Zuid-Korea

Vrijdag 13 september 2019

De vlucht met Asiana Airlines verliep soepel. Er werd een maaltijd geserveerd van pasta met zeevruchten en  het bestek was nog gewoon van roestvrij staal. Dat is het voordeel van een land dat zich niet overal mee bemoeit in de wereld.

Het begon al weer licht te worden toen we om 05.10 uur aan de gate stonde op Incheon International Airport. In het vliegveld hadden we al een inreiskaart en een douaneformulier uitgereikt gekregen van de stewardess en ingevuld, maar dat nam niet weg dat we een Efteling- gevoel kregen toen we de immigratiebalies zagen. Hoewel er 20 balies waren, was slechts de helft bezet door een ambtenaar. We stonden zeker een half uur te wachten alvorens er vingerafdrukken van beide wijsvingers en een fotootjes van een slaperige kop werd genomen. Best veel mensen mocht niet direct doorlopen en zij werden meg een beambte meegenomen naar een kantoortje, maar wij zijn zo betrouwbaar dat wij well mochten doorlopen.

De rugzakken hadden al een hoop rondjes op de bagageband gemaakt toen we ze kwamen ophalen. De omhoezen die we in Tabriz, Iran hebben laten maken, zien er nog steeds perfect uit. Bij de douane leverden we het bagageformulier in en toen stonden we in de aankomsthal.  Direct maar op zoek naar een  geldautomaat en dat werd een complete studie. Normaal gesproken is het een kwestie van pincode intikken en het gewenste bedrag aangeven, maar in Korea maken ze het iets uitdagender. Zo gaf de eerste machine aan dat er geen geld in zat en op de tweede machine hing een kaartje in het Engels dat buitenlandse gasten allereerst op de groepen knop moesten drukken. Pas daarna verscheen een menu waarin ook in het Engels de woorden stonden.

Afijn, na een menu of 5 kwamen we bij het scherm met het gewenste bedrag. Hoeveel zouden we opnemen? Is Korea duur of niet? We wisten het nog niet en namen 500.000 won op. Er was een mogelijkheid om ook een biljetkeuze in te voeren, maar dat was ook nog niet zo eenvoudig. Afijn, biljetkeuze gemaakt en toen spuwde de ATM het geld.

We stonden vlakbij de roltrap naar beneden,  waar de treinen naar Seoul Station zouden vertrekken. Er zijn snelle treinen e  langzamere treinen. De snelle trein is 10 minuten eerder op Seoul Station, maar kost wel twee keer zoveel. We besloten om de langzame trein te nemen. Maar voordat we die konden nemen, moesten we eerst een oplaadbare plastic kaart zien te bemachtigen. Dus even vragen bij een loket, waar je doorververwezen wordt naar een automaat. Afijn, drie automaten naast elkaar meta alleen maar ov- kaarten. Maar dan wel in twee verschillende doosjes. Hoe maak je toeristen gek? Afijn, we kozen een doosje uit beide machines. We bleken een toeristenkaart en een kinderkaart te hebben getrokken. Het kinderkaartje was echter ook als volwassene te gebruiken, want je moest de kaart als kinderkaart eerst registreren. De kaarten zelf kostten 4.000 won per stuk, maar in ons geval leverden de kaarten geld op. Waarschijnlijk toeristen voor ons hadden vergeten hun wisselgeld mee te nemen er wij waren 11.000 won rijker. Goed begin van Korea.

Maar goed, met alleen een ov-kaarten waren we er nog niet; die krengen moesten ook nog opgeladen worden. Maar voor hoeveel? Dus maar weer terug naar de balie om te vragen hoeveel de rit naar Seoul station kost en daarna de kaarten opgeladen.

De treinen rijden frequent, dus we hoefden maar een minuut of vijf te wachten. Het perron had aan beide zijden glazen wanden met schuifdeuren eer in, die pas open gaan als de trein tot stilstand is gekomen. Geen probleem dus met tochtige perrons. Ideaal. De trein had de banken in de lengterichting. Het was pas het tweede station van de lijn en de trein was zo goed als leeg. En dat zou ‘ie ook blijven tot aan Seoul station. De trein reed grotendeels bovengronds en het viel op hoe groen het was.

Op Seoul station moesten we overstappen op metrolijn 4. Vanaf het perron va  de trein was het eindeloos ver lopen naar het metroperron. En dat voor twee haltes met de metro. Op metrostation Meyongdong stapten we uit. Er zijn enorm veel in- en uitgangen per metrostation (soms wel 12 stuks), maar gelukkig zijn de uitgangen genummerd, goed bewegwijzerd en ook op maps.me staan de in- en uitgangen genummerd. Dit heeft als groot voordeel dat je niet nog eens een drukke straat over hoeft te steken als je een willekeurige uitgang neemt.

Op straatniveau was het akelig stil. Niet zo gek om 07.00 uur ’s ochtends, maar op een vrijdag zou je dan toch minimaal forensenverkeer verwachten. We wachtten even totdat de tablet gps-signaal had ontvangen en daarna was de route naar het guesthouse zo gevonden. Het guesthouse lag aan de voet van de heuvel waarop de N Seoul tower staat en we moesten een steil weggetje omhoog naar het guesthouse. Dat stukje zouden we de komende vijf dagen meerdere keren moeten overbruggen. Gelukkig was het maar 500 meter vanaf de metrohalte naar het guesthouse.

Er was nog niemand bij de receptie. We deden de rugzakken in de omhoezen en zetten de rugzakken ergens in een hoek, die voor left luggage was gereserveerd. We liepen terug naar het metrostation. We hadden daar een Franse bakker gezien en we hoopten dat die rond 08.00 uur open zou gaan, maar inmiddels waren we er ook achtergekomen dat het enkele dagen Thanks giving zou zijn en dat dat een officiële feestdagen zijn. En ook het bakkertje zou niet openen vandaag.

We liepen een winkelstraat in. Slechts een handvol winkeltjes was geopend. Er zijn winkels dei 24 uur per dag geopend zijn, zoals de kleine supermarktjes zoals de 7 eleven, Nice to CU en GS25.

We bestelden een kop koffie en een taartje bij ‘The coffee bean and tea leave’. Dit is zo’n zelfde soort keten als die Amerikaanse koffietent, dat zich uitzaait over de stad. Of zoals een hilarische sketch van Little Britain aangeeft: there is a Starbucks in a Starbucks and in that Starbucks is another Starbucks. Het lijkt bijna te kloppen. Voordat we een eerste slok koffie hadden genomen, moesten we even slikken bij het afrekenen; voor een kop koffie durven ze ruim 4 euro te vragen.

In de Lonely Planet stond een wandeling over de Namsanberg, waarop de Seoul tower staat. De wandeling begint bij het station waar we waren uitgestapt en de wandeling ging bijna langs ons guesthouse. We liepen langs het dalstation van de kabelbaan, maar de wandelroute maakte geen gebruik van de kabelbaan. Wij liepen bergopwaarts over een autovrij pad, waar ook veel Koreanen wandelden of hard renden. Het pad steeg langzaam. Er waren diverse stroompjes en het was erg groen van de vegetatie. Dat hebben we lange tijd niet gezien. Op sommige plekken was een uitzichtpunt over de stad. Het toeristische centrum ligt tussen twee heuvels ingeklemd en leek niet al te groot. De echte grote stad zouden we later pas zien; die strekt zich meer uit naar het zuiden. Vreselijk mooi was de stad niet. Wel grappig om te zien was dat hoogbouw en laagbouw een beetje door elkaar heen staat. We liepen ook nog langs restanten van de (gerestaureerde) oude stadsmuur.

We vervolgden de weg en kwamen uit bij de N Seoul Tower. Aan de voet van de toren bevinden zich enkele restaurants en we bestelden een hamburger en cola een we aten in het zonnetje op een terrasje. Daarna liepen we langs de enorme lange rij met liefdeshangslotjes. Er stonden automaten, waar je de hangslotjes kon kopen en rijen dik hingen ze aan railingen. Vanaf datzelfde punt hadden we mooi uitzicht naar het zuiden. Laag- en hoogbouw door elkaar heen. En hoewel je in een miljoenenstad bent, hoor je nauwelijks verkeer. Best vreemd.

We  liepen de berg af en kwamen uit bij de Sungnyemun gate; een van de vier hoofdpoorten van de oude ommuurde stad. De poort staat nu te midden van de hoogbouw op een druk kruispunt van wegen. Net even iets minder idyllisch, maar met een beetje buigen en bukken kun je veel van de hoogbouw en wegen mijden op de foto. Het plafond van de toegangspoort had prachtige schilderingen.

We liepen over de Namdaemun markt terug, maar er was weinig bedrijvigheid. Een stukje verder waren we weer terug bij metrohalte Myeondong en van de stilte van vanochtend was niets meer te merken. Veel mensen liepen nu door de smalle winkelstraatjes en wij persten ons er ook tussen. Erg veel jong publiek dat door de straatjes liep, waarvan de winkeltjes jet name cosmetica of goedkope plastic bende uit China verkochten. In meerdere straatjes hadden kooplui etensstandjes neergezet en maakten kleine hapjes klaar. Wij aten ook op deze food market en daarna liepen we terug naar het guesthouse om bijtijds te gaan slapen.

Zaterdag 14 september 2019

We hadden gisteravond in een  convenience store (klein supermarktje) appels en yoghurt gekocht en we ontbeten met havermout, yoghurt en appel, maar voordat we ontbeten gooiden we de wasmachine vol met wasgoed. We mochten de wasmachine gratis gebruiken en daar zeiden we geen nee tegen. Zelfs de kleding die we in Mongolie op de hand hadden gewassen ging op 50 graden in de machine. Na drie kwartier was het korte programma klaar en we hingen de wasgoed te drogen. Het weer was omgeslagen. Na een warme en zonnige dag gisteren, was het nu zwaar bewolkt.

We liepen door de winkelstraten van Meyongdong naar de Cheonggyecheong. Dit kanaal door het centrum van Seoul was ooit een drukke straat vol auto’s, maar de eeuwenoude stroom is in ere hersteld en is nu een aangename plek om langs te lopen.

Maar voor we bij de Cheonggyecheong aankwamen, liepen we langs de Bosingyak bell tower. Het was 11.45 uur en volgens de Lonely Planet zou om 12.00 uur de ceremonie va  het luiden van de bel zijn. We zagen al mannetjes in kostuums rondlopen. We wachtten tot 12 uur en toen werd de bel inderdaad 12 keer geluid, met behulp van een houten boomstam aan een schommel. Vroeger was de bel in heel Seoul te horen, maar met de huidige hoogbouw, het vele verkeer en vrijwel iedereen met oordopjes in hun kop hoort bijna niemand de bel meer. In ieder geval sloeg geen Koreaan er acht op.

We liepen naar het Gyeongbokgung paleis, maar voordat we daar aankwamen, passeerden  we de Yogjesa tempel, die ietwat verscholen  vanaf de weg lag temidden van tientallen lotusplanten in enorme kuipen op straat. Sommige planten hadden nog een bloem. De schoenen moesten uit in de tempel  maar we name  ze wel mee vanwege ‘shoe thieves’ die volgens bordjes actief zijn.  In de tempel zat een groot aantal (met name) vrouwen te bidden voor drie enorme gouden buddhabeelden. Aan het plafond hingen honderden papieren lampionnen in de vorm van een lotusbloem.  

Enkele tientallen meters verderop was een Subway broodjeszaak, waar we lunchten en na de lunch liepen we naar het paleis. Toen we daar aankwamen begon net de wisseling van de wacht van de bewakers en die ceremonie konden we mooi meepikken. We waren niet als enigen in het paleis. Veel Koreanen grepen de kans om het paleis te bezoeken en de entree tot alle paleizen was vier dagen na elkaar gratis. Met veel trompetgeschal en drums werden de bewakers afgelost. Later zouden we zien dat er helemaal geen bewakers zouden staan bij de gate en dus was dit puur ceremonieel.

Na de wisseling va  de wacht stroomden we met alle anderen het paleisterrein op. Na de hoofdpoort waaierde het wel wat uit, maar heg bleef overal druk. Het was licht beginnen te regenen, helaas. Bij de paviljoens  mocht je alleen van de buitenkant naar binnen kijken. Er was binnen niet veel te zien; weinig meubilair. We liepen langs een groot aantal paviljoens. Een daarvan stond in het water en dat leverde, zelfs bij een grijze lucht, mooie plaatjes op.

We bezochten ook het folkloremuseum, maar daar vonden we niet veel aan. Er stonden wat voorbeelden van het dagelijkse leven op het platteland. Misschien zijn we er iets te stads voor.

Het tweede museum op het terrein was het paleismuseum. Dat was interessanter, omdat daar de gebruiksvoorwerpen uit het paleis stonden, maar ook veel vitrines met Koreaanse boeken met opengeslagen pagina’s. Nou, daar kun je met rap tempo langslopen, als je het toch niet kan lezen.

Na het bezoek aan het paleis liepen we terug naar het guesthouse via het Seoul square. We aten bij Chicken galbi yogaane.

Voorbeeld van het eten in de vitrine

Zondag 15 september 2019

Vandaag bezochten we eerst het Deoksugung paleis, dat tegenover de City hall ligt en op loopafstand van het guesthouse. Op de weg naar het paleis liepen we langs de Namdaemun markt en vroegen we naar campingwinkels. We werden een richting ingestuurd en inderdaad kwamen we uit bij drie campingwinkels, waarvan er twee nog gesloten waren. Een was dus een open en we keken er naar een gasbrandertje en pannetjes. Die had de eigenaar van de winkel en we namen ze even in ons op.

We liepen verder naar het Seoul Museum of art. Allereerst was het gebouw nauwelijks te vinden, maar eenmaal gevonden konden we zo het museum binnen, want dat was gratis. Er waren twee verdiepingen in het grote gebouw, waar moderne kunst tentoongesteld was. Nu heeft Remco weinig op met moderne kunst en ook bij dit museum kon Remco binnen 15 minuten weer buiten staan. Maar ook Marjolijn kon het niet heel erg bekoren.

Het Deoksugung paleis ligt op 5 loopminuten afstand van het art museum. Toegang was vandaag weer gratis en we bekeken de paviljoens. We dronken een koffie op het terras van het museum café en daarna liepen we het museum dat zich op het terrein van het paleis bevind. In het museum hingen veel schilderijen van vergeten Koreaanse kunstenaars. Deze waren soms ‘vergeten’, omdat ze na de oorlog in Noord Korea waren gaan wonen of om andere redenen. Er zaten mooie stukken tussen.

We liepen verder naar het Buchon Hanok village, dat bestaat uit een aantal straatjes met pude traditionele gebouwtjes, die de sloophamer nog net hebben kunnen vermijden. Veel van deze laagbouw gebouwtjes is ten prooi gevallen aan de sloophamer om plaats te maken voor hoogbouw. De straatjes waren autovrij en het was er druk met winkelend publiek (of gewoon toeristen?).

Niet veel verderop liggen het Cangdeokgung paleis en het Changyeonggung paleis. Ook hier was de entree gratis, alleen was het meest bezienswaardige van het Changdeokgungpaleis, namelijk de geheime tuin (secret garden) gesloten. Maar ook het Changdeokgungpaleis lag in een mooie groene omgeving. Veel dennenbomen en er was een mooie vijver en een green house met vele planten, waaronder ook vleesetende planten en bonsaiboompjes.

Via een winkelstraat liepen we terug naar Meyokgung, waar we in een restaurantje weer een chicken dagli aten. Het bleek hetzelfde restaurant te zijn als gisteren, alleen op een andere locatie en dit restaurant was net even iets minder dan het restaurant van gisteren en dat zat ‘m met name in het saladebuffet.

Maandag 16 september 2019

We besloten om vandaag de vismarkt en de wijk Gangnam te bezoeken. Daar hadden we op internet ook een outdoor winkel gevonden. Het koste nog enige moeite om de winkel te vinden, maar met behulp van een vrachtwagenchauffeur, die met ons meeliep, kwamen we er toch. Het was een winkel met een zeer uitgebreide collectie. We kochten er een gasbrander en wat haringen voor de tent. Daarna liepen we wat door Gangnam en namen we de metro naar een andere wijk, waar een markt zou moeten zijn.  Die vonden we niet. Er waren alleen wat grote shopping malls. ’s Avonds liepen we wat door de wijk waar we ons guesthouse hebben. Tussen de drukte ontdekten we een dansende kat. Het was reclame voor het Cat Café. Het was natuurlijk geen echte poes maar een persoon die zich had verkleed.

Dinsdag 17 september 2019

Vanochtend hadden we eindelijk een reactie op ons mailtje aan onze contactpersoon op het hoofdkantoor van iSense. Hij nodigde ons uit op het kantoor en we mailden hem dat we eraan kwamen. Hij had acht doosjes meetstrips klaargelegd, die we gratis meekregen, alsmede enkele presentjes.

We namen de metro naar de wijk Gangnam, waar de mensen helemaal niet zo dansen als in de videoclip van Psy. We zagen in de wijk en in de metro ook helemaal geen mensen die recent plastische chirurgie hadden ondergaan, iets waar deze wijk om bekend staat. Verder is het een zakenwijk en woonwijk.

We liepen de achteringang van het kantoor binnen. Twee mensen van het bedrijf vroegen waarvoor we kwamen en wij gaven de naam van ons contactpersoon door. Nou, die kenden ze niet. Of we een telefoonnummer hadden. Dat hadden we en al snel was onze contactpersoon gevonden en hij kwam naar ons toe. Wij konden plaatsnemen in de kleine koffie corner.

Onze contactpersoon bleek een jonge, 28 jarige jongen te zijn, die voor heg eerst in contact kwam met de eindgebruiker van de producten die hij verkocht. Hij was verantwoordelijk voor de sales in centraal Azië en Rusland. We hadden een leuk gesprek met hem en hij stelde voor een klein stukje te gaan lopen door Gangnam. Hij bracht ons naar Parc Montmartre in Seoul, onderdeel van de ‘Franse’ wijk. Daar namen we afscheid, want zelfs een Koreaan kan niet te lang van kantoor wegblijven, alhoewel hij tijdens onze gesprekken aangaf dat de arbeidscultuur met rasse schreden aan het veranderen is en dat de lange dagen, het pesten op het werk en het verplicht zuipen met de bas na werktijd snel aan het veranderen was. Er was zelfs een nieuwe wet aangenomen, waarin de werkgever een boete krijgt bij te lange werkweken. Salaris en kwaliteit van leven lag nu zo’n beetje op Japans niveau.

Wij liepen nog wat door Parc Montmartre en namen daarna de metro naar halte Ichon, waar het Nationaal Museum ligt. We wilden wel iets eten voor de lunch en dachten nog wel iets te kunnen nuttigen alvorens het museum te bezoeken, maar in de directe omgeving van de metrohalte was niets. Pas op het terrein van het museum zagen we een bistro en een ‘Nice to Cu’ convenience store. We besloten om daar iets te halen. Toen we het winkeltje in wilden lopen, kwam er oom een winkelbediende naar de deur lopen en die groette ons met ‘Nice to see you’. Ineens begrepen we nu ook wat ‘nice to Cu’ betekende als merknaam (okay, beetje laat van begrip).

We kochten een liter melk en een rijstmaaltijd, die we buiten in de magnetron konden opwarmen. Maar eerst moesten andere klanten hun eten opwarmen in de magnetron. Dit soort winkeltjes heeft vaak een magnetron, heet water en een zitje in de winkel  waar je je eten kunt opwarmen en  direct kunt eten. Helemaal niets mis met die maaltijden.  Wij aten onze lunch op het terrasje bij deze convenience store en daarna liepen we naar het nationaal museum.

Erg fijn van Korea is dat de museum over het algemeen gratis toegankelijk zijn of tegen een laag bedrag. Anders dan in Nederland, waar de toegangsprijzen achterlijk hoog zijn. Bij de informatiebalie heetten e ons welkom en gaven ze aan dat we gebruik konden maken van de gratis Engelstalige gids, die ieder moment z’n toer door het museum zou aanvangen.

We hadden een privégids tot onze beschikking. Alvorens we het museum in mochten, moesten de rugzakken door het röntgenapparaat, dat opgesteld stond in he midden van een indrukwekkend hoge marmeren hal. Na de controle begon de rondleiding. De gids stelde zich voor en zei dat hij docent Engels was. We betraden de hal van de prehistorie, waar in een vitrine een aantal handbijlen lag. Geschiedkundigen worden hiervan waarschijnlijk heel opgewonden; voor ons waren het een paar puntige stenen. Maar het ergste was, dat de gids een verhaal vertelde en wij stellig de indruk hadden dat de gids iets uitlegde in het Russisch, Mongools, Bukhina Faso’s of welke andere taal we niet beheersten, want we verstonden er geen  fl….er van. Behalve als hij het woord ‘however’ uitsprak of ‘follow me, please’. We hadden wel begrepen dat hij leraar Engels was. Best bijzonder. Wij volgden hem braaf om bij de volgende vitrine elkaar niet aan te kijken om niet enorm te gaan schaterlachen, omdat we er niets van verstonden. Gelukkig rende hij door het museum en was de toer vrij snel ten einde, waarna we in alle rust en zonder toelichting in welke taal dan ook de vitrines konden bekijken. Maar bovenal vonden we het gebouw erg mooi.

Woensdag 18 september 2019

Na het ontbijt pakten we de spullen en liepen we naar de metrohalte om twee haltes de metro te nemen om op station Dangdeamun History and culture park over te stappen op de groene lijn 2 richting Hongkik university. Het was even persen tussen de smalle toegangspoortjes met de rugzakken, maar het ging net.

Bij de metrohalte Hongkik University was het kantoor van AJ car rental, dat namens Avis de autoverhuur faciliteert. Het duurde een uur alvorens de papieren waren ingevuld en de auto van ver weg was gehaald en voor de deur stond. Het invullen van de papieren kostte veel tijd, omdat de man achter de balie voor- en achternaam niet van elkaar kon onderscheiden. Bij Remco ging het in een keer goed, maar bij Marjolijn maakte hij er een potje van. Drie correcties waren nodig alvorens het contract goed was, wat de namen betreft.

Maar toen was er nog een probleempje met de verzekering. Avis had ons een bevestiging gestuurd dat heg eigen risico USD 0 zou bedragen, maar er werd toch een eigen risico in rekening gebracht van ruim 250 euro. De man achter de balie belde met de servicelijn en het eigen risico werd verlaagd tot het minimum van 40 euro. We zullen Avis zelf nog een notificatie sturen.

We kregen een behoorlijk nieuwe Hyundai Avanta. Er stonden 4.850 kilometers op de teller van de witte auto met nepleren bekleding en hippe sportvelgjes. De auto werd minutieus gecontroleerd op beschadigingen en krassen en er werd slechts een klein plekje op het contract gemarkeerd.

Rond 11.00 uur reden we weg en gingen we op weg naar de Decathlon in het zuiden van Seoul. Maar eerst moest de benzinetank worden volgegooid. Dus aan de zelfbedieningspomp keken we ietwat raar op dat er op een woord na niets in het Engels stond. Het enige woord dat we konden lezen was het woordje “call” op een drukknop en die drukten we maar in. De bediende kwam uit een hokje en vulde de tank en met de credit care werd betaald, zonder opgave van pincode of handtekening. Da’s minder prettig.

Met een volle tank reden we verder. Op de snelweg kwamen we al snel vast te zitten in het drukke verkeer. Verderop zou blijken dat ook hier botsingen plaatsvinden. Auto’s blijven echter rijbanen gewoon versperren.

De Decathlon bestond uit twee verdiepingen en bestond een jaar in Seoul. Er was een kleine campingafdeling en gelukkig hadden ze er een tentzeil. Kookpannen hadden ze niet. Wel kochten we twee kleine klapstoeltjes; licht en niet te duur, want we zullen ze waarschijnlijk in Korea achterlaten om er niet teveel mee te moeten zeulen als we weer gaan vliegen.

Bij en Emart, een hypermarkt, zochten we naar camping kookpannetjes, maar die waren uitverkocht. En ook bij twee andere Emart hypermarkten hadden we geen geluk. Pas de vierde hypermarkt had een kooksetje en die kochten we. Erg bijzonder dat dezelfde winkelketen verschillende assortimenten hanteert in de diverse winkels. We kochten twee plastic wijnglaasjes, een led-lampje op batterijen voor op de camping en reden toen verder naar het plaatsje Jeongok-ri, waar we rond 18.30 uur aankwamen op een camping langs de rivier. De weg die we hadden gereden ging door voorstadjes van Seoul. De weg was goed en het was niet erg druk op de weg, maar wat zijn ze hier gek op verkeerslichten. En ze hebben die zo geprogrammeerd, dat  je de meeste tegen hebt. En dan sta je zo maar weer een minuut of twee stil. Op een gegeven moment heb je daar wel genoeg van als je de zon langzaam ziet zakken.

Het tentje stond binnen drie minuten en weer drie minuten later lagen ook de slaapzakken op de matjes en hing het tentlampje in het midden van de binnentent. Het gaf goed licht in de drie standen die het kent.

We maakten snel een salade bestaande uit paprika, komkommer en ui en kookten een eitje op onze nieuwe Kovea gasbrander met zelfontsteker. Die werkte perfect.

’s Avonds dronken we een glaasje wijn en daarna lekker naar bed.

Donderdag 19 september 2019

Na het ontbijt liepen we naar de receptie om de camping af te rekenen. Een man zat achter een computer en keek glazig op toen ik zei dat we wilden betalen. Hij begon het een en ander in te tikken op de computer en toen kwam een dame binnen. Ze logte voor haar nieuwe werkdag in met behulp van een vingerafdruk. Hoe lang zal het nog duren dat dat ook in Nederland intrede doet. Hopelijk nooit. De glazig kijkende man overlegde met de zojuist ingelogde dame en die zei als snel: “ you can go”. Dus zonder te hoeven betalen hadden we de eerste nacht doorgebracht in ons nieuwe tentje.

We vervolgden de route noordwaarts. Het was nu niet zo ver meer naar de DMZ, de DeMilitarized Zone, maar daar zouden we nooit geraken, want voordat we de plek konden bereiken waar we zouden moeten zijn, werden we staande gehouden bij een militaire checkpoint. Jonge jongens maakten ons duidelijk dat we naar een plaatsje moesten rijden, waar we toegangskaarten konden kopen. Dat ging niet zonder slag of stoot en ieders dienstplichtige militair heeft zich er -overigens op een heel vriendelijke en behulpzame manier- geholpen om ons duidelijk te maken waar we heen moesten.

We reden de 11 kilometer verser naar het plaatsje dat de militairen hadden gezegd. Daar was inderdaad een informatiepost, waar een vriendelijke dame in ongeveer vijf Engelse woorden duidelijk maakte dat een toer naar de demilitarized zone er niet in zat. Varkenspest stond er op Google translate dat ze liet zien op haar telefoon. Helemaal naar hier afgereisd, om te worden geconfronteerd met varkenspest. Dat zou in Iran niet gebeuren (grapje).

Maar de dame wees ons wel op een wandelpad achter het informatiecentrum en op de bloemententoonstelling op drie minuten lopen.

In eerste instantie liepen we naar het wandelpad, dat al snel overging in trappen naar beneden  aar de oever van de rivier. Er stond een bijzondere rots in de snelstromende rivier met bomen erop. We liepen  naar beneden tot aan en klein strandje, hoewel het niet toegestaan was om in de rivier te zwemmen.

We liepen terug naar boven en besloten om bij de 7-Eleven en we besloten om daar een magnetronmaaltijd te kopen voor de lunch. We rekenden af en de kassier hielp ons bij het opwarmen van de maaltijden. In het zonnetje op het kleine terrasje van de 7-Eleven lunchten we en de maaltijd was helemaal niet slecht.

We liepen naar de bloemententoonstelling. Het bleek een grote tuin te zijn met allemaal bloeiende planten. De ‘oudjes’ werden  in blauwe plastic tonnen die waren omgebouwd tot treinstelletjes voortgetrokken achter een tractor. Allemaal hadden ze een helmpje op en dat terwijl de tractor stapvoets reed. De bloementuin was leuk om te zien. Er waren ook bogen met hangplanten in de vorm van kalebassen, komkommers, enorme peulen en pompoenen.

Op aanraden van de dame uit het informatiebureau reden we nog langs “ the Niagara of Korea”.

Nou, zoiets wil je natuurlijk zien. Vanaf de parkeerplaats bij de “Niagarara watervallen  van Korea” liepen schoolklassen, ieder persoon met een geplastificeerd kaartje op de borst, waarschijnlijk met het bsn-nummer erop,  naar de waterval. Wij konden de borden toch niet lezen en reden naar de watervallen. Die bleken inderdaad iets weg te hebben van de Niagara watervallen, namelijk dat ze iets breder waren dan een normale waterval en dat het water naar beneden valt. Maar met een hoogte van slechts drie meter en een breedte van misschien 20 meter was de vergelijking ver te zoeken.

We reden verder langs het voormalige kantoor van de communistische partij van Noord Korea. Het skelet van het gebouw staat er nog en staat tegenwoordig in Zuid Korea. De plek was meer als historische waarde dan dat het gebouw een bezoek waard was.

We vervolgden de weg door agrarisch gebied. Kleine dorsmachientjes oogsten  en dorsten de gele rijstplanten en aan het einde van  de dag kwamen we aan op de camping in Sokcho. Niet dat je daar nu echt gastvrij wordt ontvangen. Nee, de Koreaan is niet echt flexibel. Boekingen moesten via het internet en daar staat een computer. Ga je gang.

Nadat de receptionist erachter kwam dat het niet helemaal soepel ging, boekte hij op zij  eigen  account twee overnachtingen voor ons. We vroegen of we konden kijken welk plekje we wilden hebben en dat was okay. We liepen over de camping en besloten dat B29 wel een mooi plekje zou zijn. Terug bij de receptie bleek dat zo’n beetje alle plekjes vrij waren, maar niet B29. Had dat nu even van tevoren gezegd. Dan maar B32. We zetten snel de tent op, want het begon al donker te worden.

Vrijdag 20 september 2019

Na het ontbijt reden we een klein stukje naar de parkeerplaats van het nationale park. Parkeren kost 5.000 Won, maar we hadden een paar honderd meter voor de officiële parkeerplaats andere parkeerplaats gevonden, die gratis was.

We kochten entreekaartjes tot het park en begonnen aan de wandeling. God zij dank was de bewegwijzering ook in het Engels en konden we iets van de route volgen. De route maar een tweetal tempels bleek gesloten te zijn en we moesten dus een ander wandelpad nemen. Vlak na de ingang zijn ook twee tempels, maar die waren erg modern (stenen gebouwen) en die zouden we wel op de terugweg bekijken als we daar dan nog zin in hadden. Daarna liepen we langs een enorme buddha. Achter de buddha was een ingang naar het keldergedeelte onder de buddha, waar oom een gebedsruimte is. Schoenen moesten uit en we bekeken snel de kleine ruimte met drie gouden buddha’s en enorm veel papieren lantaarns in de vorm van lotusbloemen aan het plafond. We hadden geluk dat we dit konden bekijken, want direct nadat wij vertrokken werd de deur weer afgesloten en vertrok de dame die de deuren ook voor ons had geopend.

We begonnen aan de wandeling. Die zou niet zo vreselijk lang zijn en ook niet zo lastig. Wel moesten we weer dezelfde weg terug, helaas. We liepen door een bos langs een rivier met enorm helder water, dat gleed over de gladde rotsen in de rivier. Krekels hielden een enorm concert en het leek wel alsof de krekels in de bomen zaten, want we hadden het idee dat het geluid van boven kwam.

Het goede pad ging langzaam over in een minder goed deel en toen het te lastig werd, had men een houten vlonderpad aangelegd met trappen op en neer.

We vervolgden het pad langs de rivier. We liepen langs een mooie rivier die over rood granieten rotsen gleed. Het rode graniet was goed zichtbaar. De groene berghellingen werden langzaam geel en de eerste blaadjes vielen in de rivier om als bootjes te worden meegenomen naar beneden. We zagen veel eenhoorntjes met mooie strepen over de rug en staart en ze waren niet bang. Ze bleven tot op een metertje of zo van ons zoeken naar eten. Wij lunchten bij de rivier en liepen nog een klein stukje verder, om vervolgens om te keren en hetzelfde pas terug te lopen.

Eenmaal terig bij de entree bleken we toch nog zo’n 13 kilometer te hebben gewandeld. Mooie prestatie.

We reden naar Sokcho en aten in de haven een met rijst en groente gevulde inktvis, die eerst in plakjes werd gesneden en daarna werd gebakken. Ook kochten we enkele gefrituurde garnalen. Als kadootje kregen we gefrituurde babykrabbetjes erbij (ter grootte van de krabbetjes die je ook aan het Noordzeestrand ziet). De gevulde inktvis was lekker, maar de in deeg gefrituurde garnalen vonden we wat minder.

Zaterdag 21 september 2019

Om 07.00 werden we wakker van het dicht slaan van autodeuren. Onze ‘vriend’ van B29 had z’n tent alweer ingepakt en stond op het punt de camping te verlaten.

Remco maakte het ontbijt en daarna braken we de tent op, die zowaar droog was. Schijnbaar houdt bewolkt weer in dat het ’ s nachts minder vochtig is. Anderhalf uur nadat we waren opgestaan gingen we op weg naar het noorden. Maar eerst moest de benzinetank worden gevuld. Bij het tankstation drukten we op de button “call” en een mannetje hielp ons met tanken. Dit kun je echt niet zonder hulp, omdat niets in het Engels is. Eerst werd 150.000 won van de credit card afgeschreven, daarna betaalden we 54.000 won voor de benzine en werd de 150.000 won weer teruggestort. Maar geen pincode of handtekening en dat is niet echt een veilig idee.

We reden langs de kust over wegnummer 7 noordwaarts. Zelfs op dit vroege tijdstip werkten de verkeerslichten, die met name geen verkeer regelden, maar er wel voor zorgden dat we voor Jan met de korte achternaam stilstonden. Ook irritant zijn de vele snelheidscontroles. Tussen de controles overschrijdt iedereen de maximumsnelheid van 80 kilometer op de tweebaansweg met 50% en wij volgden het voorbeeld. Niet een echt milieubewuste rijstijl. We zagen een bord met strand en we sloegen af. Door een smal straatje met aan weerzijde losstaande huizen, sommige heel mooi en modern, maar andere stukken minder aantrekkelijk reden we in eerste instantie naar het haventje. Daar lag een aantal vissersboten, maar verder was er weinig bedrijvigheid. We vervolgden de weg en kwamen uit bij het strand, waar ook een camping was. Mooie ruime plaatsen met houten vlonders, waarop je je tent kon neerzetten. Keurig toiletgebouw erbij en dat voor noppes, gratis dus.

We reden verder noordwaarts. Op de weg werd het steeds rustiger. Niet zo gek, want we waren nu dichtbij de grens. Plots zagen we een bord met DMZ en nog het geen en ander in het Koreaans. We sloegen af en kwamen bij een opstelplaats zoals je die ook bij  veerboten ziet. We begrepen het niet  en we vervolgden de weg noordwaarts, om bij een militair checkpoint tot stilstand te komen. Jonge gastjes, waarschijnlijk in militaire dienst, kwamen naar de auto met een keurig geplastificeerde kaart, waar precies op stond wat we moesten doen. We moesten een stuk terugrijden naar de afslag meg het DMZ bord en nog het een en ander in het Koreaans en ons daar registreren en een toegangskaart kopen. Dus terug naar de opstelplaats voor auto’s. Een mannetje wees ons de rij waarin we konden parkeren en maakte het gebaar van het fotograferen van het kenteken. Dat hadden we waarschijnlijk nodig voor de registratie, maar dat nummer stond ook op de sleutel.

In het gebouw waren veel souvenirwinkels die spullen uit Noord Korea (???) verkochten en achterin was een aantal balies. Bij de eerste mochten we betalen en kregen we een registratieformulier mee dat we moesten invullen en nadat we dat hadden gedaan konden we bij een  andere balie een bordje meekrijgen dat we op het dashboard moesten leggen. Het invullen van het formulier sloeg nergens op. Hetgeen je invulde werd niet gecontroleerd en het belangrijkste, namelijk een identificatienummer werd niet gevraagd. Wel werd naar het kenteken gevraagd. Nu bestaat die gelukkig voornamelijk uit cijfers, maar er zat ook een teken bij en met een beetje creativiteit stond die (of iets dat erop leek) op het registratieformulier.

We reden terug naar het militaire checkpoint, waar we een bordje kregen dat we op het dashboard moesten leggen en daarna konden we doorrijden. Het landschap was niet gewijzigd, maar de situatie wel. We reden nu door een surreëel stukje land. Super stil, omdat er nauwelijks verkeer was. Het enige verkeer dat er was, was van toeristen (vrijwel alleen Koreaanse) die of naar het museum of naar het uitkijkpunt gingen.

Plots stond er een hek over de weg en terwijl de weg erachter gewoon doorliep, met straatverlichting, verkeersborden etc. Er zal niemand over rijden, want dat was niet toegestaan. We sloegen af en reden langs een weg langs het strand en ertussen was een metershoog hek met onvriendelijke scheermesprikkeldraad erop.

We bezochten het DMZ museum, waar veel oude zwart wit foto’s in verlichte vitrines hingen van de inval van de Noord Koreanen in Zuid Korea. Er was ook een statistiek met de verdeling van de gevechtseenheden tussen Noord en Zuid Korea en het noorden versloeg in aantal manschappen, vliegtuigen, tanks en ander mensonvriendelijk metaal het zuiden in vijfvoud. Zuid Korea was dus op voorhand al kansloos.

In het museum werd ook nog aandacht geschonken aan Berlijn, omdat daar, net als tussen Noord en Zuid Korea een ‘muur’ staat, met mijnenvelden eromheen en schietgrage mannetjes op wachttorens. Opvallend was wel dat er werd gewezen op het succes van hereniging tussen oost- en west Duitsland en dat vereniging dus mogelijk was.

We reden een kilometertje verder naar het observatiepunt. Een modern gebouw stond op een heuvel en met de lift konden we naar de vierde en hoogste etage om van daar af noordwaarts te kijken. Het grootste deel van wat we zagen was niemandsland tussen Noord en Zuid. Maar er stond oom een hele batterij aan verrekijkers en na de inworp van 500 Won konden we twee minuten speuren naar het Noorden. Goed: Noord Korea hebben we ook gezien en kan van het to-do lijstje af.

We reden zuidwaarts, weer doof Sokcho en we vervolgden wegnummer 7. Even ten zuiden van Sokcho ligt de Naksansa tempel op een mooie plek langs de kust. We parkeerden de auto en liepen tussen de groepen Koreaanse bejaarden het pad op naar boven. We kochten entreekaartjes en liepen door de poort het terrein op. Er waren diverse paviljoentjes die we konden bekijken. Het mooiste van de gebouwtjes is de buitenkant. Binnen is het vrij kaal. Er hang niets aan de muur, die overigens vaak uit schuifdeuren bestaat om een ruimte te vergroten of juist te verkleinen en vaak staat er een laag tafeltje op de grond waaraan je op de grond kunt zitten.

Aan de kust stond een enorme boeddha met het gezicht oostwaarts. Aan de voegen prostereerden enkele Koreanen. We liepen langs een grote vierkante vijver met allemaal lotusplanten erin. Helaas waren de bloemen al lang veranderd in zaaddozen. Te midden van de planten stond een Chinees boeddhabeeld (met dikke buik) met ongelofelijk veel muntjes om hem heen en ook op zijn schoot. We probeerden het ook door enkele muntjes te werpen, maar de meesten kwamen terecht op lotusbladeren of in het  water.

Na het bezoek aan Naksansa reden we naar Gangneung. Hoewel het onderweg (rond 15.45 uur) behoorlijk regenden en de Koreanen dan niet hun lichten  aandoen, maar wek de gevarenlichten laten knipperen, reden we naar een camping langs het strand. Bij de receptie keken twee dames ons glazig aan toen we vroegen wat de camping kostte. Een  derde dame werd erbij geroepen en die sprak drie woorden Engels. “Camping close, typhoon”. Okay, de lucht was grijs en het had even behoorlijk geregend, maar de camping is gesloten vanwege een typhoon? En er stonden nog allemaal tenten op de camping, die mooi gelegen was in een dennenbos langs het strand. We konden het niet helemaal plaatsen. Maar we hadden op Agoda.com al een motelletje gevonden en we besloten daar heen te rijden. Inmiddels was het begonnen met regenen. Het motelletje lag dichtbij het station en had een kleine, maar okay kamer met eigen badkamer voor 30.000 won, zo’n 23 euro. We reden naar enkele outdoorwinkels waar we op de heenweg naar het motelletje langs waren gereden, maar zelfs met hoge kortingen waren de spullen nog redelijk aan de prijs, zeker als je niet echt iets nodig hebt.

We aten in een klein restaurantje. We wilden eten in een restaurantje waar veel mensen zouden zitten, maar kwamen erachter dat zelfs op de zaterdagavond niet veel mensen uit eten gaan en we kwamen bij een restaurantje waar twee andere stelletjes zaten. De bediening sprak geen Engels en dus wezen we op de menukaart (die wel in het Engels was) die aan de muur hing aan wat we wilden hebben en het eten werd al snel op een kookplaatje op onze tafel voorbereid. Het eten was op zich okay.

Daarna door de regen met de auto terug naar het motelletje.

Zondag 22 september 2019

Toen we opstonden regende het nog en dat zou het nog ruim 24 uur blijven doen. We ontbeten op de kamer, pakten de spullen in en reden naar de Emart om daar stokbrood en smeerkaas en melk te kopen voor de lunch. Daarna reden we naar Gangnueng Seongyojang, een traditioneel huis uit de Josuan periode. Wat we niet hadden verwacht bij ‘huis’ was dag het een geheel van complexen was in een schitterend aangelegen tuin, maar in de buitenlucht dus. Onder de paraplu bezochten we het complex, dat er inderdaad erg mooi uitzag. Helaas waren veel van de paviljoens gesloten, waarschijnlijk vanwege de regen. Naast ons waren er dan ook niet veel andere bezoekers aanwezig.

Na het bezoek aan dit huis, reden we naar een ander huis, dat als museum op  de kaart stond maar we zagen af van een bezoek vanwege de regen die in intensiteit was toegenomen. We besloten om 16 kilometer zuidelijker een bezoek te brengen aan  een Noord Koreaanse onderzeeër. Die was in 1996 tijdens een spionageactie in Zuid Koreaanse wateren aan de grond gelopen en werd nu tentoongesteld op het strand. Daar lag ook een afgedankt oorlogsschip van de Koreaanse marine, dat het schip uit 1944 had gekocht van de Amerikanen. We konden het hele schip bekijken, zo ook de slaapplaatsen van de bemanningsleden, de boeg (wat is die klein en stelt dat weinig voor), de keuken, de communicatieruimtes en natuurlijk de kanonnen. In de kiel van het schip was een tentoonstellingsruimte ingericht, maar er stonden ook veel emmers; het schip was namelijk zo lek als een mandje.

Na het fregat was het tijd om de onderzeeër te bekijken. Voordat we de trap op konden stond een kast met gele helmpjes, die we verplicht op moesten en dat was  iet voor niets. We betraden de onderzeeër van de voorkant en mochten direct buigen, want binnen was het allemaal niet erg ruim. Sterker nog; je kon je kont nauwelijks keren. En dan te bedenken dat je hierin op tientallen meters diepte met 16 personen in moest zitten, maakte je gek. Je kon doorlopen naar achteren. Er waren zeer veel buizen en knoppen, waarvan je je afvroeg waar die allemaal voor dienden. Soms zie je op tv films over onderzeeërs, waar mensen langs elkaar heen kunnen lopen en rechtop staan. Nou dat was in deze onderzeeër niet mogelijk. Na twee weken op zee liep iedereen waarschijnlijk krom. We liepen langs de motor naar achter, waar de uitgang was. Zelfs tussen de motor en de wand was nauwelijks plek om te lopen. Stel je voor dat je hier moet zijn als de motor loopt. Wat voor een herrie zal die motor maken?

We reden verder naar Peongchang, inderdaad de plaats van de Olympische winterspelen va  2018. De weg was erg bochtig en kronkelig en we reden de mist in, tezamen met de niet aflatende regen. Na 18 kilometer kwamen we aan in Peongchang. We hadden een hotelletje gezien op Agoda en we reden er heen. De walk in rate lag veel hoger dan de prijs op Agoda en we vroegen in eerste instantie of we de kamer mochten bekijken. De eerste indruk van het G&B hotel (Green and Bleu hotel) was dat het er een beetje shabby uitzag, maar de kamer was okay. Op Agoda was oom nog een andere optie en we besloten om die toch ook nog maar even te bekijken en zodoende reden we verder naar het AM hotel, dat qua gebouw met z’n 17 etages prominent in het stadje aanwezig is.

In de stromende regen renden we van de auto naar de receptie, waar weer bleek dat de prijs via Agoda veel voordeliger was dan de walk in rate en dus boekten we via Agoda e nm kregen  we de sleutel van kamer 1517 op de 15e etage. Die kamer was erg goed. Eigen badkamer, klein keukentje met een wasmachine, een kleine zithoek met tv en een tweepersoons bed met zacht matras en zachte kussens. En dat voor 33 euro.

We maakten op de kamer een salade en we draaide  de  wasje en ’s avonds keken we voor het eerst tv. We hadden nog een film over Iran op de harde schijf staan, die we bekeken (not without my doughter). De wind gierde om het gebouw heen (onze kamer lag gelukkig aan de luwe zijde van de wind) en de regen kwam vrijwel horizontaal naar beneden buiten

Maandag 23 september 2019

Volgens de weersverwachting zou het om 09.00 uur droog moeten zijn en zou de zon moeten schijnen. We hadden gisteravond al weinig vertrouwen in deze voorspelling en we hadden gelijk. Het was nog steeds zwaar bewolkt, maar de wind was gaan liggen en het regende niet meer.

We ontbeten, pakten de spullen in en reden langs de sportplekken van de Olympische spelen, zoals het Olympische dorp, de bobsleebaan en de springschans. Hoewel je er een toeristische attractie van zou kunnen maken, was alleen de springschans toegankelijk. We kochten een ticket voor de monorail, die ons in 5 minuten tot aan de voet van de toren van de springschansen bracht. Met de lift konden we naar de 4e etage, waar een uitzichtspunt was. Helaas konden we niet naar de schansen zelf, die op de tweede en derde etage lagen. Gemiste kans.

We liepen terug naar beneden en zagen de cross country skiërs op het droge oefenen, aangemoedigd door hun trainer die alleen maar riep dat het allemaal wel sneller, beter, eleganter etc. kon.

We reden verder naar Samcheok. In eerste instantie reden we dezelfde kronkelweg terug naar Gangneung, om vervolgens de 7 verder zuidwaarts te volgen. In Sanmseok reden we naar een autocamping aan het strand. Het was er rustig en we namen plek H5, die net even wat hoger lag dan de andere plaatsen en mooi uitkeek over zowel de camping, de ‘boulevard’, als ook over het strand. De zee was woest een het strand was maar een paar meter breed, maar de luchten werden steeds vriendelijker; de typhoon was inmiddels weggetrokken richting Hokaido, het noordelijke eiland van Japan en het goede weer keerde terug.

We bezochten het grottenmuseum in Sancheok, dat gevestigd is in een enorm grote taart. Inderdaad had het gebouw de vorm als een in lagen opgebouwde taart en iedere laag had een andere kleur glazuur. Een museum over grotten. Die kom je niet vaak tegen op de wereld. In de twee etages hingen veel (soms vergeelde) foto’s van grotten over de hele wereld, werd uitgelegd uit welke onderdelen een grot zoal bestaat en was er ook aandacht aan de fauna in grotten. Er schijnt nogal het een en ander te vene in het donker, zoals duizendpoten, spinnen en sprinkhanen.

We kochten iets te eten bij de Homeplus supermarkt en reden daarna terug naar de camping, waar we salade maakten en vlees bakten.

Dinsdag 24 september 2019

Eindelijk weer zon toen we opstonden. We hadden vannacht de oordopjes maar in gedaan, want de zee bleef maar continue en hard ruizen. De zee was niet woest vanwege de harde(re) wind, maar is hier altijd zo woest

We ontbeten, pakten de spullen in en  reden vervolgens via Samcheok naar de Hwanswongul grot. De naastgelegen Daemgwongul grot was vreemd genoeg gesloten. We kochten kaartjes en liepen naar de monorail, waar we nog eens tickets voor de monorail moesten kopen. We namen een enkele reis en zouden naar beneden lopen. Zo ver was het allemaal niet, maar het ging wel steil omhoog. Als enige toeristen tussen de naar knoflook ruikende Koreanen gleden we langzaam omhoog en bij het bergstation was ook direct de ingang tot de grot en direct na de kaartcontrole begon het metalen looppad net boven de bodem van de grot. Al vrij snel was het daglicht verdwenen en werden we plaatselijk bijgeschenen door lampen. We zagen dat het pad een behoorlijk eind de grot in liep en er waren diverse trappen. Wat we toen nog niet wisten, was dat we het gehele traject vanaf hier niet konden overzien en dat we nog behoorlijk wat meters voor de boeg hadden. Water kwam van alle kanten uit het plafond naar beneden. Druppelsgewijs, maar oom in grote stralen en op sommige punten waren overkappingen over he tg pad gemaakt om de bezoekers te hoeden voor het water.

Het pad ging erg diep de grot in. Overal was water in de vorm van riviertjes en er waren diverse watervallen. Net als aan het strand was het nu ook een hels kabaal, maar de grot was erg indrukwekkend. En dat kwam met name door de afmeting. De grot was enorm breed en zeer hoog.

Na een uur en twintig minuten door de grot te hebben gelopen, liepen we buiten de grot de trappen af naar het dalstation van de monorail. De omgeving was erg groen en we werden nog getrakteerd op een waterval. Overal langs het wandelpad hingen camera’s en borden gaven aan dat je vooral rechts moest houden. Alleen… er liep niemand anders dan wij.

We reden verder en  kochten onderweg bij de Lotte supermarkt een stokbrood en melk. Smeerkaas en beleg hadden we nog en die moest eerst op. We lunchten tegen 14.00 uur ergens in een parkje langs de weg en daarna vervolgden we de weg over b- weggetjes en nog kleiner, door agrarisch gebied en over erg kronkelige weggetjes. Steeds reden we door de ‘bergen’ die meer heuvels moeten worden genoemd. Die waren nog steeds groen, maar de eerste verkleuringen vanwege de herfst begonnen te komen.

We hadden campings gezien op maps.me en ook op de Garmin in de omgeving van Andong, maar die bleken niet te bestaan. Bij een stuwmeer was een kantoor van K-water en daar hielp een man ons in een beetje Engels. Hij wist wel een plek waar we konden gaan staan en we reden er heen. Het was een Eco park, waar inderdaad vlonders stonden om tenten op te zetten en er was stromend water uit kranen en er waren toilethokjes. We zetten de tent op en reden  naar Andong om daar nog een gastankje en spullen voor het ontbijt te kopen. Het was inmiddels rond 18.30 en in de Emart supermarkt was oom een kleine food court, waar we een hamburger bestelden. Dat was niet echt fast food, want we moesten 15 minuten wachten op de hamburger, maar die was wel vers bereid, bloedheet en erg goed.

Woensdag 25 september 2019

Toen we opstonden was het mistig. Daar hadden we niet op gerekend. We ontbeten en reden daarna naar het Hahoe Folk Village, een Unesco world heritage site. We reden door agrarisch gebied met veel rijstvelden en rode peperplanten.

Bij het Hahoe village waren we zo’n beetje de enige toeristen naast drie bussen met schoolgaande kinderen, die (voor straf) cultureel moesten gaan doen. We kochten entreekaartjes en we werden doorverwezen naar het toeristenbureautje 50 meter verderop. We stapten het kleine bureautje binnen, waar op een balie een bordje ‘Chinese’ en op het andere bureau een bordje ‘Japanese’ stond. Bij binnenkomst kwam een enorme knoflookdamp ons tegemoet. De dame bij het bordje ‘Japanese’ sprak oom wat Engels. Ze pakte de plattengrond van het Hahoe village erbij en wist met haar zwarte stift precies de nummers zwart te maken van de huizen die toegankelijk waren. Nu hadden we een plattegrond met zwarte stippen en wisten we niet welke nummers er nu bij de uitleg hoorde.

We namen shuttle bus voor de 1 kilometer naar het dorp en daar aangekomen liepen we wat door het dorp. Bij de huizen die ‘open’ waren, bleek alleen het toegangshek geopend en stond overal ‘do not tresspass’ en ‘keep off’. Super interessant werd het dorp daarmee niet. De paar bewoners die we tegenkwamen gaven ook niet erg het gevoel van een warm welkom , maar hadden meer de houding van ‘wat kom je doen?’

We reden terug richting Andong en bezochten de Bongjeongsa tempel, de oudste houten tempel van Korea.

Op de terugweg naar Andong reden we langs het Andong folk village. Dit was een uitgeklede versie van het Hahoe village, met slechts enkele traditionele huizen, die overigens niet meer bewoond werden. Het was er even doods als in het Hahoe village.

In Andong wilden we nog wat voor het avondeten kopen bij de supermarkt, maar zowel de Homeplus als de Emart hypermarkten waren dicht! Wat is hier aan de hand als de twee grootste supermarkten op dezelfde dag dicht zijn? Uiteindelijk kochten we bij de Paris Baguette stokbrood (dat niet erg vers meer was), een salade en een ‘cheese cake’, dat we bij de tent opaten. Toen we bij de tent terugkwamen, zagen we dat we gezelschap hadden gekregen. Een ander -Koreaans- stel had de tent opgezet op de parkeerplaats. ’s Avonds in het donker zouden ze de tent weer op breken en  vertrekken. Dit is de tweede keer dat we Koreanen de tent zien opzetten om er alleen in te dineren en vervolgens de tent weer opbreken en vertrekken. Rare lui, die Koreanen.

Donderdag 26 september 2019

Om 07.00 uur stonden we op. Buiten de tent was het gelukkig niet mistig, maar flarden laaghangende bewolking hing her en der in het dal. Hef was grijs, maar de bewolking was hoog en het gaf goede moed voor vandaag. Op het enorme parkeerterrein stonden – naast onze eigen auto – twee onbekende auto’s. Later zou blijken dat die van twee vroege wandelaars waren. We ontbeten en pakten daarna de natte tent in en reden  via een omweg langs een stuwmeer naar de plaats Daegu. Van het stuwmeer zagen we weinig. Hoewel de weg vlak langs het stuwmeer voer, lag er tussen de weg en het stuwmeer een strook groen, dat hoog genoeg was om het uitzicht te belemmeren. Veel struiken en bomen werden overwoekerd door een klimplant, die de omgeving weliswaar enorm groen kleurde, maar ook eenzijdig maakte.

We reden ook langs een Ginkoboom. In Japan wordt deze boom gekoesterd, omdat de bladeren ervan brand in het huis zouden voorkomen. Geen idee of in Korea zo’n zelfde bijgeloof geldt. De Ginkoboom had een stam met een diameter van 14,5 meter en was daarmee de boom met de dikste stam in Zuid Korea en was bijna 30 meter hoog en 700 jaar oud. Al met al indrukwekkende cijfers voor een boom. En vanwege de aanleg van een dam was de boom ook nog eens verplaatst. Dan vragen wij ons af: hoe hebben ze dat kunnen doen?

De route naar Daegu ging over afwisselen twee en vierbaanswegen, waar nauwelijks verkeer over reed, maar waar een truttige snelheid gold van 60 kilometer per uur, dat frequent werd gecontroleerd door flitskastjes. Daar zijn twee types van: de digitale camera’s die boven de weg hangen en waarvan je vrijwel zeker er vanuit kunt gaan dat ze werken en de analoge camera’s in kasten op de grond in de berm, waarvan je er vrijwel zeker vanuit kunt gaan dat ze niet meer werken, want een camera was nooit te zien in de grote kast in de berm. Maar je gedraagt je zoals dat hoort en doet zoals de Koreaan doet en dat is te hard rijden tussen twee flitskasten en je aan de snelheid houden bij een flitskast. De navigatie in de auto geeft de flitskasten overigens ruin van tevoren aan, maar naast de navigatie maken borden langs de weg je ook attent op de snelheidscontroles.

Naast de kinderachtig lage snelheid en de frequente meting van de snelheid is een derde irritatie op de weg het enorm (overdreven) groot aantal verkeerslichten. Zo’n beetje bij iedere zijweg is wel een verkeerslicht met ook voor voetgangers een oversteekplaats. Naast het geit dat er überhaupt al weinig verkeer rijdt, is de kans dat een auto uit een zijweg komt in de meeste gevallen te verwaarlozen en is het een feit dat er nooit een voetganger oversteekt. Met andere woorden: vaak sta je als enige automobilist werkelijk nergens op te wachten. Een groot aantal Koreanen  heeft dan ook maling aan rood verkeerslicht.

Rond 13.00 uur waren we in Daegu. We reden naar een camping langs de rivier. Net als een keer eerder in Sokcho werden we geconfronteerd met een man die geen woord Engels sprak en waar iemand tegen gezegd had dat ‘ie vooral niet mocht nadenken. Afijn, we hebben 20 minuten op hem ingepraat dat we een plekje op de volledig lege camping wilde hebben, maar hij was te dom om ons te helpen en moedeloos vertrokken we weer. Het is bijzonder om te merken dat sommige mensen gewoon niet kunnen nadenken. Koreanen hebben hier een sterk handje van. Ze kunnen perfect de regels uitvoeren, maar zelfstandig denken en beslissingen nemen kan het overgrote deel van de bevolking niet.

We reden door het centrum met heg vele verkeer en eindeloos veel niet op elkaar afgestemde verkeerslichten naar een camping nabij Aspan park, een groene berg ten zuiden van Daegu. Daar was -als uitzondering op de regel- een receptionist die wel Engels sprak en al snel hadden we een mooi plekje met uitzicht over Daegu.

We zetten de natte tent op een enorme vlonder van 2,5 x 4 meter en sloegen de haringen tussen de houten planken. Niet dat dat erg eenvoudig ging. We maakten een noedelsoepje en daarna reden we naar het Daegu nationaal museum. Er waren enkele zalen geweid aan boeddhisme en er was een zaal met kleding van een Koreaanse ontwerpster. Schijnbaar een bekende dame, maar wij hadden er nog nooit van gehoord. Een kamer met potjes en scherfjes liepen we snel door.

Bij de Homeplus supermarkt mochten we sushi en bij de CU (see you) convenience store kochten we blikjes Leffe en Erdinger bier, want die waren in de aanbieding (5 voor 11.000 won; 5 voor 8 euro).

Vrijdag 27 september 2019

We reden naar de Gatbawi tempel. Dat was wel eerst een uur rijden door Daegu. We parkeerden de auto op een reusachtig parkeerterrein in de schaduw en we dachten wel snel bij de tempel te zijn, maar dat was een misrekening. De tempel ligt bovenop een heuveltop en het was dus gewoon eventjes anderhalf uur traplopen naaf boven. Bezweet en vermoeid kwamen we aan na een tocht door mooie bosrijk gebied. We waren niet de enigen. Met name oudere vrouwen deden de wandeltocht naar boven ook. Eenmaal boven was een buddhabeeld uitgehakt in de rots en ervoor zat een groot aantal mensen te bidden. 95% was vrouw. Eentonig gemurmel van een monnik klonk vanuit de speakers, maar de monnik zelf was in geen velden of wegen te bekennen.

Nadat we waren afgekoeld en weer waren opgedroogd, konden we dezelfde weg weer terug naar beneden. Dat ging gelukkig sneller en gepaard met minder zweten.

Met de auto reden we naar de Dongwa tempel en kochten kaartjes. We liepen door een tunnel en aan de andere kant van de tunnel was een vijver, waar we een otter in zagen zwemmen. We liepen verder en bekeken de diverse paviljoens van het tempelcomplex. Het had weinig onderscheidend van de andere tempels. We worden tempelmoe, waarschijnlijk.

In de namiddag reden we terug naar de camping, waar we inmiddels nieuwe en luidruchtige buren hadden gekregen. Helaas ging het aan het einde van de middag steeds kort eventjes regenen, waardoor we ons heil zochten onder een afdakje op de camping.

Zaterdag 28 september 2019

We stonden vroeg op. De luidruchtige medekampeerders hadden ons uit onze slaap gehouden. Zelfs nadat Remco twee keer hadden gevraagd of ze stil konden zijn om 01.00 uur. Waarschijnlijk begrepen ze er niets van, want er werd wat gelachen en sorry geroepen en het bleef nog lang onrustig. We hadden van de campingeigenaar bij het inchecken een folder gekregen waarin stond dat iedereen na 22.00 uur stil moest zijn. Dat werd kennelijk niet gehandhaafd. We zijn er inmiddels wel achter dat het niet zo’n succes is om in het weekend te kamperen.

Ulsan is de thuishaven van Hyundai.  We reden langs de kilometerslange fabriek. Onze huurauto, een Hyundai Avante (in Nederland bekend als de Elantra), was hier ook gemaakt.  Enorme parkeerterreinen stonden vol met auto’s, het overgrote deel in de kleur wit. We zagen vanuit de verte piepkleine autootjes de enorme bek van de reusachtige autoschepen verdwijnen die aan de kade lagen. De fabriek heeft 34.000 arbeidsplaatsen en er rollen ruim 5.000 auto’s per dag (!) van de band. Remco had graag de fabriek bezocht, maar ook hier weer bureaucratische muren:  je moet je een week van te voren aanmelden en een vertaler meenemen, want de tours zijn in het Koreaans. Enne…. oh ja, er is geen parkeerplaats voor je auto.

We reden via een omleiding vanwege een grote brand naar Ulsan. Zwarte rookwolken overschaduwden de stad. In Ulsan hadden we een kamer in een Guesthouse geboekt. We werden begroet door een vriendelijke Engelssprekende eigenaar. We konden een wasje doen, koffie uit de Jura koffiemachine nemen en er stond een laptop en printer tot onze beschikking. Opvallend waren de grote flessen shampoo, douchegel en body lotion die op de kamer stonden. We voelden ons erg welkom.

Zondag 29 september 2019

Vanuit Ulsan reden we naar Gyeonju. Een stukje van slechts 30 kilometer, waar je een uur over doet. Geen verkeer op de weg, maar wel stoplichten. Dan maar inbeelden dat er erg veel voetgangers oversteken en dan valt heg wel mee. Vaak zeiden we ‘Kijk weer een hele groep avondvierdaagse-gangers’ als we weer nodeloos stilstonden voor rood licht.

In Gyeonju parkeerden we de auto nabij het museum maar we bezochten eerst de ruïnes. Daar was niets meer van over dan een aantal met blauw zeil afgedekte gaten in de grond. Even verderop was een hanok dorp en we liepen wat door het dorp met de traditionele huizen. Er was ook een mooie houten brug over een rivier. Het leek wel een enorm lange tempel in de traditionele kleurstelling van de tempels.

Meer naar het centrum waren de grafheuvels. Mooie symmetrisch lagen heuvels in een gemanicuurde tuin. Het was er erg druk. Niet zo gek voor een zondag. We bezochten het museum waar veel gouden sierraden waren uitgestald  die waren teruggevonden in de grafheuvels. Indrukwekkend. Bijzonder om ook te zien dat een gratis museum met gouden sierraden met een minimum aan bewaking open wordt gesteld.

 Via het grote meer nabij Gyeonju en via een uitkijkpunt reden we terug naar Ulsan. Schijnbaar was er iets aan de hand, want we kwamen in een file terecht, die niet nauwelijks voor uit kwam. Toen het mogelijk was, namen we weg 14 en kozen we voor een omweg dan om nog langer in de file te blijven staan.

Maandag 30 september 2019

Vanuit Ulsan reden we via de kustweg richting Busan. We hadden nog de intentie om te gaan kamperen, alhoewel het weer niet meer zo mooi was als gisteren. Het was weer grijs. Langs de kust kwamen we echter geen mooie kampeerplaatsen meer tegen. In Ulsan reden  we langs een enorm industrieel complex. Het bleek de fabriek van Hyundai te zijn. 34.000 werknemers tellend en een productie van 5.000(!) auto’s per dag. We zagen enorme schepen liggen. Piepkleine autootjes verdwenen in het laadruim van het schip

’s middags -zo rond 15.00 uur- liepen we de 5 minuten vanaf ons Canvas hotel naar het strand, spreidden we onze sari’s uit en gingen we heerlijk zitten in de lange schaduw van het hoge Westin Chosun Busan hotel. Het 2 kilometer lange en best wel brede strand schijnt hoogzomer handdoek aan handdoek vol te liggen en te worden gedomineerd door parasols. Nu waren er slechts een handvol anderen die op het strand lagen. Vrijwel niemand was in zee en nadat Remco met z’n grote teen de temperatuur van de zee had gemeten, werd het wel duidelijk waarom.

’s Avonds aten we bij een Indiër in de buurt en na het eten liepen we langs het strand naar de Homeplus Hypermarkt om appels en yoghurt voor het ontbijt te kopen.

Dinsdag 1 oktober 2019

Het weer sorteert al voor op de naderende tyfoon. Het is weer grijs en regenachtig. We liepen naar de metro. Bij de kaartjesautomaten stonden zowaar vrijwilligers om toeristen te helpen. We moesten kaartjes kopen, want de OV-kaart van Seoul werkte hier niet. In Busan hebben ze het Parijse systeem met smalle magneetkaartjes. Overigens een stukken beter en eenvoudiger systeem dan de niet te begrijpen OV-kaarten.

We reden in eerste instantie naar een wijk met vrolijk gekleurde huisjes. Ooit een sloppenwijk, maar door studenten enkele tientallen jaren geleden voorzien van kleurtjes. Het is nu een toeristische attractie. Vanaf de metrohalte was hef nog 1,3 kilometer heuvelopwaarts lopen. Bovenop de heuvel, bij de veelkleurige huisjes kwamen we een Nederlandse familie tegen, waar we kort even mee spraken. Zij waren een van de zeer weinige toeristen die we zijn tegengekomen in Korea.

Het miezerde nog steeds en we liepen het toeristische straatje op en neer. Je kunt een langere wandeling maken door eerst naar beneden te lopen en via een andere weg weer naar boven, maar het weer weerhield ons van deze detour. Een kat lag in een van de winkeltjes te slapen in z’n mandje vlakbij de openbeslagen  deuren. Een bordje ‘don’t touch the cat’ sprak boekdelen.

We liepen verder naar de vismarkt. Busan is al eeuwenlang een belangrijke vissersstad en de vismarkt is erg groot. We liepen door een paar van de straatjes, waar vis werd verkocht naast een groentestalletje , dat weer werd gevolgd door een winkeltje met sportschoenen. Een allegaartje dus, maar viskraampjes hadden de overhand. Bij een van de vele restaurantjes op de vismarkt (waar ze overigens vrijwel allemaal hetzelfde aanbieden) aten we een mixed fish grill schotel. Drie verschillende visjes, gegrild en een hels gedoe om die met stokjes te ontdoen van de graten.

Na de lunch namen we de vier achtereenvolgende en overdekte roltrappen naar boven de heuvel op. Boven op de heuvel staat de Busan toren en aan de voet ervan ligt een taks free shopping mall, dat blijkbaar nogal gewild is, want de bussen stonden voor de deur op het parkeerterrein. Wij liepen aan de andere kant van de heuvel weer naar beneden en bezochten het Busan History Museum. Op zich een leuk ingericht museum, dat ging over de Japanse bezetting van Korea, de aanleiding ertoe en de uitbuiting van de Koreanen door de Japanners. Het was interessant. Er was in ieder geval een hoop in het Engels uitgelegd.

Bij de Lotte Mart, ook een grote hypermarkt die gevestigd is in een grote shopping mall, kochten we spullen voor het ontbijt en daarna namen we de metro terug naar het Canvas hotel. Nu wisten we hoe we zelf kaartjes uit de automaat konden halen en dat ging perfect.

’s Avonds was het even zoeken naar een restaurantje. Er zijn overal in Korea zo achterlijk veel restaurant, maar vrijwel nooit zie je er iemand zitten. Ook nu was heg weer raak, maar plots zagen we een restaurant, waar het helemaal vol zat, op een tafeltje na. En daar namen wij plaats. We bestelden een octopus Galbi, zo’n schotel die aan tafel wordt klaargemaakt. En die smaakte erg goed, maar was wel erg pittig.

woensdag 2 oktober 2019

Er is weer een tropische storm op komst. Nummer 18 in het jaar 2019 en deze keer zou de tyfoon over Korea trekken. En dat was te merken aan het weer. Het was muisgrijs en het regende al toen we opstonden en dat zou het de hele dag blijven doen. Voor vandaag stond juist een mooie tocht over enkele schiereilandjes op het programma en ondanks het slechte weer reden we toch de voorgenomen route. Niet dat we erg veel hebben gezien vandaag, behalve enorme plassen op de weg en veel laaghangende wolken om de bergjes heen.

Aan heg einde van de dag kwamen we aan in Suncheon, waar we een kamer hadden geboekt in het Brown hotel. De receptionist was een van de weinigen in Korea die wat Engels sprak en hij was ook nog eens een beetje geïnteresseerd in ons. Een redelijk unicum in Korea. We reden naar de Emart en kochten sushi, dat we op de kamer opaten, tezamen met enkele Belgische en Duitse biertjes (Leffe, Paulaner en Erdinger zijn deze maand in de aanbieding bij de CU!) en we wachtten gelaten af tot het moment dat de tyfoon over zou trekken. Die zou niet recht over Suncheon trekken, maar Suncheon lag wel in de brede band die om de baan van de tyfoon lag. De speciale ‘Emergency ready app’  van Zuid-Korea op de telefoon had al meerder malen gepiept vandaag met een update over de tyfoon. Rond 20.00 uur zou de typhoon aan land komen en rond 23.00 uur zou het hoogtepunt zijn. Afijn, we hebben niet veel van de tyfoon gemerkt wat wind betreft en we hebben heerlijk rustig geslapen.

Donderdag 4 oktober 2019

Nadat de tyfoon over was getrokken was ook de regen weg en was het zonnetje teruggekeerd. We checkten uit en reden naar het schiereiland Yeosu. We namen niet een hoofdweg, maar een klein weggetje langs de kust. We dachten dat we langs de wetlands zouden rijden, maar die bleken aan de andere kant van de brede rivier te liggen. Het landschap was nu stukken aantrekkelijker, nu de zon erop scheen. We reden langs een haventje, maar de bootjes lagen nog keurig aan de touwen in het laagstaande water. De tyfoon had ze niet op het droge geworpen. Het was laagtij en de slijkspringers en krabbetjes – met z’n honderden tegelijk, zochten dekking in kleine poeltjes in het slijk toen ze ons aan zagen komen lopen.

We reden verder het schiereiland op en kwamen uiteindelijk uit bij de Hyangir-am tempel aan de zuidkant van het schiereiland. Aan het einde van een langs de kust kronkelende doodlopende weg was een parkeerplaats, waar gelukkig nog een plekje vrij was. We liepen een steile weggetje omhoog, met aan weerszijde van de smalle straat allemaal winkeltjes die hetzelfde verkochten, namelijk  mosterdblad met pittige pepers.

Na het kopen van tickets was het nog een stukje trapopwaarts naar de tempels. Het uitzicht is waar we voor komen en al lang niet meer voor de tempels zelf. Het uitzicht over de gele zee was nu – met blauwe lucht en een zonnetje- aantrekkelijk. Een enkel schaapswolkje zorgde voor een diepblauwe schaduw over het verder lichtblauwe water. Overal in het water lagen kleine boeien in een lange rij, wat wees op een viskwekerij in zee of anders wellicht visnetten.

We lunchten in het plaatsje Asang-dong, waar we een visje aten in de haven en daarna reden we naar de wetlands. Van de buitenkant zag het er niet erg indrukwekkend uit. In de Lonely Planet stond dat je mooi door rietvelden kon lopen. We vroegen ons af of dat de 7.000 won per persoon entree wel waard was. Om de wetlands lagen gele rijstvelden en we reden om het betaalde gebied heen over erg smalle weggetjes door de rijstvelden, om vervolgens ook uit te komen bij de wetlands. Het is inderdaad een gebied met getijde en waar een hoop riet groeit. Zeker niet de entree waard. Goede keuze gemaakt.

We reden terug richting het hotel, kochten wat te drinken bij de CU (see you) en gingen in de laatste zonnestralen van de dag op een bankje langs de rivier zitten. Twee dames kwamen naar ons toe en gaven ons snoepjes en een kaartje; vast van de kerk. Koreanen benaderen je namelijk verder niet!

‘s avonds in het hotel deden we research op het internet voor Australië. Waar vliegen we heen en voor hoe lang? Een hele puzzel.

vrijdag 4 oktober 2019

We reden we naar het Nagan traditional village. We parkeerden de auto in de schaduw op het enorme, nu nog vrijwel lege parkeerterrein. Nadat we kaartjes hadden gekocht, betraden we het ommuurde dorp door een houten poort. Deze zag er hetzelfde uit als tempels, maar nu kon je er onder door lopen. Binnen het ommuurde dorp stonden de kleine huisjes gebouwd uit steen, maar met enorme rieten daken. Er waren nog niet veel bezoekers. De tuintjes van de huisjes waren soms erg goed verzorgd, maar vaker was het een bende in de tuintjes. We zagen mannen een huis voorzien van een nieuwe rietkap. Net even iets anders dan in Nederland, zaten de heren boven op de nok van het huis te roken.

Na het traditionele dorp reden we naar de theeplantages van Boseong. Theeplantages vind je normaal gesproken op een hoogte tussen de 500 en 1.500 meter en Boseong voldeed hier net aan. We zagen enkele rijen planten tussen de beboste hellingen, maar nadat we de auto hadden geparkeerd zagen we een bord met een uitkijkpunt en vanaf dat platform hadden we mooi zicht op een kleine theeplantage met mooi gemanicuurde theestruiken. Het theemuseum sloegen we maar even over. Die hebben we elders op de wereld al eens gezien en  et de uiterst beperkte kennis van de Engelse taal in Korea verwachten we geen gids die vloeiend Engels spreekt of interessante uitleg in het Engels.

Op Maps.me stond nog een uitzichtpunt over de theeplantages gemarkeerd en we reden er heen. Bij het punt stond zelfs een officieel bord met toeristisch uitzichtpunt, maar dat was al zeer lang geleden geplaatst. Inmiddels was de boel behoorlijk dichtgegroeid.

Een paar kilometer verderop was het strand en de zee. We lunchten eerst bij de CU met een magnetronmaaltijd en gingen toen een uurtje aan het strand zitten. Vele Koreanen hadden hun dagtentje opgezet en het zou een prachtig kampeerplekje voor ons zijn geweest, als we beter waren voorbereid. We hadden namelijk niets geregeld voor het avondeten en het ontbijt.

We reden verder naar Gwangju. We hadden gezien dat er campings in de buurt zouden zijn, maar het werd weer een doffe ellende. De eerste camping bleek alleen plaatsen aan caravans te verhuren en de portier sprak geen woord Engels, maar liet ons wel de reserveringslijst zien, waar geen buitenlandse namen op stonden. Hij zou zelf de conclusie kunnen hebben getrokken weten dat wij geen caravan en geen reservering hadden. Bij de tweede camping bleek er geen plaats beschikbaar te zijn. We boekten via Agoda een  kamer in het Sky hotel. Dat was weer 10 kilometer terug de stad in en dus weer ongelofelijk veel op rood staande stoplichten, waardoor wij dus nauwelijks voortgang maakten.

Eenmaal bij het Sky hotel konden de oude eigenaars ervan onze reservering in eerste instantie niet vinden. Best eigenaardig, want ze wisten wel onze naam op een papiertje te schrijven en dat aan ons te laten zien.  Ook nu werd de link tussen een niet-Koreaanse naam en buitenlandse toeristen niet gelegd. En erg veel toeristen zullen ze in een jaar tijd niet zien, waarschijnlijk.

Het Sky hotel was ook  weer zo’n love motel, waarbij we zelfs drie condooms gratis kregen in ons plastic tasje met daarin -naast de condooms- twee tandenborstels, zeep en shampoo.

Gel, haarlak, kammen, borstels en een spuitbus vliegenverdelger(??) stond al op de kamer.

De kamer was een rokerskamer en het stonk behoorlijk. Daarnaast was de kamer niet erg schoon en liep er een kakkerlak rond. Absoluut de aller slechtste kamer die we maar konden treffen in Korea.

We hadden trek en gingen erop uit om iets te eten, maar in de buurt van het ‘hotel’ zagen we alleen maar restaurantjes zonder klanten. Geen goed teken. Op maps.me hadden we gezien dat er een Indiër zat op zo’n 2,5 kilometer afstand. We pakten de auto en sloten achteraan in de rij voor de eindeloze hoeveelheid op rood staande stoplichten.

De Indiër was een heerlijkheid. In de eerste plaats was er iemand die Engels sprak. Daarnaast was het eten best lekker. We hadden een vast menu met een curry, een stukje tandoori kip, rijst, een naan  en een lassie. En dat voor 10.000 won, oftewel 7,50 euro. En de ober kwam zelfs nog vragen of we nog wat extra wilden hebben.

Zaterdag 5 oktober 2019

We waren blij dat we de deur van het Sky hotel achter ons dicht trokken.

Na een korte rit parkeerden we de auto iets buiten het centrum en wandelden Jeonju binnen. In de reisgids hadden we gelezen dat het een toeristische plaats was. Toch werden we overvallen door de hoeveelheid Koreaanse toeristen. De meesten dan ook nog eens verkleed in traditionele kledij, die je op iedere hoek van de straat kon huren. Een enkele toerist waagde zich er ook aan. Het zag er bijzonder uit. We kregen van twee Jehova getuigen die ons in perfect Engels aanspraken de tip om met een gratis tour het paleis en het hanok dorpje te bezoeken. We waren aangenaam verrast door de enthousiaste gids Ji die goed Engels sprak en erg sprankelend was. Bij de tour had zich ook een Amerikaans echtpaar van 77 jaar oud aangesloten die zelfstandig met het openbaar vervoer door Korea reisde. We deelden onze ervaringen: alle tempels liggen boven op bergen, geen enkel restaurant heeft een Engelse menukaart, in veel restaurants is het gebruikelijk om op de grond te zitten eten aan lage tafeltjes. Iets dat de gemiddelde niet Aziatische toerist toch wat lastig vindt en er is nergens is er een biertje te krijgen op een terrasje of in een cafétje. Er zijn alleen maar cafétjes die koffie schenken.

Ji adviseerde ons om Bibimbap, een lokaal gerecht  (rijst met veel verschillende ingrediënten) te gaan eten in een restaurant dat bekroond was met een Michelin ster. Dat deden we ook en we genoten later die dag van een zeer smakelijke en goedkope maaltijd. We moesten wel eerst onze naam op de wachtlijst schrijven, maar de doorloop was snel.

Zondag 6 oktober 2019

We ontbeten en vertrokken met uiterst vriendelijk weer, maar met 17 graden wel koel en reden naar Buyeo. De rit er naar toe ging grotendeels over een vierbaans weg met gescheiden rijbaan en een deel van exact dezelfde weg was een snelweg en de rest was gewoon een vierbaansweg. Niet dat je op  de snelweg harder mocht dan op de niet-snelweg. Nee, in beide gevallen mocht je slechts 80 kilometer per uur met de nodige snelheidscontrolepunten onderweg. Op de weg was het uitgestorven en ook in de dorpjes waar we soms doorheen reden was het akelig stil. Zat iedereen soms in de kerk?

Even voor Buyeo lag langs de weg het complex met de koninklijke grafheuvels. Het zonnetje scheen, maar de temperatuur was nog steeds aan de koele kant met zo’n 21 graden. We kochten entreekaartjes en liepen het keurig onderhouden park binnen. Net als bij andere bezienswaardigheden in de natuur stond ook hier bij de entree een apparaat waaruit je anti muggen en anti tekenspray kon sproeien. Waarschijnlijk een soort DEET. Met Google Translate probeerden we te kijken wat op het apparaat stond, maar GT maakte er een potje van.

Vier grafheuvels op een rij en een vijfde er schuin achter. Vijf keurige symmetrische heuvels op een hele grote heuvel. Meer was er niet te zien. Van het altaar van een van de koningen was ook niet veel van over en we liepen verder naar een ‘museumpje’. Nadat we drie deuren door waren gegaan kwamen we in een audiovisueel ingerichte ruimte met hi-tech informatieborden over de geschiedenis van de grafheuvels.

In Buyeo parkeerden we de auto vlakbij het museum en de tempel. Eerst keken we bij de tempel. Het enige bijzondere was een stenen pagoda en voor de rest een tempel zoals iedere andere in  Korea.

Dus snel naar het Buyeo Nationaal museum. Zoals de Lonely Planet al schreef was het een van de vele nationale musea van Korea, waar lokale pronkstukken worden uitgestald. Het was dus meer een stadsmuseum. Er waren vier zalen. De eerste ging over de prehistorie en bronstijd. Potjes, pannetjes en scherfjes. Uiterst boeiend, althans voor sommigen. De tweede zaal ging over buddhistische kunststukken die gevonden waren en de derde zaal was geweid aan de grafheuvels van Buyeo. Het pronkstuk, namelijk de wierrookbrander die in het graf van een van de koningen was gevonden, stond niet op z’n plek. Hebben wij dat nu weer? Gaan wij weer naar een museum, waar het pronkstuk er net even niet is? We vroegen aan de suppoost, die in een hoekje van de ruimte achter een bureautje zat waar de wierrookbrander was. Nou ja vragen…. We wezen op het plaatje van de wierrookbrander dat in het foldertje stond dat we bij het informatiebureau hadden gekregen. Daar hadden ze ons niet gezegd waar de wierrookbrander was.

De suppoost wees naar buiten, maar dat begrepen we niet en hij besloot met ons mee te lopen naar buiten en hij wees op een speciale tentoonstellingsruimte in een naastgelegen gebouwtje. Inderdaad hadden we op de weg naar het museum een spandoek gezien waarop een tijdelijke tentoonstelling werd aangekondigd (alleen het plaatje en de data konden we lezen). In die ruimte stond de wierrookbrander. Verder waren er spullen die in de graven waren gevonden, waaronder mooie gouden sierraden.

We reden verder naar een heuvel waarop nog een aantal tempels stond. De hele heuvel was tot Unesco Wereld Erfgoed verklaard. Het was de locatie van een oud fort, maar nu was daar niet meer van over dan een beboste heuvel met een aantal tempels. Buiten het hoofdpad om waren we alleen, met de cicaden in de bomen en soms een specht, die zich wel liet horen maar zich niet liet zien. De houten tempels zelf waren niet bijzonder. Vrijwel alle tempels in Korea zien er namelijk hetzelfde uit.

Langs de rivier was een festival aan de gang. Het was er niet erg druk, maar op een podiumpje stonden twee zangers voor enkele mensen te zingen. Verder was er een koorddanseres, die meer tegen het publiek praatte dan dat ze danste op het koord.

De laatste 90 kilometer naar Gonju gingen langzaam, vanwege de overkill aan onzinnige verkeerslichten. Ook nu stonden we weer geregeld stil omdat het voetgangerslicht 30 seconden op groen ging op een plek waar waarschijnlijk never nooit iemand oversteekt. Maar in Korea is het zo dat als je verkeerslichten aanlegt, dat je dat ook doet voor voethangers (er is waarschijnlijk maar een type verkeerslicht beschikbaar), ook als er nooit iemand oversteekt.

Maandag 7 oktober 2019

Toen we het houten luik voor het kleine raampje in onze kamer, dat dienst deed als gordijn openden konden we nog net zien (meer horen) dat het regende. Nog net zien, want we moesten hiervoor wel schuin omhoog kijken, want het gebouw van de buurman stond op twee meter afstand van dat van ons. We keken min of meer uit op een blinde muur.

We ontbeten en reden toen terug naar Gongju, waar we de grafheuvels bezochten in de miezerende regen. Maar gelukkig hadden we onze nieuw gekochte regenjassen bij ons. We haalden de labels er vanaf en hezen ons erin. Flitsende jasjes in flitsende kleurtjes. We kochten tickets voor 1.500 won per persoon en liepen daarna het keurig onderhouden park op. We waren er zo goed als de enigen. Al snel waren we bij het museum, waarin drie van de zeven gevonden grafheuvels waren gereconstrueerd. Nadat ze waren ontdekt, ging het al snel bergafwaarts met het interieur van de grafheuvels door vocht en schimmels van de bezoekers en zijn de grafheuvels gesloten voor publiek. Maar de reconstructies in het museum waren levensecht en gaven een even goed beeld van de werkelijkheid als (waarschijnlijk) de originelen. Er waren ook spullen tentoongesteld die ze in de grafheuvels hadden gevonden en dat was interessant om te zien. Zo oud en zo goed bewaarde gebleven. We liepen langs de grafheuvels zelf, maar dat zijn slechts ronde heuvels in een mooi onderhouden park en we liepen dan ook weer snel naar de auto terug.

We gingen op weg naar Suwon. Slechts 110 kilometer verderop, maar met de fantastische verkeerslichten van Korea een rit van twee uur. In Suwon aangekomen regende het nog steeds. We hadden een hotelletje geboekt. Het ‘It’s W hotel’, waar we pas om 17.00 uur konden inchecken. Tot die tijd liepen we langs de stadsmuur van Suwon. Helaas nog steeds in de miezerige regen, maar desondanks liepen er vele studenten onder de paraplu’s rond. De school was zeker net uitgegaan.

In het ommuurde centrum van Sewon was weinig vertier. Weinig mensen op straat en weinig winkels. Ook geen cafeetjes of zoiets, maar wel veel restaurants en coffee winkels, waar geen mens binnen zit.

Tegen 17.30 uur checkten we in, zetten we meteen de wasmachine aan die in het kleine keukentje van de kamer zit (waar overigens geen pannen, borden bestek of glazen of wat dan oom aanwezig is, dus waarom wel een keukentje vraag je je dan af?). Omdat alle kleiding in de was moest, gingen we maar meteen douchen en daarna -in schone kleding- op weg naar een restaurantje. We kwamen weer uit bij een Galbi restaurant, waar we ook in Seoul hadden gegeten en dat was wel weer goed te eten.

’s Avonds bereidden we de reis naar Jeju voor door de tassen goed te herpakken en een hotelletje op Jeju te boeken en keken we een aflevering va  ‘Het schaep met de vijf pooten’, die we hadden gedownload van het internet.

Dinsdag 8 oktober 2019

Wat een vreselijk kabaal van metaal op metaal horen we al sinds zonsopkomst? Om 07.30 uur stonden we op en keken we uit het raam om te zien dat kilometers verderop een volledige vinexwijk in de vorm van oerlelijke hoogbouw werd neergezet. Het geluid kwam dus kilometers verweg, waar zo’n 10 flatgebouwen in een rijtje werden gebouwd tegelijkertijd. De rood-wit gestreepte hijskranen stonden bovenop de wellicht 25 verdiepingen tellende kolossen.

Na het ontbijt stapten we in de auto om naar Seoul terug te rijden. Het duurde meer dan een half uur om de stad uit te komen. Zelfs zo vroeg op de dag werken de verkeerslichten al. Over de 40 kilometer naar het kantoor van het autoverhuurbedrijf in Seoul deden we ruim 2,5 uur. Te triest voor woorden, maar je komt nauwelijks vooruit. Het probleem zit ‘m niet in het aantal auto’s, maar in niet functionerende verkeerslichten. De rode zone is hier uitgevonden.

Eenmaal bij het verhuurbedrijf was de deur dicht. Wat nu? Maar gelukkig verscheen al snel een jong gastje op slippers, die de deur open deed en ons in het Engels te woord stond. Bij het huren van de auto waren we geholpen door een andere jongen die nauwelijks Engels sprak.

De auto werd gecontroleerd en ook nu weer hadden we ‘m zonder krasje of deukje weten terug te brengen.

Het was een paar honderd meter lopen naar de metrohalte Hongkik University en al snel stonden we op het perron en hoorden we het hoorngeschal, wat duidde op komst van het treinstel. Twee haltes verderop stapten we over op de bruine lijn nummer 9 en weer 10 haltes verder stonden we op “Gimpo national and international airport”. We namen de roltrap naar de tweede (bij ons is dat de eerste) verdieping en stonden direct voor de incheckbalies van Jeju Airlines.  Een paar meiden van de airline hielpen hun gasten bij het inchecken en ook wij werden geholpen. Voor we het wisten kregen we de boarding passen, tegenwoordig niet veel meer dan een strookje papier uit een printer met in ieder geval een QR-code erop, in onze handen gedrukt.

We konden de bagage afgeven en we hadden overgewicht. Er mocht slechts 15 kilo per persoon mee in het ruim in plus 10 kilo handbagage per persoon en we zaten met z’n tweeën op 35 kilo ruimbagage. Maar in de omhoes van Remco zat ook zijn dagrugzak en nadat die eruit was gehaald, mochten de bagagestukken het vliegtuig in zonder bijbetaling.

De handbagage van Remco bedroeg 14,5 kilo en van Marjolijn 10 kilo. In de handbagage van Remco hadden we juist alle zware spullen uit de grote rugzak gehaald, maar dan nog hadden we teveel bagage. Komt natuurlijk mede door de kampeerspullen. Maar naar de handbagage werd niet gevraagd en dus konden we zonder bijbetaling toch mee.

Na een vlucht van ruim een uur kwamen aan op de internationale luchthaven van Jeju. We gingen even naar ‘the safe restroom’: het toilet. ‘Illegaal verborgen camera’s onder controle, stond er op het bordje’. Je vraagt je toch werkelijk af wat hier allemaal in Korea gebeurt. Vervolgens naar de bagageband, waar een medewerkster van Jeju air ons wees op een bagagekarretje, waar onze bagage al op lag. De bagageband moest leeg voor de volgende vlucht. Het is te zot voor woorden, maar er gaat ongeveer iedere 10 minuten een vliegtuig vanuit Seoul naar Jeju.

We volgden de instructie die we hadden gekregen van het verhuurbedrijf om te komen tot bij de shuttle bus, die ons naar het verhuurkantoor zou brengen. We verbaasden ons erover hoeveel verhuurbedrijven er zijn, want het parkeerterrein stond vol met shuttle busjes. We hadden een van de laatste busjes op het parkeerterrein en we waren nog niet goed en wel vertrokken of we waren al op de plek van bestemming.

Binnen in het verhuurkantoor zat niet een groot licht achter de balie. Ze begreep niets van een rose pasje en een internationaal rijbewijs had ze ook nog nooit gezien, waarschijnlijk. Maar gelukkig riep ze hulp in en een Amerikaanse jongen die ons verder hielp. De door ons geboekte Kia Morning, in Nederland bekend als de Kia Picanto, was niet beschikbaar en we kregen een upgrade naar een Hyundai Venue. Een hoog model met slechts 1900 kilometer op de teller.

We begaven ons in het verkeer, dat niet veel afweek van het vaste land, alhoewel de Amerikaanse jongen ons verzekerde dat ze hier als gekken reden. Ook nu stonden we weer minuten lang vast voor de verkeerslichten. Omdat we niet hadden geluncht, hadden we tegen 17.00 uur wel trek en haalden we een hamburger bij de Burger King, die je met gemak voor een rood verkeerslicht op kunt eten. En zo maak je van een nood een deugd.

Bij de Emart kochten we spullen voor het ontbijt en namen we twee flesjes wijn mee en daarna reden we via de kustweg naar het hotel.

Woensdag 9 oktober 2019

We reden vanuit het Resort in Hallim naar het dichtstbijzijnde strand. Het water was helder turquoise. Teenover het strand op niet al te grote afstand lag een klei eilandje. Een kite surfer vertoonde -als nige in het water- z’n kunsten. De kust bestaat voornamelijk uit zwarte lavarotsen. Erg grillig, maar wel mooi. En overal op de lavakust zijn talismannetjes aangelegd door de Koreanen.

Schitterend strand, maar niemand in het water
Het bekende beldje van Jeju. Je komt ‘m overal tegen
Kitesufer op het water

We zagen zelfs nog een groep dolfijnen voor de kust zwemmen. Een kite surfer vertoonde zijn kunsten, wat mooie plaatjes opleverde. We vervolgden de weg langs de kust en passeerden kleine haventjes en mooie baaitjes.

De kustlijn is erg mooi
Inktvis hangt te drogen aan waslijnen langs de weg

Om drie uur kwamen we aan bij onze volgende bestemming. We checkten in en maakten daarna een leuke wandeling langs de haven. Daar waren net duiksters bezig met het binnenbrengen van hun vangst van die dag. Het eiland staat bekend om de duiksters die zonder zuurstofflessen zeer diep kunnen duiken. Zonder uitzondering lag de gemiddelde leeftijd ver boven de zestig. We wandelden verder over de nabij gelegen begroeide begroeide heuvels.

De dames op leeftijd die zonder zuurstofflessen duiken naar schelpen
tot op een diepte van wel 18 meter!

Donderdag 10 oktober 2019

Vandaag stond een wandeling op het programma op Mount Halla–of Hallasan in het Koreaans. Het is een uitgedoofde vulkaan van 1.950 meter hoog en is daarmee ook de hoogte berg van Zuid Korea. Het weer was schitterend. We reden naar het nationale park en kochten onderweg lunch bij de Emart en de naastgelegen Paris Baquette. De Emart had geen stokbrood bij openingstijd om 10.00 uur ’s ochtend, maar de Paris Baguette had die nog wel.

Er zijn vier wandeltochten in het nationale park.  Twee gaan naar de krater en twee niet.  Wij zouden de twee wandeltochten combineren die niet naar de krater gingen.  We parkeerden de auto op een parkeerterrein langs de weg nabij het begin van de Eorimok trail en namen de bus terug richting Seogwipo om de wandeling te starten bij de Yeongsil trail.

De bus zette ons af bij het ticketoffice voor het parkeerterrein en vandaar was het nog 2,5 kilometer lopen naar de start van de Yeongsil trail. We liften naar het begin van de wandeltocht. Daar begon een anderhalf uur durende klim. Eenmaal boven aangekomen namen we een rustpauze. We zagen een aantal Koreanen Noodlesoepjes opwarmen met het hete water uit een meegenomen thermosfles. Wij aten een droog stokbroodje, want Remco was de plakjes Edammer kaas (ach ja, we blijven kaaseters hè) vergeten mee te nemen vanuit de auto.

Oudere wandelaars in kleurrijke kleding
Mount Halla, de hoogste berg van Korea

Nadat we het uitzicht hadden bewonderd van verschillende uitzichtplatforms, liepen we via de Eorimok trail naar beneden. We waren in het totaal zo’n vier uur onderweg geweest. Het was een mooie, maar toch ook wel inspannende wandeling.

Zonsondergang vanuit de hotelkamer

Vrijdag 11 oktober 2019

Vanochtend deden we het rustig aan.  Er stond geen lange reisdag voor de boeg en dus uitslapen, rustig ontbijten en toen rustig toeren over het eiland. We reden in eerste instantie naar de kust bij het plaatsje Seongsan, helemaal in het oosten van het eiland.  Daar vertrekt ook de veerboot naar het naastgelegen eiland. We hadden echter gelezen dat daar niet al te veel te doen is en we besloten daar niet heen te gaan.  Heel langzaam en met vele stops reden we langs de kust terug naar het zuiden.  Het weer was helemaal top en de zon maakte de zee mooi blauw en groen waar het water ondieper was en waar zand op de bodem van de zee lag. Dat is niet op veel plaatsen zo, want de kust is overwegend zwart van het lavagesteente. We reden langs vele kleine haventjes, waar dan ook alleen maar kleine bootjes inlagen. Nabij de haventjes rook het altijd sterker naar vislucht. Ook zag we een standbeeld van het kip met het gouden ei.  De haan stond ook op het ei.

We lunchten bij een CU, nadat we eerst een aantal andere 7 Elevens en CU’s hadden bezocht. Maar overal waren de magnetronmaaltijden uitverkocht. Langs de kost loopt het Olle-pad, een wandel- en fietsroute om het gehele eiland en de fietsers die we onderweg waren tegengekomen hadden waarschijnlijk al geluncht. Maar bij één van de CU’s hadden we mazzel.  De magnetronmaaltijden zijn absoluut erg smakelijk en  bestaan vrijwel altijd uit rijst, een vleessoort, groente die je meeverwarmt en groente die je niet meeverwarmt.  Die moet je dus uit de verpakking halen voordat die de magnetron in gaat.  In alle convenience stores, zoals de 7 Eleven en de CU zijn tafeltjes en stoelen en een magnetron aanwezig, zodat je de maaltijd ter plekke kunt nuttigen.  De maaltijden zijn goed en niet duur (ongeveer € 3,50 per stuk).

Na de lunch reden we via een weg midden over het eiland terug richting Seongsan. De kust was schitterend, maar ook het binnenland was mooi.  We reden door dennenbossen, waar het stervens druk was met dagjestoeristen.  Langs de weg stonden honderden auto’s geparkeerd. Verder werd het landschap gedomineerd door verschillende perfect symmetrische vulkaankegels. Inmiddels allemaal groen bebost.

Vanaf een uur of drie namen we plaats op een klein strandje langs een rustige kustweg. Heerlijk in het zonnetje lazen we het een en ander over Taiwan.

’s Avonds aten we een pizza, omdat we het zoeken naar een restaurant wel een beetje beu zijn.