan het hek waren bevestigd. Er kwamen inderdaad twee honden aanrennen; één labrador en één fifi-tje. De bewoonster kwam naar buiten lopen en vroeg ons wat we kwamen doen. Toen we zeiden op zoek te zijn naar een kamer, zei ze dat ze het huis twee jaar geleden had gekocht en dat het sindsdien geen B&B meer was. Voor de derde keer was de Lonely Planet onbetrouwbaar.

Ze nam echter direct het initiatief om iets moois voor ons te zoeken. Ze wist een mooi landhuis in de buurt met B&B en belde er direct heen. Er was nog een kamer vrij en zodoende legde ze de route uit en daarna namen we afscheid. Voor de zoveelste keer verontschuldigde ze zich en ze wilden geen vergoeding voor het telefoontje.

We reden verder naar het Lisna Mallard Lodge in Balgowan. Toen we de oprijlaan opreden kwam de eigenaar al naar buiten en zonder naar onze naam te vragen heette hij ons hartelijk welkom. Hij had geen kamer meer in het huis, dus we moesten overnachten in “the stables”. Inderdaad, dit landhuis had vroeger paardenstallen en die waren omgebouwd tot zeer verzorgde kamers. Erg leuk!

Op aanraden van de eigenaar aten we bij de Bierfussel, ongeveer vijf kilometer terug naar Nothingham Road. De eigenaar had een tafeltje voor ons gereserveerd. Marjolijn had een vlieg in d’r eten. Zegt genoeg over het restaurant. Geen aanrader.

Zaterdag 2 november 2002

Na een perfect ontbijt op het terras in de brandende zon (het was pas 8.45 uur) werden we uitgezwaaid door de eigenaars en werd ons een goede reis gewenst.

Via de R 103 reden we naar Howick en daarna via de tolweg (2,50 rand) verder naar Durban. Onderweg bezochten we het Lion Park, maar dat viel ontzettend tegen. Nadat we de toegang hadden betaald reden we naar het dubbele hek dat toegang gaf tot het leeuwengebied. Eenmaal nadat we het dubbele hek waren gepasseerd konden we letterlijk één draaicirkel met de auto maken en toen we stonden alweer buiten. Onder een boom lag gelukkig wel een aantal leeuwen.

In Durban parkeerden we de auto in een parkeergarage aan de Commercial Road. Via de West Street liepen we naar de Victoriamarkt. Het was stervens druk in Durban centrum, want het was natuurlijk zaterdag. Bij de Victoriamarkt aangekomen, besloten we om er maar niet binnen te gaan. Het zag ons iets te zwart van de mensen en we voelden ons daarbij niet op ons gemak.

Nadat we ongeveer 1 ½ uur door Durban hadden gelopen, reden we verder naar het strand. De hoge gebouwen langs de boulevard maakten niet een pittoreske indruk. Veel van de hoge gebouwen waren van internationale hotelketens. Langs de boulevard stikte het van de parkeerwachten. Die zijn in het leven geroepen omdat het vroeger niet veilig was hier te parkeren. Tegenwoordig is er zoveel bewaking dat alles wel oké leek. Er stond ontzettend veel wind en de golven waren hoog. Een aantal surfers lag in zee te wachten op de juiste golf om zich terug naar het strand te laten brengen.

We reden via de snelweg Durban uit en namen al snel de secundaire kustweg om 150 kilometer ten zuiden accommodatie te zoeken in Margate. Dat bleek verdomd lastig en we belandden uiteindelijk bij het Sunlawn Hotel. Sybil en Basil waren niet aanwezig, maar we waren er heilig van overtuigd dat we in Fawlty Towers waren beland.

De oude kamer rook muf en het bed kraakte. We konden kiezen voor een B&B of een D&B&B (diner, bed & breakfast) We kozen voor de laatste optie en dat bleek achteraf niet de juiste. Het diner was ‘eetbaar’, maar daarmee hadden we het wel gehad. Het eten smaakte met name naar de peper en zout die op tafel stond.

Na het eten dronken we nog een paar biertjes in de bar van Fawlty Towers. Er zaten vier of vijf gepensioneerden (Cheers) aan de bar, waarvan er in ieder geval één een waardevolle informatiebron bleek te zijn. Hij was goed bekend in de Transkei waar we morgen heen gaan. Hij kon waardevolle informatie verstrekken, maar nadat hij die had gegeven bleef hij maar doorpraten. Het hield niet meer op. Marjolijn vermaakte zich uitstekend en Remco dronk z’n biertje.

Lekker vroeg naar bed (jippie, kraak, kraak).

Zondag 3 november 2002

Het ontbijt was een ‘waste of time’. Kwalificeerbaar als eetbaar, maar daar is dan ook alles mee gezegd. En dus vertrokken we vroeg in de richting van Port Shepstone. Daar ontbeten we met de yoghurt die we onderweg hadden gekocht en muesli, die deze vakantie standaard tot onze bagage hoort.

Vervolgens reden we via Bizana en Flagstaff naar Port St Johns en na het passeren van een brug waren we ineens in de Transkei. Duidelijk is te merken dat je hier een ‘ander’ gebied binnenrijdt. Men is hier arm en het viel ons op dat er erg veel autowrakken langs de kant van de weg lagen, die daar zo mogelijk al 10 jaar liggen weg te roesten.

Eén van de gepensioneerden aan de bar had gisteravond waardevolle informatie verstrekt, namelijk dat we bij de T-splitsing in Bizana naar links moesten en bij het eerstvolgende grote kruispunt weer naar links. Goede informatie, omdat bewegwijzering in de Transkei vrijwel overal ontbreekt. De route was mooi en zonder gevaren, waar we zo voor waren gewaarschuwd.

Port St Johns zelfs was drie keer niets, maar gelukkig maakt de route naar Port St Johns alles goed. Vanuit Port St Johns ging een lange weg via Umtata naar Coffee Bay. Helaas werd het weer steeds slechter naarmate we Umtata dichter naderden en eenmaal in Umtata begon het even stevig te regenen en te waaien.

Na Umtata sloegen we linksaf naar Coffee Bay. Op een kruispunt was weer politiecontrole, maar we mochten doorrijden. De route was heel mooi. Vele kleine dorpjes met vrolijk gekleurde rondavels. De meeste rondavels waren groen geschilderd, maar een aantal was blauw of wit. Alle rondaveltjes waren voorzien van rieten daken.

Tegen 16.00 uur arriveerden we bij het Ocean View Hotel, waar we een kamer met zeezicht namen voor 500 rand (duurste kamer van de vakantie), maar wel Diner, Bed & Breakfast.

Op het terrasje voor de kamer stond een tuintafel en stoelen. We schreven enkele ansichtkaarten en lazen wat in de boeken en ook deden we een wasje in de badkuip van de badkamer.

Om 19.00 uur konden we dineren. Binnen een half uur hadden we een vier gangen menu achter de kiezen. Het eten was redelijk.

Op ons terrasje genoten we nog van een flesje wijn en een heerlijk, windstil avondje aan zee.

Maandag 4 november 2002

Na een stevig ontbijtbuffet liepen we nog even over het strand voor het hotel. Het waaide inmiddels weer vreselijk hard en om die reden maakten we maar een kort rondje. Het gekke is dat het gister overdag hard waaide, het gisteravond vrijwel windstil was en vandaag weer hard waaide. Geen strandweer, dus.

Via een onverharde weg reden we naar ‘Hole in the Wall’, een klein plaatsje op zo’n negen kilometer van Coffee Bay. Toen we daar aankwamen, was een aantal jongentjes bereid op onze auto te passen en ons naar de ‘Hole in the wall’ te brengen. We voelden ons echter niet op ons gemak en reden naar een uitkijkpunt. Maar al snel kwamen de jongetjes achter ons aanrennen. Na ze alle drie een paar muntjes te hebben gegeven, vertrokken ze en konden we rustig genieten van het uitzicht. We konden de omgeving heel erg waarderen. Prachtige kleurschakeringen met de blauwe zee, het gele strand, de grijze rotsen en de groene heuvels.

Van ‘Hole in the wall’ was het 19 kilometer over een onverharde weg naar de hoofdweg en vervolgens nog 50 kilometer naar de doorgaande weg tussen Umtata en East London.

East London

In East Londen checkten we in bij het Esplenade Hotel en Suites. We kregen kamer 351 op de derde etage. Het was een suite, dus slaapkamer en zitkamer en met uitzicht op zee voor 210 rand (ex. ontbijt). We vroegen bij de receptioniste waar we een internetcafé, een postkantoor en een bioscoop konden vinden en ze verwees ons naar ‘Vincent’s Park’. We reden daarheen en parkeerden de auto op een betaald parkeerplaats en liepen vervolgens het ‘Vincent Park Shopping Center’ in. Bij de bioscoop kochten we twee kaartjes voor de filmfestival-film “The Emperor and the Assassin; een Chinees-Frans-Japanse film van 17.15 uur. Het was er behoorlijk koel in de zaal (koud). De film was wel aardig, met een hoop gehak erin.

‘s Avonds aten we bij O’Hagans langs de boulevard op enkele honderden meters afstand van het hotel. Redelijk gegeten.

Dinsdag 5 november 2002

In onze ‘suite’ ontbeten we nadat Remco bij de Spar yoghurt had gehaald. We hadden vanuit Nederland enkele zakjes espresso oploskoffie meegenomen en op de kamer was een waterkoker en zodoende hadden we dus eens ‘echte’ koffie bij het ontbijt. We reden terug naar “Vincent’s Park’. In het Shopping Center zat een boekhandel, genaamd CNA en hier lieten we bij de één-uurs-service een fotorolletje ontwikkelen. Marjolijn d’r fototoestel had ook rare kuren. Soms had de telelens moeite met autofocussen en wilde het apparaat niet afdrukken. Vandaar dat we een rolletje wegbrachten om te kijken of de foto’s wel oké waren. We liepen naar het postkantoor om onze e-mail te checken, maar de verbinding was zo tergend langzaam, dat we onze pogingen staakten.

Daarna liepen we nog wat door het shopping center en kochten we een cd van Shakira bij een net geopende cd-winkel. Door de openingsaanbieding was het aantrekkelijk om de cd te kopen (€ 9,-).

Bij een tankstation was ook een wasstraat en daar lieten we de auto eens flink onder handen nemen. Voor 25 rand werd de auto gewassen en vervolgens werd het interieur door een drietal heren volledig schoongemaakt. We verlieten East London via de Dr. Zahn Road. Het eerste deel ging de route door het industrieterrein, waar onder andere de Mercedesfabriek staat. Al snel zaten we op het formule 1 circuit van East London. Thans maakt het circuit deel uit van de openbare weg. Langs het circuit is nog de pitt stop en de tribune. Op de weg staan nog de startplaatsen en de finish geschilderd. We filmden onze ronde op het circuit én we lagen voorop!

Verder over de R 72. Plots zagen we een scheepswrak. We stopten langs het strand en zagen een in tweeën gebroken schip vlak voor de kust.

We moesten via King William’s Town rijden, want de R 72 bleek even verderop afgezet wegens wegwerkzaamheden. Dat was even balen, want dat betekende een flinke omweg. Maar goed, via King William’s Town dus verder naar Grahamstown. De rit verliep zonder problemen, totdat een enorme trut in een Mercedes een volledig onmogelijke inhaalmanoeuvre maakte. Het betekende dat we flink moesten afremmen en bijna stilstonden toen de Mercedes terugging naar haar eigen weghelft.

Rond 15.30 uur arriveerden we in Grahamstown. Nadat we drie B&B adressen hadden gecontroleerd (de eerste was niets, de tweede te duur (600 rand) en de derde vol) werden we doorverwezen naar de ‘Historical Cottages’. Dit B&B adres lag in het centrum. De houten deur in de schutting dat toegang gaf tot het B&B maakte niet een verzorgde indruk, maar toen we de kamer bekeken waren we laaiend enthousiast. Een hele mooie kamer met een ruime zitkamer en een mooie, doch kale badkamer. Echt perfect! 100% oké. De prijs was met 360 rand zeer redelijk. De kamer was het absoluut waard.

Het huis was volgens de in Amsterdam geboren eigenaresse gebouwd door Piet Retrief en heeft gediend als kazerne. De dakpannen kwamen uit Engeland en dienden destijds als ballast in de schepen.

We liepen nog wat door Grahamstown en konden het stadje wel waarderen. Niet te groot en toch gezellig. Dit in tegenstelling tot heel veel andere steden (eigenlijk alle) die we tot op heden hadden gezien. Helaas was het al weer bijna 17.00 uur en dus sluitingstijd. We liepen naar de Spar en kochten een wijntje en andere versnaperingen en begaven ons naar ons luxe onderkomen.

Omdat het behoorlijk fris was buiten, staken we de elektrische kachel aan op de kamer. We openden een wijntje en gingen lekker onderuit op de bank lezen in onze boeken.

Tegen een uur of half acht begaven we ons naar Gino’s, een perfect Italiaans restaurant. We kregen een forse (30 centimeter in diameter) en rijkgevulde pizza. We aten de pizza niet eens helemaal op, maar dat was geen probleem, want de overgebleven punten werden keurig verpakt en die kregen we mee. Nu hadden wij er niets aan, maar toen we het parkeerterrein van het restaurant op kwamen rijden zagen we enkele parkeerwachters staan in de kou en druilerige regen en die zouden we er misschien blij mee kunnen maken en dus gaven we de overgebleven punten aan de parkeerwachters, die er erg blij mee leken te zijn.

Terug naar de kamer, waar we verder genoten van een wijntje, onze boeken en de warmte van de elektrische kachel.

Woensdag 6 november 2002

Na een goede nacht slapen en een stevig ontbijt in het zonnetje onder een avocadoboom in de patio, liepen we nog wat door Grahamstown. Bij het kantoor van Telkom, de nationale telefoonmaatschappij, checkten we onze e-mail. Hier was de verbinding razendsnel en was internetten dus leuk. We bezochten het universiteitsterrein, waar mooie gebouwen staan tussen mooie tuinen, maar waar we maar weinig studenten zagen, want die waren allemaal druk bezig met tentamens en examens. Bij de poort tot het universiteitsterrein waren twee winkeltjes met unieke handgemaakte dingen. De spullen werden plaatselijk gemaakt en waren over het algemeen erg leuk.

Addo Elephant Park

Pas om 11.45 uur verlieten we de kamer en gingen we op weg naar het Addo Elephant Park. Het grootste deel van de route ging over de N2. Die routw was niet bijzonder en dus konden we lekker doorkarren (140 km/uur). Toen we van de N2 afgingen, namen we een gravel road naar Patterson. Marjolijn zei dat de weg 25 kilometer lang was, maar gelukkig was niet het hele deel onverhard. Langs de weg stonden enorme cactussen, prachtig in bloei.

De entree tot het park bedroeg 20 rand per persoon. We mochten wat water hebben voor de ruitensproeier, want die was leeg. Na ongeveer 500 meter kwamen we bij de controlepost, die eigenlijk de werkelijke toegang tot het park vormt. Weer 500 meter verder was een waterplaats. Er stond een groot aantal auto’s en we besloten om er maar eens even te gaan kijken. Bij de grote waterpoel stonden wel 60 dikhuiden. We hoorden een gids vertellen dat er tenminste 5 families / kuddes aanwezig waren bij de poel en dat iedere familie/kudde uit ongeveer 15 olifanten bestaat.

Het was echt een heel leuk gezicht om zoveel olifanten van zo dichtbij te bekijken. Grote, kleintjes, mannetjes en vrouwtjes. Een enkele struisvogel probeerde de poel te naderen, maar was te bang voor de olifanten en besloot nog maar even te wachten. Hetzelfde gold voor een wrattenzwijn, dat parmantig met z’n staart in de lucht wegtippelde. We reden verder door het park en zagen bij een andere waterplaats nog een aantal olifanten. Verder zagen we nog enkele andere wilde dieren.

Na ruim drie uur door het park te hebben gereden, reden we via Port Elizabeth naar Jeffrey’s Bay. Daar keken we eerst bij Super Tubes naar een kamer, maar de laatst beschikbare kamer had geen mooi uitzicht en was met 400 rand iets aan de dure kant. Het meisje dat ons de kamer liet zien raadde ons aan het bij de buurvrouw te proberen.

De buurvrouw had nog twee self catering appartementen vrij. Het ene appartement was 250 rand en het andere 300 rand. We kozen voor het duurdere appartement, omdat werkelijk fantastisch was. Een zeer grote (min of meer) driehoekige woonkamer en een groot driehoekig balkon. Een keurige slaap- en badkamer en een klein, maar brandschoon keukentje. Alles zag er zo goed uit dat we ons afvroegen of we werkelijk de eerste huurders waren. Zoiets had de buurvrouw wel gezegd namelijk.

Op het balkon was een ‘braai’ en we besloten om de nodige inkopen te doen om ‘s avonds te kunnen barbecueën. Natuurlijk werd dat een dure maaltijd omdat we alle dingen (voor eenmalig gebruik) moesten kopen, maar het was wel leuk.

Donderdag 7 november 2002

Vanochtend heerlijk op het grote balkon ontbeten en daarna rond 9.00 uur weggereden uit J Bay, zoals Jeffrey’s Bay in de volksmond heet. Over de R 102 reed Marjolijn naar de Paul Sauer Bridge. Dit is een boogburg over een 125 meter dieper gelegen stroompje. We waren daar niet als enige. Het is een behoorlijk toeristische attractie. Er stonden wel vier touringcars. Er is een aantal souvenirwinkels die spullen verkopen tegen behoorlijk geïnflateerde prijzen. Het was mogelijk om een 10 minuten durende helikoptervlucht te maken voor 350 rand per persoon.

We reden verder naar de ‘Big tree’ die slechts enkele honderden meters verderop stond. Over een vlonderpad door het bos liepen we naar de boom, maar dat ging niet echt vlot, want we liepen te midden van een buslading Nederlandse oude van dagen. Nou is dat op zich niet erg, maar iedereen vond het nodig dezelfde opmerking te moeten plaatsen als iets bijzonders was geconstateerd, zoals bijvoorbeeld een stinkboom. Oooh een stinkboom, ooh een stinkboom, kijk een stinkboom! De ‘Big Tree’ was inderdaad behoorlijk groot. Voor een cirkel om de stam van de boom waren acht volwassenen nodig.

Het was nog enkele kilometers verder rijden naar de toegangspoort tot het Tsitsikamma Nationale Park en we reden door een mooie omgeving langs de zuidkust. Er zijn enkele wandelpaden aangelegd in het park en na de lunch in het restaurant, liepen we enkele van de korte wandelpaden.

Knysna

Na het bezoek aan het park reden we verder naar Knysna. We reden via de Bloukranspas en Nature’s Valley naar Plettenberg Bay. De pas was erg mooi, maar het was een beetje vervelend rijden. Het was weer een schitterende dag, maar de extreme overgangen tussen de zonnige zijden en de schaduwzijden van de weg maakten het rijden wat lastiger.

In Plettenberg Bay keken we vanaf het Whale View Point schitterend uit over het strand en de zee, maar helaas zagen we géén walvissen.

De laatste kilometers naar Knysna reden we over de N 2 en in Knysna zelf reden we naar het huis van Johan en Zita. Zita hadden we de eerste nacht in Middelburg leren kennen en ze had ons hun adres in Knysna gegeven. Toen we aan kwamen rijden bij hun huis zagen we Johan raar opkijken. We hadden hem niet gezien in Middelburg. Toen hij naar onze auto kwam lopen, vroeg ik hem of hij Johan was. Hij reageerde meteen uiterst enthousiast en begon er meteen over dat z’n vrouw het had gehad over een Nederlands stel dat bij haar had overnacht in Middelburg. We waren dus -min of meer- wel bekend, maar niet verwacht.

Hun huis werd thans verbouwd en de kamers die normaal werden verhuurd, waren al ruim een maand ongebruikt. Johan was echter zo vriendelijk, dat hij zich er direct voor verontschuldigde en zei dat we hun gasten waren en gratis gebruik mochten maken van de self catering kamer. Zita was inmiddels ook komen kijken en al even verbaasd. Ze had verwacht dat we van tevoren zouden hebben gebeld, maar vond het ontzettend leuk dat we onverwachts op kwamen dagen. Direct begon Zita de flat bewoonbaar te maken. Dat betekende even het aanrecht en de badkamer schoonmaken en de handdoeken klaarleggen. Johan zette de koelkast aan en maakte de stereo-installatie gebruiksklaar. Ook kwam hij met een zakje Kuduworst (Biltong).

De woning was tegen de heuvels aangebouwd en had een schitterend uitzicht over de lagune van Knysna.

Op aanraden van de sympathieke Johan gingen we eten bij 34 degrees south aan het Waterfront en dat was geen verkeerde suggestie. Lekker visje en een heerlijke chocolademousse. Marjolijn had een lekkere kip tandoori en ijs als dessert.

Voor het eten hadden we bij de Spar enkele wijntjes gekocht en na het eten reden we terug om op het terras van Johan en Zita (our house is your house, hadden ze gezegd) te genieten van het uitzicht over de laguna en Knysna, de onwerkelijke sterrenhemel en een lekker wijntje.

Nadat Johan en Zita zelf klaar waren met eten, kwamen ze gezellig bij ons zitten en we hebben een fantastisch gezellige avond met ze gehad. Bedankt Johan en Zita!

Vrijdag 8 november 2002

Na het ontbijt namen we afscheid van Johan en Zita en reden we naar ‘The Heads’. Hier moesten we heen van Johan, want het was een schitterend uitkijkpunt en daarin had hij gelijk. Vanaf het uitkijkpunt hoog op een heuvel, keken we schitterend uit over de lagune, de nauwe zeestraat en de zee. Een aantal vissersboten kwam terug van zee. De bootjes waren zeer klein en volgens ons nauwelijks zeewaardig. Vissers zwaaiden enthousiast naar boven.

Daarna op weg naar Oudtshoorn, maar natuurlijk niet via de snelle hoofdwegen. Net buiten Knysna sloegen we rechtsaf naar de Phantom Pass. Dit is een fantastische route door de bossen, maar gaat wel over een gravel road. De Phantom Pass werd gevolgd door de Homtini Pass en die deden niet voor elkaar onder.

Bij Wildernis kwamen we weer op de N 2 die ons door George voerde en na George namen we Montagu Pass. Deze onverharde weg is de oudste bergpas van Zuid Afrika en aan deze weg mag niets worden veranderd, want het is een nationaal monument. Het weer was grauw en beloofde weinig goeds, aangezien de toppen van de heuvels in de bewolking lagen. De pas was mooi en eenmaal over de heuvels was het stralend weer, warm en onbewolkt.

Via de verharde weg reden we verder naar Oudtshoorn. We gingen op zoek naar accommodatie en bij het tweede B&B-adres was het raak. We reden de oprijlaan van een statig gebouw op. Nadat we hadden aangebeld bleek dat de hele familie het weekend naar het strand zou gaan en daarom geen gasten zou ontvangen dit weekend, maar na overleg met de huishoudster konden we blijven, mits we er niets op tegen hadden om vroeg te ontbijten morgenochtend (7.30 uur). ‘Fine with us’. En zo kwam het dat we als enige gasten in een enorme woning met wel 12 kamers zaten.

Nadat we de spillen op de kamer hadden gelegd, reden we naar de supermarkt om de lunch te kopen én een fotorolletje en na de lunch reden we (om ongeveer 14.00 uur) via het plaatsje ‘De Rust’ naar het plaatsje ‘Prince Albert’. De route was schitterend. We zaten nu in de Kleine Karoo, een semi-woestijn en dat was aan de temperatuur te merken. Het was behoorlijk warm. De omgeving is droger dan elders schijnbaar schijnbaar zeer geschikt voor het houden van struisvogels. We reden namelijk langs behoorlijk wat struisvogelboerderijen.

Het plaatsje Prince Albert stelt niet zoveel voor. Het is er lekker rustig en warm. Gelukkig stond er een behoorlijk briesje. Op een terrasje genoten we van een biertje en na het biertje reden we via het Swartgebergte terug naar Oudtshoorn. De pas over het Swartgebergte is wederom schitterend. Ook deze pas maakt deel uit van de ‘oude passen-route’ en was onverhard, maar zeer goed begaanbaar. Om ongeveer 18.00 uur waren we terug in Oudtshoorn.

‘s Avonds aten we bij restaurant ‘De fijne Keuken’. Omdat we in hét struisvogelcentrum van Zuid Afrika zitten, namen we een struisvogelschotel. Drie soorten struisvogelvlees. Uitstekend!

Zaterdag 9 november 2002

Na een goede nacht geslapen te hebben, ontbeten we om 7.30 uur. Na het ontbijt vertrokken we in druilerig weer naar de Cango Ostrish Farm. We waren om 8.30 uur de eersten, maar al snel kwam ook een jong Duits stel aanrijden.

We kregen een leuke rondleiding. De ‘gids’ vertelde op een hele leuke en ontspannen manier over de boerderij, de struisvogels en over het fokken ervan. Struisvogels worden in eerste instantie gefokt voor het (onbetaalbare) struisvogelleer, in tweede instantie voor het vlees en als laatste voor de veren. Die brengen niet zoveel meer op als in de late 19e eeuw, toen één struisvogelveer een vermogen opbracht. We leerden dat één struisvogel-ei gelijk staat aan 24 kippeneieren en dat een struisvogel-ei een gewicht van tenminste 150 kilo moet kunnen dragen.

Na het bezoek aan de boerderij reden we verder naar Swellendam. We lieten de ‘bergen’ achter ons en dat was duidelijk te merken aan het weer, want dat knapte met de kilometer verder op. We reden stug door, want de Kleine Karoo is niet indrukwekkend wat de natuur betreft. De route ging door glooiend landschap met weinig variatie in vegetatie en kaarsrechte wegen.

Om ongeveer 14.00 uur kwamen we aan in Swellendam, waar alles uitgestorven leek. Het was zaterdag en dat betekent dat de winkels om 13.00 uur sluiten en dat daarna geen mens meer op straat loopt. Wat door de reisgids als zeer leuk plaatsje was bestempeld, vonden wij oersaai.

Bij een internetcafé checkten we onze e-mail en daarna reden we verder naar Arniston. Dat waren nog een hele hoop kilometers over onverharde weg, want we wilden rijden via het ‘De Hoop Natuurpark’. De wegenkaart liet namelijk twee hekken tot het park zien, maar toen we bij het park aankwamen bleek het tweede hek afgesloten te zijn, waardoor we niet door het park konden rijden. We besloten niet het park in te gaan en zodoende kwam het dat we een heel groot deel van de weg over gravel roads reden.

In Arniston hadden we geluk bij het vinden van accommodatie, want we konden de laatst beschikbare bungalow krijgen bij ‘Arniston Cottages’. Keurig, vrijstaand, gebouwtje voor 320 rand.

‘s Avonds aten we min of meer noodgedwongen in het restaurant van het ‘dure’ Arniston Hotel. Arniston is een klein en niet toeristisch plaatsje met twee restaurants waar je absoluut moet reserveren. Dat hadden we niet gedaan en het eerste restaurant was volgeboekt. Ook het restaurant in het Arniston Hotel was volgeboekt, maar daar was men gelukkig zo flexibel om wat te regelen, waardoor we daar konden eten en niet noodgedwongen ten minste 20 kilometer naar het volgende dorp hoefden te rijden.

Achteraf bleek het reuze mee te vallen, want we betaalden slechts 230 rand voor een maaltijd met hoofd- en nagerecht, salade en een fles wijn. En het eten was goed.

Zondag 10 november 2002

Op het zonnige terrasje voor het appartement hebben we ontbeten en daarna reden we naar Alguhas, het zuidelijkste puntje van (Zuid) Afrika. Op dit punt komen de Indische en de Atlantische Oceaan bij elkaar. De route ging weer over onverhard pad, maar 80 tot 90 kilometer per uur was geen probleem. Het enige probleem dat we ondervonden was toen we werden ingehaald (ja, met 90 kilometer per uur op een onverharde weg ben je echt geen snelheidsduivel!). Een enorme stofwolk werd door de passerende auto veroorzaakt en dat betekende even vaart minderen om niet te hoeven stofhappen. Met ramen gesloten rijden was niet echt prettig vanwege de warmte. We passeerden het plaatsje Elin. Een heel erg leuk plaatsje met oude huisjes.

Het dorp zag er goed verzorgd uit. Dat moet ook wel, want het is een Nationaal Monument. In het dorpje lag het enige stukje geasfalteerde weg op een stuk van misschien wel 60 kilometer. Even voordat we Alguhas binnenreden, passeerden we de ‘stinkbaai’. Vraag me toch af waarom deze mooie plek zo heet. In Alguhas bezochten we natuurlijk het zuidelijkste puntje, alsmede het leuke, kleine vuurtorentje. In het vuurtorentje is een vuurtorenmuseum gevestigd. Stelt niet zoveel voor, maar het is leuk de lampen en de hoorns te zien. Daarna gingen we naar boven. Beetje steile trappen! In de top van de vuurtoren kom je het 360 graden panorama bewonderen. Mooie kust, met prachtige kleuren water. We reden langs de kust verder naar.

Hermanus Het was even zoeken naar een goed B&B-adres, maar na en tijdje (dit keer een behoorlijk tijdje) vonden we een redelijke kamer bij Braeview B&B voor 240 rand per kamer. Deden voor de lange zoektocht was dat de eerste optie aan een drukke, doorgaande weg lag, de tweede optie verkocht was en de derde optie (het oudste B&B-adres van Hermanus) antiek was. Nadat we de rugzakken naar de kamer hadden gebracht, reden we naar het walvissen-uitkijkpunt in Hemanus. Het was direct raak. Een aantal walvissen zwom in het water, op maximaal 50 meter uit de kust.

Het waaide enorm langs de kust en we moesten ons behoorlijk schrap zetten tegen de wind. Op het uitkijkpunt was het een drukte van belang. Een aantal personen had een enorme zoemlens op de camera zitten en zaten volgens mij al uren te wachten. Moet je maar zin in hebben. We dronken een biertje bij het restaurant “met het beste zicht op de walvissen” en daarna liepen we naar een internetcafé om de e-mail te checken. ‘s Avonds aten we bij de Ocean Basket ter hoogte van het marktplein. Fish & Chips. Goed en goed te betalen. Na het eten terug naar huis, waar we nog een wijntje dronken en een boekje lazen. Heel toepasselijk dronken we vandaag een “Two Oceans” wijntje.

Maandag 11 november 2002

Na het ontbijt namen we afscheid van Fanie en Erina de Jager, de eigenaren van het Braeview B&B en reden we nog één keer naar het uitzichtspunt in Hermanus. Maar alles was anders dan gister. Nauwelijks wind en nauwelijks walvissen. Slechts twee walvissen zagen we op grote afstand zwemmen. Om ongeveer 10.00 uur verlieten we Hermanus en langs de kust reden we naar Franschhoek. We passeerden de plaatsjes Sunny (het weer was vandaag inderdaad perfect. Warm, weinig wind en Sunny), Silversands en Roeiersbaai. Langs Gordon’s Bay en via de Sir Lowry Pass naar Franschhoek. Bij de Sir Lowry Pass reden we even verkeerd. We reden namelijk naar Sir Lowry Pass Village en dat was niet helemaal een goede keuze, want we belandden in een sloppenwijk. Snel terug naar de hoofdweg. Boven op de Sir Lowry Pass was een uitkijkpunt. Er waren bavianen aanwezig die zich weinig aantrokken van de mensen om hen heen. Ze zaten er rustig en waren niet nieuwsgierig of agressief. De pas zelf is verder niet mooi. Een vierbaansnelweg gaat erover heen, dus je kunt je het wel voorstellen.

Bij Grabouw sloegen we af en reden via een mooie weg naar Franschhoek. Het was wel wat mistig en dat kwam door de rook van een forse brand. We reden Franschhoek binnen rond 13.00 uur. We parkeerden de auto en liepen door de hoofdstraat naar het postkantoor om nog een aantal postzegels te kopen. Daarna lunchten we op een terrasje. Lekker relaxed. Franschhoek is een mooi dorp met mooie huizen, maar met weinig vertier. Daarom besloten we verder te rijden naar Stellenbosch. Aan de ene kant was dit een verstandig besluit, want dit ‘dorp’ is een stuk groter en levendiger, maar aan de andere kant was goede en betaalbare accommodatie zoeken behoorlijk moeilijk.

Het eerste B&B-adres was behoorlijk ‘over piced’, het tweede lag buiten het budget en het derde was vol. Maar op het laatste adres gingen ze direct voor ons op zoek en zo belandden we bij een self catering flat voor 220 rand. De flat was erg kaal en helemaal niets bijzonders. Maar wel schoon en daar gaat het om.

Dinsdag 12 november 2002

Nadat we op de kamer hadden ontbeten, legden we de rugzakken in de auto en reden we naar het centrum, op zo’n 200 meter afstand en maakten we een rondleiding door het centrum zoals beschreven in de Lonely Planet. De route ging langs mooie gebouwen, prachtige lanen en langs de botanische tuin van de Universiteit van Stellenbosch, die volgepropt was met bomen en planten. Wel mooi!.

Na de wandeltocht dronken we een uitstekende cappuccino op het terras van ‘Mug & Beans’ en daarna gingen we op weg naar Paarl. Na eerst bij een farm op 10 kilometer buiten Paarl te hebben geïnformeerd (volgeboekt) reden we naar het toeristenbureau van Paarl om naar accommodatie te vragen. Er lagen diverse grote boeken, waarin eigenaars van overnachtingsmogelijkheden hun kamers aanprezen. Voorzien van foto’s, uitgebreide omschrijvingen en prijzen was het zoeken een eitje. De receptioniste belde voor ons naar ‘Bar-None B&B’, High Level Road 4 tel: (021) 86 31 219 (onthoud die naam!), waar de enige kamer nog beschikbaar was.

We reden naar Bar-None en het was perfect!. We hadden een eigen cottage in de tuin van de eigenaars. Een prachtig en ruim wit huisje, begroeid met wijnranken en een eigen terras in een prachtige tuin met een (privé)zwembad. De kamer was zeer sfeervol ingericht met goede bedden en een klein zithoekje, een klein keukentje (geen kookgelegenheid) en een mooie badkamer. De eigenaresse had het ontbijt al klaargezet in de koelkast voor de volgende ochtend. En dat voor 250 rand!.

Onze villa in Paarl Zuid-Afrika
Onze villa in Paarl
Ons terras in Paarl Zuid-Afrika
Ons terras in Paarl

Nadat we de spullen op de kamer hadden achtergelaten, reden we via ‘Goede Hoop’, ‘Herman’ en ‘Gouda’ naar ‘Tulbagh’. In Gouda moesten we even stoppen, omdat Marjolijn zelf een groot aantal jaren in Gouda heeft gewoond. Het Zuid Afrikaanse Gouda stond echter in geen vergelijking tot het Nederlandse Gouda. Snel wegwezen dus.

Tulbagh is echt een leuk plaatsje, althans, de Kerkstraat (parallel aan de hoofdstraat, links ervan) is erg leuk. Het straatje bestaat uit Nederlands koloniale huisjes, alle witgeschilderd en bijzonder pittoresk en fotogeniek. In de Kerkstraat ligt ook het wijnhuis Paddagong. In de winkel van het wijnhuis kochten we twee flessen wijn met op beide etiketten een pad (je weet wel, zo’n kikker) afgebeeld. Het wijnhuis heeft iets met padden en vernoemt de wijnen ook naar padden. Zo kochten wij een wijnfles die ‘Paddarotti’ heette en waar een zingende kikker met een dikke buik op het etiket stond en we kochten een wijntje dat ‘Padda Dundee’ heette en waar een pad in ‘Crocodile Dundee’ outfit op stond. Erg leuk cadeautje!

We vervolgden de route via Wolseley en de Bain’s Kloof Pass terug naar Wellington. De Bain’s Kloof Pass was weer een schitterende route. Een zeer smalle weg, met gelukkig weinig tegenliggers door een ruig berglandschap. Naarmate we dichterbij Wellington kwamen werd het steeds mistiger. Er was namelijk een behoorlijke rookontwikkeling vanwege een bosbrand in de buurt van Paarl. Sterker nog. In de zeer directe omgeving van ons B&B. Daar kwamen we achter toen we terugkwamen thuis. De eigenaresse had ‘s-middags gezegd dat de brand waarschijnlijk aan de andere kant van het dal was, maar nu bleek de brandhaard zich tot op zo’n driehonderd meter van ons cottage te zijn genaderd. We bleven de zaak goed in de gaten houden.

We hoefden niet al te bevreesd te zijn dat de brand ons dichter zou naderen, aangezien we te midden van een recentelijk aangeplante wijngaard lagen. ‘s-Avonds aten we springbok in een rokerig restaurantje in het centrum van Paarl. Als gevolg van de bosbrand was het overal rokerig. Het vlees was nogal droog en draderig. Ik vond het niet echt speciaal.

Na het eten terug naar het B&B. Het was inmiddels donker geworden en op straat was het nog altijd even rokerig als in het restaurant. En dat terwijl we in het niet-rokers gedeelte zaten! Terug bij het B&B genoten we van het prachtige schouwspel. De hemel was roodgekleurd en we konden het houd horen branden. Plots zag ik blauwe zwaailichten en rende naar de weg. Ik zag dat de politie de weg aan het afzetten was, want hoewel het B&B in een doodlopende straat ligt, was het een komen en gaan van ramptoeristen. Ik vroeg de agent of het veilig was om hier te blijven en hij bevestigde dat er weinig te vrezen was, aangezien er nog een wijngaard en een weg tussen ons en het vuur lag. Hij zei ook dat de brand in eerste instantie een gecontroleerde brand was die aan de andere kant van de berg was begonnen, maar zich snel had verspreid door de onverwacht opkomende wind.

Inmiddels was de wind gedraaid (bergopwaarts) en konden we de kamer even luchten voor het slapen gaan

Woensdag 13 november 2002

Na perfect te hebben geslapen, ontbeten we in het zonnetje op ons terras en na het eten reden we via ‘Philidelphia’ en ‘Melkbosstrand’ naar Kaapstad. Naarmate we Kaapstad dichter naderden, werd het weer steeds slechter. De route was niet echt bijzonder en we maakten de route omdat we dan langs ‘Bloubergstrand’ zouden komen, waarvandaan ons een prachtig zicht op de Tafelberg was beloofd. Bij goed weer wel, maar vandaag dus niet! De route ging over heuvels en door graanvelden. Na Philidelphia reden we kilometers lang door een laan met allemaal eucalyptusbomen. Dat was wel heel erg leuk. Het enige groene deel in een overwegend goudgeel landschap.

Vanaf het noorden kwamen we Kaapstad binnen en we reden door Kaapstad naar Hout Baai. We hadden een B&B-adres opgekregen van de eigenaars van het B&B in Hermanus. ‘s-Middags hadden we telefonisch een kamer gereserveerd bij Flora Bay. De self catering flat was oké en we keken schitterend uit over de baai van Hout Baai.

Nadat we de spullen op de kamer hadden achtergelaten (we hadden alles uit de auto gehaald om ‘s avonds de rugzakken te kunnen herindelen) reden we dezelfde bochtige kustweg terug naar Kaapstad. We gingen naar het Waterfront, een zeer grote Shopping Mall waar de winkels tot 21.00 uur openblijven. We parkeerden de auto op het enorme parkeerterrein en liepen de Mall binnen. Direct zagen we een één-uurs-service en we besloten te informeren wat het ontwikkelen en afdrukken van een rolletje kostte. Dat was ongeveer 95 rand voor een rolletje van 36 opnamen. Een beetje veel wonden wij, omdat we in East Londen slechts 65 rand hadden betaald. Bij de volgende één-uurs-service hetzelfde verhaal en bij de derde ook. Er restte ons weinig andere keuze dan de rolletjes tegen 95 rand per stuk te laten ontwikkelen. We begonnen met twee rolletjes.

We liepen de fotowinkel uit en zagen vrij snel een CNA winkel. We liepen er binnen en vroegen wat het ontwikkelen en afdrukken daar kostte. En ja hoor, daar was het 65 rand per rolletje. Daar lieten we de overige acht rolletjes dan ook ontwikkelen en afdrukken.

We liepen verder door de Shopping Mall en keken rond. Veel exclusieve winkels en veel souvenirwinkels. In de souvenirwinkels lagen de prijzen ongeveer 30% tot 50% hoger dan elders in het land. Voor ons dus niet meer zo interessant. Nota bene hadden we alles wat we wilden hebben al.

‘s Avonds aten we bij de Ocean Basket. Het wad er enorm druk en de mensen stonden in de rij voor het niet-rokers deel. Wij besloten om in het rokersdeel te gaan zitten, waar het overigens zeer mee viel met de rook. Het eten was zeer redelijk.

Na het eten, in het pikkedonker terug naar Hout Baai. Even iets minder prettig, want de weg was nog even bochtig als vanmiddag, alleen nu niet meer verlicht. Onderweg zagen we bij Strand Point dat er filmopnamen werden gemaakt en we stopten even om te kijken. Daarna verder naar Hout Baai, om op de kamer de rugzakken voor de laatste keer te herinrichten.

Donderdag 14 november 2002

Na ons zelfgemaakte ontbijt van (perfecte) muesli en yoghurt, pakten we de spullen en reden we rond 9.30 uur terug naar Kaapstad om bij het toeristenbureau te informeren naar accommodatie. En dat bleek geen verkeerde keuze, want veel accommodatie bleek al vol te zitten en dan met name de goedkopere varianten. Uiteindelijk werd voor ons bemiddeld met het Oasis Guest House, voor 400 rand per nacht; één van de duurdere kamers van de vakantie en zeker niet de beste. Maar er restte ons niet veel andere keuze.

We reden naar het Oasis Guest House en nadat we de spullen op de kamer hadden gelegd, gingen we op weg naar Kaap de Goede Hoop.

Via het wijnhuis Groot Constantia reden we naar St. James. We bezochten de wijnboerderij, die gelegen is in een schitterende omgeving. Prachtige gebouwen, maar geen rondleiding vanwege restauratiewerkzaamheden. Vandaar dat we alleen genoten van de rust en de omgeving en daarna verder reden naar St. James.

Dat leek eenvoudiger dan gedacht. We hadden verwacht snel de bewoonde wereld te verlaten, maar in plaats daarvan reden we door de drukke, chaotische voorsteden van Kaapstad. En verkeerd. Dus moesten we omkeren en door dezelfde drukte verder zuidwaarts. De gedachte dat je hier door één van de armste buurten van het zuidelijke deel van Zuid Afrika rijdt is duidelijk te merken aan de reclames op de ramen van de winkels. De ene shop is zo mogelijk nog goedkoper dan de andere. Ook is het af te leiden aan de auto’s op straat, waar duidelijk een tweedeling te zien is. Hele oude wrakken afgewisseld met de nieuwste modellen. Heel vreemd. In St .James stopten we natuurlijk bij de veelkleurige kleedhokjes langs het strand. Erg leuk en fotogeniek. Verder is hier niets te doen en dus reden we verder naar The Boulders in Simonstown.

The Boulders staat bekend vanwege de enorme, permanente pinguïnkolonie die hier op het strand huist. Helaas waren er net zoveel toeristen als pinguïns. Met name Japanners, die één voor één met de pinguïns op de foto moesten.

Na Simonstown was het nog 22 kilometer verder naar Kaap de Goede Hoop. Bij de ingang van het Nationale Park betaalden we 25 rand per persoon entree en we reden vervolgens verder naar de Kaappunt. Het park op zich was niet erg bijzonder. Bij de kaappunt stopten we om te genieten van het uitzicht en om natuurlijk de bekende plaatsjes te schieten. Het weer was stralend en de zee redelijk kalm. Uit niets bleek dat het hier enorm kan spoken. Vreemd dat hier zoveel schepen vergaan zijn. Wij hadden geluk vandaag met het weer.

Terug naar Kaapstad en vervolgens doorgereden naar Bloubergstrand. Vanaf het strand in deze plaats moet je het mooiste zicht hebben op de tafelberg. Twee dagen geleden waren we hier ook gestopt om een kop koffie te drinken, maar vanwege het grijze weer toen, hadden we de tafelberg niet gezien. Nu wel, alhoewel het aan het einde van de middag was en behoorlijk heiig. Er stond een enorme harde wind en dat trok weer kite surfers aan. Wat een schitterend gezicht om die jongens te zien kite surfen en wat een enorme sprongen maken ze soms!

We besloten om te gaan dineren in de Kloofstraat. De Lonely Planet maakte melding van enkele restaurants en omdat het de laatste dag was dat we een auto hadden, besloten we ver weg van ons B&B te gaan eten. Toen we door de Kloofstraat reden, zagen we plots het Vietnamees restaurant ‘Saigon’ en we waren het erover eens daar te gaan eten. En dat was geen verkeerde keuze. Serveersters zijn heel toepasselijk in Ao Dai gekleed en het eten is er fantastisch. Wel met stokjes eten!

Na het eten terug naar huis om voor het naar bed gaan nog even een wijntje te drinken.

Vrijdag 15 november 2002

Geen uitslaperij vanochtend, want iemand vond het nodig om om 6.30 uur de vaat van gisteravond te doen. Tegen achten ging de wekker, douchten en ontbeten we (uitstekend verzorgd!) en reden we naar het kantoor van Budget om de auto in te leveren. Dat ging tot mijn verbazing heel eenvoudig. We konden de auto parkeren in de garage van het kantoor en dat was het. Geen papierwerk meer of zo iets. Nadat we de auto hadden ingeleverd liepen we het centrum in. In de Lonely Planet stond een wandelroute door Kaapstad langs de bezienswaardigheden en we hadden besloten om die in eerste instantie te volgen. Maar al snel wijzigden de plannen. Het was uitstekend weer en we besloten om maar eerst naar de Tafelberg te gaan. In de Loopstraat vroegen we bij een tweedehands boekwinkel of ze wisten waar de bushalte voor de bus naar de Tafelberg was. Dat wisten ze niet, maar er werd direct een ‘Rikki’ gebeld. Dit is een klein minibusje met twee banken in de lengterichting van de auto.

Na tien minuten stond die voor de deur en we werden keurig naar de Tafelberg gebracht. We moesten achter in de rij aansluiten die voor de kassa stond. Gelukkig was de rij niet zo lang. De tickets voor de ‘rotair’ kostten 190 rand per stuk. De ‘rotair’ bracht ons in mum van tijd naar boven (de kabelbaan heeft een snelheid van 10 meter per seconde). Daar was het weer net zo goed als beneden. Prachtige blauwe hemel, een heerlijke temperatuur en een klein zuchtje wind. We liepen ongeveer anderhalf uur over de top van de Tafelberg en keken van alle kanten prachtig naar beneden. Het uitzicht was door het mooie weer schitterend. Nadat we weer beneden bij het

dalstation waren, namen we een minibusje naar de Kloofstraat om daar bij het benzinestation uit te stappen. Tegenover het busstation is namelijk een Mug & Beans coffee shop en daar dronken we een paar kopjes koffie. Daarna checkten we onze e-mail bij het naastgelegen internet café. Een fantastisch snelle verbinding en er goedkoop. We liepen naar het South African Museum en bezochten dit. Het is een mooi museum over met name de fauna van Zuid Afrika. In de grote, centrale hal hangen enkele geraamten van walvissen. Pas dan wordt echt duidelijk hoe groot deze beesten zijn. Daarnaast is er een heel scala van opgezette dieren. Voor het museum ligt een prachtig park en via het park liepen we naar Adeleys Road. In de Lonely Planet stond dat dit hét winkelhart van Kaapstad is. Het kon ons niet bekoren en ook de autovrije winkelstraat parallel aan de Adeleys Road niet.

Met een antieke stadsbus reden we naar het Waterfront. Het was niet verstandig om tussen het centrum en het Waterfront te lopen. En dus namen we de bus. Het is niet zo’n grote afstand en de bus is goedkoop. Bij het Waterfront stonden we een hele tijd te kijken bij een aantal jongens die op straat acapella zongen. Het klonk erg goed. Verderop in de haven speelde een orkestje. Het was heel gezellig en levendig. Het is hier heel wat aangenamer dan down town Kaapstad. We lieten bij de CNA boekenwinkel ons achtste fotorolletje van 36 opnames ontwikkelen voor 65 rand en daarna aten we bij een Portugees Restaurant aan de kade. Het eten was niet goed. Met de taxi terug naar huis, waar we voor het slapen nog een wijntje bij het zwembad dronken.

Zaterdag 16 november 2002

Na een uitgebreid ontbijt liepen we naar de Main Road en namen we voor 3 rand per persoon een minibusje naar het centrum. Daar liepen we nog wat rond en bezochten we het kasteel. Het kasteel was interessant om te bezichtigen. Een ruime binnenplaats, een aantal kamers die nog in ‘oorspronkelijke’ staat verkeren met antieke meubels en een klein militair museum, waarin met name aandacht is voor de periode waarin de Nederlanders, de VOC, en later de Britten het voor het zeggen hadden. Op de achtergrond lag de Tafelberg. Dit keer weer met z’n kop in de wolken.

We dronken een kopje thee/koffie op het terras op de binnenplaats en daarna (het was inmiddels al weer 14.30 uur) liepen we naar de antieke bus die ons naar het Waterfront zou brengen. Het was zaterdag en uitgestorven in de binnenstad, want ook in deze ‘wereldstad’ sluiten de winkels op zaterdag om 13.00 uur. We stapten uit voor het “Compact Disc Wherehouse” (geen spelfout!), waar we even rondneusden. Het was een enorm grote cd-zaak en er speelde een live-band op het podium. Erg leuk.

In het restaurant was ook een ‘coffee corner’, dus je zou er kunnen genieten van een heus koffieconcert. We lunchten bij een pannenkoekenhuis langs de haven en daarna ging ik nog even naar de kapper in het Waterfront, terwijl Marjolijn nog wat rondkeek bij de winkeltjes. Na het bezoek aan de kapper kochten we bij ‘Edgars’ nog wat kleding. Ik kocht twee spijkerbroeken. Ook Marjolijn verliet de winkel ook niet met lege handen, dus de rugzakken zitten nu wel echt vol!

‘s Avonds aten we bij een Thais Restaurant aan de Main Road. Perfect! Niet geheel ontspannen liepen we na het eten over de Main Road naar huis. Er waren niet veel personen op straat en alles ging oké. Het was ook maar een klein stukje. Thuis op het terrasje nog een wijntje gedronken en een tijd gepraat met de eigenaars van het B&B-adres.

Zondag 17 november 2002

Het was vroeg, heel vroeg toen om 5.00 uur de wekker ging. We hadden de eigenaars van het B&B adres al aan horen komen, dus we waren gerustgesteld voor ons ontbijt. Om 5.30 uur konden we ontbijten en rond 6.00 uur liep ik naar de overkant van de weg waar ik gister bij een ander guesthouse vervoer naar de luchthaven had geregeld. Het duurde even voordat iemand tevoorschijn kwam, maar daarna werden konden we de spullen in het Volkswagenbusje laden en afscheid nemen van de eigenaars van het B&B.

In minder dan 30 minuten werden we naar het vliegveld gebracht en daar begon het wachten op de terugvlucht. Efficiënt werd er niet gewerkt op de luchthaven en het is er een logistieke wanorde, maar we moesten toch twee uur wachten. Dus of het nu in een rij is of op onaangename bankjes maakt niet uit.

Om 8.00 uur moesten we ons bij de gate melden en er stond één lange rij voor de gate. Met de bus werden we naar het vliegtuig gebracht. De terugreis verliep soepel. Aan boord werd een leuke film vertoond (About a boy met Hugh Grant) en verder las ik in één ruk het boek ‘Oesters van Nam Kee” uit. Het eten en de verzorging van de drankjes was op de terugreis ronduit waardeloos. Het is onbegrijpelijk dat de heenreis met BA zo uitstekend was en de terugreis zo slecht. Maar goed.

Om ongeveer 18.30 uur waren we geland op London Heathrow en twee uur later, om 20.45 uur vlogen we door naar Amsterdam. Daar arriveerden we keurig op tijd rond 22.30 uur. Eenmaal door de douane stonden Friso en Manuela ons op te wachten. Ze brachten ons naar huis. En zo eindigde om 23.00 uur, met het openen van de voordeur van ons huisje, de vakantie naar Zuid-Afrika!

Zuid-Afrika, Botswana, Zimbabwe en Namibië

In 2013 bezochten wij wederom Zuid-Afrika. Via Johannesburg in Zuid-Afrika reisden we via Botswana en Zimbabwe naar Namibië om vervolgens door te reizen naar Kaapstad in Zuid-Afrika. Lees hierover in ons reisverslag Namibië